Nov 042011
 

De massa is bedrieglijk! Het indoctrinatieproces is niet te herkennen door mensen die zelf reeds onbewust geïndoctrineerd zijn.

Inhoudsopgave:

 

revelation11_15De climax van het gehele proces der inbezitneming van de aarde, van het geloste erfdeel door Messias Jezus, vinden we beschreven in de Apocalyps hoofdstuk 19.

  • ‘En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn naam luidt: Het woord van God. En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God. Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren’ (Openb.19:11-16).

Telkens greep de ziener van Patmos reeds op deze geweldige gebeurtenissen vooruit!

  • ‘En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereed gemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat. En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de gehele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. Zie, Ik   kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien. En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd’ (Openb.16:12-16).

Het is de apostel Johannes die van stap tot stap het Apocalyptische gebeuren ontvouwt, want na alle gerichten, de heerschappij van de twee “Beesten”, de uiterste toespitsing der ongerechtigheid in Babylon, komt eindelijk de ondergang van de “oude Draak”, de leugen en “mensenmoorder van den beginne” (Joh.8:44), en zijn twee vertegenwoordigers, de exponenten van politieke macht en valse religie.

De overwinning van Messias Jezus, reeds aan het kruis van Golgotha bevochten, zal na de laatste explosie van helse macht ook op aarde geheel en al openbaar worden. Dat is de zichtbare wederkomst van Christus met Zijn hemelse heirmacht, de eigenlijke “openbaring van Jezus Messias”, de Apocalyps, die tevens de openbaar-wording der kinderen Gods zal zijn, waarnaar de ganse schepping uitziet . . .

  • Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamelijk zucht en gezamelijk in barensnood verkeert tot nu toe’ (Rom8:19-22).

Het Woord Gods (nu niet specifiek in de betekenis van Heilige Schrift, maar Christus-in-Persoon, de NAAM) komt van de hemel om de tegenstander, de anti-naam-in-persoon, de satan te arresteren en te binden. En allen die het merkteken van die antinaam zullen dragen en zijn beeld hebben aanbeden, zullen met de twee Beesten levend in de vuurpoel worden geworpen. De anderen worden door Christus Zelf gedood . . .

  • ‘En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeen verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees’ (Openb.19:19-21).

In sobere, maar geladen woorden wordt de grote eindafrekening geschetst. Bijna als een anticlimax na al die huiveringwekkende tonelen. Zo hoort het ook, want als het erop komt, als het Gods tijd is, blijkt al die machtsontplooiing van de satan en zijn trawanten in een ogenblik te worden weggevaagd.

Nergens anders in de Schrift blijkt indrukwekkender hoe de ontplooiing van het kwaad slechts toegelaten wordt om de volharding der heiligen te beproeven, dat het meewerkt ten goede, dat het dienstbaar is als de grote “testcase” voor het volk, dat in geloof waardig is huisgenoten Gods te worden. De HEER laat de satan en zijn rijk tot een uiterste komen om des te duidelijker de grondeloze slechtheid, dwaasheid en onzinnigheid van zijn rebellie en van allen die tegen God opstaan, te ontmaskeren en weg te vagen.

Als het Gods tijd maar is

Het wachten op de tijd van God is soms ongelofelijk zwaar. Het kan de uiterste beproeving betekenen, men kan bij wijze van spreke aan de laatste adem toe zijn, maar dan komt het erop aan te volharden in het geloof van “het laatste”. In het persoonlijk leven en in het wereldleven! De geboorte komt als de weeen het ergst zijn. De verhoring komt als wij al lang niet meer kunnen. De schepping zucht als in barensnood en ook wij (zelf), die de strijd hebben tegen de machten,  . . . de machten buiten de mens als op de machten in de mens! Juist het boek “Openbaring” leert ons zo weergaloos troostend dat wij de verlossing te verwachten hebben “als de negen maanden voorbij zijn”. Het probleem is dat wij “onderweg” veel te veel gefascineerd worden door het boze en hopeloze; wij behoren krachtens het grondpatroon van alle profetie met name die van de Apocalyps te weten dat God altijd verhoort, maar op Zijn tijd, als de zwangerschap voltooid is. Het opgeven vóór de tijd der “geboorte” is zo’n onmetelijk groot gevaar!

De ongerechtigheid komt tot haar uiterste in de openlijke mensenoorlog tegen God en Zijn Gezalfde, . . .

  • ‘Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen zijn Gezalfde: Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen!’ (Psalm 2:1-3).

Dit negentiende hoofdstuk uit de Apocalyps is een weinig besproken en overdacht schriftgedeelte, omdat het zo ongeloofwaardig klinkt en zo vreemd is. Maar het is de onvermijdelijke gang van zaken, de onvermijdelijke laatste consequentie.

Dáár, op de bodem van het land van Israels God, drommen de geallieerden van satan tegen hun Schepper en versmade Verlosser bijeen. Men wil Hem in een laatste, wanhopige poging weerstaan. Bedenken wij wel, dat verzinnebeelding van dit eindgebeuren volkomen fout is. In de Apocalyps wordt alles openbaar, komt alles aan het licht en tot tastbare gestalte. [Juist in de hedendaagse strijd tegen Juda en om Jeruzalem is het de profeet Joel die hier duidelijkheid verschaft, . . .]

  • ‘Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat’, (het dal van Josafat betekent: het dal ‘de HEERE oordeelt’ … zie ook: vers 12) ‘Laten de heidenvolken opgewekt worden en oprukken naar het dal van Josafat, want daar zal Ik zitten om te berechten alle heidenvolken van rondom!’ (Joel 3:1-2a-12).

Een daadwerkelijke oorlog tegen God, zoals deze in de Apocalyps geschetst is, lijkt niet mogelijk te zijn; het schijnt -in het finale patroon- te onzinnig en te belachelijk om letterlijk te kunnen worden opgevat. Lezen we over deze oorlogsvoorbereidingen in de samenhang van de tekst, dan is er toch geen twijfel mogelijk. Het Beest en de koningen der aarde zijn met hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Christus en Zijn legermachten, op het moment dat Hij terugkeert . . .

  • ‘En ik zag het Beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeen verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger’ (Openb.19:19).

De vraag is nu! Waarom kunnen de vertegenwoordigers van satan op aarde de leiders en grote delen van de volken zover krijgen, dat zij een oorlog tegen God willen beginnen? In het zestiende hoofdstuk (:12-14) staat geschreven, dat de Eufraat zal opdrogen om een doorgang te bieden aan de koningen uit het oosten en drie onreine geesten (van satan en de twee wereldleiders resp. die van het beest en de valse profeet) doen zulke overtuigende tekenen, dat zij erin slagen de volken te mobiliseren tot de oorlog tegen God, . . . maar niet alleen uit het oosten, ook uit het noorden en andere windstreken zullen grote legermachten optrekken naar Armageddon, zoals beschreven en is opgetekend in het boek der waarheid (Dan.10:21) als het gaat in de strijd om het sieraadland tussen de koningen van het zuiden en het noorden (Dan.11:5-45)!

In de perioden van de eindgerichten kan het atheisme als leer dat er geen god is, geen stand houden. De aard van de vele gerichten die plaatsvinden onder de zegelen, zoals beschreven in de Apocalyps, het bovenmenselijk karakter der tekenen, dit alles zal zelfs de meest ongelovige er van overtuigen dat het allemaal waar is, waarover altijd gespot is. Toch zal dit hen geenszins tot bekering brengen; hun atheisme zal in een antitheistische houding omslaan, d.w.z. dat men dan wel degelijk het bestaan van God aanvaardt, maar nu om zich bewust, onder leiding van antichristelijke machten, tegen Hem op te stellen. Waarschijnlijk zullen de tekenen van de twee “Beesten” zo machtig en overweldigend zijn, . . .

  • ‘En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd’ (Openb.13:13-14).
  • ‘En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem teniet doen door de verschijning bij Zijn komst; hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden’ (2 Thess.2:9-10).

dat zij de mensen overtuigen onder hun leiding de gehate God der gerichten te kunnen overwinnen. Met andere woorden de mensen zullen er niet meer aan twijfelen dat al die ongekende rampen het werk zijn van een werkelijk levende God, dat de God van de Bijbel toch “echt bestaat” en dat Hij voornemens is na al die gerichten op aarde Zelf te komen om Zijn rijk op aarde te vestigen.

Uitsluitend als wij dit in acht nemen: de overtuiging bij de dan overlevende mensen dat Messias Jezus een levende werkelijkheid is, die werkelijk op aarde zal wederkomen om Zijn vijanden definitief te verslaan, alleen dan kunnen wij verstaan dat de politieke en religieuze leiders en hun legers zich opmaken om de wederkomst van Christus te verijdelen. Dan is het ook te verstaan waarom zij naar het oude land van Israel zullen optrekken, en dat de gehele profetie daar ook heenwijst voor de grote slachting en afrekening.

Men weet dan immers dat Messias Jezus dáár zal wederkomen, dat Zijn voeten op de Olijfberg zullen staan en dat Hij als de grote Koning Jeruzalem zal binnengaan . . .

  • ‘Hef uw poorten op, o poorten, en verhef u, eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnengaat. Wie is deze Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in de strijd. Hef uw hoofden op, o poorten, ja verhef ze, eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnengaat. Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE van de legermachten, Hij is de Koning der ere’ (Ps.24:8-10).

Het is inconsequent wél te geloven dat Christus zichtbaar en lichamelijk zal wederkomen, en dan plotseling de eindoorlog der volken tegen Christus te allegoriseren.

Onder de inblazingen van de satan en zijn vertegenwoordigers op aarde, onder de betovering van hun tekenen, en niet minder door de haat die overal gewekt is door de zware gerichten, zal de wederkomende Christus werkelijk als een dreiging ervaren worden. Men zal Hem beschouwen als de grote Spelbreker, zoals ook de HEER de torenbouw van Babel verstoorde en alle “Babelse bouwsels” altijd heeft afgebroken!

De Beesten verdelgd

Hebben wij in het voorgaande reeds gewezen op de oorzaken die er toe zullen leiden dat de twee “Beesten”, de twee satanische wereldleiders, erin slagen de volken te mobiliseren tegen de wederkomende Christus, onze tijd leent zich bij uitstek om zulks nog verder begrijpelijk te maken.

Het machtigste wapen in de handen van de antichristelijke macht is de ‘bewustzijnsverandering’, waarbij de tegenstander van God niet in het minst gebruik zal maken van de media in al z’n facetten . . .

  • ‘waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht der lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid’ (Efz.2:2).

In de Ap. 16:14 lezen wij van “geesten der duivelen” die uitgaan tot de leiders van der volken. Door tekenen. Zo machtig zal de betovering zijn, dat niet alleen de argeloze massa, maar ook de leiders onder hun invloed komen.

De politieke wereldleider, zoals deze geschets wordt in het eerste Beest, “dat was en toch weer is”, zal een indruk van onsterfelijkheid en onoverwinnelijkheid maken. De macht over de krachten der natuur, een “geest geven” aan een dood beeld (13:13-15), zal deze indruk nog versterken . . .

  • ‘En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zou gaan spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden’.

Het occulte oproepen van bovenmenselijke en bovennatuurlijke machten zal ongetwijfeld ook binnen het bereik van “gewone” mensen gebracht worden. De wereld van gevallen engelen en demonen zal in de laatste dagen zo dicht bij zijn, zo manifest doorbreken in deze wereld, dat de mensen door bepaalde psychotechnieken zich met hen in verbinding zullen kunnen stellen en gebruik maken van de paranormale vermogens die zij opwekken . . .

  • ‘Maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen’ (1 Tim.4:1).

Naast deze invloeden van buitenaf zal de thans reeds sterk ontwikkelde “mentaliteitsverandering” tot grote perfectie worden opgevoerd.

Wie de ogen open heeft, ziet thans reeds met verbijstering wat zich aan de mensen voltrekt! Met recht spreekt de Apocalyps van “een kracht der dwaling” . . .

  • ‘En daarom zal God hun een krachtige dwaling (lett.: werking van dwaling) zenden, zodat zij de leugen geloven’ (2 Thess.2:11).

De voornaamste vijand waartegen wij te strijden hebben, is niet meer de politieke machtsvorming (al zullen wij ook daartegen de strijd geen ogenblik mogen opgeven), maar dat is de stelselmatige en van bovenaf geleide manipulatie met de menselijke geest, de bewuste verdraaiing van de werkelijkheid en de bewuste ontkrachting van constante waarden.

Uit alle hoeken, uit alle regionen van de maatschappij komen die onreine geesten op ons af . . .

  • ‘En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God’ (2 Tim.3:1-4).

De basis van het complot ligt in de scholen en de vormingsinstituten. Stelselmatig en onophoudelijk wordt de jeugd vergiftigd door o.m. “doorbreking van taboes”, door hen b.v. te pressen schuttingwoorden te zeggen, door de revolutie (islamitische) te prediken waar het maar kan en het ouderlijk en overheidsgezag bespottelijk te maken.

Men heeft geen notie van de gevaarlijke werking van de televisieprogramma’s en de verkoop van DVD’s voor kinderen en volwassenen, waarin allerlei supermannen, beesten en gedrochten optreden, waarin macht en kracht en geweld en toverij verheerlijkt worden.

Voeg daarbij de verderfelijke werking van de overal toegepaste sensitivity-training(en), waarin de persoonlijkheid ondergeschikt gemaakt wordt aan het “groepsbewustzijn”. Zie de voortdurende en stelselmachtige indoctrinatie van oud en jong via pers, televisie en radio, door de actualiteit op een zeer bepaalde manier te belichten en te commentarieren, denk hierbij aan de berichtgeving over Israel, w.o. de pro-Arabische propagande machine die de CNN en BBC netwerken hanteren, ook de NOS draagt zijn steentje bij!

Wat weet men over het algemeen van de openlijk verkochte en aangeprezen “handleidingen” voor de mentale revolutie, psychologische en psychiatrische adviezen om de mensen “om te turnen”, technieken om de mensen moe en murw te maken?

  • Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus. Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk’ (Kol.2:8-9).

Wat beseft men van de gesubsidieerde vormingsinstituten die kaders opleiden om overal, in scholen en kerken, in bedrijven en verenigingen, in partijen en stichtingen, te infiltreren, te ondermijnen, uit te hollen? Het proces is in volle gang!

De massa wordt rijp gemaakt om straks als een gehypnotiseerde kudde achter de verlokkingen van de antichrist aan te gaan.

  • hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden’ (2 Thess.2:9-10).

Een geest van waanzin vaart door de wereld en het zou bijzonder gevaarlijk en dom zijn niet te beseffen dat deze waanzin ook onze eigen woningen binnenkruipt, ook ónze kinderen bedreigt.

De massa is bedrieglijk! Het indoctrinatieproces is niet te herkennen door mensen die zelf reeds onbewust geindoctrineerd zijn.

De verandering is uiterst subtiel. Er wordt geleidelijk gewerkt aan het “elastisch” maken van de tolerantie. Ook in de kerken. De geliefde van vandaag kan morgen – zonder dat wij het beseffen – omgeturnd zijn en het niet laten merken. De onderwijzer of docent op school kan dezelfde brave, onberispelijke man van altijd schijnen en toch de slang al in zijn hart hebben om onze kinderen en de pubers te verloederen.

De “programmeurs” van de menselijke ziel, de uitdenkers en toepassers van psychotechnieken, staan in hun afzichtelijkheid naakt uitgestald voor de gelovigen die in de HEER zijn, maar voor de blinden, ook onder de christenen, schijnen zij liefdevolle, begrijpende en “barmhartige” lieden, vol van sociale bewogenheid en “evangelische” bewogenheid; deze wolven in schaapshuiden zijn de voorlopers en wegbereiders van de antichrist.

  • ‘In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren, . . . Maar deze mensen lasteren wat zij niet kennen, als redeloze dieren, geboren met een natuur om gevangen te worden en te gronde te gaan. Zij zullen in hun verdorvenheid ten verderve gaan, en zij die een zwelgpartij overdag als een genot beschouwen, zullen het loon van de ongerechtigheid ontvangen; schandvlekken en smetten zijn het, die zwelgen in hun bedriegerijen, als zij met u de maaltijd gebruiken. Hun ogen zijn vol overspel en zondigen onophoudelijk; zij verlokken onstandvastige mensen (zielen) en hebben hun hart geoefend in hebzucht; kinderen van de vervloeking zijn het. Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn verdwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon van Beor, die het loon van de ongerechtigheid liefhad’ (2 Petr.2:10-15).
  • Maar deze mensen lasteren alles waarvan zij geen kennis hebben, en met de dingen die zij, net als de redeloze dieren, van nature wel begrijpen, richten zij zichzelf te gronde. Wee hun, want zij zijn de weg van Kain ingeslagen en hebben zich om loon in de dwaling van Bileam gestort en zijn door het tegenspreken als van Korach omgekomen. Deze mensen zijn schandvlekken bij uw liefdemaaltijden. Als zij met u de maaltijd gebruiken, doen zij zichzelf onbeschroomd te goed. Zij zijn wolken zonder water, die door de winden heen en weer gedreven worden. Zij zijn als bomen in de late herfst, zonder vrucht, tweemaal gestorven en ontworteld. Zij zijn wilde golven van de zee, die hun eigen schanddaden opschuimen, dwaalsterren, voor wie de diepste duisternis (de donkerheid van de duisternis) tot in eeuwigheid bewaard wordt’ (Judas 10-13).

In dit bestek kunnen wij de antichristelijke voorhoede slechts globaal signaleren. Wij moeten hen echter voortdurend ontmaskeren, ingaan op details, de ouders en de opvoeders, de leiders en de verantwoordelijken onophoudelijk waarschuwen en wijzen op de eigen schuld, want de jeugd is in deze niet verantwoordelijk. De ouders zijn verantwoordelijk.

Uiteindelijk zal dat hele Babel van de uiterste verwarring en leugenachtigheid, van de wetteloosheid en de uiterste genotzucht, worden vernietigd, maar dat ontslaat ons niet van de plicht thans, nu Babel nog gebouwd wordt, met de profeet te waarschuwen: “vlucht uit Babel, hebt geen deel aan haar werken!” (Jes.48:20;52:11;Jer.51:6,45).

  • ‘En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deel hebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen’ (Openb.18:4).

Als Babel is neergeworpen, rest de dol geworden volken en hun leiders niets meer dan de openlijke oorlog tegen de wederkomende Messias.

Het laatste gevolg van alle verdwazing, wereldwijsheid, ongeloof, christelijke en niet-christelijke Christusverwerping zal zijn:

de vereniging van alle leiders en regeringen, alle machtigen, alle legers, uit iedere rang en klasse der maatschappij, op de heuvels en in de dalen van het land Israel, van Idumea tot Esdralon, om tegen de Zoon van God en Zijn hemelse legers op te trekken . . .

  • ‘Wie is Deze Die uit Edom komt, in helrode kleding uit Bozra, Die luisterrijk is in Zijn gewaad, Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die spreekt in gerechtigheid, Die machtig ben om te verlossen. Waarom is dat rood aan Uw gewaad, en is Uw kleding als die van iemand die de wijnpers treedt? Ik heb de pers alleen getreden; er was niemand uit de volken met Mij. Ik heb hen vertreden in Mijn toorn, hen vertrapt in Mijn grimmigheid. Hun bloed (hun kracht) is op Mijn kleding gespat, heel Mijn gewaad heb Ik besmet. Want de dag van de wraak was in Mijn hart, het jaar van Mijn verlosten gekomen. Ik keek rond, maar er was niemand die hielp; Ik ontzette Mij, want er was niemand die ondersteunde. Daarom heeft Mijn arm Mij heil verschaft, en Mijn grimmigheid, die heeft Mij ondersteund. Ik heb de volken vertrapt in Mijn toorn, Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid, Ik heb hun bloed ter aarde doen neerdalen’ (Jes.63:1-6).

Daar valt het uur der beslissing . . .

Hier komt de tweede Psalm tot uiterste vervulling:

  • Komt . . . ‘Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen’! (Ps.2:3).

De valse vrijheidsillusie van de onwedergeboren mensheid, zonder God en gebod, zélf god, komt hier tot het uiterste

Het dolzinnige plan de HEER te beletten de wereld te arresteren en er Zijn rijk van vrede en gerechtigheid te stichten, werd reeds in de tweede Psalm vs.2 geprofeteerd:

  • ‘De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Messias’ (Gezalfde).

Maar Armageddon is het lachen van God:

  • ‘Die in de hemel woont, zal lachen, de Heere zal hen bespotten’ (vs.4).
  • ‘En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd’ (Openb.16:16).

Die mierenhoop zal moeiteloos verdelgd worden. Dat weet de gelovige nú al: daarom zal hij niet gefrusteerd raken als hij tegen de muren profeteerd. Hij zal niet bang zijn als hij de listen en lagen van de vijand ziet en hij zal niet vrezen voor smaad en vervolging. Wie het lachen van de HEER hoort, kan altijd verder: hij weet dat Isaak geboren wordt!

De machten zijn in eeuwige dimensies al tentoongesteld en in de slag van Armageddon, die zelfs geen “slag” zal worden maar een verdelging, zullen zij openlijk worden vernietigd. De Schrift vehaalt het in sobere bewoordingen.

  • ‘En het Beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees’ (Openb.19:20-21).

Dat lachen van God, bij de grote afrekening, is heel wat anders dan de leugentaal over een “god” die alles “goed vindt” en die overal “begrip” voor heeft.

Dat is het majesteitelijke lachen over de zichzelf vergoddelijkende mens, over een ‘naam-christendom’ en een ‘leugen-godsdienst’ dat achter de duivel aanloopt, en over de afgoderij van Babel. Als de wereld een verbond heeft durven aangaan met de hel, een verbond met politieke leiders en religieuze leiders die zichzelf als “Messias” durfden voorstellen, komt het lachen van de Almachtige en vaagt Hij die gehele, onvoorstelbare verdorven bende weg.

  • ‘En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Pas op dat niemand u misleidt. Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: Ik ben de Christus (Messias); en zij zullen velen misleiden’ . . . Ik ben de Messias (Christus), en: De tijd is nabijgekomen. Ga hen dan niet achterna’ (Matth.24:4-5;Luk.21:8).

Dat lachen is het “brullen” uit Sion, waarover de profeet spreekt, wanneer hemel en aarde zullen beven . . .

  • ‘Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nog één ogenblik, en dat is een korte tijd, dan zal Ik de hemel, de aarde, de zee en het droge doen beven. Ik zal alle heidenvolken doen beven. Zij zullen komen naar het verlangen van alle heidenvolken en Ik zal dit huis vullen met heerlijkheid, zegt de HEERE van de legermachten’ (Hag.2:7-8).
  • De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israelieten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont. Jeruzalem zal een heiligdom zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken’ (Joel 3:16-17).
  • ‘Brult een leeuw in het woud als hij geen prooi heeft? Laat een jonge leeuw vanuit zijn hol zijn stem klinken zonder dat hij iets gevangen heeft? . . . De leeuw heeft gebruld. Wie zou niet bevreesd zijn? De Heere HEERE heeft gesproken. Wie zou niet profeteren? (Amos 3:4,8).
  • En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen’ (Openb.10:3).

De bergen zullen smelten als was voor de wederkomende Christus en de hemel zal scheuren, wordt opengeritst, als de grote Dag van “IK BEN DIE IK BEN” zal zijn aangebroken: . . .

  • ‘En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien. En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken’ (Openb.5:4-5).

Heel de grootheid van het Beest valt in een moment ineen. Hij wordt “gegrepen” staat er . . .

  • ‘En het Beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt’ (Openb.19:20).

Voordat er een schot valt, bij wijze van spreken, wordt hij als een ordinaire rat in zijn nekvel gepakt en in het vuur geslingerd. En met hem de valse profeet. En hun legers worden gedood door het zwaard . . .

  • ‘En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat,  namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees’ (Openb.19:21).

De grote ontmaskering van . . .

  1. de schijnchristus – [pseudomessias]
  2. van de helse religie, van het occultisme
  3. de machtswellust
  4. de genotscultus
  5. de waanwijze psychologie
  6. het naam-christendom [de valse religies]
  7. de sociologische manipulators
  8. en de handelaren in mensenzielen . . .

heel deze leugenkraam zal op de bodem van Israel in één machtsdaad van Christus weggevaagd worden.

Dat is de verschrikkelijke waarschuwing voor allen die op enigerlei wijze nog “genuanceerd” denken over alles wat zich in deze samenhang en op deze golflengte aandient en ontwikkeld in het proces van de eindtijd. Dat is ook de troost en satisfactie voor het getrouwe volk Gods, dat deze dingen onderscheidt, en dat veel smaad en vervolging moet lijden door haar getuigenis.

[Men spreekt zelfs in onze tijd nog van “christen” – volken en “christen” – naties, maar nooit is iets gevonden wat daarop leek. De geschiedenis van het “uiterlijke” christendom is dermate beschamend, dat men deze beter niet open kan slaan! Wat in de Naam van Christus (Messias) geschied is en ook nú nog gebeurt is hemeltergend. Daarbij behoeven wij niet stil te staan bij de monstruositeiten van de Inquisitie, die in Christus’ Naam mensen verbrandde, nagels uitrukte, liet hangen tot zij half dood waren, om ze daarna ten overvloede levend te villen of te “ontdarmen”. Al deze gruwelen vullen vele pagina’s der “kerk”- geschiedenis. Maar talloze pagina’s die nooit geschreven zijn, zouden ons kunnen verhalen van de niet zo excessieve, subtielere zonden van het christendom tot de dag van heden, zoals zelfhandhaving onder vrome schijn van rechtzinnigheid, opportunisme, baantjesjagerij, heulen met de Mammon, verstrengeling met de wereld, elkaar vangen op een woord, oordelen, lasteren, huichelen, liegen, pressie uitoefenen, intrigeren, “tactische manoeuvres” in de kerkstrijd, lidmaatschappen van maconnieke en occulte genootschappen, lidmaatschappen van anonieme politieke en economische clans. Alles onvergelijkelijk veel erger dan de leefwijze, denkwijze en handelwijze van onwetende heidenen, en is globaal beoordeeld “het christendom” een slag in het gelaat van Christus (Messias) geweest]

Mogen wij wel van “voldoening” spreken bij dit ontzettende eindgebeuren? Het is juist een van de meest geraffineerde leugens van onze tijd, dat wij alles en allen moeten liefhebben en in de naam van die liefde ook alles moeten tolereren.

De gelovigen verheugen zich over Babels ondergang, zij verheugen zich over de ondergang van satans rijk en de tyrannen van de geest en van het lichaam, zoals wij ons mogen verheugen over een God die scheiding maakt als hij schept en herschept en die het onkruid wiedt en verbrandt.

Citaten uit: De Terugkeer van Jezus Christus naar de Openbaring van Johannes van dhr. H. Verweij, bewerkt door Gerard J.C. Plas

………………………………………………………………….

Resumerend:

Als we te midden van allerlei maatschappelijke onrust tot over onze grenzen heen, Gods Woord als leidraad nemen, is er niet zoveel verbeeldingskracht nodig om vast te stellen dat het indoctrinatieproces zich vanuit de maatschappelijke geledingen in al z’n kracht via de media als een soort massa hysterie zich aan ons opdringt, als het gaat om de economie, normen en waarden, en niet in het minst aangaande Israel als de enige democratische staat in het Midden-Oosten -die het altijd gedaan heeft-, in die op drift geraakte Arabische-Islamitsche wereld van het Midden-Oosten in 2011!

De “Apocalyps” een Spelbreker of de weg naar een nieuwe eeuw (aioon)

Tegenover en naast alle mogelijke moderne en vroegere toekomst beschouwing leggen wij een klein boekje, dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling ontstond. Het is de “Apocalyps”, als laatste boek opgenomen in de Bijbel, beter bekend als “Openbaring van Johannes”. Kan dit oude geschrift uit een voor-wetenschappelijke tijd, bijna twintig eeuwen geleden geschreven, op grond van visioenen die een zekere Johannes op een eiland heeft gezien, ons iets te zeggen hebben over de toekomst van mens en wereld? Apocalyps betekent ‘het tevoorschijn komen’, dat is eigenlijk de meest wezenlijke betekenis van het boek. Alles komt er in te voorschijn wat er al was, maar wat nog niet “openbaar” is geworden.

In de eerste plaats Christus Zelf – “de openbaring van Jezus Christus” (1:1) – en verder alles wat met dit “te voorschijn komen” van Christus (Messias) gepaard gaat en wat er aan vooraf gaat.

Het niet acht geven op de woorden van Jezus Messias Zelf . . . dat er een bijzondere zaligspreking aan het lezen en horen van deze profetie verbonden wordt (1:3;22:7), heeft diepe ingrijpende gevolgen voor het christendom gehad!

Bewust of onbewust is er een zekere weerzin tegen “Openbaring”, die nauw samenhangt met het eenzijdige benadrukken van het heil der gemeente (kerk). Dit gaat ten koste van de heilsdimensies die de Bijbel toch óók kent t.a.v. Israel en de heidenvolken, welke dimensies juist in het boek “Openbaring” extra tot uiting komen. Men maakt dan geen onderscheid tussen het adres van de profetie (de gemeenten) en de inhoud, die ook de wereld geldt. Want er staat geschreven . . .

  • ‘gij moet wederom profeteren voor volken, naties, tongen en koningen’ (10:11).

De gehele profetie van de Apocalyps is gericht aan de gelovigen, maar de inhoud van deze profetie reikt verder dan de gemeente van Christus. Zij geldt ook de wereld, de gehele wereld en zijn leiders!

Zinvol!

Wij kunnen een weg alleen zinvol afleggen, als wij weten waarheen deze leidt. Onze houding en orientering in het tegenwoordige kunnen alleen juist zijn, als we de bestemming weten en de weg waarop wij gaan moeten. Hoe zouden we kunnen “sturen” en “richting geven”, als we de mijlpalen onderweg niet zouden kennen, de afsplitsingen, de dwaalwegen en de doodlopers?

Met name in onze tijd is dat van grote betekenis, omdat de “toekomstkunde” (futurologie) uitsluitend van onze menselijke mogelijkheden en middelen uit moet gaan, zonder kennis van Godsopenbaring en zonder maatstaven van hoger orde. Nu zou men hier kritisch kunnen opmerken, dat de onzekerheid juist voor de gelovige een heilzame uitdaging kan betekenen. Voor wat het persoonlijke geloofsleven betreft, mag dit zeker niet ontkend worden. Voor zover de gelovige echter ook een lid van de maatschappij is en betrokken bij de grote bewegingen van onze tijd, -zoals thans de “social media” het leven van grote groepen en “structuren” bepalen-, kan kennis van het profetische Woord behoeden voor een verkeerde weg!

Zouden de leiders van kerken en volken werkelijk in het geloof geleefd hebben en ernst hebben gemaakt met de profetie, dan zouden zij bij voorbaat hebben geweten dat utopieen als de Franse Revolutie, de Russische Revolutie en het “duizendjarig rijk” van Hitler niet anders dan demonische tirannieen konden zijn. De typen en “modellen” van deze babelse bouwsels in de politiek vindt men duidelijk in de Bijbel terug en ook hun afloop.

Hiermee wordt niet beweerd dat de profetie nu ook een toekomstbeeld tekent dat tot in bijzonderheden de toekomst onthult, maar wel de grote lijnen schets, de wegen naar het heil en onheil. Zo kunnen wij de hoofdmotieven van de geschiedenis volgen, de machten van God en de machten van de tegenstander (Hebr. ‘satan’) onderscheiden. Zelfs kan men zich een globaal beeld vormen van de “eindtijd”, de toespitsing der tegenstellingen, de strijd tegen de laatste grote werelddictatuur, de overwinning van Christus en de doorbraak van het Koninkrijk der Hemelen of wel het Messiaanse rijk op aarde! Men zal door inzicht in de tijden en gelegenheden van God niet blindvaren en niet de doeleinden nastreven die in een bepaald tijdsgewricht nog niet gegeven zijn. Als over de God-vijandige machten gesproken wordt, moet daarbij niet alleen, en zelfs niet in de eerste plaats aan wereldlijke machten worden gedacht. In de Apocalyps wordt de gemeente van Christus in aanraking gebracht met en gewaarschuwd tegen satanische machten in eigen kamp! De “synagoge van de satan” en de valse profeet. Het gaat vóór alles om de valse religie en in de tweede plaats om wereldlijke machten.

De gehele Apocalyps (dus behalve de brieven ook de visioenen) is aan de zeven gemeenten gericht. Na de brieven laat de Heer a.h.w. zien hoe de vijand zich óók opstelt en hoe hij zijn operaties óók uitvoert in het midden van de gemeenten. Steeds met de nadruk op de “troon van de satan” en op de valse profetie (13:2,10;16:13;20:10). De gemeente zal moeten waken tegen de valse kerk, die juist dáárom zo gevaarlijk is omdat de antichrist de gestalte van het Lam (Christus) heeft (13:11). Het zijn niet de brute demonieen die de gemeente van Christus zozeer bedreigen, die zijn wel duidelijk, maar veel meer de wolven in schaapsvacht.

Het is de stad Pergamus in Klein-Azie, waar de troon des satans is; en geplaatst in de actualiteit van vandaag in het  Midden-Oosten is dat het Islamitische Turkije van premier Recep Tayyip Erdogan (2:13).

Nog altijd worden de apocalyptische voorstellingen eenzijdig allegorisch opgevat als beelden van de strijd die de kerk in z’n algemeenheid moet voeren vóór Christus’ komst ten oordeel. Door deze hardnekkige verzinnebeelding hebben de profetische en apocalyptische boeken voor velen hun beklemming en kracht verloren, ondanks de twee wereldoorlogen van apocalyptische proporties, de concentratiekampen van de nazi’s, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de dreiging van de Iranese kernbom, de ongekende ontkrachting van normen en waarden en het gebeuren met Israel in een onstabiel Midden-Oosten met dictators die niets ontzien in de handhaving van hun macht in die op drift geraakte Arabische-Islamitische wereld van 2011.

Vrees niet!

Het is de verheerlijkte Messias Jezus, de wereldrechter die gereed staat alles aan Zich te onderwerpen en de nieuwe wereld van het Messiaanse rijk te scheppen, die de rechterhand op Johannes legt, de rechterhand, de zegenende hand, en Hij zegt: vrees niet!

De mens heeft een onbeschrijfelijke vrees voor manifestaties uit de onzienlijke dimensies van de wereld. De wachten bij het graf van Jezus vielen als doden neer toen de engelen hen overvielen. De vrienden van Job zagen hoe Job de haren te berge rezen toen hij een wezen uit de andere wereld ontwaarde. Daniel die voor niets vreesde, zelfs niet voor een oosters despoot, zelfs niet de leeuwenkuil, verlamde van schrik toen hij een visioen ontving. Ook de grote profeten Jesaja en Ezechiel en anderen kenden deze ervaring. Er is alle reden tot angst, als de onzichtbare wereld in de onze doorbreekt en dat zal ook één der verschrikkelijkste ervaringen van de periode der eindgerichten zijn. Ook ten aanzien van manifestaties uit die onzienlijke wereld zal de periode van de apocalyps een echt “te voorschijn” komen zijn. Wat zal het zijn als de wereld van satanische machten en demonen zich op aarde gaat manifesteren? (12:9;9:3). Maar ook: wat zal het zijn voor de goddelozen als de Heer in Zijn verblindende en ontzagwekkende majesteit zal verschijnen in de stralende aura van Zijn eveneens verheerlijkte gemeente? “Wie zal stand houden als Hij komt?”

  • ‘Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? Wie zal bij Zijn verschijning standhouden? Want Hij is als een vuur van een edelsmid, en als zeep van de blekers’ (Mal.3:2).

Maar voor Johannes en allen die de HEER toebehoren geldt: vrees niet! En het is wél nodig dat de HEER dit zo nadrukkelijk en gezaghebbend uitspreekt. Want – vergeten we niet –  ook dit eerste visioen is reeds in de dag des Heren. Johannes zal dingen zien die ieder mens zouden doen versmelten als was: het gehele proces van de openbaar wording van God op aarde. “Wie zal Hem kunnen zien en leven?”

  • ‘Hij zei verder: U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven” (Exod.33:20).

Christus moest éérst Zelf aan de ziener verschijnen, wilde Johannes de ontzagelijke visioenen van de eindgerichten kunnen verdragen en later te boek stellen!

De zifting der gemeenten, het wegrukken van levenden en doden van de aarde om verenigd te worden met Christus, het openen van de gerichtszegels, de verduistering van zon, maan en sterren, het waggelen en uiteenscheuren van de aarde, het ineenzinken van bergen en heuvels, eilanden die van hun plaats worden gerukt, hemellichamen die op aarde storten, de wijnpers van Gods toorn die getreden wordt, het “dorsen van de volken”, het “toerollen” van de aardse atmosfeer, de opwekking van alle doden en het oordeel, de vernietiging van satan, het dodenrijk en de dood, het neerdalen van de hemelstad. Ontzaglijke, onvoorstelbare gebeurtenissen, welke geen geest zou verdragen te zien, als Christus niet eerst de ziener versterkt en getroost had.

Maar “gelukkig is hij die leest en zij die horen de woorden van deze profetie!”

  • ‘Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij’ (1:3;22:7).

Dat kan alleen hen gelden, die Christus Jezus toebehoren, die in een rechte verhouding tot Hem staan en die zich nog bekeren, opdat zij deze profetie kunnen lezen en horen. Dat zijn de mensen op wie het woord van Johannes van toepassing is:

  1. broeder in de  verdrukking.
  2. deelgenoot in het koningschap en in de volharing die in Jezus (Jesjoea) is (1:9).

Wie dit bezit is veilig tegen alle verschrikkingen van de Apocalyps. Voor de anderen is de Apocalyps, althans in zijn gerichtsaspecten, een nachtmerrie die werkelijkheid zal worden. Het “vreest niet” is maar geen geruststellende frase. Het wordt uitgesproken door Hem die de Eerste en de Laatste is, de levende. Tegenover alle betrekkelijkheid en voorbijgaande, tegenover de dood van de mens en de dood van de wereld, is Hij de enige CONSTANTE, de enige WERKELIJKHEID, uit wie, door wie en tot wie alle dingen zijn. Alle dingen hebben hun bestaan in Hem (Kol.1:17). De uitdrukking “Ik ben de Eerste en de Laatste” is de formule die de eeuwigheid van JESJOEA uitdtukt. De schepping had een begin, maar God is het Begin. Hij is het Einde; en Hij “overleeft” alle ontwikkelingen en veranderingen (Jes.41:4;45:6;48:12;Openb.22:13).

Christus is het Leven, van vóór alle schepping en tot in alle eeuwigheid. Alle leven in het heelal is slechts afgeleid van Hem die Zelf het leven is. In God bestaat het leven zelfstandig. Onsterfelijkheid kan aan schepselen “mede-gedeeld” worden, maar uitsluitend God heeft die, en Hij heeft die van Zichzelf (1 Tim.6:15-16).

Wat was, wat is, wat komt!

Johannes had reeds vóór hij Messias Jezus in het eerste visioen gezien had de opdracht gehoord: hetgeen ge ziet, schrijf dat in een boek (1:11). Deze opdracht wordt herhaald, maar nu met het betekenisvolle woordje “dan”, en bovendien in de voltooid verleden tijd. “Schrijf dan wat gij gezien hebt”. Johannes heeft nu het eerste visioen gezien: de Messias in Zijn verheerlijkte toestand, de Mensenzoon, die de eeuwige is, de Eerste en de Laatste, de gereed staande rechter, de Eerstegeborene uit de doden, de Levende!

Vervolgens: nu je ziet dat Ik de Machtige ben, die dood was en levend werd, die de Levende is en de Eerste en de Laatste, schrijf dan (daarom), want deze dingen die Ik meedeel zijn alle vast en zeker!

De tweede opdracht is: “en wat is”. Bedoeld is: wat het is:, of: wat zij zijn. De opdracht aan Johannes was niet alleen om te schijven wat Hij in dit visioen gezien had, maar ook wat zij zijn, d.w.z. de betekenis van hetgeen gezien was. Die betekenis geeft de HEER zelf aan: de zeven sterren zijn de boodschappers van de zeven gemeenten en de zeven kandelaren zijn de zeven gemeenten.

De derde opdracht is: schrijf wat geschieden zal na dezen. Vatten wij de opdracht nu samen: schrijf aan de zeven gemeenten wat gij gezien hebt (de kandelaren en de sterren), wat zij zijn (de gemeenten en de boodschappers) en wat er na dezen geschieden zal. Juist begrip van deze opdracht is van het hoogste belang voor het goed verstaan van de gehele Apocalyps!

De “structuur” van de Apocalyps houdt – bij onbevooroordeeld onderzoek – in, dat alles wat Christus door Johannes over de gemeenten zegt, een duidelijke afgrenzing heeft aan het einde van hoofdstuk 3. Met hoofdstuk 4 begint een nieuwe reeks van visioenen, die betrekking hebben op een andere orde. Zolang men dit niet ziet en aanvaardt, zal men vergeefs trachten de Apocalyps te verstaan en te verklaren. Dit is in onze tijd van de allergrootste betekenis, omdat er dwingende redenen zijn te veronderstellen dat de periode van de gemeente (die het Lichaam van Christus Jezus is) ten einde loopt en wij in een uiterst verwarrende overgangsfase beter dan ooit moeten weten hoe wij ons moeten orienteren! 

De open deur!

Het op vulkanische grond gebouwde Philadelphia heeft talrijke aardbevingen en verschillende oorlogshandelingen overleefd en bestaat thans nog onder de Arabische naam Allah-Schehr, stad Gods. De brief aan de gemeente van Philadelphia bevat, evenals de brief aan de gemeente van Smyrna, geen enkel verwijt, maar onderscheidt zich door haar uitsluitende positieve inhoud. De “kleine kracht” die aan deze  gemeente wordt toegekend, zou men als iets minderwaardigs kunnen opvatten, maar zij is dat toch niet. Juist, daarin wordt hier Gods kracht volbracht! Zij heeft maar kleine kracht en is niet in staat tot spectaculaire geloofsdaden; zij blinkt niet uit in geestelijke gaven en reikt niet boven eigen vermogens uit. De grond van de uitzonderlijke beloften die Christus aan deze “onaanzienlijke” gemeente doet is duidelijk Zijn eigen verkiezing. Een verkiezing echter die nooit buiten het geloof en de betrouwbaarheid van de verkozenen omgaat! Christus heeft deze gemeente een open deur gegeven. Hij is het die opent en niemand kan dan sluiten. Mogelijk wordt met de “open deur” ook reeds gezinspeeld op de “opneming” naar de hemel van deze gemeente. Want het is juist deze gemeente die bewaard zal worden uit het uur der verzoeking dat over de gehele aarde komen zal  . . .

  • ‘Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken’ (3:10).

Op deze “open deur” wordt ook gewezen in de aanhef van de brief. Christus heeft “de sleutel van David” en Hij is het die opent en niemand sluit. De verwijzing naar David is bijzondere zinvol. De uitdrukking “die de sleutel van David heeft” is ontleend aan de profeet Jesaja (Jes.22:22). Als Eljakin (God zal opstaan) de hoogmoedige Sebra moet vervangen, luidt het Woord van God: “Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten . . . “Deze typologie voor de grote Zoon van het Huis van David, Jezus Messias, wijst ook heen naar de heerschappij die op Zijn schouders is . . .

  • ‘Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het  te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen’ (Jes.9:6);

en  manifest zal worden in het komende Messiaanse rijk!

De schofar

Het eerste visioen is niet alleen een zien, maar ook een horen, zoals horen en zien wel meer samen gaan in de visioenen van Johannes. Van bijzondere betekenis is “de grote stem als van een bazuin”. “Hoe gelukkig is het volk dat het geklank kent”.

  • ‘Welzalig het volk dat de klank van de bazuin kent, zij wandelen, HEERE, in het licht van Uw aangezicht’ (Ps.89:16).

De bazuin neemt een grote plaats in de Apocalyps in. De eindgerichten van de zevende zegel worden alle ingeleid door een bazuin (8:6) en onder de zevende bazuin voltrekken zich de belangrijkste oordelen en ook de wederkomst (11:15-19), de oprichting van het Messiaanse rijk en de opstanding. De stem als van een bazuin leidt a.h.w. het bazuin karakter van de Apocalyps in.

Dit zegt de christenheid over het algemeen weinig of niets meer. Om de betekenis van de bazuin te kunnen peilen, in het bijzonder voor de Apocalyps, moeten we iets weten over het bazuingeklank in Israel. In de hoge dagen van Israel neemt de bazuin (schofar) immers een bijzondere plaats in. Ontzagelijke, onvoorstelbare gebeurtenissen, welke geen geest zou verdragen te zien, ook niet in de visioenen, als Christus niet eerst de ziener versterkt en vertroost had.

Mozaische wetgeving

Op wonderbaarlijke wijze . . . geeft een stuk Mozaische wetgeving, de gelijkenis weer en ook het stramien van het verlossingsproces aangaande Israel en de volken, wat ook in het boek “Openbaring van Jezus Christus” is opgenomen. De wet van Mozes bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het Jubeljaar, verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenaam moest worden teruggegeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloedverwant van de man die uit armoede, of om een andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan had moeten verkopen. Deze inzetting heeft een rijke profetische strekking. Wezenlijk is dat land Israel van de Here en dat het verkochte erfdeel aan de Eigenaar moet worden terug gegeven. Het is de verhoogde en verheerlijkte Messias Jezus, Die daarvoor, als de naaste bloedverwant, met Zijn Bloed betaald heeft. Daarom is Hij de grote “Losser”(Goel), die in een volheid van tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) Israel en de wereld weer loskoopt. In het licht van deze losser-procedure krijgt het visioen van Openbaring 5, de opening van de boekrol met de zeven zegels, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek bepalende betekenis in het licht van de 7 x 7 (sabbatsjaren) jaar weken gerekend in een “volheid” van tijd (7×7=49 x 360 dagen als van een profetisch jaar) vanaf de hereniging (re-united) van Jeruzalem op de 7juni 1967 tot aan de ‘Yom Kippur’ van 23 september 2015. Hetgeen dan ook een Jubeljaar inluidt! Het boek met de zeven zegels is een ‘Lossersakte’. Wél heeft Christus de losprijs reeds betaald met Zijn eigen bloed, maar zoals de Mozaische Wet luidde, pas ná een bepaalde tijd kwam het vervreemde eigendom weer in de handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen (Lev.25:8-10).

Bij de ‘lossing’ door Christus gaat het om de gehele wereld. In de Apocalyps hoofdstuk 5 staat dat niemand waardig is de zegels van de boekrol te openen; dan uitsluitend Christus Jezus, Die immers de losprijs betaald heeft.

Nérgens wordt zó indringend de hopeloze positie van de mensheid duidelijk, als in dit gedeelte van de “Openbaring”. Nérgens ook wordt duidelijker geillustreerd, dat de pogingen van de mens het verloren paradijs terug te winnen, vergeefs zijn. Het betekent de definitieve afrekening met alle illusies van vredesbesprekingen, utopieen, ideologieen én religies, om deze planeet die aarde heet te verlossen en te brengen in een paradijselijke toestand met de intentie dat buiten Hem om te doen, . . . maar Die nu juist wel waardig is!

Niet verzegelen

In tegenstelling tot het excuus of de opvatting dat “Openbaring” een gesloten boek is, ontvangt Johannes het bevel:

  • ‘En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij’ (Openb.22:10).

Dit is een opdracht van God, Zijn laatste wil in het kader van de Heilige Schriften. Hoe schandelijk en schadelijk is deze “laatste en uiterste wil” van God genegeerd en hoezeer is ook daardoor de gespannen verwachting van de terugkeer van Jezus Messias en de Dag van de HEER ingezonken, ja soms geheel verdwenen. In dit verband moet ook nog verwezen worden naar: “Laat de onrechtvaardige meer en meer onrechtvaardigheid doen, en de onreine meer en meer zich verontreiningen, en de heilige zich meer en meer heiligen”. Deze merkwaardige woorden drukken geen noodlot, geen fatalistische houding uit. Wij moeten dit veel meer opvatten als “alles gaat zich toespitsen”, goed en kwaad, rein en onrein, recht en onrecht,  maar dat belet ons niet te geloven alles wat in dit boek getoond en gezegd is. Alles zal tevoorschijn komen, apocalyps worden en dat in felste tegenstellingen, maar laat u niet van de wijs brengen, al deze dingen moeten geschieden om door scheiding een nieuwe schepping te maken. De tijd moet “vol” worden, de profetie moet worden “volgemaakt”, vervuld en daarom moet de reine nog reiner worden en de rechtvaardige nog rechtvaardiger. Alles moet tot uitersten komen in de eindfase van Gods weg met de mensheid; dan komt het erop aan bij welk uiterste de mens uiteindelijk gevonden wordt. De prediking van het Woord Gods – in het bijzonder de Apocalyps, waar alles zich toespits – heeft altijd een tweeledige uitwerking. Het is een tweesnijdend zwaard.

  1. Als het niet vrijspreekt, veroordeelt het.
  2. Het maakt mensen beter of slechter dan zij zijn.

Als de Schriften de mensen niet tot verootmoediging en tot inkeer brengen, dan verharden de mensen in de ongerechtigheid en de zonden, in de rebellie tegen God. Als het geen “reuk ten leven” is, wordt het een “reuk van de dood”.

  • ‘Want wij zijn voor God een aangename geur van Christus, onder hen die zalig worden en onder hen die verloren gaan; voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven’ (2 Kor.2:15-16).

De Apocalyps laat dit in de beschrijving van de grote gerichten zo duidelijk zien: enerzijds de massa die ondanks de zware oordelen zich niet bekeert, maar slechts tot groter anarchie en haat tegen God komt; anderzijds de grote schare die zich bekeert, die gereinigd en geheiligd wordt. Deze Apocalyps, deze profetieen zijn ons geschonken met de meest genade volle bedoelingen. De gelovigen zien een steeds groter wordende afval om zich heen en in steeds groter mate ontvallen hen de wereld en de geborgenheden en de zekerheden. Maar daartegenover hebben zij de ‘profetie’ vol heerlijke beloften van eeuwige heerlijkheid, vol van een toekomstperspectief dat hen het wereldlijke steeds meer doet relativeren, dat zelfs tot weerzin tegen de wereldlijke schijn leidt. De gelovigen in Jezus Messias weten dat hun geluk en welzijn een erfenis is en alleen dáárom kunnen zij het hier nog uithouden en dáárom worden zij rechtvaardiger, reiner, heiliger. In Hem, niet door zichzelf. Want naarmate de “volheid” van de wereldgeschiedenis nadert, ontvalt de gelovige alle houvast, óók niet zelden dat wat nog een christelijke naam heeft, ook de eigengemaakte heilsconstructies, ook de instituten, zelfs de kerken, als de “Beesten” regeren.

Zij geraken geheel aangewezen op de openbaring van de Schrift en op de “Openbaring” in het bijzonder, de Apocalyps, op de vulling met de Geest. Wordt het Evangelie van kruis en genade reeds een ergenis en een dwaasheid genoemd, hoeveel te meer geldt dit de Apocalyps, die ook door talloze christenen schuw in de hoek gedrukt en maar liever vergeten wordt of ontkracht door allegorische verklaringen.

De Apocalyps is een rots waarop veel mensen schipbreuk lijden, een toeststeen ook voor de mate en de waarde van het persoonlijk geloof. Juist in de allerlaatste tijden zal de Apocalyps een onontbeerlijke troost zijn voor allen die werkelijk geloven en een nachtmerrie voor allen die God en Zijn Woord verwerpen of die slechts in naam geloven en die déze God, die Zich als Rechter en Koning van deze wereld zal openbaren, verwerpen voor hun gewenste projecties van God.

De Apocalyps is ook één en al waarschuwing in het kader van Jezus’ gelijkenis in Mattheus 24:42-51 . . .

  • ‘Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal. Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. Weest ook u daarom bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des Mensen komen. Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die zijn heer over zijn personeel aangesteld heeft om hun het voedsel op de juiste tijd te geven? Zalig die slaaf die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Voorwaar, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Maar als die slechte slaaf in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen zijn medeslaven te slaan en te eten en te drinken met de dronkaards, dan zal de heer van deze slaaf komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet weet; en hij zal hem in stukken houwen en hem doen delen in het lot van de huichelaars [en zijn deel zetten met]; daar zal gejammer zijn en tandengeknars’.

Als het geloof onder de spanning komt te staan van het waken en wachten, dan zullen ook de vruchten van dit geloof positief zijn.

Een menigte van christenen leeft zonder dit wachten en waken; voor hen is de wederkomst van Messias Jezus een dode letter, een niet ter zake doende regel uit een geloofsbelijdenis. En dan heeft de wereld, vooral de onderwereld van het satanische, gemakkelijk greep op hen en vervallen zij licht aan wereld gelijkvormigheid of een streng wettische houding. Daarom zullen zoveel traditioneel christelijke mensen het hoogste heil missen en niet bewaard worden uit de grote verdrukking om de hoogste eer in de hemel te ontvangen. Dezen zullen pas als het boek Apocalyps in werkelijkheid “apocalyps” is geworden, door vervolging en verdrukking, door boycot en martelaarschap naar hun Heer gaan uitzien.

Het boek “Openbaring” waarschuwt overal tegen deze “redding op het nippertje”, tegen de hoge prijs van het leven. Meer nog waarschuwt het boek tegen verharding, want velen waarbij het geloof niet geworteld is in Messias Jezus, wier klederen niet gewassen zijn in het bloed van het Lam, maar die een schijnchristendom belijden, zullen in de confrontatie met de oordelende God, als het erop áánkomt, zich als Zijn haters ontmaskeren en de verlokking van de pseudo-messias niet kunnen weerstaan. Wie evenwel gelooft en verstaat dat de Apocalyps de gelovigen voorbereidt op het ontzaglijke wereld einde dat te komen staat, op het heerlijke perspectief van het:

  • Messiaanse rijk
  • een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
  • het één lichaam worden van de gemeente met Messias Jezus als haar Hoofd
  • de bruiloft met het herstelde Israel
  • wie wil aanvaarden dat de grote operatie tegen de bezetters van deze aarde noodzakelijk daaraan moet voorafgaan,

die zal God loven en prijzen om dit onvoorstelbare troostende, rijke en onthullende sluitstuk van de Heilige Schriften. Hij begrijpt iets van die laatste woorden van de Heilige Schriften die tevens tot de laatste woorden van de Apocalyps behoren: KOM, HEER JEZUS!

Het is een credo, een geloofsuiting, want Hij heeft gezegd dát Hij komt. Een kreet, een schreeuw dat Hij moet komen, willen wij leven, wil niet alles zinloos geweest zijn, wil het heelal geen dom toeval zijn en wil deze aarde met al de mensengeslachten op haar oppervlak, met het gekrijs van levenden en stervenden, met het hijgen en zuchten van mens en dier, met alles wat ooit daarop geleden, gestreden, genoten en vergoten is, niet eindigen als een dode maan, die als een massagraf van alle mensengeslachten zinloos in de lege wereldruimte voort tolt, alsof er nooit mensen bestaan zouden hebben.

Driemaal wordt dit ijzig perspectief met Goddelijke autoritiet weersproken:

  • ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige'(1:8).
  •  ‘En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens’ (21:6).
  • ‘Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste’ (22:13).

Hoe diep en majesteitelijk zijn deze woorden, hoe rotsvast staan zij tegenover alle twijfels, onzekerheid, ongeloof en relativering. Als er slechts een geschapen begin zou zijn, een wetmatig komend einde, een begin en een eind “buiten God om”, dan zou deze aarde zeker eindigen zonder een nieuw begin! Maar: HIJ IS de Eerste en de Laatste, en alleen en uitsluitend die waarheid geeft zin aan alle dingen. Hij omsluit alle dingen, die uit, door en tot Hem zijn!

  • ‘Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
  • ‘toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem’ (1 Kor.8:6).

In God vallen Begin en Einde, Eerste en Laatste samen; het is de cirkel die alles omsluit. “Ook al was ik in het dodenrijk , Gij zijt daar”.

  • ‘Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar‘ (Ps.139:8).

Daarom is deze wereld niet toevallig en zinloos ontstaan en daarom eindigt deze wereld niet toevallig en zinloos. Zie, Ik maak alle dingen nieuw! Door Jezus, Messias,

  • ‘En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar’ (Openb.21:5).

onze Heer. Daarom komt Hij, de werderhersteller van alle dingen. Ook opdat aller oog Hem zal zien . . .

  • ‘Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten, opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken, en alle heidenen over wie Mijn naam uitgeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet’ (Hand.15:16-17).
  • ‘Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene’ (Zach.12:10).
  • ‘Zie, Hij komt, met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen’ (Openb.1:7).

Want de Heer moet openbaar worden, Hij moet aan Zijn eer komen, Hij is de schepper van hemel en aarde en ieder, hetzij doden, hetzij levenden die Hem verwierpen, zullen ten volle moeten erkennen wie Hij is. Alle knie zal zich voor Hem buigen, de HEER der heren en de KONING der koningen!

  • ‘Ik heb gezworen bij Mijzelf -uit Mijn mond is in gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren- dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren’ (Jes.45:23).
  • ‘Want er staat geschreven: Zo waar als Ik leef, zegt de Heere: voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden’ (Rom.14:11).


Het aftellen is begonnen. De climax…

De vraag kan gesteld worden, . . . hoeveel tijd wordt er nog toegemeten aan de gemeente – [gr. eclessia=uitgeroepenen], Israel en de heidenvolken, alvorens de  zegels van de “lossersakte” in de Apocalyps [naar de Mozaische wetgeving] worden losgemaakt? (6:1).

Natuurlijk kun je de ogen daarvoor sluiten of schouder ophalend denken, dat gaat mij niet aan! Toch lijkt dat niet verstandig, omdat daar in de huidige ‘heilsgeschiedenis’ van Israel, de Arabische wereld en de geopolitiek der grootmachten, er tekenen zijn die erop wijzen dat de tijd(en) [als communicerende vaten] “vol” raken! Tijdens de ‘Zesdaagse-Oorlog’ is het Opperrabbijn Shlomo Goren geweest die ten tijde van die oorlog op de 7e juni 1967 bij de Klaagmuur en op het Tempelplein begonnen is met het blazen op de schofar, en is die bazuin is in het verlengde van de ‘Yom Kippur-Oorlog’ van 6 oktober 1973 feitelijk niet meer tot rust gekomen.

Uit de visioenen in de Apocalyps valt op te maken dat er in de hemel, als de tijd “vol” is, de voorbereidingen getroffen worden in de openbaarwording van Jezus Christus, die de Losser (Goel) van de wereld is!

  • ‘En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken. En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde. En het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. (Openb.5:5-7).

In het boek Leviticus wordt er op een heel bijzondere wijze gesproken over het Jubeljaar, het 50e dat na 49 jaar (7×7 sabbatsjaren) manifest wordt in de “volheid” van de tijd! Het is daar waar op een wonderbaarlijke wijze aangaande een stuk Mozaische wetgeving wordt weergegeven, dat ook in het stramien van het verlossingsproces voor wat betreft Israel en de heidenvolken zoals beschreven in het boek de “Openbaring van Jezus Christus” dit wordt verduidelijkt, en waar tevens het lot van het gehele bestaan van de wereld en herschepping in de waagschaal ligt (Lev.25:8-10;Openb.5:1-14).

Zo suggestief en overtuigend treedt de onwaardigheid van alle schepselen hier aan het licht, dat de apostel Johannes bij het visioen huilt. De oorzaak van dit wenen kan ons pas duidelijk worden als we beseffen dat Johannes in dit visioen in de geest in de hemel aanwezig is, in de tegenwoordigheid van God. Daar waar God Zelf is, wordt gezegd dat niemand waardig is.

Deze ongeopende “Lossersakte”, waarvan gezegd is dat niemand deze kan openen; het Johannes is die een Lam ziet staan als geslacht, de Leeuw uit de stam van Juda, die de Spruit van David blijkt te zijn; hetgeen alles te maken heeft met de nog steeds vacante troon in de stad Jeruzalem (Ps.2:8;72:8).

Nadat adembenemende moment van stilte (5:5), is daar het Lam dat het eerste van de zegels opent! (6:1). The year of Jubilee proclaimed? De ‘Yom Kippur’ van 2015 op 23 september kan wel eens van grote betekenis zijn in het manifest worden van dat kleine boekje, dat de toets der eeuwen heeft doorstaan; en waarom is déze Apocalyps wél in de Bijbel opgenomen? Het zijn vragen die alleen vanuit het boek “Openbaring” zelf kunnen worden beantwoord; beter: vanuit de gehele Heilige Schrift en haar samenhangen, en dan in een vast geloof aan de waarheid van alle bijbelse profetie, die reeds op zoveel punten in de 20e eeuw vervuld werd, . . . de “Apocalyps” de Spelbreker van God op weg naar een nieuwe wereld (gr. aioon), die van het Messiaanse rijk!

Ecologie en de “Openbaring” – oordeel over de mens verzegeld aan het einde van ‘Yom Kippur’

In het boek de “Openbaring van Jezus Christus” spelen ecologische rampen een belangrijke rol. Het voltrekken van het oordeel begint na het openen van de boekrol die beschreven (was) van binnen en van buiten, wel verzegeld met zeven zegels zo als we hebben gezien (Openb.5:1-14).

Volgens Joodse traditie wordt het oordeel over de mens verzegeld aan het einde van Grote Verzoendag of wel de ‘Yom Kippur’. Omdat belangrijk is hoe ieders toekomst verzegeld wordt, wens je elkaar voor Grote Verzoendag gmar chatima tova: ”moge voor jou het einde een goede handtekening of een goede verzegeling zijn’.

Direct na de verzegeling op ‘Yom Kippur’ begint volgens het boek “Openbaring” de voltrekking van dat oordeel. Openbaring 6 begint te verhalen van de rampen die de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen. De zegels worden geopend. In Openbaring 6 komen bij opening van de eerste vier zegels alleen mensen om. Er is daarbij sprake van oorlog, hongersnood, en ziekte. Mensen komen om door het zwaard, honger, de zwarte dood en door wilde dieren.

  • ‘En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de dieren met een stem ….

Bij het vijfde zegel vragen de martelaren aan God om hun dood te wreken. In Openbaring 6:11 lezen we dan:

  • ‘En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden’.

Bij het zesde zegel ontrolt zich voor je oog een ecologisch en kosmisch drama aan zon, maan, sterren, en gewassen. De gehele schepping betaalt de prijs van menselijk wangedrag. Openbaring 6:12-14 vertelt:

  • ‘En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt.’

Intermezzo

Op dit schijnbaar willekeurig gekozen moment krijgt een engel opdracht in te grijpen. Hij roept het proces een halt toe! . . .

  • ‘En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luider stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen, en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben’ (Openb.7:2-3).

Tijdens de nu volgende adempauze wordt met de knechten van God Sukkot (Loofhuttenfeest) gevierd (Openb.7:9-17). Pas na afloop van dit hemelse Sukkot krijgen in Openbaring 8:7-12 de engelen toestemming om de ramshoorn (schofar) van rampspoed te blazen.

Tot aan Sukkot (Loofhuttenfeest) mag alleen sprake zijn van een oordeel dat de mensen individueel treft. Op Sukkot wordt beoordeeld in hoeverre de schepping mede de prijs zal hebben te betalen voor het wangedrag van de mens. Als de mens onvoldoende heeft gekozen voor een weg van herstel is de schade aan de natuur onvermijdelijk geworden. Vanaf Openbaring 8 wordt beschreven wat de gevolgen zijn als de mensheid zich (in meerderheid) niet door Gods waarschuwingen tot de orde heeft laten roepen.

Vreugde over het herstel

Sukkot (Loofhuttenfeest) wordt gevierd in de periode van het jaar, waarin de hete en droge mediterrane zomer overgaat in het regenseizoen, de winter. Vanaf de laatste dag van het Loofhuttenfeest tot aan Pesach wordt dagelijks gebeden om regen. Joden over de hele wereld bidden tijdens die maanden om regen, omdat in die periode het land Israel water nodig heeft.

Water speelt een belangrijke rol tijdens Sukkot:

  • Het plengen van water zeven dagen . . .
  • Een gouden karaf met een inhoud van drie log vulde men uit Siloam . . .
  • Bij de waterpoort gekomen blies men drie tonen op de ramshoorn . . .

Het volk verwachtte van de priesters dat ze de karaf met water zo hoog mogelijk zouden houden, zodat het plengen van water goed zichtbaar was . . .

  • ‘U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil. Op die dag zult u zeggen: Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan, maak Zijn daden bekend onder de volken, roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is. Zing psalmen voor de HEERE, want Hij heeft zeer grote dingen gedaan. Laat dit bekend worden over heel de aarde! Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion, want groot in uw midden is de Heilige van Israel’ (Jes.12:3-6).

De ceremonie van het water scheppen vormt de achtergrond van Johannes 7:37-39. Jezus spreekt over water op de zevende en laatste dag van Sukkot, Hosanna Rabba. Tegenwoordig wordt op die dag tijdens de zeven rondgangen in de synagoge met bundeltjes twijgen van de beekwilg op de grond geslagen. Dat is ter herinnering aan het ritueel in de tempel op deze dag. Destijds werd op Hosanna Rabba de laatste processie van de tempel naar Siloam gemaakt. Terwijl deze ceremonie plaatsvindt zegt Jezus over het ‘levende water’:

  • ‘En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’ (Joh.7:37-38).

Onduidelijk is naar welke tekst uit het Oude Testament Jezus verwijst. Jezus spreekt tot de inwoners van Jeruzalem en denkt wellicht aan teksten als:

  • ‘Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen (lett. de achterste zee”: ‘s zomers en ‘s winters zal het plaatsvinden’ (Zach.14:8).
  • ‘O, alle dorstigen, komt tot de wateren’ (Jes.55:1a).

en aan wat de profeet Ezechiel schrijft over het heilige water uit de nieuwe tempel als stromend uit de tempelbeek:

  • ‘Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar. Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via de noorderpoort en leidde mij buitenom rond naar de buitenpoort in de richting die naar het oosten gekeerd is. En zie, uit de rechterzijde borrelde water. Toen de Man naar het oosten naar buiten ging, was er een meetlint in zijn hand. Hij mat duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot aan de enkels. Hij mat weer duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de knieen. Toen mat Hij er weer duizend en liet mij erdoor gaan: het water kwam tot de heupen. Nog eens mat Hij duizend el: het was een beek waar ik niet door kon gaan, want het water was heel hoog – water waar men alleen zwemmend door kon, een beek waar men anders niet door kon gaan. Hij zei tegen mij: Hebt u het gezien, mensenkind? Toen leidde Hij mij en bracht mij terug naar de oever van de beek. Toen ik teruggekeerd was, zie, bij de oever van de beek stonden zeer veel bomen, aan deze kant en aan de andere kant. Hij zei tegen mij: Dit water stroomt weg naar het oostelijke gebied en stroomt in de Vlakte naar beneden en komt in de zee. In de zee uitgestort, wordt het water gezond. Het zal gebeuren dat alle levende wezens die er wemelen, overal waar een van beide beken naartoe komt, zullen leven. Daar zal zeer veel vis zijn, omdat dit water daarheen komt, en alles waarheen deze beek komt, zal gezond worden en leven. Verder zal het gebeuren dat er vissers langs zullen staan vanaf Engedi tot En-Eglaim. Er zullen droogplaatsen voor sleepnetten zijn. Hun vis zal van elke soort zijn, zeer talrijk, zoals de vis in de Grote Zee. Maar de moerassen ervan en de poelen ervan zullen niet gezond worden: ze zijn aan het zout prijsgegeven. En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing’ (Ezech.47:1-12).

Het Loofhuttenfeest is het feest van de verwachting van het Rijk Gods of te wel het Messiaanse rijk, waar de volkeren der wereld erkennen dat er geen andere god is dan de God van Israel, en voor het vieren van Sukkot mogen alle volkeren opgaan naar Jeruzalem. Door het licht doorlatende open dak van de loofhut is de hemel te zien. Ook dat is een herinnering aan de woestijntijd. Toen werd het volk overdag begeleid door een schaduw gevende wolk en ‘s nachts door een vuurkolom. Dat vind een weerklank in Openbaring 7:15-17; en in de ‘Dag Gods’, zie: 2 Petr.3:12;Openb.21:3-4;23!

  • ‘Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen’ (7:15-17).
  • ‘En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’ (21:3-4).
  • ‘En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp’ (21:23).

Tot slot klinken daar de woorden van Jesjoea bij het manifest worden van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in de dag Gods, als volgt . . .

  • ‘En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens’ (Openb.21:6).
  • ‘En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des leven nemen, voor niets’ (Openb.22:17b).

Vanaf die dag en daarna

Niet iedereen is er van gediend, dat God bij hem kan binnenkijken door het licht doorlatende dak. Er ontstaat principiele tegenstand tegen deze opendakpolitiek. Die tegenstand komt van de aanhangers van een politiek van het gesloten dak!

Het Hebreeuwse woord voor ‘gesloten dak’ is gag. Dit woord voor ‘gesloten dak’ klinkt door in de namen Gog en Magog. Het volk van de dichte daken, de dakendichter, is Magog. De koning van het dichtedakvolk is Gog. Deze mythische vijand uit het verre noorden geldt als de principiele tegenstander van Israel tijden het Loofhuttenfeest.

Ezechiel 38 en 39

Op de sjabbat tijdens het Loofhuttenfeest wordt over Gog en Magog gelezen uit Ezechiel 38 en 39. Naar een zelfde soort strijd was al verwezen op de eerste dag van het feest. Want al eindigt Zacharia 14 met het optrekken van alle volkeren naar Jeruzalem om Sukkot te vieren, het begint in Zacharia 14:2 . . .

  • ‘Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad’.

Door Sukkot te vieren kies je te willen leven in afhankelijk van God en niet onder de invloed van Gods vijanden Gog en Magog. Die vijanden leggen zich daar niet zonder meer bij neer. De vijanden van Israel en Israels God verzamelen zich volgens Openbaring 16:16 bij Armageddon, Har Meggido, de berg Megiddo, de belangrijkste strategische stad die de vruchtbare vlakte van Jizreel beheerst.

  • ‘En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd’ (16:16).

DE SLEUTEL tot de grote veranderingen in de wereld, die tevens tot de periode van de Apocalyps – de grote verdrukking – leiden is de invasie van Gog in Israel. Deze door de profeet Ezechiel voorzegde roofoverval op Israel wordt door sommige onderzoekers vereenzelvigd met de “Gog en Magog” van Ap. 20:7-10 na het duizendjarig Messiaanse rijk . . .

  • ‘En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid’ (20:7-10).

Dat ligt op het eerste gezicht ook voor de hand, daar deze aanval geschiedt aan het einde van het messiaanse rijk, waarin Israel in grote vrede en welvaart woont. En is het opvallende van Ezechiels profetie ook niet dat Israel dan in grote vrede en welvaart leeft? Waar zouden wij dat “openliggende land, zonder grendels en deuren, dit dorpland” volgens de beschrijving van Ezechiel beter kunnen zoeken dan juist in Ap.20 beschreven periode van het Messiaanse rijk op aarde?

[Het in gerustheid wonen (Ezech.38:8) duidt op een na twee duizend jaar uitgeleid zijn uit de volkeren zee, en zien we na een wereldwijde terugkeer (eerste fase) een “land” dat zich van de krijg hersteld heeft”! Dit is een omschrijving van de oprichting van een Joodse natie (staat) en de eerste vervulling van deze profetie is de stichting van de moderne staat Israel op 14 mei 1948. De Hebreeuwse term betach (“veiligheid, gerustheid”) verwijst naar Israels vrijheid in het land (of dat nu in het duizendjarig rijk is of ervoor) en kan doelen op een veiligheid die te maken heeft met militaire kracht (kijk maar eens naar de moderne Hebreeuwse term bituhon, die “militaire zekerheid” betekent)].

En toch is deze redenering achteraf niet houdbaar. Mogelijk is ook het verschil in aanduiding van “Gog en Magog” bij Ezechiel 38 en 39 en Ap.20 reeds een punt van overweging, daar Ezechiel van een grote macht in het noorden spreekt en Ap.20 van volken van de vier einden der aarde. Maar doorslaggevend is dat de profeet na de schildering van Gogs verraderlijke aanval en de vernietiging in het open veld door Gods hand, nadrukkelijk zegt: . . .

  • ‘Dan zullen zij die van het huis Israels zijn, weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, vanaf die dag en daarna’ (Ezech.39:22).

Het is deze uitspraak die onmogelijk van toepassing kan zijn op de “Gog en Magog”- volken van Ap.20, want deze oorlog breekt uit aan het einde van het Messiaanse rijk, waarin Israel geheel en al de HEERE kent en dient.

Uit Ezechiels visioen blijkt dat Israel, ofschoon in vrede en welvaart levend, tot op de invasie van Gog en Magog en de spectaculaire vernietiging van deze geweldige macht door God, nog niet weet dat de HEER hun God is. Maar van die dag af zal Israel het weten. En voortaan. Dat wil zeggen, na de spectaculaire ervaring met Gog en Magog zal Israel ook niet meer terugvallen in ongeloof of formalistische godsdienst. Dat houdt in dat de HEER na het gebeuren met Gog met Israel iets zal doen, waardoor Zijn volk Hem nooit meer zal verlaten. Ezechiel schets het herstel van Juda en Israel, beide “huizen”, als een proces in twee fasen: eerst een vleselijk en dan een geestelijk herstel (Ezechiel 37).

  • ‘En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, en er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (37:8).

Het is zeer aannemelijk dat met de vernietiging van Gog de ogen van het vleselijk Israel zullen open gaan, want van die dag af en voortaan zal Israel weten dat hun God de HEERE is. Dan zal wellicht het moment zijn aangebroken dat de HEERE Israel Zijn Geest zal schenken.

Als dit gebeuren vanuit de ‘profetie’ zich meer en meer in 2012 gaat uitkristalliseren,  begrijpen we beter het vervolg der ontwikkelingen wat zich reeds heeft ingezet! Vanaf 1967 als het Bijbelse hartland, Judea en Samaria, na eeuwen weer in cultuur gebracht wordt met z’n dorps gewijze stedenbouw, neemt de haat van de islam die de zegen opeist voor Ismael grimmige vormen aan in een geestelijk conflict tussen het volk van de Bijbel en de volgelingen van de Koran. In diepste zin gaat het hier om het verhaal uit 1 Kon.18:21-39 . . .

  • ‘En het gebeurde, toen men het graanoffer bracht, dat de profeet Elia naar voren kwam en zei: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israel, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan. Antwoord mij, HEERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE, de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt. Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op. Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun aangezicht ter aarde en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God! (1 Kon.18:36-38).

“Wie is God” of met andere woorden gezegd, de God van Israel als de “Ik Ben die Ik Ben/JHWH/JESHUA of … … Allah.

Nadat de profetie uit Ezechiel 36 en 37 voor wat betreft de landbelofte en de terugkeer uit de diaspora heeft plaatsgevonden uit nu reeds meer dan 144 landen, ondanks de vernietiging van 6 miljoen Joden, waaronder 1½ miljoen kinderen, zal ook het tweede gedeelte uit deze profetie in vervulling gaan, dat Israel op één dag rein zal worden, als bezittende een nieuw hart en een nieuwe geest in hun binnenste met als doel om de Naam te heiligen . . .

  • ‘Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen  wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt’ (Ezech.36:25-27).

Doch het ijselijke van dit alles is dat men ópnieuw zal proberen vóórdat deze profetie vervuld wordt, dit volkje Israel te vernietigen, (Hebreeuws Sho’ah). Daarbij zullen de oorlogen en intifada’s zoals . . .

  •  de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948-1949
  •  de Sinai-campagne van 1956
  •  de Zesdaagse oorlog van 1967
  •  de uitputtingsoorlog met Egypte van 1967-1970
  •  de Yom Kippoer oorlog van 1973
  •  de eerste Libanon oorlog van 1982
  •  de eerste Intifada 1987-1993
  • de tweede Intifade van 2000-2004
  • de tweede Libanon oorlog van 2006
  • de Gaza oorlog van 2008-2009

en met het oog op de Damascus profetie uit Jesaja 17:1-3 geheel in het niet vallen! Want chronologisch gezien volgt er na Ezechiel 36 en 37 waar gesproken wordt over een herstel . . . Ezechiel 38 en 39, en juist daar gaat het over een coalitie van Arabische-islamitische volkeren die ‘na vele dagen’ en ‘aan het einde van de jaren’ onder leiding van Rusland, Iran en Turkije uit het uiterste noorden op zullen trekken om zich als een onstuimige [verwoestende] storm; als een wolk het land Israel te bedekken . . .

  • ‘Na vele dagen zult u gestraft worden. Aan het einde van de jaren zult u komen in een land dat hersteld is van het zwaard, bijeengebracht uit vele volken op de bergen van Israel, die tot een blijvende verwoesting waren geworden. Als zij uitgeleid zijn uit de volken, zullen zij allen onbezorgd wonen. U zult oprukken, u zult komen als een verwoesting; u zult als een wolk zijn en het land bedekken, u en al uw troepen en vele volken met u’ (Ezech.38:8-9).

Verschijnt dit scenario heden ten dage niet aan de horizon? In de Hebreeuwse tekst wordt hier voor ‘verwoesting’ het Hebreeuwse woord ‘sho’ah’ gebruikt, wat ‘vernietiging’ betekent, overigens met dat voornemen wordt de strijd ook ingezet!

Doch óók deze afloop is bekend! Israel zal 7 jaren kunnen stoken van al het militaire materieel, dat in deze oorlog aanwezig was, en 7 maanden zal men daarbij nodig hebben om hen te begraven en het land te reinigen; maar bovenal zullen zij weten van die dag af en voortaan, dat Ik de HEERE hun God ben!

Deze generatie en Mijn woorden

  • ‘Voorwaar, Ik zeg u dat dit geslacht zeker niet voorbij zal gaan, totdat alles geschied is. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan , maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan’ (Luk.21:32-33;Matth.24:34).

Is de duur van een geslacht dan 40,50,70,100, of 120 jaar? Naar welk geslacht verwijzen de woorden ‘dit geslacht’? Voorzeker, dat is ‘dit geslacht’ die deze dingen zien gebeuren als vermeldt in de verzen 25-27 . . .

  • ‘En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid’.

De oprichting van de staat Israel in 1948 en de hereniging (re-united) van de stad Jeruzalem in 1967 zijn bij uitstek de grote tekenen van deze tijd met een verwachtingspatroon [onder christenen en Joden] in het uitzien van Messias Jezus, dus in deze (20e) en 21e eeuw! Het is een ‘tijdspanne’ van 120 (50+70) jaar, die feitelijk begonnen is met de bekende profetische uitspraak van Theodor Herlz in 1897 tijdens het eerste Zionistencongres in de stad Basel.

Eenzelfde verwachtingspatroon vinden we terug in de Handelingentijd, maar deze hoop vindt z’n einde in het jaar 63/63 AD met een abrupt afbreken van de 67e jaar week op een totaal van zeventig weken (Dan.9:24-27;Hand.3:19-21;28:24-29).

  • ‘Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beeindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van de heiligheden te zalven. U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeenzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in de benauwde tijden. Na de tweeenzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is. Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden’ (Dan.9:24-27).

Heden ten dage zijn daar velen in het land ‘Eretz Israel’ die uitzien naar de komst van de Messias [Jesjoea hammasjiach], en zien we feitelijk de Handelingentijd daar weer terugkeren, met een volk vervult met ‘geest’, bij de aanvang van de 68e jaar week!

Ook wordt de ‘heilsgeschiedenis’ van God vanaf 1967 als het ware herhaald in het ‘duality principle’, in de 7×7 jaar weken van 49 jaren uit de Ezra en Nehemia tijd waarin stad en Tempel hersteld werden. Dit alles zal uitlopen op een ‘Jerusalem restored’. The Fight for Jerusalem’, vergezeld gaande met tekenen (6 eclipsen) aan zon en maan op deze ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14 Nisan – ‘Pesach’ en eindigend in 2015 op de 15 Tishri – ‘Sukkot’ (Loofhuttenfeest), zullen geen toevalligheden zijn!

Het was de apostel Petrus die (7×7=49) op de 50e dag op Shavu’ot (wekenfeest) uitriep:

  • ‘Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongelingen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen’ (Hand.2:16-17).
  • ‘Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rook zuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:28-31).

Het gehele boek Joel heeft betrekking op Israel en de volkeren en ziet uit op de ‘Dag des Heren’. Hier vinden we ook het ‘Jubeljaar’ terug als zijnde op ‘Yom Kippur’!

  • ‘Verder moet u voor uzelf zeven sabbatsjaren tellen, zeven keer zeven jaar, zodat de perioden [dagen] van de zeven sabbatsjaren negenenveerig jaar voor u zijn. Dan moet u in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, bazuinengeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken’ (Lev.25:8-10).
  • ‘Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja is nabij!’ (Joel 2:1).
  • ‘Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen’ (Joel 2:15).
  • ‘Kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen, verzamel de oudsten en alle inwoners van het land in het huis van de HEERE, uw God, en roep tot de HEERE. Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige’ (Joel 1:14-15).

Volgens Joodse traditie wordt het oordeel over de mens verzegeld aan het einde van ‘Grote Verzoendag’ (Yom Kippur). Het voltrekken van het oordeel begint na het openen van de boekrol die beschreven (was) van binnen en van buiten, wel verzegeld met zeven zegels . . .

  • ‘En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels’ (Openb.5:1).

Omdat belangrijk is hoe ieders toekomst verzegeld wordt, wens je elkaar voor Grote Verzoendag –gmar chatima tova-: ‘moge voor jou het einde een goede handtekening of een goede verzegeling zijn’. Direct na de veregeling op Grote Verzoendag begint volgens het boek Openbaring de voltrekking van dat oordeel. Openbaring 6 begint te verhalen van de rampen die de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen.

  • ‘En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! . . .

Tijdens de Zesdaagse Oorlog op de 7e juni 1967 heeft Opperrabbijn Rabbi Slomo Goren het goed verstaan, toen hij met het lezen uit de Torah en het blazen op de sjofar, zei: “de Messiaanse tijd is aangebroken”!

Nu is het wachten op het proclameren van een ander ‘Jubeljaar’ . . . ‘dan moet u in de zevende maand; op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken’ (Lev.25:9).

De ‘Yom Kippur’ van 2015 [5776] kan wel eens heel bijzonder zijn. Het zal dan gaan om het losmaken van een met zeven zegels verzegelde boekrol, die dan ook een ‘Lossersakte’ is, die beschreven is van binnen en van buiten . . . waarbij gehoord zal worden de stem van een der oudste:

  • ‘En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet, Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken’ (Openb.5:5).

Een volheid van tijd

Een volheid van tijd dient zich aan. In Genesis 6 vertelt God Noach iets wat betrekking kan hebben op deze (eind)tijd!

  • ‘Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn’ (Gen.6:3).
  • [De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol’ Gen.15:16].

De enige remedie in de dagen van Noach was om de mensen te vernietigen (de facto) daar zij reeds vernietigd was (de jure). Zo zien we dat bij het bazuinen van de zevende engel, ‘het wiel een gehele omwenteling heeft gemaakt’, dat de tijd gekomen is om te verderven wie de aarde (corrupt) verderven’ . . .

  • ‘En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden’ (Openb.11:18).

Er is niet zoveel verbeeldingskracht nodig om te verstaan dat vanaf  1897, -met Israel en Jeruzalem in ‘t brandpunt daarvan- we afstevenen naar een volheid van tijd, de profetie die “vol” gaat worden, als we denken aan . . .

  • de Eerste en Tweede Wereldoorlog van apocalyptische proporties
  • de concentratie kampen van de Nazi’s
  • de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki
  • de verschrikkelijke aardbevingen en tsunami’s
  • de dreiging van een Iraanse kernbom
  • de ongekende ontkrachting van normen en waarden
  • het gebeuren met Israel en de strijd om Jeruzalem
  • een onstabiel Midden-Oosten met dictators die niets ontzien in de handhaving van macht in een op drift geraakte Arabische-islamitsche wereld van 2011

de 120 jaar die hun loop hebben gekregen; om dan vervolgens vanaf 1967 na de 7×7 weken (49) jaren in het 50e jaar, een ‘Jubeljaar’ in 2015 over te gaan in de nog 3 openstaande laatste jaar weken, te beginnen bij de 68e jaar week.

Ook kunnen we hier nog denken aan de 42 jaar die er liggen tussen de ‘Yom Kippur’ -oorlog van 6 oktober 1973 en de ‘Yom Kippur’ van 2015; en de 42 maanden of 3½ jaar van de Grote Verdrukking in de tweede helft van de 70e de laatste jaar week, of aan de 42 geslachten die uitliepen op de geboorte van de Messias Jezus en de 42 pleisterplaatsen die Israel passeerde voordat het ‘Beloofde Land’ werd ingenomen door Jozua [Jehosua] (Matth.1:17;Num.33:1-49).

De woorden van Jesjoea zijn in die zin ook overduidelijk: . . .

  • ‘Zoals de dagen van Noach waren, zo zal de komst van de Zoon des Mensen zijn. Want zoals ze bezig waren in die dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des Mensen zijn’ (Matth.24:37-39).

Maar Gode zij gedankt . . . de toekomende, de laatste dagen zullen door de oordelen van de 7 zegelen, de 7 bazuinen, en de 7 schalen heen, die nieuwe ‘eeuw’ (gr. aioon) van het Messiaanse rijk aankondigen. In die zin is de Apocalyps de Spelbreker van God maar boven alles een zucht van verademing . . .

  • Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking (verademing) zullen komen van het aaangezicht van de HEERE, en Hij Jezus Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen’ (Hand.3:19-21).

die van het komende Messiaanse rijk, waarin de stad Jeruzalem ‘genoemd zal worden: Begeerde, niet verlaten Stad’.

En de naam der stad zal voortaan zijn:

  • ‘En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR’ (Ezech.48:35).
  • ‘Zij zullen hen noemen: het heilige volk, de verlosten van de HEERE, en u zult genoemd worden: Gezochte Stad die niet verlaten is’ (Jes.62:12).

Gerard J.C. Plas

Het samenkomen van.. doch dat alles is het begin der weeën! – editorial

 Artikelen  Comments Off on Het samenkomen van.. doch dat alles is het begin der weeën! – editorial
Apr 052010
 

50e jaargang – april 2010 – Artikel 1

We leven in een tijd die veelal gelijkt op het gebeuren in Jeruzalem toen Jezus de Tempel uitging en vertrok naar de Olijfberg (Matth.24:1-51). De Olijfberg speelde een belangrijke rol in het leven van Jezus. Het was de ‘berg’ vanwaar Hij werd opgenomen naar de hemel en het zal bovendien de plaats zijn waar Zijn voeten zullen staan te dage van de krijg (Zach.14:1-7). Ook was het de berg waar Hij de nachten doorbracht met zijn Hemelse Vader (Luk.21:37), en de plaats waar Hij gekruisigd werd en opstond uit de doden! Discipelen uit allerlei ‘godsdiensten en sekten’ geloven hedendaags dat hun leider zich spoedig zal openbaren als ‘een verlosser’ in deze zo verstaanbare huidige wereldcrisis! Als Jezus naar de tekst uit Matth.24:3 op de Olijfberg gezeten was, kwam daar de vraag van zijn discipelen tot Hem: ‘wat is het teken van uw komst en van de voleinding der eeuw?’ (gr.sunteleias tou aioonos). In het verlengde hiervan komt na ongeveer 40 dagen dezelfde vraag weer terug: ‘Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël’ (Hand.1:6).

Olijfbarg

Olijfberg

Dit gebeuren speelde zich beide keren af op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt, met een actie radius die Judea en Samaria omsluit, ja, tot de uiterste grens van het land en tenslotte daar voorbij, maar vanuit Jeruzalem, daar waar de Tempel en het heiligdom stonden in het centrum van de tijd. Bovendien is het treffend dat dit geografische gebied in deze tijd -na 2000 jaar- door de geopolitieke wereld als omstreden wordt beschouwd. Maar het feit dat de Here zegt dat Hij zijn ogen zal openhouden over het huis van Juda is hierbij verhelderend en spectaculair in deze tijd, daar Zijn voeten te dien dagen op de Olijfberg zullen staan om het gehele gebied van vijandelijke legers te ontzetten! We zien dus in het toekomstige gebeuren dat de locaties als Judea en Samaria, de Olijfberg met Jeruzalem en Zijn aanwezigheid in het land (gr.parousia) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in de voleinding der eeuw (Zach.12:4;Hand.1:8).
Het gaat dus om de vraag? ‘Wat is het teken van uw komst en van de voleinding der eeuw’ en in het verlengde daarvan, ‘Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël’? Het is deze vraag die ook vandaag zeer velen bezig houdt omdat de omstandigheden in het land Eretz-Israël zoveel gelijken op die -van 2000 jaar geleden- met veelal dezelfde condities, maar die nu evenzeer de geopolitieke wereld aangaat! ‘Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht? De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Here en tegen zijn Gezalfde’, -was hun eenparig gebed- (Hand.4:24-31). Hun ambassades hebben zij nu weggehaald uit Jeruzalem om aan te geven dat zij niet kunnen leven met de belofte dat Hij Jezus daar zal zitten op de troon van zijn vader David en koning zal zijn over het huis van Jakob (Luc.1:32,33). Het Griekse woord voor voleinding ‘sunteleia’ in Matth.24:3 heeft hier de betekenis van, ‘het samenkomen van een knooppunt van sporen’ als bij een spoorwegennet, wat dan ook uitloopt naar het ‘eindpunt van het traject’, het hiervoor gebruikte Griekse woord ‘telos’ heeft dan de betekenis van het ‘tot het einddoel komen’ (Matth.24:6). Eén der voornaamste redenen om aan te nemen dat we ons ook inderdaad op één van de vele sporen van het spoorwegennet bevinden is het feit dat de gehele stad Jeruzalem vanaf 7 juni 1967 weer in Joods/Israëlische handen is. Het Babylonische – ‘t Medo-Perzische – ‘t Griekse – ‘t Romeinse – en het Ottomaans-Turkse Rijk hebben tot aan 1917 over de stad Jeruzalem geheerst.
De tussenliggende 50 jaren tot aan 1967 geven een ‘diplomatieke strijd’ te zien tussen de radicale Islam en het Westen, om met behulp van de United Nations de stad te internationaliseren, ofschoon uiteindelijk ook de Britten in 1948 en de Jordaniërs in 1967 het strijdtoneel moesten verlaten, en hiermee werd de profetie uit Luk.21:24 bewaarheid dat Jeruzalem door de heidenen vertapt zal worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn! Heeft ook hier niet alles zijn uur en onder de hemel zijn tijd? Ook kunnen we zeggen dat vanaf 1967 zich andere profetieën aan het vervullen zijn, met name in Judea en Samaria het ‘Bijbelse hartland’ waar de bergen van Israël zich bevinden, deze zijn het speerpunt geworden van die volken die zeggen: ‘we zullen het ten erfdeel nemen en het volkomen uitplunderen, maar Ik zweer, zegt de Here zij zullen zelf hun smaad dragen’ (Ezech.36:4-7). Als premier Benjamin Netanyahu nog zeer recent voor een gehoor van Europese leiders en de wereld uitspreekt dat de profetie uit Ezechiël 37 zich vervuld heeft in onze tijd, -en nog slechts op de ‘inblazing’ van de Geest wacht-, Joel Rosenberg het niet ondenkbaar acht dat de profetieën uit Ezechiël 38 en 39 v.w.b. de ‘Oorlog van Gog en Magog’, de ‘anti-Israël alliantie’ geleid door Rusland en Iran zich mogelijk nog in onze tijd gaat vervullen? In al deze profetieën zien we a.h.w. een ‘samenkomen van’ om Israël te verdelgen, een vooruit weten van de
tegenstander! Vanaf 1967 bevinden we ons in een ‘overgangsperiode’ waar de volken getest worden op hun houding t.o.v. de staat Israël met haar hoofdstad Jeruzalem, en waarin de contouren worden afgemeten voor het ‘finale patroon’, waar profetieën manifest gaan worden! Het is hierbij van belang om in te zien dat de tekenen in Openbaring 6:1-17 en Matth.24:4-30 identiek aan elkaar zijn!
We zien hier dat de 6 zegelen uit de ‘Apocalyps’ exact corresponderen met de laatste profetische rede van Jezus.

    Mattheus 24

    Profetieën en Zegels

    Openbaringen 6

Verzen 4,5 Valse Christussen Verzen 1,2
Verzen 6,7 Oorlogen Verzen 3,4
Vers 7 Hongersnoden Verzen 5,6
Vers 7 Pestilentiën Verzen 7,8
Doch dat alles is het begin der weeën
Verzen 9-28 Martelaren Verzen 9-11
Verzen 29-30 Tekenen in hemelen Verzen 12-17
De komst des Heren

Als de ‘tijden der heidenen’ vervuld zijn ligt het voor de hand dat de ‘Dag des Heren’ intreed, beginnende met de eerste van de drie nog openstaande jaarweken die -bij de 67e jaarweek in Hand.28:26- 28 zo abrupt werden afgebroken-, en het begin der weeën aankondigen (Matth.24:8). Dus met andere woorden kunnen we zeggen dat vanaf 1967 met Jeruzalem als middelpunt der aarde en het brandpunt der heilsgeschiedenis, er een samenkomen van ‘profetische sporen’ plaatsvinden als ‘grootheden’ die zich ontwikkelen in de geopolitieke wereld zoals:

  1. Daar is uit het verre Noorden het land van Gog de grootvorst van Rosh, Mesek, en Tubal, vertaald in Rusland met haar satellieten als Iran, Ethiopië, Libië, Soedan, Turkije, zie boven: (Ezech.38 en 39).
  2. Het ontwaken van de economische reus China met haar satellieten in Zuidoost Azië (Opb.9:15;16:12).
  3. De V.S. en de Europese Unie van 27 staten met Rome als haar ‘geestelijk machtscentrum’ (Dan. 2 en 7).
  4. Babel/Babylon dat straks in Irak het Economische machtscentrum van het Midden Oosten zal worden (Opb.18).
  5. Een bewustwording onder de Israëli’s aangaande de onvoorwaardelijke landbelofte met haar ondeelbare hoofdstad Jeruzalem, met Judea en Samaria, enwaar omheen ‘messiaans plaatselijke gemeentes’ zich her en der verspreidendoor het land (Hand.1:8;8:1).
  6. De afval die nu plaatsvindt in het zgn. kerkistische christendom waar de apostel Paulus zo voor waarschuwde in zijn pastorale brieven (1Tim.4:1-3;2Tim3:1-6). De apostel Paulus vertelt ons daar dat in latere tijden sommige zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen. Geest(en) en engelachtige(n) zijn toonaangevend aanwezig in de het boek Openbaring, het zijn onreine geesten van demonen die tekenen doen en uitgaan naar de koningen der gehele wereld om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God (Opb.16:13,14). Deze passage wordt onmiddellijk gevolgd door de waarschuwing, ‘Zie, Ik kom als een dief. Gezegend hij die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde’ (Opb.16:15; Matth.24:43-44).

Gelijkenissen, profetie, en typen zeggen ons dat het zal zijn ‘als in de dagen van Noach’, toen de aarde verdorven (corrupt) was om haar te verdelgen (destroy) waar het Hebreeuwse woord hier ‘shachath’ is. ‘De enige remedie was om haar te vernietigen (de facto) daar zij reeds vernietigd was (de jure)’. Zo zien we dat bij het bazuinen van de zevende engel, ‘het wiel een gehele omwenteling heeft gemaakt’, zo ‘als het was als in de dagen van Noach’, en we lezen in de ‘Apocalyps’ dat de tijd gekomen is om te ‘verderven wie de aarde (corrupt) verderven’ (Opb.11:18).
Het zijn deze factoren die zich nu manifesteren vanaf het moment dat de Israëli’s in 1967 hun ondeelbare hoofdstad Jeruzalem heroverde op Edom! Een ander opzienbarend feit is dat vanaf die tijd een omwenteling plaatsvond van normen en waarden in scholen en op universiteiten, in het gezin en op het gebied van de seksualiteit, waarbij het gebruik van drugs en alcohol als legitiem
worden beschouwd. Het zijn a.h.w. de barensweeën die verband houden met het naderbij komen van de profetie uit Daniël 9 dat zeventig weken bepaald zijn over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven (Dan.9:24). Het is een ‘samenkomen’ in zijn totaliteit van de twee zaden, het zaad van de slang en dat van de vrouw uit Gen.3:15, en wat zich a.h.w. door de gehele samenleving uitgekristalliseerd heeft. Daarom is er ook geen uitstel meer te verwachten, want als de tijd(en) vol zijn werkt het als communicerende vaten, d.w.z. als de maat vol is moet alles te voorschijn komen, in de eerste plaats Jezus Christus zelf, die de hoeksteen is!
Dus als daar het samenkomen (gr.sunteleia) van al deze ‘grootheden’ manifest gaat worden, die een bedreiging zijn voor Jeruzalem met haar Tempel in het centrum van de tijd, dan zegt Jezus: ‘Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet’ (Matth.24:6). Want daar zal eerst nog een verzegeling plaatsvinden van 144.000 verzegelden uit de 12 stammen Israëls, een adempauze, voordat de oordelen voortgezet worden, die gevolgd wordt door een grote schare die uit de grote verdrukking komt (Opb.7:14); maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld verkondigd worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn (Matth.24:14). Het zal zijn als in de dagen van Johannes de Doper en van Jezus Messias, die opriepen tot bekering, daar het Koninkrijk der Hemelen, het Messiaanse Vrede Rijk nabij was (Matth.4:17). Pas later in de hoofdstukken 8 t/m 19 van Openbaring spreekt de ‘Geest’ over de zeven bazuinen en de zeven schalen waarin de toorn Gods dan ook ten volle openbaar zal worden in de 69e en 70e jaarweek, waarbij in die 70e jaarweek in de geest van Elia geprofeteerd zal worden aangaande het (gr.telos) einde (Opb.11:3- 4). Daarmee is dan ook gezegd dat de komst van de Messias Jezus manifest is geworden. Het is deze ‘parousia’, dus zijn aanwezigheid in het land Israëls.

Bloedmaan

Bloedmaan

Het was deze ultieme vraag van Zijn discipelen ‘wat is het teken van uw komst en van de voleinding der eeuw’ (gr.sunteleia tou aioonos). Het zijn deze OT- profetische tekenen die zich eerst moeten manifesteren! Eén van die tekenen is dat Ik wonderen zal geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte Dag des Heren komt (Joel2:30-31;Matth.24:29;Hand2:16-21). De ‘Islamitische Eschatologie’ verwacht de ‘mahdi’ als te voorschijn komend op het witte paard, en Mahmoud Ahmadinejad de president van Iran ziet zichzelf als de boodschapper van Allah om de komst van de ‘mahdi’ te verhaasten, door Israël van de kaart te vegen! ‘Apocalyptische tijden’? Is daar dan soms sprake van een -Islamitische Antichrist- ‘in the days that lies ahaed’ (Opb.6:2). Het feit dat zich in 2014 en 2015 een aantal eclipsen voordoen op ‘Passover’ en ‘Sukkot’ aan zon en maan, bewijst nogmaals dat de Schriftplaatsen in Gen.1:14-16 en Ps.104:19 waar zijn, die ons zeggen dat zon en maan gesteld zijn tot TEKENEN en tot GEZETTE TIJDEN, en tot DAGEN en JAREN op Mijn gezette hoogtijden, de Feesten van Israël. Een solareclips heeft veelal betrekking op de volken, en een lunareclips op Israël. Het geeft in feite een alarmfase aan, die feitelijk voor Israël al begonnen is op de 7e juni 1967! Ook het samenkomen in één lijn van zon en maan geeft te denken (Gen.37:9;Opb.12:1-5). Tenslotte, daar ligt een ‘Jubeljaar’ in het verschiet als de 7×7 jaarweken ook in die zin vanaf die 7e juni 1967 naar hun einde lopen, waar dan precies zoals naar Lev.25:8-10 in de zevende maand op de tiende van deze maand, op de ‘Yom Kippur’, de Grote Verzoendag het bazuingeschal zal rondgaan door het land. Gij zult na die 49 jaren het 50e jaar heiligen en vrijheid afkondigen op Yom Kippur! De ‘Grote Hogepriester Jezus’ is met zijn eigen bloed, eens en voor altijd het ‘Hemelse Heiligdom’ binnengegaan! Daarom is Hij, de Leeuw uit de stam van Juda alleen waardig om de verzegelde boekrol met haar zeven zegels te openen in het ‘Hemelse Heiligdom’ (Opb.5:1-14). Misschien staat de Derde Tempel er omstreeks die tijd! Voor Israël van het nog -niet zeker weten- een ‘must’! In het Midden-Oosten is de tijdsfactor a.h.w. ‘als één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag’, als levende in de zevende dag. De ‘Apocalyps’ van Jezus Christus, Zijn komst ‘parousia’ welke God Hem gegeven heeft om zijn diens knechten te tonen moet weldra en in haast geschieden (Opb.1:1). Het spoorwegennet als het samenkomen van de sporen raakt a.h.w. verstopt als de wissels niet op tijd worden omgezet, het eindpunt is bekend, ‘het koningschap voor Israël herstelt’. Zo zal Israël een uitverkoren geslacht worden, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom (Ex.19:6;1Petr.2:9). En in U zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden (Gen.12:3).
Shalom!
Gerard J.C. Plas

http://elshaddaiministries.us/
www.bereanonline.com

www.askelm.com
zie: (Secrets of Golgotha/books)
www.joelrosenberg.com
http://levendwater.org

Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial

 Artikelen  Comments Off on Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial
Oct 112009
 

49e  jaargang – oktober 2009 – Artikel 1

Vooruitlopend, als we in 2010 een ‘Jubeljaar’ vieren het 50e jaar vanaf het ontstaan van de ‘Vrienden van Israël’ in 1960, ligt het voor de hand om hier enige aandacht aan te geven. Het woord ‘Jubeljaar’ komen we tegen in Leviticus 25:1-55. Een groot gedeelte van dit hoofdstuk is gewijd aan wetten die in elk 50e jaar in het land Israël operationeel werden: ‘Wanneer gij (de kinderen van Israël) zult gekomen zijn in dat land, dat Ik (de Here) u geve…’ (Lev.25:2). Dus in ’t bijzonder voor hun bestemd! Net zoals het Pascha en Grote Verzoendag, draagt het ‘Jubeljaar’ een veruitstrekkend teken in zich voor al degenen die zijn vrijgekocht hetzij behorend tot ‘Israëls Koninkrijk’ of de ‘Gemeente die Zijn Lichaam’ is. In Ps.89:16 horen we over de ‘vreugde van het geklank der bazuin’. Het was niet zomaar een geklank, maar één met een bijzonder blij geluid. ‘Welzalig is het volk dat het geklank
kent’, het bazuingeschal van het ‘Jubeljaar’. Aan het eind van die (7×7) 49 jaren werden de beperkte vrijheiden opgeheven en het verspeelde eigendom teruggeven, zodat iedere man weer in vrijheid naar familie en bezit kon terugkeren. Dit gebeuren is een type van wat we tegenkomen in het Nieuwe Testament. In Hand.3:19-21 als Petrus spreekt over de terugkomst van Jezus Christus, dan zegt hij: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen’.

Het is belangrijk om in te zien dat hetgeen door Petrus hier gezegd wordt verwijst naar het ‘Jubeljaar’, -het herstel van vrijheid en bezit- aangaande ‘t land, de stad en volk van Israël’, bij het wederkomen van hun Messias. Bovendien vinden we hetzelfde thema terug in Gal.5:1 waar Paulus zegt: ‘Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen’. De terugkerende woorden in Lev.25:28,31,33,54 ‘en zij zullen in het ‘Jubeljaar’ uitgaan’, vond telkens plaats in het 50e jaar. Het Hebreeuwse woord is ‘yobel’ afgeleid van ‘yabal’, met de betekenis die we vinden in Jes.55:12 ‘Want in blijdschap zult gijlieden uittrekken, en met vrede voort geleid worden’. Dit woord komen we het eerst tegen in Ex.19:13 waar het vertaald is met ‘hoorn’, en vervolgens in Joz.6:4,5,6,8,13 met ‘ramshoorn’. Ook is daar een verband tussen het‘Jubeljaar’ en het ‘jaar van het welbehagen des Heren’, en ‘het jaar van Mijn verlossing (verlosten) is gekomen’, (Jes.61:1,2;63:4). In Lev.23 spreekt de Here over de Feesten van Israël als, ‘deze zijn Mijn gezette hoogtijden’. We onderscheiden daar ‘het Pascha, feest der Ongezuurde broden, feest der Eerstelingen, feest der Weken, feest der Bazuinen, Grote Verzoendag, en het Loofhuttenfeest’, dus 7 in totaal. Dit ‘zevenvoudige’ karakter der feesten heeft betrekking op het ‘voornemen der eeuwen’ (aionen), zoals Petrus verwoord, dat ‘één dag bij de Here is als dag’, (2 Petr.3:8). Zij vullen a.h.w. de ruimte op tussen de schepping (herschepping) en het ‘Duizendjarigrijk’. Op de zesduizend jaren heilsgeschiedenis zal een 7e duizend jaar volgen nl., ‘de Dag des Heren’ van tenminste 1000 jaar, (Openb.20:1-6). Paulus verhaalt in de Hebreeënbrief dat Israëls Shalom zal intreden met de komst van de Messias. Dat na een werkweek van 6 dagen van 1000 jaar die 7e dag zal aanbreken, (Hebr.4:1-11).

De Joodse kalender nadert het jaar 5800 waarin de naam ‘Noach’ verscholen zit, geschreven als ‘noen’-‘cheth’ de 50 en de 8 dus 58, nl. de ‘vertroosting’ van het komen van een ‘nieuwe eeuw’ (aioon).
In het boek Leviticus en Daniël is een ‘zeventalligstelsel’ van het grondgetal 7 te vinden!

  • 1/zeven dagen Lev.23:3;
  • 2/zeven weken 23:15;
  • 3/zeven maanden 23:24;
  • 4/ zeven jaren 25:4;
  • 5/zevenmaal zeven jaren 25:8-13;
  • 6/zeventig maal zeven jaar Dan.9:24;
  • 7/zevenmaal (voudig) tuchtiging Lev. 26:28.
Shlomo Goren

Shlomo Goren

Als het gaat om deze ‘jaren’, hierbij een paar opmerkingen die helemaal passen in de lijn van de voortgaande ‘profetie aangaande Israël en de volken’. We hebben gezien dat de ‘zevenvoudige strafmaat v.w.b. Israëls zonden in 1967 ten einde liep, het was het jaar waarin de hereniging van Oost en West Jeruzalem op 7 juni plaatsvond, (Ezech.4:1- 8;Lev.26:28; zie: nr.3-09). Het was Opperrabbijn Shlomo Goren van het leger die op 7 juni 1967 met Thorarollen te midden van juichende soldaten op de ‘sjofar’ -een van een ramshoorn gemaakte trompet- blies terwijl ze voor de ‘Klaagmuur’ stonden, en lopend naar het Tempelplein de volgende woorden sprak: ‘Nu is het tijd om 100 kilo explosieven in de Rotskoepel te gooien’, en deze eens en voorgoed van de aardbodem te verdelgen, ofschoon de ‘volheid van tijd’ daarvoor toen nog niet gekomen was!

Bovendien is die 7e juni 1967 achteraf gezien uitermate belangrijke geweest omdat vanaf die dag v.w.b. de jaarweken uit Daniël 9 (7x7x360=17.640 dagen) er a.h.w. een herhaling plaatsvindt als in de dagen van Ezra en Nehemia. Het opzienbarende is dat op die dag 23 september 2015 er een ‘Grote Verzoendag’ aanbreekt in het 50e jaar, dus een ‘Jubeljaar’. Daarbij is het nog zo dat het ‘bazuingeschal’ op die tiende dag van die zevende maand Tishri, dus op Yom Kippur de ‘laatste’ was in Israëls feestmaand, (Dan.9:24-26;Lev.25:8-10; zie: nr.1-09). Daar is nog iets bijzonders aangaande die ‘Grote Verzoendag’ in 2015 en die van 1973 toen de ‘Yom Kippur’ oorlog uitbrak, want daar liggen nl. 6×7 jaar dus 42 jaar tussen het jaar 2015 en 1973, ofwel de 42 pleisterplaatsen die Israël passeerde voordat het ‘beloofde land’, werd ingenomen door Jozua, (Num.33:1-49).
Het was heel typerend om aan de vooravond van Rosh Hasjana op 29 september 2008, dus nog 7 jaar verwijderd van het jaar 2015.., in de dagelijkse berichtgeving over ‘Wall Street’ te horen van een negatieve index van maar liefst -777.68 punten! Een ‘goddelijke’ aanwijzing(?) op de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die bij de 67e jaarweek aan het eind van Hand.28:25-28 zo abrupt ophield! Immers het ging in de Handelingentijd uitdrukkelijk om de ‘hoop van Israël’, Hand.26:6-7;28:20; zie: nr.4-08). Zo lijkt het er vandaag veel op dat waar Hand.28:25-28 abrupt eindigt, we na 2000 jaar met Israël terug in het land, Jeruzalem als onverdeelde hoofdstad, en ‘Messiaanse gemeenten’ her en der verspreid in het land, we hier de draad opnieuw kunnen oppakken. We horen vandaag voortdurend spreken over Judea en Samaria (de Westbank) en over Oost en West Jeruzalem, die volgens de ‘internationale gemeenschap’ zoveel mogelijk ‘Judenrein’ moet worden.

Toch blijft daar de ‘belofte’ overeind uit Hand.1:11 dat deze Jezus op dezelfde wijze zal wederkomen op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt. Daar zijn vele tekenen die erop wijzen dat vanaf de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 AD en de terugkeer van de ‘Israëli Paratroop Brigades’ op de Tempelberg in 1967, waar dan ook nog eens 1897 jaar tussen liggen dit verwachtingspatroon onder de ‘religieuzen-christen Zionisten’ sterk is toegenomen! Dit geslacht zal geenszins voorbij gaan, voordat dit alles is geschied. Is een geslacht dan 40, 50, 70, 100, 120 jaar. De tijdsduur van een‘Jubeljaar’ naar ‘Jubeljaar’ omvat 50 jaren. Het opmerkelijke is nu dat vanaf Israëls terugkeer naar het land deze vijf ‘volheden van tijd’ terug te vinden zijn in een aantal gebeurtenissen die voor Israël in de 20e eeuw van historisch belang waren zoals: het eerste Zionisten congres in Wenen in 1897, de Balfour declaration van 1917, het VN besluit in 1947, en de oprichting van de Staat Israël in 1948, de Zesdaagse oorlog van 1967, (zie: nr.3-08). Mozes was 120 jaar toen hij stierf, en Noach predikte 120 jaar voordat de zondvloed kwam. Het zijn de getallen 50 en 70 die hier opvallen!

Het bazuingeschal dat het ‘Jubeljaar’ aankondigt ‘Proclaim liberty throughout the land’, zal niet komen van de zijde van de V.N., Rusland, Europa, en de V.S. De ‘Feesten van Israël’, als ‘Mijn gezette hoogtijden’ zijn doorslaggevend, (Lev.23:2). In Gen.1:14 lezen we, ‘dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen dag en nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren’. Het hebreeuwse woord is hier <moed> dat gebruikt wordt in beide teksten met de betekenis van ‘vaste tijden’, dus niet als ‘jaargetijden’, maar dat hier de zon en maan aanwijzingen zijn v.w.b. de ‘Feesten des Heren’! Het was Petrus die na (7×7=49) op de 50e dag op het ‘wekenfeest’ uitriep: ‘maar dit is het’ waarvan door de profeet Joël gesproken is, (Hand.2:16). Het gehele boek Joël heeft betrekking op Israël en de volken en het ziet uit op de ‘Dag des Heren’. Hier vinden we het ‘Jubeljaar’ terug: ‘Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit’, als zijn de een ‘Grote Verzoendag’, (Joël 2:15). Hier wordt gesproken over ‘de zon die veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt’, (Joël 2:31; Hand. 2:20). Het ‘wekenfeest’ (Shavu’ot) en het ‘Jubeljaar’ hebben het getal 50 gemeenschappelijk voor dagen en jaren, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’(Ezech.4:4-6). Als voor Israël in 1967 de strafmaat eindigt; en de Here ‘proclameert’: ‘Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade’, en ‘de bepaalde tijd gekomen is’ (Zach.1:15-17;Ps.102:14), dan zullen de tekenen (6 eclipsen) aan ‘Zon en Maan’ die plaats zullen vinden op ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14e Nissan ‘het pascha’,en eindigend in 2015 op de 15e Tishri ‘het Loofhuttenfeest’, geen toevalligheden zijn! In de Handelingentijd waren de apostelen ervan overtuigd dat een spoedige terugkomst van Jezus Christus nog in hun generatie zou plaatsvinden, (1 Petr. 4:7; Jak. 5:7-9; Hebr.10:37; 1Joh.2:18; 1Cor. 1:7;7:29, 10:11,16:22; Rom 13:12, 16:20; 1Thess. 4:13-18). Het was een uitzien naar de ‘openbaarwording’ (apocalyps) en ‘komst’ (parousia) van Jezus Christus!

Meer dan ooit is er vandaag in Israël een uitzien naar die ‘Masjiach’ te midden van de ‘wederoprichting alle dingen’. Dit ‘heilsteken’ past helemaal bij het ‘Jubeljaar’. Het geklank van de bazuin ‘proclameert de vrijheid van iets groots’. Kennen de volken dit ‘bazuin geklank’ al? De ‘geopolitieke wereld’ heeft Israël als ‘bezet gebied’ verklaard, en als zodanig ook ‘bezet’! Het geklank betekent nu in diepste zin ook,…‘om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God’. Dit past helemaal in het ‘Yom Kippur’ verhaal uit Openb.5 waar een boekrol, die weliswaar verzegeld met zeven zegelen al ‘jubelend’ door de ‘Losser’ verbroken zal worden, om het ‘erfdeel’ berustend buiten de macht van alle schepselen weer eigendom te maken van de oorspronkelijke Eigenaar, (Jes.61:2; Openb.5:4; Jer.32:14,15)! Alsnog zal de ‘bezetter’ van geen wijken
willen weten. Doch als het tijdstip aanbreekt en de 7e engel op de 7e bazuin  gebazuind heeft, ‘is het Koningschap over deze wereld gekomen aan onze Here en Zijn Gezalfde die als Koning zal heersen tot in alle eeuwigheden’, (Openb.11:15-19).
Deze ‘ontzegeling van de Boekrol’ omvat de 7 zegelen, de 7 bazuinen, en de 7 schalen! Overeenkomend met de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die onverwachts werden afgebroken op een totaal van de 70 weken, die een aanvang namen nadat de muren van Jeruzalem hersteld, de Tempel herbouwd en ingewijd was, in een tijdsbestek van (7x7x360=17.640 dagen, (Ezra 4:1- 6:22; Neh.12:27-13:31; Dan.9:24-26; Hand.28:25-28; zie: nr.4-08). Tenslotte, wie kan zich voorbereiden tot de strijdt als de ‘bazuin een onzeker geklank’ laat horen, (Efz.5:14-16;6:13)

Parousia

Parousia

Gedurende een ‘tussentijd’ van bijna 2000 jaar stond ‘Gods profetische klok’ stil, doch zal weer gaan lopen bij de aanvang der laatste 3 jaarweken, de ‘Apocalyps’, ofwel het tevoorschijn komen van Jezus Christus, waarbij Israëls hoop vervuld zal worden, (Openb.6:1-19:21). Voordat Zijn openbaarwording (apocalyps) een feit zal zijn, zal Hij eerst daar verschijnen in heerlijkheid (ephifaneia) om vervolgens aanwezig te zijn (parousia) te midden van Zijn erfdeel Israël! Nochtans, zien wij uit naar ons ‘jubeljaar’ , de dag van de ‘inlossing’ van ons verworven bezit, tot lof Zijner heerlijkheid, (Efz.1:14). Het 50e jaar, een jaar om te vieren!
Shalom,
Gerard J.C. Plas

Vervolg “De samen – opwekking met Christus”

 Artikelen  Comments Off on Vervolg “De samen – opwekking met Christus”
Oct 042009
 

49e  jaargang – oktober 2009 – Artikel 2

We merkten reeds op, dat het zeer opvallend is dat in Rom.6 en 7 veelal het woord “thanatos” gebruikt wordt. In deze hoofdstukken gaat het expliciet over de dagelijkse strijd tegen de zonde en de nieuwe levenswandel in Christus daartegenover. Het is vooral in Rom.7 de strijd tussen de goede en de boze wil, de strijd tegen de zonde als macht. Geestelijke dood tegenover geestelijk leven. Dat het ook in Fil.3:10 over de levenswandel van Paulus gaat en niet over een (te letterlijk genomen) uitopstanding na drie dagen (of kort daarna) blijkt eveneens uit het daar gebruikte woord “thanatos”, nl. Jezus’ dood gelijkvormig wordende. Het gaat in Fil.3 uitdrukkelijk over Paulus’ levenswandel, de radicale omkeer van zijn vroegere levenswandel als farizeeër bij uitnemendheid en zijn “gegrepen- zijn door Christus”, door de verschijning van de verhoogde Christus” op weg naar Damascus. In zijn sterfelijke bestaanswijze (de thanatos-toestand) verlangt hij om Jezus in zijn aardse levenswandel te volgen, in lijden en sterven. En dat kán hij alleen door Christus gelijkvormig te worden in Zijn opstanding.

Paulus is zó “gegrepen door Christus” dat hij ten volle “in nieuwheid des levens” wil wandelen, om zo veel als hem maar mogelijk is “één plant met Hem te worden in Zijn dood en opstanding,” (Rom.6:4-10). Rom.6 en Fil.3 zijn – wat de levenswandel van Paulus betreft – geheel identiek. Het is inderdaad als “een wensdroom” van Paulus te beschouwen: “Hij jaagt er naar of hij het ook grijpen mocht”. Christus’ dood en opstanding gelijkvormig te worden, dát wil hij in zijn nieuwe levenswandel zo mogelijk volledig verwerkelijken. En dat zóu hij alleen kunnen verwerkelijken “door de kracht Zijner opstanding”, “bezittende de gerechtigheid door het geloof van Jezus Christus, (Fil.3:9-11). Paulus heeft dit intense verlangen als wensdroom echter nog niet gegrepen, maar blijft jagen naar dit hoogste doel, nl. “de prijs der roeping Gods, die (van) boven is, in Christus Jezus”. In de Fil.- brief staat Paulus reeds heel dicht bij de nieuwe openbaring van Godswege: De Verborgenheids brieven Ef./Kol., waar Paulus wat betreft deze toch niet te verwerkelijke wensdroom (Fil.3:12-14), een nieuwe impuls, een nieuwe onthulling krijgt, nl. in de “samen opwekking met Christus uit de nekros dood”!
(Ef.2:5-6;Kol.2:12).

In zijn levenswandel, als mens hier op aarde, gaat het om Christus gelijkvormig te worden in Zijn thanatos dood en opstanding, geheel in de sfeer van Rom.6, het “één plant met Hem worden in Zijn dood en opstanding”. En in de Efezebrief gaat het om de “samenopwekking” met Christus uit de nekros dood (die de afsnijding van het leven is) “naar de werking van de sterkte van Zijn macht”. En de gemeente, het lichaam van Christus, is mede – samen opgewekt met Hem – uit die nekros dood. Het is de grote Exodus, de uittocht, de uit-opstanding “van tussen de doden uit”, welke in Christus Jezus is, als Eersteling en Eerst-geborene uit de doden, is begonnen! Men leze en bestudere vanuit deze hernieuwde gezichtspunten Rom.6 en Fil.3. En daarná de “onnaspeurlijke rijkdom van Christus” (Ef.3:8) waarmee aan Paulus de verborgenheden Gods – die van alle eeuwen en geslachten verborgen was gebleven in God – worden geopenbaard, (Ef.3:3-9;Kol.1:25-27). Een overgang naar een nieuwe heilsfase en een nieuwe verhouding van Christus t.o.v. de gemeente in een niet te scheiden eenheid als die van hoofd en lichaam: Christus het Hoofd en de gemeente als Zijn Lichaam! Dit is o.i. ook in overeenstemming met de (historische) chronologische volgorde van Paulus’ brieven. Zijn oudste brieven waren de Thes.-brieven, vervolgens de Kor.-brieven, de Gal.-brief en de Rom.- brief. Dan volgen na de Handelingen periode de pastorale brieven Titus en Timotheus, dan de Fil.-brief als inleiding en voorbereiding van Paulus’ laatste brieven, Ef./Kol.-brieven. En het is nog in de Fil.-brief, waar Paulus spreekt over wat men is gaan noemen de “bijzondere uitopstanding”. De heilsfase van de verborgenheid, bekendgemaakt in de Ef./Kol.-brieven, was toen nog niet geopenbaard. Welnu, Paulus beschrijft in Fil.3 zijn “wensdroom”: in zijn levenswandel Christus gelijkvormig te worden in Zijn dood (thanatos) en opstanding. Daar blijft hij naar jagen. Het is een niet te verwerkelijke wensdroom! En juist daarom ook die slechts éénmalige voorkomende term “eis ten exanastasis ten ek nekron” in Fil.3:11! En eerst in de Ef./Kol.-brieven wordt het Paulus onthult hoe dit wél kan, nl. in de “samen opwekking” met Christus uit de doden.

Paulus’ (onzichtbare) opwekking uit de doden is reeds gerealiseerd in Christus’ (onzichtbare) opwekking uit de doden. En zó is Paulus’ leven nu verborgen (onzichtbaar) met Christus in God. Opdat ook hij, samen met Christus én de gemeente, die Zijn lichaam is, verschijnen zal in heerlijkheid! (Kol.3:1-4). Het is – hetzij nog maar eens gezegd – de voltooiing van het heil in Christus Jezus, die na Zijn opstanding door God tot Heer en Messias is gemaakt. En zeker in onze tijd – we merkten het reeds op – mag dit wel eens nadrukkelijk herhaald worden. Het is nl. op zich verheugend dat er een terug keer is naar het “geworteld zijn” in de Joods/Hebreeuwse denkwereld.

Wim Godijn

‘Indien gij dan met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen,
die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand Gods.
Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want gij zijt gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem
verschijnen in heerlijkheid’ (Kol.3:1-4).

De “samen – opwekking met Christus”

 Artikelen  Comments Off on De “samen – opwekking met Christus”
Jul 032009
 

49e jaargang – juli 2009 – artikel 2

Naar aanleiding van het artikel ‘Pasen – vereenzelviging’ (nr.2/09) lijkt het ons nuttig om een vervolg studie te plaatsen van de heer W. Godijn. Deze heeft in de jaren ’80 een vijftal artikelen geschreven met als titel ‘Scholen van Onderzoek in het verleden en heden’. Deze studies werden in 1987 opgenomen in het studieblad ‘Bijbels Denken’. Ook in deze studie wordt op duidelijke wijze de Joods/Hebreeuwse denkwereld belicht!

Zoals bij de apostel Paulus opwekking uit de doden en verhoging één zijn, zo zijn in de evangeliën opstanding en verschijning één. Het zichtbaar verschijnen van Jezus met een geestelijk lichaam wordt tot uitdrukking gebracht met de Griekse woorden “anastènai” (opstaan) en “anastasis” (opstanding). Er kan voluit van opstanding gesproken worden als de opgestane zichtbaar verschijnt. De opwekking uit de doden gaat eraan vooraf. En dàt is het grote heilsgebeuren dat centraal staat in de brieven van Paulus, in het bijzonder in de Ef./Kol. –brieven, die de voltooiing van het heil in Jezus Messias omschrijven. Met Paulus’ woorden gezegd: de overwèldigende rijkdom van Gods genade! (Ef.2:6-10).
Welnu, God heeft Jezus opgewekt uit de doden en Hem gezet in Zijn rechterhand in de “hemelse gewesten” (N.B.G) of “in de hemel” (St.V.). Het is de hemel der hemelen, daar waar God zelf woont. Jezus Christus is de hemelen (hemelsesferen) doorgegaan, of, – zoals Ef. 4:10 het verwoord “Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook die is opgevaren vèr boven àlle hemelen, om alles tot volheid te brengen”. Terecht vanuit de joods traditionele voorstelling (nog speculatief) gedacht: “een hemelse opstanding”, een directe verandering van bestaanswijze. Van een natuurlijk, stoffelijke lichaam in een geestelijk lichaam. Menselijke voorstellingen blijven altijd speculatief, om te proberen het onzichtbare, het ongrijpbare, te verwoorden. Maar in de voortgang van de heilsgeschiedenis – het geschiedend gebeuren van God! – in het bijzonder

in de latere brieven van Paulus (Ef./Kol.), worden de onzichtbare verborgenheden Gods bekendgemaakt. Geconcretiseerd en als het ware zichtbaar gemaakt. En ieder die enige kennis heeft van wat in deze verborgenheidsbrieven is bekendgemaakt, kan weten dat Paulus juist in deze brieven een bijzondere terminologie gebruikt. Begrippen als verlossing, verzoening en opwekking uit de doden worden daarin grammaticaal aangegeven in een alles overtreffende trap: “apollustrosis” (volledige verlossing), “apokatalassoo” (volledige verzoening, verandering) en “exègeiroo” (uit-opwekken van tussen de doden uit).

In de “tweede Mozes”, Jezus Messias, is de grote Exodus, de uittocht uit de doden begonnen! Men leze vanuit deze perspectieven 1 Kor.15, het hoofdstuk der opstanding. Aanvangend met Christus als de Eersteling, die door Gods inwerkende macht uit de doden is opgewekt. Gevolgd door meerdere uit-opstandingen en tenslotte de algemene opstanding der doden. En in de Efezebrief – waar alle dualiteiten reeds als wederom “tot één gemaakt” worden gezien (het uiteindelijke doel van de heilsgeschiedenis), namelijk in de Gemeente, die Christus’ Lichaam is, – is er ook een “hemelse opstanding” voor deze “er-uit-geroepen gemeente” (ekklèsia). Samen met Hem opgewekt uit de doden en gezet in de rechterhand Gods in de hemelen (de alles-omvattende hemelse sferen). Vandaar ook die alles-overtreffende woorden en termen in de Ef./Kol. –brieven. Inderdaad: Er zijn – we herhalen het maar weer – ook voor Paulus geen woorden voor te vinden! Ook de “hemelse dingen”, in het bijzonder aan Paulus geopenbaard, dienen – juist vanuit deze Hebreeuwse denkwereld – hernieuwd aan de orde te komen. Jezus, die als Dienaar van de besnijdenis (Rom.15:7-9), het volk Israël vertegenwoordigde, en het koninkrijk der hemelen predikte, dat van uit de hemelen (van boven!) op aarde verwerkelijkt moest worden – zei tot rabbi Nicodemus reeds: “Indien Ik u lieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het hemelse spreek? En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is, de Zoon des mensen.” (Joh.3:12-13). Na dit intermezzo nemen we die “hemelse dingen” aan Paulus geopenbaard, weer op: Hij is het immers, die als apostel der volkeren, niet Jezus “naar het vlees” verkondigde, maar de door God opgewekte en verhoogde Heer en Messias predikt, die de Naam boven alle naam ontvangen heeft! (2 Kor.5:14-17; Hand.2:36;Fil.2:5-11). En dat moeten we als gelovigen, die Paulus willen navolgen, niet veronachtzamen. Er is een “samen-opwekking” met Christus voor de gemeente (het uitroepsel) uit het geheel der (plaatselijke) gemeenten, het Lichaam van Christus, (Ef.2:5-6;Kol.2:11-12). Onzichtbaar verborgen met Christus in God, (Kol.3:1- 4). Totdat ook deze gemeente, samen met Hem zal verschijnen in heerlijkheid.
Dàn eerst zichtbaar! Na de samenopwekking met Hem (ègeiren), een samen met Hem verschijnen. Zoals bij Paulus opwekking (egeiren) en verhoging één zijn, zo zijn in de evangeliënopstanding (anastasis) en verschijning één. Bij Paulus het onzichtbare gebeuren: “God heeft Jezus opgewekt uit de doden” en in de evangeliën wat daarna gebeurde: het zichtbaar verschijnen van de Opgewekte, als teken dàt Hij was opgestaan (anastasis) uit de doden. In het boek van G.J. Pauptit “Van dood en Opstanding” wordt de “bijzondere uit-opstanding” (eis tèn exanastasis tèn ek nekron) vrijwel geheel belicht vanuit Fil.3:10-11. Mede omdat deze term slechts één maal voorkomt in de Schrift. Pauptit en van Mierlo die we als leraren van het gedegen Schriftonderzoek beschouwen, zijn o.i. blijven steken in een te letterlijke uitleg, wat betreft deze “bijzondere uit-opstanding” van Fil.3:11.

Romeinen 6

Romeinen 6

We laten eerst de verschillen zien tussen wat Paulus t.a.v. dood en opstanding te zeggen heeft in Rom.6 en daarna de veel verder en dieper strekkende betekenis van de Ef./Kol. brieven die o.a. de voltooiing van het heil in Jezus Messias of wel de door God opgewekte Jezus en onze “samen-opwekking met Hem” beschrijven. We beginnen met Rom.6 want ook dààr wordt gesproken van een “één plant worden met Hem”, een samengroeien met Jezus’ dood en opstanding. Het gaat in Rom.6 om de levenswandel van de gelovige, nl. het wandelen in “nieuwheid des levens”. Paulus ziet de gelovigen als “in Zijn dood gedoopt”, d.w.z. samen met Hem gestorven. Met vers 11 gezegd: “Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wèl dood zijt voor de zonde, maar lévend voor God in Christus Jezus”! De oude mens is met Christus gestorven. En nu kan de gelovige door de opwekking van Jezus uit de doden (ègeiroo) “in nieuwheid des levens wandelen”, weggetrokken, uit-getrokken uit de “slavernij van zonde en dood”. Of wel van de zonde “als macht”. Het is alles gebaseerd op het “exodus-motief”, het wegtrekken uit de doodsmachten! Zeer opvallend is nu, dat bij nader grondtekst – onderzoek blijkt dat Paulus in Rom.6 t.a.v. de levenswandel voor “dood” steeds het woord “thanatos” gebruikt. En als het gaat om opwekking uit de dood het woord “nekros” wordt gebruikt, nl. van de lichamelijke dood, beter gezegd: de ‘lijk- toestand’, de volledige afsnijding van het leven. Het Grieks heeft voor het begrip “dood” twee woorden: “thanatos” en “nekros”. In het klassieke Grieks komt het verschil tussen deze woorden nauwelijks tot uitdrukking. Wij denken bij “dood” in de eerste plaats aan een toestand van het schepsel na het sterven. Maar wanneer we het in de Schrift voorkomende woord “thanatos” nagaan, zal ons blijken, dat het veelal de toestand is van vòòr het sterven, en dat dus “thanatos” wijst op een bewuste toestand. “Thanatos” betekent altijd “dood”. Misschien zit er een oorspronkelijke betekenis in van “uitdoding of verdwijning”, maar meer licht geeft het woord niet. Homerus denkt zich de dood soms als een toestand van bijna bewusteloosheid. Plato (daarentegen) acht de toestand van de “dood” (soms) een intens verhelderend bewustzijn. Met andere woorden, het woord “thanatos” zonder meer, zegt niets en laat bewustzijn en niet-bewustzijn toe. Dus m.a.w. ‘we moeten op “Bijbelse grondslag beslissen”. Welnu, in de Bijbel komt het verschillend gebruik en de betekenis van deze woorden echter duidelijk naar voren. De nekros – dood is de natuurlijke, lichamelijke doodstoestand, de absolute afsnijding van het aardse leven. In onze taal is het (vernederlandste) woord “necrologie” en de betekenis daarvan wel bekend!
De thanatos – dood is de geestelijke dood. Het stervensproces (al stervende sterft de mens). Dit (thanatos-) stervensproces eindigt met de afsnijding van het leven, de lijk toestand, de nekros – dood. Vandaar dat in het Grieks waarschijnlijk geen onderscheid aangegeven wordt tussen deze twee begrippen die – evenals in ons taalgebruik gewoon “dood” betekenen.
wordt vervolgd!

Translate »