Naar inhoud
Stichting Vrienden van Israel • Israel en zijn vrienden

De terugkeer naar het beloofde land: aliyah in bijbels licht

Aliyah, het Hebreeuwse woord voor "opgaan" of "opstijgen", wordt in Israel gebruikt als term voor de immigratie van Joden naar het land Israel. De Jewish Agency for Israel speelt al decennialang een centrale rol in het ondersteunen van Joodse gemeenschappen wereldwijd bij deze migratie, met begeleiding, taalinstructie en sociale integratie. Vanuit bijbels perspectief is aliyah echter meer dan een migratieprogramma: de terugkeer van de Joden naar het land van de vaderen is een van de meest besproken thema’s in de oudtestamentische profetie. Jesaja, Jeremia, Ezechiel en Zacharia beschrijven allen een toekomstige ingathering van het verstrooide Israel, en de vraag of die profetische woorden in onze tijd worden vervuld, is voor velen bijzonder actueel.

Jesaja 43:5-6 zegt: "Wees niet bevreesd, want ik ben met u. Ik zal uw nageslacht van het oosten bijeenbrengen en u van het westen verzamelen. Ik zal het noorden zeggen: Geef het terug, en het zuiden: Houd het niet terug. Breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde." Die woorden worden door bijbeluitleggers in verband gebracht met de twintigste-eeuwse immigratiegolven naar Israel, die Joden meebrachten uit Europa, Noord-Afrika, de voormalige Sovjet-Unie, Ethiopie en andere delen van de wereld.

De historische dimensie

De Joodse terugkeer naar het land begon al in de late negentiende eeuw, aangestuurd door de zionistische beweging van Theodor Herzl. Na de verschrikkingen van de Holocaust nam de immigratie in snel tempo toe. In 1950 werd de Wet op de Terugkeer aangenomen door de Knesset, die iedere Jood het recht gaf om zich in Israel te vestigen. Sindsdien zijn miljoenen Joden naar Israel gemigreerd, onder wie velen die vluchtten voor vervolging of discriminatie in hun land van herkomst.

Die historische ontwikkeling staat niet op zichzelf. Ze past in een patroon dat de profeten al beschreven: een volk dat verspreid was over de hele aarde, dat terugkeert naar het land dat God aan hun voorvaders had beloofd. Of men die beschrijving als letterlijke profetievervulling beschouwt of niet, de overeenkomst is opvallend.

Bijbelse belofte en actuele werkelijkheid

Jeremia 31:8-10 beschrijft hoe God zijn volk zal bijeenbrengen uit het noorden en van de einden der aarde. Uit de tekst klinkt de verwachting van een massale terugkeer, inclusief blinden, lammen, zwangere vrouwen en barenden. De grote aantallen van twintigste-eeuwse immigranten, die Israel transformeerden van een dunbevolkt mandaatgebied naar een levendige democratie met negen miljoen inwoners, bieden stof tot nadenken voor wie de profetie serieus wil nemen.

Stichting Vrienden van Israel beschouwt de terugkeer van het Joodse volk naar Israel als een van de meest overtuigende aanwijzingen dat God zijn beloften niet heeft vergeten. Dat overtuigt niet iedereen, en dat is begrijpelijk: geloofskwesties zijn nooit eenvoudig. Maar wie eerlijk naar de Schrift en naar de geschiedenis kijkt, kan niet voorbijgaan aan de opvallende overeenkomsten.

Implicaties voor de gemeente

Voor christenen die de Bijbel als Gods Woord beschouwen, heeft de aliyah een theologische betekenis. Als God trouw is gebleken aan zijn belofte om Israel te herstellen, bevestigt dat zijn betrouwbaarheid in het algemeen. Die trouw is de basis voor het vertrouwen van gelovigen in zijn beloften voor de toekomst. Zie ook de grondslag van de stichting voor meer over de bijbelse basis van dit perspectief.