Sep 262010
 
Geworteld en gegrond in de liefde van Christus

Geworteld en gegrond in de liefde van Christus

Het evangelie naar Markus vertelt ons dat Jezus in vele gelijkenissen sprak aangaande het Koninkrijk Gods. Tot de schare, het volk dat Jezus achterna liep, sprak Hij in gelijkenissen ‘opdat zij ziende niet zien en horende niet begrijpen’, maar aan de discipelen was het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen (Luk.8:10;Mark.4:11,12;Matth.13:10-13).  Als Jezus hen de gelijkenis van de zaaier uitlegt is de kern daarvan: ‘Dit is de gelijkenis: het zaad is het Woord van God (Luk.8:11). In de gelijkenis van het onkruid zegt Jezus: ‘Die het goede zaad zaait is de Zoon der Mensen, en de akker is de wereld (Matth.13:37). Markus zegt in zijn evangelie nog eens met nadruk dat Jezus aan Zijn discipelen afzonderlijk alles verklaarde aangaande de geheimenissen van het Koninkrijk Gods (Mark.4:34). Het Koninkrijk Gods wordt in de gelijkenissen afgebeeld als een groot zaai- en groeiproces (Mark.4:26-34).

Jezus Messias is gekomen om de wet te vervullen, te voltooien, vol te maken. In Hem wordt de belofte van het Verbond vervuld: ‘Mijn spijze is de wil te doen desgenen die Mij gezonden heeft, en Zijn werk te volbrengen (Joh.4:34). Zó is het Woord vlees geworden en het Woord Gods is tevens het zaad van de heilsgeschiedenis. In de heilsgeschiedenis van God – dat grote zaaiproces – vinden we steeds weer de onvoorwaardelijke belofte van het ware zaad dat het Koninkrijk Gods zal verwerkelijken. Door te Torah te vervullen, volbrengt Hij het werk van de Vader. Als een tarwekorrel die in de aarde valt en sterft, heeft Hij Zijn leven prijsgegeven, opdat het veelvoudig vrucht zou dragen. In de beeldende taal van gelijkenissen onthult Jezus de betekenis daarvan: ‘Het zaad is het Woord van God”. Het zaad dat de zaaier zaait is het Woord van God. Het wordt als zaad uitgestrooid en de akker is de wereld. Hoe het komt dat dat zaad ontkiemt en groeit weet de mens niet (Mark.4:26,27). Het máákt geschiedenis en keert niet ledig tot God terug (Jes.55:11).

Het woord ‘zaad’ bepaalt ons dan ook in heel directe zin bij de vijf boeken van Mozes, de Torah, bij de beloften van God. Abraham is immers een zaad beloofd, waarin al de geslachten der aarde gezegend worden (Gen.22:18;Gal.3:8,16). De belofte van dat éne zaad is Christus, de weg ten leven naar de grote voltooiing. De heilsgeschiedenis van God is een geschieden, een gebeuren, dat zich als een zaaiproces in onze wereld voltrekt. Het Goddelijk voornemen (of plan) der eeuwen is dan ook geen noodlotsleer of marionettenspel. Integendeel: het is een wordingsgeschiedenis, een scheppingsgebeuren, dat gewaarborgd is in het éne, goede zaad, Jezus Christus. Het gaat er maar om of de mens zich betrokken weet in die heilsgeschiedenis. Dan brengt hij ook ‘als vanzelf’ vrucht voort. ‘Alleen’, zo zegt Paulus, ‘laat ieder zó leven als God hem geroepen heeft’ (1 Kor.7:17). Dan is er ook geen reden tot polariseren. Er is immers velerlei roeping en taak!

Jezus Christus, het ware zaad dat het Koninkrijk Gods zal verheerlijken, heeft zichvereenzelvigd, heeft zich één gemaakt met het zaad van Abraham. In Hem is het zaaiproces gaande gemaakt en zet het zich voort totdat God alles in allen zal zijn. Daarvan lezen we reeds in Gen.26:12 ‘En Isaak zaaide in het land en hij oogstte dat jaar honderdvoudig, want de HERE zegende hem. En die man werd rijk, ja rijker gaandeweg rijker, totdat hij zeer rijk geworden was.’

In Christus Jezus voltrekt zich de vereenzelviging van de zaaier en het zaad. Alles in het grote zaaiproces van God wordt gericht op en voltrekt zich in één feitelijke gebeurtenis: het Zaad: Jezus Christus! We horen in dit alles het sjema van Israel: ‘Hoor Israel, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is één’. Luister naar de God van Abraham, Isaak en Jacob! ‘Wie oren heeft om te horen, die hore (Mark.4:23), want het is alles vervuld in die Ene, Jezus Messias, het Zaad van Abraham. Daarom is er in ‘Mozes en de Profeten’, het geschreven Woord, ook steeds de onvoorwaardelijke belofte van het ware Zaad dat het Koninkrijk Gods zal verwezenlijken.

Een zaaier die uitgaat om te zaaien wordt zelf – aldus T. Naastepad in ‘Acht gelijkenissen’ – geheel in dat zaaiproces betrokken. Het zaad moet worden prijsgegeven aan de aarde. In dat prijsgeven is de ontkieming van het zaad gewaarborgd. God Zélf is in dat woord dat gezaaid wordt. Dát woord keert niet ledig tot Hem weer. Het volbrengt waartoe het is gezonden. Zo heeft Jezus, als hét Zaad zijnde, dit ook zelf aangekondigd, waargemaakt en gewaarborg in Zijn dood en opstanding: ‘Mijn spijze is de wil te doen desgenen die Mij gezonden heeft, en Zijn werk te volbrengen'(Joh.4:34). In Hem is het zaaiproces begonnen en in principe reeds voltooid. ‘Hij die nedergedaald is (om het werk van de Vader te volbrengen), Hij is het ook die opgevaren is ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen (Efz.4:10). Om alles in het heelal te voltooien, tot één te  maken, vol te maken van Zijn heerlijkheid. Dat is het zaaiproces van het Koninkrijk Gods, de weg naar de  voltooiing van de achtste dag, waarin alles nieuw zal zijn.

Het zaad moet in de aarde vallen en sterven. Zo moet de oude schepping sterven, opdat alles hernieuwd kan worden tot een nieuwe schepping. De apostel Paulus heeft in Rom.9 t/m 11 de geheimenissen van de heilsgeschiedenis aangaande Israel en de volken bekend gemaakt. Aan het slot van zijn betoog komt hij tot een lofverheffing: ‘O diepte van rijkdom, van wijsheid en van kennis Gods, hoe ondoorgrondelijk zijn zijn beschikkingen en hoe onaspeurlijk zijn wegen…Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen: Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid! (Rom.11:33,36).

Vervuld zal worden hetgeen door de profeten is gesproken: ‘In de komende dagen zal Jacob wortel schieten, Israel bloeien en uitspruiten, zodat zij de wereld met vrucht vervullen. ‘Want zoals de aarde haar gewas voortbrengt en een hof zijn zaaisel doet uitspruiten voor het oog van alle volken’ (Jes.27:6;65:11). Het Koninkrijk Gods is als een mosterdzaadje. Het kleinste zaadje groeit uit tot een boom, ja, het overtreft alle andere gewassen in grootte.

De door Jezus uitgesproken gelijkenissen hebben betrekking op Israel, het volk van de Torah. Het moet naar de richtlijnen van de Torah de weg ten leven bewandelen. Als Israel deze weg niet gaat, kiest het voor dood en chaos.Dat wordt in de gelijkenissen uitgebeeld als onkruid dat bijeen verzameld en verbrand moet worden. Of als zaad dat op verkeerde plaatsen terecht komt en geen goede voedingsbodem heeft. Israel is gestruikeld, maar de belofte van het Verbond wordt vervuld ‘in het zaad van Abraham, hetwelk is Christus’ (Gal.3:16).

De apostel Paulus breidt de geheimenissen van het Koninkrijk Gods uit tot de grote Verborgenheid, het geheimenis van Christus. In Hem zullen hemelen en aarde tot één gemaakt worden. Zoals nu reeds in de Gemeente, het Lichaam van Christus’ Jood en heiden tot één gemaakt zijn. In Christus Jezus geschapen tot de nieuwe mens, het beeld Gods (Efz.2:14;4:24;Kol.3:10). De heilsgeschiedenis van God, het grote zaaiproces, is immers gewaarborgd in de dood en opstanding van Jezus Christus: ‘Indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort’. Zo sprak Jezus toen Hij aankondigde welke dood Hij moest sterven (Joh.12:23,24,33). Wil het gezaaide zaad ontkiemen, dan moet het eerst sterven. Zaad en Woord zijn één, zoals God één is, zoals ook woord en daad één zijn. ‘Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden dat geworden is’ (Joh.1:3). De heilsgeschiedenis van het Koninkrijk Gods is alzo een wordingsgeschiedenis, een scheppingsgebeuren.

Schepping en bevrijding uit Egypte worden in de Schrift ook in één adem genoemd. Want scheppingsgeschiednis is een bevrijdingsgeschiednis. Als gelovigen, als leden van Christus’ Lichaam, kunnen wij nu reeds in Hem voltooid zijn. Het is de Grote Verborgenheid waarmee Paulus de Schriften heeft mogen voltooien. De gehele volheid van God is in Christus belichaamd en wij hebben de volheid verkregen in Hem (Kol.2:10). Het is een totale vereenzelviging met Christus in Zijn dood en uitopstanding en samen met Hem gezet in de hoogste hemelen, in de rechterhand des Vaders, als deel van Zijn Lichaam (Efz.2:4-7;Kol.2:12).

In Christus Jezus, die als Eersteling van de oogst, van tussen de doden uit is opgewekt, opdat het heelal – in en door en tot Hem – geheel tot voltooiing zou komen. Het is het grote zaaiproces van God, dat door de profeet Jesaja op treffende wijze wordt uitgebeeld als een scheppingsgebeuren. ‘Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten. Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, alzo zal Mijn woord, dat uit Mijn mond uitgaat, ook zijn: het zal niet ledig tot Mij wederkeren, maar het zal doen wat Mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend’ (Jes.55:8-11).

Zo kunnen ook wij ons betrokken weten in die heilsgeschiedenis, het grote zaaiproces, dat door God, de Vader, in Christus Jezus is gaande gemaakt. ‘Opdat Christus door het geloof in onze harten woning make’, zodat het Woord Gods daar ontkiemen kan en tot volle wasdom kan komen. Geworteld en gegrond in de liefde van Christus zullen we dan vervuld worden tot álle volheid Gods (Efz.3:17-19). Christus Jezus, de hoop der heerlijkheid Gods, is onze vrede!

Wim Godijn

Translate »