Nov 042011
 

De massa is bedrieglijk! Het indoctrinatieproces is niet te herkennen door mensen die zelf reeds onbewust geïndoctrineerd zijn.

Inhoudsopgave:

 

revelation11_15De climax van het gehele proces der inbezitneming van de aarde, van het geloste erfdeel door Messias Jezus, vinden we beschreven in de Apocalyps hoofdstuk 19.

  • ‘En ik zag de hemel geopend, en zie, een wit paard, en Hij Die daarop zat, werd getrouw en waarachtig genoemd. En Hij oordeelt en voert oorlog in gerechtigheid. En Zijn ogen waren als een vuurvlam en op Zijn hoofd waren vele diademen. Hij had een naam, die opgeschreven was, en die niemand kent dan Hijzelf. En Hij was bekleed met een in bloed gedoopt bovenkleed, en Zijn naam luidt: Het woord van God. En de legers in de hemel volgden Hem op witte paarden, gekleed in fijn linnen, wit en smetteloos. En uit Zijn mond kwam een scherp zwaard, opdat Hij daarmee de heidenvolken zou slaan. En Hij zal hen hoeden met een ijzeren staf. En Hij treedt de wijnpersbak van de wijn van de grimmige toorn van de almachtige God. Er stond op Zijn bovenkleed en op Zijn dij deze naam geschreven: Koning der koningen en Heere der heren’ (Openb.19:11-16).

Telkens greep de ziener van Patmos reeds op deze geweldige gebeurtenissen vooruit!

  • ‘En de zesde engel goot zijn schaal uit over de grote rivier, de Eufraat. En haar water droogde op, zodat de weg gereed gemaakt werd voor de koningen uit de richting waar de zon opgaat. En ik zag uit de bek van de draak, uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen. Dit zijn namelijk de geesten van de demonen, die tekenen doen en die uitgaan naar de koningen van de aarde en van de gehele wereld, om hen te verzamelen voor de oorlog van de grote dag van de almachtige God. Zie, Ik   kom als een dief. Zalig hij die waakzaam is en op zijn kleren acht geeft, zodat hij niet naakt zal rondlopen en men zijn schaamte niet zal zien. En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd’ (Openb.16:12-16).

Het is de apostel Johannes die van stap tot stap het Apocalyptische gebeuren ontvouwt, want na alle gerichten, de heerschappij van de twee “Beesten”, de uiterste toespitsing der ongerechtigheid in Babylon, komt eindelijk de ondergang van de “oude Draak”, de leugen en “mensenmoorder van den beginne” (Joh.8:44), en zijn twee vertegenwoordigers, de exponenten van politieke macht en valse religie.

De overwinning van Messias Jezus, reeds aan het kruis van Golgotha bevochten, zal na de laatste explosie van helse macht ook op aarde geheel en al openbaar worden. Dat is de zichtbare wederkomst van Christus met Zijn hemelse heirmacht, de eigenlijke “openbaring van Jezus Messias”, de Apocalyps, die tevens de openbaar-wording der kinderen Gods zal zijn, waarnaar de ganse schepping uitziet . . .

  • Met reikhalzend verlangen immers verwacht de schepping het openbaar worden van de kinderen van God. Want de schepping is aan de zinloosheid onderworpen, niet vrijwillig, maar door hem die haar daaraan onderworpen heeft, in de hoop dat ook de schepping zelf zal bevrijd worden van de slavernij van het verderf om te komen tot de vrijheid van de heerlijkheid der kinderen van God. Want wij weten dat heel de schepping gezamelijk zucht en gezamelijk in barensnood verkeert tot nu toe’ (Rom8:19-22).

Het Woord Gods (nu niet specifiek in de betekenis van Heilige Schrift, maar Christus-in-Persoon, de NAAM) komt van de hemel om de tegenstander, de anti-naam-in-persoon, de satan te arresteren en te binden. En allen die het merkteken van die antinaam zullen dragen en zijn beeld hebben aanbeden, zullen met de twee Beesten levend in de vuurpoel worden geworpen. De anderen worden door Christus Zelf gedood . . .

  • ‘En ik zag het beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeen verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger. En het beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees’ (Openb.19:19-21).

In sobere, maar geladen woorden wordt de grote eindafrekening geschetst. Bijna als een anticlimax na al die huiveringwekkende tonelen. Zo hoort het ook, want als het erop komt, als het Gods tijd is, blijkt al die machtsontplooiing van de satan en zijn trawanten in een ogenblik te worden weggevaagd.

Nergens anders in de Schrift blijkt indrukwekkender hoe de ontplooiing van het kwaad slechts toegelaten wordt om de volharding der heiligen te beproeven, dat het meewerkt ten goede, dat het dienstbaar is als de grote “testcase” voor het volk, dat in geloof waardig is huisgenoten Gods te worden. De HEER laat de satan en zijn rijk tot een uiterste komen om des te duidelijker de grondeloze slechtheid, dwaasheid en onzinnigheid van zijn rebellie en van allen die tegen God opstaan, te ontmaskeren en weg te vagen.

Als het Gods tijd maar is

Het wachten op de tijd van God is soms ongelofelijk zwaar. Het kan de uiterste beproeving betekenen, men kan bij wijze van spreke aan de laatste adem toe zijn, maar dan komt het erop aan te volharden in het geloof van “het laatste”. In het persoonlijk leven en in het wereldleven! De geboorte komt als de weeen het ergst zijn. De verhoring komt als wij al lang niet meer kunnen. De schepping zucht als in barensnood en ook wij (zelf), die de strijd hebben tegen de machten,  . . . de machten buiten de mens als op de machten in de mens! Juist het boek “Openbaring” leert ons zo weergaloos troostend dat wij de verlossing te verwachten hebben “als de negen maanden voorbij zijn”. Het probleem is dat wij “onderweg” veel te veel gefascineerd worden door het boze en hopeloze; wij behoren krachtens het grondpatroon van alle profetie met name die van de Apocalyps te weten dat God altijd verhoort, maar op Zijn tijd, als de zwangerschap voltooid is. Het opgeven vóór de tijd der “geboorte” is zo’n onmetelijk groot gevaar!

De ongerechtigheid komt tot haar uiterste in de openlijke mensenoorlog tegen God en Zijn Gezalfde, . . .

  • ‘Waarom woeden de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen zijn Gezalfde: Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen!’ (Psalm 2:1-3).

Dit negentiende hoofdstuk uit de Apocalyps is een weinig besproken en overdacht schriftgedeelte, omdat het zo ongeloofwaardig klinkt en zo vreemd is. Maar het is de onvermijdelijke gang van zaken, de onvermijdelijke laatste consequentie.

Dáár, op de bodem van het land van Israels God, drommen de geallieerden van satan tegen hun Schepper en versmade Verlosser bijeen. Men wil Hem in een laatste, wanhopige poging weerstaan. Bedenken wij wel, dat verzinnebeelding van dit eindgebeuren volkomen fout is. In de Apocalyps wordt alles openbaar, komt alles aan het licht en tot tastbare gestalte. [Juist in de hedendaagse strijd tegen Juda en om Jeruzalem is het de profeet Joel die hier duidelijkheid verschaft, . . .]

  • ‘Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat’, (het dal van Josafat betekent: het dal ‘de HEERE oordeelt’ … zie ook: vers 12) ‘Laten de heidenvolken opgewekt worden en oprukken naar het dal van Josafat, want daar zal Ik zitten om te berechten alle heidenvolken van rondom!’ (Joel 3:1-2a-12).

Een daadwerkelijke oorlog tegen God, zoals deze in de Apocalyps geschetst is, lijkt niet mogelijk te zijn; het schijnt -in het finale patroon- te onzinnig en te belachelijk om letterlijk te kunnen worden opgevat. Lezen we over deze oorlogsvoorbereidingen in de samenhang van de tekst, dan is er toch geen twijfel mogelijk. Het Beest en de koningen der aarde zijn met hun legers verzameld om oorlog te voeren tegen Christus en Zijn legermachten, op het moment dat Hij terugkeert . . .

  • ‘En ik zag het Beest en de koningen van de aarde en hun legers bijeen verzameld om oorlog te voeren tegen Hem Die op het paard zat, en tegen Zijn leger’ (Openb.19:19).

De vraag is nu! Waarom kunnen de vertegenwoordigers van satan op aarde de leiders en grote delen van de volken zover krijgen, dat zij een oorlog tegen God willen beginnen? In het zestiende hoofdstuk (:12-14) staat geschreven, dat de Eufraat zal opdrogen om een doorgang te bieden aan de koningen uit het oosten en drie onreine geesten (van satan en de twee wereldleiders resp. die van het beest en de valse profeet) doen zulke overtuigende tekenen, dat zij erin slagen de volken te mobiliseren tot de oorlog tegen God, . . . maar niet alleen uit het oosten, ook uit het noorden en andere windstreken zullen grote legermachten optrekken naar Armageddon, zoals beschreven en is opgetekend in het boek der waarheid (Dan.10:21) als het gaat in de strijd om het sieraadland tussen de koningen van het zuiden en het noorden (Dan.11:5-45)!

In de perioden van de eindgerichten kan het atheisme als leer dat er geen god is, geen stand houden. De aard van de vele gerichten die plaatsvinden onder de zegelen, zoals beschreven in de Apocalyps, het bovenmenselijk karakter der tekenen, dit alles zal zelfs de meest ongelovige er van overtuigen dat het allemaal waar is, waarover altijd gespot is. Toch zal dit hen geenszins tot bekering brengen; hun atheisme zal in een antitheistische houding omslaan, d.w.z. dat men dan wel degelijk het bestaan van God aanvaardt, maar nu om zich bewust, onder leiding van antichristelijke machten, tegen Hem op te stellen. Waarschijnlijk zullen de tekenen van de twee “Beesten” zo machtig en overweldigend zijn, . . .

  • ‘En het doet grote tekenen, zodat het zelfs vuur uit de hemel laat neerkomen op de aarde, voor de ogen van de mensen. En het misleidt hen die op de aarde wonen door middel van de tekenen die het gegeven zijn te doen voor de ogen van het beest. En het zegt tegen hen die op de aarde wonen, dat zij een beeld moeten maken voor het beest dat de wond van het zwaard had en weer levend werd’ (Openb.13:13-14).
  • ‘En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem teniet doen door de verschijning bij Zijn komst; hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden’ (2 Thess.2:9-10).

dat zij de mensen overtuigen onder hun leiding de gehate God der gerichten te kunnen overwinnen. Met andere woorden de mensen zullen er niet meer aan twijfelen dat al die ongekende rampen het werk zijn van een werkelijk levende God, dat de God van de Bijbel toch “echt bestaat” en dat Hij voornemens is na al die gerichten op aarde Zelf te komen om Zijn rijk op aarde te vestigen.

Uitsluitend als wij dit in acht nemen: de overtuiging bij de dan overlevende mensen dat Messias Jezus een levende werkelijkheid is, die werkelijk op aarde zal wederkomen om Zijn vijanden definitief te verslaan, alleen dan kunnen wij verstaan dat de politieke en religieuze leiders en hun legers zich opmaken om de wederkomst van Christus te verijdelen. Dan is het ook te verstaan waarom zij naar het oude land van Israel zullen optrekken, en dat de gehele profetie daar ook heenwijst voor de grote slachting en afrekening.

Men weet dan immers dat Messias Jezus dáár zal wederkomen, dat Zijn voeten op de Olijfberg zullen staan en dat Hij als de grote Koning Jeruzalem zal binnengaan . . .

  • ‘Hef uw poorten op, o poorten, en verhef u, eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnengaat. Wie is deze Koning der ere? De HEERE, sterk en geweldig, de HEERE, geweldig in de strijd. Hef uw hoofden op, o poorten, ja verhef ze, eeuwige deuren, opdat de Koning der ere binnengaat. Wie is Hij, deze Koning der ere? De HEERE van de legermachten, Hij is de Koning der ere’ (Ps.24:8-10).

Het is inconsequent wél te geloven dat Christus zichtbaar en lichamelijk zal wederkomen, en dan plotseling de eindoorlog der volken tegen Christus te allegoriseren.

Onder de inblazingen van de satan en zijn vertegenwoordigers op aarde, onder de betovering van hun tekenen, en niet minder door de haat die overal gewekt is door de zware gerichten, zal de wederkomende Christus werkelijk als een dreiging ervaren worden. Men zal Hem beschouwen als de grote Spelbreker, zoals ook de HEER de torenbouw van Babel verstoorde en alle “Babelse bouwsels” altijd heeft afgebroken!

De Beesten verdelgd

Hebben wij in het voorgaande reeds gewezen op de oorzaken die er toe zullen leiden dat de twee “Beesten”, de twee satanische wereldleiders, erin slagen de volken te mobiliseren tegen de wederkomende Christus, onze tijd leent zich bij uitstek om zulks nog verder begrijpelijk te maken.

Het machtigste wapen in de handen van de antichristelijke macht is de ‘bewustzijnsverandering’, waarbij de tegenstander van God niet in het minst gebruik zal maken van de media in al z’n facetten . . .

  • ‘waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig het tijdperk van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht der lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen der ongehoorzaamheid’ (Efz.2:2).

In de Ap. 16:14 lezen wij van “geesten der duivelen” die uitgaan tot de leiders van der volken. Door tekenen. Zo machtig zal de betovering zijn, dat niet alleen de argeloze massa, maar ook de leiders onder hun invloed komen.

De politieke wereldleider, zoals deze geschets wordt in het eerste Beest, “dat was en toch weer is”, zal een indruk van onsterfelijkheid en onoverwinnelijkheid maken. De macht over de krachten der natuur, een “geest geven” aan een dood beeld (13:13-15), zal deze indruk nog versterken . . .

  • ‘En hem werd macht gegeven om een geest te geven aan het beeld van het beest, opdat het beeld van het beest zou gaan spreken, en zou maken dat allen die het beeld van het beest niet zouden aanbidden, gedood zouden worden’.

Het occulte oproepen van bovenmenselijke en bovennatuurlijke machten zal ongetwijfeld ook binnen het bereik van “gewone” mensen gebracht worden. De wereld van gevallen engelen en demonen zal in de laatste dagen zo dicht bij zijn, zo manifest doorbreken in deze wereld, dat de mensen door bepaalde psychotechnieken zich met hen in verbinding zullen kunnen stellen en gebruik maken van de paranormale vermogens die zij opwekken . . .

  • ‘Maar de Geest zegt nadrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen’ (1 Tim.4:1).

Naast deze invloeden van buitenaf zal de thans reeds sterk ontwikkelde “mentaliteitsverandering” tot grote perfectie worden opgevoerd.

Wie de ogen open heeft, ziet thans reeds met verbijstering wat zich aan de mensen voltrekt! Met recht spreekt de Apocalyps van “een kracht der dwaling” . . .

  • ‘En daarom zal God hun een krachtige dwaling (lett.: werking van dwaling) zenden, zodat zij de leugen geloven’ (2 Thess.2:11).

De voornaamste vijand waartegen wij te strijden hebben, is niet meer de politieke machtsvorming (al zullen wij ook daartegen de strijd geen ogenblik mogen opgeven), maar dat is de stelselmatige en van bovenaf geleide manipulatie met de menselijke geest, de bewuste verdraaiing van de werkelijkheid en de bewuste ontkrachting van constante waarden.

Uit alle hoeken, uit alle regionen van de maatschappij komen die onreine geesten op ons af . . .

  • ‘En weet dit dat in de laatste dagen zware tijden zullen aanbreken. Want de mensen zullen liefhebbers zijn van zichzelf, geldzuchtig, grootsprekers, hoogmoedig, lasteraars, hun ouders ongehoorzaam, ondankbaar, onheilig, zonder natuurlijke liefde, onverzoenlijk, kwaadsprekers, onmatig, wreed, zonder liefde voor het goede, verraders, roekeloos, verwaand, meer liefhebbers van zingenot dan liefhebbers van God’ (2 Tim.3:1-4).

De basis van het complot ligt in de scholen en de vormingsinstituten. Stelselmatig en onophoudelijk wordt de jeugd vergiftigd door o.m. “doorbreking van taboes”, door hen b.v. te pressen schuttingwoorden te zeggen, door de revolutie (islamitische) te prediken waar het maar kan en het ouderlijk en overheidsgezag bespottelijk te maken.

Men heeft geen notie van de gevaarlijke werking van de televisieprogramma’s en de verkoop van DVD’s voor kinderen en volwassenen, waarin allerlei supermannen, beesten en gedrochten optreden, waarin macht en kracht en geweld en toverij verheerlijkt worden.

Voeg daarbij de verderfelijke werking van de overal toegepaste sensitivity-training(en), waarin de persoonlijkheid ondergeschikt gemaakt wordt aan het “groepsbewustzijn”. Zie de voortdurende en stelselmachtige indoctrinatie van oud en jong via pers, televisie en radio, door de actualiteit op een zeer bepaalde manier te belichten en te commentarieren, denk hierbij aan de berichtgeving over Israel, w.o. de pro-Arabische propagande machine die de CNN en BBC netwerken hanteren, ook de NOS draagt zijn steentje bij!

Wat weet men over het algemeen van de openlijk verkochte en aangeprezen “handleidingen” voor de mentale revolutie, psychologische en psychiatrische adviezen om de mensen “om te turnen”, technieken om de mensen moe en murw te maken?

  • Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus. Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk’ (Kol.2:8-9).

Wat beseft men van de gesubsidieerde vormingsinstituten die kaders opleiden om overal, in scholen en kerken, in bedrijven en verenigingen, in partijen en stichtingen, te infiltreren, te ondermijnen, uit te hollen? Het proces is in volle gang!

De massa wordt rijp gemaakt om straks als een gehypnotiseerde kudde achter de verlokkingen van de antichrist aan te gaan.

  • hem, wiens komst overeenkomstig de werking van de satan is, met allerlei kracht, tekenen en wonderen van de leugen, en met allerlei misleiding van de ongerechtigheid in hen die verloren gaan, omdat zij de liefde voor de waarheid niet aangenomen hebben om zalig te worden’ (2 Thess.2:9-10).

Een geest van waanzin vaart door de wereld en het zou bijzonder gevaarlijk en dom zijn niet te beseffen dat deze waanzin ook onze eigen woningen binnenkruipt, ook ónze kinderen bedreigt.

De massa is bedrieglijk! Het indoctrinatieproces is niet te herkennen door mensen die zelf reeds onbewust geindoctrineerd zijn.

De verandering is uiterst subtiel. Er wordt geleidelijk gewerkt aan het “elastisch” maken van de tolerantie. Ook in de kerken. De geliefde van vandaag kan morgen – zonder dat wij het beseffen – omgeturnd zijn en het niet laten merken. De onderwijzer of docent op school kan dezelfde brave, onberispelijke man van altijd schijnen en toch de slang al in zijn hart hebben om onze kinderen en de pubers te verloederen.

De “programmeurs” van de menselijke ziel, de uitdenkers en toepassers van psychotechnieken, staan in hun afzichtelijkheid naakt uitgestald voor de gelovigen die in de HEER zijn, maar voor de blinden, ook onder de christenen, schijnen zij liefdevolle, begrijpende en “barmhartige” lieden, vol van sociale bewogenheid en “evangelische” bewogenheid; deze wolven in schaapshuiden zijn de voorlopers en wegbereiders van de antichrist.

  • ‘In het bijzonder echter hen die in onreine begeerte het vlees achternalopen en het gezag verachten; die roekeloos zijn, eigenzinnig en er niet voor terugschrikken om al wat eer toekomt, te lasteren, . . . Maar deze mensen lasteren wat zij niet kennen, als redeloze dieren, geboren met een natuur om gevangen te worden en te gronde te gaan. Zij zullen in hun verdorvenheid ten verderve gaan, en zij die een zwelgpartij overdag als een genot beschouwen, zullen het loon van de ongerechtigheid ontvangen; schandvlekken en smetten zijn het, die zwelgen in hun bedriegerijen, als zij met u de maaltijd gebruiken. Hun ogen zijn vol overspel en zondigen onophoudelijk; zij verlokken onstandvastige mensen (zielen) en hebben hun hart geoefend in hebzucht; kinderen van de vervloeking zijn het. Zij hebben de rechte weg verlaten en zijn verdwaald en volgen de weg van Bileam, de zoon van Beor, die het loon van de ongerechtigheid liefhad’ (2 Petr.2:10-15).
  • Maar deze mensen lasteren alles waarvan zij geen kennis hebben, en met de dingen die zij, net als de redeloze dieren, van nature wel begrijpen, richten zij zichzelf te gronde. Wee hun, want zij zijn de weg van Kain ingeslagen en hebben zich om loon in de dwaling van Bileam gestort en zijn door het tegenspreken als van Korach omgekomen. Deze mensen zijn schandvlekken bij uw liefdemaaltijden. Als zij met u de maaltijd gebruiken, doen zij zichzelf onbeschroomd te goed. Zij zijn wolken zonder water, die door de winden heen en weer gedreven worden. Zij zijn als bomen in de late herfst, zonder vrucht, tweemaal gestorven en ontworteld. Zij zijn wilde golven van de zee, die hun eigen schanddaden opschuimen, dwaalsterren, voor wie de diepste duisternis (de donkerheid van de duisternis) tot in eeuwigheid bewaard wordt’ (Judas 10-13).

In dit bestek kunnen wij de antichristelijke voorhoede slechts globaal signaleren. Wij moeten hen echter voortdurend ontmaskeren, ingaan op details, de ouders en de opvoeders, de leiders en de verantwoordelijken onophoudelijk waarschuwen en wijzen op de eigen schuld, want de jeugd is in deze niet verantwoordelijk. De ouders zijn verantwoordelijk.

Uiteindelijk zal dat hele Babel van de uiterste verwarring en leugenachtigheid, van de wetteloosheid en de uiterste genotzucht, worden vernietigd, maar dat ontslaat ons niet van de plicht thans, nu Babel nog gebouwd wordt, met de profeet te waarschuwen: “vlucht uit Babel, hebt geen deel aan haar werken!” (Jes.48:20;52:11;Jer.51:6,45).

  • ‘En ik hoorde een andere stem uit de hemel zeggen: Ga uit haar weg, Mijn volk, opdat u geen deel hebt aan haar zonden, en opdat u niet van haar plagen zult ontvangen’ (Openb.18:4).

Als Babel is neergeworpen, rest de dol geworden volken en hun leiders niets meer dan de openlijke oorlog tegen de wederkomende Messias.

Het laatste gevolg van alle verdwazing, wereldwijsheid, ongeloof, christelijke en niet-christelijke Christusverwerping zal zijn:

de vereniging van alle leiders en regeringen, alle machtigen, alle legers, uit iedere rang en klasse der maatschappij, op de heuvels en in de dalen van het land Israel, van Idumea tot Esdralon, om tegen de Zoon van God en Zijn hemelse legers op te trekken . . .

  • ‘Wie is Deze Die uit Edom komt, in helrode kleding uit Bozra, Die luisterrijk is in Zijn gewaad, Die voorttrekt in Zijn grote kracht? Ik ben het, Die spreekt in gerechtigheid, Die machtig ben om te verlossen. Waarom is dat rood aan Uw gewaad, en is Uw kleding als die van iemand die de wijnpers treedt? Ik heb de pers alleen getreden; er was niemand uit de volken met Mij. Ik heb hen vertreden in Mijn toorn, hen vertrapt in Mijn grimmigheid. Hun bloed (hun kracht) is op Mijn kleding gespat, heel Mijn gewaad heb Ik besmet. Want de dag van de wraak was in Mijn hart, het jaar van Mijn verlosten gekomen. Ik keek rond, maar er was niemand die hielp; Ik ontzette Mij, want er was niemand die ondersteunde. Daarom heeft Mijn arm Mij heil verschaft, en Mijn grimmigheid, die heeft Mij ondersteund. Ik heb de volken vertrapt in Mijn toorn, Ik heb hen dronken gemaakt in Mijn grimmigheid, Ik heb hun bloed ter aarde doen neerdalen’ (Jes.63:1-6).

Daar valt het uur der beslissing . . .

Hier komt de tweede Psalm tot uiterste vervulling:

  • Komt . . . ‘Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen’! (Ps.2:3).

De valse vrijheidsillusie van de onwedergeboren mensheid, zonder God en gebod, zélf god, komt hier tot het uiterste

Het dolzinnige plan de HEER te beletten de wereld te arresteren en er Zijn rijk van vrede en gerechtigheid te stichten, werd reeds in de tweede Psalm vs.2 geprofeteerd:

  • ‘De koningen der aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Messias’ (Gezalfde).

Maar Armageddon is het lachen van God:

  • ‘Die in de hemel woont, zal lachen, de Heere zal hen bespotten’ (vs.4).
  • ‘En Hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd’ (Openb.16:16).

Die mierenhoop zal moeiteloos verdelgd worden. Dat weet de gelovige nú al: daarom zal hij niet gefrusteerd raken als hij tegen de muren profeteerd. Hij zal niet bang zijn als hij de listen en lagen van de vijand ziet en hij zal niet vrezen voor smaad en vervolging. Wie het lachen van de HEER hoort, kan altijd verder: hij weet dat Isaak geboren wordt!

De machten zijn in eeuwige dimensies al tentoongesteld en in de slag van Armageddon, die zelfs geen “slag” zal worden maar een verdelging, zullen zij openlijk worden vernietigd. De Schrift vehaalt het in sobere bewoordingen.

  • ‘En het Beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt. En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat, namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees’ (Openb.19:20-21).

Dat lachen van God, bij de grote afrekening, is heel wat anders dan de leugentaal over een “god” die alles “goed vindt” en die overal “begrip” voor heeft.

Dat is het majesteitelijke lachen over de zichzelf vergoddelijkende mens, over een ‘naam-christendom’ en een ‘leugen-godsdienst’ dat achter de duivel aanloopt, en over de afgoderij van Babel. Als de wereld een verbond heeft durven aangaan met de hel, een verbond met politieke leiders en religieuze leiders die zichzelf als “Messias” durfden voorstellen, komt het lachen van de Almachtige en vaagt Hij die gehele, onvoorstelbare verdorven bende weg.

  • ‘En Jezus antwoordde en zei tegen hen: Pas op dat niemand u misleidt. Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: Ik ben de Christus (Messias); en zij zullen velen misleiden’ . . . Ik ben de Messias (Christus), en: De tijd is nabijgekomen. Ga hen dan niet achterna’ (Matth.24:4-5;Luk.21:8).

Dat lachen is het “brullen” uit Sion, waarover de profeet spreekt, wanneer hemel en aarde zullen beven . . .

  • ‘Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nog één ogenblik, en dat is een korte tijd, dan zal Ik de hemel, de aarde, de zee en het droge doen beven. Ik zal alle heidenvolken doen beven. Zij zullen komen naar het verlangen van alle heidenvolken en Ik zal dit huis vullen met heerlijkheid, zegt de HEERE van de legermachten’ (Hag.2:7-8).
  • De HEERE zal vanaf Sion brullen als een leeuw, vanuit Jeruzalem zal Hij Zijn stem laten klinken, zodat hemel en aarde zullen beven. Maar de HEERE is een toevlucht voor Zijn volk en een vesting voor de Israelieten. Dan zult u weten dat Ik, de HEERE, uw God ben, Die op Sion, Mijn heilige berg, woont. Jeruzalem zal een heiligdom zijn en vreemden zullen er niet meer doorheen trekken’ (Joel 3:16-17).
  • ‘Brult een leeuw in het woud als hij geen prooi heeft? Laat een jonge leeuw vanuit zijn hol zijn stem klinken zonder dat hij iets gevangen heeft? . . . De leeuw heeft gebruld. Wie zou niet bevreesd zijn? De Heere HEERE heeft gesproken. Wie zou niet profeteren? (Amos 3:4,8).
  • En Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult. En toen hij geroepen had, lieten de zeven donderslagen hun stemmen horen’ (Openb.10:3).

De bergen zullen smelten als was voor de wederkomende Christus en de hemel zal scheuren, wordt opengeritst, als de grote Dag van “IK BEN DIE IK BEN” zal zijn aangebroken: . . .

  • ‘En ik huilde erg, omdat er niemand werd gevonden die het waard was die boekrol te openen, te lezen of in te zien. En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken’ (Openb.5:4-5).

Heel de grootheid van het Beest valt in een moment ineen. Hij wordt “gegrepen” staat er . . .

  • ‘En het Beest werd gegrepen, en met hem de valse profeet, die in zijn tegenwoordigheid de tekenen gedaan had, waardoor hij hen misleid had die het merkteken van het beest ontvangen hadden en die zijn beeld aanbeden hadden. Deze twee werden levend geworpen in de poel van vuur, die van zwavel brandt’ (Openb.19:20).

Voordat er een schot valt, bij wijze van spreken, wordt hij als een ordinaire rat in zijn nekvel gepakt en in het vuur geslingerd. En met hem de valse profeet. En hun legers worden gedood door het zwaard . . .

  • ‘En de overigen werden gedood met het zwaard van Hem Die op het paard zat,  namelijk het zwaard dat uit Zijn mond kwam. En alle vogels werden verzadigd met hun vlees’ (Openb.19:21).

De grote ontmaskering van . . .

  1. de schijnchristus – [pseudomessias]
  2. van de helse religie, van het occultisme
  3. de machtswellust
  4. de genotscultus
  5. de waanwijze psychologie
  6. het naam-christendom [de valse religies]
  7. de sociologische manipulators
  8. en de handelaren in mensenzielen . . .

heel deze leugenkraam zal op de bodem van Israel in één machtsdaad van Christus weggevaagd worden.

Dat is de verschrikkelijke waarschuwing voor allen die op enigerlei wijze nog “genuanceerd” denken over alles wat zich in deze samenhang en op deze golflengte aandient en ontwikkeld in het proces van de eindtijd. Dat is ook de troost en satisfactie voor het getrouwe volk Gods, dat deze dingen onderscheidt, en dat veel smaad en vervolging moet lijden door haar getuigenis.

[Men spreekt zelfs in onze tijd nog van “christen” – volken en “christen” – naties, maar nooit is iets gevonden wat daarop leek. De geschiedenis van het “uiterlijke” christendom is dermate beschamend, dat men deze beter niet open kan slaan! Wat in de Naam van Christus (Messias) geschied is en ook nú nog gebeurt is hemeltergend. Daarbij behoeven wij niet stil te staan bij de monstruositeiten van de Inquisitie, die in Christus’ Naam mensen verbrandde, nagels uitrukte, liet hangen tot zij half dood waren, om ze daarna ten overvloede levend te villen of te “ontdarmen”. Al deze gruwelen vullen vele pagina’s der “kerk”- geschiedenis. Maar talloze pagina’s die nooit geschreven zijn, zouden ons kunnen verhalen van de niet zo excessieve, subtielere zonden van het christendom tot de dag van heden, zoals zelfhandhaving onder vrome schijn van rechtzinnigheid, opportunisme, baantjesjagerij, heulen met de Mammon, verstrengeling met de wereld, elkaar vangen op een woord, oordelen, lasteren, huichelen, liegen, pressie uitoefenen, intrigeren, “tactische manoeuvres” in de kerkstrijd, lidmaatschappen van maconnieke en occulte genootschappen, lidmaatschappen van anonieme politieke en economische clans. Alles onvergelijkelijk veel erger dan de leefwijze, denkwijze en handelwijze van onwetende heidenen, en is globaal beoordeeld “het christendom” een slag in het gelaat van Christus (Messias) geweest]

Mogen wij wel van “voldoening” spreken bij dit ontzettende eindgebeuren? Het is juist een van de meest geraffineerde leugens van onze tijd, dat wij alles en allen moeten liefhebben en in de naam van die liefde ook alles moeten tolereren.

De gelovigen verheugen zich over Babels ondergang, zij verheugen zich over de ondergang van satans rijk en de tyrannen van de geest en van het lichaam, zoals wij ons mogen verheugen over een God die scheiding maakt als hij schept en herschept en die het onkruid wiedt en verbrandt.

Citaten uit: De Terugkeer van Jezus Christus naar de Openbaring van Johannes van dhr. H. Verweij, bewerkt door Gerard J.C. Plas

………………………………………………………………….

Resumerend:

Als we te midden van allerlei maatschappelijke onrust tot over onze grenzen heen, Gods Woord als leidraad nemen, is er niet zoveel verbeeldingskracht nodig om vast te stellen dat het indoctrinatieproces zich vanuit de maatschappelijke geledingen in al z’n kracht via de media als een soort massa hysterie zich aan ons opdringt, als het gaat om de economie, normen en waarden, en niet in het minst aangaande Israel als de enige democratische staat in het Midden-Oosten -die het altijd gedaan heeft-, in die op drift geraakte Arabische-Islamitsche wereld van het Midden-Oosten in 2011!

De “Apocalyps” een Spelbreker of de weg naar een nieuwe eeuw (aioon)

Tegenover en naast alle mogelijke moderne en vroegere toekomst beschouwing leggen wij een klein boekje, dat in de eerste eeuwen van onze jaartelling ontstond. Het is de “Apocalyps”, als laatste boek opgenomen in de Bijbel, beter bekend als “Openbaring van Johannes”. Kan dit oude geschrift uit een voor-wetenschappelijke tijd, bijna twintig eeuwen geleden geschreven, op grond van visioenen die een zekere Johannes op een eiland heeft gezien, ons iets te zeggen hebben over de toekomst van mens en wereld? Apocalyps betekent ‘het tevoorschijn komen’, dat is eigenlijk de meest wezenlijke betekenis van het boek. Alles komt er in te voorschijn wat er al was, maar wat nog niet “openbaar” is geworden.

In de eerste plaats Christus Zelf – “de openbaring van Jezus Christus” (1:1) – en verder alles wat met dit “te voorschijn komen” van Christus (Messias) gepaard gaat en wat er aan vooraf gaat.

Het niet acht geven op de woorden van Jezus Messias Zelf . . . dat er een bijzondere zaligspreking aan het lezen en horen van deze profetie verbonden wordt (1:3;22:7), heeft diepe ingrijpende gevolgen voor het christendom gehad!

Bewust of onbewust is er een zekere weerzin tegen “Openbaring”, die nauw samenhangt met het eenzijdige benadrukken van het heil der gemeente (kerk). Dit gaat ten koste van de heilsdimensies die de Bijbel toch óók kent t.a.v. Israel en de heidenvolken, welke dimensies juist in het boek “Openbaring” extra tot uiting komen. Men maakt dan geen onderscheid tussen het adres van de profetie (de gemeenten) en de inhoud, die ook de wereld geldt. Want er staat geschreven . . .

  • ‘gij moet wederom profeteren voor volken, naties, tongen en koningen’ (10:11).

De gehele profetie van de Apocalyps is gericht aan de gelovigen, maar de inhoud van deze profetie reikt verder dan de gemeente van Christus. Zij geldt ook de wereld, de gehele wereld en zijn leiders!

Zinvol!

Wij kunnen een weg alleen zinvol afleggen, als wij weten waarheen deze leidt. Onze houding en orientering in het tegenwoordige kunnen alleen juist zijn, als we de bestemming weten en de weg waarop wij gaan moeten. Hoe zouden we kunnen “sturen” en “richting geven”, als we de mijlpalen onderweg niet zouden kennen, de afsplitsingen, de dwaalwegen en de doodlopers?

Met name in onze tijd is dat van grote betekenis, omdat de “toekomstkunde” (futurologie) uitsluitend van onze menselijke mogelijkheden en middelen uit moet gaan, zonder kennis van Godsopenbaring en zonder maatstaven van hoger orde. Nu zou men hier kritisch kunnen opmerken, dat de onzekerheid juist voor de gelovige een heilzame uitdaging kan betekenen. Voor wat het persoonlijke geloofsleven betreft, mag dit zeker niet ontkend worden. Voor zover de gelovige echter ook een lid van de maatschappij is en betrokken bij de grote bewegingen van onze tijd, -zoals thans de “social media” het leven van grote groepen en “structuren” bepalen-, kan kennis van het profetische Woord behoeden voor een verkeerde weg!

Zouden de leiders van kerken en volken werkelijk in het geloof geleefd hebben en ernst hebben gemaakt met de profetie, dan zouden zij bij voorbaat hebben geweten dat utopieen als de Franse Revolutie, de Russische Revolutie en het “duizendjarig rijk” van Hitler niet anders dan demonische tirannieen konden zijn. De typen en “modellen” van deze babelse bouwsels in de politiek vindt men duidelijk in de Bijbel terug en ook hun afloop.

Hiermee wordt niet beweerd dat de profetie nu ook een toekomstbeeld tekent dat tot in bijzonderheden de toekomst onthult, maar wel de grote lijnen schets, de wegen naar het heil en onheil. Zo kunnen wij de hoofdmotieven van de geschiedenis volgen, de machten van God en de machten van de tegenstander (Hebr. ‘satan’) onderscheiden. Zelfs kan men zich een globaal beeld vormen van de “eindtijd”, de toespitsing der tegenstellingen, de strijd tegen de laatste grote werelddictatuur, de overwinning van Christus en de doorbraak van het Koninkrijk der Hemelen of wel het Messiaanse rijk op aarde! Men zal door inzicht in de tijden en gelegenheden van God niet blindvaren en niet de doeleinden nastreven die in een bepaald tijdsgewricht nog niet gegeven zijn. Als over de God-vijandige machten gesproken wordt, moet daarbij niet alleen, en zelfs niet in de eerste plaats aan wereldlijke machten worden gedacht. In de Apocalyps wordt de gemeente van Christus in aanraking gebracht met en gewaarschuwd tegen satanische machten in eigen kamp! De “synagoge van de satan” en de valse profeet. Het gaat vóór alles om de valse religie en in de tweede plaats om wereldlijke machten.

De gehele Apocalyps (dus behalve de brieven ook de visioenen) is aan de zeven gemeenten gericht. Na de brieven laat de Heer a.h.w. zien hoe de vijand zich óók opstelt en hoe hij zijn operaties óók uitvoert in het midden van de gemeenten. Steeds met de nadruk op de “troon van de satan” en op de valse profetie (13:2,10;16:13;20:10). De gemeente zal moeten waken tegen de valse kerk, die juist dáárom zo gevaarlijk is omdat de antichrist de gestalte van het Lam (Christus) heeft (13:11). Het zijn niet de brute demonieen die de gemeente van Christus zozeer bedreigen, die zijn wel duidelijk, maar veel meer de wolven in schaapsvacht.

Het is de stad Pergamus in Klein-Azie, waar de troon des satans is; en geplaatst in de actualiteit van vandaag in het  Midden-Oosten is dat het Islamitische Turkije van premier Recep Tayyip Erdogan (2:13).

Nog altijd worden de apocalyptische voorstellingen eenzijdig allegorisch opgevat als beelden van de strijd die de kerk in z’n algemeenheid moet voeren vóór Christus’ komst ten oordeel. Door deze hardnekkige verzinnebeelding hebben de profetische en apocalyptische boeken voor velen hun beklemming en kracht verloren, ondanks de twee wereldoorlogen van apocalyptische proporties, de concentratiekampen van de nazi’s, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de dreiging van de Iranese kernbom, de ongekende ontkrachting van normen en waarden en het gebeuren met Israel in een onstabiel Midden-Oosten met dictators die niets ontzien in de handhaving van hun macht in die op drift geraakte Arabische-Islamitische wereld van 2011.

Vrees niet!

Het is de verheerlijkte Messias Jezus, de wereldrechter die gereed staat alles aan Zich te onderwerpen en de nieuwe wereld van het Messiaanse rijk te scheppen, die de rechterhand op Johannes legt, de rechterhand, de zegenende hand, en Hij zegt: vrees niet!

De mens heeft een onbeschrijfelijke vrees voor manifestaties uit de onzienlijke dimensies van de wereld. De wachten bij het graf van Jezus vielen als doden neer toen de engelen hen overvielen. De vrienden van Job zagen hoe Job de haren te berge rezen toen hij een wezen uit de andere wereld ontwaarde. Daniel die voor niets vreesde, zelfs niet voor een oosters despoot, zelfs niet de leeuwenkuil, verlamde van schrik toen hij een visioen ontving. Ook de grote profeten Jesaja en Ezechiel en anderen kenden deze ervaring. Er is alle reden tot angst, als de onzichtbare wereld in de onze doorbreekt en dat zal ook één der verschrikkelijkste ervaringen van de periode der eindgerichten zijn. Ook ten aanzien van manifestaties uit die onzienlijke wereld zal de periode van de apocalyps een echt “te voorschijn” komen zijn. Wat zal het zijn als de wereld van satanische machten en demonen zich op aarde gaat manifesteren? (12:9;9:3). Maar ook: wat zal het zijn voor de goddelozen als de Heer in Zijn verblindende en ontzagwekkende majesteit zal verschijnen in de stralende aura van Zijn eveneens verheerlijkte gemeente? “Wie zal stand houden als Hij komt?”

  • ‘Maar wie zal de dag van Zijn komst verdragen? Wie zal bij Zijn verschijning standhouden? Want Hij is als een vuur van een edelsmid, en als zeep van de blekers’ (Mal.3:2).

Maar voor Johannes en allen die de HEER toebehoren geldt: vrees niet! En het is wél nodig dat de HEER dit zo nadrukkelijk en gezaghebbend uitspreekt. Want – vergeten we niet –  ook dit eerste visioen is reeds in de dag des Heren. Johannes zal dingen zien die ieder mens zouden doen versmelten als was: het gehele proces van de openbaar wording van God op aarde. “Wie zal Hem kunnen zien en leven?”

  • ‘Hij zei verder: U zou Mijn aangezicht niet kunnen zien, want geen mens kan Mij zien en in leven blijven” (Exod.33:20).

Christus moest éérst Zelf aan de ziener verschijnen, wilde Johannes de ontzagelijke visioenen van de eindgerichten kunnen verdragen en later te boek stellen!

De zifting der gemeenten, het wegrukken van levenden en doden van de aarde om verenigd te worden met Christus, het openen van de gerichtszegels, de verduistering van zon, maan en sterren, het waggelen en uiteenscheuren van de aarde, het ineenzinken van bergen en heuvels, eilanden die van hun plaats worden gerukt, hemellichamen die op aarde storten, de wijnpers van Gods toorn die getreden wordt, het “dorsen van de volken”, het “toerollen” van de aardse atmosfeer, de opwekking van alle doden en het oordeel, de vernietiging van satan, het dodenrijk en de dood, het neerdalen van de hemelstad. Ontzaglijke, onvoorstelbare gebeurtenissen, welke geen geest zou verdragen te zien, als Christus niet eerst de ziener versterkt en getroost had.

Maar “gelukkig is hij die leest en zij die horen de woorden van deze profetie!”

  • ‘Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij’ (1:3;22:7).

Dat kan alleen hen gelden, die Christus Jezus toebehoren, die in een rechte verhouding tot Hem staan en die zich nog bekeren, opdat zij deze profetie kunnen lezen en horen. Dat zijn de mensen op wie het woord van Johannes van toepassing is:

  1. broeder in de  verdrukking.
  2. deelgenoot in het koningschap en in de volharing die in Jezus (Jesjoea) is (1:9).

Wie dit bezit is veilig tegen alle verschrikkingen van de Apocalyps. Voor de anderen is de Apocalyps, althans in zijn gerichtsaspecten, een nachtmerrie die werkelijkheid zal worden. Het “vreest niet” is maar geen geruststellende frase. Het wordt uitgesproken door Hem die de Eerste en de Laatste is, de levende. Tegenover alle betrekkelijkheid en voorbijgaande, tegenover de dood van de mens en de dood van de wereld, is Hij de enige CONSTANTE, de enige WERKELIJKHEID, uit wie, door wie en tot wie alle dingen zijn. Alle dingen hebben hun bestaan in Hem (Kol.1:17). De uitdrukking “Ik ben de Eerste en de Laatste” is de formule die de eeuwigheid van JESJOEA uitdtukt. De schepping had een begin, maar God is het Begin. Hij is het Einde; en Hij “overleeft” alle ontwikkelingen en veranderingen (Jes.41:4;45:6;48:12;Openb.22:13).

Christus is het Leven, van vóór alle schepping en tot in alle eeuwigheid. Alle leven in het heelal is slechts afgeleid van Hem die Zelf het leven is. In God bestaat het leven zelfstandig. Onsterfelijkheid kan aan schepselen “mede-gedeeld” worden, maar uitsluitend God heeft die, en Hij heeft die van Zichzelf (1 Tim.6:15-16).

Wat was, wat is, wat komt!

Johannes had reeds vóór hij Messias Jezus in het eerste visioen gezien had de opdracht gehoord: hetgeen ge ziet, schrijf dat in een boek (1:11). Deze opdracht wordt herhaald, maar nu met het betekenisvolle woordje “dan”, en bovendien in de voltooid verleden tijd. “Schrijf dan wat gij gezien hebt”. Johannes heeft nu het eerste visioen gezien: de Messias in Zijn verheerlijkte toestand, de Mensenzoon, die de eeuwige is, de Eerste en de Laatste, de gereed staande rechter, de Eerstegeborene uit de doden, de Levende!

Vervolgens: nu je ziet dat Ik de Machtige ben, die dood was en levend werd, die de Levende is en de Eerste en de Laatste, schrijf dan (daarom), want deze dingen die Ik meedeel zijn alle vast en zeker!

De tweede opdracht is: “en wat is”. Bedoeld is: wat het is:, of: wat zij zijn. De opdracht aan Johannes was niet alleen om te schijven wat Hij in dit visioen gezien had, maar ook wat zij zijn, d.w.z. de betekenis van hetgeen gezien was. Die betekenis geeft de HEER zelf aan: de zeven sterren zijn de boodschappers van de zeven gemeenten en de zeven kandelaren zijn de zeven gemeenten.

De derde opdracht is: schrijf wat geschieden zal na dezen. Vatten wij de opdracht nu samen: schrijf aan de zeven gemeenten wat gij gezien hebt (de kandelaren en de sterren), wat zij zijn (de gemeenten en de boodschappers) en wat er na dezen geschieden zal. Juist begrip van deze opdracht is van het hoogste belang voor het goed verstaan van de gehele Apocalyps!

De “structuur” van de Apocalyps houdt – bij onbevooroordeeld onderzoek – in, dat alles wat Christus door Johannes over de gemeenten zegt, een duidelijke afgrenzing heeft aan het einde van hoofdstuk 3. Met hoofdstuk 4 begint een nieuwe reeks van visioenen, die betrekking hebben op een andere orde. Zolang men dit niet ziet en aanvaardt, zal men vergeefs trachten de Apocalyps te verstaan en te verklaren. Dit is in onze tijd van de allergrootste betekenis, omdat er dwingende redenen zijn te veronderstellen dat de periode van de gemeente (die het Lichaam van Christus Jezus is) ten einde loopt en wij in een uiterst verwarrende overgangsfase beter dan ooit moeten weten hoe wij ons moeten orienteren! 

De open deur!

Het op vulkanische grond gebouwde Philadelphia heeft talrijke aardbevingen en verschillende oorlogshandelingen overleefd en bestaat thans nog onder de Arabische naam Allah-Schehr, stad Gods. De brief aan de gemeente van Philadelphia bevat, evenals de brief aan de gemeente van Smyrna, geen enkel verwijt, maar onderscheidt zich door haar uitsluitende positieve inhoud. De “kleine kracht” die aan deze  gemeente wordt toegekend, zou men als iets minderwaardigs kunnen opvatten, maar zij is dat toch niet. Juist, daarin wordt hier Gods kracht volbracht! Zij heeft maar kleine kracht en is niet in staat tot spectaculaire geloofsdaden; zij blinkt niet uit in geestelijke gaven en reikt niet boven eigen vermogens uit. De grond van de uitzonderlijke beloften die Christus aan deze “onaanzienlijke” gemeente doet is duidelijk Zijn eigen verkiezing. Een verkiezing echter die nooit buiten het geloof en de betrouwbaarheid van de verkozenen omgaat! Christus heeft deze gemeente een open deur gegeven. Hij is het die opent en niemand kan dan sluiten. Mogelijk wordt met de “open deur” ook reeds gezinspeeld op de “opneming” naar de hemel van deze gemeente. Want het is juist deze gemeente die bewaard zal worden uit het uur der verzoeking dat over de gehele aarde komen zal  . . .

  • ‘Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken’ (3:10).

Op deze “open deur” wordt ook gewezen in de aanhef van de brief. Christus heeft “de sleutel van David” en Hij is het die opent en niemand sluit. De verwijzing naar David is bijzondere zinvol. De uitdrukking “die de sleutel van David heeft” is ontleend aan de profeet Jesaja (Jes.22:22). Als Eljakin (God zal opstaan) de hoogmoedige Sebra moet vervangen, luidt het Woord van God: “Ik zal de sleutel van het huis van David op zijn schouder leggen; en hij zal opendoen, en niemand zal sluiten . . . “Deze typologie voor de grote Zoon van het Huis van David, Jezus Messias, wijst ook heen naar de heerschappij die op Zijn schouders is . . .

  • ‘Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het  te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid van nu aan tot in eeuwigheid. De na-ijver van de HEERE van de legermachten zal dit doen’ (Jes.9:6);

en  manifest zal worden in het komende Messiaanse rijk!

De schofar

Het eerste visioen is niet alleen een zien, maar ook een horen, zoals horen en zien wel meer samen gaan in de visioenen van Johannes. Van bijzondere betekenis is “de grote stem als van een bazuin”. “Hoe gelukkig is het volk dat het geklank kent”.

  • ‘Welzalig het volk dat de klank van de bazuin kent, zij wandelen, HEERE, in het licht van Uw aangezicht’ (Ps.89:16).

De bazuin neemt een grote plaats in de Apocalyps in. De eindgerichten van de zevende zegel worden alle ingeleid door een bazuin (8:6) en onder de zevende bazuin voltrekken zich de belangrijkste oordelen en ook de wederkomst (11:15-19), de oprichting van het Messiaanse rijk en de opstanding. De stem als van een bazuin leidt a.h.w. het bazuin karakter van de Apocalyps in.

Dit zegt de christenheid over het algemeen weinig of niets meer. Om de betekenis van de bazuin te kunnen peilen, in het bijzonder voor de Apocalyps, moeten we iets weten over het bazuingeklank in Israel. In de hoge dagen van Israel neemt de bazuin (schofar) immers een bijzondere plaats in. Ontzagelijke, onvoorstelbare gebeurtenissen, welke geen geest zou verdragen te zien, ook niet in de visioenen, als Christus niet eerst de ziener versterkt en vertroost had.

Mozaische wetgeving

Op wonderbaarlijke wijze . . . geeft een stuk Mozaische wetgeving, de gelijkenis weer en ook het stramien van het verlossingsproces aangaande Israel en de volken, wat ook in het boek “Openbaring van Jezus Christus” is opgenomen. De wet van Mozes bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het Jubeljaar, verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenaam moest worden teruggegeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloedverwant van de man die uit armoede, of om een andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan had moeten verkopen. Deze inzetting heeft een rijke profetische strekking. Wezenlijk is dat land Israel van de Here en dat het verkochte erfdeel aan de Eigenaar moet worden terug gegeven. Het is de verhoogde en verheerlijkte Messias Jezus, Die daarvoor, als de naaste bloedverwant, met Zijn Bloed betaald heeft. Daarom is Hij de grote “Losser”(Goel), die in een volheid van tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) Israel en de wereld weer loskoopt. In het licht van deze losser-procedure krijgt het visioen van Openbaring 5, de opening van de boekrol met de zeven zegels, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek bepalende betekenis in het licht van de 7 x 7 (sabbatsjaren) jaar weken gerekend in een “volheid” van tijd (7×7=49 x 360 dagen als van een profetisch jaar) vanaf de hereniging (re-united) van Jeruzalem op de 7juni 1967 tot aan de ‘Yom Kippur’ van 23 september 2015. Hetgeen dan ook een Jubeljaar inluidt! Het boek met de zeven zegels is een ‘Lossersakte’. Wél heeft Christus de losprijs reeds betaald met Zijn eigen bloed, maar zoals de Mozaische Wet luidde, pas ná een bepaalde tijd kwam het vervreemde eigendom weer in de handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen (Lev.25:8-10).

Bij de ‘lossing’ door Christus gaat het om de gehele wereld. In de Apocalyps hoofdstuk 5 staat dat niemand waardig is de zegels van de boekrol te openen; dan uitsluitend Christus Jezus, Die immers de losprijs betaald heeft.

Nérgens wordt zó indringend de hopeloze positie van de mensheid duidelijk, als in dit gedeelte van de “Openbaring”. Nérgens ook wordt duidelijker geillustreerd, dat de pogingen van de mens het verloren paradijs terug te winnen, vergeefs zijn. Het betekent de definitieve afrekening met alle illusies van vredesbesprekingen, utopieen, ideologieen én religies, om deze planeet die aarde heet te verlossen en te brengen in een paradijselijke toestand met de intentie dat buiten Hem om te doen, . . . maar Die nu juist wel waardig is!

Niet verzegelen

In tegenstelling tot het excuus of de opvatting dat “Openbaring” een gesloten boek is, ontvangt Johannes het bevel:

  • ‘En hij zei tegen mij: Verzegel de woorden van de profetie van dit boek niet, want de tijd is nabij’ (Openb.22:10).

Dit is een opdracht van God, Zijn laatste wil in het kader van de Heilige Schriften. Hoe schandelijk en schadelijk is deze “laatste en uiterste wil” van God genegeerd en hoezeer is ook daardoor de gespannen verwachting van de terugkeer van Jezus Messias en de Dag van de HEER ingezonken, ja soms geheel verdwenen. In dit verband moet ook nog verwezen worden naar: “Laat de onrechtvaardige meer en meer onrechtvaardigheid doen, en de onreine meer en meer zich verontreiningen, en de heilige zich meer en meer heiligen”. Deze merkwaardige woorden drukken geen noodlot, geen fatalistische houding uit. Wij moeten dit veel meer opvatten als “alles gaat zich toespitsen”, goed en kwaad, rein en onrein, recht en onrecht,  maar dat belet ons niet te geloven alles wat in dit boek getoond en gezegd is. Alles zal tevoorschijn komen, apocalyps worden en dat in felste tegenstellingen, maar laat u niet van de wijs brengen, al deze dingen moeten geschieden om door scheiding een nieuwe schepping te maken. De tijd moet “vol” worden, de profetie moet worden “volgemaakt”, vervuld en daarom moet de reine nog reiner worden en de rechtvaardige nog rechtvaardiger. Alles moet tot uitersten komen in de eindfase van Gods weg met de mensheid; dan komt het erop aan bij welk uiterste de mens uiteindelijk gevonden wordt. De prediking van het Woord Gods – in het bijzonder de Apocalyps, waar alles zich toespits – heeft altijd een tweeledige uitwerking. Het is een tweesnijdend zwaard.

  1. Als het niet vrijspreekt, veroordeelt het.
  2. Het maakt mensen beter of slechter dan zij zijn.

Als de Schriften de mensen niet tot verootmoediging en tot inkeer brengen, dan verharden de mensen in de ongerechtigheid en de zonden, in de rebellie tegen God. Als het geen “reuk ten leven” is, wordt het een “reuk van de dood”.

  • ‘Want wij zijn voor God een aangename geur van Christus, onder hen die zalig worden en onder hen die verloren gaan; voor de laatsten een doodsgeur, die leidt tot de dood, maar voor de eersten een levensgeur, die leidt tot het leven’ (2 Kor.2:15-16).

De Apocalyps laat dit in de beschrijving van de grote gerichten zo duidelijk zien: enerzijds de massa die ondanks de zware oordelen zich niet bekeert, maar slechts tot groter anarchie en haat tegen God komt; anderzijds de grote schare die zich bekeert, die gereinigd en geheiligd wordt. Deze Apocalyps, deze profetieen zijn ons geschonken met de meest genade volle bedoelingen. De gelovigen zien een steeds groter wordende afval om zich heen en in steeds groter mate ontvallen hen de wereld en de geborgenheden en de zekerheden. Maar daartegenover hebben zij de ‘profetie’ vol heerlijke beloften van eeuwige heerlijkheid, vol van een toekomstperspectief dat hen het wereldlijke steeds meer doet relativeren, dat zelfs tot weerzin tegen de wereldlijke schijn leidt. De gelovigen in Jezus Messias weten dat hun geluk en welzijn een erfenis is en alleen dáárom kunnen zij het hier nog uithouden en dáárom worden zij rechtvaardiger, reiner, heiliger. In Hem, niet door zichzelf. Want naarmate de “volheid” van de wereldgeschiedenis nadert, ontvalt de gelovige alle houvast, óók niet zelden dat wat nog een christelijke naam heeft, ook de eigengemaakte heilsconstructies, ook de instituten, zelfs de kerken, als de “Beesten” regeren.

Zij geraken geheel aangewezen op de openbaring van de Schrift en op de “Openbaring” in het bijzonder, de Apocalyps, op de vulling met de Geest. Wordt het Evangelie van kruis en genade reeds een ergenis en een dwaasheid genoemd, hoeveel te meer geldt dit de Apocalyps, die ook door talloze christenen schuw in de hoek gedrukt en maar liever vergeten wordt of ontkracht door allegorische verklaringen.

De Apocalyps is een rots waarop veel mensen schipbreuk lijden, een toeststeen ook voor de mate en de waarde van het persoonlijk geloof. Juist in de allerlaatste tijden zal de Apocalyps een onontbeerlijke troost zijn voor allen die werkelijk geloven en een nachtmerrie voor allen die God en Zijn Woord verwerpen of die slechts in naam geloven en die déze God, die Zich als Rechter en Koning van deze wereld zal openbaren, verwerpen voor hun gewenste projecties van God.

De Apocalyps is ook één en al waarschuwing in het kader van Jezus’ gelijkenis in Mattheus 24:42-51 . . .

  • ‘Wees dan waakzaam, want u weet niet op welk moment uw Heere komen zal. Maar weet dit, dat als de heer des huizes geweten had in welke nachtwake de dief komen zou, hij waakzaam geweest zou zijn, en niet in zijn huis zou hebben laten inbreken. Weest ook u daarom bereid, want op een uur waarop u het niet zou denken, zal de Zoon des Mensen komen. Wie is dan de trouwe en verstandige slaaf, die zijn heer over zijn personeel aangesteld heeft om hun het voedsel op de juiste tijd te geven? Zalig die slaaf die door zijn heer bij zijn komst zo handelend aangetroffen zal worden. Voorwaar, Ik zeg u dat hij hem over al zijn bezittingen zal aanstellen. Maar als die slechte slaaf in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft nog lang weg, en zou beginnen zijn medeslaven te slaan en te eten en te drinken met de dronkaards, dan zal de heer van deze slaaf komen op een dag waarop hij hem niet verwacht en op een uur dat hij niet weet; en hij zal hem in stukken houwen en hem doen delen in het lot van de huichelaars [en zijn deel zetten met]; daar zal gejammer zijn en tandengeknars’.

Als het geloof onder de spanning komt te staan van het waken en wachten, dan zullen ook de vruchten van dit geloof positief zijn.

Een menigte van christenen leeft zonder dit wachten en waken; voor hen is de wederkomst van Messias Jezus een dode letter, een niet ter zake doende regel uit een geloofsbelijdenis. En dan heeft de wereld, vooral de onderwereld van het satanische, gemakkelijk greep op hen en vervallen zij licht aan wereld gelijkvormigheid of een streng wettische houding. Daarom zullen zoveel traditioneel christelijke mensen het hoogste heil missen en niet bewaard worden uit de grote verdrukking om de hoogste eer in de hemel te ontvangen. Dezen zullen pas als het boek Apocalyps in werkelijkheid “apocalyps” is geworden, door vervolging en verdrukking, door boycot en martelaarschap naar hun Heer gaan uitzien.

Het boek “Openbaring” waarschuwt overal tegen deze “redding op het nippertje”, tegen de hoge prijs van het leven. Meer nog waarschuwt het boek tegen verharding, want velen waarbij het geloof niet geworteld is in Messias Jezus, wier klederen niet gewassen zijn in het bloed van het Lam, maar die een schijnchristendom belijden, zullen in de confrontatie met de oordelende God, als het erop áánkomt, zich als Zijn haters ontmaskeren en de verlokking van de pseudo-messias niet kunnen weerstaan. Wie evenwel gelooft en verstaat dat de Apocalyps de gelovigen voorbereidt op het ontzaglijke wereld einde dat te komen staat, op het heerlijke perspectief van het:

  • Messiaanse rijk
  • een nieuwe hemel en een nieuwe aarde
  • het één lichaam worden van de gemeente met Messias Jezus als haar Hoofd
  • de bruiloft met het herstelde Israel
  • wie wil aanvaarden dat de grote operatie tegen de bezetters van deze aarde noodzakelijk daaraan moet voorafgaan,

die zal God loven en prijzen om dit onvoorstelbare troostende, rijke en onthullende sluitstuk van de Heilige Schriften. Hij begrijpt iets van die laatste woorden van de Heilige Schriften die tevens tot de laatste woorden van de Apocalyps behoren: KOM, HEER JEZUS!

Het is een credo, een geloofsuiting, want Hij heeft gezegd dát Hij komt. Een kreet, een schreeuw dat Hij moet komen, willen wij leven, wil niet alles zinloos geweest zijn, wil het heelal geen dom toeval zijn en wil deze aarde met al de mensengeslachten op haar oppervlak, met het gekrijs van levenden en stervenden, met het hijgen en zuchten van mens en dier, met alles wat ooit daarop geleden, gestreden, genoten en vergoten is, niet eindigen als een dode maan, die als een massagraf van alle mensengeslachten zinloos in de lege wereldruimte voort tolt, alsof er nooit mensen bestaan zouden hebben.

Driemaal wordt dit ijzig perspectief met Goddelijke autoritiet weersproken:

  • ‘Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige'(1:8).
  •  ‘En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens’ (21:6).
  • ‘Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste’ (22:13).

Hoe diep en majesteitelijk zijn deze woorden, hoe rotsvast staan zij tegenover alle twijfels, onzekerheid, ongeloof en relativering. Als er slechts een geschapen begin zou zijn, een wetmatig komend einde, een begin en een eind “buiten God om”, dan zou deze aarde zeker eindigen zonder een nieuw begin! Maar: HIJ IS de Eerste en de Laatste, en alleen en uitsluitend die waarheid geeft zin aan alle dingen. Hij omsluit alle dingen, die uit, door en tot Hem zijn!

  • ‘Want uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid, tot in eeuwigheid. Amen.
  • ‘toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Jezus Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem’ (1 Kor.8:6).

In God vallen Begin en Einde, Eerste en Laatste samen; het is de cirkel die alles omsluit. “Ook al was ik in het dodenrijk , Gij zijt daar”.

  • ‘Al steeg ik op naar de hemel, U bent daar; of legde ik mij neer in de hel, zie, U bent daar‘ (Ps.139:8).

Daarom is deze wereld niet toevallig en zinloos ontstaan en daarom eindigt deze wereld niet toevallig en zinloos. Zie, Ik maak alle dingen nieuw! Door Jezus, Messias,

  • ‘En Hij Die op de troon zit, zei: Zie, Ik maak alle dingen nieuw. En Hij zei tegen mij: Schrijf, want deze woorden zijn waarachtig en betrouwbaar’ (Openb.21:5).

onze Heer. Daarom komt Hij, de werderhersteller van alle dingen. Ook opdat aller oog Hem zal zien . . .

  • ‘Hierna zal Ik terugkeren en de vervallen hut van David weer opbouwen, en wat daarvan is afgebroken, weer opbouwen en Ik zal hem weer oprichten, opdat de mensen die overgebleven zijn, de Heere zouden zoeken, en alle heidenen over wie Mijn naam uitgeroepen is, spreekt de Heere, Die dit alles doet’ (Hand.15:16-17).
  • ‘Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene’ (Zach.12:10).
  • ‘Zie, Hij komt, met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen’ (Openb.1:7).

Want de Heer moet openbaar worden, Hij moet aan Zijn eer komen, Hij is de schepper van hemel en aarde en ieder, hetzij doden, hetzij levenden die Hem verwierpen, zullen ten volle moeten erkennen wie Hij is. Alle knie zal zich voor Hem buigen, de HEER der heren en de KONING der koningen!

  • ‘Ik heb gezworen bij Mijzelf -uit Mijn mond is in gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren- dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren’ (Jes.45:23).
  • ‘Want er staat geschreven: Zo waar als Ik leef, zegt de Heere: voor Mij zal elke knie zich buigen, en elke tong zal God belijden’ (Rom.14:11).


Het aftellen is begonnen. De climax…

De vraag kan gesteld worden, . . . hoeveel tijd wordt er nog toegemeten aan de gemeente – [gr. eclessia=uitgeroepenen], Israel en de heidenvolken, alvorens de  zegels van de “lossersakte” in de Apocalyps [naar de Mozaische wetgeving] worden losgemaakt? (6:1).

Natuurlijk kun je de ogen daarvoor sluiten of schouder ophalend denken, dat gaat mij niet aan! Toch lijkt dat niet verstandig, omdat daar in de huidige ‘heilsgeschiedenis’ van Israel, de Arabische wereld en de geopolitiek der grootmachten, er tekenen zijn die erop wijzen dat de tijd(en) [als communicerende vaten] “vol” raken! Tijdens de ‘Zesdaagse-Oorlog’ is het Opperrabbijn Shlomo Goren geweest die ten tijde van die oorlog op de 7e juni 1967 bij de Klaagmuur en op het Tempelplein begonnen is met het blazen op de schofar, en is die bazuin is in het verlengde van de ‘Yom Kippur-Oorlog’ van 6 oktober 1973 feitelijk niet meer tot rust gekomen.

Uit de visioenen in de Apocalyps valt op te maken dat er in de hemel, als de tijd “vol” is, de voorbereidingen getroffen worden in de openbaarwording van Jezus Christus, die de Losser (Goel) van de wereld is!

  • ‘En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet. Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken. En ik zag, en zie: te midden van de troon en van de vier dieren en te midden van de ouderlingen stond een Lam als geslacht, met zeven horens en zeven ogen. Dat zijn de zeven Geesten van God, die uitgezonden zijn over heel de aarde. En het kwam, en heeft de boekrol genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat. (Openb.5:5-7).

In het boek Leviticus wordt er op een heel bijzondere wijze gesproken over het Jubeljaar, het 50e dat na 49 jaar (7×7 sabbatsjaren) manifest wordt in de “volheid” van de tijd! Het is daar waar op een wonderbaarlijke wijze aangaande een stuk Mozaische wetgeving wordt weergegeven, dat ook in het stramien van het verlossingsproces voor wat betreft Israel en de heidenvolken zoals beschreven in het boek de “Openbaring van Jezus Christus” dit wordt verduidelijkt, en waar tevens het lot van het gehele bestaan van de wereld en herschepping in de waagschaal ligt (Lev.25:8-10;Openb.5:1-14).

Zo suggestief en overtuigend treedt de onwaardigheid van alle schepselen hier aan het licht, dat de apostel Johannes bij het visioen huilt. De oorzaak van dit wenen kan ons pas duidelijk worden als we beseffen dat Johannes in dit visioen in de geest in de hemel aanwezig is, in de tegenwoordigheid van God. Daar waar God Zelf is, wordt gezegd dat niemand waardig is.

Deze ongeopende “Lossersakte”, waarvan gezegd is dat niemand deze kan openen; het Johannes is die een Lam ziet staan als geslacht, de Leeuw uit de stam van Juda, die de Spruit van David blijkt te zijn; hetgeen alles te maken heeft met de nog steeds vacante troon in de stad Jeruzalem (Ps.2:8;72:8).

Nadat adembenemende moment van stilte (5:5), is daar het Lam dat het eerste van de zegels opent! (6:1). The year of Jubilee proclaimed? De ‘Yom Kippur’ van 2015 op 23 september kan wel eens van grote betekenis zijn in het manifest worden van dat kleine boekje, dat de toets der eeuwen heeft doorstaan; en waarom is déze Apocalyps wél in de Bijbel opgenomen? Het zijn vragen die alleen vanuit het boek “Openbaring” zelf kunnen worden beantwoord; beter: vanuit de gehele Heilige Schrift en haar samenhangen, en dan in een vast geloof aan de waarheid van alle bijbelse profetie, die reeds op zoveel punten in de 20e eeuw vervuld werd, . . . de “Apocalyps” de Spelbreker van God op weg naar een nieuwe wereld (gr. aioon), die van het Messiaanse rijk!

Ecologie en de “Openbaring” – oordeel over de mens verzegeld aan het einde van ‘Yom Kippur’

In het boek de “Openbaring van Jezus Christus” spelen ecologische rampen een belangrijke rol. Het voltrekken van het oordeel begint na het openen van de boekrol die beschreven (was) van binnen en van buiten, wel verzegeld met zeven zegels zo als we hebben gezien (Openb.5:1-14).

Volgens Joodse traditie wordt het oordeel over de mens verzegeld aan het einde van Grote Verzoendag of wel de ‘Yom Kippur’. Omdat belangrijk is hoe ieders toekomst verzegeld wordt, wens je elkaar voor Grote Verzoendag gmar chatima tova: ”moge voor jou het einde een goede handtekening of een goede verzegeling zijn’.

Direct na de verzegeling op ‘Yom Kippur’ begint volgens het boek “Openbaring” de voltrekking van dat oordeel. Openbaring 6 begint te verhalen van de rampen die de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen. De zegels worden geopend. In Openbaring 6 komen bij opening van de eerste vier zegels alleen mensen om. Er is daarbij sprake van oorlog, hongersnood, en ziekte. Mensen komen om door het zwaard, honger, de zwarte dood en door wilde dieren.

  • ‘En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de dieren met een stem ….

Bij het vijfde zegel vragen de martelaren aan God om hun dood te wreken. In Openbaring 6:11 lezen we dan:

  • ‘En aan ieder van hen werd een lang wit gewaad gegeven. En tegen hen werd gezegd dat zij nog een korte tijd moesten rusten, totdat ook het aantal van hun mededienstknechten en hun broeders die evenals zij gedood zouden worden, volledig zou zijn geworden’.

Bij het zesde zegel ontrolt zich voor je oog een ecologisch en kosmisch drama aan zon, maan, sterren, en gewassen. De gehele schepping betaalt de prijs van menselijk wangedrag. Openbaring 6:12-14 vertelt:

  • ‘En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud. En de hemel week terug als een boekrol die wordt opgerold. En alle bergen en alle eilanden werden van hun plaats gerukt.’

Intermezzo

Op dit schijnbaar willekeurig gekozen moment krijgt een engel opdracht in te grijpen. Hij roept het proces een halt toe! . . .

  • ‘En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luider stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen, en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofd verzegeld hebben’ (Openb.7:2-3).

Tijdens de nu volgende adempauze wordt met de knechten van God Sukkot (Loofhuttenfeest) gevierd (Openb.7:9-17). Pas na afloop van dit hemelse Sukkot krijgen in Openbaring 8:7-12 de engelen toestemming om de ramshoorn (schofar) van rampspoed te blazen.

Tot aan Sukkot (Loofhuttenfeest) mag alleen sprake zijn van een oordeel dat de mensen individueel treft. Op Sukkot wordt beoordeeld in hoeverre de schepping mede de prijs zal hebben te betalen voor het wangedrag van de mens. Als de mens onvoldoende heeft gekozen voor een weg van herstel is de schade aan de natuur onvermijdelijk geworden. Vanaf Openbaring 8 wordt beschreven wat de gevolgen zijn als de mensheid zich (in meerderheid) niet door Gods waarschuwingen tot de orde heeft laten roepen.

Vreugde over het herstel

Sukkot (Loofhuttenfeest) wordt gevierd in de periode van het jaar, waarin de hete en droge mediterrane zomer overgaat in het regenseizoen, de winter. Vanaf de laatste dag van het Loofhuttenfeest tot aan Pesach wordt dagelijks gebeden om regen. Joden over de hele wereld bidden tijdens die maanden om regen, omdat in die periode het land Israel water nodig heeft.

Water speelt een belangrijke rol tijdens Sukkot:

  • Het plengen van water zeven dagen . . .
  • Een gouden karaf met een inhoud van drie log vulde men uit Siloam . . .
  • Bij de waterpoort gekomen blies men drie tonen op de ramshoorn . . .

Het volk verwachtte van de priesters dat ze de karaf met water zo hoog mogelijk zouden houden, zodat het plengen van water goed zichtbaar was . . .

  • ‘U zult met vreugde water scheppen uit de bronnen van het heil. Op die dag zult u zeggen: Dank de HEERE, roep Zijn Naam aan, maak Zijn daden bekend onder de volken, roep in herinnering dat Zijn Naam hoogverheven is. Zing psalmen voor de HEERE, want Hij heeft zeer grote dingen gedaan. Laat dit bekend worden over heel de aarde! Juich en zing vrolijk, inwoonster van Sion, want groot in uw midden is de Heilige van Israel’ (Jes.12:3-6).

De ceremonie van het water scheppen vormt de achtergrond van Johannes 7:37-39. Jezus spreekt over water op de zevende en laatste dag van Sukkot, Hosanna Rabba. Tegenwoordig wordt op die dag tijdens de zeven rondgangen in de synagoge met bundeltjes twijgen van de beekwilg op de grond geslagen. Dat is ter herinnering aan het ritueel in de tempel op deze dag. Destijds werd op Hosanna Rabba de laatste processie van de tempel naar Siloam gemaakt. Terwijl deze ceremonie plaatsvindt zegt Jezus over het ‘levende water’:

  • ‘En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien’ (Joh.7:37-38).

Onduidelijk is naar welke tekst uit het Oude Testament Jezus verwijst. Jezus spreekt tot de inwoners van Jeruzalem en denkt wellicht aan teksten als:

  • ‘Op die dag zal het geschieden dat er levend water vanuit Jeruzalem zal stromen, de ene helft ervan naar de zee in het oosten en de andere helft ervan naar de zee in het westen (lett. de achterste zee”: ‘s zomers en ‘s winters zal het plaatsvinden’ (Zach.14:8).
  • ‘O, alle dorstigen, komt tot de wateren’ (Jes.55:1a).

en aan wat de profeet Ezechiel schrijft over het heilige water uit de nieuwe tempel als stromend uit de tempelbeek:

  • ‘Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar. Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via de noorderpoort en leidde mij buitenom rond naar de buitenpoort in de richting die naar het oosten gekeerd is. En zie, uit de rechterzijde borrelde water. Toen de Man naar het oosten naar buiten ging, was er een meetlint in zijn hand. Hij mat duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot aan de enkels. Hij mat weer duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de knieen. Toen mat Hij er weer duizend en liet mij erdoor gaan: het water kwam tot de heupen. Nog eens mat Hij duizend el: het was een beek waar ik niet door kon gaan, want het water was heel hoog – water waar men alleen zwemmend door kon, een beek waar men anders niet door kon gaan. Hij zei tegen mij: Hebt u het gezien, mensenkind? Toen leidde Hij mij en bracht mij terug naar de oever van de beek. Toen ik teruggekeerd was, zie, bij de oever van de beek stonden zeer veel bomen, aan deze kant en aan de andere kant. Hij zei tegen mij: Dit water stroomt weg naar het oostelijke gebied en stroomt in de Vlakte naar beneden en komt in de zee. In de zee uitgestort, wordt het water gezond. Het zal gebeuren dat alle levende wezens die er wemelen, overal waar een van beide beken naartoe komt, zullen leven. Daar zal zeer veel vis zijn, omdat dit water daarheen komt, en alles waarheen deze beek komt, zal gezond worden en leven. Verder zal het gebeuren dat er vissers langs zullen staan vanaf Engedi tot En-Eglaim. Er zullen droogplaatsen voor sleepnetten zijn. Hun vis zal van elke soort zijn, zeer talrijk, zoals de vis in de Grote Zee. Maar de moerassen ervan en de poelen ervan zullen niet gezond worden: ze zijn aan het zout prijsgegeven. En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing’ (Ezech.47:1-12).

Het Loofhuttenfeest is het feest van de verwachting van het Rijk Gods of te wel het Messiaanse rijk, waar de volkeren der wereld erkennen dat er geen andere god is dan de God van Israel, en voor het vieren van Sukkot mogen alle volkeren opgaan naar Jeruzalem. Door het licht doorlatende open dak van de loofhut is de hemel te zien. Ook dat is een herinnering aan de woestijntijd. Toen werd het volk overdag begeleid door een schaduw gevende wolk en ‘s nachts door een vuurkolom. Dat vind een weerklank in Openbaring 7:15-17; en in de ‘Dag Gods’, zie: 2 Petr.3:12;Openb.21:3-4;23!

  • ‘Daarom zijn zij vóór de troon van God, en dienen Hem dag en nacht in Zijn tempel. En Hij Die op de troon zit, zal Zijn tent over hen uitspreiden. Zij zullen geen honger of dorst meer hebben, en geen zonnesteek of enige hitte zal hen treffen. Want het Lam, Dat in het midden van de troon is, zal hen weiden en zal hen geleiden naar de levende waterbronnen. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen’ (7:15-17).
  • ‘En ik hoorde een luide stem uit de hemel zeggen: Zie, de tent van God is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen, en zij zullen Zijn volk zijn, en God Zelf zal bij hen zijn en hun God zijn. En God zal alle tranen van hun ogen afwissen, en de dood zal er niet meer zijn; ook geen rouw, jammerklacht of moeite zal er meer zijn. Want de eerste dingen zijn voorbijgegaan’ (21:3-4).
  • ‘En de stad heeft de zon en de maan niet nodig om haar te beschijnen, want de heerlijkheid van God verlicht haar, en het Lam is haar lamp’ (21:23).

Tot slot klinken daar de woorden van Jesjoea bij het manifest worden van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde in de dag Gods, als volgt . . .

  • ‘En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens’ (Openb.21:6).
  • ‘En laat hij die dorst heeft, komen; en laat hij die wil, het water des leven nemen, voor niets’ (Openb.22:17b).

Vanaf die dag en daarna

Niet iedereen is er van gediend, dat God bij hem kan binnenkijken door het licht doorlatende dak. Er ontstaat principiele tegenstand tegen deze opendakpolitiek. Die tegenstand komt van de aanhangers van een politiek van het gesloten dak!

Het Hebreeuwse woord voor ‘gesloten dak’ is gag. Dit woord voor ‘gesloten dak’ klinkt door in de namen Gog en Magog. Het volk van de dichte daken, de dakendichter, is Magog. De koning van het dichtedakvolk is Gog. Deze mythische vijand uit het verre noorden geldt als de principiele tegenstander van Israel tijden het Loofhuttenfeest.

Ezechiel 38 en 39

Op de sjabbat tijdens het Loofhuttenfeest wordt over Gog en Magog gelezen uit Ezechiel 38 en 39. Naar een zelfde soort strijd was al verwezen op de eerste dag van het feest. Want al eindigt Zacharia 14 met het optrekken van alle volkeren naar Jeruzalem om Sukkot te vieren, het begint in Zacharia 14:2 . . .

  • ‘Dan zal Ik alle heidenvolken verzamelen voor de strijd tegen Jeruzalem. De stad zal ingenomen worden, de huizen zullen geplunderd, de vrouwen zullen verkracht worden. De helft van de stad zal in ballingschap wegtrekken, maar het overige van het volk zal niet uitgeroeid worden uit de stad’.

Door Sukkot te vieren kies je te willen leven in afhankelijk van God en niet onder de invloed van Gods vijanden Gog en Magog. Die vijanden leggen zich daar niet zonder meer bij neer. De vijanden van Israel en Israels God verzamelen zich volgens Openbaring 16:16 bij Armageddon, Har Meggido, de berg Megiddo, de belangrijkste strategische stad die de vruchtbare vlakte van Jizreel beheerst.

  • ‘En hij verzamelde hen op de plaats die in het Hebreeuws Armageddon wordt genoemd’ (16:16).

DE SLEUTEL tot de grote veranderingen in de wereld, die tevens tot de periode van de Apocalyps – de grote verdrukking – leiden is de invasie van Gog in Israel. Deze door de profeet Ezechiel voorzegde roofoverval op Israel wordt door sommige onderzoekers vereenzelvigd met de “Gog en Magog” van Ap. 20:7-10 na het duizendjarig Messiaanse rijk . . .

  • ‘En wanneer die duizend jaar tot een einde gekomen zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten. En hij zal uitgaan om de volken te misleiden die zich in de vier hoeken van de aarde bevinden, Gog en Magog, om hen te verzamelen voor de oorlog. En hun aantal is als het zand van de zee. En zij kwamen op over de breedte van de aarde, en omsingelden de legerplaats van de heiligen en geliefde stad. Maar er daalde vuur van God neer uit de hemel en dat verslond hen. En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid’ (20:7-10).

Dat ligt op het eerste gezicht ook voor de hand, daar deze aanval geschiedt aan het einde van het messiaanse rijk, waarin Israel in grote vrede en welvaart woont. En is het opvallende van Ezechiels profetie ook niet dat Israel dan in grote vrede en welvaart leeft? Waar zouden wij dat “openliggende land, zonder grendels en deuren, dit dorpland” volgens de beschrijving van Ezechiel beter kunnen zoeken dan juist in Ap.20 beschreven periode van het Messiaanse rijk op aarde?

[Het in gerustheid wonen (Ezech.38:8) duidt op een na twee duizend jaar uitgeleid zijn uit de volkeren zee, en zien we na een wereldwijde terugkeer (eerste fase) een “land” dat zich van de krijg hersteld heeft”! Dit is een omschrijving van de oprichting van een Joodse natie (staat) en de eerste vervulling van deze profetie is de stichting van de moderne staat Israel op 14 mei 1948. De Hebreeuwse term betach (“veiligheid, gerustheid”) verwijst naar Israels vrijheid in het land (of dat nu in het duizendjarig rijk is of ervoor) en kan doelen op een veiligheid die te maken heeft met militaire kracht (kijk maar eens naar de moderne Hebreeuwse term bituhon, die “militaire zekerheid” betekent)].

En toch is deze redenering achteraf niet houdbaar. Mogelijk is ook het verschil in aanduiding van “Gog en Magog” bij Ezechiel 38 en 39 en Ap.20 reeds een punt van overweging, daar Ezechiel van een grote macht in het noorden spreekt en Ap.20 van volken van de vier einden der aarde. Maar doorslaggevend is dat de profeet na de schildering van Gogs verraderlijke aanval en de vernietiging in het open veld door Gods hand, nadrukkelijk zegt: . . .

  • ‘Dan zullen zij die van het huis Israels zijn, weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, vanaf die dag en daarna’ (Ezech.39:22).

Het is deze uitspraak die onmogelijk van toepassing kan zijn op de “Gog en Magog”- volken van Ap.20, want deze oorlog breekt uit aan het einde van het Messiaanse rijk, waarin Israel geheel en al de HEERE kent en dient.

Uit Ezechiels visioen blijkt dat Israel, ofschoon in vrede en welvaart levend, tot op de invasie van Gog en Magog en de spectaculaire vernietiging van deze geweldige macht door God, nog niet weet dat de HEER hun God is. Maar van die dag af zal Israel het weten. En voortaan. Dat wil zeggen, na de spectaculaire ervaring met Gog en Magog zal Israel ook niet meer terugvallen in ongeloof of formalistische godsdienst. Dat houdt in dat de HEER na het gebeuren met Gog met Israel iets zal doen, waardoor Zijn volk Hem nooit meer zal verlaten. Ezechiel schets het herstel van Juda en Israel, beide “huizen”, als een proces in twee fasen: eerst een vleselijk en dan een geestelijk herstel (Ezechiel 37).

  • ‘En ik zag, en zie, er kwamen pezen op, en er kwam vlees op en Hij trok er een huid overheen, maar er was geen geest in hen’ (37:8).

Het is zeer aannemelijk dat met de vernietiging van Gog de ogen van het vleselijk Israel zullen open gaan, want van die dag af en voortaan zal Israel weten dat hun God de HEERE is. Dan zal wellicht het moment zijn aangebroken dat de HEERE Israel Zijn Geest zal schenken.

Als dit gebeuren vanuit de ‘profetie’ zich meer en meer in 2012 gaat uitkristalliseren,  begrijpen we beter het vervolg der ontwikkelingen wat zich reeds heeft ingezet! Vanaf 1967 als het Bijbelse hartland, Judea en Samaria, na eeuwen weer in cultuur gebracht wordt met z’n dorps gewijze stedenbouw, neemt de haat van de islam die de zegen opeist voor Ismael grimmige vormen aan in een geestelijk conflict tussen het volk van de Bijbel en de volgelingen van de Koran. In diepste zin gaat het hier om het verhaal uit 1 Kon.18:21-39 . . .

  • ‘En het gebeurde, toen men het graanoffer bracht, dat de profeet Elia naar voren kwam en zei: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, laat het heden bekend worden dat U God bent in Israel, en ik Uw dienaar, en dat ik al deze dingen overeenkomstig Uw woord heb gedaan. Antwoord mij, HEERE, antwoord mij, zodat dit volk weet dat U, HEERE, de ware God bent, en dat U hun hart tot inkeer gebracht hebt. Toen viel er vuur van de HEERE neer, verteerde het brandoffer, het hout, de stenen en het stof. Zelfs het water in de geul likte het op. Toen heel het volk dat zag, wierpen zij zich met hun aangezicht ter aarde en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God! (1 Kon.18:36-38).

“Wie is God” of met andere woorden gezegd, de God van Israel als de “Ik Ben die Ik Ben/JHWH/JESHUA of … … Allah.

Nadat de profetie uit Ezechiel 36 en 37 voor wat betreft de landbelofte en de terugkeer uit de diaspora heeft plaatsgevonden uit nu reeds meer dan 144 landen, ondanks de vernietiging van 6 miljoen Joden, waaronder 1½ miljoen kinderen, zal ook het tweede gedeelte uit deze profetie in vervulling gaan, dat Israel op één dag rein zal worden, als bezittende een nieuw hart en een nieuwe geest in hun binnenste met als doel om de Naam te heiligen . . .

  • ‘Ik zal rein water op u sprenkelen en u zult rein worden. Van al uw onreinheden en van al uw stinkgoden zal Ik u reinigen. Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven. Ik zal Mijn Geest in uw binnenste geven. Ik zal maken dat u in Mijn verordeningen  wandelt en dat u Mijn bepalingen in acht neemt en ze houdt’ (Ezech.36:25-27).

Doch het ijselijke van dit alles is dat men ópnieuw zal proberen vóórdat deze profetie vervuld wordt, dit volkje Israel te vernietigen, (Hebreeuws Sho’ah). Daarbij zullen de oorlogen en intifada’s zoals . . .

  •  de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948-1949
  •  de Sinai-campagne van 1956
  •  de Zesdaagse oorlog van 1967
  •  de uitputtingsoorlog met Egypte van 1967-1970
  •  de Yom Kippoer oorlog van 1973
  •  de eerste Libanon oorlog van 1982
  •  de eerste Intifada 1987-1993
  • de tweede Intifade van 2000-2004
  • de tweede Libanon oorlog van 2006
  • de Gaza oorlog van 2008-2009

en met het oog op de Damascus profetie uit Jesaja 17:1-3 geheel in het niet vallen! Want chronologisch gezien volgt er na Ezechiel 36 en 37 waar gesproken wordt over een herstel . . . Ezechiel 38 en 39, en juist daar gaat het over een coalitie van Arabische-islamitische volkeren die ‘na vele dagen’ en ‘aan het einde van de jaren’ onder leiding van Rusland, Iran en Turkije uit het uiterste noorden op zullen trekken om zich als een onstuimige [verwoestende] storm; als een wolk het land Israel te bedekken . . .

  • ‘Na vele dagen zult u gestraft worden. Aan het einde van de jaren zult u komen in een land dat hersteld is van het zwaard, bijeengebracht uit vele volken op de bergen van Israel, die tot een blijvende verwoesting waren geworden. Als zij uitgeleid zijn uit de volken, zullen zij allen onbezorgd wonen. U zult oprukken, u zult komen als een verwoesting; u zult als een wolk zijn en het land bedekken, u en al uw troepen en vele volken met u’ (Ezech.38:8-9).

Verschijnt dit scenario heden ten dage niet aan de horizon? In de Hebreeuwse tekst wordt hier voor ‘verwoesting’ het Hebreeuwse woord ‘sho’ah’ gebruikt, wat ‘vernietiging’ betekent, overigens met dat voornemen wordt de strijd ook ingezet!

Doch óók deze afloop is bekend! Israel zal 7 jaren kunnen stoken van al het militaire materieel, dat in deze oorlog aanwezig was, en 7 maanden zal men daarbij nodig hebben om hen te begraven en het land te reinigen; maar bovenal zullen zij weten van die dag af en voortaan, dat Ik de HEERE hun God ben!

Deze generatie en Mijn woorden

  • ‘Voorwaar, Ik zeg u dat dit geslacht zeker niet voorbij zal gaan, totdat alles geschied is. De hemel en de aarde zullen voorbijgaan , maar Mijn woorden zullen beslist niet voorbijgaan’ (Luk.21:32-33;Matth.24:34).

Is de duur van een geslacht dan 40,50,70,100, of 120 jaar? Naar welk geslacht verwijzen de woorden ‘dit geslacht’? Voorzeker, dat is ‘dit geslacht’ die deze dingen zien gebeuren als vermeldt in de verzen 25-27 . . .

  • ‘En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven. En het hart van de mensen zal bezwijken van vrees en verwachting van de dingen die de wereld zullen overkomen, want de krachten van de hemelen zullen heftig bewogen worden. En dan zullen zij de Zoon des mensen zien komen in een wolk, met grote kracht en heerlijkheid’.

De oprichting van de staat Israel in 1948 en de hereniging (re-united) van de stad Jeruzalem in 1967 zijn bij uitstek de grote tekenen van deze tijd met een verwachtingspatroon [onder christenen en Joden] in het uitzien van Messias Jezus, dus in deze (20e) en 21e eeuw! Het is een ‘tijdspanne’ van 120 (50+70) jaar, die feitelijk begonnen is met de bekende profetische uitspraak van Theodor Herlz in 1897 tijdens het eerste Zionistencongres in de stad Basel.

Eenzelfde verwachtingspatroon vinden we terug in de Handelingentijd, maar deze hoop vindt z’n einde in het jaar 63/63 AD met een abrupt afbreken van de 67e jaar week op een totaal van zeventig weken (Dan.9:24-27;Hand.3:19-21;28:24-29).

  • ‘Zeventig weken zijn er bepaald over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te beeindigen, de zonden te verzegelen, de ongerechtigheid te verzoenen, om een eeuwige gerechtigheid tot stand te brengen om visioen en profeet te verzegelen, en om de Heiligheid van de heiligheden te zalven. U moet weten en begrijpen: vanaf de tijd dat het woord uitgaat om te laten terugkeren en om Jeruzalem te herbouwen tot op Messias, de Vorst, verstrijken er zeven weken en tweeenzestig weken. Plein en gracht zullen opnieuw gebouwd worden, maar wel in de benauwde tijden. Na de tweeenzestig weken zal de Messias uitgeroeid worden, maar het zal niet voor Hemzelf zijn. Een volk van een vorst, een volk dat komen zal, zal de stad en het heiligdom te gronde richten. Het einde ervan zal zijn in de overstromende vloed en tot het einde toe zal er oorlog zijn, verwoestingen waartoe vast besloten is. Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal Hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden’ (Dan.9:24-27).

Heden ten dage zijn daar velen in het land ‘Eretz Israel’ die uitzien naar de komst van de Messias [Jesjoea hammasjiach], en zien we feitelijk de Handelingentijd daar weer terugkeren, met een volk vervult met ‘geest’, bij de aanvang van de 68e jaar week!

Ook wordt de ‘heilsgeschiedenis’ van God vanaf 1967 als het ware herhaald in het ‘duality principle’, in de 7×7 jaar weken van 49 jaren uit de Ezra en Nehemia tijd waarin stad en Tempel hersteld werden. Dit alles zal uitlopen op een ‘Jerusalem restored’. The Fight for Jerusalem’, vergezeld gaande met tekenen (6 eclipsen) aan zon en maan op deze ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14 Nisan – ‘Pesach’ en eindigend in 2015 op de 15 Tishri – ‘Sukkot’ (Loofhuttenfeest), zullen geen toevalligheden zijn!

Het was de apostel Petrus die (7×7=49) op de 50e dag op Shavu’ot (wekenfeest) uitriep:

  • ‘Maar dit is wat gesproken is door de profeet Joel: En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw jongelingen zullen visioenen zien en uw ouderen zullen dromen dromen’ (Hand.2:16-17).
  • ‘Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rook zuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:28-31).

Het gehele boek Joel heeft betrekking op Israel en de volkeren en ziet uit op de ‘Dag des Heren’. Hier vinden we ook het ‘Jubeljaar’ terug als zijnde op ‘Yom Kippur’!

  • ‘Verder moet u voor uzelf zeven sabbatsjaren tellen, zeven keer zeven jaar, zodat de perioden [dagen] van de zeven sabbatsjaren negenenveerig jaar voor u zijn. Dan moet u in de zevende maand, op de tiende dag van de maand, bazuinengeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken’ (Lev.25:8-10).
  • ‘Blaas de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg, laat alle inwoners van het land sidderen, want de dag van de HEERE komt, ja is nabij!’ (Joel 2:1).
  • ‘Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen’ (Joel 2:15).
  • ‘Kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen, verzamel de oudsten en alle inwoners van het land in het huis van de HEERE, uw God, en roep tot de HEERE. Ach, die dag! Ja, de dag van de HEERE is nabij, en hij zal komen als een verwoesting van de Almachtige’ (Joel 1:14-15).

Volgens Joodse traditie wordt het oordeel over de mens verzegeld aan het einde van ‘Grote Verzoendag’ (Yom Kippur). Het voltrekken van het oordeel begint na het openen van de boekrol die beschreven (was) van binnen en van buiten, wel verzegeld met zeven zegels . . .

  • ‘En ik zag in de rechterhand van Hem Die op de troon zat, een boekrol, van binnen en van buiten beschreven, verzegeld met zeven zegels’ (Openb.5:1).

Omdat belangrijk is hoe ieders toekomst verzegeld wordt, wens je elkaar voor Grote Verzoendag –gmar chatima tova-: ‘moge voor jou het einde een goede handtekening of een goede verzegeling zijn’. Direct na de veregeling op Grote Verzoendag begint volgens het boek Openbaring de voltrekking van dat oordeel. Openbaring 6 begint te verhalen van de rampen die de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen.

  • ‘En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! . . .

Tijdens de Zesdaagse Oorlog op de 7e juni 1967 heeft Opperrabbijn Rabbi Slomo Goren het goed verstaan, toen hij met het lezen uit de Torah en het blazen op de sjofar, zei: “de Messiaanse tijd is aangebroken”!

Nu is het wachten op het proclameren van een ander ‘Jubeljaar’ . . . ‘dan moet u in de zevende maand; op de tiende dag van de maand, bazuingeschal laten klinken. Op de Verzoendag moet u de bazuin in heel uw land laten klinken’ (Lev.25:9).

De ‘Yom Kippur’ van 2015 [5776] kan wel eens heel bijzonder zijn. Het zal dan gaan om het losmaken van een met zeven zegels verzegelde boekrol, die dan ook een ‘Lossersakte’ is, die beschreven is van binnen en van buiten . . . waarbij gehoord zal worden de stem van een der oudste:

  • ‘En een van de ouderlingen zei tegen mij: Huil niet, Zie, de Leeuw Die uit de stam van Juda is, de Wortel van David, heeft overwonnen om de boekrol te openen en zijn zeven zegels te verbreken’ (Openb.5:5).

Een volheid van tijd

Een volheid van tijd dient zich aan. In Genesis 6 vertelt God Noach iets wat betrekking kan hebben op deze (eind)tijd!

  • ‘Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn’ (Gen.6:3).
  • [De vierde generatie zal hier terugkeren, want de maat van de ongerechtigheid van de Amorieten is tot nu toe niet vol’ Gen.15:16].

De enige remedie in de dagen van Noach was om de mensen te vernietigen (de facto) daar zij reeds vernietigd was (de jure). Zo zien we dat bij het bazuinen van de zevende engel, ‘het wiel een gehele omwenteling heeft gemaakt’, dat de tijd gekomen is om te verderven wie de aarde (corrupt) verderven’ . . .

  • ‘En de volken zijn toornig geworden, en Uw toorn is gekomen en daarmee ook het tijdstip voor de doden om geoordeeld te worden, en om het loon te geven aan Uw dienstknechten, de profeten, en aan de heiligen en aan hen die Uw naam vrezen, de kleinen en de groten, en om hen te vernietigen die de aarde vernietigden’ (Openb.11:18).

Er is niet zoveel verbeeldingskracht nodig om te verstaan dat vanaf  1897, -met Israel en Jeruzalem in ‘t brandpunt daarvan- we afstevenen naar een volheid van tijd, de profetie die “vol” gaat worden, als we denken aan . . .

  • de Eerste en Tweede Wereldoorlog van apocalyptische proporties
  • de concentratie kampen van de Nazi’s
  • de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki
  • de verschrikkelijke aardbevingen en tsunami’s
  • de dreiging van een Iraanse kernbom
  • de ongekende ontkrachting van normen en waarden
  • het gebeuren met Israel en de strijd om Jeruzalem
  • een onstabiel Midden-Oosten met dictators die niets ontzien in de handhaving van macht in een op drift geraakte Arabische-islamitsche wereld van 2011

de 120 jaar die hun loop hebben gekregen; om dan vervolgens vanaf 1967 na de 7×7 weken (49) jaren in het 50e jaar, een ‘Jubeljaar’ in 2015 over te gaan in de nog 3 openstaande laatste jaar weken, te beginnen bij de 68e jaar week.

Ook kunnen we hier nog denken aan de 42 jaar die er liggen tussen de ‘Yom Kippur’ -oorlog van 6 oktober 1973 en de ‘Yom Kippur’ van 2015; en de 42 maanden of 3½ jaar van de Grote Verdrukking in de tweede helft van de 70e de laatste jaar week, of aan de 42 geslachten die uitliepen op de geboorte van de Messias Jezus en de 42 pleisterplaatsen die Israel passeerde voordat het ‘Beloofde Land’ werd ingenomen door Jozua [Jehosua] (Matth.1:17;Num.33:1-49).

De woorden van Jesjoea zijn in die zin ook overduidelijk: . . .

  • ‘Zoals de dagen van Noach waren, zo zal de komst van de Zoon des Mensen zijn. Want zoals ze bezig waren in die dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des Mensen zijn’ (Matth.24:37-39).

Maar Gode zij gedankt . . . de toekomende, de laatste dagen zullen door de oordelen van de 7 zegelen, de 7 bazuinen, en de 7 schalen heen, die nieuwe ‘eeuw’ (gr. aioon) van het Messiaanse rijk aankondigen. In die zin is de Apocalyps de Spelbreker van God maar boven alles een zucht van verademing . . .

  • Kom dus tot inkeer en bekeer u, opdat uw zonden uitgewist worden en er tijden van verkwikking (verademing) zullen komen van het aaangezicht van de HEERE, en Hij Jezus Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen’ (Hand.3:19-21).

die van het komende Messiaanse rijk, waarin de stad Jeruzalem ‘genoemd zal worden: Begeerde, niet verlaten Stad’.

En de naam der stad zal voortaan zijn:

  • ‘En de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR’ (Ezech.48:35).
  • ‘Zij zullen hen noemen: het heilige volk, de verlosten van de HEERE, en u zult genoemd worden: Gezochte Stad die niet verlaten is’ (Jes.62:12).

Gerard J.C. Plas

Jan 172011
 

Hier volgt een eindtijdberekening die aan de ene kant tamelijk complex is maar aan de andere kant tegelijkertijd ook buitengewoon nauwkeurig. De berekening gaat uit van een tot nu toe deels onbegrepen visioen dat Daniël kreeg en waarin hij te zien en te horen kreeg dat het nog een ‘tijd, tijden en een halve tijd’ zou duren tot de ‘tijd van grote benauwdheid’ en de opstanding der doden. Omdat Daniël in hoofdstuk 10 de precieze datum geeft waarop hij werd bezocht door de engel die hem de eindtijd openbaarde, kan aan de hand van het visioen een inmiddels zowel erg bekend als berucht jaar worden vastgesteld: 2012.

Het deel van het zeer uitgebreide visioen waar het om gaat luidt als volgt:

‘En ik, Daniël, zag en zie, daar stonden twee anderen, de een aan deze oever van de rivier, en de ander aan gene oever der rivier, en de een zeide tot de man die met linnen klederen bekleed was en zich boven het water van de rivier bevond: hoelang toeft het einde dezer wonderbare dingen? Toen hoorde ik de man die met linnen klederen bekleed was en zich boven het water van de rivier bevond, zweren bij Hem die eeuwig leeft, terwijl hij zijn rechter- en zijn linkerhand naar de hemel hief: Een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer er een einde komt aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk, dan zullen al deze dingen voleindigd zijn.’ (Daniël 12:5-7)

Nu wordt de term ‘tijd, tijden en een halve tijd’ al zeer lang beschouwd als synoniem voor ‘een jaar, twee jaren en een half jaar’, bij elkaar 3,5 jaar oftewel de bekende 1260 dagen van de ‘Grote Verdrukking’, de laatste fase van de eindtijd die aan de terugkeer van Jezus Christus op Aarde voorafgaat. Maar wat is de betekenis van de twee mannen op de oevers en de man die boven de rivier zweeft, en is er een verband tussen het heffen van zijn linker- en rechterhand naar de hemel en de ‘tijd, tijden en een halve tijd’?

Kevin Heckle sr. denkt dat er inderdaad een verband bestaat, en dat hierin het geheim van het aantal dagen (jaren) tot aan de vervulling van alle profetische visioenen -inclusief de ‘opstanding der doden’ en daarmee ook de Opname- verborgen is. Een nauwkeurige analyse van de in de grondtekst gebruikte woorden voor het opheffen van de rechter- en linkerhand door de man die in het midden boven het water zweeft wijst erop dat hij naar het oosten kijkt en met zijn handen het zuiden en het noorden aanwijst. Dat doet hij volgens Heckle niet ‘zomaar’, zoals geen enkele handeling en niet één symbool in de Bijbel zonder betekenis is. De man lijkt met de beweging en richting van zijn handen een halfrond en daarmee een bepaalde tijdsperiode aan te geven, namelijk een half jaar.

Op het noordelijk halfrond -waar het visioen werd gegeven- komt de zon op de winter zonnewende aan het meest zuidelijke punt aan de horizon op en in de zomer -dus op de zomer zonnewende- aan het meest noordelijke punt: de kortste en respectievelijk langste dag van het jaar. De tijd tussen deze twee momenten is 182 a 183 dagen. Als wat de man vervolgens zegt, ‘een tijd, tijden en een halve tijd’, hierop wordt toegepast dan volgen er in totaal 637 dagen van een bepaalde tijdsperiode. Duidde de man echter op de lengte van één seizoen (gemiddeld 91 dagen), dan zou deze tijdsperiode 318,5 dagen duren.

De datum van het visioen

In Daniël 10 staat exact beschreven wanneer hij zijn laatste visioen kreeg, namelijk ‘in het derde jaar van Kores, de koning der Perzen’ (vs.1) en op de ’24e dag van de 1e maand’ (vs.4). Aangezien de regeerperiode van Kores historisch gezien goed gedocumenteerd is valt hieruit met een geringe marge een vrij exacte datum af te leiden; 24 Nisan 3225 (Joodse jaartelling). Het zal -gezien het feit dat de profetieën nog niet allemaal zijn vervuld- iedereen duidelijk zijn dat er vanaf dat jaar een veel langere periode dan 637 jaar, 318,5 jaar of bijvoorbeeld 1260 of 1290 jaar voorbij zijn gegaan. Dat kan niet anders betekenen dan dat de man in het midden een andere tijdsperiode moet hebben bedoeld.

Velen zullen bekend zijn met het feit dat de kalenders in de oudheid waren gebaseerd op de omloop van de maan om de Aarde. Voor de Hebreeuwse jaartelling geldt dat nog steeds. Een ‘maanjaar’ bestond ook in het oude Babylonië uit 6 maanden van 29 dagen en 6 maanden van 30 dagen, bij elkaar 354 dagen. Om niet uit de pas te lopen met het zonnejaar van 365,25 dagen werd er ongeveer ieder derde jaar een extra maand van 30 dagen aan de kalender toegevoegd, en duurde een jaar dus 384 dagen. De gemiddelde lengte van deze twee verschillende jaren (354 dagen en 384 dagen) is 364 dagen, wat gelijk is aan de lengte van een ‘ecclesiastisch’ jaar dat gebaseerd was op de Joodse sabbathdag (52 weken x 7 dagen = 364 dagen). Om in gelijke tred te blijven met de seizoenen werden er af en toe speciale feestdagen aan deze kalender -die volgens de Dode Zeerollen al in gebruik was tijdens de periode van de Tweede Tempel- toegevoegd.

De Octaeteris en 930.338 dagen
Terug naar de ‘man in het midden’ en de mogelijke tijdsperiode die hij symbolisch aanwees. De zogenaamde Octaeteris is een tijdsvlak dat in de oudheid een periode van 8 jaar omvatte. Als Venus -na de Zon en de Maan het helderste object aan de hemel en ook wel de ‘morgenster’ genoemd- en de maan op een zekere datum in een bepaalde samenstand te zien waren, dan was deze zelfde samenstand 8 jaar later op dezelfde datum -met een marge van enkele dagen- opnieuw zichtbaar. Vergelijk:

– 8 Aardse (tropische) jaren is 2921,93 dagen
– 5 Aarde-Venus-Zon samenstanden van 583,92 dagen is 2919,6 dagen
– 13 omlopen van Venus van 224,69 dagen is 2921 dagen
– 107 omlopen van de Maan van 27,3 dagen is 2921,1 dagen
– 99 reguliere maanperioden (de maan-maand) van 29,5305888 dagen is 2923,53 dagen.

We zien dus dat alle perioden met een marge van 1 of 2 dagen even lang zijn. Er is eveneens een samenstand tussen de Aarde, Venus en de zon halverwege de Octaeteris, op 1460,5 dagen. De reden is dat er twee verschillende soorten samenstanden zijn, namelijk ‘superieur’ en ‘inferieur’. In het eerste geval staat de zon precies tussen de Aarde en Venus in; in het tweede geval staat Venus precies tussen de Aarde en de Zon in.

Een half ecclesiastisch jaar van 364 dagen duurt 26 weken of 182 dagen, de periode die de ‘man in het midden’ symbolisch aanwees met het opheffen van zijn handen. ‘Een tijd, tijden en een halve tijd’, algemeen aanvaard als zijnde ‘3,5’, maal 182 = 637, dat overeenkomt met 91 weken (dus een ‘seizoen-week’). We zagen zojuist dat een halve Octaeteris 1460,5 dagen duurt. Daaruit volgt de berekening: 637 dagen X 1460,5 dagen = 930.338,5 dagen. De uitkomst is exact hetzelfde als de tijd van een seizoen (91 dagen) wordt gebruikt voor ‘een tijd, tijden en een halve tijd’: 91 X 3,5 = 318,5 X 2921 = 930.338,5 dagen.

Hoe weten we nu dat deze ruim 930 duizend dagen niet zomaar uit de lucht gegrepen zijn en inderdaad verband houden met de in Daniël gegeven profetieën?

In Daniël 12 worden twee ‘lengten van dagen’ gegeven: 1290 dagen en 1335 dagen, bij elkaar opgeteld 2625. Als 930.338,5 dagen uit de bovenstaande berekening door deze 2625 dagen worden gedeeld, dan is de uitkomst 354,4 dagen, op slechts 5 minuten (en 43 seconden) nauwkeurig de lengte van een maandjaar! Deel 930.338,5 dagen door de som van één maandjaar (354,367 dagen) en één maandjaar met een extra maand van in totaal 384 dagen -totaal 738,367 dagen- en de uitkomst is 1259,99, oftewel de 1260 dagen uit de Openbaring (hoofdstuk 12) van Johannes.

Een vergelijkbare berekening kan worden gemaakt met de lengte van een ecclesiastisch jaar van 364 dagen, vermenigvuldigd met de som van de lengte van onze huidige kalender (365 dagen) en de werkelijke lengte van een zonnejaar (365,25 dagen): 364 X (365+365,25)=265,811 dagen X 3,5 (tijd, tijden en halve tijd) = 930.338,5 dagen.

1215 jaar, 2300 dagen en 2012
Het totaal van Daniëls 1260, 1290 en 1335 dagen is 3885 (3,5 x 1110). Draaien we het om: 1335 min 1290 min 1260 = min 1215, een interessante uitkomst omdat het 1215 jaar duurt voor de Aarde-Venus-Zon samenstand een complete achterwaartse observeerbare cyclus voltooid heeft. 1215 is tevens vijf maal de lengte van één overgangsperiode van Venus (243 jaar, tevens heeft Venus 243 dagen nodig om één keer om zijn as te draaien). De volgende ‘Venusovergang’ (waarbij Venus als een klein bolletje voor de zon te zien is) vindt plaats op 6 juni 2012. Onthoud deze datum.

Venus overgang

Venus overgang

Een korte tussenconclusie:
Daniël ziet in zijn visioen drie personen: één op de nabij gelegen oever, éen op de andere oever en één in het midden, zwevend boven het water. De drie personen lijken tevens symbool te staan voor drie hemellichamen: de Aarde, Venus en de Zon. Zowel de optel- als aftreksom van de drie door Daniël genoemde tijdperiodes (1260,1290 en 1335 dagen) houden zoals we net zagen namelijk onomstotelijk verband met een specifieke onderlinge stand van de planeten Aarde en Venus met de Zon.

In Daniël (8:14) wordt nog een vierde tijdsperiode genoemd: de 2300 ‘avond en morgens’ die het duurt totdat ‘het heiligdom in rechten hersteld zal worden’.

De gemiddelde lengte van een Aarde-Zon-Venus samenstandperiode is om precies te zijn 1215,51391 jaar. Delen we de lengte van deze periode door de optelsom van 1260+1290+1335 dan is de uitkomst 0,312873568. Vermenigvuldigen we dit met de 2300 dagen uit Daniël 8 dan komen we op 719,6092066 dagen, wat -op slechts 4,2 seconden na- exact de optelsom is van de lengte van één (tropisch) ‘Aarde’jaar en één maandjaar – opnieuw een duidelijk bewijs dat de in Daniël gegeven tijdsperiodes -inclusief de 2300 dagen- geen lukrake getallen zijn maar betrekking hebben op de Aarde, de Zon en Venus.

2300 dagen, de precessie van de Aarde en 2012
Niet overtuigd van het verband met de Bijbel en de eindtijd? Bedenk dan het volgende. Volgens Ezechiël 45:18 is Nisan 1 de dag waarop de tempel wordt gereinigd. Nisan 1 is de dag van de lente-nachtevening (equinox). Deze zonnewende verschuift ieder jaar een klein stukje als gevolg van de maan-zonne precessie (= eenvoudig gezegd de schommeling van de aarde bij het om zijn as draaien). Zo bevonden Venus en Saturnus zich bij de geboorte van Jezus tijdens de lente-equinox bij de ster Alpha Pisces. In onze tijd is de lente-equinox verschoven naar de ster Omega-Pisces.

Vermenigvuldigen we de 2300 dagen met de ideale periode waarin Venus verschijnt als een ‘morgenster’ (292,193 dagen) en de andere ideale half-cyclus als een ‘avondster’ (292,193 dagen) -totaal dus 584,38747 dagen- dan is de uitkomst 1.344.091,1 dagen, dat overeenkomt met 3680 jaar. Een Heptade of ‘grote week’ van 3680 jaar duurt 7×3680 = 25.760 jaar. De Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA schat dat een volledige precessie van de equinoxen tussen de 25.500 en 26.000 jaar in beslag neemt (als gevolg van lichte variaties in de equinoxbeweging).

Het gemiddelde van de 1215 jarige periode (1335 min 1290 min 1260) plus het gemiddelde van de optelsom van de drie in Daniël genoemde tijdsperiode (1260+1290+1335:3 = 1295) is 1255.. Als een Aarde-Zon-Venus samenstand plaatsvindt op een equinox (lente- of herfst), dan duurt het 1255 jaar voordat deze samenstand opnieuw te zien is (op de 157e Octaeteris), ondanks het feit dat de equinox in die tijd zo’n 17,53 graden verschoven is.

Conclusie: in alle door de engel aan Daniël gegeven tijdsperiodes -1260 (indirect), 1290, 1335 en 2300 zijn zowel de omloopbanen van de Aarde, Zon, Maan en Venus als de maan-zonne precessie opgenomen!

Zoals we eerder zagen noemde Daniël een nauwkeurige dag en jaar waarop hij zijn visioen kreeg. Op grond van historische verslagen kan worden aangenomen dat deze datum 24 Nissan 3225 is geweest, volgens onze Juliaanse kalender dag nummer 1525759,5. Tel hier de eerder op grond van Daniëls visioen berekende 930.338 (/…39) dagen bij op en we arriveren op de Juliaanse dag 2.456.098 (/…099): de zomer-zonnewende op 19 of 20 juni 2012.. Oftewel ‘als de zomer nabij is’ (Lucas 21:30).

Deadline 2012?
Twee weken eerder is het op 6 juni 2012 precies 45 jaar geleden dat Israël de Zesdaagse Oorlog tegen de Arabische landen uitvocht en Oost Jeruzalem bevrijdde. We constateerden al dat op 6 juni 2012 de volgende ‘Venus overgang’ plaatsvindt en Venus tussen de Aarde en de Zon zal staan. Venus wordt ook wel de ‘morgenster’ genoemd, net als Jezus Christus, de Zoon van God.

Mede gezien kleine afwijkingen in iedere kalender moeten de opstanding der doden en de Opname nu zeker niet op juni 2012 worden vastgepind. Toch is er een duidelijk verband, zeker als bedacht wordt dat de helft van de 1260+1290+1335 (=3885) periode 1942,5 dagen (jaren) bedraagt. Gerekend vanaf de verwoesting van de Tweede Joodse Tempel in het jaar 70 is de ‘deadline’ dan eveneens 2012,5. De tijd zal leren of dit inderdaad klopt.

Een andere aanwijzing voor juni 2012 is bizar genoeg te vinden in de hoek van 51,8 graden van de piramides in Egypte. 51,8% van 3885 = 2012,43, de exacte datum van 6 juni 2012.

Menselijkerwijs gesproken is het onmogelijk dat Daniël -zelfs al zou hij van alle berekeningen hebben geweten en deze in zijn teksten hebben opgenomen- iets had kunnen weten van onze huidige Gregoriaanse kalender, die pas in de 16e eeuw in gebruik werd genomen en een aanpassing was van de door de Romeinen gebruikte Juliaanse kalender. Laat staan dat hij rekening had kunnen houden met de marge van slechts 2 weken in juni 2012 tussen 6 juni en 19/20 juni waarop de ‘Venus overgang’ zal plaatsvinden. Het kan dus niet anders dan dat zowel de tijdsperiodes uit Daniël en Openbaring als de positie, omlopen en samenstanden van de Aarde, Maan, Venus en Zon Goddelijk geïnspireerd moeten zijn.

‘Ik, Jezus, heb Mijn engel gezonden, om ulieden dit te betuigen voor de gemeenten. Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.’ (Opb.22:16)

Bron: Kevin Heckle Sr. / Five Doves

De bestemming der eeuwen aangekondigd! De vier apocalyptische dieren uit de 20e en 21e eeuw – editorial

 Artikelen  Comments Off on De bestemming der eeuwen aangekondigd! De vier apocalyptische dieren uit de 20e en 21e eeuw – editorial
Oct 012010
 

50e jaargang – oktober 2010 – artikel 1

Het boek Job bevat in gedramatiseerde vorm het probleem van de ‘eeuwen’ (aionen). Bij het lezen van het boek Job zien we Job’s problemen alsmaar toenemen, doch niet door eigen toedoen of door de omstandigheden, maar wel door een vijandschap die onafscheidelijk verbonden is tussen de twee zaden, als die van de vrouw en die van de slang (Gen.3:15). Satan is degenen die Job attaqueert, wiens naam feitelijk betekent, ‘de vervolgde’! Gods toelating van het kwaad dat Job te verdragen had, was begrensd. Job’s leven bleef gespaard. Daar zijn 2 essentiële kenmerken in de uitwerking van dit grote Goddelijke voornemen (Efz.3:11).

  1. Volharding, ‘gij hebt van de volharding van Job gehoord’.
  2. Einde, ‘en gij hebt uit het einde, dat de Here deed volgen, gezien, dat de Here rijk is aan barmhartigheid en ontferming (Jak.5:11).

Tijdens het zwaar beproefde leven van Job, was het volk Israël nog niet in beeld, maar de God van Job is ook de God van Israël, van ons en die der ‘eeuwen’. Het is daarom dan ook geheel in overeenstemming met de onderwijzing der Schrift dat de ervaringen van Job in de toekomst zouden worden beaamd door hen die uit Israël zijn. Zo lezen we in Jes.1:5-6 dat Israël, gelijkend aan Job, daar wordt gezien met ongeneeslijke wonden, en dat in het jaar van het welbehagen des Heren, we de belofte vinden, ‘voor uw dubbele schaamte en schande zullen zij juichen over hun deel; daarom zullen zij in hun land erfelijk het dubbele bezitten; zij zullen eeuwige vreugde hebben (Jes.61:7). Aan ‘t eind van het boek Job zien we ‘dat de Here een keer bracht in het lot van Job, toen hij voor zijn vrienden gebeden had, en de Here gaf Job het dubbele van al wat hij bezeten had (Job 42:10). Hier horen we een spreekwijze van een steeds weer terugkerende belofte aan Israël door Mozes en de profeten voorzegd, als van ‘wederkeren’, ‘wenden’, en ‘bijeenbrengen’!
Als het waar is, dat Mozes degene is in wiens handen het verhaal van Job belandde, is het onmogelijk te geloven dat hij kon schrijven over Israëls toekomst,… ’Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken’ (Deut.30:3), zonder de verbinding te leggen met Israëls eeuwen en het leven van Job. ‘Och, dat uit Sion Israëls redding daagde! Als de Here een keer brengt in het lot van zijn volk, dan zal Jakob juichen, Israël zich verheugen’ (Ps.14:7;126:4). Deze last van David vinden we ook terug bij de profeten (Hos. 6:11; Joel 3:1; Zef. 3:20) ook Jeremia gebruikt deze uitdrukking 12 keer! Kende Bileam het verhaal van Job, deze grote man uit het Oosten (Num.23:10)? Want hetzelfde woord dat hier vertaald is met ‘uiterste’ of ‘laatste’ (Hebr. acharithi) vinden we ook terug in Job 42:12. Profetieën betreffende Israël hebben veelal te maken aangaande ‘de laatste dagen’, ‘de laatste tijden’, en ‘het laatste einde’. Jeremia profeteerde zo’n 2600 jaar geleden tegen de ballingen uit Babel met de woorden ‘er is hoop voor uw toekomst’ (Jer.31:17).

 

 

Theodor Herzl

Theodor Herzl

Theodor Herlz en Juda Ben Samuel
‘Voorzeker, de Here doet geen ding, of Hij openbaart zijn raad aan zijn knechten de profeten’ (Amos 3:7). Na een tijdsbestek van 2000 jaar waarbij het antisemitisme hoogtij vierde in het z.g. gedoopte christelijk Europa, en waar de Verlichting tot het einde van de 19e eeuw enig relaas bood voor de Joden, het Theodor Herlz was die met profetische klaarheid op het eerste Zionisten congres te Basel in 1897 het gevaar onderkende van nieuw populisme in Europa, waar het antisemitisme opnieuw de kop opstak in landen als Frankrijk, Algerije, Hongarije, Roemenië, en Rusland.
In zijn profetische blik waarin hij het komend onheil zag opdagen, en alleen maar kon appelleren om deze nieuwe ramp af te wenden door een massa Exodus van Joden vanuit Europa naar Zion in het vooruitzicht te stellen. Ongelukkig, is deze waarschuwing van toen niet ter harte genomen, wat geleid heeft tot een ongekende ramp voor het Europese Jodendom. In feite was het een ‘heilig moeten’ voor de Zionisten van het eerste uur, en geenszins een uit ongeloof geboren avontuurlijk ‘landje pik’ zoals nog vele christenen over het Zionisme redeneren. Juist ook nu in tijden van economische recessie zien we ondanks een Europese Unie in sommige lidstaten het nationalisme opnieuw opleven wat dan weer een gevaar met zich meebrengt van een aan de oppervlakte heroplevend antisemitisme.
Israël vierde dit jaar Herlz 150ste geboortedag, geboren in Pest (Hongarije) op 2 mei 1860. Herlz was in die zin een profeet van zijn tijd, die voorzag dat ‘t Ottomaanse Rijk begon te wankelen. Vele eeuwen daarvoor was het Juda Ben Samuel, bekend als Juda de Vrome die zich bezig hield met de ‘gematria’ en berekende dat vanaf het jaar dat de Osmanen (Turken) Jeruzalem bezetten, het acht jubeljaren zou duren tot zij weer uit Jeruzalem verdreven zouden worden. Dan zou Jeruzalem één jubeljaar lang ‘niemandsland’ zijn om in het negende jubeljaar weer in Joodse handen te komen. Pas driehonderd jaar nadat Samuel dit had opgeschreven, veroverde de Turken in 1517 Jeruzalem. Vierhonderd jaar later (8×50) in 1917 maakte de Engelse generaal Allenby een eind aan de heerschappij van de Turken over Jeruzalem. Van 1917 tot 1967 was Jeruzalem ‘niemandsland’ (onder Brits mandaat tot 1948, daarna van 1948 tot 1967 onder Jordaans bestuur) tot op de dag van die 7e Juni 1967 toen Jeruzalem door de Israëlisch heroverd werd op de Jordaniërs, die vanaf de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 Oost-Jeruzalem en Judea en Samaria onrechtmatig bezette! Die dag begon in het negende jubeljaar als bij een voldragen zwangerschap, en in die zin leven we in de negende maand van de geboorte weeën van de komende Messias en het Messiaanse Vrede Rijk (Luk.21:24). Hiermede is dan ook gezegd dat vanaf het Babylonische Rijk van Nebukadnezar tot aan het Ottomaanse Rijk er vijf rijken over Jeruzalem geheerst hebben, dus:

  1. Babylonische,
  2. Medo-Perzische
  3. Griekse
  4. Romeinse Rijk en
  5. Het Ottomaanse Rijk (‘vijf ervan zijn gevallen, één is er nog en de andere is nog nietgekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven’) (Opb.17:10).

Het Ottomaans Imperium dat over Jeruzalem heerste zou vandaag de dag landen omvatte als:
Turkije, Libanon, Syrië, Israël, Saudi- Arabië, Jemen, Koeweit, Jordanië, Irak, Bahrein, en de Verenigde Arabische Emiraten. Dit Ottomaanse Rijk heerste eeuwen over deze landstreken. In elk geval spande Nebukadnezar’s droom de gehele periode vanaf zijn eigen troonsbestijging tot aan de wederkomst van Messias Jezus. De heerschappij die Rome voerde over de status van Jeruzalem was in lijn met de voorgaande Rijken en ook niet de laatste, maar werd in 636 AD na haar ondergang opgevolgd door een ongenoemd -Mohammedaans Rijk- wat begon te heersen over Jeruzalem. Thans doet men achter de schermen er van alles aan om Jeruzalem te internationaliseren. Dus het gebeuren op 9 december 1917 was niet alleen een belangrijk keerpunt in de 1e Wereldoorlog, het wees ook nog een belangrijke datum aan op de Hebreeuwse kalender, het was de 24e kislev ofwel de vooravond van ‘Chanoeka’. We moeten Haggaï 2:19-20 openslaan om de geestelijke betekenis van die 24e kislev te ontdekken. Op die dag kwam het woord des Heren tot Haggaï: ‘Bedenkt toch wat voorafgegaan is aan deze dag, de vier en twintigste der negende maand (kislev), van de dag aan, waarop de Tempel des Heren gegrondvest werd.
Bedenkt: Is er nog zaad in de schuur? Ja, ook de wijnstok, de vijgenboom, de granaatappel boom en de olijfboom hebben niet gedragen. Van deze dag aan zal Ik zegenen.’ God hield zijn belofte en zegende 2500 jaar geleden hun pogingen om de Tempel te herbouwen. Het is niet zonder betekenis dat Hij ‘de Eeuwig Trouwe’ ook deze datum uitkoos om 400 jaren van Turkse overheersing van Palestina die in 1517 begon te beëindigen. Hij zegende de pogingen van de ‘Joodse-Zionisten’ die terugkeerden om hun vaderland weer op te bouwen en zich weer in het land en Jeruzalem te vestigen.
Die grondslag werd toen reeds gelegd voor de stichting van deze nu zeer moderne staat Israël, toen de poorten van Jeruzalem geopend werden voor de zonen van Zion. Daarop volgde na (4)30 jaren de jaren 1947 en 1948, die voor de huidige staat Israël bepalend waren. Hier zien we opnieuw het ‘duality principle’ in beeld komen, … ‘de tijd, dat de Israëlieten in Egypte gewoond hadden, was vierhonderd en dertig jaar’ (Ex.12:40).

 De vier Apocalyptische dieren uit de 20e en 21e eeuw

apocalyptic animals

apocalyptic animals

De volgende beknopte uitleg van de profetie over de vier dieren uit Daniel 7 werd overgenomen uit de ‘Encyclopedie Prophetique’ van Jacques Levitan, La Pensee Universelle, 1980. Enige aanvulling mijnerzijds uit recentelijke gebeurtenissen in de geopolitieke wereld tot en met 2010 is verreist.

 

Het eerste dier zag eruit als een leeuw (Hebr. ari/arieh=Ariër?) en had vleugels als van een adelaar. Het Hitler-systeem (dier) heeft door de poging de Joden uit te roeien de eindtijd ingeleid. Door deze in de wereldgeschiedenis ongekende massale vernietiging van de Joden werd echter ook de oprichting van de staat Israël voorbereid. Na de ineenstorting en deling van Duitsland werd dit dier weer normaal, en werd hem een menselijk hart gegeven (Dan.7:4). Steeds weer opnieuw duikt de vraag op: Hoe kon dit in Duitsland gebeuren? Antwoord: Het was mogelijk omdat de tijd vervuld was, en de duizenden jaren oude profetie in vervulling moest gaan. Maar dat kan voor de Duitsers natuurlijk geen verontschuldiging zijn voor de moord op 6 miljoen Joden. Is het niet merkwaardig dat wij al tijdens de heerschappij van het eerste dier de geest van het vierde dier aantreffen? Al vóór de Tweede Wereldoorlog werkte de ‘groot-moefti van Jeruzalem’ met Hitler samen, en tijdens de oorlog drong hij er bij Hitler op aan om zijn vernietigingsprogramma zo snel mogelijk uit te voeren. Dat betekende dat hij het Joodse volk in concentratiekampen, gaskamers en crematoria diende te vernietigen. Tot de doelstellingen van Hitler behoorde ook de verovering van Palestina, om de Endlösung tot in de kern van het beloofde land de laatste hoop van de Joden – door te voeren. Hitler had daarbij de hulp van Haj Amin al-Husseini die ook wel ‘the fuhrer of the Arab world’ werd genoemd. al-Husseini is menig keer in Berlin geweest als ‘grand mufti of Jerusalem’. Geïndoctrineerd als hij was, – dat Joden door moslims voor eeuwig verdoemd waren als ongelovigen die de waarheid van Mohammed’s boodschap loochenen –; het deze radicale Islam was die de ‘mufti’ en zijn volgelingen a.h.w. promoten en omhelsde om al- Husseini de gelegenheid te geven in de jaren ‘30-’45 onweerstaanbaar bezig te zijn in het bijdrage aan de ‘Holocaust’. Ook vandaag nog wordt het bewijs geleverd dat terreurorganisaties als Fatah, Hamas en Hezbollah inspiraties opdoen uit zijn geschriften, ook Yasser Arafat was een groot bewonderaar van al-Husseini.
In de zomer van 1942 kregen de Duitsers in het Noorden van Egypte gebrek aan benzine; hun tanks en militaire voertuigen bleven steken. Toeval? Het Duitse leger had het bevel gekregen om vanuit Egypte naar Palestina op te rukken om land en Jeruzalem te veroveren. In de vlakte van Kattara hoopten de Duitse troepen in een Engels legerkamp benzine te vinden. Maar toen zij het kamp hadden veroverd moesten zij constateren dat de voorraden waren uitgeput. Daarna stelden zij hun hoop op een Italiaans schip, maar in plaats van benzine had het water getankt. De vijandelijke artillerie bracht de Duitse opmars tot staan; uiteindelijk was het generaal Montgomery die op 23 oktober 1942 de legers van de ‘woestijn vos’ Rommel bij de Egyptische plaats El Alamein versloeg en Churchill dit aanmerkte als ‘de ommekeer’ in de oorlog! De opmars naar Jeruzalem was ten einde en de terugtocht begon, want de opdracht van het eerste dier was vervuld. Ook over hem was bepaald, hoe lang het zou blijven (Dan.7:12). Het was een korte duizend jaar! Immers geheel Jeruzalem dus met inbegrip van de oude stadswijken, moest naar de ‘profetie’ exact op 7 juni 1967 gerekend naar het tiende ‘Jubeljaar’ van (7x7x360) dagen uitkomen op 23 september 2015 een dag van ‘Yom Kippur’ geheel in Israëlische handen vallen.

Het tweede dier zag eruit als een beer. Wordt Rusland niet vaak symbolisch als een beer afgebeeld, en heeft het na de oorlog niet Oost-Europa en Oost Duitsland opgegeten? (Dan.7:5). De voormalige Sowjet Unie heeft de staat Israël meteen erkend, nadat Ben Goerion de proclamatie van de oprichting van de staat Israël op 14 mei 1948 had voorgelezen. Het dictatorschap van Joseph Stalin 1928-1953 heeft miljoenen levens gekost waaronder vele Joodse burgers, ook de Joodse cultuur in de voormalige Sovjet-Unie moest het ontgelden. Vanaf de jaren ‘50 die er één was van koude oorlog voering door haar communistische leiders koos men al gauw voor een pro-Arabische koers wat tot uiting kwam in het sluiten van economische en militaire verdragen met voornamelijk Egypte en Syrië. Door deze geweldige overvloed aan wapentuig voerde President Nasser van Egypte en Assad van Syrië een agressieve ‘verbale oorlog’ tegen Israël: ‘Nu zal de oorlog algemeen zijn en ons doel is de vernietiging van Israël’, dit proces herhaalde zich na ‘67 in 1973 dat culmineerde in de ‘Yom Kippur’ oorlog van 6 oktober in dat jaar. Beide oorlogen lieten als oorlogsbuit enorme hoeveelheden Russische wapens achter zoals tanks, artillerie, vliegtuigen en adviseurs. Het was zelfs zo erg dat na de eerste Libanon Oorlog van 1982, er 6 weken lang dag en nacht door Israëlische10- ton truckers, 4000 ton aan munitie, 144 legervoertuigen en tanks, 12.500 klein geschut, 515 zware wapens, 359 geavanceerde communicatie instrumenten, en 759 optische instrumenten naar Israël werden overgebracht, maar zelfs dat was nog niet het toppunt toen premier Menachem Begin daags daarna verklaarde dat:
‘I can now tell you, that only yesterday… we found other arms depots containing fully ten times as many weapons as we had found before, enough to equip not five brigades, but five or six divisions.’ Tsaar Peter de Grote, die nog niet kon weten hoe nuttig, ja onontbeerlijk olie is, profeteerde 280 jaar geleden dat de toekomst van de wereld van het gebied rond de Perzische Golf zou afhangen. In zijn testament staat: ‘Wie de Perzische Golf heeft, zal over de wereld heersen.’ Vandaag in 2010 zien we eigenlijk een voortzetting van deze expansiepolitiek die het Kremlin voert richting de havens aan de Perzische Golf in zijn honger naar de olie-en gas velden die nu ook reeds gevonden zijn voor de Israëlische kust bij Haifa en in Rosh HaAyin een stad ten oosten van Tel Aviv als het om olie gaat. Het is niet voor niets dat Saoedi-Arabië de Iraanse atoom dreiging vreest die geëxporteerd wordt vanuit Rusland, die tegelijk economische en militaire verdragen sluit met de in Ezech.38:2-6 genoemde Islamitische landen, als Iran, Libië, Somalië, Soedan en het radicaliserende Turkije. Ook hier gaat het naar een culminatiepunt d.w.z. een tijd die volraakt, zodat deze militaire macht’ zijn einde zal vinden op de bergen van Israël, die nu juist in Judea en Samaria liggen (met hun Bijbelse plaatsen als Hebron, Ai, Bethel, Silo, Sichem, Bethanie, Bethlehem en Jeruzalem) die zgn. Westbank die in de geopolitieke wereld zo omstreden is, …‘opdat vanaf die tijden en voortaan Israël en de volken het zullen weten’ -Wie is God-, de ‘Ik Ben die Ik Ben’ of Allah, (Exod. 3:14; Ezech. 35:15; 36:1,12,38; 39:22). Zo is thans het tweede dier nog springlevend!

Het derde dier zag eruit als een panter en wordt door het tweede dier in het zadel geholpen. De Islam verschijnt opnieuw op het wereldtoneel! (Dan.7:6). President Nasser bracht het Midden- Oosten en daarmee de geopolitieke wereld op een ander spoor. Het Suezkanaal werd door hem genationaliseerd en tegelijkertijd kwam de onmacht en het gebrek aan de eensgezindheid van het Westen aan het licht. Nog altijd is daar ook in 2010 een groot meningsverschil in de Europese Unie over de eensgezindheid van een gezamenlijke Midden-Oosten politiek. De tijd van het dier, dat was, niet is en terugkomt, was aangebroken; de vrouw, die op het beest reed (Opb.17:7) probeerde met uiterste krachtsinspanning het dier in haar macht te houden, maar dat lukte haar niet. Er kwam verandering in het Westen, door het steeds meer afhankelijk worden van de olie wat tot uitdrukking kwam na de ‘Yom Kippur’ oorlog van 1973 toen daar opeens het drukmiddel opdoemde van het dichtdraaien van de oliekraan. Men trachtte onder het vaandel van het Arabisch nationalisme, de indringer Israël uit de Dar al Arab (Arabisch gebied) uit te roeien. Dit ging gepaard met het sluiten van nieuwe bondgenootschappen tussen Syrië, Egypte, Jordanië, Soedan en Libië, om voortdurend een oorlog tegen Israël te organiseren, ondersteund door Rusland en zijn militaire adviseurs. Nasser was ook degene die de verbinding wist te leggen tussen het Pan-Arabisme en Pan-islamisme. Vóór ayatollah Khomeini in 1979 Parijs verliet zei hij: ‘Niets is legitiem, de islamitische republiek is het enige’. Iran heeft vanaf die tijd deze leus bekrachtigd, met het ondersteunen van geld en wapens van terroristische organisaties zoals Fatah (P.L.O.), Hezbollah, en Hamas, die uit zijn op de vernietiging van de staat Israël met als doel te heersen over Jeruzalem! Het is de Iraanse President Ahmadinejad die vandaag alles in het werk stelt om Israël van de kaart te vegen, en zo de komst van de 12e Imam Mahdi te bespoedigen! Zo zien we a.h.w. in 2010 Israël omsingeld door een fanatieke radicale Islamitische strijdmacht met landen als: Iran, Syrië, Libanon, Gaza, Libië, Soedan, Somalië en Turkije dat meer en meer door premier Erdogan de kant opschuift van Iran en Syrië die allen weer voorzien worden van Russisch wapentuig, waaronder tanks en vliegtuigen en adviseurs! Deze ernstige ontwikkeling is het gevolg van een toenemende radicaal islamitische invloedsfeer in het Midden-Oosten. Dit derde dier laat zien, de geopolitiek v.w.b. olie en gas is terug!

Het vierde dier, Rome of Babylon? Het beest, dat gij zaagt, was en is niet, en het zal opkomen uit de afgrond (Opb.17:8).Johannes ziet het beest opkomen, en vanaf dat moment oefent het een geweldige macht uit (de opkomst van de Islam van 630 tot 1683)! Maar daarna beheerste het Westen de toestand in de wereld en bezat het macht, d.w.z. het beest was zeer machtig, totdat het Westen de leiding overnam. Het beest is niet, het was zijn macht kwijtgeraakt. Het was dienstbaar geworden. Het Westen, het christelijke-Romeinse rijk van de koloniale tijd van de volken had het lot van de wereld een tijdlang in handen. Na de 2e Wereldoorlog begon het geleidelijke verval van het Westen en daarmee ook dat van Rome. Vanaf nu krijgt het ‘beest’ de Islam voor korte tijd weer de overhand. Op het moment dat de Israëlisch heersen over Jeruzalem, Judea en Samaria, zien we een radicaliserende Islam onder leiding van de P.L.O. en Fatah zijn invloed uitbreiden naar gebieden als de Gazastrook waar Hamas nu domineert en naar de Libanon waar Hezbollah onder invloed van Syrië en Iran een raketdreiging vormen voor de industriesteden als Tel-Aviv enHaifa, ook Jeruzalem ligt onder de actieradius van een steeds grotere raketdreiging.De Islam zal niet lang, maar wel des te vreselijker heersen en woeden, en de macht die het van de draak ontvangt ten volle gebruiken. Denk aan de vele aanslagen op burgers en burgerdoelen in gematigde Islamitische landen als Irak en Pakistan. De christelijke autoriteit, die door de Romeinse keizer Constantijn op de troon werd gezet en die alle koningen der aarde zegende met alles wat zij aan gruwelen en ongerechtigheden, oorlogen, christen- en Jodenvervolging en kruistochten presteerden, zal aan het gericht vervallen en het loon van haar hoererij krijgen. Het beest zal het Westen alles betaald zetten; op het ogenblik verkeert het in die mogelijkheid. Hier en daar hoort men al dat het post-christelijke Westen gevallen is voor de Islam. Het beginpunt voor het starten van Gods profetisch klok in de eindtijd ligt in Jeruzalem en niet in Europa. Daar waar de voeten van het standbeeld van Nebukadnezar stonden, zal ook die kolos die sinds Nebukadnezar het wereldtoneel beheerst de doodsteek krijgen (Dan.2:44). Babylon, of anders gezegd Irak het laatste Rijk aan de Eufraat, is momenteel sterk in opkomst! Irak is een olieland waar grote hoeveelheden aan oliereserves liggen opgeslagen; veronderstel dat na de Gog en Magog oorlog de gebieden in de Kaukasus met Iran en Saoedi-Arabië waar op dit moment de grootste olievoorraden zijn gelegen niet meer toegankelijk zijn (Ezech.38-39), het dat Irak van morgen zal zijn, dat de gehele Arabische en Westerse wereld zal leiden v.b.w. haar olieproductie en reserves!

Babylon, ligt circa 80 kilometer ten zuiden van Bagdad. Deze oudtestamentische stad Babel aan de Eufraat is buiten schot gebleven tijdens de Golf-oorlogen van 1991 en 2003! Babylon wordt in het geheim weer herbouwd met hulp van de V.S., met als doel het de rijkste en machtigste stad ter wereld te maken, als tegenpool van Jeruzalem. Babylon, dat zal drijven op de aardolie, zal de gehele wereld bedwelmen. In dit nieuwe Babylon van de eindtijd vinden wij de geest van Nimrod terug, die ‘een geweldig machthebber op de aarde was’ (Gen.10:8). Hij zal een onbekende zijn, die door intriges de macht naar zich toe zal trekken (Dan.11:21,24), en wel voor een door de Heer vastgestelde tijd. Hij zal de godsdienst gebruiken om zijn doel te bereiken. Hij zal zich hovaardig en trots gedragen tegenover de God der goden en zich boven alles verheffen (Dan.11:36;2Thess.2:4). Maar ook dit vierde dier zal het niet lukken om Israëls ‘Endlösung’ te realiseren. Het probleem van de ‘Endlösung’, de totale vernietiging van Israël, zal een testcase zijn voor de gehele wereld. Een steen, die zonder toedoen van mensenhanden uit de hemel komt vallen (Dan.2:34-35;7:7), zal een einde maken aan de Koninkrijken der dieren, daar het de zoon des Mensen zal zijn die in de wolken des hemels verschijnen zal, om de gehele aarde met zijn Woord te vervullen (Opb.1:7;Hand.1:11).
Heel summier zijn de 4 Apocalyptische dieren aan ons verschenen als manifest in de 20e-21e eeuw, het gaat in die zin ook naar een ‘vol worden der profetie’, d.w.z. dat zij alle 4 weer tegelijk opnieuw aanwezig zullen zijn in de eindtijd, zoals (Dan.2:45) vermeldt. Het boek Daniël wordt ook wel het kleine Apocalyptische geschrift van het O.T. genoemd, daar er vele overeenkomsten zijn met de visioenen die Johannes op Patmos zag. Zo’n 2400 jaar geleden zijn deze verborgenheden aan Daniel in een nacht gezicht geopenbaard. Nu, in 2010 zijn zij a.h.w. tastbaar en moeten deze dingen in haast geschieden,… en ‘gelukkig is hij die leest en zijn zij, die horen de woorden van deze profetie, en die bewaren, wat daarin geschreven is, want de tijd is nabij’, vertelt ons het Apocalyptische geschift van het N.T. (Opb.1:2,3;22:7).
Zo kunnen we vaststellen dat Jeruzalem sinds Nebukadnezar’s droom uit Daniel 2 geworsteld heeft onder het juk van vijf rijken,

  1. Babylonische
  2. Perzische
  3. Griekse
  4. Romeinse
  5. Ottomaanse Rijk.

De apostel Johannes op Patmos zei het reeds, ‘vijf zijn er gevallen, één is er nog en de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven’ (Opb.17:10). Zo moest daar op 9 december 1917 het Ottomaanse Imperium wijken voor het Britse leger, en was het voor het eerst sinds ‘the Crusades’ dat Jeruzalem onder de controle stond van ‘non-Muslim authorities’. Het Britse mandaat was vanaf 1917-1947 verantwoordelijk voor alle regeringsbesluiten, administratieve en veiligheidskwesties, maar moest uiteindelijk bij het uitroepen van de staat Israël op 14 mei 1948 vertrekken. In de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 (waaraan feitelijk nog een burgeroorlog aan vooraf ging startend op 29 november 1947 het moment waarop de Algemene Vergadering van de VN resolutie 181 aanneemt) is het Trans-Jordanië dat bij gevechten om Jeruzalem, 19 jaar lang Oost-Jeruzalem met Judea en Samaria bezet hield, en deze bezette gebieden (de Westelijke Jordaan-oever) op 24 april 1950 formeel annexeerde en het Hasjemitische Koninkrijk zijn naam veranderde in Jordanië, deze bezetting duurde tot aan die historische dag 7e juni 1967!

De Metoncyclus
De mogelijkheid om de maan-kalender en de zonnekalender op elkaar af te stemmen, is die waarbij men twaalf omlopen van de maan gelijk stelt aan een zonne-omloop en waar nodig een extra schrikkelmaand invoegt, om de twaalf benoemde maanden ongeveer te laten overeenkomen met de seizoenen volgens de zonnekalender. De Griekse astronoom Meton ontdekte dat negentien tropische jaren gelijk zijn aan 235 synodische maanden. Om de negentien jaar vallen de maanfasen dus vrijwel op dezelfde data. Op grond hiervan stelde Meton een tijd-rekenkundige cyclus voor, deze bevatte 6940 dagen, verdeeld over 125 maanden van 30 dagen en 110 maanden van 29 dagen. In een cyclus van 19 jaren (3,5,8,11,13,16,19) vallen zeven schrikkelmaanden zes van dertig dagen en één van 29 dagen; waar een schrikkeljaar in de burgerlijke zonnejaar-rekening valt, wordt de extra dag ook toegevoegd aan het bijzondere maanjaar. Deze Metoncyclus wordt gebruikt voor de berekening van Pesach. Een cyclus van 19 jaren is ook terug te vinden in de Bijbel, met name voor wat Jeruzalem betreft, zie de feiten.

  • a. In 1004 v.Chr. wordt David koning over zowel Judea als Israël en hij verover Jeruzalem.
  • b. In 966 (2 cycli van 19 jaar later) wordt begonnen met de bouw van de Tempel.
  • c. In 605 (19×19 jaren later) trekt Nebukadnezar tegen Jeruzalem op en voert o.a. Daniël weg.
  • d. In 586 (19 jaar later) wordt de Tempel verwoest en Jeruzalem in brand gestoken. De wederopbouw van de Tempel kon (door tegenwerking van Samaria) pas in 520 v.Chr. beginnen.
  • e. De opdracht tot wederopbouw van Jeruzalem werd in 444 (4×19 jaren later) gegeven. In AD 70 (27×19 jaren later) volgde de volledige verwoesting van de Tempel en de verbranding van Jeruzalem.
  • f. Jeruzalem wordt in 1077 (dus 53×19 jaar na de verwoesting in 70 AD) door de Turken veroverd (op de Arabieren).

Jeruzalem werd overigens vele malen, door verschillende volken, veroverd, maar de perioden daartussen worden meestal gekenmerkt door het getal 11. Zo werd Jeruzalem in 637 door de Arabieren (Omar) veroverd en in 1077 door de Turken, dus 440 (40×11) jaar later. In 1187 (dus 10×11 jaar later) volgt dan de verovering van Jeruzalem door Saladin van Egypte. In 1244 (3×19 jaar later) valt Jeruzalem in handen van de Egyptische Mamelukken, die tot 1517 over Palestina heersten. Na 1517 kwam Jeruzalem onder bewind van de Osmaanse turken, en dat bleef zo totdat de Britse generaal Allenby zijn intrede deed en de stad zich aan hem overgaf (in 1917). Van 1518 tot 1917 is 399 jaar (21 cycli van 19 jaar). Na de eerste wereldoorlog werd Jeruzalem hoofdstad van het Britse mandaatgebied Palestina. Op 14 mei 1948 wordt de Staat Israël uitgeroepen, en nog diezelfde dag werd Israël door alle buurlanden aangevallen, met als resultaat dat de joodse wijk in de oude stad verloren ging aan Jordanië. Precies 19 jaar later, in de zesdaagse oorlog van 1967, herwint Israël de oude stadswijk en sindsdien behoort geheel Jeruzalem tot Israël. Als bijzonderheid kan nog vermeld worden dat vanaf 637, toen de stad door de Arabische Omar werd ingenomen, tot 1948, toen de stad (gedeeltelijk) in handen viel van Jordanië, een periode van 1311 jaar omvat, hetgeen overeenkomt met 69 cyclussen van 19 jaar. Pas na de 70ste cyclus van 19 jaar in 1967 kwam Jeruzalem weer geheel onder Israëlisch bewind. Dan is het niet zo vreemd dat de tijdsklok van God precies aansluit op een komend tiende ‘Jubeljaar’ gerekend vanaf die 7e juni ‘67 (7x7x360) uitkomende op 23 september 2015 waarop Israël heiligste dag gevierd wordt ‘de Yom Kippur’ (Lev.25:8-10). Ook zij nog vermeld dat toen de Tempel in het jaar 70 AD door de Romeinen onder leiding van Titus verwoest werd, 666 jaren daarna in het jaar 637 AD de belegering en inname van Jeruzalem door Omar ibn al Khattab plaatsvond. Het Islamitische Kalifaat was een rijk dat gesticht is na de teloorgang van het Byzantijnse rijk door de profeet Mohammed, de grondvester van de Islam, tussen 622 en 632, de opvolgers van Mohammed breidden het rijk daarna verder uit. De Rotskoepel-moskee in Jeruzalem is het schrijnende voorbeeld van een gruwel der verwoesting. Ieder die deze moskee wil binnengaan moet zijn schoenen uittrekken. Niet om de tapijten te sparen, maar om eerbied aan Allah te betonen.
Menige christelijke toerist zou deze daad van eerbetoon misschien wel met een slecht geweten volbrengen als hij wist wat er op de fries rondom de Rotskoepel in het Arabisch geschreven staat: ‘Er is geen God buiten Allah! Geprezen zij Allah, die geen zoon heeft verwekt, noch een helper in de hemel heeft, noch een beschermer uit zwakheid. Roem zij zijn grootheid…!’ (Koran 4:169) Moet deze inscriptie ons niet te denken geven? Is dat niet het afschuwelijke spreken van iemand die rebelleert tegen alles wat aan God behoort, en tegen de God van alle goden? (Dan.11:37; 2Thess.2:4). Maken deze verzen boven de rots Moria God niet tot een leugenaar? En geeft de apostel Johannes hier niet een onmiskenbaar klip en klaar antwoordt op de vraag… ’wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jezus de Messias is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent.’(1Joh.2:22).
In wat voor een bijzondere tijd leven we toch! Het negende ‘Jubeljaar’ waarbij Israël haar ondeelbare hoofdstad controleert loopt ook ten einde op 23 september 2015! Daarop breekt het tiende ‘Jubeljaar’ aan, dat dan ook op een volheid van tijd kan duiden! Immers het wachten is op het Messiaanse Vrede Rijk een rijk dat van boven af geregeerd zal worden, nl. het ‘Koninkrijk der Hemelen’, hetgeen gepaard zal gaan met Apocalyptische oordelen om de bezetter die van geen wijken weten wil te ontzetten. Het getal tien wekt eenzelfde associatie als het getal zeven, namelijk het begrip van totaliteit.
Het Midden-Oosten met Jeruzalem ‘t Zion in het midden daarvan zal worden als de hof van Eden (Jes. 51:3; 58:11;61:11). Het woord ‘hof’ is in het Hebreeuws ‘gan’, gimmel-noen, dus 3-50 en betekent gewoon ‘tuin’. ‘Eden’ wordt geschreven ajin-daleth-noen, dus 70-4-50, en is opgebouwd uit twee typische veelheidsgetallen. De 70 als veelheid van de mens, en 4 als het getal van de verste ontwikkeling, en als basis dient voor de 40 en de 400, en daardoor eveneens voor de 10 en de 100 en de 1000 (duizendjarig rijk). Verder loopt het woord Eden uit op de 50 van de komende wereld, van de komende achtste dag, de dag voorbij deze vervulde zevende dag, voorbij de 49, ‘Jubeljaar’! Denk daarbij ook aan de 10 plagen (Ex.9:14), en de confederatie van 10 naties die aanzetten tot een heilige oorlog opdat aan de naam Israël niet meer gedacht zal worden (Gen.15:18- 21; Ps.83), zo ook de 10 tenen en de 10 hoornen van het vierde beest uit Daniëls visioen (Dan. 2:44; 7:7,20,24) wat zich openbaart als het beest uit de zee en het beest uit de aarde (Opb.12:3; 13:1,11; 17:3,7,12), maar beiden machteloos gemaakt, door de adem zijns monds door zijn verschijning als Hij komt! Aan het eind van die laatste 3 jaarweken die nu nog op hun vervulling wachten, toen deze op de 67e jaarweek zo abrupt werden afgebroken (Hand.28:28), dus die laatste 7 jaar van deze 490 jaren zal ‘Babylon’ door Gods oordelen gevallen zijn, Satan gevangen, en Israël hersteld!

Nochtans, zien wij uit naar ons ‘Jubeljaar’, het is de dag van de ‘inlossing’ van ons verworven bezit, tot lof Zijner heerlijkheid (Efz.1:14). Tenslotte spreekt Job opnieuw in zijn uiterste nood tot zijn mede broedersmet de woorden, ‘hoe lang zullen julliemij met woorden verbrijzelen? Reeds tien maal hebben jullie mij beledigd; jullie schaamt je niet mij te kwellen,… om dan vervolgens te proclameren, ‘Ik weet, dat mijn Ver(Losser) leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden,… en zal ik uit mijn vlees God aanschouwen (Job19:3,25-26). Zo is het met Israël gegaan uit het stof van de vernietigingskampen, teruggebracht in het land (Mijn Land), om straks met ‘Geest vervuld’ een zegen te zijn voor al de volken der aarde, beginnende in Jeruzalem. Het zijn de 42 jaren die vanaf 6 oktober 1973 hun volheid bereiken in het ‘Year of Jubilee proclaimed’, waarin zon en maan eclipsen gesteld zijn als vaste tijden die aanwijzingen zijn voor de komende eind vervulling van de ‘Feesten des Heren’! (Gen.1:14;12:3; Joel 2:28-32; Zach. 12:10; Num. 33:1-49; Matth.1:17; Opb.6:1-19:21). Daarbij genomen naderen we het Joodse kalenderjaar 5800, waarin de naam Noach verscholen zit, geschreven als ‘noen-cheth’ de 50 en de 8 dus 58, deze naam houdt verband met ‘vertroosting’, dus niet de ondergang die ons wacht, maar het komen van een nieuwe ‘eeuw’ (aioon) na de verdwijning van het boze!

Shalom,
Gerard J.C. Plas

Naschrift:

Bij het schrijven van bovenstaand artikel gingen mijn gedachten terug naar het oktober nummer van 2009, waarvan het thema was:
‘Proclameer het Jubeljaar door ‘t gehele land -De Koning komt-’, hierbij vooruitlopend op het jaar 2010 waarin de Stichting ‘Vrienden van Israel’ een Jubileum viert, … ‘t 50e vanaf haar oprichting in 1960.
Daarbij heb ik geprobeerd om met de te plaatsen artikelen -waarvan we met dit 4e nr., 2010 alweer afsluiten- zo objectief mogelijk te zijn voor wat betreft de onderwerpen die aan de horizon verschenen zoals, ‘-de bestemming der eeuwen aangekondigd! De vier apocalyptische dieren uit de 20e en 21e eeuw’, … ‘ditgeslacht van … this generation’, … ‘het samenkomen van, … doch dat alles is het begin der weeën’, … ‘het Jubeljaar, de Tempel in het centrum van de tijd, het allerheiligst, voleinding en de volheid van tijd-.’ Vandaar ook dat ik het niet geschreven heb vanuit een bepaalde christelijke dogmatiek maar ging het mij erom ons te verplaatsen in een stuk ‘heilsgeschiedenis van Israel in de 20e eeuw’, waarvan de profeten al eeuwen geleden gesproken hadden, -die Geest der profetie waarvan Jezus Christus getuigde!- Het is deze verheerlijkte en verhoogde Messias Jezus, die toen reeds dat vaste fundament heeft gelegd, om buiten de legerplaats op de Olijfberg aan een kruis te sterven, maar uit dat graf en dood is opgestaan en boven alles verheven is, na 2000 jaar zich te ontfermen over het aards Jeruzalem, van waar de shalom zal uitgaan, vooruitlopend op het hemels Jeruzalem dat zal nederdalen op de nieuwe aarde. Hij die met eer en heerlijkheid gekroond, is deze uiterste hoeksteen, waarop het gehele gebouw is samengevoegd om deze toekomstige zegeningen manifest te doen worden. Wij, die nu reeds verborgen zijn met Hem in God de Vader, zien uit naar de verschijning met Hem in heerlijkheid (Kol.3:4). Deze verlossende kracht die dat alles uitwerkt berust in de gave van Zijn kostbaar bloed, aanvaard door God de Vader als een volkomen losprijs voor de zonden der gehele wereld, (Efz.1:7;2:13).

Gerard J.C. Plas

 

Het samenkomen van.. doch dat alles is het begin der weeën! – editorial

 Artikelen  Comments Off on Het samenkomen van.. doch dat alles is het begin der weeën! – editorial
Apr 052010
 

50e jaargang – april 2010 – Artikel 1

We leven in een tijd die veelal gelijkt op het gebeuren in Jeruzalem toen Jezus de Tempel uitging en vertrok naar de Olijfberg (Matth.24:1-51). De Olijfberg speelde een belangrijke rol in het leven van Jezus. Het was de ‘berg’ vanwaar Hij werd opgenomen naar de hemel en het zal bovendien de plaats zijn waar Zijn voeten zullen staan te dage van de krijg (Zach.14:1-7). Ook was het de berg waar Hij de nachten doorbracht met zijn Hemelse Vader (Luk.21:37), en de plaats waar Hij gekruisigd werd en opstond uit de doden! Discipelen uit allerlei ‘godsdiensten en sekten’ geloven hedendaags dat hun leider zich spoedig zal openbaren als ‘een verlosser’ in deze zo verstaanbare huidige wereldcrisis! Als Jezus naar de tekst uit Matth.24:3 op de Olijfberg gezeten was, kwam daar de vraag van zijn discipelen tot Hem: ‘wat is het teken van uw komst en van de voleinding der eeuw?’ (gr.sunteleias tou aioonos). In het verlengde hiervan komt na ongeveer 40 dagen dezelfde vraag weer terug: ‘Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël’ (Hand.1:6).

Olijfbarg

Olijfberg

Dit gebeuren speelde zich beide keren af op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt, met een actie radius die Judea en Samaria omsluit, ja, tot de uiterste grens van het land en tenslotte daar voorbij, maar vanuit Jeruzalem, daar waar de Tempel en het heiligdom stonden in het centrum van de tijd. Bovendien is het treffend dat dit geografische gebied in deze tijd -na 2000 jaar- door de geopolitieke wereld als omstreden wordt beschouwd. Maar het feit dat de Here zegt dat Hij zijn ogen zal openhouden over het huis van Juda is hierbij verhelderend en spectaculair in deze tijd, daar Zijn voeten te dien dagen op de Olijfberg zullen staan om het gehele gebied van vijandelijke legers te ontzetten! We zien dus in het toekomstige gebeuren dat de locaties als Judea en Samaria, de Olijfberg met Jeruzalem en Zijn aanwezigheid in het land (gr.parousia) onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn in de voleinding der eeuw (Zach.12:4;Hand.1:8).
Het gaat dus om de vraag? ‘Wat is het teken van uw komst en van de voleinding der eeuw’ en in het verlengde daarvan, ‘Here, herstelt Gij in deze tijd het koningschap voor Israël’? Het is deze vraag die ook vandaag zeer velen bezig houdt omdat de omstandigheden in het land Eretz-Israël zoveel gelijken op die -van 2000 jaar geleden- met veelal dezelfde condities, maar die nu evenzeer de geopolitieke wereld aangaat! ‘Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht? De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Here en tegen zijn Gezalfde’, -was hun eenparig gebed- (Hand.4:24-31). Hun ambassades hebben zij nu weggehaald uit Jeruzalem om aan te geven dat zij niet kunnen leven met de belofte dat Hij Jezus daar zal zitten op de troon van zijn vader David en koning zal zijn over het huis van Jakob (Luc.1:32,33). Het Griekse woord voor voleinding ‘sunteleia’ in Matth.24:3 heeft hier de betekenis van, ‘het samenkomen van een knooppunt van sporen’ als bij een spoorwegennet, wat dan ook uitloopt naar het ‘eindpunt van het traject’, het hiervoor gebruikte Griekse woord ‘telos’ heeft dan de betekenis van het ‘tot het einddoel komen’ (Matth.24:6). Eén der voornaamste redenen om aan te nemen dat we ons ook inderdaad op één van de vele sporen van het spoorwegennet bevinden is het feit dat de gehele stad Jeruzalem vanaf 7 juni 1967 weer in Joods/Israëlische handen is. Het Babylonische – ‘t Medo-Perzische – ‘t Griekse – ‘t Romeinse – en het Ottomaans-Turkse Rijk hebben tot aan 1917 over de stad Jeruzalem geheerst.
De tussenliggende 50 jaren tot aan 1967 geven een ‘diplomatieke strijd’ te zien tussen de radicale Islam en het Westen, om met behulp van de United Nations de stad te internationaliseren, ofschoon uiteindelijk ook de Britten in 1948 en de Jordaniërs in 1967 het strijdtoneel moesten verlaten, en hiermee werd de profetie uit Luk.21:24 bewaarheid dat Jeruzalem door de heidenen vertapt zal worden, totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn! Heeft ook hier niet alles zijn uur en onder de hemel zijn tijd? Ook kunnen we zeggen dat vanaf 1967 zich andere profetieën aan het vervullen zijn, met name in Judea en Samaria het ‘Bijbelse hartland’ waar de bergen van Israël zich bevinden, deze zijn het speerpunt geworden van die volken die zeggen: ‘we zullen het ten erfdeel nemen en het volkomen uitplunderen, maar Ik zweer, zegt de Here zij zullen zelf hun smaad dragen’ (Ezech.36:4-7). Als premier Benjamin Netanyahu nog zeer recent voor een gehoor van Europese leiders en de wereld uitspreekt dat de profetie uit Ezechiël 37 zich vervuld heeft in onze tijd, -en nog slechts op de ‘inblazing’ van de Geest wacht-, Joel Rosenberg het niet ondenkbaar acht dat de profetieën uit Ezechiël 38 en 39 v.w.b. de ‘Oorlog van Gog en Magog’, de ‘anti-Israël alliantie’ geleid door Rusland en Iran zich mogelijk nog in onze tijd gaat vervullen? In al deze profetieën zien we a.h.w. een ‘samenkomen van’ om Israël te verdelgen, een vooruit weten van de
tegenstander! Vanaf 1967 bevinden we ons in een ‘overgangsperiode’ waar de volken getest worden op hun houding t.o.v. de staat Israël met haar hoofdstad Jeruzalem, en waarin de contouren worden afgemeten voor het ‘finale patroon’, waar profetieën manifest gaan worden! Het is hierbij van belang om in te zien dat de tekenen in Openbaring 6:1-17 en Matth.24:4-30 identiek aan elkaar zijn!
We zien hier dat de 6 zegelen uit de ‘Apocalyps’ exact corresponderen met de laatste profetische rede van Jezus.

    Mattheus 24

    Profetieën en Zegels

    Openbaringen 6

Verzen 4,5 Valse Christussen Verzen 1,2
Verzen 6,7 Oorlogen Verzen 3,4
Vers 7 Hongersnoden Verzen 5,6
Vers 7 Pestilentiën Verzen 7,8
Doch dat alles is het begin der weeën
Verzen 9-28 Martelaren Verzen 9-11
Verzen 29-30 Tekenen in hemelen Verzen 12-17
De komst des Heren

Als de ‘tijden der heidenen’ vervuld zijn ligt het voor de hand dat de ‘Dag des Heren’ intreed, beginnende met de eerste van de drie nog openstaande jaarweken die -bij de 67e jaarweek in Hand.28:26- 28 zo abrupt werden afgebroken-, en het begin der weeën aankondigen (Matth.24:8). Dus met andere woorden kunnen we zeggen dat vanaf 1967 met Jeruzalem als middelpunt der aarde en het brandpunt der heilsgeschiedenis, er een samenkomen van ‘profetische sporen’ plaatsvinden als ‘grootheden’ die zich ontwikkelen in de geopolitieke wereld zoals:

  1. Daar is uit het verre Noorden het land van Gog de grootvorst van Rosh, Mesek, en Tubal, vertaald in Rusland met haar satellieten als Iran, Ethiopië, Libië, Soedan, Turkije, zie boven: (Ezech.38 en 39).
  2. Het ontwaken van de economische reus China met haar satellieten in Zuidoost Azië (Opb.9:15;16:12).
  3. De V.S. en de Europese Unie van 27 staten met Rome als haar ‘geestelijk machtscentrum’ (Dan. 2 en 7).
  4. Babel/Babylon dat straks in Irak het Economische machtscentrum van het Midden Oosten zal worden (Opb.18).
  5. Een bewustwording onder de Israëli’s aangaande de onvoorwaardelijke landbelofte met haar ondeelbare hoofdstad Jeruzalem, met Judea en Samaria, enwaar omheen ‘messiaans plaatselijke gemeentes’ zich her en der verspreidendoor het land (Hand.1:8;8:1).
  6. De afval die nu plaatsvindt in het zgn. kerkistische christendom waar de apostel Paulus zo voor waarschuwde in zijn pastorale brieven (1Tim.4:1-3;2Tim3:1-6). De apostel Paulus vertelt ons daar dat in latere tijden sommige zullen afvallen van het geloof, doordat zij dwaalgeesten en leringen van boze geesten volgen. Geest(en) en engelachtige(n) zijn toonaangevend aanwezig in de het boek Openbaring, het zijn onreine geesten van demonen die tekenen doen en uitgaan naar de koningen der gehele wereld om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God (Opb.16:13,14). Deze passage wordt onmiddellijk gevolgd door de waarschuwing, ‘Zie, Ik kom als een dief. Gezegend hij die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde’ (Opb.16:15; Matth.24:43-44).

Gelijkenissen, profetie, en typen zeggen ons dat het zal zijn ‘als in de dagen van Noach’, toen de aarde verdorven (corrupt) was om haar te verdelgen (destroy) waar het Hebreeuwse woord hier ‘shachath’ is. ‘De enige remedie was om haar te vernietigen (de facto) daar zij reeds vernietigd was (de jure)’. Zo zien we dat bij het bazuinen van de zevende engel, ‘het wiel een gehele omwenteling heeft gemaakt’, zo ‘als het was als in de dagen van Noach’, en we lezen in de ‘Apocalyps’ dat de tijd gekomen is om te ‘verderven wie de aarde (corrupt) verderven’ (Opb.11:18).
Het zijn deze factoren die zich nu manifesteren vanaf het moment dat de Israëli’s in 1967 hun ondeelbare hoofdstad Jeruzalem heroverde op Edom! Een ander opzienbarend feit is dat vanaf die tijd een omwenteling plaatsvond van normen en waarden in scholen en op universiteiten, in het gezin en op het gebied van de seksualiteit, waarbij het gebruik van drugs en alcohol als legitiem
worden beschouwd. Het zijn a.h.w. de barensweeën die verband houden met het naderbij komen van de profetie uit Daniël 9 dat zeventig weken bepaald zijn over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven (Dan.9:24). Het is een ‘samenkomen’ in zijn totaliteit van de twee zaden, het zaad van de slang en dat van de vrouw uit Gen.3:15, en wat zich a.h.w. door de gehele samenleving uitgekristalliseerd heeft. Daarom is er ook geen uitstel meer te verwachten, want als de tijd(en) vol zijn werkt het als communicerende vaten, d.w.z. als de maat vol is moet alles te voorschijn komen, in de eerste plaats Jezus Christus zelf, die de hoeksteen is!
Dus als daar het samenkomen (gr.sunteleia) van al deze ‘grootheden’ manifest gaat worden, die een bedreiging zijn voor Jeruzalem met haar Tempel in het centrum van de tijd, dan zegt Jezus: ‘Ziet toe, weest niet verontrust; want dat moet geschieden, maar het einde is het nog niet’ (Matth.24:6). Want daar zal eerst nog een verzegeling plaatsvinden van 144.000 verzegelden uit de 12 stammen Israëls, een adempauze, voordat de oordelen voortgezet worden, die gevolgd wordt door een grote schare die uit de grote verdrukking komt (Opb.7:14); maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden. En dit evangelie van het Koninkrijk zal in de gehele wereld verkondigd worden tot een getuigenis voor alle volken, en dan zal het einde gekomen zijn (Matth.24:14). Het zal zijn als in de dagen van Johannes de Doper en van Jezus Messias, die opriepen tot bekering, daar het Koninkrijk der Hemelen, het Messiaanse Vrede Rijk nabij was (Matth.4:17). Pas later in de hoofdstukken 8 t/m 19 van Openbaring spreekt de ‘Geest’ over de zeven bazuinen en de zeven schalen waarin de toorn Gods dan ook ten volle openbaar zal worden in de 69e en 70e jaarweek, waarbij in die 70e jaarweek in de geest van Elia geprofeteerd zal worden aangaande het (gr.telos) einde (Opb.11:3- 4). Daarmee is dan ook gezegd dat de komst van de Messias Jezus manifest is geworden. Het is deze ‘parousia’, dus zijn aanwezigheid in het land Israëls.

Bloedmaan

Bloedmaan

Het was deze ultieme vraag van Zijn discipelen ‘wat is het teken van uw komst en van de voleinding der eeuw’ (gr.sunteleia tou aioonos). Het zijn deze OT- profetische tekenen die zich eerst moeten manifesteren! Eén van die tekenen is dat Ik wonderen zal geven in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte Dag des Heren komt (Joel2:30-31;Matth.24:29;Hand2:16-21). De ‘Islamitische Eschatologie’ verwacht de ‘mahdi’ als te voorschijn komend op het witte paard, en Mahmoud Ahmadinejad de president van Iran ziet zichzelf als de boodschapper van Allah om de komst van de ‘mahdi’ te verhaasten, door Israël van de kaart te vegen! ‘Apocalyptische tijden’? Is daar dan soms sprake van een -Islamitische Antichrist- ‘in the days that lies ahaed’ (Opb.6:2). Het feit dat zich in 2014 en 2015 een aantal eclipsen voordoen op ‘Passover’ en ‘Sukkot’ aan zon en maan, bewijst nogmaals dat de Schriftplaatsen in Gen.1:14-16 en Ps.104:19 waar zijn, die ons zeggen dat zon en maan gesteld zijn tot TEKENEN en tot GEZETTE TIJDEN, en tot DAGEN en JAREN op Mijn gezette hoogtijden, de Feesten van Israël. Een solareclips heeft veelal betrekking op de volken, en een lunareclips op Israël. Het geeft in feite een alarmfase aan, die feitelijk voor Israël al begonnen is op de 7e juni 1967! Ook het samenkomen in één lijn van zon en maan geeft te denken (Gen.37:9;Opb.12:1-5). Tenslotte, daar ligt een ‘Jubeljaar’ in het verschiet als de 7×7 jaarweken ook in die zin vanaf die 7e juni 1967 naar hun einde lopen, waar dan precies zoals naar Lev.25:8-10 in de zevende maand op de tiende van deze maand, op de ‘Yom Kippur’, de Grote Verzoendag het bazuingeschal zal rondgaan door het land. Gij zult na die 49 jaren het 50e jaar heiligen en vrijheid afkondigen op Yom Kippur! De ‘Grote Hogepriester Jezus’ is met zijn eigen bloed, eens en voor altijd het ‘Hemelse Heiligdom’ binnengegaan! Daarom is Hij, de Leeuw uit de stam van Juda alleen waardig om de verzegelde boekrol met haar zeven zegels te openen in het ‘Hemelse Heiligdom’ (Opb.5:1-14). Misschien staat de Derde Tempel er omstreeks die tijd! Voor Israël van het nog -niet zeker weten- een ‘must’! In het Midden-Oosten is de tijdsfactor a.h.w. ‘als één dag is als duizend jaar en duizend jaar als één dag’, als levende in de zevende dag. De ‘Apocalyps’ van Jezus Christus, Zijn komst ‘parousia’ welke God Hem gegeven heeft om zijn diens knechten te tonen moet weldra en in haast geschieden (Opb.1:1). Het spoorwegennet als het samenkomen van de sporen raakt a.h.w. verstopt als de wissels niet op tijd worden omgezet, het eindpunt is bekend, ‘het koningschap voor Israël herstelt’. Zo zal Israël een uitverkoren geslacht worden, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk (Gode) ten eigendom (Ex.19:6;1Petr.2:9). En in U zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden (Gen.12:3).
Shalom!
Gerard J.C. Plas

http://elshaddaiministries.us/
www.bereanonline.com

www.askelm.com
zie: (Secrets of Golgotha/books)
www.joelrosenberg.com
http://levendwater.org

Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial

 Artikelen  Comments Off on Proclameer het jubeljaar door ‘t gehele land – ‘de Koning komt’ – editorial
Oct 112009
 

49e  jaargang – oktober 2009 – Artikel 1

Vooruitlopend, als we in 2010 een ‘Jubeljaar’ vieren het 50e jaar vanaf het ontstaan van de ‘Vrienden van Israël’ in 1960, ligt het voor de hand om hier enige aandacht aan te geven. Het woord ‘Jubeljaar’ komen we tegen in Leviticus 25:1-55. Een groot gedeelte van dit hoofdstuk is gewijd aan wetten die in elk 50e jaar in het land Israël operationeel werden: ‘Wanneer gij (de kinderen van Israël) zult gekomen zijn in dat land, dat Ik (de Here) u geve…’ (Lev.25:2). Dus in ’t bijzonder voor hun bestemd! Net zoals het Pascha en Grote Verzoendag, draagt het ‘Jubeljaar’ een veruitstrekkend teken in zich voor al degenen die zijn vrijgekocht hetzij behorend tot ‘Israëls Koninkrijk’ of de ‘Gemeente die Zijn Lichaam’ is. In Ps.89:16 horen we over de ‘vreugde van het geklank der bazuin’. Het was niet zomaar een geklank, maar één met een bijzonder blij geluid. ‘Welzalig is het volk dat het geklank
kent’, het bazuingeschal van het ‘Jubeljaar’. Aan het eind van die (7×7) 49 jaren werden de beperkte vrijheiden opgeheven en het verspeelde eigendom teruggeven, zodat iedere man weer in vrijheid naar familie en bezit kon terugkeren. Dit gebeuren is een type van wat we tegenkomen in het Nieuwe Testament. In Hand.3:19-21 als Petrus spreekt over de terugkomst van Jezus Christus, dan zegt hij: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden van de wederoprichting aller dingen’.

Het is belangrijk om in te zien dat hetgeen door Petrus hier gezegd wordt verwijst naar het ‘Jubeljaar’, -het herstel van vrijheid en bezit- aangaande ‘t land, de stad en volk van Israël’, bij het wederkomen van hun Messias. Bovendien vinden we hetzelfde thema terug in Gal.5:1 waar Paulus zegt: ‘Staat dan in de vrijheid, met welke ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen’. De terugkerende woorden in Lev.25:28,31,33,54 ‘en zij zullen in het ‘Jubeljaar’ uitgaan’, vond telkens plaats in het 50e jaar. Het Hebreeuwse woord is ‘yobel’ afgeleid van ‘yabal’, met de betekenis die we vinden in Jes.55:12 ‘Want in blijdschap zult gijlieden uittrekken, en met vrede voort geleid worden’. Dit woord komen we het eerst tegen in Ex.19:13 waar het vertaald is met ‘hoorn’, en vervolgens in Joz.6:4,5,6,8,13 met ‘ramshoorn’. Ook is daar een verband tussen het‘Jubeljaar’ en het ‘jaar van het welbehagen des Heren’, en ‘het jaar van Mijn verlossing (verlosten) is gekomen’, (Jes.61:1,2;63:4). In Lev.23 spreekt de Here over de Feesten van Israël als, ‘deze zijn Mijn gezette hoogtijden’. We onderscheiden daar ‘het Pascha, feest der Ongezuurde broden, feest der Eerstelingen, feest der Weken, feest der Bazuinen, Grote Verzoendag, en het Loofhuttenfeest’, dus 7 in totaal. Dit ‘zevenvoudige’ karakter der feesten heeft betrekking op het ‘voornemen der eeuwen’ (aionen), zoals Petrus verwoord, dat ‘één dag bij de Here is als dag’, (2 Petr.3:8). Zij vullen a.h.w. de ruimte op tussen de schepping (herschepping) en het ‘Duizendjarigrijk’. Op de zesduizend jaren heilsgeschiedenis zal een 7e duizend jaar volgen nl., ‘de Dag des Heren’ van tenminste 1000 jaar, (Openb.20:1-6). Paulus verhaalt in de Hebreeënbrief dat Israëls Shalom zal intreden met de komst van de Messias. Dat na een werkweek van 6 dagen van 1000 jaar die 7e dag zal aanbreken, (Hebr.4:1-11).

De Joodse kalender nadert het jaar 5800 waarin de naam ‘Noach’ verscholen zit, geschreven als ‘noen’-‘cheth’ de 50 en de 8 dus 58, nl. de ‘vertroosting’ van het komen van een ‘nieuwe eeuw’ (aioon).
In het boek Leviticus en Daniël is een ‘zeventalligstelsel’ van het grondgetal 7 te vinden!

  • 1/zeven dagen Lev.23:3;
  • 2/zeven weken 23:15;
  • 3/zeven maanden 23:24;
  • 4/ zeven jaren 25:4;
  • 5/zevenmaal zeven jaren 25:8-13;
  • 6/zeventig maal zeven jaar Dan.9:24;
  • 7/zevenmaal (voudig) tuchtiging Lev. 26:28.
Shlomo Goren

Shlomo Goren

Als het gaat om deze ‘jaren’, hierbij een paar opmerkingen die helemaal passen in de lijn van de voortgaande ‘profetie aangaande Israël en de volken’. We hebben gezien dat de ‘zevenvoudige strafmaat v.w.b. Israëls zonden in 1967 ten einde liep, het was het jaar waarin de hereniging van Oost en West Jeruzalem op 7 juni plaatsvond, (Ezech.4:1- 8;Lev.26:28; zie: nr.3-09). Het was Opperrabbijn Shlomo Goren van het leger die op 7 juni 1967 met Thorarollen te midden van juichende soldaten op de ‘sjofar’ -een van een ramshoorn gemaakte trompet- blies terwijl ze voor de ‘Klaagmuur’ stonden, en lopend naar het Tempelplein de volgende woorden sprak: ‘Nu is het tijd om 100 kilo explosieven in de Rotskoepel te gooien’, en deze eens en voorgoed van de aardbodem te verdelgen, ofschoon de ‘volheid van tijd’ daarvoor toen nog niet gekomen was!

Bovendien is die 7e juni 1967 achteraf gezien uitermate belangrijke geweest omdat vanaf die dag v.w.b. de jaarweken uit Daniël 9 (7x7x360=17.640 dagen) er a.h.w. een herhaling plaatsvindt als in de dagen van Ezra en Nehemia. Het opzienbarende is dat op die dag 23 september 2015 er een ‘Grote Verzoendag’ aanbreekt in het 50e jaar, dus een ‘Jubeljaar’. Daarbij is het nog zo dat het ‘bazuingeschal’ op die tiende dag van die zevende maand Tishri, dus op Yom Kippur de ‘laatste’ was in Israëls feestmaand, (Dan.9:24-26;Lev.25:8-10; zie: nr.1-09). Daar is nog iets bijzonders aangaande die ‘Grote Verzoendag’ in 2015 en die van 1973 toen de ‘Yom Kippur’ oorlog uitbrak, want daar liggen nl. 6×7 jaar dus 42 jaar tussen het jaar 2015 en 1973, ofwel de 42 pleisterplaatsen die Israël passeerde voordat het ‘beloofde land’, werd ingenomen door Jozua, (Num.33:1-49).
Het was heel typerend om aan de vooravond van Rosh Hasjana op 29 september 2008, dus nog 7 jaar verwijderd van het jaar 2015.., in de dagelijkse berichtgeving over ‘Wall Street’ te horen van een negatieve index van maar liefst -777.68 punten! Een ‘goddelijke’ aanwijzing(?) op de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die bij de 67e jaarweek aan het eind van Hand.28:25-28 zo abrupt ophield! Immers het ging in de Handelingentijd uitdrukkelijk om de ‘hoop van Israël’, Hand.26:6-7;28:20; zie: nr.4-08). Zo lijkt het er vandaag veel op dat waar Hand.28:25-28 abrupt eindigt, we na 2000 jaar met Israël terug in het land, Jeruzalem als onverdeelde hoofdstad, en ‘Messiaanse gemeenten’ her en der verspreid in het land, we hier de draad opnieuw kunnen oppakken. We horen vandaag voortdurend spreken over Judea en Samaria (de Westbank) en over Oost en West Jeruzalem, die volgens de ‘internationale gemeenschap’ zoveel mogelijk ‘Judenrein’ moet worden.

Toch blijft daar de ‘belofte’ overeind uit Hand.1:11 dat deze Jezus op dezelfde wijze zal wederkomen op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt. Daar zijn vele tekenen die erop wijzen dat vanaf de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 AD en de terugkeer van de ‘Israëli Paratroop Brigades’ op de Tempelberg in 1967, waar dan ook nog eens 1897 jaar tussen liggen dit verwachtingspatroon onder de ‘religieuzen-christen Zionisten’ sterk is toegenomen! Dit geslacht zal geenszins voorbij gaan, voordat dit alles is geschied. Is een geslacht dan 40, 50, 70, 100, 120 jaar. De tijdsduur van een‘Jubeljaar’ naar ‘Jubeljaar’ omvat 50 jaren. Het opmerkelijke is nu dat vanaf Israëls terugkeer naar het land deze vijf ‘volheden van tijd’ terug te vinden zijn in een aantal gebeurtenissen die voor Israël in de 20e eeuw van historisch belang waren zoals: het eerste Zionisten congres in Wenen in 1897, de Balfour declaration van 1917, het VN besluit in 1947, en de oprichting van de Staat Israël in 1948, de Zesdaagse oorlog van 1967, (zie: nr.3-08). Mozes was 120 jaar toen hij stierf, en Noach predikte 120 jaar voordat de zondvloed kwam. Het zijn de getallen 50 en 70 die hier opvallen!

Het bazuingeschal dat het ‘Jubeljaar’ aankondigt ‘Proclaim liberty throughout the land’, zal niet komen van de zijde van de V.N., Rusland, Europa, en de V.S. De ‘Feesten van Israël’, als ‘Mijn gezette hoogtijden’ zijn doorslaggevend, (Lev.23:2). In Gen.1:14 lezen we, ‘dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen dag en nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren’. Het hebreeuwse woord is hier <moed> dat gebruikt wordt in beide teksten met de betekenis van ‘vaste tijden’, dus niet als ‘jaargetijden’, maar dat hier de zon en maan aanwijzingen zijn v.w.b. de ‘Feesten des Heren’! Het was Petrus die na (7×7=49) op de 50e dag op het ‘wekenfeest’ uitriep: ‘maar dit is het’ waarvan door de profeet Joël gesproken is, (Hand.2:16). Het gehele boek Joël heeft betrekking op Israël en de volken en het ziet uit op de ‘Dag des Heren’. Hier vinden we het ‘Jubeljaar’ terug: ‘Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbodsdag uit’, als zijn de een ‘Grote Verzoendag’, (Joël 2:15). Hier wordt gesproken over ‘de zon die veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt’, (Joël 2:31; Hand. 2:20). Het ‘wekenfeest’ (Shavu’ot) en het ‘Jubeljaar’ hebben het getal 50 gemeenschappelijk voor dagen en jaren, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’(Ezech.4:4-6). Als voor Israël in 1967 de strafmaat eindigt; en de Here ‘proclameert’: ‘Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, meehielpen ten kwade’, en ‘de bepaalde tijd gekomen is’ (Zach.1:15-17;Ps.102:14), dan zullen de tekenen (6 eclipsen) aan ‘Zon en Maan’ die plaats zullen vinden op ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14e Nissan ‘het pascha’,en eindigend in 2015 op de 15e Tishri ‘het Loofhuttenfeest’, geen toevalligheden zijn! In de Handelingentijd waren de apostelen ervan overtuigd dat een spoedige terugkomst van Jezus Christus nog in hun generatie zou plaatsvinden, (1 Petr. 4:7; Jak. 5:7-9; Hebr.10:37; 1Joh.2:18; 1Cor. 1:7;7:29, 10:11,16:22; Rom 13:12, 16:20; 1Thess. 4:13-18). Het was een uitzien naar de ‘openbaarwording’ (apocalyps) en ‘komst’ (parousia) van Jezus Christus!

Meer dan ooit is er vandaag in Israël een uitzien naar die ‘Masjiach’ te midden van de ‘wederoprichting alle dingen’. Dit ‘heilsteken’ past helemaal bij het ‘Jubeljaar’. Het geklank van de bazuin ‘proclameert de vrijheid van iets groots’. Kennen de volken dit ‘bazuin geklank’ al? De ‘geopolitieke wereld’ heeft Israël als ‘bezet gebied’ verklaard, en als zodanig ook ‘bezet’! Het geklank betekent nu in diepste zin ook,…‘om uit te roepen een jaar van het welbehagen des Heren en een dag der wrake van onze God’. Dit past helemaal in het ‘Yom Kippur’ verhaal uit Openb.5 waar een boekrol, die weliswaar verzegeld met zeven zegelen al ‘jubelend’ door de ‘Losser’ verbroken zal worden, om het ‘erfdeel’ berustend buiten de macht van alle schepselen weer eigendom te maken van de oorspronkelijke Eigenaar, (Jes.61:2; Openb.5:4; Jer.32:14,15)! Alsnog zal de ‘bezetter’ van geen wijken
willen weten. Doch als het tijdstip aanbreekt en de 7e engel op de 7e bazuin  gebazuind heeft, ‘is het Koningschap over deze wereld gekomen aan onze Here en Zijn Gezalfde die als Koning zal heersen tot in alle eeuwigheden’, (Openb.11:15-19).
Deze ‘ontzegeling van de Boekrol’ omvat de 7 zegelen, de 7 bazuinen, en de 7 schalen! Overeenkomend met de nog 3 openstaande jaarweken van 7 jaar, die onverwachts werden afgebroken op een totaal van de 70 weken, die een aanvang namen nadat de muren van Jeruzalem hersteld, de Tempel herbouwd en ingewijd was, in een tijdsbestek van (7x7x360=17.640 dagen, (Ezra 4:1- 6:22; Neh.12:27-13:31; Dan.9:24-26; Hand.28:25-28; zie: nr.4-08). Tenslotte, wie kan zich voorbereiden tot de strijdt als de ‘bazuin een onzeker geklank’ laat horen, (Efz.5:14-16;6:13)

Parousia

Parousia

Gedurende een ‘tussentijd’ van bijna 2000 jaar stond ‘Gods profetische klok’ stil, doch zal weer gaan lopen bij de aanvang der laatste 3 jaarweken, de ‘Apocalyps’, ofwel het tevoorschijn komen van Jezus Christus, waarbij Israëls hoop vervuld zal worden, (Openb.6:1-19:21). Voordat Zijn openbaarwording (apocalyps) een feit zal zijn, zal Hij eerst daar verschijnen in heerlijkheid (ephifaneia) om vervolgens aanwezig te zijn (parousia) te midden van Zijn erfdeel Israël! Nochtans, zien wij uit naar ons ‘jubeljaar’ , de dag van de ‘inlossing’ van ons verworven bezit, tot lof Zijner heerlijkheid, (Efz.1:14). Het 50e jaar, een jaar om te vieren!
Shalom,
Gerard J.C. Plas

‘Een verandering van binnen uit’! – editorial

 Artikelen  Comments Off on ‘Een verandering van binnen uit’! – editorial
Jul 032009
 

49e jaargang – juli 2009 – artikel 1

Op 4 april 2009 vond er in de Staat Californie de 2e ‘Epicenter Conference’ plaats in het stadion de Cox Arena van de San Diego State University, die gevuld was met 9.000 aanwezigen. De conferentie die in meer dan 40 landen op on-line te volgen was, en uitgezonden werd door 50 radio stations in de V.S., waarbij nog eens 60 kerken een ‘live’ beeldverslag lieten zien, had als thema ‘Inside the Revolution’, daar het nu 30 jaar geleden is dat in het ‘Epicenter’ van het Midden-Oosten de grondslagen zijn gelegd voor de ‘veranderingen’ die binnen afzienbare tijd staan te gebeuren. De conferentie werd geleid door Joel C. Rosenberg de oprichter van ‘The Joshua Fund’ en de auteur van het boek ‘Epicenter’, waarin hij beschrijft waarom ‘de actuele gebeurtenissen in het Midden Oosten onze toekomst zullen veranderen’! Enkele gastsprekers waren Lt. General (ret.) Jerry Boykin die de nadruk legde op de nog steeds bestaande ernstige bedreigingen voor de U.S.A., haar bondgenoten en voor Israël van de zijde van radicale moslims. Daar was pastor Chuck Smith, de grondlegger van de ‘Calvary Chapel’ van 1.200 kerken verspreidt over de wereld. Hij sprak over Gods eeuwige liefde voor Israël en voor het Joodse volk in het licht van de profetieën uit Ezechiël 36 en 37 betreffende de wedergeboorte van de Staat Israël in de laatste dagen en Gods bescherming voor Israël over een komend kwaad van de zijde van een Russisch-Iranese-Islamitische alliantie (Ezech.38-39). Een krachtig getuigenis was te horenvan Mr. Tass Saada die als een radicaal Moslim en als PLO sluipschutter van Yasser Arafat, maar nu geheel ‘veranderd’ als dienstknecht van Jezus Christus ‘de blijde boodschap’ brengt aan het Palestijnse volk.

Het is dit jaar precies 30 jaar geleden dat na de verdrijving van de ‘Shah’ uit Perzie, Ayatollah Khomeini, Iran uitriep als werelds eerste ‘Islamitische Republiek’, d.w.z. het eerste land in de historie dat geleid wordt door de ‘Sharia wet’ de wetten van de Koran. Joel C. Rosenberg beschrijft in zijn nieuwste boek ‘Inside the Revolution’, dat de regering Carter in 1979 zich volkomen verkeek op de explosie van deze Islamitische revolutie in Iran. Rosenberg beargumenteerd in zijn boek dat daar nu drie bewegingen zijn die klaar staan  om de wereld eens en voor altijd te veranderen, ‘for good or for evil’: a. the radicals, b. the reformers, c. the revivalists,… maar, uiteindelijk het toch God zelf is die zijn plan volvoert met het huidige Iran,…Elam (Jer.49:34-39).

Nu 30 jaar later stelt Rosenberg de vraag? Begrijpt de regering Obama in Washington wel wie de leiders van Iran vandaag zijn. Begrijpen zij de ‘eschatologie of -eindtijd theologie-’ aangeklampt door de heersende en hoogste leider Ayatollah Ali Khamenei en de Iraanse President Mahmoud Ahmadinejad. Deze Ahmadinejad is een fanatieke gelovige in ‘moslim profetieën’ v.w.b. de spoedige komst van de ‘moslim messias’ benoemd als de ‘Madhi’. Hij gelooft dat hij door Allah gekozen is om de komst van de ‘Madhi’ te verhaasten door het beginnen van een mondiale oorlog richting Jeruzalem.
Zo voert de administratie in Washington een politiek die zeer revolutionair is.

  1. Vertrouwende op Iran als partner in de strijd tegen Al Qaida in Afghanistan en Pakistan.
  2. Het houdt Israël af van het recht op zelfverdediging tegen deze atomaire dreiging uit Iran.
  3. Wil men ten koste van Israëls veiligheid op de Westbank (Judea en Samaria) een Palestijnse Staat creëren met Oost Jeruzalem als haar hoofdstad naar het model van een twee staten oplossing.

De tijd is ‘running out’ voor Israël, maar ook voor Amerika, Europa, Rusland en de V.N. want wie Israël aanraakt, raakt Zijn oogappel aan (Zach.2:8). Ten principale is het een ‘geestelijke strijd om de macht over de stad Jeruzalem’, deze heeft na 1967 revolutionaire vormen aangenomen toen Oost en West Jeruzalem in de ‘zesdaagse oorlog’ op 7 juni 1967 herenigd werden en onder Israëlisch bestuur kwam, en als zodanig tot een lastige steen is geworden, die alle (christelijke) natiën moeten heffen (Zach.12:3;Dan.2:45). Laat mij nog eens het belang benadrukken van een gebeuren dat plaatsvond in het jaar 484 BC toen de profeet Ezechiël geïnstrueerd werd de stad Jeruzalem te tekenen op een tichelsteen, in staat van beleggering. Ezechiël moet dan a.h.w. de belegering uitbeelden, want vervolgens gebood God hem: ‘lig neder op uw linkerzijde en leg daarop de ongerechtigheid van het huis Israëls… want Ik heb u gegeven de jaren hunner ongerechtigheid, naar het getal der dagen, DRIEHONDERD EN NEGENTIG dagen, dat gij de ongerechtigheid van het huis Israëls dragen zult. Als gij nu dezen voleinden zult, lig ten (omkering) andere male neder op uw rechterzijde en gij zult de ongerechtigheid van het huis van Juda dragen VEERTIG dagen; Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’ (Ezech.4:4-6). “Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar”, de volledige periode van straf is dus 390 + 40 = 430 jaren, te beginnen bij de belegering van Jeruzalem, in 586 BC. Van deze 430 jaren moeten we 70 jaren van straf in Babylon aftrekken (Jer.29:10;2Kron.36:21), zodat een periode van 360 jaren van verdere bestraffing overblijft. Na afloop van die 70 jaren bekeerden zich sommige Joden. Dus de overgebleven 360 jaren hebben betrekking op hen die nog in ballingschap bleven, maar na deze 360 jaren, dus in 156 BC waren de in ballingschap verkerende Joden nog steeds onboetvaardig. Er moet dus een factor aan deze profetie worden toegevoegd, wil hij zinvol zijn. God hield deze ontbrekende jaren opzettelijk verborgen omdat Hij deze kennis pas in de eindtijd wilde openbaren! In het boek Daniël lezen we dat ‘deze dingen verborgen blijven tot de eindtijd’ (Dan.12:4,9). Voorafgaande aan Ezechiël, in de context van Israëls uiteindelijk terugkeer naar het land lezen we in Jeremia, ‘in het laatst der dagen zult gij dat inzien’ (Jer.30:24). De ontbrekende factor wordt gevonden in Leviticus 26, met een context die overeenkomt met Ezechiëls profetie, te weten ‘vijandige belegering’ (vs.30-32) en ‘verstrooiing onder volken’ (vs.33). In dit gedeelte over bestraffing voor ‘ongehoorzaamheid’ (vs.14-39) vinden we 4 maal deze ‘ontbrekende factor’, ‘indien gij desondanks niet naar Mij luistert, zal Ik u 7 maal tuchtigen over uw zonden’ (vs.18,21,24 en 28). Eerder vonden we al dat 360 jaren, te rekenen vanaf 516 BC, ons in een ‘profetisch niemandsland’ brengen. Maar als we de verborgen factor erbij halen wordt het alle maal glashelder. ‘Ik zal over u, naar uw zonden, zevenvoudig slagen toedoen’ (Lev.26:21), 360 x7=2520 jaren. Dus met andere woorden gezegd, beginnen de ‘tijden der heidenen’ vanaf 586 voor Christus= 70+2520=2590 zonnejaren (365,24 dagen per jaar).

Moshe Dayan

Moshe Dayan

Nu komt een wonderbaarlijk feit te voorschijn indien we deze 2590 jaren als profetische jaren (van 360 dagen) beschouwen en ‘omrekenen naar zonnejaren’, dan krijgen we 2590×360/365,24=2552 zonnejaren! Tellen we die eveneens op bij de 586 BC, dan vinden we op ‘miraculeuze wijze’ 586 BC + 2552 zonnejaren=het jaar 1967 AD waarin Israël het oude oostelijk deel met Tempelplein en Olijfberg op 7 juni 1967 heroverde op de Arabieren tijdens de ‘Zesdaagse oorlog’! Doch het was Moshe Dayan die binnen 24 uur het Tempelplein terug gaf aan de ‘waqf’, om een ‘internationale crisis’ te voorkomen, of was die ‘volheid der tijd’ nog niet gekomen? God houdt zich aan zijn Thora, ‘want het getuigenis van Jezus is de Geest der profetie, aanbid God’ (Matth.5:18; Opb.19:10). Dit ‘profetisch gebeuren in de heilshistorische weg van Israël’, wordt dan tevens het punt van de onomkeerbaarheid, de strijd om Jeruzalem is begonnen als in de dagen van Ezra en Nehemia. De stad Jeruzalem wordt herbouwd en haar Tempel zal spoedig verrijzen, ook hier beleven we a.h.w. een ‘omkering van binnenuit’. Het gevecht om Jeruzalem is een strijd van de radicale Islam, het Christelijke Westen, en de Israëli’s die in hun laatste archeologische ontdekkingen in Jeruzalem de historische waarheid van hun Bijbel bevestigd zien, ‘niet door kracht noch door geweld, maar door mijn Geest! zegt de Here der Heerscharen (Zach.4:6). Jeruzalem: centrum van geloof, of een apocalyptische trekker? Beide! Maar het lijkt er veelal op dat dit laatste het geval zal zijn. Zeventig weken zijn bepaald over uw volk en over uw stad Jeruzalem, zo spreekt het apocalyptische boek Daniël (Dan.9:24- 27). Als het ware is daar nu de hand van God te zien, die na de herovering van Jeruzalem op 7 juni 1967 weer telt naar de jaarweken uit Daniël 9. Dus 7×7 weken=49 jaar x 360 dagen tot herstel en herbouw van de Tempel we dan uitkomen op 23 september 2015 exact, de dag waarop Israël haar ‘Grote Verzoendag viert! Het is dan ook in 2015 precies 42 (6×7) jaar geleden dat op zaterdag 6 oktober 1973 op de Grote Verzoendag de ‘Yom Kippur oorlog’ uitbrak. Als treffende symboliek voor de 42 jaar (42 maanden) als uiterste verdrukking vóór de verlossing mag ik wijzen op de 42 pleisterplaatsen die het volk Israël in de woestijn naar het beloofde land passeerde (Num.33), en het 42e geslacht (3×14) waaruit volgens Matth.1 de Messias is voortgekomen.

Het was dan ook na die 42e pleisterplaats dat de Here de opdracht gaf om de Jordaan over te trekken, de bewoners te verdrijven, het beeldhouwwerk te vernietigen en het land in bezit te nemen. Zoals het er staat ‘elke plaats die uw voetzool betreden zal, heb Ik u gegeven’, (Joz.1:1-6). Het zal dan ook DE Gezalfde ‘Yeshua’ zijn, die mogelijkerwijs in 2015 het door Hem geloste erfdeel, dat is Israël en de gehele wereld door gerichten heen in bezit gaat nemen (Openb.5:1-14;11:15). Op z’n minst mogen we hier denken aan het Jubeljaar dat dan z’n beslag krijgt naar het woord uit Leviticus 25:8-13. Zal dat dan het moment zijn waarop de leeuw uit de stam van Juda, de wortel Davids die overwonnen heeft de boekrol en haar verzegelde zeven zegels gaat openen? Doch nu zijn er geen 70 weken meer te gaan, daar 62 + 5= 67 weken tot op Handelingen 28:28 hun loop reeds voltooid hebben, maar nog 3 overeenkomend met de 7 zegels, de 7 bazuinen, en de 7 schalen! Velen hebben geconcludeerd de 7 en 62 weken te kunnen optellen en vertellen de engel, wel, natuurlijk wat u werkelijk bedoelt zijn 69 weken, omdat het zegt 7 weken en 62 weken. Doch de engel telt deze twee niet op, en is het geoorloofd om hetgeen God gescheiden heeft samen te voegen (Matth.19:6).
Dus moet het omgekeerde ook waar zijn! De engel bedoelde wat hij zei! Dat 7 weken (7×7) bestemd zijn voor de herbouw van Jeruzalem met haar muren en dat ‘Israël’ weer zal worden als ‘Ammi’ Mijn volk! Vanaf dat moment kunnen we tellen tot op de Messias en dat zijn 62 weken – dat zijn dan 62 weken van het totaal de 70 weken! Als we dat niet doen dan leert een eenvoudig reken sommetje dat er dan één week overblijft voor het gehele boek van de ‘Openbaring van Jezus Christus’ (70-69) en het boek de Handelingen de Apostelen geheel buiten de periode van de 70 weken vallen, m.i. onhoudbaar (Jes.6:9,10;Matth.13:13- 15;Joh.12:39,40;Hand.28:28). Zowel de profetie uit het boek Daniël als de profetie uit Openbaring (Revelation) hebben een ‘Jubeljaar’ in hetvooruitzicht! Terug naar ‘Inside the Revolution’, je zou hierbij ook nog kunnen denken aan ‘inside the revelation’ ‘revelation’, wat openbaring of bekendmaken in zich draagt. Velen hoor je vandaag spreken over de tekenen des tijds. ‘Let op de vijgeboom en op al de bomen. Zodra zij uitlopen, weet gij uit u zelf, omdat gij ziet, dat de zomer reeds nabij is’ (Luk.21:29-30). Verder zegt deze profetie dat er tekenen zullen zijn aan zon, maan en sterren (Jes.13:10; Ezech.32:7; Joel2:31; Openb.6:12-13; 8:12). Voor wat betreft deze tekenen is het van belang om te letten op de Bijbelse Feestkalender ofwel ‘de gezette hoogtijden des Heren’ (Lev.23).
De apostel Paulus spreekt over tijden (chronos) en gelegenheden (kairos), door Hem ingesteld en die elk jaar weer terugkeren! Het waren voor Israël de ‘tijden en gelegenheden’ waarin Hij zich als de ‘Eeuwig Trouwe’ aan hen openbaarde! Zo zullen er vanaf de 14 Nissan 2014 (Pascha/5774) tot op de 15 Tishri 2015 (eerste dag van het Loofhuttenfeest/ 5776) zich zes maan en zonsverduisteringen (eclipsen) voordoen, dus juist op ‘die gezette hoogtijden des Heren’! (nr.1/09) Deze ‘tekenen’ zijn volgens Mark Biltz ‘aanwijzingen’ en waarschuwingen voor Israël en de volkeren (Gen.1:14). Juist, in dat niet verstaan door openbaring, ‘door een woord van Christus’ of ‘woord van God’ (Rom.10:17; Efz.6:17) waar hier ‘t griekse woord ‘rhema’ gebruikt wordt, is er voor wat betreft ‘de profetische rede over het herstel van het Koninkrijk aan Israël’ (Matth.24 en Luc.21), in tegenstelling tot het ‘geschreven Woord’ (logos) veel minder geloof in datgene wat de profeten van Israël gesproken hebben, aangaande deze laatste dingen, in het laatst der dagen! Men ziet dan vaak over het hoofd, dat  het ‘getuigenis van Jezus’ -de geest der profetie is-, en men geneigd is om deze ‘profetie over Israël en de volkeren’ uit psychologisch drijfveren als maar voor zich uit te schuiven!
‘Inside the Revolution’ -verandering of omwenteling van binnen uit-, …zou het dan toch iets te maken hebben met de tijdsfactor waarin we leven. Het jaar 1967 (7.6.67=26) waarin de ‘Zes daagse oorlog uitbrak was geen toevallige gebeurtenis en ook de ‘Yom Kippur oorlog’ uit 1973 (6.10.73=26) niet, het is een spreken van de Eeuwige de ‘God van Israël’. (De naam Here bestaat nl. uit vier letters, jod, hee, waw, hee, dus de 10-5-6-5=26). God spreekt nóg steeds door Zijn liefde en genade, en vele moslims uit de Islamitische wereld komen tot geloof in Hem, daar zij nu reeds inzien dat Hij het is, vol ‘van genade en waarheid’! Dit gebeuren is de ‘verandering van binnen uit’! In Ezechiel 39:21-22 zegt God: ‘Zo zal Ik mijn heerlijkheid onder de volken brengen, en zullen alle volken het gericht zien dat Ik voltrokken heb, en de hand die Ik op hen heb gelegd. Het huis Israëls zal weten, dat Ik de Here hun God ben, van die dag af en voortaan’; en verder lezen we dat Hij Zijn aangezicht niet meer voor hen zal verbergen, wanneer Ik mijn Geest over het huis Israëls heb uitgestort (vs.29). Wat vertelt dit ons? Het zegt ons dat het oordeel over Gods vijanden in overeenstemming is met Genesis 12:1-3… ’Hij zal zegenen wie Israël zegent, en zal vervloeken wie Israël vervloekt’. Maar het zegt tevens dat de oorlog van ‘Gog en Magog’ het sleutel moment zal zijn, van een ‘groot geestelijk ontwaken’ en wel in het ‘Epicenter’ van het Midden- Oosten en de gehele wereld! Het klinkt paradoxaal, maar eigenlijk zit de geopolitieke wereld hierop te wachten! Voor alsnog zullen de ‘vier hoornen’ (het kwartet) waaronder de V.S., de V.N., Europa en Rusland proberen om in de Westbank het ‘Bijbelse hartland’ van Judea, Samaria en Jeruzalem onrust te stoken door hen te verstrooien, zodat aan de naam van Israëls God niet meer gedacht wordt (Psalm 83:5; Zach.1:17- 21). De voormalige premier Blair en nu de speciale afgezant ‘Routekaart voor vrede in het Midden Oosten’ verklaarde begin Mei (‘New Mideast Peace Plan Unveiled in Weeks’) u zult binnen 5 of 6 weken een duidelijk beeld hebben betreffende de inhoud van dat nieuwe plan. Waar zijn we dat woord weken ook alweer eerder tegen gekomen? Zo mogen we het jaar 1979 toevoegen aan een proces dat zich nu 30 jaar later a.h.w. uitkristalliseert naar een volheid in de tijd, ‘profetie’ die zich zeer spoedig laat vervullen, zij wordt reeds aan zijn dienaars getoond, niet slechts verteld. Het lijkt er veel op dat die tijd naderbij komt, namelijk ‘de openbaring van Jezus Christus’ zelf (Openb.1:1-3)!

Shalom!
Gerard J.C. Plas

Translate »