Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial

 Artikelen  Comments Off on Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial
Oct 112009
 

49e  jaargang – oktober 2009 – Artikel 1

Vooruitlopend, als we in 2010 een ‘Jubeljaar’ vieren het 50e jaar vanaf het ontstaan van de ‘Vrienden van Israël’ in 1960, ligt het voor de hand om hier enige aandacht aan te geven. Het woord ‘Jubeljaar’ komen we tegen in Leviticus 25:1-55. Een groot gedeelte van dit hoofdstuk is gewijd aan wetten die in elk 50e jaar in het land Israël operationeel werden: ‘Wanneer gij (de kinderen van Israël) zult gekomen zijn in dat land, dat Ik (de Here) u geve…’ (Lev.25:2). Dus in ’t bijzonder voor hun bestemd! Net zoals het Pascha en Grote Verzoendag, draagt het ‘Jubeljaar’ een veruitstrekkend teken in zich voor al degenen die zijn vrijgekocht hetzij behorend tot ‘Israëls Koninkrijk’ of de ‘Gemeente die Zijn Lichaam’ is. In Ps.89:16 horen we over de ‘vreugde van het geklank der bazuin’. Het was niet zomaar een geklank, maar één met een bijzonder blij geluid. ‘Welzalig is het volk dat het geklank
kent’, het bazuingeschal van het ‘Jubeljaar’. Aan het eind van die (7×7) 49 jaren werden de beperkte vrijheiden opgeheven en het verspeelde eigendom teruggeven, zodat iedere man weer in vrijheid naar familie en bezit kon terugkeren. Dit gebeuren is een type van wat we tegenkomen in het Nieuwe Testament. In Hand.3:19-21 als Petrus spreekt over de terugkomst van Jezus Christus, dan zegt hij: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen’.

Het is belangrijk om in te zien dat hetgeen door Petrus hier gezegd wordt verwijst naar het ‘Jubeljaar’, -het herstel van vrijheid en bezit- aangaande ‘t land, de stad en volk van Israël’, bij het wederkomen van hun Messias. Bovendien vinden we hetzelfde thema terug in Gal.5:1 waar Paulus zegt: ‘Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen’. De terugkerende woorden in Lev.25:28,31,33,54 ‘en zij zullen in het ‘Jubeljaar’ uitgaan’, vond telkens plaats in het 50e jaar. Het Hebreeuwse woord is ‘yobel’ afgeleid van ‘yabal’, met de betekenis die we vinden in Jes.55:12 ‘Want in blijdschap zult gijlieden uittrekken, en met vrede voort geleid worden’. Dit woord komen we het eerst tegen in Ex.19:13 waar het vertaald is met ‘hoorn’, en vervolgens in Joz.6:4,5,6,8,13 met ‘ramshoorn’. Ook is daar een verband tussen het‘Jubeljaar’ en het ‘jaar van het welbehagen des Heren’, en ‘het jaar van Mijn verlossing (verlosten) is gekomen’, (Jes.61:1,2;63:4). In Lev.23 spreekt de Here over de Feesten van Israël als, ‘deze zijn Mijn gezette hoogtijden’. We onderscheiden daar ‘het Pascha, feest der Ongezuurde broden, feest der Eerstelingen, feest der Weken, feest der Bazuinen, Grote Verzoendag, en het Loofhuttenfeest’, dus 7 in totaal. Dit ‘zevenvoudige’ karakter der feesten heeft betrekking op het ‘voornemen der eeuwen’ (aionen), zoals Petrus verwoord, dat ‘één dag bij de Here is als dag’, (2 Petr.3:8). Zij vullen a.h.w. de ruimte op tussen de schepping (herschepping) en het ‘Duizendjarigrijk’. Op de zesduizend jaren heilsgeschiedenis zal een 7e duizend jaar volgen nl., ‘de Dag des Heren’ van tenminste 1000 jaar, (Openb.20:1-6). Paulus verhaalt in de Hebreeënbrief dat Israëls Shalom zal intreden met de komst van de Messias. Dat na een werkweek van 6 dagen van 1000 jaar die 7e dag zal aanbreken, (Hebr.4:1-11).

De Joodse kalender nadert het jaar 5800 waarin de naam ‘Noach’ verscholen zit, geschreven als ‘noen’-‘cheth’ de 50 en de 8 dus 58, nl. de ‘vertroosting’ van het komen van een ‘nieuwe eeuw’ (aioon).
In het boek Leviticus en Daniël is een ‘zeventalligstelsel’ van het grondgetal 7 te vinden!

  • 1/zeven dagen Lev.23:3;
  • 2/zeven weken 23:15;
  • 3/zeven maanden 23:24;
  • 4/ zeven jaren 25:4;
  • 5/zevenmaal zeven jaren 25:8-13;
  • 6/zeventig maal zeven jaar Dan.9:24;
  • 7/zevenmaal (voudig) tuchtiging Lev. 26:28.
Shlomo Goren

Shlomo Goren

Als het gaat om deze ‘jaren’, hierbij een paar opmerkingen die helemaal passen in de lijn van de voortgaande ‘profetie aangaande Israël en de volken’. We hebben gezien dat de ‘zevenvoudige strafmaat v.w.b. Israëls zonden in 1967 ten einde liep, het was het jaar waarin de hereniging van Oost en West Jeruzalem op 7 juni plaatsvond, (Ezech.4:1- 8;Lev.26:28; zie: nr.3-09). Het was Opperrabbijn Shlomo Goren van het leger die op 7 juni 1967 met Thorarollen te midden van juichende soldaten op de ‘sjofar’ -een van een ramshoorn gemaakte trompet- blies terwijl ze voor de ‘Klaagmuur’ stonden, en lopend naar het Tempelplein de volgende woorden sprak: ‘Nu is het tijd om 100 kilo explosieven in de Rotskoepel te gooien’, en deze eens en voorgoed van de aardbodem te verdelgen, ofschoon de ‘volheid van tijd’ daarvoor toen nog niet gekomen was!

Bovendien is die 7e juni 1967 achteraf gezien uitermate belangrijke geweest omdat vanaf die dag v.w.b. de jaarweken uit Daniël 9 (7x7x360=17.640 dagen) er a.h.w. een herhaling plaatsvindt als in de dagen van Ezra en Nehemia. Het opzienbarende is dat op die dag 23 september 2015 er een ‘Grote Verzoendag’ aanbreekt in het 50e jaar, dus een ‘Jubeljaar’. Daarbij is het nog zo dat het ‘bazuingeschal’ op die tiende dag van die zevende maand Tishri, dus op Yom Kippur de ‘laatste’ was in Israëls feestmaand, (Dan.9:24-26;Lev.25:8-10; zie: nr.1-09). Daar is nog iets bijzonders aangaande die ‘Grote Verzoendag’ in 2015 en die van 1973 toen de ‘Yom Kippur’ oorlog uitbrak, want daar liggen nl. 6×7 jaar dus 42 jaar tussen het jaar 2015 en 1973, ofwel de 42 pleisterplaatsen die Israël passeerde voordat het ‘beloofde land’, werd ingenomen door Jozua, (Num.33:1-49).
Het was heel typerend om aan de vooravond van Rosh Hasjana op 29 september 2008, dus nog 7 jaar verwijderd van het jaar 2015.., in de dagelijkse berichtgeving over ‘Wall Street’ te horen van een negatieve index van maar liefst -777.68 punten! Een ‘goddelijke’ aanwijzing(?) op de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die bij de 67e jaarweek aan het eind van Hand.28:25-28 zo abrupt ophield! Immers het ging in de Handelingentijd uitdrukkelijk om de ‘hoop van Israël’, Hand.26:6-7;28:20; zie: nr.4-08). Zo lijkt het er vandaag veel op dat waar Hand.28:25-28 abrupt eindigt, we na 2000 jaar met Israël terug in het land, Jeruzalem als onverdeelde hoofdstad, en ‘Messiaanse gemeenten’ her en der verspreid in het land, we hier de draad opnieuw kunnen oppakken. We horen vandaag voortdurend spreken over Judea en Samaria (de Westbank) en over Oost en West Jeruzalem, die volgens de ‘internationale gemeenschap’ zoveel mogelijk ‘Judenrein’ moet worden.

Toch blijft daar de ‘belofte’ overeind uit Hand.1:11 dat deze Jezus op dezelfde wijze zal wederkomen op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt. Daar zijn vele tekenen die erop wijzen dat vanaf de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 AD en de terugkeer van de ‘Israëli Paratroop Brigades’ op de Tempelberg in 1967, waar dan ook nog eens 1897 jaar tussen liggen dit verwachtingspatroon onder de ‘religieuzen-christen Zionisten’ sterk is toegenomen! Dit geslacht zal geenszins voorbij gaan, voordat dit alles is geschied. Is een geslacht dan 40, 50, 70, 100, 120 jaar. De tijdsduur van een‘Jubeljaar’ naar ‘Jubeljaar’ omvat 50 jaren. Het opmerkelijke is nu dat vanaf Israëls terugkeer naar het land deze vijf ‘volheden van tijd’ terug te vinden zijn in een aantal gebeurtenissen die voor Israël in de 20e eeuw van historisch belang waren zoals: het eerste Zionisten congres in Wenen in 1897, de Balfour declaration van 1917, het VN besluit in 1947, en de oprichting van de Staat Israël in 1948, de Zesdaagse oorlog van 1967, (zie: nr.3-08). Mozes was 120 jaar toen hij stierf, en Noach predikte 120 jaar voordat de zondvloed kwam. Het zijn de getallen 50 en 70 die hier opvallen!

Het bazuingeschal dat het ‘Jubeljaar’ aankondigt ‘Proclaim liberty throughout the land’, zal niet komen van de zijde van de V.N., Rusland, Europa, en de V.S. De ‘Feesten van Israël’, als ‘Mijn gezette hoogtijden’ zijn doorslaggevend, (Lev.23:2). In Gen.1:14 lezen we, ‘dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen dag en nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren’. Het hebreeuwse woord is hier <moed> dat gebruikt wordt in beide teksten met de betekenis van ‘vaste tijden’, dus niet als ‘jaargetijden’, maar dat hier de zon en maan aanwijzingen zijn v.w.b. de ‘Feesten des Heren’! Het was Petrus die na (7×7=49) op de 50e dag op het ‘wekenfeest’ uitriep: ‘maar dit is het’ waarvan door de profeet Joël gesproken is, (Hand.2:16). Het gehele boek Joël heeft betrekking op Israël en de volken en het ziet uit op de ‘Dag des Heren’. Hier vinden we het ‘Jubeljaar’ terug: ‘Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit’, als zijn de een ‘Grote Verzoendag’, (Joël 2:15). Hier wordt gesproken over ‘de zon die veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt’, (Joël 2:31; Hand. 2:20). Het ‘wekenfeest’ (Shavu’ot) en het ‘Jubeljaar’ hebben het getal 50 gemeenschappelijk voor dagen en jaren, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’(Ezech.4:4-6). Als voor Israël in 1967 de strafmaat eindigt; en de Here ‘proclameert’: ‘Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade’, en ‘de bepaalde tijd gekomen is’ (Zach.1:15-17;Ps.102:14), dan zullen de tekenen (6 eclipsen) aan ‘Zon en Maan’ die plaats zullen vinden op ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14e Nissan ‘het pascha’,en eindigend in 2015 op de 15e Tishri ‘het Loofhuttenfeest’, geen toevalligheden zijn! In de Handelingentijd waren de apostelen ervan overtuigd dat een spoedige terugkomst van Jezus Christus nog in hun generatie zou plaatsvinden, (1 Petr. 4:7; Jak. 5:7-9; Hebr.10:37; 1Joh.2:18; 1Cor. 1:7;7:29, 10:11,16:22; Rom 13:12, 16:20; 1Thess. 4:13-18). Het was een uitzien naar de ‘openbaarwording’ (apocalyps) en ‘komst’ (parousia) van Jezus Christus!

Meer dan ooit is er vandaag in Israël een uitzien naar die ‘Masjiach’ te midden van de ‘wederoprichting alle dingen’. Dit ‘heilsteken’ past helemaal bij het ‘Jubeljaar’. Het geklank van de bazuin ‘proclameert de vrijheid van iets groots’. Kennen de volken dit ‘bazuin geklank’ al? De ‘geopolitieke wereld’ heeft Israël als ‘bezet gebied’ verklaard, en als zodanig ook ‘bezet’! Het geklank betekent nu in diepste zin ook,…‘om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God’. Dit past helemaal in het ‘Yom Kippur’ verhaal uit Openb.5 waar een boekrol, die weliswaar verzegeld met zeven zegelen al ‘jubelend’ door de ‘Losser’ verbroken zal worden, om het ‘erfdeel’ berustend buiten de macht van alle schepselen weer eigendom te maken van de oorspronkelijke Eigenaar, (Jes.61:2; Openb.5:4; Jer.32:14,15)! Alsnog zal de ‘bezetter’ van geen wijken
willen weten. Doch als het tijdstip aanbreekt en de 7e engel op de 7e bazuin  gebazuind heeft, ‘is het Koningschap over deze wereld gekomen aan onze Here en Zijn Gezalfde die als Koning zal heersen tot in alle eeuwigheden’, (Openb.11:15-19).
Deze ‘ontzegeling van de Boekrol’ omvat de 7 zegelen, de 7 bazuinen, en de 7 schalen! Overeenkomend met de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die onverwachts werden afgebroken op een totaal van de 70 weken, die een aanvang namen nadat de muren van Jeruzalem hersteld, de Tempel herbouwd en ingewijd was, in een tijdsbestek van (7x7x360=17.640 dagen, (Ezra 4:1- 6:22; Neh.12:27-13:31; Dan.9:24-26; Hand.28:25-28; zie: nr.4-08). Tenslotte, wie kan zich voorbereiden tot de strijdt als de ‘bazuin een onzeker geklank’ laat horen, (Efz.5:14-16;6:13)

Parousia

Parousia

Gedurende een ‘tussentijd’ van bijna 2000 jaar stond ‘Gods profetische klok’ stil, doch zal weer gaan lopen bij de aanvang der laatste 3 jaarweken, de ‘Apocalyps’, ofwel het tevoorschijn komen van Jezus Christus, waarbij Israëls hoop vervuld zal worden, (Openb.6:1-19:21). Voordat Zijn openbaarwording (apocalyps) een feit zal zijn, zal Hij eerst daar verschijnen in heerlijkheid (ephifaneia) om vervolgens aanwezig te zijn (parousia) te midden van Zijn erfdeel Israël! Nochtans, zien wij uit naar ons ‘jubeljaar’ , de dag van de ‘inlossing’ van ons verworven bezit, tot lof Zijner heerlijkheid, (Efz.1:14). Het 50e jaar, een jaar om te vieren!
Shalom,
Gerard J.C. Plas

Vervolg “De samen – opwekking met Christus”

 Artikelen  Comments Off on Vervolg “De samen – opwekking met Christus”
Oct 042009
 

49e  jaargang – oktober 2009 – Artikel 2

We merkten reeds op, dat het zeer opvallend is dat in Rom.6 en 7 veelal het woord “thanatos” gebruikt wordt. In deze hoofdstukken gaat het expliciet over de dagelijkse strijd tegen de zonde en de nieuwe levenswandel in Christus daartegenover. Het is vooral in Rom.7 de strijd tussen de goede en de boze wil, de strijd tegen de zonde als macht. Geestelijke dood tegenover geestelijk leven. Dat het ook in Fil.3:10 over de levenswandel van Paulus gaat en niet over een (te letterlijk genomen) uitopstanding na drie dagen (of kort daarna) blijkt eveneens uit het daar gebruikte woord “thanatos”, nl. Jezus’ dood gelijkvormig wordende. Het gaat in Fil.3 uitdrukkelijk over Paulus’ levenswandel, de radicale omkeer van zijn vroegere levenswandel als farizeeër bij uitnemendheid en zijn “gegrepen- zijn door Christus”, door de verschijning van de verhoogde Christus” op weg naar Damascus. In zijn sterfelijke bestaanswijze (de thanatos-toestand) verlangt hij om Jezus in zijn aardse levenswandel te volgen, in lijden en sterven. En dat kán hij alleen door Christus gelijkvormig te worden in Zijn opstanding.

Paulus is zó “gegrepen door Christus” dat hij ten volle “in nieuwheid des levens” wil wandelen, om zo veel als hem maar mogelijk is “één plant met Hem te worden in Zijn dood en opstanding,” (Rom.6:4-10). Rom.6 en Fil.3 zijn – wat de levenswandel van Paulus betreft – geheel identiek. Het is inderdaad als “een wensdroom” van Paulus te beschouwen: “Hij jaagt er naar of hij het ook grijpen mocht”. Christus’ dood en opstanding gelijkvormig te worden, dát wil hij in zijn nieuwe levenswandel zo mogelijk volledig verwerkelijken. En dat zóu hij alleen kunnen verwerkelijken “door de kracht Zijner opstanding”, “bezittende de gerechtigheid door het geloof van Jezus Christus, (Fil.3:9-11). Paulus heeft dit intense verlangen als wensdroom echter nog niet gegrepen, maar blijft jagen naar dit hoogste doel, nl. “de prijs der roeping Gods, die (van) boven is, in Christus Jezus”. In de Fil.- brief staat Paulus reeds heel dicht bij de nieuwe openbaring van Godswege: De Verborgenheids brieven Ef./Kol., waar Paulus wat betreft deze toch niet te verwerkelijke wensdroom (Fil.3:12-14), een nieuwe impuls, een nieuwe onthulling krijgt, nl. in de “samen opwekking met Christus uit de nekros dood”!
(Ef.2:5-6;Kol.2:12).

In zijn levenswandel, als mens hier op aarde, gaat het om Christus gelijkvormig te worden in Zijn thanatos dood en opstanding, geheel in de sfeer van Rom.6, het “één plant met Hem worden in Zijn dood en opstanding”. En in de Efezebrief gaat het om de “samenopwekking” met Christus uit de nekros dood (die de afsnijding van het leven is) “naar de werking van de sterkte van Zijn macht”. En de gemeente, het lichaam van Christus, is mede – samen opgewekt met Hem – uit die nekros dood. Het is de grote Exodus, de uittocht, de uit-opstanding “van tussen de doden uit”, welke in Christus Jezus is, als Eersteling en Eerst-geborene uit de doden, is begonnen! Men leze en bestudere vanuit deze hernieuwde gezichtspunten Rom.6 en Fil.3. En daarná de “onnaspeurlijke rijkdom van Christus” (Ef.3:8) waarmee aan Paulus de verborgenheden Gods – die van alle eeuwen en geslachten verborgen was gebleven in God – worden geopenbaard, (Ef.3:3-9;Kol.1:25-27). Een overgang naar een nieuwe heilsfase en een nieuwe verhouding van Christus t.o.v. de gemeente in een niet te scheiden eenheid als die van hoofd en lichaam: Christus het Hoofd en de gemeente als Zijn Lichaam! Dit is o.i. ook in overeenstemming met de (historische) chronologische volgorde van Paulus’ brieven. Zijn oudste brieven waren de Thes.-brieven, vervolgens de Kor.-brieven, de Gal.-brief en de Rom.- brief. Dan volgen na de Handelingen periode de pastorale brieven Titus en Timotheus, dan de Fil.-brief als inleiding en voorbereiding van Paulus’ laatste brieven, Ef./Kol.-brieven. En het is nog in de Fil.-brief, waar Paulus spreekt over wat men is gaan noemen de “bijzondere uitopstanding”. De heilsfase van de verborgenheid, bekendgemaakt in de Ef./Kol.-brieven, was toen nog niet geopenbaard. Welnu, Paulus beschrijft in Fil.3 zijn “wensdroom”: in zijn levenswandel Christus gelijkvormig te worden in Zijn dood (thanatos) en opstanding. Daar blijft hij naar jagen. Het is een niet te verwerkelijke wensdroom! En juist daarom ook die slechts éénmalige voorkomende term “eis ten exanastasis ten ek nekron” in Fil.3:11! En eerst in de Ef./Kol.-brieven wordt het Paulus onthult hoe dit wél kan, nl. in de “samen opwekking” met Christus uit de doden.

Paulus’ (onzichtbare) opwekking uit de doden is reeds gerealiseerd in Christus’ (onzichtbare) opwekking uit de doden. En zó is Paulus’ leven nu verborgen (onzichtbaar) met Christus in God. Opdat ook hij, samen met Christus én de gemeente, die Zijn lichaam is, verschijnen zal in heerlijkheid! (Kol.3:1-4). Het is – hetzij nog maar eens gezegd – de voltooiing van het heil in Christus Jezus, die na Zijn opstanding door God tot Heer en Messias is gemaakt. En zeker in onze tijd – we merkten het reeds op – mag dit wel eens nadrukkelijk herhaald worden. Het is nl. op zich verheugend dat er een terug keer is naar het “geworteld zijn” in de Joods/Hebreeuwse denkwereld.

Wim Godijn

‘Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen,
die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.
Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem
verschijnen in heerlijkheid’ (Kol.3:1-4).

De “samen – opwekking met Christus”

 Artikelen  Comments Off on De “samen – opwekking met Christus”
Jul 032009
 

49e jaargang – juli 2009 – artikel 2

Naar aanleiding van het artikel ‘Pasen – vereenzelviging’ (nr.2/09) lijkt het ons nuttig om een vervolg studie te plaatsen van de heer W. Godijn. Deze heeft in de jaren ’80 een vijftal artikelen geschreven met als titel ‘Scholen van Onderzoek in het verleden en heden’. Deze studies werden in 1987 opgenomen in het studieblad ‘Bijbels Denken’. Ook in deze studie wordt op duidelijke wijze de Joods/Hebreeuwse denkwereld belicht!

Zoals bij de apostel Paulus opwekking uit de doden en verhoging één zijn, zo zijn in de evangeliën opstanding en verschijning één. Het zichtbaar verschijnen van Jezus met een geestelijk lichaam wordt tot uitdrukking gebracht met de Griekse woorden “anastènai” (opstaan) en “anastasis” (opstanding). Er kan voluit van opstanding gesproken worden als de opgestane zichtbaar verschijnt. De opwekking uit de doden gaat eraan vooraf. En dàt is het grote heilsgebeuren dat centraal staat in de brieven van Paulus, in het bijzonder in de Ef./Kol. –brieven, die de voltooiing van het heil in Jezus Messias omschrijven. Met Paulus’ woorden gezegd: de overwèldigende rijkdom van Gods genade! (Ef.2:6-10).
Welnu, God heeft Jezus opgewekt uit de doden en Hem gezet in Zijn rechterhand in de “hemelse gewesten” (N.B.G) of “in de hemel” (St.V.). Het is de hemel der hemelen, daar waar God zelf woont. Jezus Christus is de hemelen (hemelsesferen) doorgegaan, of, – zoals Ef. 4:10 het verwoord “Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook die is opgevaren vèr boven àlle hemelen, om alles tot volheid te brengen”. Terecht vanuit de joods traditionele voorstelling (nog speculatief) gedacht: “een hemelse opstanding”, een directe verandering van bestaanswijze. Van een natuurlijk, stoffelijke lichaam in een geestelijk lichaam. Menselijke voorstellingen blijven altijd speculatief, om te proberen het onzichtbare, het ongrijpbare, te verwoorden. Maar in de voortgang van de heilsgeschiedenis – het geschiedend gebeuren van God! – in het bijzonder

in de latere brieven van Paulus (Ef./Kol.), worden de onzichtbare verborgenheden Gods bekendgemaakt. Geconcretiseerd en als het ware zichtbaar gemaakt. En ieder die enige kennis heeft van wat in deze verborgenheidsbrieven is bekendgemaakt, kan weten dat Paulus juist in deze brieven een bijzondere terminologie gebruikt. Begrippen als verlossing, verzoening en opwekking uit de doden worden daarin grammaticaal aangegeven in een alles overtreffende trap: “apollustrosis” (volledige verlossing), “apokatalassoo” (volledige verzoening, verandering) en “exègeiroo” (uit-opwekken van tussen de doden uit).

In de “tweede Mozes”, Jezus Messias, is de grote Exodus, de uittocht uit de doden begonnen! Men leze vanuit deze perspectieven 1 Kor.15, het hoofdstuk der opstanding. Aanvangend met Christus als de Eersteling, die door Gods inwerkende macht uit de doden is opgewekt. Gevolgd door meerdere uit-opstandingen en tenslotte de algemene opstanding der doden. En in de Efezebrief – waar alle dualiteiten reeds als wederom “tot één gemaakt” worden gezien (het uiteindelijke doel van de heilsgeschiedenis), namelijk in de Gemeente, die Christus’ Lichaam is, – is er ook een “hemelse opstanding” voor deze “er-uit-geroepen gemeente” (ekklèsia). Samen met Hem opgewekt uit de doden en gezet in de rechterhand Gods in de hemelen (de alles-omvattende hemelse sferen). Vandaar ook die alles-overtreffende woorden en termen in de Ef./Kol. –brieven. Inderdaad: Er zijn – we herhalen het maar weer – ook voor Paulus geen woorden voor te vinden! Ook de “hemelse dingen”, in het bijzonder aan Paulus geopenbaard, dienen – juist vanuit deze Hebreeuwse denkwereld – hernieuwd aan de orde te komen. Jezus, die als Dienaar van de besnijdenis (Rom.15:7-9), het volk Israël vertegenwoordigde, en het koninkrijk der hemelen predikte, dat van uit de hemelen (van boven!) op aarde verwerkelijkt moest worden – zei tot rabbi Nicodemus reeds: “Indien Ik u lieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek? En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen.” (Joh.3:12-13). Na dit intermezzo nemen we die “hemelse dingen” aan Paulus geopenbaard, weer op: Hij is het immers, die als apostel der volkeren, niet Jezus “naar het vlees” verkondigde, maar de door God opgewekte en verhoogde Heer en Messias predikt, die de Naam boven alle naam ontvangen heeft! (2 Kor.5:14-17; Hand.2:36;Fil.2:5-11). En dat moeten we als gelovigen, die Paulus willen navolgen, niet veronachtzamen. Er is een “samen-opwekking” met Christus voor de gemeente (het uitroepsel) uit het geheel der (plaatselijke) gemeenten, het Lichaam van Christus, (Ef.2:5-6;Kol.2:11-12). Onzichtbaar verborgen met Christus in God, (Kol.3:1- 4). Totdat ook deze gemeente, samen met Hem zal verschijnen in heerlijkheid.
Dàn eerst zichtbaar! Na de samenopwekking met Hem (ègeiren), een samen met Hem verschijnen. Zoals bij Paulus opwekking (egeiren) en verhoging één zijn, zo zijn in de evangeliënopstanding (anastasis) en verschijning één. Bij Paulus het onzichtbare gebeuren: “God heeft Jezus opgewekt uit de doden” en in de evangeliën wat daarna gebeurde: het zichtbaar verschijnen van de Opgewekte, als teken dàt Hij was opgestaan (anastasis) uit de doden. In het boek van G.J. Pauptit “Van dood en Opstanding” wordt de “bijzondere uit-opstanding” (eis tèn exanastasis tèn ek nekron) vrijwel geheel belicht vanuit Fil.3:10-11. Mede omdat deze term slechts één maal voorkomt in de Schrift. Pauptit en van Mierlo die we als leraren van het gedegen Schriftonderzoek beschouwen, zijn o.i. blijven steken in een te letterlijke uitleg, wat betreft deze “bijzondere uit-opstanding” van Fil.3:11.

Romeinen 6

Romeinen 6

We laten eerst de verschillen zien tussen wat Paulus t.a.v. dood en opstanding te zeggen heeft in Rom.6 en daarna de veel verder en dieper strekkende betekenis van de Ef./Kol. brieven die o.a. de voltooiing van het heil in Jezus Messias of wel de door God opgewekte Jezus en onze “samen-opwekking met Hem” beschrijven. We beginnen met Rom.6 want ook dààr wordt gesproken van een “één plant worden met Hem”, een samengroeien met Jezus’ dood en opstanding. Het gaat in Rom.6 om de levenswandel van de gelovige, nl. het wandelen in “nieuwheid des levens”. Paulus ziet de gelovigen als “in Zijn dood gedoopt”, d.w.z. samen met Hem gestorven. Met vers 11 gezegd: “Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar lévend voor God in Christus Jezus”! De oude mens is met Christus gestorven. En nu kan de gelovige door de opwekking van Jezus uit de doden (ègeiroo) “in nieuwheid des levens wandelen”, weggetrokken, uit-getrokken uit de “slavernij van zonde en dood”. Of wel van de zonde “als macht”. Het is alles gebaseerd op het “exodus-motief”, het wegtrekken uit de doodsmachten! Zeer opvallend is nu, dat bij nader grondtekst – onderzoek blijkt dat Paulus in Rom.6 t.a.v. de levenswandel voor “dood” steeds het woord “thanatos” gebruikt. En als het gaat om opwekking uit de dood het woord “nekros” wordt gebruikt, nl. van de lichamelijke dood, beter gezegd: de ‘lijk- toestand’, de volledige afsnijding van het leven. Het Grieks heeft voor het begrip “dood” twee woorden: “thanatos” en “nekros”. In het klassieke Grieks komt het verschil tussen deze woorden nauwelijks tot uitdrukking. Wij denken bij “dood” in de eerste plaats aan een toestand van het schepsel na het sterven. Maar wanneer we het in de Schrift voorkomende woord “thanatos” nagaan, zal ons blijken, dat het veelal de toestand is van vòòr het sterven, en dat dus “thanatos” wijst op een bewuste toestand. “Thanatos” betekent altijd “dood”. Misschien zit er een oorspronkelijke betekenis in van “uitdoding of verdwijning”, maar meer licht geeft het woord niet. Homerus denkt zich de dood soms als een toestand van bijna bewusteloosheid. Plato (daarentegen) acht de toestand van de “dood” (soms) een intens verhelderend bewustzijn. Met andere woorden, het woord “thanatos” zonder meer, zegt niets en laat bewustzijn en niet-bewustzijn toe. Dus m.a.w. ‘we moeten op “Bijbelse grondslag beslissen”. Welnu, in de Bijbel komt het verschillend gebruik en de betekenis van deze woorden echter duidelijk naar voren. De nekros – dood is de natuurlijke, lichamelijke doodstoestand, de absolute afsnijding van het aardse leven. In onze taal is het (vernederlandste) woord “necrologie” en de betekenis daarvan wel bekend!
De thanatos – dood is de geestelijke dood. Het stervensproces (al stervende sterft de mens). Dit (thanatos-) stervensproces eindigt met de afsnijding van het leven, de lijk toestand, de nekros – dood. Vandaar dat in het Grieks waarschijnlijk geen onderscheid aangegeven wordt tussen deze twee begrippen die – evenals in ons taalgebruik gewoon “dood” betekenen.
wordt vervolgd!

Translate »