Jubeljaar – De Tempel in het centrum van de tijd het allerheiligste voleinding en de volheid van tijd – editorial

 Actualiteit, Artikelen  Comments Off on Jubeljaar – De Tempel in het centrum van de tijd het allerheiligste voleinding en de volheid van tijd – editorial
Jan 202011
 

50e jaargang – januari 2010 – Artikel 1

De apostel Paulus zegt: ‘Staat dan in de vrijheid, met welk ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen’ (Gal. 5:1). Hij zegt dit met het oog op ‘het voornemen der eeuwen’, implicerend het grote doel van de verlossing.

Vanaf de 20e eeuw lijkt er sprake van de ‘wederoprichting aller dingen’ die uitloopt in de komst van Christus Jezus (Hand. 3:19-21). Tegelijkertijd is daarmee een ‘volheid van tijd’ aangebroken of wel een ‘Jubeljaar’, hetgeen 50 jaren omvat. ‘Dan zult gij bazuingeschal doen rondgaan in de zevende maand op de tiende van de maand; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen rondgaan door uw ganse land.

Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren (Lev. 25:9-10). Dit vreugdevolle ‘terugkeren’ in het ‘Jubeljaar’ vond telkens plaats in het 50e jaar, dus aan het eind van de (7×7) 49 jaren. In Ex. 21:1-6 lezen we over een slaaf die ondanks dat hij zich in het zevende jaar kan vrijmaken, maar die zó gehecht is aan de toestand van het gebonden zijn zich daarom aan zijn heer blijft hechten, hij naar de deur geleid wordt, waar dan zijn oor met een priem doorboord wordt om voor ‘eeuwig’ slaaf te zijn, bij zijn heer. Niettemin blijkt dat ‘eeuwig’ toch ook een maat te hebben, zoals we hebben gezien dat in het vijftigste jaar vrijheid wordt afgekondigd voor al zijn bewoners. Dan keren de slaven terug, ieder ‘tot zijn bezitting en tot zijn geslacht.’ Ook zij, die in het zevende jaar geweigerd hadden om de vrijheid te nemen, gaan nu toch weg.

Eeuwige wereld

Eeuwige wereld

Het ‘eeuwig’ wil dus zeggen: zo lang deze zevende dag duurt. En die duurt, op z’n langst, zeven maal zeven, dus 49 jaar. Met het 50e treed echter een andere wereld in, en dan blijkt dat eeuwig dus alleen maar betekenis te hebben gehad voor die ronde wereld van de zevende dag welke zo oneindig scheen, zo ‘eeuwig’. Het woord eeuwig (hebreeuws) ‘olam’, dat ook wereld betekent en dan dus het oneindige in tijd en ruimte uitdrukt, heeft als stam het woord ‘ol’, hetgeen ‘juk’ betekent, dus: het wezen van ‘eeuwig’ in onze wereld heeft het karakter van een juk. Het houdt in de knechtschap aan de wereld, het gebonden zijn aan de materie. Vandaar het spreken om zich van dát juk te bevrijden, en een ander juk op te nemen en van Hem te leren, ‘want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht’ (Matt. 11:29-30).

Dus op die achtste dag na die zeven maal zeven, als het 50e is ingetreden, dan is er een nieuwe wereld, dan is er voor iedereen een terugkeer naar zijn oorsprong, zoals dat in beeld wordt uitgedrukt: naar bezitting, die dan weer tot hem terugkomt en naar zijn geslacht, waarheen hij terugkeert. Het is Jezus die op de achtste dag het graf verlaat: ‘wat zoekt gij de levende bij de doden? Hij is hier niet, Hij is opgewekt (Luk. 24:5-6). Dus ook hier weer na die ‘zevende’ dag! Zo zien we heden ten dagen dat Israël op zoek is naar dat ‘Jubeljaar’! Ook in die zin zijn er al velen uitgegaan uit die eeuwenlange ‘diaspora’ van slaafse onderdrukking en dood!
Het is een beeld uit de profetie van Ezechiël waar de Here God zegt: ‘kom van de vier windstreken o geest, en blaas in deze gedoden, zodat zij herleven’ (Ezech. 37:9). In de voorbije 20e en deze 21e eeuw zien we een aantal patronen in het ‘profetische woord’ (chronofetie) dat is een ‘chronologische’ volgorde tot stand komen, waarin ons getoond wordt hoe Gods plan voor deze wereld met Israël, de volken, en de Gemeente der verborgenheid, mathematisch in elkaar zit en gebaseerd is op tijd cyclussen.
Het Bijbels navigatiesysteem kent talrijke ‘Routepunten’ die onze begeleiding vormen over de afgelopen 2590 (70+2520) + (5) jaren (2010) vanaf de verwoesting van de eerste Tempel in 586 v. Chr. door Nebukadnezar, waar toen het moment aanbrak van de tijden der Heidenen. En in deze 21e eeuw is het nu bijna tijd voor de landing! In het boek Openbaring van Jezus Christus lezen we over een ‘meetroede’ in de context van 1260 dagen (Opb. 11:3). Zo vinden we drie vaste tijd lengtes in de Bijbel in deze zo wonderbaarlijke chronologische voorspellingen, het zijn:

  1. 1260 (Dan.7:25;12:7; Opb.11:3;12:14;13:5).
  2. 2520 (Dan. 9:27). 3e. 70 (Jes. 23:15-17;Jer. 25:11;29:10; Dan. 9:24).

Dr. E.W. Bullinger legt in zijn boek ‘The Witness of the Stars’ op blz.181 uit dat twee van deze getallen te vinden zijn in de terugkerende zon en maansverduisteringen. Een cyclus duurt vrijwel exact 18 jaar en gemiddeld bevat een cyclus 70 van dergelijke eclipsen (18×70=1260!)
De ecliptica herhalen zich vrijwel precies 18 jaar en 11 dagen later. Er zijn 70 ecliptica in de volledige cyclus, waarvan er 33 met volledige verduistering en 37 met gedeeltelijke verduistering. De zon en maan zijn tot TEKENEN en tot GEZETTE TIJDEN, en tot DAGEN en JAREN (Gen.1:14-16;Ps.104:19). Deze vaste lengtes van 70, 1260 en 2520 jaren worden in de Bijbelse Chronofetie gebruikt om onze ‘Routepunten’ te meten. Indien we nu vooruit gaan meten in de tijd is het van belang ons punt van uitgang in de geschiedenis tot op het jaar nauwkeurig vast te stellen, willen we het jaar van ‘bestemming’ exact te weten komen. God heeft er op wonderbaarlijke wijze in voorzien dat de jaartallen van ‘uitgang’ in de geschiedenis nauwkeurig bekend zijn. Ze liggen allemaal in de periode van 500-700 v. Chr., waarvan prof. Thiele zegt op blz.161 van zijn boek ‘The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings’: ‘Deze periode is in sommige opzichten de meest interessante en vruchtbare voor de bestudering van de Bijbelse chronologie, want er is geen andere periode met zoveel gedetailleerde chronologische informatie.’ Datums worden niet alleen in termen van jaartallen gegeven, maar veelvuldig met vermeldingen van maanden en dagen. Ook komen over en weer verwijzingen tussen Hebreeuwse en Babylonische koningen voor, zodat bepaalde gebeurtenissen NAUWKEURIG GEDATEERD kunnen worden. Als we stilstaan en mijmeren over dit ongelooflijke patroon(en) dat meer dan vijfentwintig eeuwen geleden begon en nu te voorschijn komt in onze tijd, worden we er zeker toe gebracht onze harten uit te storten in lof aan God voor Zijn planning en besturing van de wereldgeschiedenis.

‘Ik ben God en er is geen God gelijk Ik; Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet zijn geschied’; (Jes. 46:9- 10) ‘De Here der heerscharen heeft gezworen, zeggende: Indien niet, gelijk Ik
gedacht heb, het alzo geschiedde, en gelijk Ik beraadslaagd heb, het bestaan zal!’; (Jes. 14:24) ‘Want het gezicht zal nog tot een bestemde tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven’ (Hab. 2:3).

We kunnen nu al zo’n 5 ‘Routepunten’ vaststellen met onze ‘meetroede’ in de context van de drie vaste tijd
lengtes die in de Schrift gegeven zijn: 1260-2520-70. Ook hier geldt weer, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar (Ezech. 4:1-6). Eén daarvan aangaande ons onderwerp is het volgende. Als we de volle lengte van onze meetlat (1260+1260+70) in zonnejaren uitzetten vanaf 624 v.Chr., de opkomst van het Babylonische rijk, komt een verbazingwekkend patroon naar voren. Onze meetlat met vaste lengtes past precies in VIER historische datums van uitzonderlijke profetische betekenis:

  1. 624 v. Chr. De opkomst van het Babylonische Rijk.
  2. 637 A.D. Kalief Omar verovert de stad Jeruzalem (1260 zonnejaren).
  3. 1897 A.D. Eerste Zionisten congres in Wenen (1260 zonnejaren).
  4. 1967 A.D. Israël verovert het oude (Oost) Jeruzalem en het Tempelplein (70 zonnejaren).

Hier uit komend in 1967 dus 70 jaar na 1897, waarin na eeuwenlange overheersing door (niet-Joden), de oude stad Jeruzalem, en wat belangrijker was, de Klaagmuur en het Tempelplein, veroverd werd door de Israeli’s op de Arabieren. De commandant van de paratroepen van Israël, generaal majoor Uzi Nariciss, schreef later: ‘Het was alsof ik in een andere wereld was…Ik voelde me een deel van het hele Joodse volk, dat na 2000 jaren naar dit moment had uitgekeken.’ Een profetische schrijver uit Amerika schreef in oktober 1968 het volgende: ‘Vanaf juni 1967 moeten we een overgangsperiode zijn ingegaan tussen het einde van dit tijdperk en het nieuwe begin van een nieuwe periode. De Bijbel laat zien dat tijdperken van verlossende geschiedenis niet abrupt eindigen of plotseling opnieuw beginnen. Er was een overgangsperiode tussen het Oude en Nieuwe Testament. We kunnen dan ook een dergelijk interval verwachten tussen de huidige periode van ‘genade’ en het komende Messiaanse Rijk. Het is overduidelijk dat we ons in die overgangsperiode bevinden.

In zijn boek ‘Temple at the Center of  Time’ ontcijferd David Flynn als éérste, waar Isaac Newton naar op zoek was in ‘Bible Prophecy’ – ‘the prisca sapienta’ – de zuivere kennis, en toen niet vond. Newton kon niet hebben geweten dat de sleutel die hij hanteerde juist was en voor hem lag. De technologie die dit heden ten dage openbaart bestond in zijn dagen nog niet! Ook bij Newton was het getal 2520 de sleutel tot het verstaan van de verborgen profetische richting, en het bovennatuurlijk ontwerp van profetie en tijd. Ontleend aan het opschrift op de muur met de woorden ‘MENE MENE TEKEL UPARSIN’ die volgens Newton een muntwaarde (2520) vertegenwoordigde en waar met het oog op Ezechiëls toekomstige Tempel in Jeruzalem als een standaard van gewicht het Israëlische betaalmiddel ‘shekel’ tegenkomen (Dan. 5:25; Ezech. 45:12). Wat was Newton’s oogmerk hierbij?

Volgens de Joodse wijzen, was de specifieke plaatsbepaling van Gods Tempel op aarde evenzo belangrijk als haar inwendige afmetingen. Daar het hier niet een mens is geweest die haar ligging had vastgesteld voor haar constructie en bouw, maar deze gegeven was door de wet van God: ‘Dit is de wet voor het huis: op de top van de berg zal zijn gehele
gebied aan alle kanten allerheiligst zijn. Zie, dit is de wet voor het huis.’… De Almachtige was ook de ontwerper van de Tempel, overeenkomstig Zijn plan (Ezech. 43:12; 1 Kron. 28:11-19).

Newton vergeleek Ezechiëls toekomstige Tempel met die van koning Salomo uit 1 Koningen 6 en de tweede Tempel vanuit de beschrijving van Flavius Josephus en de Talmud om hun verhoudingen in een complete ‘profetische’ symmetrie te brengen. Zo heeft David Flynn ontdekt dat historische en toekomstige gebeurtenissen aangaande Israël, Jeruzalem en de Tempel alles te maken hebben met het binnenste of het hart van de Tempel zelf, dus daar waar de ark stond. Vanuit dat punt komen de afstanden uitgedrukt in ‘zee- en statute mijlen’ overeen met gebeurtenissen die in een bepaald jaar plaatsvonden:

  1. In 587 BC de val van Jeruzalem (587 statute miles Jeruzalem-Nippur).
  2. In 539 B.C. de val van Babylon (539 statute miles Jeruzalem-Babylon).
  3. In 1948 A.D. Engeland terug uit Palestina/ Staat Israël (1948 zeemijlen Jeruzalem-Londen).
  4. Mekka-Susan-Eden, 666 zeemijlen van Jeruzalem (Opb. 13:18).
  5. In 1799 A.D. Napoleon verklaart, Palestina thuisland voor de Joden (1799 zeemijlen Jeruzalem-Parijs).
  6. Lateraanse concilie (2.520.000 yards Jeruzalem-Rome (Dan.9:27).

Zo laat Flynn zien dat óók Washington naar afstand en tijdsfactor een zeer aanmatigende rol zal spelen! Verder zegt Flynn dat ook de getallen 33, PI (3.14159265 = de verhouding tussen de omtrek en de middellijn van een cirkel), en 360 (dagen van een profetisch jaar) duidelijk aanwezig zijn in al de grote historische gebeurtenissen van de Eerste en Tweede Tempel en misschien is de meest betekenisvolle correlatie tussen de ‘cirkel’ en de historie (en toekomstige) van de Tempel(s) gelegen in het jaar van de inwijding van de Eerste Tempel van Salomo in 960 B.C. Dan rekent Flynn als volgt: PI keer 960 = 3,015.928947… met de vraag of dit getal ook kan worden omgezet in ‘profetische jaren’? Als we dit getal omrekenen door het te vermenigvuldigen met 360 dagen en delen door 365.242 dagen als zonnejaren komen we uit op 2.972.64394861. Als dit getal het totale aantal jaren betekent vanaf de inwijding van de Eerste Tempel van Salomo in 960 B.C. tot de inwijding van de Derde Tempel die zal worden gebouwd voor de Tweede komst van Christus Jezus, dan wijst de uitkomst op het jaartal op 2012 A.D. (2.972 jaren – 960 B.C.= 2.012 A.D.)

Salomon's tempel

Salomon's tempel

Gods plan met ‘het voornemen der eeuwen’ (gr. aionen) zijn gestoeld op vastgestelde tijden. Alleen al dit feit stelt ons in staat om rustig te wachten op het heil van de komende verlossing.

In het binnenste deel van de Tempel ofwel het ‘Heilige der Heiligen’ bevond zich de ark van het verbond met het verzoendeksel en de cherubim aan weerskanten. De ark bevond zich dus onder de beschermende vleugels van de cherubim. De Hogepriester sprenkelde één keer per jaar op Grote Verzoendag het bloed van de stier met zijn vinger op het verzoendeksel aan de voorzijde, en vóór het verzoendeksel deed hij dat zevenmaal. Het was de plaats waar God in de wolk verscheen boven het verzoendeksel (Lev. 16:2,14).

De geestelijke Tempel Gods, waarvan het stenen gebouw een afschaduwing is, is het domicilie, het burgerrecht uit het burgerschap voortvloeiend van de Gemeente die Zijn lichaam is (het allerheiligst) daar waar God zélf woont. Het is de samenvoeging in een nieuwe gemeenschap voor Jood en Heiden, die twee één gemaakt in de nieuwe Mens Christus Jezus, geschapen naar het beeld Gods, en weder verzoend door het kruis, heeft Hij vrede verkondigd aan hen die veraf en dichtbij waren (Efz. 2:14-22). Zo wast ook dit bouwwerk in Hem, goed ineensluitend op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook wij mede gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

De Hebreeën brief vertelt ons dat Hij eenmaal bij de voleinding der eeuwen is verschenen om door Zijn offer de zonde weg te doen (Hebr. 9:26). Het begrip ‘de voleinding der eeuwen’ (gr. epi sunteleia ton aionon) vraagt verder enige toelichting. De Septuagint (LXX) gebruikt het woord ‘sunteleia’ in Ex. 23:14-16 waar ons meer duidelijkheid wordt gegeven. De Israëlieten moesten drie maal per jaar een feest houden voor het aangezicht van de Here en wel bij:
1. Het feest der ongezuurde broden.
2. het feest der weken van de oogsttijd.
3. het feest van de inzameling (sunteleia) op ’t eind van het jaar, het Loofhuttenfeest.

De onderwezen Hebreeërs zagen in de ‘Feesten van Israël’ (Lev. 23), ’t plan aangaande het ‘voornemen der eeuwen’. Zij zagen in dat de Messias het ware Offerlam was en de Eersteling van de opstanding uit de doden. Het Loofhuttenfeest in de zevende maand, de inzameling van de oogst (sunteleia) verlevendigde de hoop in het uitzien naar de
voleinding der eeuwen. Zo lezen we in Hebr. 1:1 over ‘in het laatst der dagen’, en in Gal. 4:4 over de ‘volheid des tijds’.

Zo zijn daar nu reeds bijna 2000 jaar verstreken, deze zo lange ‘tussentijd’ ligt in het feit dat daar een ander bedeling (bestuur) is tussen geschoven, en wel die van ‘Paulus gevangenschapsbediening’ (Hand. 28:26-28; Efz. 3:1). Gedurende die Handelingentijd was daar een levendige verwachting naar het tegemoet zien van hun Here. De apostel Petrus had geen moeite als hij sprak over de de ‘gave van de Geest’ en de tekenen van ‘bloed en vuur en rookwalm’ die samenvielen in de ‘sunteleia’ de ‘voleinding der eeuw’ (Hand. 2:17- 21). Zo ook viel de ‘Grote Verzoendag’
in de zevende maand ‘Tishri’, gelijk met het feest van de inzameling der oogst. De voorwaarde van het verwachtingspatroon gedurende de Handelingentijd is gelijkend aan het moment wanneer de Hogepriester het ‘allerheiligste’ binnentreed, waar gedurende die tijd het volk wachtte op zijn tweede verschijning, waarbij zij op dat moment pas verzekerd waren van de vergeving en aanvaarding. Het feit dat deze tweede verschijning van de ware Hogepriester nog niet heeft plaatsgevonden, en dat Israëls ‘zekerheid’ van vergeving en aanvaarding hiermee is uitgesteld, dat alles was het anticiperen in het plan wat in de ‘Feesten van Israël’ verborgen ligt Hebr. 9:28).

Tenslotte weer terug naar het ‘Jubeljaar’ het 50e, dat van kracht wordt na de 7×7=49 jaren.

Prof. F. Weinreb zegt over het ‘Jubeljaar’ het volgende: ‘als zou de wereld zich nog één stap verder ontwikkeld hebben dan zou zij voor altijd verloren zijn geweest’. Deze 49 jaren stellen dus de ultieme grens, want voorbij deze grens de 50e treed er een andere wereld in! Zo is de geopolitieke wereld heden ten dage bezig om die ultieme grens aangaande het ‘beloofde land’ en de afmetingen daarvan als het gaat om het Bijbelse hartland van ‘Judea en Samaria’ met de stad Jeruzalem te verleggen over die grens heen naar een uitzichtloze ontwikkeling gelijkend op een repeterende breuk die zich eindeloos blijft herhalen. We hebben gezien met onze ‘meetroede’ dat de Schrift drie vaste tijdlengtes van 1260-2520-70 bepaald in de ‘chronofetie’ om de ‘Routepunten’ te meten.

Eén heel bijzonder ‘Routepunt’ was het jaar 1967 waar op de 7e juni na een tussentijd van bijna 2000 jaar de ‘sjofar’ geblazen werd op de plaats waar de Tempels en in haar het ‘allerheiligste’ heeft gestaan. Zo lijkt het er veel op dat we vanaf dat routepunt een periode zijn ingegaan die ons leidt naar de ‘voleinding (sunteleia) der eeuw (aioon)’. Koning Salomo zei het al in Pred. 3:15 ‘Wat is, was er reeds lang, en wat zal zijn, is reeds lang geweest; en God zoekt weer op wat voorbijgegaan is’. De herstelwerkzaamheden aan de stad Jeruzalem zoals het was in dagen van Ezra en Nehemia zijn ook vandaag in volle gang. Daar is een hunkering in het land naar de herbouw van de Tempel, die weleens dichtbij kan zijn. De profeet Daniël bad over die 70 jaren, maar hij moest zich richtten op een langere periode van 70×7 of 490 jaren, die verdeeld werd in drie delen van 7×7 of 49 jaren, startend bij het bevel om Jeruzalem te herbouwen, vervolgens
de 62×7 of 434 jaren die startte met de voltooiing van de muur tot aan de uitroeiing van een gezalfde (Messias).

Tenslotte is daar de laatste van 1×7 of 7 jaren, de finale jaarweek die dan uiteindelijk de ‘grote verdrukking’ beslaat uit de ‘Apocalyps’ (Dan. 9:1-27; Opb. 16:1-21). In de tweede helft van die laatste jaarweek, dus in de laatste drieënhalf jaar zal daar de ‘valse Messias’ (de mens de zonde en verderf) zich in de dan aanwezige derde Tempel Gods zetten, om aan zich te laten zien, dat hij een ‘god’ is; maar hem zal de Here (Jezus) doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn komst (2 Thess. 2:4-8). Omdat de man (engel) Gabriel uitdrukkelijk onderscheidt maakt aangaande de weken, dus het niet geoorloofd is deze weken maar bij elkaar op te tellen tot 69 weken, moeten we erkennen dat we daar nog een periode hebben in de Handelingentijd van nog eens 5×7 of 35 jaar gerekend vanaf de zalving of doop in de Jordaan in het jaar 27 A.D. tot aan het jaar 62/63 A.D. ofwel Hand.28:26-28, waar Israël opnieuw lo-Ammi wordt, we dan uitkomen op een totaal van 67 weken (62 en 5).

Na een lange tussenperiode en een stil zwijgen van de ‘Eeuwige’ zijn zich vanaf 1897 vele profetieën in deze laatste 120 jaar (1897-1947 — 1967- 2017) 120 (50+70) aan het vervullen, en is het wachten op het moment dat ‘Ik van Mijn Geest zal uitstortten op al wat leeft’ (Joel 2:28). Vanaf die 7e juni 1967 worden die 7×7 jaarweken of 49 jaar a.h.w. herhaald, (uit de Ezra en Nehemia tijd) waarbij op het 50e jaar een ‘Jubeljaar’ zich zal manifesteren op 23 september 2015 exact een ‘Grote Verzoendag’, waar het Lam staande als geslacht in de ‘Hemelse Tempel’ zich gaat manifesteren als de Leeuw uit de stam van Juda de wortel Davids om de verzegelde boekrol met de zeven zegels te verbreken (Opb. 5:1-14). Het ligt hierbij dus voor de hand dat de daar nog 3 openstaande zevens hun loop moeten krijgen overeenkomend met de zeven zegels, de zeven bazuinen, en de zeven schalen die de profetieën in het boek de ‘Apocalyps’ de Openbaring
van Jezus Christus naar haar voleinding zullen brengen!

We leven in een tijd waarin de Messiaanse Koning zich wederom in een ‘volheid van tijd gaat’ openbaren. Zijn geboorte in Bethlehem ging toen gepaard met oogverblindende planetenconstellaties rondom de zon. De ‘Eeuwige’ heeft toen de aandacht van de gehele wereld op dat gebeuren in Israël bevestigd, door dat tijdstip van de geboorte vast te leggen in de stand van de planeten, waar de apostel Johannes dat tijdstip astronomisch heeft aangegeven in Opb. 12:1-5, zodat die aanwijzingen hedendaagse astronomen in staat stellen nauwkeurig de stand van de planeten in die tijdsperiode te reconstrueren.

De mensheid kan uit de Schriften, bevestigd door Gods tekenen in de planetenwereld, precies weten dat de geboorte van de Here Jezus Christus heeft plaatsgevonden op de 1e Tishri van het jaar 3 voor onze jaartelling. Het was de dag van het ‘bazuingeschal’ op ‘Rosh Hasjana’ dat een nieuw Joodsburgerlijk jaar inleid en overgebracht op onze Romeinse kalender de 11e september was in het jaar 3 B.C. Wederom zullen daar naar de Schriften tekenen aan zon en maan zich voordoen bij het naderbij komen van de Messias (Luk.21:25-26). Aanzetten hiervan vonden plaats in de jaren 1949 en 1950 nadat Israël in 1948 een zelfstandige Staat werd. Evenzo was dit het geval bij de hereniging van Jeruzalem in 1967 en 1968, waar in die jaren op ‘Pesach/ Pasen’ en ‘Sukkot/Loofhuttenfeest’ (Joodse feestdagen) 4 opeenvolgende maaneclipsen (een bloed rode maan) te zien waren.

Het eerst volgende (tetrads) viertal doet zich voor in 2014 en 2015. Het religieuze jaar begint dan met een totale zonsverduistering op de 1e Nisan, met twee weken later gevolgd door een bloed rode maan op ‘Pesach’. Het burgerlijk jaar opent dan met een zonsverduistering op de 1e Tishri/Rosh Hasjana, gevolgd door weer een bloed rode maan op het ‘Loofhuttenfeest’ in 2015, zie afbeelding op pag. 10 (Joel 2:31; Matth. 24:29-30).

Op z’n minst gezegd is dit fascinerend!

We hebben het hier niet over een christelijke of kerkelijke feestkalender, maar over ‘Mijn gezette hoogtijden.’ Ook aan Joodse zijde, was daar een zekere Juda Ben Samuel, bekend als Juda de Vrome die zich bezig hield met gematria (de interpretatie van woorden op grond van de getalswaarde van de Hebreeuwse letter) en berekende dat vanaf het jaar dat de Osmanen (Turken) Jeruzalem bezetten, het acht ‘Jubeljaren’ zou duren tot zij weer uit Jeruzalem verdreven zouden worden. Dan zou Jeruzalem één ‘Jubeljaar’ lang ‘niemandsland’ zijn en in het negende ‘Jubeljaar’ weer in handen van het Joodse volk komen. Pas driehonderd jaar nadat Juda Ben Samuel dit had opgeschreven, veroverde de Turken in 1517 Jeruzalem. Vierhonderd jaar later (8×50) in 1917 maakt de Engelse Gen. Allenby een einde aan de heerschappij van de Turken over Jeruzalem. Van 1917-1967 was Jeruzalem ‘niemandsland’ (onder Brits mandaat, daarna tot 1967 onder Jordaans bestuur) tot die dag, toen in 1967 Jeruzalem door Israël werd veroverd. Die dag begon in het negende ‘Jubeljaar’ als bij een voldragen zwangerschap.
In die zin leven we in de ‘negende maand van de geboorteweeën’ van de komende Messias, de terugkerende Christus, Jezus van Nazareth. Dit betoog is geen bangmakerij of Griekse Mythologie over gebeurtenissen in de oertijd van die godenwereld, maar gestoeld op feiten en gegrond op de Eeuwige Trouw van God en Zijn Woord. Deze zekerheid is een bron van vreugde!

Staat dan in die vreugde van het naderde ‘Jubeljaar’ in de voleinding van de volheid van tijd als ‘heiligen’ tot een tempel in de Here (Efz. 2:20-21). Doch als het tijdstip aanbreekt dat het 7e zegel geopend wordt en de 7e engel op de 7e bazuin gebazuind heeft is het ‘Koningschap over deze wereld gekomen aan onze Here en Zijn Gezalfde die als Koning zal heersen tot in alle eeuwigheden’.

Dan zal opnieuw Zijn heerlijkheid de nieuwe (vierde) Tempel binnen stromen via de weg van het oosten, door de poort die naar het oosten gericht was, en de Geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof, en zie, de heerlijkheid des Heren vervulde het huis; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken (Ezech. 10:3,4,18,19;43:1-5; Jes. 56:7).
Shalom,
Gerard J.C. Plas

Geraadpleegde literatuur:
The Comprehensive Hebrew Calender/Arthur Spier
Temple at the Center of Time/David Flynn
Bijbelse getallen en de eindtijd/J. de Voogt
De komende dertig jaar/A. Keizer
De Bijbel als Sch epping/F. Weinreb

Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial

 Artikelen  Comments Off on Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial
Oct 112009
 

49e  jaargang – oktober 2009 – Artikel 1

Vooruitlopend, als we in 2010 een ‘Jubeljaar’ vieren het 50e jaar vanaf het ontstaan van de ‘Vrienden van Israël’ in 1960, ligt het voor de hand om hier enige aandacht aan te geven. Het woord ‘Jubeljaar’ komen we tegen in Leviticus 25:1-55. Een groot gedeelte van dit hoofdstuk is gewijd aan wetten die in elk 50e jaar in het land Israël operationeel werden: ‘Wanneer gij (de kinderen van Israël) zult gekomen zijn in dat land, dat Ik (de Here) u geve…’ (Lev.25:2). Dus in ’t bijzonder voor hun bestemd! Net zoals het Pascha en Grote Verzoendag, draagt het ‘Jubeljaar’ een veruitstrekkend teken in zich voor al degenen die zijn vrijgekocht hetzij behorend tot ‘Israëls Koninkrijk’ of de ‘Gemeente die Zijn Lichaam’ is. In Ps.89:16 horen we over de ‘vreugde van het geklank der bazuin’. Het was niet zomaar een geklank, maar één met een bijzonder blij geluid. ‘Welzalig is het volk dat het geklank
kent’, het bazuingeschal van het ‘Jubeljaar’. Aan het eind van die (7×7) 49 jaren werden de beperkte vrijheiden opgeheven en het verspeelde eigendom teruggeven, zodat iedere man weer in vrijheid naar familie en bezit kon terugkeren. Dit gebeuren is een type van wat we tegenkomen in het Nieuwe Testament. In Hand.3:19-21 als Petrus spreekt over de terugkomst van Jezus Christus, dan zegt hij: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen’.

Het is belangrijk om in te zien dat hetgeen door Petrus hier gezegd wordt verwijst naar het ‘Jubeljaar’, -het herstel van vrijheid en bezit- aangaande ‘t land, de stad en volk van Israël’, bij het wederkomen van hun Messias. Bovendien vinden we hetzelfde thema terug in Gal.5:1 waar Paulus zegt: ‘Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen’. De terugkerende woorden in Lev.25:28,31,33,54 ‘en zij zullen in het ‘Jubeljaar’ uitgaan’, vond telkens plaats in het 50e jaar. Het Hebreeuwse woord is ‘yobel’ afgeleid van ‘yabal’, met de betekenis die we vinden in Jes.55:12 ‘Want in blijdschap zult gijlieden uittrekken, en met vrede voort geleid worden’. Dit woord komen we het eerst tegen in Ex.19:13 waar het vertaald is met ‘hoorn’, en vervolgens in Joz.6:4,5,6,8,13 met ‘ramshoorn’. Ook is daar een verband tussen het‘Jubeljaar’ en het ‘jaar van het welbehagen des Heren’, en ‘het jaar van Mijn verlossing (verlosten) is gekomen’, (Jes.61:1,2;63:4). In Lev.23 spreekt de Here over de Feesten van Israël als, ‘deze zijn Mijn gezette hoogtijden’. We onderscheiden daar ‘het Pascha, feest der Ongezuurde broden, feest der Eerstelingen, feest der Weken, feest der Bazuinen, Grote Verzoendag, en het Loofhuttenfeest’, dus 7 in totaal. Dit ‘zevenvoudige’ karakter der feesten heeft betrekking op het ‘voornemen der eeuwen’ (aionen), zoals Petrus verwoord, dat ‘één dag bij de Here is als dag’, (2 Petr.3:8). Zij vullen a.h.w. de ruimte op tussen de schepping (herschepping) en het ‘Duizendjarigrijk’. Op de zesduizend jaren heilsgeschiedenis zal een 7e duizend jaar volgen nl., ‘de Dag des Heren’ van tenminste 1000 jaar, (Openb.20:1-6). Paulus verhaalt in de Hebreeënbrief dat Israëls Shalom zal intreden met de komst van de Messias. Dat na een werkweek van 6 dagen van 1000 jaar die 7e dag zal aanbreken, (Hebr.4:1-11).

De Joodse kalender nadert het jaar 5800 waarin de naam ‘Noach’ verscholen zit, geschreven als ‘noen’-‘cheth’ de 50 en de 8 dus 58, nl. de ‘vertroosting’ van het komen van een ‘nieuwe eeuw’ (aioon).
In het boek Leviticus en Daniël is een ‘zeventalligstelsel’ van het grondgetal 7 te vinden!

  • 1/zeven dagen Lev.23:3;
  • 2/zeven weken 23:15;
  • 3/zeven maanden 23:24;
  • 4/ zeven jaren 25:4;
  • 5/zevenmaal zeven jaren 25:8-13;
  • 6/zeventig maal zeven jaar Dan.9:24;
  • 7/zevenmaal (voudig) tuchtiging Lev. 26:28.
Shlomo Goren

Shlomo Goren

Als het gaat om deze ‘jaren’, hierbij een paar opmerkingen die helemaal passen in de lijn van de voortgaande ‘profetie aangaande Israël en de volken’. We hebben gezien dat de ‘zevenvoudige strafmaat v.w.b. Israëls zonden in 1967 ten einde liep, het was het jaar waarin de hereniging van Oost en West Jeruzalem op 7 juni plaatsvond, (Ezech.4:1- 8;Lev.26:28; zie: nr.3-09). Het was Opperrabbijn Shlomo Goren van het leger die op 7 juni 1967 met Thorarollen te midden van juichende soldaten op de ‘sjofar’ -een van een ramshoorn gemaakte trompet- blies terwijl ze voor de ‘Klaagmuur’ stonden, en lopend naar het Tempelplein de volgende woorden sprak: ‘Nu is het tijd om 100 kilo explosieven in de Rotskoepel te gooien’, en deze eens en voorgoed van de aardbodem te verdelgen, ofschoon de ‘volheid van tijd’ daarvoor toen nog niet gekomen was!

Bovendien is die 7e juni 1967 achteraf gezien uitermate belangrijke geweest omdat vanaf die dag v.w.b. de jaarweken uit Daniël 9 (7x7x360=17.640 dagen) er a.h.w. een herhaling plaatsvindt als in de dagen van Ezra en Nehemia. Het opzienbarende is dat op die dag 23 september 2015 er een ‘Grote Verzoendag’ aanbreekt in het 50e jaar, dus een ‘Jubeljaar’. Daarbij is het nog zo dat het ‘bazuingeschal’ op die tiende dag van die zevende maand Tishri, dus op Yom Kippur de ‘laatste’ was in Israëls feestmaand, (Dan.9:24-26;Lev.25:8-10; zie: nr.1-09). Daar is nog iets bijzonders aangaande die ‘Grote Verzoendag’ in 2015 en die van 1973 toen de ‘Yom Kippur’ oorlog uitbrak, want daar liggen nl. 6×7 jaar dus 42 jaar tussen het jaar 2015 en 1973, ofwel de 42 pleisterplaatsen die Israël passeerde voordat het ‘beloofde land’, werd ingenomen door Jozua, (Num.33:1-49).
Het was heel typerend om aan de vooravond van Rosh Hasjana op 29 september 2008, dus nog 7 jaar verwijderd van het jaar 2015.., in de dagelijkse berichtgeving over ‘Wall Street’ te horen van een negatieve index van maar liefst -777.68 punten! Een ‘goddelijke’ aanwijzing(?) op de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die bij de 67e jaarweek aan het eind van Hand.28:25-28 zo abrupt ophield! Immers het ging in de Handelingentijd uitdrukkelijk om de ‘hoop van Israël’, Hand.26:6-7;28:20; zie: nr.4-08). Zo lijkt het er vandaag veel op dat waar Hand.28:25-28 abrupt eindigt, we na 2000 jaar met Israël terug in het land, Jeruzalem als onverdeelde hoofdstad, en ‘Messiaanse gemeenten’ her en der verspreid in het land, we hier de draad opnieuw kunnen oppakken. We horen vandaag voortdurend spreken over Judea en Samaria (de Westbank) en over Oost en West Jeruzalem, die volgens de ‘internationale gemeenschap’ zoveel mogelijk ‘Judenrein’ moet worden.

Toch blijft daar de ‘belofte’ overeind uit Hand.1:11 dat deze Jezus op dezelfde wijze zal wederkomen op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt. Daar zijn vele tekenen die erop wijzen dat vanaf de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 AD en de terugkeer van de ‘Israëli Paratroop Brigades’ op de Tempelberg in 1967, waar dan ook nog eens 1897 jaar tussen liggen dit verwachtingspatroon onder de ‘religieuzen-christen Zionisten’ sterk is toegenomen! Dit geslacht zal geenszins voorbij gaan, voordat dit alles is geschied. Is een geslacht dan 40, 50, 70, 100, 120 jaar. De tijdsduur van een‘Jubeljaar’ naar ‘Jubeljaar’ omvat 50 jaren. Het opmerkelijke is nu dat vanaf Israëls terugkeer naar het land deze vijf ‘volheden van tijd’ terug te vinden zijn in een aantal gebeurtenissen die voor Israël in de 20e eeuw van historisch belang waren zoals: het eerste Zionisten congres in Wenen in 1897, de Balfour declaration van 1917, het VN besluit in 1947, en de oprichting van de Staat Israël in 1948, de Zesdaagse oorlog van 1967, (zie: nr.3-08). Mozes was 120 jaar toen hij stierf, en Noach predikte 120 jaar voordat de zondvloed kwam. Het zijn de getallen 50 en 70 die hier opvallen!

Het bazuingeschal dat het ‘Jubeljaar’ aankondigt ‘Proclaim liberty throughout the land’, zal niet komen van de zijde van de V.N., Rusland, Europa, en de V.S. De ‘Feesten van Israël’, als ‘Mijn gezette hoogtijden’ zijn doorslaggevend, (Lev.23:2). In Gen.1:14 lezen we, ‘dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen dag en nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren’. Het hebreeuwse woord is hier <moed> dat gebruikt wordt in beide teksten met de betekenis van ‘vaste tijden’, dus niet als ‘jaargetijden’, maar dat hier de zon en maan aanwijzingen zijn v.w.b. de ‘Feesten des Heren’! Het was Petrus die na (7×7=49) op de 50e dag op het ‘wekenfeest’ uitriep: ‘maar dit is het’ waarvan door de profeet Joël gesproken is, (Hand.2:16). Het gehele boek Joël heeft betrekking op Israël en de volken en het ziet uit op de ‘Dag des Heren’. Hier vinden we het ‘Jubeljaar’ terug: ‘Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit’, als zijn de een ‘Grote Verzoendag’, (Joël 2:15). Hier wordt gesproken over ‘de zon die veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt’, (Joël 2:31; Hand. 2:20). Het ‘wekenfeest’ (Shavu’ot) en het ‘Jubeljaar’ hebben het getal 50 gemeenschappelijk voor dagen en jaren, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’(Ezech.4:4-6). Als voor Israël in 1967 de strafmaat eindigt; en de Here ‘proclameert’: ‘Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade’, en ‘de bepaalde tijd gekomen is’ (Zach.1:15-17;Ps.102:14), dan zullen de tekenen (6 eclipsen) aan ‘Zon en Maan’ die plaats zullen vinden op ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14e Nissan ‘het pascha’,en eindigend in 2015 op de 15e Tishri ‘het Loofhuttenfeest’, geen toevalligheden zijn! In de Handelingentijd waren de apostelen ervan overtuigd dat een spoedige terugkomst van Jezus Christus nog in hun generatie zou plaatsvinden, (1 Petr. 4:7; Jak. 5:7-9; Hebr.10:37; 1Joh.2:18; 1Cor. 1:7;7:29, 10:11,16:22; Rom 13:12, 16:20; 1Thess. 4:13-18). Het was een uitzien naar de ‘openbaarwording’ (apocalyps) en ‘komst’ (parousia) van Jezus Christus!

Meer dan ooit is er vandaag in Israël een uitzien naar die ‘Masjiach’ te midden van de ‘wederoprichting alle dingen’. Dit ‘heilsteken’ past helemaal bij het ‘Jubeljaar’. Het geklank van de bazuin ‘proclameert de vrijheid van iets groots’. Kennen de volken dit ‘bazuin geklank’ al? De ‘geopolitieke wereld’ heeft Israël als ‘bezet gebied’ verklaard, en als zodanig ook ‘bezet’! Het geklank betekent nu in diepste zin ook,…‘om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God’. Dit past helemaal in het ‘Yom Kippur’ verhaal uit Openb.5 waar een boekrol, die weliswaar verzegeld met zeven zegelen al ‘jubelend’ door de ‘Losser’ verbroken zal worden, om het ‘erfdeel’ berustend buiten de macht van alle schepselen weer eigendom te maken van de oorspronkelijke Eigenaar, (Jes.61:2; Openb.5:4; Jer.32:14,15)! Alsnog zal de ‘bezetter’ van geen wijken
willen weten. Doch als het tijdstip aanbreekt en de 7e engel op de 7e bazuin  gebazuind heeft, ‘is het Koningschap over deze wereld gekomen aan onze Here en Zijn Gezalfde die als Koning zal heersen tot in alle eeuwigheden’, (Openb.11:15-19).
Deze ‘ontzegeling van de Boekrol’ omvat de 7 zegelen, de 7 bazuinen, en de 7 schalen! Overeenkomend met de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die onverwachts werden afgebroken op een totaal van de 70 weken, die een aanvang namen nadat de muren van Jeruzalem hersteld, de Tempel herbouwd en ingewijd was, in een tijdsbestek van (7x7x360=17.640 dagen, (Ezra 4:1- 6:22; Neh.12:27-13:31; Dan.9:24-26; Hand.28:25-28; zie: nr.4-08). Tenslotte, wie kan zich voorbereiden tot de strijdt als de ‘bazuin een onzeker geklank’ laat horen, (Efz.5:14-16;6:13)

Parousia

Parousia

Gedurende een ‘tussentijd’ van bijna 2000 jaar stond ‘Gods profetische klok’ stil, doch zal weer gaan lopen bij de aanvang der laatste 3 jaarweken, de ‘Apocalyps’, ofwel het tevoorschijn komen van Jezus Christus, waarbij Israëls hoop vervuld zal worden, (Openb.6:1-19:21). Voordat Zijn openbaarwording (apocalyps) een feit zal zijn, zal Hij eerst daar verschijnen in heerlijkheid (ephifaneia) om vervolgens aanwezig te zijn (parousia) te midden van Zijn erfdeel Israël! Nochtans, zien wij uit naar ons ‘jubeljaar’ , de dag van de ‘inlossing’ van ons verworven bezit, tot lof Zijner heerlijkheid, (Efz.1:14). Het 50e jaar, een jaar om te vieren!
Shalom,
Gerard J.C. Plas

‘Een verandering van binnen uit’! – editorial

 Artikelen  Comments Off on ‘Een verandering van binnen uit’! – editorial
Jul 032009
 

49e jaargang – juli 2009 – artikel 1

Op 4 april 2009 vond er in de Staat Californie de 2e ‘Epicenter Conference’ plaats in het stadion de Cox Arena van de San Diego State University, die gevuld was met 9.000 aanwezigen. De conferentie die in meer dan 40 landen op on-line te volgen was, en uitgezonden werd door 50 radio stations in de V.S., waarbij nog eens 60 kerken een ‘live’ beeldverslag lieten zien, had als thema ‘Inside the Revolution’, daar het nu 30 jaar geleden is dat in het ‘Epicenter’ van het Midden-Oosten de grondslagen zijn gelegd voor de ‘veranderingen’ die binnen afzienbare tijd staan te gebeuren. De conferentie werd geleid door Joel C. Rosenberg de oprichter van ‘The Joshua Fund’ en de auteur van het boek ‘Epicenter’, waarin hij beschrijft waarom ‘de actuele gebeurtenissen in het Midden Oosten onze toekomst zullen veranderen’! Enkele gastsprekers waren Lt. General (ret.) Jerry Boykin die de nadruk legde op de nog steeds bestaande ernstige bedreigingen voor de U.S.A., haar bondgenoten en voor Israël van de zijde van radicale moslims. Daar was pastor Chuck Smith, de grondlegger van de ‘Calvary Chapel’ van 1.200 kerken verspreidt over de wereld. Hij sprak over Gods eeuwige liefde voor Israël en voor het Joodse volk in het licht van de profetieën uit Ezechiël 36 en 37 betreffende de wedergeboorte van de Staat Israël in de laatste dagen en Gods bescherming voor Israël over een komend kwaad van de zijde van een Russisch-Iranese-Islamitische alliantie (Ezech.38-39). Een krachtig getuigenis was te horenvan Mr. Tass Saada die als een radicaal Moslim en als PLO sluipschutter van Yasser Arafat, maar nu geheel ‘veranderd’ als dienstknecht van Jezus Christus ‘de blijde boodschap’ brengt aan het Palestijnse volk.

Het is dit jaar precies 30 jaar geleden dat na de verdrijving van de ‘Shah’ uit Perzie, Ayatollah Khomeini, Iran uitriep als werelds eerste ‘Islamitische Republiek’, d.w.z. het eerste land in de historie dat geleid wordt door de ‘Sharia wet’ de wetten van de Koran. Joel C. Rosenberg beschrijft in zijn nieuwste boek ‘Inside the Revolution’, dat de regering Carter in 1979 zich volkomen verkeek op de explosie van deze Islamitische revolutie in Iran. Rosenberg beargumenteerd in zijn boek dat daar nu drie bewegingen zijn die klaar staan  om de wereld eens en voor altijd te veranderen, ‘for good or for evil’: a. the radicals, b. the reformers, c. the revivalists,… maar, uiteindelijk het toch God zelf is die zijn plan volvoert met het huidige Iran,…Elam (Jer.49:34-39).

Nu 30 jaar later stelt Rosenberg de vraag? Begrijpt de regering Obama in Washington wel wie de leiders van Iran vandaag zijn. Begrijpen zij de ‘eschatologie of -eindtijd theologie-’ aangeklampt door de heersende en hoogste leider Ayatollah Ali Khamenei en de Iraanse President Mahmoud Ahmadinejad. Deze Ahmadinejad is een fanatieke gelovige in ‘moslim profetieën’ v.w.b. de spoedige komst van de ‘moslim messias’ benoemd als de ‘Madhi’. Hij gelooft dat hij door Allah gekozen is om de komst van de ‘Madhi’ te verhaasten door het beginnen van een mondiale oorlog richting Jeruzalem.
Zo voert de administratie in Washington een politiek die zeer revolutionair is.

  1. Vertrouwende op Iran als partner in de strijd tegen Al Qaida in Afghanistan en Pakistan.
  2. Het houdt Israël af van het recht op zelfverdediging tegen deze atomaire dreiging uit Iran.
  3. Wil men ten koste van Israëls veiligheid op de Westbank (Judea en Samaria) een Palestijnse Staat creëren met Oost Jeruzalem als haar hoofdstad naar het model van een twee staten oplossing.

De tijd is ‘running out’ voor Israël, maar ook voor Amerika, Europa, Rusland en de V.N. want wie Israël aanraakt, raakt Zijn oogappel aan (Zach.2:8). Ten principale is het een ‘geestelijke strijd om de macht over de stad Jeruzalem’, deze heeft na 1967 revolutionaire vormen aangenomen toen Oost en West Jeruzalem in de ‘zesdaagse oorlog’ op 7 juni 1967 herenigd werden en onder Israëlisch bestuur kwam, en als zodanig tot een lastige steen is geworden, die alle (christelijke) natiën moeten heffen (Zach.12:3;Dan.2:45). Laat mij nog eens het belang benadrukken van een gebeuren dat plaatsvond in het jaar 484 BC toen de profeet Ezechiël geïnstrueerd werd de stad Jeruzalem te tekenen op een tichelsteen, in staat van beleggering. Ezechiël moet dan a.h.w. de belegering uitbeelden, want vervolgens gebood God hem: ‘lig neder op uw linkerzijde en leg daarop de ongerechtigheid van het huis Israëls… want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, DRIEHONDERD EN NEGENTIG dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israëls dragen zult. Als gij nu dezen voleinden zult, lig ten (omkering) andere male neder op uw rechterzijde en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen VEERTIG dagen; Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’ (Ezech.4:4-6). “Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar”, de volledige periode van straf is dus 390 + 40 = 430 jaren, te beginnen bij de belegering van Jeruzalem, in 586 BC. Van deze 430 jaren moeten we 70 jaren van straf in Babylon aftrekken (Jer.29:10;2Kron.36:21), zodat een periode van 360 jaren van verdere bestraffing overblijft. Na afloop van die 70 jaren bekeerden zich sommige Joden. Dus de overgebleven 360 jaren hebben betrekking op hen die nog in ballingschap bleven, maar na deze 360 jaren, dus in 156 BC waren de in ballingschap verkerende Joden nog steeds onboetvaardig. Er moet dus een factor aan deze profetie worden toegevoegd, wil hij zinvol zijn. God hield deze ontbrekende jaren opzettelijk verborgen omdat Hij deze kennis pas in de eindtijd wilde openbaren! In het boek Daniël lezen we dat ‘deze dingen verborgen blijven tot de eindtijd’ (Dan.12:4,9). Voorafgaande aan Ezechiël, in de context van Israëls uiteindelijk terugkeer naar het land lezen we in Jeremia, ‘in het laatst der dagen zult gij dat inzien’ (Jer.30:24). De ontbrekende factor wordt gevonden in Leviticus 26, met een context die overeenkomt met Ezechiëls profetie, te weten ‘vijandige belegering’ (vs.30-32) en ‘verstrooiing onder volken’ (vs.33). In dit gedeelte over bestraffing voor ‘ongehoorzaamheid’ (vs.14-39) vinden we 4 maal deze ‘ontbrekende factor’, ‘indien gij desondanks niet naar Mij luistert, zal Ik u 7 maal tuchtigen over uw zonden’ (vs.18,21,24 en 28). Eerder vonden we al dat 360 jaren, te rekenen vanaf 516 BC, ons in een ‘profetisch niemandsland’ brengen. Maar als we de verborgen factor erbij halen wordt het alle maal glashelder. ‘Ik zal over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen’ (Lev.26:21), 360 x7=2520 jaren. Dus met andere woorden gezegd, beginnen de ‘tijden der heidenen’ vanaf 586 voor Christus= 70+2520=2590 zonnejaren (365,24 dagen per jaar).

Moshe Dayan

Moshe Dayan

Nu komt een wonderbaarlijk feit te voorschijn indien we deze 2590 jaren als profetische jaren (van 360 dagen) beschouwen en ‘omrekenen naar zonnejaren’, dan krijgen we 2590×360/365,24=2552 zonnejaren! Tellen we die eveneens op bij de 586 BC, dan vinden we op ‘miraculeuze wijze’ 586 BC + 2552 zonnejaren=het jaar 1967 AD waarin Israël het oude oostelijk deel met Tempelplein en Olijfberg op 7 juni 1967 heroverde op de Arabieren tijdens de ‘Zesdaagse oorlog’! Doch het was Moshe Dayan die binnen 24 uur het Tempelplein terug gaf aan de ‘waqf’, om een ‘internationale crisis’ te voorkomen, of was die ‘volheid der tijd’ nog niet gekomen? God houdt zich aan zijn Thora, ‘want het getuigenis van Jezus is de Geest der profetie, aanbid God’ (Matth.5:18; Opb.19:10). Dit ‘profetisch gebeuren in de heilshistorische weg van Israël’, wordt dan tevens het punt van de onomkeerbaarheid, de strijd om Jeruzalem is begonnen als in de dagen van Ezra en Nehemia. De stad Jeruzalem wordt herbouwd en haar Tempel zal spoedig verrijzen, ook hier beleven we a.h.w. een ‘omkering van binnenuit’. Het gevecht om Jeruzalem is een strijd van de radicale Islam, het Christelijke Westen, en de Israëli’s die in hun laatste archeologische ontdekkingen in Jeruzalem de historische waarheid van hun Bijbel bevestigd zien, ‘niet door kracht noch door geweld, maar door mijn Geest! zegt de Here der Heerscharen (Zach.4:6). Jeruzalem: centrum van geloof, of een apocalyptische trekker? Beide! Maar het lijkt er veelal op dat dit laatste het geval zal zijn. Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en over uw stad Jeruzalem, zo spreekt het apocalyptische boek Daniël (Dan.9:24- 27). Als het ware is daar nu de hand van God te zien, die na de herovering van Jeruzalem op 7 juni 1967 weer telt naar de jaarweken uit Daniël 9. Dus 7×7 weken=49 jaar x 360 dagen tot herstel en herbouw van de Tempel we dan uitkomen op 23 september 2015 exact, de dag waarop Israël haar ‘Grote Verzoendag viert! Het is dan ook in 2015 precies 42 (6×7) jaar geleden dat op zaterdag 6 oktober 1973 op de Grote Verzoendag de ‘Yom Kippur oorlog’ uitbrak. Als treffende symboliek voor de 42 jaar (42 maanden) als uiterste verdrukking vóór de verlossing mag ik wijzen op de 42 pleisterplaatsen die het volk Israël in de woestijn naar het beloofde land passeerde (Num.33), en het 42e geslacht (3×14) waaruit volgens Matth.1 de Messias is voortgekomen.

Het was dan ook na die 42e pleisterplaats dat de Here de opdracht gaf om de Jordaan over te trekken, de bewoners te verdrijven, het beeldhouwwerk te vernietigen en het land in bezit te nemen. Zoals het er staat ‘elke plaats die uw voetzool betreden zal, heb Ik u gegeven’, (Joz.1:1-6). Het zal dan ook DE Gezalfde ‘Yeshua’ zijn, die mogelijkerwijs in 2015 het door Hem geloste erfdeel, dat is Israël en de gehele wereld door gerichten heen in bezit gaat nemen (Openb.5:1-14;11:15). Op z’n minst mogen we hier denken aan het Jubeljaar dat dan z’n beslag krijgt naar het woord uit Leviticus 25:8-13. Zal dat dan het moment zijn waarop de leeuw uit de stam van Juda, de wortel Davids die overwonnen heeft de boekrol en haar verzegelde zeven zegels gaat openen? Doch nu zijn er geen 70 weken meer te gaan, daar 62 + 5= 67 weken tot op Handelingen 28:28 hun loop reeds voltooid hebben, maar nog 3 overeenkomend met de 7 zegels, de 7 bazuinen, en de 7 schalen! Velen hebben geconcludeerd de 7 en 62 weken te kunnen optellen en vertellen de engel, wel, natuurlijk wat u werkelijk bedoelt zijn 69 weken, omdat het zegt 7 weken en 62 weken. Doch de engel telt deze twee niet op, en is het geoorloofd om hetgeen God gescheiden heeft samen te voegen (Matth.19:6).
Dus moet het omgekeerde ook waar zijn! De engel bedoelde wat hij zei! Dat 7 weken (7×7) bestemd zijn voor de herbouw van Jeruzalem met haar muren en dat ‘Israël’ weer zal worden als ‘Ammi’ Mijn volk! Vanaf dat moment kunnen we tellen tot op de Messias en dat zijn 62 weken – dat zijn dan 62 weken van het totaal de 70 weken! Als we dat niet doen dan leert een eenvoudig reken sommetje dat er dan één week overblijft voor het gehele boek van de ‘Openbaring van Jezus Christus’ (70-69) en het boek de Handelingen de Apostelen geheel buiten de periode van de 70 weken vallen, m.i. onhoudbaar (Jes.6:9,10;Matth.13:13- 15;Joh.12:39,40;Hand.28:28). Zowel de profetie uit het boek Daniël als de profetie uit Openbaring (Revelation) hebben een ‘Jubeljaar’ in hetvooruitzicht! Terug naar ‘Inside the Revolution’, je zou hierbij ook nog kunnen denken aan ‘inside the revelation’ ‘revelation’, wat openbaring of bekendmaken in zich draagt. Velen hoor je vandaag spreken over de tekenen des tijds. ‘Let op de vijgeboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit u zelf, omdat gij ziet, dat de zomer reeds nabij is’ (Luk.21:29-30). Verder zegt deze profetie dat er tekenen zullen zijn aan zon, maan en sterren (Jes.13:10; Ezech.32:7; Joel2:31; Openb.6:12-13; 8:12). Voor wat betreft deze tekenen is het van belang om te letten op de Bijbelse Feestkalender ofwel ‘de gezette hoogtijden des Heren’ (Lev.23).
De apostel Paulus spreekt over tijden (chronos) en gelegenheden (kairos), door Hem ingesteld en die elk jaar weer terugkeren! Het waren voor Israël de ‘tijden en gelegenheden’ waarin Hij zich als de ‘Eeuwig Trouwe’ aan hen openbaarde! Zo zullen er vanaf de 14 Nissan 2014 (Pascha/5774) tot op de 15 Tishri 2015 (eerste dag van het Loofhuttenfeest/ 5776) zich zes maan en zonsverduisteringen (eclipsen) voordoen, dus juist op ‘die gezette hoogtijden des Heren’! (nr.1/09) Deze ‘tekenen’ zijn volgens Mark Biltz ‘aanwijzingen’ en waarschuwingen voor Israël en de volkeren (Gen.1:14). Juist, in dat niet verstaan door openbaring, ‘door een woord van Christus’ of ‘woord van God’ (Rom.10:17; Efz.6:17) waar hier ‘t griekse woord ‘rhema’ gebruikt wordt, is er voor wat betreft ‘de profetische rede over het herstel van het Koninkrijk aan Israël’ (Matth.24 en Luc.21), in tegenstelling tot het ‘geschreven Woord’ (logos) veel minder geloof in datgene wat de profeten van Israël gesproken hebben, aangaande deze laatste dingen, in het laatst der dagen! Men ziet dan vaak over het hoofd, dat  het ‘getuigenis van Jezus’ -de geest der profetie is-, en men geneigd is om deze ‘profetie over Israël en de volkeren’ uit psychologisch drijfveren als maar voor zich uit te schuiven!
‘Inside the Revolution’ -verandering of omwenteling van binnen uit-, …zou het dan toch iets te maken hebben met de tijdsfactor waarin we leven. Het jaar 1967 (7.6.67=26) waarin de ‘Zes daagse oorlog uitbrak was geen toevallige gebeurtenis en ook de ‘Yom Kippur oorlog’ uit 1973 (6.10.73=26) niet, het is een spreken van de Eeuwige de ‘God van Israël’. (De naam Here bestaat nl. uit vier letters, jod, hee, waw, hee, dus de 10-5-6-5=26). God spreekt nóg steeds door Zijn liefde en genade, en vele moslims uit de Islamitische wereld komen tot geloof in Hem, daar zij nu reeds inzien dat Hij het is, vol ‘van genade en waarheid’! Dit gebeuren is de ‘verandering van binnen uit’! In Ezechiel 39:21-22 zegt God: ‘Zo zal Ik mijn heerlijkheid onder de volken brengen, en zullen alle volken het gericht zien dat Ik voltrokken heb, en de hand die Ik op hen heb gelegd. Het huis Israëls zal weten, dat Ik de Here hun God ben, van die dag af en voortaan’; en verder lezen we dat Hij Zijn aangezicht niet meer voor hen zal verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort (vs.29). Wat vertelt dit ons? Het zegt ons dat het oordeel over Gods vijanden in overeenstemming is met Genesis 12:1-3… ’Hij zal zegenen wie Israël zegent, en zal vervloeken wie Israël vervloekt’. Maar het zegt tevens dat de oorlog van ‘Gog en Magog’ het sleutel moment zal zijn, van een ‘groot geestelijk ontwaken’ en wel in het ‘Epicenter’ van het Midden- Oosten en de gehele wereld! Het klinkt paradoxaal, maar eigenlijk zit de geopolitieke wereld hierop te wachten! Voor alsnog zullen de ‘vier hoornen’ (het kwartet) waaronder de V.S., de V.N., Europa en Rusland proberen om in de Westbank het ‘Bijbelse hartland’ van Judea, Samaria en Jeruzalem onrust te stoken door hen te verstrooien, zodat aan de naam van Israëls God niet meer gedacht wordt (Psalm 83:5; Zach.1:17- 21). De voormalige premier Blair en nu de speciale afgezant ‘Routekaart voor vrede in het Midden Oosten’ verklaarde begin Mei (‘New Mideast Peace Plan Unveiled in Weeks’) u zult binnen 5 of 6 weken een duidelijk beeld hebben betreffende de inhoud van dat nieuwe plan. Waar zijn we dat woord weken ook alweer eerder tegen gekomen? Zo mogen we het jaar 1979 toevoegen aan een proces dat zich nu 30 jaar later a.h.w. uitkristalliseert naar een volheid in de tijd, ‘profetie’ die zich zeer spoedig laat vervullen, zij wordt reeds aan zijn dienaars getoond, niet slechts verteld. Het lijkt er veel op dat die tijd naderbij komt, namelijk ‘de openbaring van Jezus Christus’ zelf (Openb.1:1-3)!

Shalom!
Gerard J.C. Plas

Translate »