Vervolg “De samen – opwekking met Christus”

 Artikelen  Comments Off on Vervolg “De samen – opwekking met Christus”
Oct 042009
 

49e  jaargang – oktober 2009 – Artikel 2

We merkten reeds op, dat het zeer opvallend is dat in Rom.6 en 7 veelal het woord “thanatos” gebruikt wordt. In deze hoofdstukken gaat het expliciet over de dagelijkse strijd tegen de zonde en de nieuwe levenswandel in Christus daartegenover. Het is vooral in Rom.7 de strijd tussen de goede en de boze wil, de strijd tegen de zonde als macht. Geestelijke dood tegenover geestelijk leven. Dat het ook in Fil.3:10 over de levenswandel van Paulus gaat en niet over een (te letterlijk genomen) uitopstanding na drie dagen (of kort daarna) blijkt eveneens uit het daar gebruikte woord “thanatos”, nl. Jezus’ dood gelijkvormig wordende. Het gaat in Fil.3 uitdrukkelijk over Paulus’ levenswandel, de radicale omkeer van zijn vroegere levenswandel als farizeeër bij uitnemendheid en zijn “gegrepen- zijn door Christus”, door de verschijning van de verhoogde Christus” op weg naar Damascus. In zijn sterfelijke bestaanswijze (de thanatos-toestand) verlangt hij om Jezus in zijn aardse levenswandel te volgen, in lijden en sterven. En dat kán hij alleen door Christus gelijkvormig te worden in Zijn opstanding.

Paulus is zó “gegrepen door Christus” dat hij ten volle “in nieuwheid des levens” wil wandelen, om zo veel als hem maar mogelijk is “één plant met Hem te worden in Zijn dood en opstanding,” (Rom.6:4-10). Rom.6 en Fil.3 zijn – wat de levenswandel van Paulus betreft – geheel identiek. Het is inderdaad als “een wensdroom” van Paulus te beschouwen: “Hij jaagt er naar of hij het ook grijpen mocht”. Christus’ dood en opstanding gelijkvormig te worden, dát wil hij in zijn nieuwe levenswandel zo mogelijk volledig verwerkelijken. En dat zóu hij alleen kunnen verwerkelijken “door de kracht Zijner opstanding”, “bezittende de gerechtigheid door het geloof van Jezus Christus, (Fil.3:9-11). Paulus heeft dit intense verlangen als wensdroom echter nog niet gegrepen, maar blijft jagen naar dit hoogste doel, nl. “de prijs der roeping Gods, die (van) boven is, in Christus Jezus”. In de Fil.- brief staat Paulus reeds heel dicht bij de nieuwe openbaring van Godswege: De Verborgenheids brieven Ef./Kol., waar Paulus wat betreft deze toch niet te verwerkelijke wensdroom (Fil.3:12-14), een nieuwe impuls, een nieuwe onthulling krijgt, nl. in de “samen opwekking met Christus uit de nekros dood”!
(Ef.2:5-6;Kol.2:12).

In zijn levenswandel, als mens hier op aarde, gaat het om Christus gelijkvormig te worden in Zijn thanatos dood en opstanding, geheel in de sfeer van Rom.6, het “één plant met Hem worden in Zijn dood en opstanding”. En in de Efezebrief gaat het om de “samenopwekking” met Christus uit de nekros dood (die de afsnijding van het leven is) “naar de werking van de sterkte van Zijn macht”. En de gemeente, het lichaam van Christus, is mede – samen opgewekt met Hem – uit die nekros dood. Het is de grote Exodus, de uittocht, de uit-opstanding “van tussen de doden uit”, welke in Christus Jezus is, als Eersteling en Eerst-geborene uit de doden, is begonnen! Men leze en bestudere vanuit deze hernieuwde gezichtspunten Rom.6 en Fil.3. En daarná de “onnaspeurlijke rijkdom van Christus” (Ef.3:8) waarmee aan Paulus de verborgenheden Gods – die van alle eeuwen en geslachten verborgen was gebleven in God – worden geopenbaard, (Ef.3:3-9;Kol.1:25-27). Een overgang naar een nieuwe heilsfase en een nieuwe verhouding van Christus t.o.v. de gemeente in een niet te scheiden eenheid als die van hoofd en lichaam: Christus het Hoofd en de gemeente als Zijn Lichaam! Dit is o.i. ook in overeenstemming met de (historische) chronologische volgorde van Paulus’ brieven. Zijn oudste brieven waren de Thes.-brieven, vervolgens de Kor.-brieven, de Gal.-brief en de Rom.- brief. Dan volgen na de Handelingen periode de pastorale brieven Titus en Timotheus, dan de Fil.-brief als inleiding en voorbereiding van Paulus’ laatste brieven, Ef./Kol.-brieven. En het is nog in de Fil.-brief, waar Paulus spreekt over wat men is gaan noemen de “bijzondere uitopstanding”. De heilsfase van de verborgenheid, bekendgemaakt in de Ef./Kol.-brieven, was toen nog niet geopenbaard. Welnu, Paulus beschrijft in Fil.3 zijn “wensdroom”: in zijn levenswandel Christus gelijkvormig te worden in Zijn dood (thanatos) en opstanding. Daar blijft hij naar jagen. Het is een niet te verwerkelijke wensdroom! En juist daarom ook die slechts éénmalige voorkomende term “eis ten exanastasis ten ek nekron” in Fil.3:11! En eerst in de Ef./Kol.-brieven wordt het Paulus onthult hoe dit wél kan, nl. in de “samen opwekking” met Christus uit de doden.

Paulus’ (onzichtbare) opwekking uit de doden is reeds gerealiseerd in Christus’ (onzichtbare) opwekking uit de doden. En zó is Paulus’ leven nu verborgen (onzichtbaar) met Christus in God. Opdat ook hij, samen met Christus én de gemeente, die Zijn lichaam is, verschijnen zal in heerlijkheid! (Kol.3:1-4). Het is – hetzij nog maar eens gezegd – de voltooiing van het heil in Christus Jezus, die na Zijn opstanding door God tot Heer en Messias is gemaakt. En zeker in onze tijd – we merkten het reeds op – mag dit wel eens nadrukkelijk herhaald worden. Het is nl. op zich verheugend dat er een terug keer is naar het “geworteld zijn” in de Joods/Hebreeuwse denkwereld.

Wim Godijn

‘Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen,
die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.
Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem
verschijnen in heerlijkheid’ (Kol.3:1-4).

Translate »