Naar inhoud
Stichting Vrienden van Israel • Israel en zijn vrienden

De Holocaust en de bijbelse belofte van herstel

Het Joods Cultureel Kwartier in Amsterdam, dat onder andere het Nationaal Holocaustmuseum omvat, bewaart de herinnering aan de Joodse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog op een manier die generaties na ons in staat stelt te begrijpen wat er is gebeurd. Van de 140.000 Joden die in 1940 in Nederland woonden, overleefde driekwart de oorlog niet. De namen van 102.000 van hen zijn ingebeiteld in het Namenmonument op de Weesperstraat in Amsterdam. Voor wie de Bijbel leest, roept die geschiedenis onvermijdelijk de vraag op: hoe verhoudt de Holocaust zich tot de bijbelse beloften van herstel voor het Joodse volk?

Die vraag is niet gemakkelijk te beantwoorden, en de stichting doet dat met de nodige terughoudendheid. De verschrikkingen van de Holocaust overstijgen elk theologisch kader. Toch heeft de Bijbel na de Tweede Wereldoorlog voor veel gelovigen een nieuwe leeservaring gegeven: de profetische teksten over het lijden van Israel, maar ook over zijn uiteindelijke herstel, kregen een dimensie die men daarvoor misschien niet had vermoed.

Lijden en belofte in de Psalmen

De Psalmen zijn doordrenkt van klacht en hoop tegelijk. Psalm 22, die begint met de vraag "Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?", eindigt met een lofzang op Gods uiteindelijke redding. Psalm 44 beschrijft het lijden van Gods volk, maar weigert te zwijgen over de belofte van Gods ingrijpen. Het zijn teksten die Joodse gelovigen door de eeuwen heen hebben gehanteerd als woorden van klacht en vertrouwen tegelijk.

Bijbellezer Elie Wiesel, zelf een Holocaust-overlever, worstelde in zijn werk openlijk met de vraag hoe God aanwezig kan zijn in een wereld na Auschwitz. Die worsteling is legitiem en eerlijk. De Bijbel dwingt ons niet tot eenvoudige antwoorden, maar biedt de ruimte om de klacht te uiten tegenover de God die beloofde zijn volk niet te verlaten.

Ezechiel en het droge beenderen-visioen

Ezechiel 37 beschrijft een veld vol droge beenderen die tot leven komen: een visioen van de nationale opstanding van Israel na een periode van vernietiging en ballingschap. Veel bijbeluitleggers zagen in de oprichting van de staat Israel in 1948, drie jaar na het einde van de Holocaust, een vervulling van dit visioen. Het debloedige, uitgeputte overblijfsel van het Europese Jodendom keerde terug naar een land dat ze als het beloofde beschouwden en bouwde daar een nieuwe gemeenschap op.

Of men het eens is met die interpretatie of niet: het contrast tussen de verwoesting van de Sjoa en de opbouw van een nieuwe samenleving in Israel is een van de meest opvallende historische ontwikkelingen van de twintigste eeuw. Vanuit bijbels perspectief is dat geen toeval maar een aanwijzing voor Gods trouw aan zijn verbond.

Verantwoordelijkheid van de gemeente

Stichting Vrienden van Israel is ervan overtuigd dat de herinnering aan de Holocaust niet alleen een historische maar ook een geestelijke verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Wie de Bijbel leest en de profetische beloften aan Israel serieus neemt, kan niet onverschillig staan tegenover de veiligheid en het voortbestaan van het Joodse volk. Dat is geen politieke stellingname, maar een geloofsovertuiging die gegrond is in de Schrift.