Torah en Heilsgeheim (vervolg)

 Artikelen  Comments Off on Torah en Heilsgeheim (vervolg)
Jul 222010
 

50e jaargang – juli 2010 – Artikel 2 (geschreven door Wim Godijn in Bijbels Denken – 1984 Torah

Wellicht is het goed hierbij op te merken dat we in de bijbel een steeds grotere vervulling zien van belangrijke gebeurtenissen en heilsfeiten. De uittocht uit Egypte, het wegtrekken uit het doodshuis van slavernij, vindt zijn volle vervulling in de uittocht van Jezus Christus uit de doden. Bij de verheerlijking op de berg (Luk.9:31) verschenen Mozes en Elia en spraken met Jezus over Zijn uitgang, -letterlijk: Zijn Exodus, Zijn uittocht van tussen de doden uit-. Het is, wat genoemd wordt de ‘typologie’ in de Schrift. En zo worden er ook in de verborgenheidsbrieven van Paulus teksten geciteerd uit het Oude Testament. Blijkbaar is hierdoor de gedachtegang ontstaan als zouden die verborgenheden reeds in de hebreeuwse geschriften verborgen aanwezig zijn. Wij menen echter dat niet de typologie (=uitbeelding van overeenkomst) het specifieke van de verborgenheid is. Eerst als in de Handelingentijd hoe langer hoe meer blijkt dat Israël als heilskanaal naar de volken verstopt is, eerst dán gaat Paulus veelvuldig spreken over verborgenheden, heilsgeheimen.
Verborgenheden (musterion) in verband met het falen van de mens; verborgenheden in verband met de duur van Israëls terzijde staan. Dat in die tussentijd het heil nu rechtstreeks, buiten Israël om tot de volken komt (Rom.11:25;16:25-26). Verborgenheden ook in verband met de overgang van deze tegenwoordige of boze eeuw (aioon) naar de toekomende aioon, die van Israëls wedergeboorte (1Kor.15:51; 1Thess.4:13-17). Tenslotte de grote verborgenheid welke verborgen was gebleven in God. Niet verborgen in de Schriften van het O.T., maar in God. Want van de aanvang af heeft God niet gesproken in het verborgene, maar in duidelijke taal van de Torah! Paulus ontleend dan ook voor de aan hém geopenbaarde verborgenheid een woord uit de Griekse taal en denkwereld, nl. het woord ‘musterion’, maar geeft het wél een hebreeuwse invulling. Het is een heilsgeheim dat verborgen was gebleven in God, maar nu bekendgemaakt door Paulus. De openbaring (apokaluptoo) geschiedt van Godswege, en de bekendmaking (phaneroo) geschiedt door middel van mensen! Geen religieuze mystiek, zoals in de Griekse denkwereld, maar het bekendmaken van een heilsgeheim, als onderricht tot opbouw van die Gemeente, die het Lichaam van Christus is. Wat zuivere mystiek is heeft Prof. F. Weinreb als volgt onder woorden gebracht: ‘Zuivere en ware mystiek is niet: een onberedeneerd drijven op religieuze fantasie, of op ‘ingevingen’, en dergelijke, doch zij is een gemeenschap met God, die, omdat zij dus een gemeenschap is met de Alwijze, ons de dingen van het geestelijk leven toont in hun juiste verhoudingen’.
De grote verborgenheid van de Efeze en Kolossenzen brief is een heilsgeheim van de onnaspeurlijke rijkdom van Christus, een alles overtreffende genade welke de gelovigen tot volwassenen stelt in Christus. God ziet hen als ‘heilig en onberispelijk voor Zijn aangezicht’ (Efz.1:4), d.w.z. als voltooid, volgroeid in Christus Jezus (Efz.4:13). Dan is het doel bereikt en is er een vereenzelviging met Christus. Een éénwording met Hem, waartoe ook eenmaal de ganse schepping geleid zal worden en alles onder één Hoofd, dat is Christus, samengevat zal zijn (Efz.1:10). Dan is het doel bereikt en is er een vereenzelviging met Christus. Het is de verwezenlijking van de volheid der tijden.
En het unieke van de ‘verborgenheidsbrieven’ van Paulus is, dat in de Gemeente, als het Lichaam van Christus, dit doel reeds bereikt is!Toch menen andere onderzoekers -zoals we reeds opmerkten- dat de verborgenheden, aan Paulus bekendgemaakt, reeds verborgen of verzwegen aanwezig waren in het O.T. Blijkbaar vanwege de typologie die er in verborgen ligt. Het hebreeuws heeft dan ook inderdaad vele woorden die wijzen op iets dat verborgen is, of van iets dat heimelijk geschied. Wel zestien verschillende woorden, die echter alle overeenkomen met het Griekse woord ‘kruptoo, dat ook gewoon de betekenis heeft van: iets verborgen houden of iets heimelijks doen, (verg. bijv. Gen.3:8 met Luk.1:24 en Klaagl.3:10 met Matth.6:4,6,18).Ook de Septuagint vertaalt deze verschillende hebreeuwse woorden met ‘kruptoo, apokruptoo, kruptos’ enz. Maar, nogmaals, al deze verschillende woorden, die zo’n 140 maal voorkomen in het O.T. hebben niet de betekenis van het Griekse woord ‘musterion’.Dit woord heeft een diepere betekenis dan ‘kruptoo’. In Efz.3:1-9 en Kol.1:25-26 wordt gesproken van een verborgenheid (musterion) welke verborgen (kruptoo) was gebleven in God. Hier worden dus beide woorden (musterion en kruptoo) genoemd en zien we ook de betekenis van de twee woorden. ‘Musterion’ is het heilsgeheim en ‘kruptoo’ wijst er op dat dit heilsgeheim nog verborgen was, nog niet geopenbaard. De verborgenheden (musterion), aan de apostel Paulus geopenbaard in de Handelingentijd en daarna zijn bekendgemaakt met het oog op de tussentijd van Israëls terzijde staan en haar wederaanneming. In die tussentijd wordt aan de volken het evangelie bekendgemaakt buiten Israël om, nl. het evangelie van verzoening en rechtvaardiging, als voorvervulling van Jes.2:2-4. Het musterion van Rom.11:25 heeft tot gevolg dat ook na Hand.28 dit evangelie voortgaat, door middel van de (niet-joodse) gemeenten Gods (aldus genoemd in 1 Tim.3:5; deze maken deel uit van hetgeen door ons wordt aangeduid als ‘de bedeling van het algemeen geloof’, d.w.z. geen bijzondere uitverkoren groep).
Uit die gemeenten is dan het christendom ontstaan, dat echter steeds meer afweek van haar joodse oorsprong. In onze tijd zien we meer en meer een streven van het christendom (althans in Nederland), na eeuwenlange vergeestelijking en allegorisering, terug te keren naar haar joodse oorsprong. Zo krijgt de kerk weer visie op de heilsgeschiedenis van Israël als volk van God, alsmede op het Verbond en de Torah. Zag de Kerk zich voorheen als het ‘geestelijk Israël’, het ware volk van God, nu -mede door het gesprek tussen Synagoge en Kerk- ziet de kerk zich als bij Israël ingelijfd in het Nieuwe Verbond.
Dat is al een verbetering. De Kerk zal echter in dit proces gaande weg tot de ontdekking moeten komen dat óók het Nieuwe Verbond met Israël, en niet met de gemeenten Gods is gesloten. Van inlijving is echter geen sprake: noch Israël in de Kerk, noch de Kerk in Israël; het woord inlijving komt in de Heilige Schrift helemaal niet voor! (alleen in de berijming van Ps.87!). Doch Israël zal moeten ontdekken dat het als Messiaans volk één zal moeten worden met de Messias, Jezus van Nazareth. Want eerst dán kan de Wet (Torah) van Tsion uitgaan en het woord van de Heer uit Jeruzalem. Als voorlopers daarvan kunnen wellicht de Messias-belijdende Joden genoemd worden. Bezitten niet juist zij de identiteit van de Joodse oergemeente uit de Handelingentijd? Voor het Jodendom als zodanig zijn de Messias-belijdende Joden (nog) een struikelblok. De vraag voor het Jodendom is of Joden die in Jezus de Messias zien en belijden, nog wel ‘Jood’ genoemde kunnen worden. Zijn christen-Joden nog wel echte Joden? Deze vragen komen voort uit de eeuwenlange tegenstellingen tussen Jodendom en Christendom. Werd een Jood ‘christen’, dan behoorde hij tot de kerk en was hij zijn Joodse identiteit kwijt…Vandaar ook dat het voor het Jodendom moeilijk is Messias-belijdende Joden te erkennen. En voor het huidige christendom zijn Messias-belijdende Joden eveneens een probleem. Behoren zij tot de kerk of vormen zij samen met Israël de joods-christelijke gemeente van de eindtijd? Toch zien we te midden van al deze ontwikkelingen en tegenstellingen gestaag een kern van Messias-belijdende Joden groeien zowel binnen als buiten Israël, die zich hun ware identiteit bewust zijn geworden. Zij blijven Jood, ook als zij de Messias belijden! In het hebreeuws noemen zij zich:
‘Jehoediem Mesjichiem’, die zich tot zelfstandige Israëlische gemeenten ontwikkelen. Maar vooralsnog zijn zij
én voor het Jodendom én voor het christendom een probleem. We besluiten dit artikel met er op te wijzen dat het opvallend is, dat er van de 27 keer dat het woord ‘musterion’ in het N.T. voorkomt het 20 keer door Paulus wordt gebruikt. Hij was dus wel bij uitstek geroepen om verborgenheden bekend te maken. Bovendien willen we erop wijzen dat de ‘verzwegen verborgenheid’ van Rom.16:25-26 niet dezelfde verborgenheid is als die van Kol.1:26 en Efz.3:1-10.
Elk heilsgeheim dient dan ook belicht te worden binnen het kader van de context. De verborgenheid van Rom.16:25- 26 heeft alles te maken met het geheel van de Romeinenbrief. De bedeling der verborgenheid -met als kern daarvan de vorming van het ‘samen-Lichaam’(sunsooma)- is een geheel nieuwe fase in Gods heilsplan. Dáár is het onderscheid tussen jood en heiden volledig uitgewist, en zijn die twee samen tot één nieuwe mens geworden, in Christus Jezus (Efz.2:15).
Met deze grote verborgenheid, die van eeuwen en geslachten verborgen was geweest in God, heeft Paulus de openbaring van de heilsgeschiedenis volledig (plero’o) gemaakt (Kol.1:25). Daarmee is de volkomen verlossing van de schepping bekend geworden.
Wim Godijn

Aanbevolen literatuur: van Elie Wiesel (Roemenie, 1928) werd geboren als zoon van orthodoxe joden van Hongaarse afkomst. Werd als kind naar de nazivernietigingskampen Auschwitz en Buchenwald gezonden, en overleefde! In 1963 werd hij Amerikaans staatsburger. Hij ontving de Nobelprijs voor de vrede in 1986.
titel: ‘Nacht’ -een angstaanjagend krachtig boek The New York Times ‘Alle rivieren stromen naar de zee’ -verplichte literatuur- Le Monde des livres l’historie ‘…Toch raakt de zee niet vol’ -een man met een missie- De Volkskrant
www.meulenhoff.nl
Translate »