admin

Jul 022018
 

DE LEER VAN DEUTERONOMIUM

Om aan de wereld te laten zien wat Gods bedoeling was, verkoos God als model een klein, onaanzienlijk en zeker niet hoogstaand volk. (Deut. 7:7). Grote cultuurmonumenten heeft het niet opgeleverd, grote kunst- of wetenschapsprestaties evenmin. God gaf de voorkeur aan een trage, doch zekere ontplooiing van Zijn voornemen, zodat velen het innerlijk zouden kunnen verwerken. Dit boven een rechtstreekse onweerlegbare intellectuele logica, die de massa niet kan volgen en dus langs zich heen laat gaan. (Bij alle oude volken was de beschaving grotendeels beperkt tot de bovenlaag; de massa was dom en arm. Bij slechts enkele volken, met name de Grieken, werd getracht de bovenlaag wat groter te maken). Dit onaanzienlijke en trage kan men beschouwen als de dienst-knechtgestalte van de openbaring. Hetgeen later nog verder gaat als de Messias geboren wordt in een onaanzienlijke kribbe in een onaanzienlijk stadje van een onaanzienlijk land.

Dit alles ter voorbereiding van Israëls eigenlijke taak, straks in het Messiaanse Rijk, als de berg des Heren zo verheven zal zijn boven alle bergen, dat alle volken daarheen zullen opgaan om de wegen des Heren te verstaan. (Jes. 2:3). Alleen een volk dat zelf ootmoed kent, kan dat andere volken leren.

Wanneer men reeds nu, in de boze aioon, het verschil tussen Israël en de volken uit het oog gaat verliezen en vooral als men als kerk of christenheid meent zélf “Israël” te zijn, dan ligt hier een oorzaak van de grootst mogelijke fouten, misverstanden, ketterijen en uitwassen. Als men de Schrift, met zijn boodschap en getuigenis van Israël, zonder meer gaat toepassen op de mens buiten Israël, ontstaat er incongruentie (er blijkt van alles niet te passen), met kortsluiting door teleurgestelde verwachting. Men rekent dan op allerlei verhoring van gebeden, op voorspoed voor de vrome, op genezing door gebed, op bewaring voor vijanden en natuurrampen voor het volk dat God dient, kortom: men rekent op een voortdurend ingrijpen van God ten behoeve van de Zijnen.

Het kost weinig moeite om uit tal van Bijbelboeken teksten aan te halen die deze verwachting schijnen te bevestigen. We hebben in vele Psalmen en vaker nog in psalmgedeelten opgemerkt, dat God zwijgt, maar er zijn veel meer Psalmen die spreken over Gods grote daden, over Zijn ingrijpen. En niet alleen de Psalmen, ook andere Bijbelboeken spreken vaak zo. Bijv. Deuteronomium 28-32: “Als gij de stem van de Heer uw God zult gehoorzamen, zo zullen allerlei zegeningen over u komen. Daarentegen zal het geschieden als gij de stem van de HEER uw God niet gehoorzaam zult zijn, zo zullen vele vloeken over u komen en u treffen. Ik, (Mozes) neem de hemel en de aarde tot getuigen; het leven en de dood heb ik u voorgehouden, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij blijft in het Land dat de HEER aan uw vaderen Abraham, Izaak en Jakob gezworen heeft hun te geven:

Wie Deuteronomium 28-31 naleest, zal het opvallen dat Mozes over de dreigende bestraffing veel uitvoeriger is dan over de beloofde zegeningen. Daarom ligt de nadruk heel wat meer op de waarschuwing om de weg van God niet te verlaten dan op de beloften van welvaart en voorspoed.

In de zg. tien geboden komen we deze gedachte tegen in het tweede gebod (misdaden werken door tot in het vierde geslacht, maar barmhartigheid over hen die God liefhebben en Zijn geboden betrachten), en in het vijfde gebod (eert uw ouders, opdat uw dagen verlengd worden en opdat het u welga in het Land dat de HEER uw God u geven zal).

Dit patroon vinden we uitgewerkt in het boek Richteren, waar we in hfdst. 2 dit thema letterlijk vinden: “Toen Jozua gestorven was, en ook zijn geslacht, zo stond een ander geslacht op dat de HEER niet kende, noch het werk dat Hij aan Israël had gedaan; toen deden de kinderen Israëls wat kwaad was in de ogen des HEREN. Zo ontstak de toorn des HEREN en Hij verkocht hen in de hand van hun vijanden. En de HEER verwekte richters die hen verlosten al de dagen van de richter. Maar het geschiedde met het sterven van de richter, dat zij omkeerden en verdierven het meer dan hun vaderen; daarom ontstak de toorn des HEREN opnieuw tegen Israël en Hij verdreef de heidenen niet uit hun bezitting.” Hetzelfde komen we tegen in het boek Koningen: bij koningen, die God dienden ging alles naar wens, maar de meeste koningen dienden God niet, althans niet met hun gehele hart en dan ging alles verkeerd. Zo wordt de ondergang van het noordelijk Israël niet toegeschreven aan politieke of economische omstandigheden, maar aan het feit dat Israël aan de HEER ontrouw was geworden. (2 Kon. 17:7-23).

Ook in de Psalmen vinden we dit thema, bijv. Ps. 1: “De HEER kent de weg der rechtvaardigen, maar de weg der goddelozen vergaat”. Of Ps. 91: “Gij zult vergelding der goddelozen zien, maar tot u zal het niet genaken; u zal geen kwaad wedervaren, want Hij zal Zijn engelen bevelen aangaande u, om u te behoeden op al uw wegen; zij zullen u op de handen dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot.”

Tenslotte de profeten, zoals Jesaja 1:19-20: “Indien gij gewillig zijt en hoort, zo zult gij het goede van dit land eten, maar als gij weigert en weerspannig zijt, zo zult gij door het zwaard gegeten worden.” Verder in Joel 2:12-13: “Nu dan, spreekt de HEER, bekeert u tot Mij, want Hij is genadig en barmhartig, berouw hebbend over het kwaad.” Laatste voorbeeld in Mal. 3:10: “Breng tienden in Mijn huis en beproef Mij, of Ik u niet zal opendoen de vensters van de hemel en u zegenen, zodat er geen schuren genoeg zijn!” (Jes. 57:1a schijnt een uitzondering te zijn: De rechtvaardige komt om en er is niemand die het ter harte neemt. Doch als we verder lezen staat er dat die rechtvaardige daardoor bewaard bleef voor veel rampen. Maar de goddelozen hebben geen vrede (aldus het slotvers)).

Deze opvatting betreffende een rechtstreekse samenhang tussen het dienen van God en zijn ingrijpen ten goede, dan wel het niet-dienen van God en Zijn ingrijpen ten kwade (of Zijn niet-ingrijpen ten kwade), noemt men wel deuteronomistische theologie. Deze benaming hangt samen met een schrift-kritische beschouwing, die eigenlijk het openbaringskarakter aan vele Schriftgedeelten ontzegt. De critici voelen terecht dat het denken over God op bovengeschetste wijze, die men zou kunnen karakteriseren met: “Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe”, in het algemeen niet het rechte denken over God kan zijn. Daarom heeft men het boek Deuteronomium en de gehele Israëlitische geschiedschrijving die op hetzelfde thema voortborduurt wel eens genoemd een filosofie van het succes. De latere ontwikkeling heeft de gevaren van de “deuteronomistische theologie” ook wel aangetoond.

Het volk ging God dienen om daarmee de beloofde zegeningen te gaan verdienen. Bleef de verwachte voorspoed uit, dan was Israël al spoedig geneigd weer de afgoden te gaan dienen. Later heeft het Farizeïsme er zelfs een compleet systeem van gemaakt; de nadruk, die in deze theologie werd gelegd op het houden van de geboden en het bestuderen van de leer, leidde tot een sterke ont-geestelijking (De Romeinen noemden zoiets ‘fraus legis’ (bedrog van de wet) d.w.z. door je aan de letter van de wet te houden de bedoeling van de wet ontduiken) van hetgeen het O.T. eigenlijk bedoelde. In het N.T. vinden we dit terug in de felle twistgesprekken tussen Jezus, Petrus, Johannes en Paulus tegenover de toonaangevende Schriftgeleerden. Zo sterk zelfs dat men hieruit een volstrekte tegenstelling tussen O.T. en N.T. heeft afgeleid, hetgeen een volkomen uit elkaar groeien van “Joden” en “christenen” veroorzaakte. Maar waarbij de “kerk” over het hoofd zag, dat Jezus en Paulus (de laatste in de Handelingen-tijd) in hun prediking niet veel anders deden dan een verkeerde uitleg van “Deuteronomium” rechtzetten, doch geen nieuwe anti-deuteronomistische theologie ontwikkelden.

Wij gaan dit alles thans niet verder uitwerken, doch volstaan met die opmerkingen die nodig zijn voor onze beschouwing over het zwijgen van God. Want dit is wel duidelijk: in de deuteronomistische theologie gaat het over een sprekende God, een God die daden verricht en op gezette tijden ingrijpt. En als men nu in de praktijk van het leven en in de ontwikkeling der geschiedenis steeds ziet dat dit niet klopt, komt men er al gauw toe om te zeggen: Die deuteronomistische theologie is fout; ze is in strijd met de werkelijkheid en ze maakt het geloof in God tot het geloof in Sinterklaas. Deze theologie is dus mensen bedenksel en geen openbaring van God. Aldus de kritiek.

Dit neemt niet weg dat deze theologie ook bij de christenen rijkelijk school heeft gemaakt. Hoeveel christenen verwachten eigenlijk niet dat hun-dienen-van-God allerlei zegen tot gevolg heeft? Goed, men spreekt graag van “verbeurde zegeningen”, maar daarbij gaat men er al stilzwijgend vanuit dat als de mens nu eens niet zondigde, God verplicht was Zijn zegen te schenken. Omgekeerd worden rampen en tegenspoeden uitgelegd als bewijzen van de toorn van God, Die ons straft om onze zonden en het van tijd tot tijd nuttig vindt om ons weer eens bij onze kleinheid en vergankelijkheid te bepalen.

En als dan de bewijzen zich opstapelen dat God niet ingrijpt ten goede, of dat rampen juist de besten treffen en de slechten de dans ontspringen, dan is men zo behept met die leer van: “Doe uw voordeel met onze succesrijke religie”, dat men niets meer gelooft en alle dienen van God overboord gooit. Ziedaar het probleem van de moderne mens: Hij gelooft niet meer in de deuteronomistische godsopvatting, en omdat hij meent dat dát de Bijbelse opvatting is, blijft van het geloof niet veel meer over dan een vaag religieus gevoel, verbonden met de medemenselijkheid. Men aanvaardt desnoods wel datgene uit de Bijbel dat over die medemenselijkheid handelt, maar meer ook niet. M.a.w. vanuit een bepaalde vooropgezette overtuiging (in dit geval de medemenselijkheid) gaat men de Bijbel lezen, net zo als de Farizeeërs deden met hun vooropgezette overtuiging, al was die dan een andere, nl. de vergelding van goed en kwaad. Zoals er ook christenen zijn die alles benaderen vanuit de vooropgezette overtuiging van de vergeving der zonden (bijv. Luther), wat dan te pas en te onpas overal op toegepast wordt.

Al deze – overigens tegenstrijdige – vooropgezette overtuigingen hebben dit gemeen, dat ze geen oog hebben voor de “insnijdingen” in het Woord Gods. Men onderscheidt niet de “tijden en gelegenheden”, de aioonen en bedélingen die men moet maken om te komen tot een recht verstaan van de Schrift. Om ook hier ons te beperken tot die opmerkingen die vallen binnen ons onderwerp, stellen wij dit (aan de Schrift ontleend) uitgangspunt voorop:

De deuteronomistische theologie is op zichzelf juist, maar ze is alleen geldig voor Israël, in zijn functie van uitverkoren volk. Ze is niet geldig voor andere volken en evenmin voor Israël als terzijde gesteld volk. (Met terzijdestelling wordt bedoeld de tijdelijke toestand als in Hosea 1: de lo-ammitijd ( = niet-Mijn-volk). Die tijd is voorbijgaand. Gods genadegaven en roeping betreffende Israël zijn onberouwelijk, doch kunnen wel onderbroken worden. Immers, Israël is sinds de Handelingentijd niet in staat aan de volken te verkondigen dat Jezus de Messias is, Die het Messiaanse Rijk zal brengen). Ze is bedoeld als opvoeding tot het heil en niet de samenvatting of hoofdzaak van het geloof. Kortom: deze theologie is voluit openbaring van God, maar alleen op de rechte plaats en tijd.

In het boek JOB zagen we reeds de juistheid van onze stelling. De deuteronomistische theologie is niet zo diep, dat ze niet in het hart van een mens zou kunnen opkomen. Niet alleen hebben vele christenen daarom deze theologie, zij het in verbasterde vorm, overgenomen of bedacht; ook de vrienden van Job dachten min of meer in deze denktrant. Het is blijkbaar mogelijk dat dit denken over God (Die de goeden zegent en de bozen straft, en hiertoe voortdurend in de geschiedenis ingrijpt), ook buiten Israël, in het heidendom kan ontstaan. (Ook de godsdienst van Egypte kende dergelijke gedachten).

Op zichzelf is dit niet eens helemaal verkeerd, het is wél primitief, d.w.z. simpel en kinderlijk; ook onze kinderen worden door ons opgevoed vanuit dit gedragspatroon. Het is niet zo erg als men aanvankelijk zo over God denkt; Hebr. 11:6, handelend  over de vóór-Israëlitische tijd, zegt, dat wie tot God komt moet geloven dat Hij is én een Beloner is degenen die Hem zoeken. De fout ontstaat als men dit primitieve, dit eerste denken over God gaat houden voor het voltooide, het laatste denken over God; als men het kinderlijke stadium houdt voor de volwassenheid. Dat is voor het geloof levensgevaarlijk.

Een foutieve toepassing van de deuteronomistische theologie is bijv. het God-Nederland-en-Oranje-geloof als verklaring voor Nederlands welvaart. Of de waan der zg. Duitse christenen uit de dagen van Hitler, die van Gods bijzondere bemoeienis met Duitsland zo stellig overtuigd waren. Of de Engelse leus over “Gods own country”; al deze opvattingen gaan er vanuit dat het eigen volk Israëls taak overgenomen en daarom op dezelfde beloften mag rekenen.

We hebben gezien dat het in JOB gaat over voor-Israëlitisch denken, dat echter bóven het denken van Israël uitstijgt. Hetgeen niet wil zeggen dat er in Israël niemand was die tot gelijkwaardige hoogte gestegen is. Naast de genoemde Psalmen en gedeelten der Profeten zouden we bijv. kunnen wijzen op het cynische van Prediker en de geloofszang van Habakuk (3:17-19). In al deze plaatsen uit het O.T. treedt niet het specifieke Israëlitische, maar het algemeen menselijke naar voren. Ze wijzen heen naar een geloofsvertouwen en heilsverwachting die ver uitgaat boven het deuteronomistische schema. Daarmee aangevend dat ook in het O.T. het heil in wezen ver uitgaat boven zijn schijnbare beperking tot Israël. Deze uitschieters komen we vooral tegen bij enkelingen of kleine groepen ten tijde dat het volk als geheel afdwaalde, doch zij stand hielden in hun Godsvertrouwen.

Het is een misvatting te menen, dat de deuteronomistische theologie, met zijn rechtstreekse verband tussen God-dienen en voorspoed (resp. God niet-dienen en tegenspoed) de natuurlijke scheppingsorde is; in tegendeel, het is juist de doorbreking daarvan.

De roeping van Israël is een invoeging in het heilsplan Gods. Vóór de roeping van Abraham hield Gods openbaring zich met de wereld bezig (hoewel dit slechts ten dele, maar dat laten we rusten). Nadien beperkte God Zich tot Abraham, Izaak en Jacob en het volk Israël, daaruit voortgekomen (ook al waren er uitzonderingen, zoals Melchizedek en vooral Job). Langs deze weg wilde God evenwel de gehele wereld bereiken; Israël moest getuige van God zijn bij alle volken. Zo is ook de deuteronomistische theologie een invoeging in de heilsleer, bedoeld om later het inzicht in het wezenlijke van het heil mogelijk te maken.

Het moet ons daarom niet verwonderen dat ook in het N.T. enkele duidelijke aanwijzingen liggen voor het recht verstaan van de deuteronomistische theologie, naar de ware bedoeling van God in Zijn openbaring aan Mozes en de Profeten. We zien dit bij Johannes de Doper, die oproept tot bekering om het oordeel te ontvlieden. We zien het in de Bergrede, bijv. “zalig de barmhartigen, want hun zal barmhartigheid geschieden”. “Uw vader, Die in het verborgene ziet, zal het u vergelden.” “Zoekt eerst het koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid en al deze dingen (voedsel en kleding) zullen U toegeworpen worden.” “Wie bidt, ontvangt en wie zoekt die vindt.” Verderop wijzen vermaningen op het verband tussen ziekte en zonde: “Ga heen en zondigt niet meer.”

Dergelijke getuigenissen komen we ook tegen in het tijdvak van de Handelingen der Apostelen. (Een sprekend voorbeeld is het verhaal van Ananias en Saffira in Hand. 5. Er is een duidelijk verband tussen zonde en straf, met een rechtstreeks ingrijpen van God. Als dezelfde geestelijke toestanden in de kerken nog zouden bestaan, zouden er na korte tijd niet veel kerkleden meer over zijn). Dat is de tijd dat Israël nógmaals de kans krijgt om werkelijk het heilsvolk te worden, overeenkomstig Gods beloften. Als Israël zich bekeert, dan zal het Messiaanse Rijk komen (Hand. 3:19). Dat rijk komt niet wanneer Israël, zowel in het Land als daarbuiten als volk NEEN zegt tegen God en een eigengerechtigde weg gaat zoeken door de wereld. Als het de verbasterde deuteronomistische theologie in Farizese uitvoering gaat houden voor Gods openbaring en tegelijk daarmee zijn wereldroeping verzaakt, zich terugtrekkend in getto en eigen synagoge.

Maar als Israël ophoudt, houdt óók de deuteronomistische heilsorde op. Gods beloften blijven wel bestaan, maar hebben voorlopig geen uitwerking meer. Het wacht alles op Israëls herstel, op het Messiaanse Rijk. Dán grijpt God weer in, dán spreekt Hij weer. Tot zolang werkt Hij in het verborgene, is Hij de zwijgende God. Het Jobs-probleem krijt weer volle actualiteit: er is geen rechtstreeks verband meer tussen het dienen van God en de stoffelijke zegeningen. Ook niet een onmiddellijke straf op de zonde. Gods rechtvaardigheid en Zijn wereldbestuur worden onzichtbaar, verborgen.

Wie zich nu beroept op deuteronomistische beloften, komt bedrogen uit. Als de moderne mens iets van God verwacht waarvoor het nu niet de tijd is, zal hij, om zich uit de verlegenheid te redden, schrifkritiek gaan beoefenen. Hij gaat de Bijbel niet meer als goddelijke openbaring zien; hij zal zelfs alle geloof in God verliezen.

Het zijn Israëls profeten geweest, die er oog voor hadden dat de deuteronomistische theologie eigenlijk een vooruitgrijpen was op de Messiaanse tijd (waarbij we reeds nu moeten bedenken dat dit rijk op zijn beurt niet meer is dan een voorloper van het uiteindelijke Koninkrijk Gods). Zeer kort samengevat is hun boodschap een belichting van het gebeuren in hun eigen tijd vanuit hun visie op de ‘eindtijd’ en verder. Hoezeer ze zich ook bezig hielden met het (wan)-gedrag van hun tijdsgenoten en de politiek van hun koningen, ze waren geen zedenmeesters. Ze waren evenmin voorspellers van de toekomst, als religieuze koffiedik-kijkers. Wie zich niet beperkt tot een korte bloemlezing (bijv. een tiental teksten die ‘precies’ uitkwamen met de komst van de Messias), doch hun héle boodschap willen overdenken, zal die band tussen eigen tijd en latere tijden steeds zien.

Met ‘eindtijd’ wordt hier bedoeld het einde van deze (boze) aioon (Gal. 1:4), dat gekenmerkt zal zijn door grote oordelen en God over de wereld, die tevens de zg. barensweeën zijn van de Messiaanse tijd die daarop volgt. Dit is het grote thema van het O.T. -Israël, als volk van de geschiedenis, weet dat het daar op aan gaat.

Wanneer nu God door Mozes’ tussenkomst aan Zijn volk Zijn Wet geeft, is dat niet bedoeld als een statisch gebeuren. Het is geen handleiding om in het beloofde Land lang en gelukkig te wonen en verder niets. De waarschuwingen van de profeten betroffen niet de afwijkingen van de handleiding om dat statische leven in het Land niet te verstoren. Ze gingen net zo hard te keer tegen die volksgenoten (vooral de priesters) die geen hoger doel hadden dan door middel van pijnlijk nauwkeurige betrachting van alle wetsbepalingen verzekerd te zijn van de gunst van de Allerhoogste.

De leer van Deuterononium wil dus in wezen vooruitwijzen. Niet voor niets worden zowel Abraham als Mozes profeten genoemd. (Gen. 20:7, resp.Deut. 34:10). De wet van Israël, met zijn beloften en dreigingen, is op de toekomst gericht. Immers: er is een verborgen samenhang tussen het doel van de schepping en het goede en schone. En het heil der wereld omvat niets anders dan dat deze samenhang zichtbaar en bovendien onaantastbaar wordt.

Verhelderend in dit opzicht is het al meer genoemde Jesaja 45. De profeet voorzag dat een heidens koning, Kores, de komst van het Messiaanse Rijk zou bevorderen, door Israël gelegenheid te geven uit de Babylonische ballingschap terug te keren. Hij geeft aan Kores de eretitel “Messias”, een benaming die geen enkele O.T.-figuur buiten Israël ooit kreeg. (Jes. 45:1, zowel hier als elders met gezalfde vertaald, waardoor het onzichtbaar wordt waar het eigenlijk om gaat). Kores was een bevrijder van het volk, hetgeen – op veel grootser wijze – de komende Messias eens wezen zal. Israël wordt dan bevrijd “met een verlossing der aioonen”, d.w.z. alle verdere aioonen door. De afgodendienaars zullen dan voorgoed beschaamd staan (aldus vs. 16/7), iets wat voordien zelfs bij Israël niet altijd het geval was.

God geeft wel regels en wetten, maar is daaraan Zelf niet gebonden. Niet uit willekeur, maar terwille van Zijn heilsplan. Zo heeft ook de orde van Deuteronomium haar begin en haar einde en … haar terugkeer! Vandaar het Zelfgetuigenis: “Ik, Jahweh, Ik schep het licht en de duisternis, de vrede en het onheil.” Waar licht en vrede zijn, moeten aanvankelijk ook hun tegenhangers zijn, niet als vrijbrief voor de zonde, maar om de gelovigen te leren daar bovenuit te komen.

Dit nu is het verband, waarin de profeet spreekt: “Voorwaar, Gij zijt een God, Die Zich verborgen houdt, de God van Israël, de Heilbrenger! Omdat Hij de Verborgene is, kan Hij het heil, de verlossing, de bevrijding brengen. Het is niet toevallig dat juist Kores Messias genoemd wordt. Hij was de eerste koning van groot formaat die een universalistisch geloof bezat. Alle goden der volken zag hij als dienaren van de ene “God des hemels.” Zo mochten van hem alle volken ruimte hebben voor hun eigen god in hun eigen land, ook de god van de Joden. Dat die God des hemels én de God van Israël dezelfde waren, kon Kores nog niet weten. Daarvoor was het inzicht van de profeet nodig. En nog later het inzicht van de apostel, die zag dat eens alle volkeren onder Israëls Messias als onder één Hoofd zouden worden gebracht. (Efz. 1:10).

Het voorgaande is ook van betekenis voor de zg. bevrijdingstheologie. Deze kwam op bij de onderdrukten in Midden- en Zuid-Amerika, waar vooral grootgrondbezit, gesteund door een corrupt militaritistisch apparaat, de massa in zijn greep houdt. In Noord-Amerika kwam daarbij de achteruitstelling van de zwarte bevolking, met een variant in Zuid-Afrika (ook wel genoemd zwarte theologie). Hun godsdienstig besef, gevoed door de geestelijkheid, was vroeger vooral gericht op een gelukkig hiernamaals (“I want to go to heaven when I die”). Totdat men onweerstaanbaar geboeid werd door het verhaal uit de Uittocht uit Egypte. Zo zou God ook hen uitleiden uit de slavernij van onze huidige samenleving.

Nu is de bevrijdingstheologie, net als andere deel-theologieen, nog al eenzijdig. Voor zover deze theologie een oproep is tot de kerken dat zij recht en gerechtigheid dient te leren, met allerlei sociale en politieke consequenties die dat meebrengt, dan wordt een leegte rechtmatig opgevuld. Maar overigens wordt opnieuw een oude dwaalleer verkondigd en bezongen, dat deze groep een soort Israël is, dat eveneens aanspraak kan maken op Gods uitredding uit de nood. De leer van Deuteronomium vindt dan de zoveelste onjuiste toepassing: het dienen van God móet wel zegen opleveren. Afgezien van deze verkeerde toe-eigening van beloften voor Israël ziet men over het hoofd dat profetie menigmaal ingesneden is. Ter vergelijking: men ziet wel de toppen van achter elkaar liggende bergen als één geheel, maar niet de ingesneden dalen daar tussenin. Dit moet op een teleurstelling uitlopen.

Zolang we de Heilige Schrift van Israël (ons O.T.) annexeren, gaan we met de Bijbel verkeerd om. Net als de doorsnee kerkleer leggen we beslag op Israëls zegeningen (de vloeken mogen ze houden!). Terwijl het niet waar is dat God de onderdrukten helpt omdat ze onderdrukt worden; de geschiedenis leert anders. Wel hielp God Israël uit de nood (niet eens altijd!) omdat Hij met dit volk een bijzondere bedoeling had (wat uiteindelijk zou gelden tot zegen voor de hele wereld), maar verder niet.

De bevrijdingstheologie kan dus niet meer doen dan profetische kritiek uitoefenen op onze (westerse) samenleving; voor het overige kan ze niets beloven.

Uit: Gods verborgenheidvan dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolg!

[Personalia: K.A. den Breejen (10-01-1917 / 04-09-1998), van beroep rijksaccountant, maakte in zijn jeugd een kerkscheuring mee (1926), hetgeen hem leerde dat men niet aan kon op de juistheid van wat theologen beweren; zij spreken elkaar vaak op het hevigst tegen. Reeds in zijn ouderlijk huis werd ernst gemaakt met zelfstandig Bijbelonderzoek. Dit alles, en de kennismaking met enkele leermeesters, bracht hem geleidelijk tot de inzichten in dit boek weergegeven. Hierbij werd gebruik gemaakt van hetgeen door hem als eindredacteur in het ruim 25-jarige bestaan van het “Studieblad ter begeleiding van BIJBELS DENKEN” werd gepubliceerd. De schrijver wil dit boek opdragen aan de nagedachtenis van zijn ouders, zijn leermeesters Heere Heeresma sr., C.H. Welch, S. van Mierlo, G.J. Pauptit, Frits Kuiper en van zijn vriend W. Hoving

**********************

JOB, DE GELOVIGE BUITEN ISRAËL

Als we in de Schrift de geschiedenis op de voet volgen, komen we na de zondvloed al spoedig terecht bij de aartsvaders en wat later bij Mozes en het volk Israël. Voordat we ons daarmee bezig houden, willen we eerst de achtergrond belichten tegen welke we het geloof van Abraham en de Wet van Mozes moeten verstaan. Zij vormen namelijk de oplossing van de vraag, hoe God de wereld tot Zijn doel voert. Israël heeft daarvan veel (zij het niet alles) verstaan; de volken buiten Israël niet. Daarom noemen we die ook wel ‘heidenen’; dat zijn mensen die op de ‘heide’ (een afgelegen, eenzaam gebied, “van God en elk goed mens verlaten”) wonen, buiten de openbaring die Israël mocht ontvangen. Voor hen is God de zwijgende, verborgen God; (voor Israël trouwens in tijden van geestelijke neergang ook, waarover later). Het is Gods verborgen weg om de mens door de diepten der godverlatenheid heen te voeren naar Zijn aanwezigheid. Door het duister naar Zijn licht, omdat we eerst op die wijze zouden verstaan wat liefde eigenlijk is.

Zien we naar de wereld en haar geschiedenis, dan is (kwantitatief) Gods zwijgen normaler dan Zijn spreken. De Bijbel daarentegen is het boek waarin (kwalitatief) het spreken van God veel meer aandacht krijgt. Deze verhouding uit het oog verliezen is de ongelukkige fout van sommige (vroeger zelfs vele) uitleggers om er van uit te gaan dat Gods spreken en / of ingrijpen het normale is; dit is echter niet het geval. Integendeel: ook de Bijbel zelf vermeldt op belangrijke plaatsen het zwijgen Gods. Daarom is de Bijbel het boek bij uitstek dat de mens in zijn godsverduistering of god-is-dood-aanvechting kan verder helpen.

Want hoewel de hele Bijbel dóór Israël tot stand is gekomen en grotendeels in de eerste plaats vóór Israël bestemd, zo zijn er toch enkele belangrijke uitzonderingen. Dat zijn, wat het N.T. betreft, de latere brieven van de apostel Paulus; hierop komen we nader terug. Dan zal blijken de samenhang tussen de tijd waarin de brieven functioneren (de zg. bedéling der verborgenheid) en de tijd waarin een tweetal  O.T.-figuren verkeren, nl. Job en Prediker. Dit alles betreft in wezen onze tijd. Daarom laten we Prediker voorlopig onbesproken, totdat we het over de latere Paulus hebben gehad. Eerst houden we ons met Job bezig, als gelovige uit zeer oude tijden.

Vermoedelijk is JOB het oudste Bijbelboek. (Met ‘Job’ wordt de persoon bedoeld, met JOB het gelijknamig boek). In elk geval handelt dit boek in een tijd en een geestelijk klimaat waarin Israël nog geen volk was; waarschijnlijk was hij een tijdgenoot van de aartsvaders. Job is de man die buiten Israël reeds veel wist van God en Zijn werk. Wat hij naar voren brengt en tegen alles in vasthoudt, is zelfs algemener en wezenlijker dan het geloof van Israël.

De wijze waarop in JOB gesproken wordt over God, over de mens en over de verhouding tussen beiden, verschilt principieel van de wijze waarop  daarover elders in het O.T. wordt gehandeld, afgezien dan van Prediker. Met enige goede wil zou men de drie vrienden van Job kunnen beschouwen als Israëlitische Schriftgeleerden (al is dit historisch niet zo, en gaat dit theologisch niet helemaal op), maar juist hun theologie wordt afgewezen! Dit alles is temeer merkwaardig omdat allerlei belangrijke onderwerpen, zoals de schepping, de zondeval van Adam, de vloek die op de aarde rust, de vergankelijkheid, de opstanding, de verzoening en rechtvaardiging door het geloof in dit boek aan de orde komen, vaak zelfs scherper dan verder in het O.T. Dit merkwaardige behoeft echter niets bijzonders te zijn als inderdaad het ontstaan, d.w.z. de kern van JOB ouder zou zijn dan het volk Israël (ook al heeft iemand uit Israël later de eindredactie verzorgd. (In Ezech. 14:14 worden drie mannen uit de tijd voor Abraham genoemd: Noach, Job, en een zekere Daniel (een oude wijze Kanaanitische koning, bekend uit Oegaristische teksten, hij was enigszins bekend met het geloof in Jahweh. (De schrijfwijze is iets anders dan die van Daniel uit het gelijknamige boek)).

Als de moderne mens de Bijbel gaat lezen en zonder enige inleiding of voorbereiding bij GENESIS gaat beginnen, vindt hij dit begin tamelijk raadselachtig. De openbaringsverklaring van de Schrift komt tot ons zonder aanbeveling of teken uit de hemel. Maar als de moderne mens, met de mannen der wetenschap en de wijsbegeerte gaat zitten naast Elifaz, Bildad en Zofar, dan wordt ook hun trots geknakt bij het spreken van de Almachtige. Het is dit spreken Gods, dat vooraf dient te gaan om ons de noodzakelijke instelling van hart en geest te geven om de heilige openbaring te ontvangen. Niet alleen de openbaring door de geschiedenis, die het verslag is van Gods grote daden. Zonder dit spreken vooraf is de geschiedenis een raadsel. Wie dit spreken vooraf verstaat, kan het zwijgen van God dat daarop volgt verduren, in het geloof dat God, Die de hemelen en de aarde gemaakt heeft, trouw houdt tot in alle aioonen en niet laat varen de werken Zijner handen.

Gods handelen doortrekt wel de werkelijkheid, maar is daaruit niet te destilleren. Dit laatste doet Job protesteren: het lukt hem niet om Gods doen en laten uit “het bittere raadsel van de goede schepping” te halen. Maar hij houdt het eerste vast: God mag dan zwijgen, Hij is er bij! De drie vrienden zijn met hun destillatie klaar: ze weten precies hoe het allemaal in elkaar zit, maar Job doorziet dat God uit de “werkelijkheid” die de vrienden overhouden, verdwenen is. Zoals ook bij ons het beschut-zijn is weggevallen (1:10). De belofte van zegen wanneer men God dient blijkt vaker niet te worden vervuld dan wel. De drie vrienden zouden ten dele gelijk hebben gehad als ze in de bedéling van Israël hadden geleefd. Buiten Israël was hun mening dwaalleer. En ook nu zijn er vrome “vrienden”, die aan de slachtoffers gebrek aan geloof verwijten. Ze zien niet het verschil in bedéling en wat erger is: ze begrijpen niet dat de gelovige tot een waarachtig “betrouwbare” wordt als hij, tegen de omstandigheden in, zijn geloofsvertrouwen en -gehoorzaamheid bewaart. Dát moest Satan zien in het leven van Job en dat moeten de hemelingen zien bij ons.

Job lijkt in sommige opzichten op Paulus. Ook deze stond voor raadsels, met name hoe Gods werk kon doorgaan wanneer Israël als heilskanaal onbruikbaar werd. Wij werken dat hier niet verder uit, behalve dan dat Job en Paulus het zijn die ons leren wat GELOOF is.

En om dat geloof gaat het ons. Men heeft wel eens gezegd dat het boek JOB als thema heeft: “het probleem van het bestaan en de zin van het lijden.” Dat is niet onjuist, maar dat is toch niet het wezenlijke. JOB geeft voor het lijdensprobleem hoogstens een opluchting, geen oplossing. Maar Job overwint door zijn geloof en daarom is zijn boek zo uitermate belangrijk voor de gehele wereld van alle tijden, óók voor de moderne mens. De provo’s mochten destijds zingen: “We shall overcome”, Johannes zegt: Dit is de overwinning die de wereld overwint: ons geloof! (1 Joh. 5:4).

Het geloof van Job is het geloof in de zwijgende God. Zeker, de Here antwoordt Job vanuit het onweer, maar Zijn antwoord is in feite niets anders dan een welsprekende manier om in Zijn zwijgen te blijven volharden. Daarom zullen we ook tegenover hen die God als afwezig ervaren geen ander antwoord hebben dan het geloof in een zwijgende God. Een geloof dat nochtans de wereld overwint.

Maar dit geloof is bepaald geen goedkoop antwoord op de vragen van de moderne mens. Het betekent een loslaten van alle andere zekerheden. Het was de verdienste van de God-is-dood-theologie dat het vele valse zekerheden heeft ontmaskerd, vele vrome constructies heeft verbrijzeld, vele christelijke gesneden beelden heeft vernietigd. Maar deze theologie gaf er geen betere zekerheid voor in de plaats. Ook geen betere oplossing naar de zin van het leven en daarmee onlosmakelijk verbonden: de zin van het lijden. Het stuurt ons weerloos de ruimte in; we kunnen alle kanten uit, maar geen enkele richting heeft voorkeur boven de andere: de willekeur der zinloosheid. Maar het geloof dat de Onzienlijke ziet, en de Zwijgende verstaat geeft ons kracht in onze zwakheid, hoop in uitzichtloosheid en liefde voor een liefdeloze wereld.

Er zijn geleerden die menen dat de twee eerste hoofdstukken (alsmede het slot van het laatste hoofdstuk) niet bij het boek JOB behoren, doch later zijn toegevoegd. Ook al houden wij vast aan de kanoniciteit van het gehele boek, toch is het wel eens goed om die eerste hoofdstukken maar eens een poosje te vergeten. Wie Job wil verstaan moet naast hem gaan zitten en niet van te voren weten dat God met Satan een weddenschap heeft lopen. Want als wij in ons leven en in het wereldleven met talrijke “waaroms” zitten, weten we evenmin wat er achter zit. Het bovennatuurlijke, dat voor de moderne mens zo’n struikelblok is, moeten we voorlopig buiten beschouwen laten.

Job doet dat ook in die zin dat hij geen bovennatuurlijke oplossing aanvaardt voor het probleem van het natuurlijke leed. Als God wérkelijk de Schepper is van de aarde en niet laat varen de werken Zijner handen, dan moet Hij hier recht doen. Het hiernamaals is voor Job geen troost; zelfs de opstanding is voor hem niet doorslaggevend. Als onlangs een pastoor in een dorp in China verklaarde, geen contact met de communisten te zoeken, omdat die het paradijs hier op aarde willen en hij slechts een hemels paradijs heeft te prediken, dan mag men van die communisten geen enkele waardering voor dit “christendom” verwachten. Dat is geen geloof, maar verstandsgodsdienst, uitgaande van het rekensommetje dat de ‘eeuwigheid’ langer duurt dan ons aardse bestaan en dat de hemel gezelliger is dan de hel. Dat is niet het dienen van God om niet (Job 1:9); als Job net was als die pastoor had Satan gelijk. En omdat teveel christenen veel te lang deze “god” hebben gediend en verkondigd, heeft hun god aan de moderne mens niets meer te zeggen. Deze “god” is alleen geschikt om de secularisatie te verklaren!

Zo zit dan Job, berooid van alles, doodziek, door zijn vrouw en zakenrelaties in de steek gelaten, op de puinhopen van zijn bestaan. Maar … hij heeft gelukkig nog vrienden en we mogen die mannen toch wel even prijzen voor de moeite die ze voor Job overgehad hebben. Wie breekt zo lang uit zijn werk om een vriend te troosten?

Het grote verschil tussen Job en z’n vrienden is, dat Job geen oplossing weet voor het ‘waarom’ van zijn leed en de drie vrienden wel. Hun voornaamste motief is dat lijden een straf is voor de zonde. Immers, aldus Elifaz, een mens is niet rechtvaardiger en reiner dan God; als God een mens kastijdt is dat te zien als een tuchtiging uit de hand des Heren. Bildad en Zofar bevestigen dit door te wijzen op de ervaring: de goddeloze komt om en God beloont de goede. Want God is de god van het Recht en de vergelding is een eeuwig beginsel.

Job ontkent niet dat hij ook wel eens gezondigd heeft, maar zeker niet in meerdere mate dan andere mensen; er is dus geen reden voor een bijzondere straf. Job was er helemaal niet van overtuigd dat hij geneigd is tot alle kwaad en onbekwaam tot enig goed. En daarom niet anders verdiend heeft dan alle tijdelijke en eeuwige straffen. Ook deze calvinistische leerstelling heeft slechts beperkte geldigheid, hetgeen de nuchtere calvinisten in de praktijk des levens gelukkig zeer goed weten. Immers: de praktijk is anders dan de leer. Job kan een indrukwekkende lijst van goede werken opsommen (Job 29:12 vv.), niet terwille van eigen verdienste tegenover God, maar om te tonen dat hij voorheen in dankbare gehoorzaamheid had geleefd; voor een bijzonder straf was geen aanleiding. Integendeel: Job constateert dat het de goddeloze vaak zo goed gaat en dat rampen de goeden en kwaden gelijkelijk treffen.

Het probleem is dus dat God zwijgt tegenover de boosheid der mensen. Hij grijpt niet in. Zeker, het kwaad straft vaak zichzelf en het welbegrepen eigenbelang doet de mens dikwijls het goede kiezen. Doch het is ook vaak anders; juist omdat veel kwaad ongestoord zijn gang kan gaan, neemt de goddeloosheid toe. Omdat niet aanstonds het oordeel over de boze daad plaats vindt, dáárom is het hart der mensenkinderen in hen vol om kwaad te doen. (Pred, 8:11).

We zijn er niet door te spreken van een toelating Gods inplaats van de uitdrukkelijke wil van God. Immers: degene die het kwaad rustig op zijn beloop laat, hoewel hij bevoegd en in staat is dat kwaad te beeindigen of minstens te beteugelen, is mede-schuldig, in elk geval mede-verantwoordelijk. En de verantwoordelijke wordt tot verantwoording geroepen: ‘Waarom liet ge dit toe, hoewel ge wist dat het niet goed was? Waarom deed ge het niet anders, niet beter? Is het U soms uit de hand gelopen?’

Er is geen redelijke verklaring voor het zinloze wereldleed. Nu moet men niet kijken naar de verhalen in de andere boeken van het O.T., want daar gaat het over Israël. Bij Israël was er wel een duidelijke samenhang tussen zonde en straf. De Wet en de Profeten laten dit duidelijk zien. Dit verband tussen het al of niet dienen van God en voorspoed, respectievelijk tegenspoed maakte deel uit van Gods bijzondere bemoeienis met Zijn volk. Maar zo deed Hij aan geen enkel ander volk. (Ps. 105:44-45, 147:20). Die ander volken hadden Gods Wet, Zijn leidraad voor het leven, niet ontvangen. Ze moesten uit de natuur of hun redelijk verstand maar uitmaken wat goed was en wat slecht. En als hun een ramp trof, was er geen profeet om hun te verklaren wat daarmee Gods bedoeling was. Als Gód hier strafte, deed Hij dit toch wel bijzonder stompzinnig. En als het redelijk verstand in zijn voortgaande ontwikkeling sommige rampen wist af te wenden, werd er weer een stukje op die “stompzinnige God” veroverd; dan werd Hij teruggedrongen naar het niets waaruit Hij voortkwam. Hier zien we al het verband, nl. dat veel onjuiste theologie slechts kan ontstaan waar men het O.T. niet kent. En tevens dat áls de kerk de plaatsvervanger of opvolger van Israël zou zijn, daaruit voortvloeit dat dan al het leed uit onze aanwijsbare zonden voortkomt, zodat de vrienden van Job tóch gelijk hadden. En hoe vaak hebben christenen dat niet beweerd! Dit misverstaan van de eigen plaats in Gods plan is mede een reden waarom zovelen niet meer in God kunnen geloven.

Iets soortgelijks geldt van andere “verklaringen” van het lijden. Preventie, d.w.z het voorkomen van nog groter leed? Maar dan is het middel vaak erger dan de kwaal, vooral bij hen die geen reserves hebben. Opvoeding? Dat betekent dan dat het doel de middelen heiligt. Nog daargelaten dat het lijden vaak verhardt en verbittert; daardoor zullen de onheilige middelen het doel niet doen bereiken en blijft slechts de onheiligheid over. Noodzakelijk onderdeel van de vooruitgang? Maar kan Gods geest ons dan niet zo verlichten, dat we tenminste wéten welke putten gedempt moeten worden om de kalveren niet te laten verdrinken? Is een ongeluk dan een offer van God voor de vooruitgang?

Maar zal men vragen, is dit nu niet anders in het licht van het N.T.? Zegt Paulus niet dat degenen, die God liefhebben, alle dingen meewerken ten goede? En dat daarom het lijden van deze tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die ons geopenbaard zal worden? (Rom. 8:18, 28). Inderdaad, maar dat is niet hetzelfde als waarover Job spreekt. Paulus wéét, dat het lijden van de gelovige(n), net als het lijden van Israël (Rom. 8:36, vgl. Ps. 44:23) zinvol is. Zinvol lijden is niet minder pijnlijk dan zinloos lijden, doch het is wel veel beter te dragen. Bij Paulus gaat het over een heerlijkheid die geopenbaard zal worden; bij Job wordt niets geopenbaard. Job moest de aarde trouw blijven; daar had Paulus ook weet van, maar dat staat buiten het onderwerp van Romeinen 8. Kortom: Romeinen 8 is niet het antwoord op Jobs probleem.

En Golgotha dan?

Maar wat is Golgotha anders dan het zwijgen van God? Jezus hangt daar, net als Job, berooid van alles, met een zekere dood voor ogen, in de steek gelaten door al Zijn vrienden. Met de wetenschap dat Israël zijn Messias heeft verworpen en dat daarmee het Messiaanse Rijk van de baan is; kortom: alles een volslagen mislukking! Ook bij Hem de vraag: Waartoe? En er komt geen antwoord: God zwijgt.

Nu niet te snel zeggen dat Hij wist van een opstanding na drie dagen, of dat Hij God was. Dan neemt men Golgotha niet ernstig, doch maakt er een spelletje van. Ongeloofwaardig voor de moderne mens, onwaarachtig voor de levende God. Juist zoals men het begin van het Job-verhaal moet vergeten, zo moet men op Golgotha ook de Paasmorgen voorlopig vergeten. Immers: we hebben het over de wereld. De Heer nu heeft Zich nimmer aan de wereld vertoond als de Opgestane. Voor de wereld is Hij dood, dan wel is Zijn opstanding zonder kracht. Zoals onlangs een Joodse hoogleraar in Jeruzalem zei: “De opstanding van Jezus behoeft geen twistpunt voor de Jood te zijn. De God van Israël, die de doden levend maakt en die in de dagen van Elia de zoon van de weduwe van Sarfath weer in het leven kon brengen, was zeker in staat Jezus van Nazareth uit de doden op te wekken. Maar dat Jezus de Messias zou zijn, is uit niets gebleken, want er is na zijn opstanding niets veranderd …” (P. Lapide, “Auferstehung”).

God zwijgt zelfs op de Paasmorgen!

Wie dit zwijgen van God niet verstaat (let op de tegenstelling in deze woorden), brengt zowel Israël als de wereld der volken in verwarring en verraadt Gods verborgenheid. Toch is dit maar al te vaak gedaan. Dit geschiedt als de “kerk” de plaats van Israël gaat innemen en het feit van haar bestaan als de komst van het koninkrijk Gods gaat beschouwen. En dat terwijl de wereld onverlost verder doorgaat en al het zinloze leed onverminderd blijft bestaan. Men verraadt dan de aarde en maakt daarbij de toekomst des Heren tot een zinloze gebeurtenis. Laat men het de moderne mens toch niet kwalijk nemen als hij daar niets van gelooft. Die god van de “kerk” is niet de God van Israël en de hoop op de persoonlijke zaligheid is niet het heil des Heren. Van deze god is geen verlossing te verwachten.

Is het dan zo onbegrijpelijk als Job de Almachtige gaat aanklagen?

Let goed op: het gaat Job niet slechts om zichzelf, maar ook om de wereld. “Waarom geeft Hij aan de ellendige het licht en het leven aan hen die alleen maar bitterheid zullen ondervinden?” – “Heeft niet de mens een strijd op aarde en zijn zijn dagen niet als een dagloner die hijgt naar schaduw?” (Job 3:20, resp. 7:1). De vrienden zagen slechts wijsgerige stelsels, dogma’s, theologische leerstellingen; daarin moest elk mens en elke gebeurtenis passen of anders passend gemaakt worden. Laten we ons er voor wachten om vanuit een christelijke overtuiging Job te gaan betuttelen. Want laten we eerlijk zijn: zou óns antwoord op Jobs aanklacht niet méér lijken op de redeneringen der vrienden, aangevuld met enkele argumenten aan ons N.T. ontleend, dan op het antwoord dat God geeft?

Nee, het gaat Job niet om zichzelf; uiteindelijk ook niet om de wereld, maar om God Zélf. “De Almachtige heeft mij onrecht aangedaan” (Job 27:2) en dát is nu net het laatste wat een mens kan verdragen. God, Die ons geleerd heeft wat goed en recht is, houdt Zichzelf niet aan Zijn eigen maatstaven. Dát is onverdraaglijk! Dáárom gaat hij mét God tégen God in beroep; Job strijdt met God tegen God.

Hier zijn we bij de kern van het boek JOB. Jobs geloof heeft hem behouden. Het geloof, dat God ondanks alles toch vasthoudt. Het geloof dat een zo groot vertrouwen is, dat het uitgroeit tot zekerheid, temidden van alle onzekerheden die blijven.

Job krijgt het antwoord uit een onweer. Dat is geen helder geluid, hoe luid het ook klink. Het maakt niet zo heel veel duidelijk. “God is groot en wij begrijpen Hem niet; Hij dondert met Zijn stem zeer wonderbaar; Hij doet grote dingen en wij begrijpen ze niet”. (Job 36:26, 37:5). Maar als God werkelijk God is en niet het product van onze gedachten of het beeld dat wij van Hem hebben gemaakt, dan gaat Hij ons begrip bij voorbaat te boven.

In dit verband moet gewezen worden op de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe. Het goede en het kwade moeten voorlopig naast elkaar blijven bestaan; straks komt de scheiding. (Matth. 13:24-30, 36-43). Dat is wel een moedgevende gedachte voor het heden en de toekomst, maar geeft geen oplossing van de vraag hoe het kon bestaan, dat die vijand dat slechte zaad zaaide, blijkbaar met medeweten van de heer van de akker.

Daarom blijven de vragen, ook bij Job. “Ik wil U ondervragen, opdat Gij mij onderricht” (Job 42:4). We mogen vragen zoveel als we willen, als we maar aanvaarden dat we vaak geen antwoord krijgen en nochtans het geloof vasthouden.

Dat is ook bij Paulus het geval. Na Israëls terzijdestelling hoopten ook bij hem de vragen zich op. Het antwoord kwam in de gevangenis; maar is de gevangenis niet even donker als die onweersbui bij Job? Ook hier is het antwoord niet duidelijk. Bij Job een eenzijdige schildering van Gods macht, bij Paulus een eenzijdige schildering van Gods liefde. Maar het Wezen Gods blijft zowel bij Job als bij Paulus verborgen en hoe het in de wereld verder moet, wordt er niet bij gezegd. Maar het is genoeg. Om het te zeggen met Jurgen Moltmann (de moderne theoloog van de hoop): “God is niet zo tegenwoordig dat alles in ons zwijgt, maar wel reeds zo, dat alles in ons vraagt.”

Toen Job zijn antwoord kreeg, had God nog veel te zeggen en Hij deed dit tot Israël, opdat zo alle volken Zijn wegen zouden vernemen. Toen God veel later aan Paulus, buiten Israël om, de grote verborgenheid bekendmaakte, had Hij alles gezegd wat te zeggen viel.

JOB geeft geen oplossing voor de vragen die het oproept; ook wij zullen niet alle raadselen van het leven kunnen oplossen.

Het slot van JOB is een toegift; zo’n goede afloop komt bij ons ook wel eens voor, maar we mogen er niet op rekenen. Dat slot is de schakel van Job via Mozes met Israël. Voor óns is de Israël-bedéling geen tussenfase; de bedéling na Handelingen 28 sluit in zekere zin weer aan bij JOB 42:9, als getoond is dat Jobs volharding zijn geloof tot volwassenheid heeft doen uitgroeien.

Daarom mogen we het leven doorgaan onder een zwijgende hemel, met een God die niet ingrijpt en geen antwoord geeft op onze waaroms. Het zinloze blijft zinloos, maar kan voor ons nochtans medewerken ten goede, dat is ten Gode. Niet alle leed komt ván God, maar de gelovige betrekt het alles op God.

De sprekende god van sommige welbespraakte geestelijke leidslieden of religieuze bewegingen is een waanbeeld; wat we horen is slechts de echo van hetgeen de mensen hem in de mond legdgen. Maar de zwijgende God van Job en Paulus is de levende God. In Hem zijn wij geborgen. Dit moeten wij eerst beseffen voordat we gaan overwegen hoe God Zich aan Israël bekend maakt.

Uit: Gods verborgenheid – van dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolg!

**********************

DE GROTE VERBORGENHEID

In Handelingen 28 de verzen 27, 28 vinden we de grote breuk tussen de apostel Paulus en het officiële Jodendom, omdat Israël als geheel – zowel in als buiten het Land – Jezus als de gekomen Messias afwees. Waarschijnlijk vond dit plaats omstreeks het jaar 62 A.D. Het is zeer wel mogelijk dat door zijn twee jaar durende gevangenschap Paulus ontkomen is aan de korte doch hevige christenvervolging door de keizer Nero in 64 A.D. In elk geval is hij toen niet terechtgesteld (zoals gemeenlijk wordt beweerd) doch pas enkele jaren later, na nog verschillende reizen te hebben gemaakt en nog enkele brieven te hebben geschreven.

Van wat er met de plaatselijke gemeenten, in de Handelingentijd ontstaan, ná het plotseling afbreken van Lukas’ verhaal gebeurde, weten we tot ongeveer het jaar 100 vrijwel niets, behoudens hetgeen we uit Paulus’ brieven uit die tijd kunnen afleiden. Er is echter wel een groot verschil. Men heeft deze tijd wel de tunnelperiode genoemd. Aan de ene kant gaan een aantal niet of nauwelijks georganiseerde gemeenten er in en aan de andere kant komt er een katholieke kerk uit, compleet met gezaghebbende bisschoppen, de eucharistie (avondmaal) als centraal punt van de  eredienst, een nieuwe wettische levensstijl en een niet meer verstaan van het Oude Testament. Wat óók de tunnel inging was een hevige strijd over de verhouding Jood-heiden, en Paulus inspanning om Israël en de heiden-christenen in de Messias Jezus bijeen te houden; bij wat er uit kwam zien we van dit alles niets meer. Aantal en betekenis van de Joden-christenen is verdwijnend klein, Jeruzalem is verwoest en het Land voor Israël verloren. Het Farizeïsme zocht zijn heil in toenemende afzondering en verstarrende wetspraktijk; Joden en christenen zijn volkomen gescheiden groepen geworden, op elkaar scheldend zonder elkaar te kennen. Pas in de loop van de 20e eeuw begint hierin verandering te komen.

Het is niet onze bedoeling hier de verdere geschiedenis van het Jodendom en kerk te bespreken. Beide hebben Paulus niet begrepen en juist om zijn boodschap is het ons te doen. Men kan het keerpunt in de geschiedenis rond het gebeuren in Hand. 28:27/8 moeilijk overschatten. Hier houdt de “Bijbelse geschiedenis” op, en bijna tegelijk houdt Israëls zelfstandig bestaan op. (Het voorspel van de val van Jeruzalem in het jaar 70 A.D. zette vrijwel gelijktijdig in). Daarmee begon een ballingschap, met allerlei vervolging, die al de vorige overtrof. Had Israël profeten als Jeremia mishandeld, doch later met schuldbelijdenis herkend en erkend, ten aanzien van Jezus Messias duurde het tot na 1948 voordat een (aarzelend) eerherstel begon. Dit betekende een volslagen breuk tussen de Messias en het messiaanse volk. Israël was als heilskanaal, tot zegen der volken, onbruikbaar geworden. Integendeel: ter wille van Israëls falen wordt Gods Naam onder de volken gelasterd (Jes. 52:5, Ezech. 36:22-23, Rom. 2:24) ten gevolge van onbegrip en kwaadaardigheid. Wat het christendom hier tegenover heeft gesteld in de loop der geschiedenis, weegt toch niet op tegen het heil dat gekomen zou zijn, indien Israël niet had gefaald. Men mag gerust spreken van een wereldramp, die slechts door de wereldramp ten gevolge van Adams falen in de Hof van Eden werd overtroffen.

De grote vraag is nu: hoe moeten de profetieën vervuld worden, waarin de beloften aangaande Israëls grote toekomst ten bate van de volken worden voorzegd?

Het antwoord hierop is dat ze voorlopig niet vervuld worden, doch dat eerst een geheel nieuwe en onverwachte gang van zaken zijn beslag gaat krijgen. Anders gezegd: er komt opnieuw een insnijding in de profetie; een nieuwe bedeling (huishouding, geheel van regels) wordt ingevoegd. Dit laten ons de brieven, die Paulus heeft geschreven na de Handelingentijd, duidelijk zien. Het duidelijkst en ook het meest vergaand op dit gebied zijn de brieven aan Efeze en Kolosse. De brief aan Filippi vormt de overgang. De breuk met Israël betekende voor allen, die Jezus als Messias aannamen, een heroriëntering.

Het eerste wat aandacht vroeg was: wat betekenen de komst en de boodschap van Jezus, los van Zijn betekenis voor Israël, los van het Koninkrijk, dat aan Israël zou worden opgericht? En het tweede daaruit voortvloeiend was: waar vinden de gelovigen geestelijke steun en leiding, als de synagoge voor hen gesloten en onbruikbaar was? Het antwoord op de tweede vraag vinden we in de zg. pastorale brieven (1 Timotheus en Titus); daarop komen we in ons laatste hoofdstuk nog even terug.

Het antwoord op de eerste vraag vinden we in de Filippenzenbrief. Daar is sprake van een verdieping van het geloof in de gekruisigde en opgestane Heer, boven Zijn betekenis voor Israël uit. Jezus Messias is niet Israëls koning in ballingschap, maar de Heer, voor Wie allen in de hemelen en op aarde, ja zelfs alle “onderaardsen” eenmaal de knie zullen buigen in vrijwillige erkentenis. En verder ziet Paulus iets van een zeer bijzondere opstanding, die eerder zal plaats vinden dan alle andere opstandingen, ook al kent hij hiervan geen bijzonderheden en weet hij niet zeker of deze hem zelf ook te beurt zal vallen. (Fil. 3:10-12; in vs. 14 noemt hij dit een prijs, waarnaar gejaagd moeten worden. Het Griekse woord ‘exanastasis’ (lett. uit-opstanding) komt alleen hier voor. Paulus komt hier later niet meer op terug).

Hoewel de Filippenzenbrief wel spreekt van een radicale breuk met het Jodendom (Fil. 3:2, waar woorden als ‘honden’ en ‘versnijding’ toch wel heel anders klinken dan Paulus’ oproep tot eenheid in de Romeinenbrief), wordt daarin nog niet gesproken over een nieuwe openbaring die aan hem ten deel was gevallen. Het is zelfs de vraag of Paulus daar na het twistgesprek in Rome dadelijk al aan toe geweest was. De verdieping van zijn geloof was zelfs een voorwaarde om een nieuwe openbaring te ontvangen. Zonder de innigheid van Godsvertrouwen en de daaruit voortvloeiende blijdschap zou het spreken over hogere dingen slechts een stuk dorre dogmatiek hebben opgeleverd. Zo is dan de Filippenzenbrief een voorbereiding voor de openbaring van de grote verborgenheid, waar Paulus in de Efeze- en Kolossenzenbrief over schrijft. Ook voor iedere andere gelovige (jood of niet-jood) is de Filippenzenbrief een inleiding tot verdere geestelijke ontwikkeling.

Nadat Israël in Handelingen 28 (voorlopig) terzijde gesteld is, waardoor er tussen Jood en heiden geen onderscheid gemaakt wordt, zou men verwachten dat de toestanden van vóór Abrahams roeping weer terugkeren. In zekere zin is dat ook zo. Gods spreken tot Israël is opgehouden en voor de volken heeft Hij altijd gezwegen. Dit wil niet zeggen, dat God niet werkt. Maar Hij werkt in het verborgene. En er is geen Profeet om Zijn werken te verklaren. Menselijke verklaringen over Gods doen en laten zijn oncontroleerbaar. Er genezen zieken na gebed, maar soms gaan ze ondanks de vurigste gebeden toch dood. Achteraf blijkt dan soms, dat het een voor de hand liggende medische kleinigheid was geweest om levens te behouden! Men heeft watersnoden willen verklaren als een uiting van Gods toorn, maar plaatsen die als “poelen des verderfs” gebrandmerkt zijn blijven gespaard. Kortom, het werk van God is op geen enkele manier na te rekenen, nog veel minder dan in de dagen van Israël, toen er ook al Psalmdichters en Profeten waren, die daarmee de grootste moeite hadden. De situatie van nu is te vergelijken met die van het boek JOB, maar dan zonder het gelukkige slot en zonder dat we weten wat zich vooraf in de hemel afspeelt (JOB 1 en 2).

Maar in die hemel gebeurt ondertussen heel wat!

Daarover spreekt Paulus in de Efeze- en Kolossenzenbrieven. Het was Job’s taak, aan de hemelingen duidelijk te maken, dat het ware geloof God vasthoudt, als van Zijn aanwezigheid en handelen niets meer te bespeuren valt. Ditzelfde is eveneens de taak, waartoe wij thans geroepen worden.

Paulus zegt dat aan hem deze genade is gegeven om onder de heidenen (waarmee Joden nu op één lijn staan) door het evangelie (d.w.z. zijn bijzondere boodschap) te verkondigen de onnaspeurlijke rijkdom van Christus. (Efz. 3:8). Dus een rijkdom anders dan die van Israël, welke wel na te speuren was, dank zij de openbaring door middel van Mozes en de Profeten. En het doel van dit alles toont ons Efeze 3:10: opdat nu (d.w.z. na Hand. 28 en voortgaande tot Israëls herstel in zijn heilstaak) bekend gemaakt worden aan de overheden en machten in de hemel (lett. het overhemelse) de veelvoudige wijsheid van God. (‘veelvoudige wijsheid’ = een met veel schakeringen of aspecten, gevarieerde vaardigheid, verworven door bedrevenheid). Dat geschiedt dan “door de gemeente” (ekklesia = uitgeroepenen), waaronder we hier niet hebben te verstaan een plaatselijke gemeente (zoals in 1 Timotheus en Titus) of het geheel der christelijke kerk (die in Paulus’ dagen nog niet bestond en zelfs helemaal buiten zijn denksfeer lag). Met “gemeente” in vs. 10 bedoelt hij hetzelfde als in Efz. 1:22, waar eveneens gesproken wordt over deze overheden en machten (vs. 21), nl. die gemeente waarvan de Messias het Hoofd is en die het middel is om alle dingen, ja de gehele kosmos, aan God te onderwerpen. Déze gemeente is per definitie onzichtbaar, zoals Christus’ Hoofd-zijn-boven-alle-dingen onzichtbaar is, en Gods werk onzichtbaar is, zoals Christus’ opstanding onzichtbaar was (Niemand was getuige van Jezus’ opstaan uit het graf; het lege graf en enkele verschijningen in kleine kring (niet voor het oog van de wereld) vormen de enige zekerheid) en Zijn zitten in de hemel eveneens (vs. 20). God zet Zijn werk onzichtbaar, onnaspeurlijk voort door die gelovigen, die tezamen die onzichtbare gemeente vormen, die “Zijn Lichaam” genoemd wordt. Het gaat dus niet over de (zichtbare) Kerk.

Dit alles klinkt nogal hoogdravend, ongrijpbaar en op het eerste gezicht rijkelijk over-geestelijk. Er zou een volledig commentaar op de Efezebrief nodig zijn om te laten zien dat dit zeer beslist niet het geval is (Zij die voor zichzelf en voor de samenleving behoefte hebben aan meer spiritualiteit, kunnen uit de Efeze en Kolossenzen brieven veel halen wat voor hen van nut kan zijn); we moeten het hier bij enkele opmerkingen laten.

Voorop deze: de Efezebrief is gericht “aan de heiligen (d.w.z. allen die tot geloof geroepen zijn, dus zeer ruim) die óók betrouwbaren zijn” (Efz. 1:1). Het Griekse woord “kai” wordt gewoonlijk door én vertaald; de vertaling ‘ook’ maakt veel doorzichtig en verdient daarom de voorkeur. De vertaling betrouwbaren i.p.v. ‘gelovigen’ wil aangeven dat het niet gaat over mensen met een bepaalde godsdienstige opvatting, maar over hén die trachten hun hoge roeping waar te maken. Dit houdt in dat ze op de meest intieme wijze met de Messias verbonden zijn (= lid van Zijn lichaam) en als geestelijk volwassenen willen leven. Om zo mede te werken aan de uitvoering van het meest wezenlijke van Gods heilsvoornemen.

Paulus gaat er van uit dat deze ‘betrouwbaren’ bekend zijn met de bedéling van de genade van God. (Efz. 3:2). Gods handelen is altijd genadig; immers genade is de ruimte waarin God de mens stelt om voor Zijn aangezicht te leven. Ook de Wet was genade (voor Israël) en zál dat zijn (eenmaal voor alle volken). Maar die “ruimte” kan groter worden; zo komt er een nieuwe genade in plaats van de vroegere. (Ook Joh. 1:17 maakt van de Wet en genade geen echte tegenstelling; vs. 16 zegt dat we ontvangen hebben genade in plaats van (Grieks: anti) genade; want de Wet is door Mozes gegeven, de genade en waarheid zijn door Jezus Messias geworden, d.w.z. uit Zijn volheid komt een grotere en nieuwere genade en waarheid in plaats van de vroegere genade. Ook worden genade en waarheid tezamen genoemd, niet omdat de Wet een leugen was, maar omdat ze beperkt en eenzijdig was. Jezus Christus is de Waarheid en gaat daarom de Wet (= onderwijs over de waarheid) te boven). Israël heeft dit altijd geweten; de heidenen kwamen eerst in de Handelingentijd hiermee in aanraking; de prediking van Paulus uit die tijd wordt dus als bekend verondersteld. Met deze kennis hadden deze hoorders een voorsprong gekregen (zoals Israël altijd al een voorsprong had gehad) op de overigen uit de volken. Pas veel later zullen alle volken die achterstand hebben ingehaald.

De grote verborgenheid, een aan Paulus geopenbaard geheim, is datgene wat voor de wereld eerst bereikt wordt aan uiterste volheid van genade in verre toekomst en, na verschillende fasen van het goddelijk voornemen, voor de ‘betrouwbaren’ in de geest reeds nu kan worden bereikt. En dat onverschillig of men uit de Joden of uit de heidenen is. Anders gezegd: de verborgenheid van de Messias (door het diepste lijden heen tot de volle heerlijkheid) betreft niet alleen de Messias Zelf, maar ook een aantal mensen, hiertoe op een bijzondere wijze uitverkoren. De Heer deelt Zijn lijden én Zijn heerlijkheid met hen die tot Zijn lichaam behoren.

Efeze 3:5 zegt nadrukkelijk dat het om een nieuwe openbaring gaat. Het is niet zo dat heidenen eerst nu toegang zouden krijgen tot het heil. Die toegang was bekend; zelfs Abraham wist dit al. (Gen. 12:3, Gal. 3:8. Het is onbegrijpelijk dat de meeste theologen elkaar napraten alsof er pas sinds de Handelingentijd heil voor heidenen zou zijn).

De nieuw-geopenbaarde verborgenheid was niet verborgen in de Schrift (zoals de verborgenheid van de Messias, hetgeen de Messias Zelf aan de hand van de Schrift aan de Emmausgangers kon uitleggen), maar verborgen in God en dus voordien niet-kenbaar. De nieuwe, hogere eenheid van (sommigen uit) Israël en (sommigen uit) de volken was nimmer geprofeteerd; ook de evangeliën en de andere apostelen zwijgen daarover. Het hoogste wat een heiden voordien kon bereiken was bij Israël ingelijfd worden. Maar ook Israëls grote toekomst is niet het einddoel van Gods heilsplan. Eenmaal zal God zijn alles (kwalitatief) in allen (kwantitatief); het vreugdevolle is dat dit kwalitatieve nu reeds bereikbaar is voor de ‘betrouwbaren’.

Met deze nieuwe openbaring woord het Woord vervolledigd. (Kol. 1:25). Niet dat er niets meer te zeggen zou zijn over de schepping of de geschiedenis van Israël of het leven van Jezus, om maar enkele voorbeelden te noemen. Maar iets hogers of meer wezenlijks toevoegen aan het nu geopenbaarde is niet wel mogelijk.

Zoals de Heer na Zijn opstanding alleen verschenen is aan een kleine groep van Zijn volgelingen, zo is ook deze nieuwe openbaring slechts bekend gemaakt aan een kleine groep ‘betrouwbaren’. Daarom is hun eigenlijke leven, het samen-met-Christus-zijn, verborgen in God. (Kol. 3:3). Dat is geen kloosterleven, maar de inzet van een nieuwe wandel, als geestelijk volwassenen temidden van een wereld waarin verder van Gods aanwezigheid niets duidelijk aanwijsbaar valt te zien. Het heeft mystieke trekken, maar is veel meer dan mystiek alleen.

Dat het slechts gaat om een kleine groep moet ons niet verbazen noch verdrieten. Het eigenlijke doel van de nieuwe openbaring is niet de wereld, maar de hemel: “Opdat nu bekend gemaakt worde aan de overheden en gezaghebbers in het overhemelse de veelkleurige wijsheid van God, overeenkomstig het voornemen der aioonen, dat Hij aan het uitvoeren is in Messias Jezus, onze Heer”. (Efz. 3:10-11). Zoals Abraham en Israël uitverkoren werden, niet ter wille van zichzelf maar ter wille van de volken, zijn ook deze ‘betrouwbaren’ dat. Maar om het volle heil van die volken te bereiken (een heil, groter dan het Messiaanse Rijk, dat toch nog veel voorlopigs heeft), moet ook in de hemel het een en ander gebeuren. Dáár moet getoond worden aan de machthebbers aldaar, dat het uiteindelijk niet om de macht, maar om de Liefde gaat. Zoals God destijds aan de hemelingen wilde laten zien wat Hij kon bereiken met iemand die Hem onvoorwaardelijk vasthield (we bedoelen Job), zo wil Hij nu tonen wat Hij kan bereiken in de omstandigheden nú, als iemand onvoorwaardelijk vertrouwt.

Paulus moest de boodschap van de onnaspeurlijke rijkdom van de Messias overbrengen. Mozes en de Profeten hadden veel openbaring doorgegeven en ook aangaande de Messias geprofeteerd. Dat was weliswaar geen blauwdruk van de toekomst, zodat iedereen nauwkeurig kon weten hoe de Messias er uit zou zien. Het waren niet meer dan herkenningspunten voor de oprechten van hart. Dit alles is de naspeurlijke rijkdom van de Messias en daarover valt veel te zeggen. Maar dat er nog veel meer was, sterker: dat God het komen van het onvoorstelbare (nl. dat Israël de Messias niet als Koning zou aanvaarden) gepaard zou laten gaan met een andere onvoorstelbaarheid (nl. dat de heidenen deel zouden krijgen aan het Hoofd-zijn van de Messias), dat was onnaspeurlijk. Daarover had het O.T. niets gezegd; daarover had zelfs de Heer niet gesproken toen Hij op aarde rondwandelde.

Vóór de nederwerping der wereld, d.w.z. vóór de aioonen waren, had God al het plan uitgewerkt hoe Hij de schepping tot Zijn einddoel zou voeren. Niet alleen om van de natuur naar cultuur te komen (“vervult de aarde en onderwerpt haar!”), maar bovenal van de schepping tot de herschepping. Niet alleen moest de natuur geordend en bewerkt worden, ja eigenlijk door de techniek overwonnen worden, ook het kwade (dat ouder was dan de natuur) moest nog door de geest overwonnen worden. God had eertijds het kwade en het lijden gewild (althans niet niet-gewild) (Jes. 45:7. Zie ook Gen. 1:5; God heeft de duisternis niet verdreven, doch een naam gegeven (nacht), d.w.z. een plaats aangewezen).

Dat is een verborgenheid. Maar omdat Hij dit in Zijn plan opnam, heeft Hij er ook de oplossing voor gegeven. Daarom is Hij de Heiland, juist als de God Die Zich verborgen houdt. Dit beoogt het plan der aioonen.

Dat alles zou niet rechtlijnig gebeuren, maar in haast grillige voortgang, met veel vallen en opstaan. Maar deze uitschieter, dit vooruit-grijpen naar het overhemelse en dat na-aioonische, dat was toch wel een onverwachte verrassing.

Daarmee weet Paulus zijn verder taak: deze schaalvergroting van Gods heilsplan bekend te maken, al het eerder geopenbaarde te stellen in dit nieuwe raam. Het vroeger geopenbaarde valt niet weg, maar verbleekt in het nieuwe licht. Paulus’ leer heft niet op, maar verheft zich. Tot onze troost en bemoediging, in een wereld waarin God zwijgt en we het met de beloften moeten doen; ook tot onze kracht en wijsheid als we als volwassen gelovigen moeten leven.

We willen het voorgaande samenvatten. Boven hetgeen reeds bekend was inzake Gods genadig handelen wordt nu een verdergaande, nieuwe openbaring gegeven. Hiervan is de Messias Jezus het Middelpunt. Het verband tussen Zijn lijden en Zijn heerlijkheid was op zeer verborgen wijze in de Schrift aangegeven en kon pas achteraf worden herkend. Hieraan wordt nu toegevoegd, dat er een nieuwe groepering uit de gelovigen wordt gevormd, onzichtbaar, ongeacht Joodse of heidense afkomst. Deze nieuwe eenheid deelt nu ten volle in hetgeen aan de Messias was beloofd. Ze is er allereerst ter wille van de hemelingen. (Efz. 3:10-11).

Aan de apostel Paulus werd de taak opgedragen deze nieuwe boodschap over de onnaspeurlijke rijkdom van de Messias Jezus verder bekend te maken, om zo Gods heilsvoornemen in een groter raam te plaatsen.

Uit: Gods verborgenheid – van dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolgd!

**********************

GEESTELIJKE VOLWASSENHEID

In het voorgaande hoofdstuk was herhaaldelijk sprake van een aantal ‘betrouwbaren’, die tezamen een bijzondere gemeente (letterlijk vertaald ‘ecclesia=uitroepsel’) vormen: het Lichaam van Christus. De vraag rijst: wie behoren tot die gemeente? Dat zijn in het algemeen die gelovigen die tot de geestelijke volwassenheid zijn gekomen. (Efz. 4:12-16). Het grote is dat juist hierin Paulus de moderne mens volkomen serieus neemt, en de weg wijst die heden meer dan ooit actueel is. Was soms dit unieke van Paulus’ boodschap daarom zo lang onbekend en onbegrepen, omdat deze eerst in een moderne tijd tot zijn recht kon komen?

Een goede omschrijving van geestelijke volwassenheid vinden we in Hebr. 5:12-14, die we hier in de Petrus Canisius vertaling weergeven: “Is het soms nog nodig dat men u de eerste beginselen van Gods worden gaat leren, terwijl ge toch, de tijd in aanmerking genomen, reeds leermeesters moest zijn? Hebt ge soms nog behoefde aan melk, niet aan vaste spijs? Want wie nog melk behoeft, is onbekwaam voor her woord der gerechtigheid, want hij is nog een kind. Maar vaste spijs is voor de volwassenen, voor hen die door oefening de zintuigen hebben afgericht, om goed en kwaad te onderscheiden.”

In de puberteit weet men nog niet wat men wil; een volwassene weet dat wel. In het verband met ons onderwerp gaat het om het maken van de goede keus in allerlei kritische momenten van het leven. De volwassene staat in de vrijheid, maar dat belaadt hem met de verantwoordelijkheid voor zijn daden. Adam had stellig op Gods tijd goed en kwaad moeten kunnen onderscheiden, maar hij was er op dat moment toen de “slang” hem verleidde, nog niet rijp voor; tóen was de enige veilige weg om te gaan: gehoorzaamheid! Alleen de volwassene is waarlijk vrij van de Wet.

Dat neemt niet weg dat de volwassene toch nog graag van het advies van Vader gebruik maakt. Ook de Vader blijft de zoon waarschuwen, ondanks diens zelfstandigheid. Maar dit gebeurt op afstand; uiteindelijk moet de zoon door schade en schande wijs worden. Dat geeft uiteraard wel vaak spanningen. Indien men nu die spanningen te snel gaat opheffen, hetzij door spanningsverschil weg te nemen, hetzij door kortsluiting, dan is dat in feite een terugschrikken voor de verantwoordelijkheid die de volwassene moet (leren) dragen. Als echter de spanning vanzelf verdwijnt door het opgaan der tegendelen in een nieuwe eenheid, dan heeft de spanning een nuttige bate, een hoger goed opgeleverd. Dit kan echter alleen geschieden in de weg der verzoening, die zelfs vijanden tot vrienden maakt en ook een nieuwe eenheid schept tussen God en de mens, die Gods volwaardige medearbeider wordt.

God is er niet om ons van onze verantwoordelijkheid te verlossen. Als beelddrager Gods moet we dit zelf op ons nemen. Daarbij zal de volwassen mens vaak tekort schieten, omdat hij als begrensd schepsel beperkt is in zijn mogelijkheden en bovendien belaagd wordt door de Boze van buiten en het Boze van binnen. Hij zal zelfs vaak in situaties verkeren dat hij het alleen fout kan doen: hij moet kiezen tussen kwaden, terwijl het ontlopen van zo’n keus ook een kwaad is. Daarom moet ook de volwassene in de Messias Jezus leven vanuit de vergeving; juist hij heeft er weet van dat het kwaad niet de optelsom is van allerlei afzonderlijke (vaak vermijdbare) zonden, maar onze hele samenleving heeft doortrokken, terwijl we ons aan die samenleving niet kunnen en mogen onttrekken. De vergeving der zonder komt hiermee op een hoger plan: niet slechts de bedekking van allerlei banaliteiten, maar een alles doortrekkende verzoening, die de volkomen verlossing der schepping voorbereidt.

Volwassenheid houdt ook in een nieuwe houding t.o.v. de traditie. De volwassene moet hier nl. vrij tegenover staan; traditie heeft geen gezag uit zichzelf. Ook al zijn in de traditie wel een aantal verworvenheden verwerkt, die ons van nut kunnen zijn. Juist de volwassene zal moeten oordelen over hetgeen als waardevol dient te worden behouden en hetgeen moet worden afgestoten omdat het slechts een voorbijgaande waarde had. Zowel het handhaven van het oude omdat het oud is en de vaderen het ook zo zeiden of deden, alswel het oude geheel over boord werpen, omdat men reeds tevoren van mening is dat er toch niets van deugt, zijn tekenen van onvolwassenheid.

De moderne mens, die zo graag mondig wil zijn, moet zijn volwassenheid niet verloochenen door een provo-achtige kwajongenshouding ten opzichte van het verleden.

Over de geestelijke volwassenheid spreekt Paulus uitvoerig in Efeze 4. In vs. 1 begint hij de lezers te herinneren aan de roeping waarmee ze geroepen zijn en vermaant hen dienovereenkomstig te wandelen. In dit verband zouden we het een roeping tot volwassenheid kunnen noemen. Dit blijkt uit het (nog te bespreken) vervolg, als uit het (reeds kort aangeduide) voorafgaande. Er zijn tussen Israël en de bijzondere gemeente uit Efz. 1:22 en 3:10 enkele punten van overeenkomst. In beide gevallen gaat het om een roeping, of als men wil: een uitverkiezing.

Uitverkiezing is geen roeping tot een heilsbestemming maar tot een heilstaak. Door dit te verwarren zijn ontzettende fouten gemaakt, waarvan we er nu twee willen noemen: de farizese en de calvinistische.

De Farizeeën (althans de meesten van hen) achten Israël verkoren tot een heilsbestemming, waardoor het een volk werd van hoger orde dan de heidenen. Ze waren daar dankbaar voor (Luk.18:11), maar verhieven zich er ook op als ware die uitverkiezing een verdienste. Het ergste was dat ze helemaal niet meer zagen dat ze juist tegenover de heidenen een taak hadden. Ze zagen Gods tijdelijke bijzondere bemoeiing met Israël als Zijn voltooide, tot zijn bestemming gekomen werk. Maar juist door die gedachte werd hun roeping, hun uitverkiezing waarde loos, hetgeen een andere bedéling, een andere heilsorde noodzakelijk maakte.

De Calvinisten, zagen de uitverkiezing in het licht van het oneindige hiernamaals (gewoonlijk ten onrechte ‘eeuwigheid’ genoemd); er zijn daarbij twee mogelijkheden: eindeloos heil of eindeloos verderf. Tot het heil komen slechts zij die hiervoor van vóór de schepping in Gods wijze raad en voorzienigheid zijn uitverkoren, en dus blijft voor alle anderen slechts de ‘hel’ over. Ondanks de ontelbare pogingen om te ontkomen aan het feit dat dit een noodlotsleer is, die alle oproep tot bekering tot een schijnvertoning maakt (of hoogstens slechts wezenlijk bestemd voor de uitverkorenen en niet voor de rest), zijn de calvinisten daarin nimmer en nergens geslaagd. Gegeven het uitgangspunt van slechts twee bestemmingen is dat ook niet mogelijk.

Ziet men de uitverkiezing niet als een (farizese) verdienste of als een (calvinistisch) noodlot, maar als een roeping ten bate van anderen, dan zijn Gods uitverkiezingen heilshandelingen bij uitstek. Zo spreekt Efz. 1:4 over de uitverkiezing als een grote geestelijke zegen en een daad van liefde, en geeft tevens het doel aan van die verkiezing: heilig en onberispelijk zijn voor Hem. (Hiermee wordt geen aansporing tot werkheiligheid bedoeld. ‘Heilig’ wil zeggen: afgezonderd van de wereld en aan Hem toegewijd. ‘ Onberispelijk’ wil zeggen: geschikt voor het doel, hoe gewoon op zichzelf; vgl. een onberispelijk schaap (geschikt voor de offerdienst) was een schaap met vier poten, dus geen drie (= mank), maar ook geen vijf (= superschaap).

Waar het nu voor ons als doel op aankomt is, dat die roeping (uitverkiezing) uit Efz. 1:4 en 4:1 (evenals Efz. 1:11, 17-21, 2:6-7 en vooral 3:16-19), een roeping is tot volwassenheid. Het kind-stadium ligt achter ons. Toen wij kinderen waren hadden wij de Wet nodig, de leer die regels gaf en welker opvolging een goede uitkomst waarborgde. Zo ging het tenminste Israël, want dat volk had de Wet. (Rom. 9:4). De andere volken wisten helemaal niet wat goed en slecht was voor zover hun logica hun dat niet redelijk voorkwam. Maar goed: al wie de Wet op de juiste wijze hield of desnoods de wetten der natuur en rede eerbiedigde, kan als een kind beschouwt worden. Een kind moet handelen op aanwijzingen van hogerhand. Het kan niet de draagwijdte overzien van de gevolgen van eigen beslissingen. Als het kind oud en wijs genoeg wordt om de gevolgen van eigen handelen te beseffen, dan moet het de verantwoordelijkheid gaan dragen. Dit moet geleerd worden, met vergissingen en fouten, met vallen en opstaan. Daarom noemt Paulus de Wet een pedagoog, een leermeester en begeleider die zichzelf overbodig moet maken, opdat de leerling ook zonder allerlei regels en bepalingen zal weten waar het eigenlijk om gaat. (Gal. 3:24). De leerling aan wie de opvoeding wel besteed is geweest, komt tot de ware vrijheid en mondigheid, dus tot datgene waaraan de moderne mens zoveel waarde hecht.

Bij sommige gelovigen ontstond – door de werking van Gods Geest – een zodanig inzicht in het werk Gods (méér geestelijk, minder formeel), dat ze boven het kind-stadium uitgroeiden en het stadium bereikten van “zoon Gods”. Alle grote mannen uit Israël kunnen hiertoe gerekend worden. Abraham (na Gen. 15), Jakob (na Pniel), Mozes (na het brandende braambos), enz. (Hebreeën 11 geeft in dit opzicht een weliswaar niet volledige, maar wel inzicht gevende opsomming).

We laten hierbij in het midden of het tijdstip waarop hun groei zichtbaar werd altijd duidelijk aan te wijzen is. Mede daarom is de grens niet altijd aan te geven en een indeling (A wel en B niet) door ons niet te maken. Die aanwijzing is ook niet zo belangrijk; het gaat niet om de persoon maar om de roeping. Inzicht in het werk Gods is niet slechts een kwestie van verstand – dat ook! – maar tevens een kwestie van inzicht omtrent Gods ware bedoelingen. En waar die bedoelingen steeds het heil van de wereld inhouden, spreekt hier het besef een taak te hebben reeds een flink woord mee. De gelovigen zijn op weg naar de volwassenheid en dat houdt tevens in een zekere mate van zelfstandigheid. Ze hebben niet meer voor al hun handelen een of ander goddelijk voorschrift. Er wordt veel overgelaten aan hun eigen inzicht omtrent Gods bedoelingen en niet elke fout wordt aanstonds gecorrigeerd. Ze moeten – veel meer dan hen die onder de Wet leven – leren te leven met het zwijgen van God.

Vinden we in Israël van deze “zonen Gods” een beperkt aantal, onder de bekeerlingen van Paulus in zijn optreden gedurende de Handelingentijd zijn er veel meer. En in later dagen mogen we die christenen die hun geloofskracht vooral putten uit de brief van de Romeinen c.s. daartoe rekenen. Het gaat er niet om of Augustinus, Luther, Calvijn en Barth altijd het juiste inzicht over de Romeinenbrief hadden, maar wel dat ze deze zelfstandigheid opbrachten die nodig is om eigen weg te gaan, zonder dat God hun weg van tevoren duidelijk had uitgestippeld. Ook zij wezen het moralisme af, als onjuiste toepassing van een deuteronomistische theologie (al was het niet steeds op de juiste gronden). En zij hadden, meer dan hun tijdgenoten, inzicht in het zwijgen van God. Dat wil zeggen: wandelen in geloofsvertrouwen, als ziende de Onzienlijke.

Nu is Paulus niet bij zijn Romeinenbrief en de daarin ontwikkelde “zoons-stand” blijven staan. Efeze gaat verder en zegt in 1:5, dat God in liefde ons tevoren tot zonen had gesteld. Hierop bouwt Paulus voort. De rechtvaardiging door het geloof alleen is geen eindpunt van het goddelijk onderwijs, maar een tussenstation.

Er zijn christenen, die dit ook zo zien en na Paulus’ leer in Romeinen willen voortvaren naar wat zij noemen “volle evangelie”, hetwelk volgens hen gepaard moet gaan met het genezen van zieken, het spreken in tongen en het verkrijgen van velerlei gebedsverhoring, waaronder het liefst een aantal van spectaculaire aard. Naar onze mening is dit geen geestelijke vooruitgang, doch een terugkeer, en wel tot de deuteronomistische theologie. Dit is uiteraard alleen mogelijk door zichzelf de uitverkiezing van Israël toe te eigenen, iets wat (zij het op enigszins andere wijze) de meeste kerken ook doen. Kenmerk van dit zg. volle-evangelie is het geloof in talloze directe leidingen van God, tot in de meest gewone dingen toe (bijv. een koopje in de uitverkoop). Men heeft geen geloof in een zwijgende God, alleen maar in een sprekende God. Dat dit “spreken van God” meestal, zo niet altijd, slechts een echo is van eigen spreken, ziet men niet.

Bepaald weerzinwekkend wordt deze fundamentalistische opvatting, wanneer het uitblijven van genezing dit wordt geweten aan gebrek aan geloof van de zieke. (Genezingen worden bij Jezus en de apostelen vermeld als tekenen van het Koninkrijk der hemelen, dat nabij was. Toen door Israël Jezus als Messias werd afgewezen, kwam het Messiaanse Rijk niet, en zien we ook de tekenen ophouden. (vgl. 1 Tim. 5:23, 2 Tim. 4:20).

Als men bij serieuzer en minder-geruchtmakende pinksterbroeders terecht komt en zich in het gesprek met hen beperken kan tot de kern van het geloof, dan komt men in het gunstigste geval toch niet verder dan Paulus’ onderwijs in de Romeinenbrief. Dit is stellig al heel wat, vergeleken bij het geloof van vele eenvoudigen, die steeds maar deuteronomistisch blijven denken, maar toch nog niet de volheid van het Woord dat de apostel Paulus brengt.

Er is ook een ander gevaar, wanneer men de Romeinenbrief als eindstation beschouwt. En wel dit, dat men van de onderscheidingen tussen de gelovigen in kinderen, opgroeienden en volwassenen drie klassen (om niet te zeggen kasten) gaat maken, waarbij dan die volwassenen een soort super-christendom, elite-gelovigen zouden vormen. Hoe strenger men de onderscheidingen gaat doorvoeren, hoe meer ze tot scheidingen gaan worden. Deze foute denkwijze heeft twee oorzaken:

  1. ook dan ziet men de uitverkiezing tot volwassenheid meer als heilsbestemming dan als heilstaak; van een taak op aarde komt niet zo veel terecht;
  2. men ziet het heil teveel juridisch: de Wet van Israëli als wetboek in plaats van onderwijzing, en de rechtvaardiging (door het geloof) als een vrijspraak of vernietiging van schuld, in plaats van het stellen in de rechte verhouding (tussen God en mens).

In een overeenkomstige lijn hiermee ziet men het “gezet zijn in het overhemelse”. (Efz. 2:6 (Het woord ‘gewesten’, dat aan een plaats doet denken, staat niet in de grondtekst) dan ook als iets juridisch).

Maar van dit juridische standpunt moeten we áf, niet alleen omdat de moderne mens zegt daarmee niets te kunnen beginnen (wat geen wonder is!), maar omdat het juridisch denken Romeins (d.w.z. heidens denken) is en het Bijbels denken Hebreeuws denken is. Het gaat om geestelijke werkelijkheden, die niet in juridische schema’s of posities zijn onder te brengen. De juridische onderscheidingen zijn altijd scheidingen, beheerst door tegenstellingen; de geestelijke onderscheidingen zijn kleuren, tinten, nuances, gedragen door de eenheid, want God is EEN.

Het verschil tussen hetgeen de Romeinen- en de Efezebrief bespreken wat de positie van de mens betreft, is vooral hierin gelegen dat Romeinen de gelovige ziet als ‘zoon Gods’ en Efeze als ‘volwassene’. (In 1 Tim. 6:11 en 2 Tim. 3:17, brieven uit dezelfde tijd, spreekt Paulus van ‘mens Gods’). Legt de Romeinenbrief nog veel nadruk op de (nieuwe) gehoorzaamheid (Rom. 1:5, 6:17, 15:18, 16:19, 26), in de Efezebrief wordt de volmaaktheid beklemtoond. (Efz. 4:12-13; zie ook Kol. 1:28, 3:14, 4:12). Geen volmaaktheid in de zin van een bereikte of bereikbare onfeilbaarheid, maar (volgens de grondtekst) doelgerichtheid naar de volwassenheid toe. (Men zou Matth. 5:48 daarom ook wel kunnen vertalen met: Weest volwassen, gelijk uw Hemelse Vader volwassen is).

Romeinen 8:14,15 zegt dat zij die door de Geest geleid worden, zonen Gods zijn; dat zijn zij die in de zoonsstand worden verheven (In Rome moest elke zoon door de vader officieel worden erkend, om als wettige zoon te kunnen gelden, dus niet alleen bij adoptie; ook bij de eigen kinderen was daar een aanneming tot zoon), die daarom zeggen: “Abba”, het beste te vertalen met “pappie”, een troetelnaam die kleine kinderen in de vertrouwelijke omgang bezigen. Hier wordt de vertrouwelijke omgang met God verduidelijkt met een beeld, aan aardse verhoudingen ontleend. In Efz. 3:15 staat het tegenovergestelde: aan God als Vader is alle vaderschap ontleend. Deze teksten vormen geen absolute tegenstelling, maar Efeze gaat wel duidelijk boven Romeinen uit. Immers de geestelijk volwassene zal verstaan dat het aardse vaderschap beelddrager, een min of meer gebrekkige weergave is van Gods hemels vaderschap; dit laatste is het echte.

Het is dus net andersom als sommige moderne theologen ons willen doen geloven, alsof de hemel, ja God Zelf slechts een projectie zouden zijn van ons denken. Ons aardse vaderschap zou als model staan om enigszins uit te beelden hoe wij God eigenlijk hadden gedacht. Het gaat niet om projectie (van ons uit) maar om openbaring (van God uit).

Nu is het niet zo erg als we het eerst  andersom zien en God, Zijn spreken en werken “vanuit ons” trachten te begrijpen. Dit is een denkwijze, die nog onvolwassen is en in het volwassen-worden wordt gecorrigeerd. Als dat dan ook maar gebeurt en we niet bij God als “pappie” blijven staan, of – nog erger – welbewust ons een “god” gaan maken naar ons beeld en onze gelijkenis.

Nog een laatste verschilpunt tussen Romeinen en Efeze (hetgeen we ook in het vorige hoofdstuk hadden kunnen behandelen). Rom. 8:19 zegt dat de schepping met reikhalzend verlangen in afwachting is van de openbaring der zonen Gods. Dit ‘reikhalzen’ is een vermoeiende bezigheid, die men niet lang kan volhouden. Dat was ook niet Paulus bedoeling, daar hij een spoedige Wederkomst van de Messias verwachtte (zie bijv. Rom. 13:11-12, 15:8-13, 16:20) en daarmee een spoedige openbaring van de zonen Gods. Als na Handelingen 28 die Wederkomst iets wordt op lange termijn, blijft wel veel van de Romeinenbrief behouden, maar het eschatologische daarvan blijft onvervuld. Wie daarna blijft reikhalzen, krijgt een stijve nek, d.w.z. een of andere verstarring.

De Efezebrief leert ons dat er eerst in de hemel veel moet gebeuren en dat de ‘betrouwbaren’ daarop invloed uitoefenen. Dat de aarde op de hemel wacht, komt omdat de hemel op de aarde wacht. Weliswaar niet op de aarde als zodanig, maar op een groep uitverkorenen, die zodanig volgens hun roeping wandelen, dat ze een getuigenis vormen voor de hemelingen, wát God met mensen kan bereiken. Eerst als daardoor in de hemel het nodige is gebeurt, kan God op aarde verder gaan. Daarom is er zoveel raadselachtigs op aarde.

Vandaar dat de apostel Paulus in die latere brieven over de Wederkomst niet meer spreekt. Deze is uitgesteld (net als het herstel van Israel; ofschoon God daar nu mee bezig is na 1948 en 1967), maar niet afgesteld. Wie Efeze 3 verstaat, gaat Romeinen 8 breder verstaan, zonder krampachtig te worden van het reikhalzen.

Zo zien we ook hier, dat Gods verborgenheid uiteindelijk de mens verder wil brengen tot volwassenheid, om beter beelddrager Gods te kunnen en te mogen zijn.

Uit: Gods verborgenheid – van dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolgd!

**********************

DE NIEUWE MENS

In het voorgaande hebben we getracht aan te tonen het grote verschil tussen de Handelingentijd en de tijd daarna. De grote verwarring in theologie en kerk is grotendeels daaraan toe te schrijven (of te wijten), dan men dit verschil niet ziet. Het sterkst komt dit tot uiting daar, waar de kerk meent in de plaats van Israël te zijn gekomen. (Het sterkst zien we dit bij de roomse kerk. Haar liturgie, de hiërarchie, de Gregoriaanse zang, enz. (en het Vaticaan als staat) zijn rechtstreeks van Israël afgeleid. Dit geldt ook van de (protestantse) leer dat de kinderdoop in de plaats van de besnijdenis zou zijn gekomen). Dit denken moet wel leiden tot een kunstmatige uitleg der profetieën (die over de betekenis van Israël heel wat duidelijker zijn dan over de komst van de Messias); men mag gerust van een vervalsing van het O.T. spreken.

Ook voor de praktijk van het geloofsleven is het voorkomen van de verwarring van groot belang. Maar al te vaak ontleent men de richtlijnen voor het handelen aan hetgeen voor andere tijden en omstandigheden is bedoeld. Wie gaat fotograferen in het donker en ontwikkelen in het licht, krijgt geen goede resultaten.

Merkwaardig is dat zelfs die weinigen, die het onderscheidt tussen voor en na Handelingen 28 wel zien, het meestal laten bij enkele (op zichzelf waardevolle) opmerkingen over “het Lichaam van de Messias Jezus”, het “gezet zijn in het overhemelse” en “de Messias als Hoofd”, zonder daaraan gevolgtrekkingen te ontlenen voor de praktijk. Hetgeen mede oorzaak is om genoemd onderscheid in het gunstigste geval te zien als een theoretische aangelegenheid voor geestelijke fijnproevers.

Maar dat kan natuurlijk niet. Het gaat niet over een theorie, maar om Gods heilshandelen, en dat handelen heeft alles te maken met ons handelen. Daarom brengt een nieuwe dogmatiek ook een nieuwe ethiek met zich mee; een nieuwe bedéling moet noodzakelijkerwijze leiden tot een nieuwe wandel. Telkens bij een nieuwe tijd geeft God nieuwe voorschriften, aangepast aan de nieuwe omstandigheden: aan Adam in de hof van Eden, aan Noach na de zondvloed, aan Abraham bij zijn roeping, aan Israël na de Uittocht, idem bij het binnenkomen van het Land, enz. Ook voor de toekomst is dit voorzegd: in het Messiaanse Rijk zal eveneens veel anders zijn dan nu, zowel voor Israël als voor de volken. We hebben in de vorige hoofdstukken onze tijd gekenschetst als de tijd waarin de klachten van Prediker ten volle gelden; dit heeft allerlei gevolgen voor onze levenshouding, die anders zal zijn dan in de dagen dat de deuteronomistische leer volop geldigheid had, of eenmaal weer zal hebben.

Er is een wellicht niet opvallend, maar bij nader inzien duidelijk aanwijsbaar verschil tussen de vermaningen uit Efeze 4 en 5 en die uit Romeinen 12 en 13. De Romeinenbrief, geschreven in de Handelingentijd, spreekt ‘zonen’ aan. (zie: hoofdstuk ‘Geestelijke Volwassenheid’, over het verschil in positie der gelovigen in Rom. en Efz. – Rom. 12 is grotendeels aan een Joodse catechismus ontleend, als onderricht voor de ‘zonen van Israel’ en allen die daarmee op een lijn staan; Efz. 4 en 5 gaat verder). De Efezebrief, later geschreven, richt zich tot geestelijk volwassenen. Hier worden de oude en de nieuwe mens tegenover elkaar gezet. (Efz. 4:16-17, 22-24).

Op het eerste gezicht lijkt dit een zwart-wit tekening: van de heiden niets dan slechts en de christen helemaal anders. Het is echter niet Paulus’ bedoeling die heidenen zo zwart mogelijk te maken. Als hij zou beweren dat de volken allemaal en altijd gevoelloos, losbandig, hebzuchtig en onrein leven, daartegenover alleen de ware christenen het beter zouden weten, dan moet Paulus nodig verbeterd worden. Doch het gaat hier over de tegenstelling tussen de oude mens, d.w.z. de oermens, beheerst door de natuur en het eigenbelang enerzijds, en de nieuwe mens, d.w.z. de mens zoals God hem uiteindelijk hebben wil, anderzijds. Machtsstructuur tegenover liefdesstructuur.

Na Adam zijn de eisen aan de mens steeds hoger gesteld, na Noach nog hoger. De wet voor Israël gaf vele richtlijnen; de profeten lieten zien dat het niet ging om de uitwendige opvolging van die richtlijnen, maar om de geest die de Wet veronderstelt. In de Bergrede wordt dit alles tot haast onbereikbare hoogte opgevoerd. Paulus doet er zo mogelijk nog een schepje bovenop: leven in volkomen gerechtigheid, heiligheid en waarheid. Wie brengt dat op?

Men moet echter deze apostolische vermaningen niet zien als een nieuwe wet, of kenmerk van de ware ‘betrouwbare’, doch als een ideaal, waarop de geestelijke volwassene zich moet richten. Prediker houdt ons voor hoe onze wereld er uit ziet; welnu: sinds Handelingen 28 en de daaruit voortvloeiende verborgenheid van God kan alleen Gods einddoel de vuurtoren zijn waarop we kunnen koersen. Nóch Israel, nóch de Kerk of het Humanisme geven ons steun.

De wereld ligt in het boze. Kenmerkend daarvoor is dat dit gemeenschapsverstorend werkt. Eerst wil men los van God, dan ook nog los van de naasten. Niet alleen blijft de wereld in het boze liggen, doch wat daar tegenover gesteld zou kunnen worden, krijgt ook geen kans. Na de ondergang van Jeruzalem was Israël geen gemeenschap meer (alleen Joodse groepen en individuen). De Joods-christelijke gemeenten uit de Handelingentijd (voor wier eenheid Paulus zich zozeer had ingezet/Rom. 15:6-8), vielen uit elkaar. En de kerk uit de heidenen die daarna kwam heeft de eenheid evenmin kunnen bewaren. Als nu zij, die nog iets verstaan van Paulus’ bijzondere boodschap, ook nog gemeenschapsontbindend (sektarisch of individualistisch) worden, wat blijft er dan nog over? De Boze laat ons vrij genoeg om er elke gewenste dogmatiek op na te houden, doch als onze leer niet gemeenschapsvormend werkt, heeft het boze gewonnen.

Daartegenover worden we opgeroepen tot goede werken. Efeze 2:10 zegt zelfs dat we daartoe geschapen zijn. Dit behoeven niet heel bijzondere werken te zijn; goede werken zijn in de eerste plaatst gewone werken die goed worden gedaan. Al wat waardig, rechtvaardig, liefelijk en welluidend is, moeten we betrachten, nu, niet eerst wanneer er een betere wereld komt.

Daarom mag men Kolossenzen 3:1,2 niet uitleggen, alsof de geestelijk volwassene alsmaar aan ‘boven’ moet denken en niet aan de dingen van de aarde. Hoe doe je dat? De hemel, daar weten we immers niets van! Maar het vervolg (vs. 5-17) leert zeer duidelijk wat bedoeld wordt met die aardse dingen die we niet moeten bedenken. En als Paulus meent de ‘heren’ te moeten vermanen tegenover slaven recht en billijkheid te betrachten (4:1), dan is  het in onze tijd zeker niet verboden sommigen ‘heren’ bij ons hieraan krachtig te herinneren. De tijd na Handelingen 28 mag dan gekenmerkt zijn door het zwijgen van God, Hij blijft spreken door Zijn vermaningen en geboden.

Hoe onze levenshouding volgens de nieuwe ethiek zou moeten zijn, vinden we zeer karakteristiek aangegeven in de beschrijving van de geestelijke wapenrusting (Efz. 6:10-18). Het is de strijd tegen naamloze machten. We kennen ze eigenlijk niet zelf, doch des te meer hun invloed. Om slechts enkele hiervan te noemen: kapitalisme, consumptiemaatschappij, communisme, rassenwaan, nationalisme, enz. Het zijn alle ontsporingen van op zichzelf goede ordeningen of verhoudingen. Ze hebben gemeen hun schone schijn, maar het zijn in werkelijkheid voorbereidingen van de anti-christ. Het is onze taak ze te ontmaskeren, niet ze blijvend te overwinnen. Dat lukt toch niet; dat zou er op neer komen de methoden van de tegenstander over te nemen. Geen kruistochten of heilige oorlogen. De wapens die genoemd worden dienen uitsluitend de verdediging. De eindstrijd moeten we aan God overlaten. Van ons wordt niet meer gevraagd dan met vrijmoedigheid op onze post te blijven.

De polemiek die Paulus in de Romeinenbrief met het Jodendom voerde, bedoelde niet de goede werken tot een vijand van het geloof te bestempelen. De boze werken zijn vijandschap jegens God en daar hoort in dit verband de zelfrechtvaardiging ook bij (dat is het wat Paulus bestrijdt). Onze goede werken zijn op zichzelf niet verdienstelijk voor God; ze moeten verdienstelijk zijn jegens de naaste.

In dit verband moet gewezen worden op Efz. 1:7. De vergeving is aan de ‘betrouwbaren’ bij voorbaat toegezegd! Niet als vrijbrief, maar omdat ze die vergeving zo hard nodig hebben. Het ideaal van de geestelijke volwassenheid en van de nieuwe mens is zo hoog, dat niemand dat permanent volhoudt. Men ontkomt er niet aan in deze wereld vuile handen te maken. Dit te weten bepaalt ook onze houding inzake vergevingsgezindheid jegens anderen die falen, en óns tekort doen. Liever een zondaar die zijn verantwoordelijkheid voor de wereld en de samenleving aanvaardt, met inbegrip van het moeten kiezen tussen kleiner en groter kwaad als het goede onmogelijk is, dan iemand die zich aan zijn verantwoordelijkheid onttrekt uit vrees te zondigen. Dit is geen ontsnappingsclausule, terwille van de handhaving van eigen bezit, vrijheid of eer; veeleer gaat het om het heil van de naaste, of om een kale bestaansmogelijkheid. Bijv. wie onderduikers herbergt, moet soms onwaarheid spreken om geen verrader te worden, resp. elke arbeidsmogelijkheid heeft bedenkelijke kanten.

Omdat dit het dichts bij ons eigenlijke onderwerp komt, nog enkele opmerkingen over het huwelijk. Wie Efz. 5:22 leest: “Gij vrouwen weest aan uw eigen mannen onderdanig, gelijk aan de Heer”, mag dit niet zien als een vermaning op zichzelf, maar als een nadere uitwerking van vs. 21: “weest elkander onderdanig in de eerbied die God vraagt”.

Het met ‘onderdanigheid’ vertaalde woord betekent: zich onder orde stellen. In dit verband wordt er mee bedoeld: het in de praktijk brengen van de orde van de heerschappij Gods. Men kan die onderdanigheid van anderen niet eisen ten eigen bate; de wederkerigheid wordt uitdrukkelijk geleerd. Daardoor is deze eis van onderdanigheid veel zwaarder voor hen die van nature (mannen, vaders) of door de (vaak verkeerde) omstandigheden (meesters) macht bezitten, dan voor de niet-machthebbers (vrouwen, kinderen, dienstknechten). En de eis tot onderdanigheid geldt nimmer als iemand ons onderwerpen wil aan een orde die duidelijk de heerschappij van God niet is. Helaas: het is vaak niet duidelijk. In dat geval moet de nieuwe mens zich vaak schikken in de bestaande orde, inbegrepen die van een veeleisende echtgenoot, een hardhandige vader of een weinig ideale werkgever, aan hen het voordeel van de twijfel gevend.

Ons beperkend tot het huwelijk: de veel gehoorde opvatting dat de onderdanigheid van de vrouw niet meer past, is een misvatting (en niet eens een kleine!). Dit komt omdat men die onderdanigheid niet ziet als een onderdeel van de wederkerige onderdanigheid, die van alle ‘betrouwbaren’ wordt gevraagd en bovendien omdat men ten onrechte onderdanigheid en gehoorzaamheid gelijk stelt.

De onderdanigheid van de vrouw is voor haar eerder een roeping en eer dan een vernedering. De vrouwen zijn door hun aanleg meer op het Koninkrijk Gods afgestemd dan de mannen. Moge die onderdanigheid voor de vrouw moeilijk zijn, voor de man is het een volslagen onmogelijkheid zo iets zelfs maar te vragen! Vandaar dat die man een hulp nodig heeft “tegenover hem” (Gen. 2:18), zonder haar hulp gaat de wereld ten onder aan gevoelloze machtsuitleving.

Aan de man wordt “slechts” opgedragen zijn vrouw lief te hebben; voor de vrouwen staat er zo iets er niet bij (dat spreekt blijkbaar vanzelf!). De onderdanigheid van de vrouw veronderstelt niet het regeren van de mens, maar zijn liefde, als beelddrager Gods.

Daarom wordt de man ook hoofd van zijn vrouw genoemd. Hoofd-zijn is een Hebreeuwse uitdrukking, die wil zeggen: dat wat voorop gaat. De eerste maand is het “hoofd der maanden” (Exod. 12:2, Num. 28:11. De nieuwjaarsdag heet rosj-hasjana = hoofd van het jaar), de toppen der bergen heten “hoofden” (Gen. 8:5, lett.).

Hoofd-zijn betekent: de weg banen en de eerste klappen opvangen, terwille van wat komen gaat. Men lette er op dat het hier gaat om een vergelijking met de Messias: Hij wordt (in de Efezebrief voor het eerst) “Hoofd” genoemd. Dat is een nieuwe titel; het gaat boven het ‘heer’ -zijn (dat was een oudere titel en belijdenis). Als Hoofd is Hij de Behouder van het Lichaam (de bijzondere, onzichtbare gemeente der ‘betrouwbaren’); in deze orde moet die gemeente zich schikken en het Hoofd niet voor de voeten lopen als Hij het karwei gaat klaren.

Zo ook is het ideale huwelijk: hoofd-zijn is een vorm van dienen, geen gezagsfunctie. De gezagsfunctie wordt uitgedrukt in de benaming ‘heer’, maar dat woord wordt hier opzettelijk niet gebruikt.

Deze ethiek gaat die van Israël en ook van de Handelingentijd te boven. Zo schreef Petrus (1 Petr. 3:1,6) dat de vrouw gehoorzaam moest zijn. Hij wijst daarbij op Sarah, die haar man “heer” noemde. Nu moet men ook dat niet al te tragisch opvatten. Wie de geschiedenis van Sarah er nog eens op naleest, zal zien dat het met die onderworpenheid van Sarah nogal meevalt! En Spreuken 31, waar de lof van de deugdelijke huisvrouw bezongen wordt, die tevens zelfstandig zaken deed, zal aan Petrus ook niet onbekend geweest zijn. Desondanks komt Petrus niet verder dan de natuur op z’n best: de man moet ridderlijk zijn en zijn verstand gebruiken. Over liefde spreekt hij niet, terwijl Paulus de liefde centraal stelt.

Zonder dit nu verder te gaan uitwerken, mogen we toch wel zeggen dat Paulus zijn tijd ver vooruit was. Pas sinds de dagen van de romantiek is men de liefde gaan zien als voorwaarde voor het huwelijk; voordien was de liefde hoogstens een (begerenswaardige) bijkomstigheid. Afgezien van Paulus’ hogere ethiek in zijn laatste brieven kan men zeggen, dat de Bijbel niet de liefde, maar de trouw als het wezenlijke van de huwelijksverhouding stelt. Hetzelfde geldt trouwens voor de God-mens-verhouding; Job en Prediker waren trouw tot het uiterste; maar hadden ze ook God lief en blijkt Gods liefde jegens hen? De liefde Gods komt eerst goed tot uiting in het leven van Jezus Messias, maar in nog sterker mate als Jezus ons wordt geopenbaard als ons Hoofd, zoals Paulus dat in de Efezebrief doet. Met recht mag hier van een nieuwe, voordien verborgen openbaring worden gesproken!

Als Paulus de vergelijking Messias Jezus-gemeente (ecclesia=uitgeroepen) met die man-vrouw in het huwelijk doortrekt tot en met de geslachtsgemeenschap, kan wel helemaal van een verborgenheid of geheimenis (lett. mysterie) worden gesproken (Efz. 5:31-32). Er is een groot verschil tussen een geheimenis en een raadsel. Een raadsel is er om opgelost te worden en dan is het geen raadsel meer. Een geheimenis is iets wat we wel kunnen ervaren, maar niet doorgronden. De grote openheid op seksueel gebied in onze tijd is een gezonde zaak voor zover het gaat om de oplossing van raadsels, en het noemen of tonen van dingen die iedereen mag of zelfs moet weten. Maar wie het onzegbare, wat slechts intiem beleefd kan worden, gaat uitschreeuwen, heeft het geheimenis verraden. Misplaatst “realisme” werkt ontheiligend en ontluisterend.

Kenmerk van het huwelijk en geslachtsgemeenschap is het bestaan van een onlosmakelijke band tussen twee dingen, die niets met elkaar te maken hebben: het natuurlijke en het geestelijke. Dáár komen in wezen de spanningen in huwelijk en seksualiteit uit voort: de verhouding tussen twee onaangepaste grootheden. Deze spanning moet ons leiden tot God, Schepper van natuur én geest, de God, die EEN is. Van deze eenheid is de geslachtsgemeenschap het sacrament (Grieks: musterion), nl. het teken hoe God in het verborgene, in het niet-waarneembare, in het onzegbare, Zijn EENheid doet verstaan. (De stelling: ‘Wat God heeft samengevoegd, scheidde de mens niet’ (Matth. 19:6) staat bovenal op de band tussen de trouw (geestelijk) en het een vlees zijn (natuurlijke). M.a.w.: huwelijken worden in bed gesloten en hebben daardoor geldigheid in de hemel).

Paulus verklaart deze verborgenheid niet, noch die van de geslachtsgemeenschap, noch die van de hoogste gemeenschap tussen God en mens, net zomin als hij het geheimenis van de zg. twee naturen van de Messias verklaart: God en mens. We mogen het wel als een genadegift aannemen, om Gods heilsplan, Zijn bedoeling met de mens beter te verstaan. Al gaat de werkelijke betekenis van huwelijk en geslachtsgemeenschap boven onze pet, we moeten er toch maar zo goed mogelijk aan meedoen, bedenkend de dingen die boven zijn. Laat de man zijn vrouw liefhebben; meer kun je niet van hem vragen, met minder mag hij niet volstaan. En laat de vrouw, die wellicht door haar aanleg en gevoelens iets meer van Gods liefde begrijpen dan de man, toch die man hoogachten. (Efz. 5:33). Want het natuurlijk komt eerst, het hoofd gaat voorop. De schepping moet eerst overwonnen worden voor het Rijk Gods komt.

De oude kerk had zo weinig idee voor de betekenis van het ware vrouw-zijn, dat volgens haar levensstijl en sommige uitspraken de vrouw eerst man moest worden om de zaligheid te kunnen beërven, tot zelfs Maria toe. (Evangelie van Thomas, uitspraak 114: Jezus sprak: “Zie, Ik zal haar (Maria) leiden en haar mannelijk maken, opdat ook zij levende geest worde, u mannen gelijk. Want iedere vrouw, die zich tot man zal maken, zal in het koninkrijk der hemelen binnengaan.”). Doch Paulus leert hetzelfde wat Genesis 1 leert, dat de mens als man en vrouw beeld Gods is. God is niet alleen mannelijk maar ook vrouwelijk. (Jes. 66:13 spreekt over God, Die als een moeder troost. Jes. 46:3 spreekt over Gods baarmoeder. Jes. 49:15 vergelijkt God met een jonge moeder in haar zorg voor de zuigeling. Verder moet op alle plaatsen waar van Gods erbarmen gesproken wordt bedacht worden, dat dit woord (Hebr. rachamaim) is afgeleid van moederschoot (Hebr. rachem).

In de nieuwe mens is de mens als man én vrouw eerst waarlijk EEN. (Voor zover het feminisme zich verzet tegen geringschatting en onderdrukking van de vrouw, doet ze noodzakelijk goed werk. Een afzonderlijke feministische theologie is, evenals andere theologieen, eenzijdig en slaat gemakkelijk door (“God onze moeder” en dergelijke.) Een goede uitleg van de tekst laat de vrouw in haar volle waarde; zich houden aan die tekst betekent niet dat we verplicht zouden zijn het cultuurpatroon uit de tijd dat die tekst ontstond over te nemen. – Bij het vraagstuk “de vrouw en het ambt” is niet de vrouw het probleem, maar dat ambt (een woord dat niet in de Bijbel voorkomt).

Hetgeen Paulus na Handelingen 28 heeft geschreven, blijft actueel tot het eind van deze (boze) aioon. (Gal. 1:4). Vergeleken hiermee blijven alle geestelijke stromingen onder de maat, vanaf destijds de gnostiek, tot in onze tijd de zg. New Age-beweging of de Nieuwe Wereld-orde. Of dit een modeverschijnsel is of blijvende waarde heeft (eventueel onder een andere naam), zal de toekomst moeten leren.

Onder deze verzamelnaam vinden we protesterenden tegen de vermaterialisering, bureaucratisering en vertechnisering van de samenleving. Men wil daartegenover de mensen brengen op een hoger plan van persoonsvorming. Daar moet ruimte zijn voor fantasie, emoties, intuïtie, spiritualiteit, een vernieuwd leven na loutering; dit alles werkt heel makend en bevrijdend.

De New Age-beweging/Nieuwe Wereldorde is geen eenheid. Sommigen geloven in reïncarnatie, anderen doen aan astrologie of occultisme (een geheimleer slechts voor ingewijden die tot dieper inzicht van de goddelijkheid zou moeten leiden). Hier valt niets goeds over te zeggen; in de Torah wordt het reeds bestreden. Van meer waarde is waar deze beweging opkomt tegen het al te rationeel-zakelijk en vóór waarachtige humaniteit. Maar wat er dan door de New Age-beweging en anderen aan goeds naar voren wordt gebracht, is reeds door de Profeten van Israël gezegd, en vaak beter. En wil men opgaan in mystiek en/of spiritualiteit, dan kan men nergens beter terecht dan bij de apostel Paulus, wanneer hij spreekt van ‘met de Messias mede-gekruisigd, mede-begraven en mede-opgestaan zijn (Rom. 6:3,4), een veréénzelviging met Christus dus. Alsof dat mogelijk ware, gaat Paulus in zijn laatste brieven nog iets verder. Hij bidt dat de gelovigen overvloedig worden in helder inzicht en alle fijngevoeligheid om te onderscheiden waar het op aan komt. (Filip. 1:9-10). Verder: De Messias als Hoofd gegeven aan de gemeente (ecclesia = uitgeroepen) in het overhemelse (lett.), die Zijn Lichaam is. (Dit is niet de feitelijke kerk op aarde. Een wereldkerk komt in het N.T. niet voor, wel plaatselijke gemeenten. In 1 Kor. 12:12-27 wordt die gemeente aangesproken als (een lichaam) van Christus (het bepalend lidwoord staat niet in de grondtekst). Dit is een Grieks beeld: lichaam als samenwerking van delen, waarbij het hoofd (oog, oor) geen meerwaarde heeft over andere lichaamsdelen. In de Efeze en Kolossenzen brieven is hoofd een Hebreeuws beeld: datgene wat voorop gaat (de weg baant en de klappen opvangt). En om niet meer te noemen: De Messias Jezus is de eerstgeborene van de ganse-schepping; de gehele zichtbare en onzichtbare kosmos is in Hem begrepen. (Kol. 1:15-18).

Paulus grijpt hier en daar boven het denkbare uit. Dat maakt hem moeilijk te verstaan. Nochtans blijft hij blijkens zijn vermaningen vast op de grond staan. Daarbij schrijft hij voor allen die het willen lezen en overdenken; nergens beperkt hij zich tot een kring van ingewijden.

Bij de moderne bewegingen van deze 21e eeuw blijft alles steken in vaagheid, waarmee we zeker niet uitkomen boven hetgeen aan Paulus is geopenbaard. Erger: van een Messiaans Rijk, zoals vooral de profeet Jesaja heeft geschilderd, is bij de New Age-bewegingen/Nieuwe Wereld orde vrijwel niets te vinden. De New Age valt niet samen met de toekomende aioon!

Al komt er nog een openbaring over het einde van deze aioon (met iets wat daarna volgt), met Paulus is de openbaring kwalitatief afgesloten. Hier zullen we het mee moeten doen. Maar dat kan ook. Zoals Mozes iets van Gods heerlijkheid zag (Exod. 34:6-7, 29), ziet Paulus iets van Gods heerlijkheid in de Messias Jezus, Die het Al vervult. (Efz. 1:3,10; Filip. 2:10-11; Kol. 1:16-17, 3:4).

Uit: Gods verborgenheid dhr. KA. den Breejen … wordt vervolgd!

**********************

DE ONTHULLING

God is niet verborgen om dat altijd te blijven. Al is in God meer begrepen dan we ooit zullen kunnen bevatten en waarover we niet één verstandige opmerking kunnen maken, toch is Zijn eigenlijke verborgenheid iets dat duidelijk op openbaring, onthulling wacht.

We komen nog eenmaal terug op Jesaja 45. We lezen hier van een heidense koning, die “messias” genoemd wordt. (Jes. 45:1. De vertaling ‘gezalfde’ maakt niet duidelijk dat hier messias (lett.) staat). Kores is type van Hem, Die alle volken verlossen (bevrijden) zal, ook al gaat die bevrijding ver uit boven hetgeen aan Kores voor ogen heeft gestaan. Zelfs meer dan Jesaja kon bevroeden. Vandaar dat de profeet zijn profetieën onderbreekt met een lofzang. Het is de God Die Zich verborgen houdt, Die de Verlosser is!

Dit alles moeten we bedenken, als we het laatste Bijbelboek lezen. Het is niet de bedoeling aan de vele verklaringen van dit boek er nog een aan toe te voegen. Hoe nuttig dat misschien ook zou zijn, omdat de meeste verklaringen te “kerkelijk” zijn. Zonder de sleutel Israël is het boek Openbaring niet te lezen. Niet slechts omdat er zo veel heen wijzingen naar het O.T. in voorkomen, maar omdat het in dat boek over Israël (én de wereld) gaat, dus niet over de kerk of het christendom. Daarom gaat het ook niet over de tijd van de kerk, doch over de zg. eindtijd: het einde van deze aioon (wereldtijdperk). Het lijkt wel alsof dit boek ongeveer aansluit bij het plotseling afbreken van de Bijbelse geschiedenis in Handelingen 28. De tussentijd van nu reeds bijna 2000 jaren wordt gewoon overgeslagen. In de Handelingentijd leefde de verwachting van een spoedige Wederkomst van de Messias, hetgeen ook uit de brieven van die tijd duidelijk blijkt. (Matth. 26:24, Hand. 17:31, Rom. 13:11-12, 16:20, 1 Kor. 7:26, 16:51-52, 1 Thess. 4:15-17, Jak. 5:8-9, 1 Petr. 4:5 en 7, 1 Joh. 2:18. Men ziet dat de verwachting van een spoedige Wederkomst bijna overal in het N.T. voorkomt. Alleen in de latere brieven van Paulus niet). Hiermee gaat het boek Openbaring gewoon verder. (Ook de gemengde Joods/niet Joodse gemeenten uit de Handelingentijd, die na de zg. tunnelperiode verdwenen waren, zijn er opeens weer, in Openb. 2 en 3 zien we er zeven (let met name op 2:9 en 3:9)).

Dit blijkt uit het roepingsvisioen. Johannes was op het eiland Patmos, mogelijk een zendingsreis. (Of Johannes naar Patmos was verbannen is allerminst zeker. Het kleine eiland was toen belangrijk als doorreis station. Volgens de traditie heeft Johannes ook ander plaatsen in de omgeving bezocht, o.a. Efeze (Asia) en Phillippi (Macedonie). Hoe dan ook, hier krijgt hij een visioen, Hij bevond zich in geest in de Dag des Heren (aldus 1:10 letterlijk vertaald).

Met “Dag des Heren” wordt in het N.T. nergens de Zondag bedoeld, zijnde een uitvinding van latere tijd. (Het is onbegrijpelijk dat de kerkelijke uitleggers elkaar allemaal klakkeloos napraten door van de “Dag des Heren” een Zondag te maken. Ook het tekstverband is eschatologisch). Integendeel, het is de kenmerkende uitdrukking voor de eindtijd. (Vgl. Hand. 2:20, 1 Thess. 5:2, 2 Thess. 2:2, 2 Petr. 3:10; in aansluiting op het O.T. : o.a. Jes. 2:12, 13:6, Jer. 46:10, Ezech. 13:5, Joel 2:1, Amos 5:18, Zef. 1:14, Mal. 4:5. Het is een dag van afrekening). God gaat de wereld oordelen. Dit wordt ingeleid met het blazen van de sjófar. Er wordt een gewichtig document met zegels geopend. (Openb. 5:1 tot 8:1). Daarna komen zeven engelen met de bazuinen (sjófar) van het gericht; deze gerichten hebben opvallend veel overeenkomst met de plagen van Egypte, die toen (net als in Openbaring) aan de bevrijding vooraf gingen.

Als nu de zevende engel gebazuind heeft, dan zal de verborgenheid van God teneinde gebracht zijn, zoals Hij aan Zijn dienstknechten, de profeten, heeft verkondigd (aldus 10:7). Het zwijgen van God is voorbij, Hij zal opstaan tot de strijd en op bovennatuurlijke wijze ingrijpen in de voortgang der geschiedenis.

Ten tijd van Israëls ongehoorzaamheid gingen de profeten in beelden spreken (Ezechiel, Daniël, Zacharjah); dit hield altijd een oordeel in, opdat alleen de getrouwen Gods weg en werk zouden verstaan; de rest werd versterkt in hun horende-doof en ziende-blind zijn. Zo ook Jezus Messias in de gelijkenissen van het Koninkrijk. In de tweede gelijkenis groeien het goede zaad en het onkruid (door JOB stinkkruid genoemd) tezamen op; dit naast elkaar opgroeien is eigenlijk het raadsel van de wereldgeschiedenis.

Maar nu is de oogst daar, het raadsel wordt opgelost. Hiervan hadden de profeten gesproken (o.a. Amos 3:7), ook al hadden ze er niet alles van begrepen. Ze wisten dat de wereldgeschiedenis op een crisis zou uitlopen, als de ongerechtigheid der wereld haar hoogtepunt had bereikt.

Johannes moet een boekje, van de engel ontvangen, opeten. (Openb. 10:10-11). Dit is beeld-taal voor het in zich opnemen en verwerken van de boodschap op de meest radicale wijze. Het is eerst zoet (om tot deze taak geroepen te worden en te weten dat het uiteindelijk goed zal aflopen), maar daarna bitter (in zijn uitwerking vanwege alle gevolgen). Daarna wordt Johannes geroepen om nog meer te profeteren tegen volken en koningen. Want al zijn de verborgenheden Gods geopenbaard, er moet nog veel meer gebeuren, meer dan de profeten hadden verkondigd.

Niet alleen is het de verborgenheid Gods, die hier geopenbaard wordt, ook de verborgenheid van het kwaad komt aan het licht. Dat kwaad is als het ware samengetrokken in Babel, de grote tegenhanger van Jeruzalem. (Openb. 17:5 en 7). Het is het beestrijk uit de afgrond, de tegenhanger van het Koninkrijk der hemelen. Het is het rijk van de Anti-christ (de onbekeerde mens), de tegenhanger van het Rijk van de Messias, de Zoon des mensen (= de mens naar Gods beeld). De verborgenheid van Babel is de schone schijn, zo tegengesteld aan haar wezen, waardoor het altijd veel aanhangers heeft getrokken; ook Johannes verwondert zich daarover. Het kan bogen op schitterende cultuurprestaties, klinkende wapenfeiten, zelfs alle maatschappelijke hervormingen ten bate van velen.

En het heeft een godsdienst die veel belooft en weinig van de mens vraagt. Behalve dan dat het, net als dictaturen, in korte tijd ontaardt. In naam van het goede wordt het een toenemend dwangstelsel: één mensheid, één rijk, één leider, één religie, wie niet meedoet wordt terzijde geschoven of vernietigd.

Het rijk van Babel en de Anti-christ geeft alles, behalve de ware bevrijding tot het waarachtig mens-zijn. Want het is gegrond op het machtsbeginsel, niet op het liefdesbeginsel. Het is alleen maar mannelijk; alles wat vrouw of vrouwelijk is moet in dienst komen van het mannelijke voortbestaan: kracht en heerszucht. (We wezen reeds hierop bij het begin van Babel onder Nimrod).

In tegenstelling tot de andere wereldrijken, die alle na korte of langere tijd verdwenen, is Babel “eeuwig” (vgl. Jes. 47:1 en 7), d.w.z. de gehele duur van de huidige aioon uit. Althans bijna. Het komt op dadelijk na de zondvloed (het begin van deze aioon) en zou zichzelf eindeloos willen voortzetten, een status-quo zonder einde, alsof er geen volgende aioon nodig ware. Dat het tussen Handelingen 28 en de eindtijd waarmee Openbaring 1 begint lange tijd volslagen onbelangrijk is geweest, doet niet ter zake.

Wat is nu Babel?

In de eerste plaats is Babel de stad van die naam, zoals in het O.T. omschreven en die in de N.T.-tijd nog een belangrijke plaats was. Ook Petrus is daar geweest (1 Petr. 5:13. Er is geen doorslaggevend argument aan te voeren dat hiermee Rome zou zijn bedoeld. Het verzet van het Jodendom te Babel was nog groter dan te Jeruzalem. En ondanks de prediking van Petrus heeft het geloof in Jezus als Messias er geen voet aan de grond gekregen. Integendeel: aldaar is de Talmoed ontstaan, die enerzijds het voortbestaan van het Jodendom bewerkstelligde, doch anderzijds datzelfde Jodendom al die tijd ontoegankelijk maakte voor het aanvaarden van Jezus als Messias). Joden hebben er altijd gewoond. Hoewel als stad nog onbelangrijk in onze dagen, is de streek als oliewinplaats thans voor de hele wereld van belang. Het is geenszins onmogelijk dat die belangrijkheid binnen afzienbare tijd nog toeneemt, zolang we het gouden kalf door een voertuig van blik als voorwerp van aanbidding blijven vervangen.

In de tweede plaats is Babel een stelsel: dat van de macht. Daarmee is Babel het symbool van het principiele verzet tegen God. Weliswaar niet van alle zonden (met name die in het persoonlijke vlak; men moet niet teveel willen systematiseren); wel van dat verzet dat niet het Messiaanse Rijk naar Gods bestel wil, doch een ander “heilsrijk”: volgens door de mens ontworpen wetten, iets wat het doel van Satan, Gods tegenstander is. Dat was de reden, dat hij die stad liet bouwen.

In de derde plaats kan met Babel ook in overdrachtelijke zin Jeruzalem bedoeld worden, voorzover daar door een vervalsing van het ware God-dienen in wezen het babylonische stelsel wordt bevorderd en dus het tegendeel van hetgeen het moet zijn. Het heeft zich maar al te vaak schuldig gemaakt aan wat Babel ook deed: het doden van de profeten. (vgl. Openb. 17:6).

Als een stad zijn rechtvaardigen verdrijft, kan zelfs God er niets goeds meer van maken; daarom wordt Jeruzalem [in de eindtijd] ook wel Sodom genoemd. (Openb. 11:8, vgl. Jes. 3:9). In elk geval wordt Jeruzalems tempel de zetel van de Anti-christ (Dan. 8:11, 11:31-36, Matth. 24:15, 2 Thess. 2:4, Openb. 13:7) en als het beest uit de afgrond valt, wordt tegelijk gezegd dat Babel valt. (Openb. 14:8. Dat de gelovigen op tijd de stad moeten verlaten, wijst ook meer op Jeruzalem dan op Babel, al moet men dit laatste als mee-ingesloten beschouwen (Openb. 18:4)). Er is nu eenmaal een grote samenhang tussen Babel (het anti-rijk van de ongehoorzame wereld) en het ongehoorzame Israël (waar de anti-messias zal zijn). Deze samenhang van Babel en het valse Jeruzalem als tegenhanger van het ware Jeruzalem is ook de verborgenheid van Babel, de moeder van alles wat kwaad is op aarde. (Openb. 17:5).

Zelfs Johannes verbaast zich hierover, hoewel ook hij had geweten dat de anti-christ altijd werkte. (1 Joh. 2:18).

Wat Babel in elk geval niet is, is de valse kerk of dergelijke (net zomin als met Jeruzalem in de Bijbel de ware kerk wordt bedoeld). Ook al heeft de kerk vaak getracht de afgebroken toren uit Genesis 11 te voltooien, met allerlei machtsstreven en hemel bestorming, door de zodoende ontstane grenzeloze spraakverwarring is ze niet verder gekomen dan allerlei verspreid stukwerk. In feite is de kerk te klein en niet slecht genoeg om ooit Babel te kunnen wezen. Zo is de Roomse kerk hoogstens bevrucht door een stroom uit Babel, maar zelfs in haar zwartste dagen niet “de moeder van alle hoerenrijen (= afgodendienst) op aarde”.

De val van Babel wordt vooral beschreven met het oog op de volken (met haar stelsel behept), die in haar val worden meegesleept. (Openb. 18:9, Jer. 51:7, Jes. 13:11 (tijdens de Dag des Heren, vs.9). De ondergang geschiedt snel en volledig. (snel: Openb. 18:10, vgl. Jer. 51:8. volledig: Jer. 51:60-64; de ondergang tijdens Belsazar (Dan. 5) was er een voorbeeld van (Jer. 51:1-14).

Babel wilde de boze aioon (Gal. 1:4) eindeloos laten voortduren, maar met haar gáát die aioon, om voor een betere plaats te maken. In die nieuwe aioon [die van het Messiaanse Rijk] zal Babel woest blijven. (Jer. 51:62, lett. tot woestheden der aioon).

Hoe het met de Kerk [als instituut= met verschillende opvattingen] zal aflopen, vinden we in het laatste Bijbelboek niet beschreven. Voor de tijd tussen Handelingen 28 en Openbaring 1 vinden we in 1 Timotheus en Titus enkele eenvoudige regels voor de  organisatie van niet-Joodse gemeenten, welk een eenvoudige boodschap aangaande Gods heil moeten doorgeven aan eenvoudige mensen. Die gemeenten doen dat als zaak-waarnemer voor Israël, zolang Israël niet in staat is het heil in Messias Jezus te verkondigen.

Alles wat daar bovenuit gaat aan organisatie en leerconstructies is mensenwerk en zal reeds daarom met de volken delen in Babels val. Doch ook die gemeenten zelf zullen de aangekondigde zware tijden niet overleven. (1 Tim. 4:1-2, 6:7, 2 Tim. 3:1-5, 4:3-4). Het hoeft ook niet, al is het voor ons gevoel jammer dat veel goeds dat de kerken ondanks alles toch nog wel hebben verricht, door de ontrouw van haar laatste generaties zal verdwijnen. Want als de kerk verdwijnt gaat God met Israël verder en zal Hij door hen de volken zegenen. (Gen. 12:1-3). En al wat intussen gedaan was uit liefde tot Jezus Messias, dat houdt zijn waarde en zal blijven bestaan. Hoe dan ook!

Het is in een boek, dat na 1948 en 1967 geschreven is, niet meer nodig om aan te tonen, dat het verstrooide Israël naar zijn Land zal terugkeren, zoals de profeten van Israël hebben voorzien. Het is opmerkelijk dat hiermee in Israël ook een zeer verhevigde belangstelling is ontstaan voor de persoon en de prediking van Jezus. Men moet dit niet zien alsof wat de profeten hebben gesproken, daarmee in vervulling is gegaan. Israël zoals het nu is, is nog niet wat het naar Gods bedoeling moet zijn. Dat kan men trouwens ook onmogelijk verwachten; de profetieën veronderstellen in de eindtijd nog veel ongeloof en verzet binnen het uitverkoren volk. In het voorafgaande zagen we reeds hoe een deel van Israël eigenlijk Babel binnen de muren van Jeruzalem is. Er moet weer een tempel komen, maar daarin vindt (naderhand) de Anti-christ en diens beeld een plaats (Openb. 13:14; ook Paulus spreekt hierover in 2 Thess. 2:4), totdat de Heer Zelf naar Zijn tempel zal komen. (Mal. 3:1). Dan zal Israël zien, Wie ze hebben doorstoken. (Zach. 12:10; zo ook Openb. 1:7, dat tevens toont dat Openbaring niet op de kerk slaat. Men kan ‘alle geslachten der aarde’ beter vertalen met ‘alle geslachten (of stammen) van het Land’ (evenals in Hand. 1:8). Dan zal het (in zeer korte tijd) gereed zijn voor zijn taak, dan breekt de nieuwe aioon aan!

Al wat we nu zien, is voorbereiding. Hetgeen we aanschouwen met blijdschap en vrezen. Want Israël zal het nog zeer moeilijk krijgen. Tijdens de Jom-Kippoer-oorlog in oktober 1973 tekenden zich al de omtrekken af van de grote eindstrijd der volken, met de slag van Armageddon en de inname van Jeruzalem. (Dan. 11:40, Ezech. 38:14-16, Zach. 14:2, Joel 3:12, Openb. 16:14-16). Tot zolang zal de vrede in het Midden-Oosten een illusie blijken te zijn. Jammer, maar het is niet anders!

Behalve het herstel van de tempel met de Levietische eredienst (die niet nodig is voor christenen uit de heidenen, wel voor Israël zelf en verder tot onderricht der volken) moeten ook nog de 144.000 verzegelden op de een of andere manier tevoorschijn komen. (Openb. 7:4, 14:1, vgl. Ezech. 9:4). Hoe dit zal zijn is nog een verborgenheid op zichzelf. Wel kunnen we met zekerheid zeggen dat deze (bijzonder uitverkoren) groep uit Israël komt, dus niet uit de kerk. Dat heeft men er (uiteraard) wel van gemaakt, maar hoe het dan zat met de verdeling van die twaalf x 12000 over de stammen Israëls (met weglating van de stam Dan en de toevoeging van Efraim naast Jozef) is buiten Israël om volslagen onverklaarbaar. Hetzelfde moet gezegd worden over Jehovah’s-getuigen, die – net als de kerk – zichzelf tot Israël maken, maar voor dit voor hen zo belangrijke punt hun toevlucht nemen tot geheel willekeurige allegores.

De aanhef van het boek Openbaringen is op zichzelf al een knelpunt. De Heer gaat tonen de dingen die ‘weldra’ (of ‘met haast’) geschieden moeten. Als dit boek zou slaan op de kerk, die al bijna 20 eeuwen er op heeft zitten, dan is dit wel een vermoeiende en krampachtige zaak. Gaat het echter over Israël, dat tussen Handelingen 28 en Openbaring 1 terzijde staat, d.w.z. leeft met een stilstaande profetische klok (ofschoon in de 20e eeuw weer is gaan lopen), dan wordt dit ‘weldra’ begrijpelijk en is het juist in onze tijd weer in staat het geloofsleven onder spanning te zetten.

Niet de kerk of de christenheid is de sleutel van het laatste Bijbelboek. Ze worden met “dienstknechten” en “koninkrijk en priesters” aangesproken (Openb. 1:1; vgl. Paulus die in Gal. 4:7 de gelovigen als zonen ziet en geen dienstknechten. Openb. 1:7; vgl. Exod. 19:5-6), benamingen die op de kerk niet van toepassing zijn. Na Israël herstel heeft de kerk zich overbodig gemaakt.

Maar ook Israël is bestemd om overbodig te worden, nl. wanneer het zijn taak heeft verricht. Dat zal geschieden in de loop van de volgende aioon, het Messiaanse Rijk. Als daarna de nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen, het nieuwe Jeruzalem vanuit die nieuwe hemel neerdaalt, zijn er nog wel herinneringen aan Israël: de twaalf poorten met de namen van de twaalf stammen, maar die poorten doen geen dienst meer: ze staan dag en nacht open. Ook de tempel zal zijn verdwenen als overbodig. (Openb. 21:12,25). Dat houdt in dat God dan niet meer woont in het verborgene van het Heilige der Heiligen, maar te midden van de mensen.

We komen aan het slot nog even terug op de grote verborgenheid, zoals die in de Efezebrief is geopenbaard en uitgewerkt. Hoewel deze verborgenheid pas geopenbaard was na Israëls terzijdestelling, is ze krachtens haar wezen niet beperkt tot de genoemde tussentijd tussen Handelingen 28 en Openbaring 1. Weliswaar is het de taak van het Lichaam van de Messias (kort na Hand. 28 geopenbaard) om Gods veelkleurige wijsheid bekend te maken aan de hemelmachten (Efz. 3:10) – iets dat stellig op die tussentijd slaat – wezen en taak van die gemeente omvat veel meer. Dat Lichaam van de Messias Jezus is eigenlijk een onderbreking van de gang der aioonen, die onze tijd verbindt met het overhemelse, daardoor tevens met het na-aioonische (de tijd dat God alles is in allen). Daar gaat het uiteindelijk om: de volledige voltooiing van Gods heilsplan. Of, zoals Efz. 1:10 het zegt: het alles (of het al) brengen onder het Hoofdschap van de Messias Jezus. In Hem worden hemel en aarde verenigd.

Het Messiaanse Rijk gaat nog lang niet zo ver, daar wordt enerzijds het kwaad wel gestraft (vergeleken met deze aioon een grote vooruitgang); ondertussen is dat kwaad er dus nog wel. Zelfs tijdens de daarop volgende nieuwe hemel en nieuwe aarde is er nog vuur waarin de vijanden moeten verblijven. Dat wil dus zeggen, dat het visioen wat Openbaring ons uiteindelijk geeft, minder ver reikt dan Efeze 1:10 laat zien.

Zo hebben we een beknopt overzicht gegeven van het heilsplan van God Die Zich verborgen houdt, om zo de volle verlossing van de schepping te bewerken. Een verborgenheid, die allereerst de verborgenheid van het boze moest ontmaskeren, opdat de mens bevrijdt zou worden van alle zonde (doelmissing) en beperktheid. Een verborgenheid die daarom een eervolle taak inhoudt, zoals we in het begin reeds opmerkten. Mogen de gemaakte opmerkingen ertoe bijdragen, dat de lezer de Bijbel op de rechte wijze leert lezen en verstaan, en aanvaarden dat het geloofsvertrouwen in die God van Israël ons tot het ware heil brengt. En opdat we ons leven zullen inrichten naar het ons geschonken beeld van de nieuwe Mens voor ons omschreven door de apostel Paulus, ons voorgeleefd in Jezus Messias.

**********************

DE CHAPEL OF THE OPENED BOOK / LONDON

www.bereanonline.org

**********************

Doe je graag aan Bijbelstudie?

www.everread.nl

www.levendwater.org

zie: SiteMap / o.a. audio – Denijs van Zuijlekom

**********************

Het nieuws vanuit Israël dat anderen niet brengen  

www.israeltoday.nl 

**********************

www.elshaddaiministries.us (Sjabbat vieringLiveStream met Mark Biltz / zaterdags van 19.00 – 20.30 u.)

**********************

Gerard J.C. Plas

 Posted by at 15:39
Jun 082018
 

In hoofdstuk VI hebben we iets gezegd over het boek JOB, als zijnde een boek uit de tijd (waarschijnlijk) en omstandigheden (in elk geval) buiten Gods openbaring aan Israël. God heeft eigenlijk alleen maar tot Israël gesproken; daarbuiten is Hij de zwijgende God. Maar omdat God ook niet altijd tot Israël sprak, hebben enkelen uit hen dit als zeer drukkend ervaren. Zo kon de boodschap van de verborgen God ook via hen ons bereiken. Zeer karakteristiek in dit opzicht is het boek PredikerHierover willen we thans iets zeggen.

Het zou ook (principieel gezien) mogelijk geweest zijn om de besprekingen van JOB en PREDIKER om te wisselen. Onze volgorde heeft slechts een praktische betekenis, omdat de toestanden die Prediker beschrijft verbazingwekkend veel lijken op die van onze tijd: de tijd tussen Handelingen 28 en de Wederkomst van de Messias en het daarbij behorende ingrijpen van God in de geschiedenis.

Wie de schrijver van dit boek was, weten we niet. Misschien Salomo in zijn nadagen, toen hij zag dat de heerlijkheid van Israëls gouden eeuw aan het tanen was (Prediker 1:2); misschien iemand die leefde in de dagen van de Babylonische ballingschap en die zich in Salomo’s toestand verplaatste. Het maakt niet zoveel uit, want in beide gevallen komt met het verval van Israëls grootheid de grote ijdelheid, waaraan alle volken deelhebben. Als Israël “lo-ammi” is (d.w.z. niet-Mijn-volk), is het net als de andere volken aan de ijdelheid onderworpen. Dat is, na Handelingen 28, de normale toestand, [… ofschoon daar vanaf 1897 en zeker ná 1948 en 1967 een omwenteling in het land Israël plaatsvindt, of anders gezegd: de vervulling van Profetieën! – GJCP].

Met dat al is Prediker geen “christelijk” boek geworden. Voor ons vroom gemoed is de schrijver een onuitstaanbare kerel. Hij strijkt tegen alle christelijke haren in en ontmaskert alle godsdienstige zekerheden en dierbaar heden. Hij heeft op alles kritiek, altijd een ja-maar… De natuur is een eindeloze kringloop; alles herhaalt zich en dat is oervervelend. (Prediker 1:5-8).

Wijsheid en wetenschap zijn prachtig, maar ze brengen veel verdriet en smart (Prediker 1:18), worden niet gewaardeerd (Prediker 9:16) en uiteindelijk sterf de wijze net als de zot (Prediker 2:16). Men mag best van het leven genieten, maar tenslotte blijft er niets van over. (Prediker 2:1-11). En nou kun je wel gaan wanhopen, maar ook dat is waardeloos (Prediker 2:20). Laat ons niet verbaasd zijn dat de mensen zich gedragen als beesten; als ze dood zijn worden ze allebei onder de grond gestopt. (Prediker 2:19). Men moet maar niet al te vroom zijn en veel beloften aan God doen; de kans is groot dat er niets van terecht komt. (Prediker 5:3- 4).

Er is veel scheef in deze wereld, maar wat wil men als God alle dingen krom gemaakt heeft? (Prediker 7:13). Daarom moet je maar niet al te rechtvaardig zijn, dat geeft toch niets; uiteraard ook niet al te goddeloos, anders loop je tegen de lamp. (Prediker 7:16). Omdat het kwaad niet of veel te laat gestraft wordt, is er geen eind aan het beramen en uitvoeren van boosheden. (Prediker 8:11).  Daardoor vergaat het de rechtvaardige vaak als de boze en omgekeerd. (Prediker 8:14). Waaruit Prediker de conclusie trekt dat eten, drinken en pret maken het beste is dat we kunnen doen. (Prediker 8:15). En de klap op de vuurpijl is wel dat tijd en toeval aan alle dingen wedervaart (Prediker 9:11); van een God Die alles keurig en liefderijk op z’n pootjes laat terechtkomen wenst Prediker niet te horen. “‘t Is wijsheid wat Hij doet, zo zal Hij alles maken, dat g’u verwonderen moet”, is een gezang dat Prediker niet meezingt.

Maar… de apostel Paulus ook niet! Paulus zegt wel dat voor hen die God liefhebben alle dingen doet meewerken ten goede, doch dat is iets anders. (Romeinen 8:28). Dat werkt achteraf. Achteraf is Job geestelijk gegroeid door zijn lijden, tegen Satans bedoeling in. En Prediker weet ook, dat met de door hem zo danig radicaal beschreven ijdelheid van het leven niet alles gezegd is. Hij weet van een gericht (=verantwoordelijkheid) (Prediker 11:9) en van het voornemen der aioonen, waarop het hart van de mens is aangelegd. (Prediker 3:11). Daarvan is hij rotsvast overtuigd (Prediker 3:14), daarom bij hem die oproep tot geloof, ook al lijkt alles zinloos.

“Vanuit de rest van de Bijbel ziet Prediker er vreemd uit. Maar men kan ook vanuit Prediker naar de rest kijken. Dan past alles in elkaar. Wie bang is voor de klachten van Prediker, weet nog niet waar we het in het geloof over hebben” (Van Ruler).

Hetgeen hij dan doet door herhaaldelijk er op aan te dringen om het er zo goed mogelijk van te nemen zolang we leven, en dat ziet als een gave van God. (Prediker 3:13, 8:15, 9:7). Een merkwaardige overeenkomst met Paulus, die ons aanraadt de tijd uit te kopen omdat de dagen boos zijn. (Efeze 5:16).

Zijn Hebreeuwse naam zegt het al: Qohelet, man van de qahal = gemeente. Hij is degene die tot allen en tegelijk namens allen spreekt. Hij durft te zeggen hetgeen bij allen leeft, maar wat men niet hardop durft te zeggen. Hij laat zich daarbij niets wijsmaken door voorbarige stichtelijkheid en vrome speculaties. Hij doorgrondt de dingen tot op het ondoorgrondelijke, erkent ook dat hij tot die grens gekomen is. Het is zelfs Gods opdracht zover te gaan (Prediker 1:13) en ons bezig te houden met de raadsel waarvoor de schepping ons plaatst.

En als we er dan niet uitkomen, mogen we weten, dat God met ons meelijdt en mee klaagt over die schepping. Daarom staat Prediker in de Heilige Schrift. Als Paulus spreekt over de zuchtende schepping (Romeinen 8:22) en we willen weten wat hij daarmee bedoelt, zou hij ons naar Prediker kunnen verwijzen als afdoende, overtuigende toelichting.

Er is wel een groot Goddelijk plan der aioonen, maar dat geeft veel speelruimte. Daarbinnen is van alles mogelijk, ook allerlei stompzinnig wereldleed en verdrukking. (Romeinen 8:36). Om geestelijk volwassen te zijn moet men met Prediker alles kritisch onderzoeken, maar tevens met hem en Paulus blijven vertrouwen en gehoorzamen.

Over dat gehoorzamen willen we in het volgende hoofdstuk nog iets verder uitweiden. Eerst iets over dat vertrouwen. Dat is bepaald niet goedkoop. Het waarachtig geloof laat zich bijna altijd samenvatten in het ene woord NOCHTANS.

Vermoedelijk is Dietrich Bonhoeffer wel de man geweest, die dit in de 20e eeuw het diepst heeft doordacht. Moeten doordenken: opgesloten in de gevangenis stormden alle vragen, waar Job en Prediker zich mee bezighielden, op hem af. Omdat we leven in een wereld waarin God Zich verborgen houdt, moeten we leven op eigen verantwoordelijkheid. Bonhoeffer zegt het uiterst scherp: We moeten leven alsof er geen God zou zijn. We moeten de problemen zelf oplossen.

Want sinds het neen-zeggen tegen de Messias door Israël, ons beschreven in het boek Handelingen, leven we in een beslist niet-deuteronomistische tijd. Dat wil zeggen: er is geen verband tussen God-dienen en welvaart, of tussen God niet-dienen en rampspoed. Kon de Psalmist nog zeggen, dat hij in zijn lange leven nog nooit een rechtvaardige had gezien die verlaten was of broodgebrek had (Psalm 37:25), wij weten maar al te goed dat dit niet meer opgaat.

God vraagt vertrouwen en gehoorzaamheid, maar er verandert niets in de wereld als men zijn eigen gang gaat. Of moeten we misschien zeggen: er verandert niets omdat de wereld leeft zonder met God en Zijn gebod rekening te houden? Prediker zegt het reeds: Omdat niet aanstonds het oordeel over de boze daad geschiedt, daarom is het hart der mensenkinderen vol om kwaad te doen. (Prediker 8:11).

Wat God nu vraagt is niet om met het kwaad mee te doen, omdat het toch niets zou uitmaken. Wat ook niet gevraagd wordt is een grootscheeps opgezette poging deze wereld grondig te verbeteren. Want of men moet dit doen door middel van geweld en dat levert wel een andere, maar geen betere wereld op. Of men tracht dit te doen door middel van de “zachte krachten”, doch die halen alleen iets uit op kleine schaal en in beperkte kring. In de grote wereld worden die zachte krachten verdrongen, vervalst of vernietigd.

Wat God nu vraagt is te staan in een wereld zonder zichtbare tekenen van Zijn aanwezigheid en in elk geval zonder Zijn ingrijpen. Nochthans vertrouwende dat het messiaanse Rijk eens op aarde komt door middel van een veranderd Israël [… tekenen daarvan voor die uiteindelijke vervulling, worden thans manifest in het Midden-Oosten – GJCP].

Dat daar bovenuit God met Zijn wereld toch verder gaat naar Zijn heilsdoel. Anders gezegd: te vertrouwen met woord en daad op de God Die Zich verborgen houdt en, ondanks dat, toch de Verlosser is.

Uit: Gods verborgenheidvan dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolgd! 

[Personalia: K.A. den Breejen (10-01-1917 / 04-09-1998), van beroep rijksaccountant, maakte in zijn jeugd een kerkscheuring mee (1926), hetgeen hem leerde dat men niet aan kon op de juistheid van wat theologen beweren; zij spreken elkaar vaak op het hevigst tegen. Reeds in zijn ouderlijk huis werd ernst gemaakt met zelfstandig Bijbelonderzoek. Dit alles, en de kennismaking met enkele leermeesters, bracht hem geleidelijk tot de inzichten in dit boek weergegeven. Hierbij werd gebruik gemaakt van hetgeen door hem als eindredacteur in het ruim 25-jarige bestaan van het “Studieblad ter begeleiding van BIJBELS DENKEN” werd gepubliceerd. De schrijver wil dit boek opdragen aan de nagedachtenis van zijn ouders, zijn leermeesters Heere Heeresma sr., C.H. Welch, S. van Mierlo, G.J. Pauptit, Frits Kuiper en van zijn vriend W. Hoving]

**********************

DE AIOON IN HET HART

Israël is niet uitverkoren omdat het een beter of meer hoogstaand volk zou zijn dan de andere volken. Dat had Mozes hun wel goed duidelijk gemaakt (Deut. 7:7), al hebben ze dat wel eens vergeten, vooral in de dagen waarover het N.T. handelt. Ze zijn wel anders en ook dat hebben ze wel eens vergeten: in de O.T.-tijd door de goden der volken te dienen en in de 19e eeuw door de zg. assimilatie (= poging in de volken op te gaan). Deze tegenstrijdigheid komt hieruit voort dat er tussen Israël en de volken zowel overeenkomst als verschil is. Overeenkomst door hun menselijkheid: niet menselijks is hun vreemd, inbegrepen de innerlijke afkeer die elk mens van nature heeft om Gods weg naar Zijn niet-natuurlijk doel te gaan. Verschil door het betere dat God aan de mens wil geven en waarvan Israël weet heeft en de andere volken niet (tenzij ze het van Israël hebben vernomen, maar hierover later).

De volken of heidenen hebben de schepping op verschillende manieren beschouwd:

  1. Als kringloopde afwikkeling van dagen en seizoenen, opbloeien en verzinken. Ook de dood behoort daar gewoon bij als iets natuurlijks. Het waren vooral de Kanaänieten, de oorspronkelijke bewoners van het beloofde Land, in wier gedachtegang deze kringloop in het midden stond en dit (als tegenhanger van de dood) in combinatie met de vruchtbaarheid. Vandaar de verering van het stierkalf, het ritueel onder grote bomen en de tempelprostitutie (stierkalf: Ex. 32:4, 1 Kon. 12:29. diensten onder bomen: Deut. 12:2, 1 Kon. 13:23. tempelprostitutie: Ex. 34:15-16, Num. 25:1-2). Omdat dit alles zo voor de hand ligt, was dit de hele O.T.-tijd een grote verleiding voor Israël. Overigens niet groter dan ons modern zich vergapen en verslingerd- zijn aan het materialisme dat aan alle kanten uit onze samenleving straalt.
  2. Als vaagheid: door het speculeren over allerlei ongecontroleerde abstracte grootheden, met name de scheiding van lichaam en ‘ziel’, waarbij dan de ziel het blijvende zou zijn. Het waren vooral de Grieken, die hierover filosofeerden. In andere vorm vinden we dit in het boeddhisme. Bij Israël vinden we deze dwaling in de tijd na die waarover het O.T. handelt: het hellenisme; dit heeft op de Farizeeën uit de N.T.-tijd een grote invloed gehad. Bij de christenheid heeft de leer van de onsterfelijke ziel een enorme opgang gemaakt; eerst in onze eeuw is dit door de hernieuwde belangstelling voor het O.T. enigszins teruggedrongen.
  3. Als noodlotalles ligt van te voren vast, hetzij in de astrologie (met name de Egyptenaren; modern “het staat in de sterren geschreven”), hetzij in hemelse boeken (met name bij de Essenen in Qumran, later op grote schaal overgenomen door de islam). Ook aan de noodlotsgedachte kan de christenheid zich maar moeilijk onttrekken; in de vorm van een of andere voorzienigheidsleer heeft men maar al te vaak God en het lot verwisseld. En ook Calvijn’s uitverkiezingsleer kan zich onmogelijk van noodlotselementen geheel vrijmaken, hoe ijverig dat ook is geprobeerd.

De kringloopmet zijn eindeloze herhaling is op den duur onuitsprekelijk vermoeiend (aldus ook Pred. 1:1,8) en in wezen ijdelheid. Er is alleen een hoop op korte termijn, niet op lange termijn. Achter de wolken schijnt de zon, jawel, maar de zon gaat straks onder en er komen toch weer nieuwe wolken; dat blijft eindeloos doorgaan. Dat de vrouw hier tekort komt, is zonder meer duidelijk: gewaardeerd als verbindingsschakel met de godheid (tempelprostitutie!) en om kinderen voort te brengen als stuk van de natuur en meer niet. Ook het vereren van de macht ligt voor de hand; het stierkalf en de zon zijn symbolen van kracht en die moet men, in zijn eigen belang, te vrind houden. In de vorm van vele goden wordt in werkelijkheid slechts geloofd in een godheid als onpersoonlijke kracht.

De leer van de onsterfelijke ziel miskent in wezen de heerlijkheid van de schepping. Wie het lichaam ziet als kerker (zoals de Grieken) of als noodwoning (zoals vele christenen) verlangen erna deze te verlaten. Immers slechts de ziel is van goddelijke oorsprong en kan met God verenigd worden; het lichaam is het lagere, uit de aarde en bestemd om te vergaan.

Ook het boeddhisme, eveneens een geloof met veel vaagheid, streeft naar onthechting: een verlossing uit het lichaam en het stoffelijke, niet een verlossing van het lichaam en het verder geschapene. Boeddha wil alles oplossen in het Nirwana, het zalige en volstrekte niets, geen heiliging van de schepping.

De Griekse filosofie heeft weinig belangstelling voor het verschil tussen goed en kwaad (behalve kwaad dat in strijd is met het eigenbelang). Op enigszins andere wijze is dat ook het geval met de leer van de onsterfelijke ziel, althans met de gevolgen daarvan: bij de aanhangers ontbreekt ook veelal de drang naar een andere wereld of de vurige hoop op een nieuwe aioon; men heeft geen wezenlijke belangstelling voor de huidige boze wereld, want die gaat toch voorbij en men verlangt slechts naar “het vaderhuis”. Van het boeddhisme kan ongeveer het zelfde worden gezegd, al keren deze zich consequenter tegen het vereren en toepassen van macht en geweld.

Ook de leer der voorbeschikking (determinisme) is weinig hoopvol. Van de liefde van een almachtig, allesbeslissende God tot Zijn schepselen kan nauwelijks sprake wezen. Calvijn heeft met zijn leer nooit duidelijk kunnen maken dat de verkiezende en tevens verwerpende God Liefde is; Hij is alleen maar lief voor Zijn uitverkorenen. Voor de anderen is Zijn almacht tevens recht en daarmee uit!

Alleen Israël als volk van de geschiedenis heeft geweten van een God, Die met Zijn schepping voortgaat naar een vastgesteld einddoel. Dat doel (de volstrekte heerschappij van God) staat vast, maar de weg daarheen laat allerlei mogelijkheden tot verandering open. Ook God Zelf kan veranderen. Hij kan ‘berouw’ hebben (beter te spreken van ‘spijt’) over hetgeen Hij deed of sprak. Hij had berouw en smart over de gang van zaken bij de adamieten (Gen. 6:6); Hij vaagde hen weg met de zondvloed. Hij had berouw over de aangekondigde ondergang van Nineveh; toen Hij hun bekering zag deed Hij het niet (Jona 3:10). Bij Israël is Gods berouw een duurzaam element van Zijn verbond. (Ps. 106:45 St. Vert.).

Dit veranderen is noodzakelijk om ten alle tijden de mogelijkheid te behouden Zijn doel te bereiken, ondanks de zelfstandigheid en vrijheid die Hij aan de mensen heeft gegeven. Een duidelijk voorbeeld is Gods gang met Israël als Trekgod door de woestijn naar het beloofde Land: Hij laat Zich voortdurend door Mozes bepraten (Ex. 32:11-14, Deut. 32:36), om met Israël (of desnoods met een overblijfsel daarvan) verder te gaan.

Dit voortgaan berust hierop, dat niet alleen (zoals we reeds bespraken) de schepping als zodanig het koninkrijk Gods tot einddoel heeft, maar ook dat elk mens de aioon in zijn hart heeft. (Pred. 3:11a). D.w.z. dat de mens het verlangen naar zo’n rijk met de geboorte heeft meegekregen: het komen van een andere, betere tijd dan nu.

De vraag is natuurlijk, welke voorstelling men van zo’n heilsrijk maakt en hoe men dat denkt te bereiken. Zoals de mens zich goden kan maken, naar zijn eigen beeld, zo maakt hij zich heilsrijken naar eigen lust. Het Walhalla met bier drinken uit de schedels der verslagen vijanden, het heilsrijk van Hitler zonder Joden en zwakkelingen zijn daar voorbeelden van. Ook de vele christelijke fantasieën over een hemel met gouden straten en met palmtakken wuivende scharen, liggen op dit vlak.

Al laat de Bijbel vele vragen over de toekomst onbeantwoord, wat betreft dat heilsrijk is hij toch bepaald niet onduidelijk. Grote delen van het O.T. spreken van een Messiaans Rijk. En hoe verschillend die getuigenissen en beelden hierover ook zijn, een ding is zonder meer duidelijk: dat rijk is op aarde en Israël heeft daarin een belangrijk taak. En nu moge het N.T. aan dit aardse rijk een hemelse dimensie toevoegen, de belofte van en de hoop op dat aardse heilsrijk blijven. Alleen als men de volwaardigheid van het O.T. loslaat, omdat dit achterhaald zou zijn (dus onder invloed van de hellenistische filosofie), zal de aioon in het hart plaats maken voor hemelverlangen. En dit ligt bedenkelijk dicht in de buurt van de hoop die het boeddhisme geeft.

Het verlangen naar een heilsrijk is dus op zichzelf een rechtmatige zaak (Elke sabbat wordt Israël hieraan herinnerd door het zingen van Ps. 92. Dit is een lied “voor de sabbatdag”, maar het gaat daar eigenlijk helemaal niet over, doch over het Messiaanse Rijk). Maar deze belofte is gegeven door een God Die Zich verborgen houdt. Dit ligt reeds opgesloten in het woord zelf. Het Hebreeuwse woord voor aioon is olam, dat is afgeleid van alam = verbergen. Gods plan der aioonen is een verborgen plan. Het wordt geopenbaard, telkens bij gedeelten, voor zover dit voor de voortgang der wereld of het inzicht der gelovigen noodzakelijk is. Het vereist Bijbels inzicht en vertrouwen in de voortgaande God, om dit plan te overzien.

In dit verband is het niet ondienstig om nog een andere afleiding van ‘alam’ te vermelden, nl. ‘almah’ – jonge vrouw. Een vrouw heeft uit- en inwendig veelal de neiging zich min of meer verborgen te houden; ze heeft altijd iets raadselachtigs over zich, voor zichzelf en voor anderen. Psychologen kunnen dat enigszins toelichten; voor ons is het voldoende te herinneren aan het vrouwelijk karakter van het Koninkrijk Gods: het is niet op kracht maar op liefde gebaseerd. De verborgenheid van dat Rijk heeft te maken met het kwetsbare ervan,

Vandaar dat Prediker, als hij zegt dat God de aioon in het hart van de mens heeft gelegd, er aan toevoegt: zonder dat de mens het werk van God, van begin to het einde, kan uitvinden. (Pred. 3:11b). Om daar althans iets van te zien, is openbaring nodig, d.w.z. inzicht van Hogerhand aangereikt, plus gehoorzaamheid de aangewezen weg te gaan.

Platvoerse, op macht en zingenot gerichte geesten zullen Gods plan, dat tegelijk geopenbaard en verborgen is, niet begrijpen. Israel heeft, als het enige volk ter wereld, het aangedurfd op weg te gaan met die verborgen en desondanks persoonlijk God. De andere volken kunnen zeggen dat ze die kans niet hebben gekregen; maar men kan bepaald niet zeggen dat ze er blijk van hebben gegeven jaloers te zijn op Israël. Hetgeen wel de bedoeling is en in het Messiaanse Rijk zal dat ook inderdaad gebeuren! (Zach. 8:21-23).

Ondanks het feit dat ook Israël dat op-weg-gaan en die gehoorzaamheid vaak en langdurig niet heeft opgebracht. Begrijpelijk en onbegrijpelijk tegelijk: een verborgenheid op zichzelf!

Uit: Gods verborgenheidvan dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolgd!

**********************

ABRAHAM, GODS ANTWOORD OP BABEL

Na de zondvloed stak al spoedig de zonde als opstand tegen God en Zijn bedoelingen weer de kop op. Ze bereikte een voorlopig hoogtepunt in Nimrod, nakomeling van Cham, die een opjager tegen het aangezicht van Jahweh genoemd wordt (Gen. 10:9). Deze bouwde Babel, een stad die in de gehele Bijbel het symbool is van het verzet tegen God, en de tegenhanger van Jeruzalem (Openb. 18.). Dan wendt God Zich van de volken af; ze worden ‘heidenen’ (letterlijk: mensen die verre zijn). Ten bewijze dat dit slechts tijdelijk is, ja dat deze handelwijze de enige weg is, waarin God de volken kan bereiken, worden ze (voor zover toen bekend) in Genesis 10 nog eenmaal alle 70 opgenoemd; dit is de plaats van de volkeren tafel in de heilsgeschiedenis. (Gen. 10:1-32).

 

Dat het machtsbeginsel, dat in de schepping zo sterk heeft doorgewerkt, uiteindelijk de schepping moet vernietigen, zien we reeds bij de torenbouw in het Babel van Nimrod en de daarop volgende spraakverwarring. (Gen. 11:1-9). God, die EEN is, (aldus de belijdenis van Israël) wil ook hier de waarachtige eenheid der mensen, maar dan naar Zijn orde, waarop de schepping structureel is aangelegd. Hoewel Satan ook een eenheid wil, maar dan van een andere aard, kan hij hierin niet slagen. Immers hij heeft niet een eigen wereld geschapen, doch een bestaande wereld uit haar voegen gelicht, na er eerst op geparasiteerd te hebben. Daarom kan Babel niet blijven bestaan, al verschijnt het telkens in andere gedaante opnieuw. Totdat aan het einde van deze aioon Babel definitief verdwijnt. (Openb. 18:2 vv.).

Gods antwoord op Babel is Abraham. Niet Job, hoe groot hij ook was. In JOB lezen we de grondslagen waarop Gods schepping rust, maar niet Gods bedoeling met de schepping. Nog minder de weg waarlangs God dit doel wil bereiken. De gelovige volhardende Job moet het, evenals alle heidenen, doen met het geloofsvertrouwen, dat Gods wegen hoger zijn dan onze wegen. Maar met Abraham gaat God om als met Zijn vriend en vertelt hem van Zijn verborgen voornemen.

Babel betekent verwarring (lett. babbelen; de wereld klets in de ruimte). Deze aioon zal eindigen met het bereiken van de EEN-heid. (Zach. 14:9). Op weg daarheen slaat God als het ware een omweg in. Een omweg is niet de kortste weg; ze kan wel de vlugste zijn als de kortste weg geblokkeerd is. Daarom beperkt God tijdelijk Zijn bijzondere bemoeienis met de mensheid tot één volk, om via dit volk de gehele wereld te behouden door het Zijn wegen te leren. Daartoe wordt Abraham en in hem Israël uitverkoren.

De Bijbel kent verschillende uitverkiezingen. Ze hebben alle het doel de uitverkorenen voor anderen ten zegen te zijn. Dat was reeds eerder het geval geweest met Adam, uitverkoren om de toenmalige mensheid tot zegen te zijn. Uitverkiezing is dus een werkwijze van God om tot Zijn doel te komen. Binnen het éne heilsplan, dat alle mensen omvat (Efz. 1:10, 1 Kor. 15:28) zijn er vele verkiezingen om dat plan uit te voeren. Waarom Hij de aarde heeft uitverkoren, weet niemand; er bestaan veel grotere planeten, maar alleen de aarde heeft Hij tot een bewoonbaar oord willen scheppen.

Waarom God Adam heeft uitverkoren te midden van andere schepselen, is onbekend. Waarom Hij later Abraham nam, een afgodendienaar uit Ur (Deut. 26:5) en niet bijv. Melchitsedeq, blijft Zijn geheim. Waarom bijv. Mozes, Jeremia, Maria en Paulus geroepen werden tot een taak waar ze niet om hadden gevraagd, God heeft het er niet bij gezegd. Maar al die uitverkorenen hadden één gemeenschappelijk kenmerk: ze moesten anderen tot zegen zijn. Dit geldt ook van twee belangrijke uitverkoren groepen: Israël als volk en de bijzondere groep, die het Lichaam van de Messias wordt genoemd.

Dit houdt in dat de uitverkiezing niet de verwerping als keerzijde heeft. Dat met name Calvijn dit er van heeft gemaakt kwam voort uit een ontoelaatbare vereenvoudiging van Gods heilsplan. Bij hem, (maar ook bij vele anderen) zijn er na het sterven voor de mens slechts twee mogelijkheden: de hemel of de hel, beide eindeloos. Omdat God vrijmachtig is, kan Hij naar eigen verkiezing Zijn schepselen bij voorbaat tot het één of het andere bestemmen. Dit wordt soms wel iets afgezwakt door de keus aan de mens te laten, maar omdat God alwetend is, staat bij Hem het lot van de mens al bij zijn geboorte vast. Zodoende wordt uitverkiezing een kwestie van heilsbestemming in plaats van een (soms hardhandige) roeping tot heilstaak.

In deze gedachtegang ziet en slechts enkelingen als voorwerp van de uitverkiezing; dat Israël als volk de voornaamste drager van het heil zou zijn, ziet men geheel over het hoofd. Trouwens, eigenlijk ziet men Israël helemaal niet; dat ze een heilstaak hadden, was slechts tijdelijk, want ze waren de kerk van het oude verbond, zoals de kerk het Israël van het nieuwe verbond is. En om dit laatste zou het dan te doen zijn. Dat heeft dan weer tot gevolg, dat men het Messiaanse Rijk (het zg. duizendjarig Rijk als voorlopige aardse heilstijd) ontkent of terugbrengt tot de “heilsdagen” die met de komst van de kerk zouden zijn aangebroken. Al deze misvattingen hangen met elkaar samen. Ze zijn geenszins onschuldig zoals de geschiedenis duidelijk leert: de noodlotsleer der verwerping, die velen tot wanhoop en sommigen zelfs tot zelfmoord bracht; het anti-semitisme en de pogroms, en het verwaarlozen van de aardse taak der christenheid komen – met nog andere hier niet genoemde euvelen – alle voort uit het niet willen verstaan en aanvaarden van de uitverkiezing van Israël.

Verwerping is slechts daar, waar men willens en wetens Gods geboden overtreedt en zichzelf zodoende maakt tot verklaarde vijand van God. Daarmee is tegelijk gezegd, dat er behalve de gelovigen (zowel de geestelijk-volwassenen als de kleingelovigen) en die vijanden nog een brede schare is, die noch het een noch het ander is. Zij komen eerst na het Messiaanse Rijk tot opstanding en zullen dan geoordeeld worden naar hun werken. Zij, wier gemeenschap met God ontoereikend was om deel te hebben aan de eerste opstanding kunnen, op grond van hun goede werken (d.w.z. goed voor zover men die van hen in hun omstandigheden mocht verwachten) toegang krijgen tot de nieuwe aarde alwaar het geboomte des levens maandelijks vrucht draagt en welker bladeren zijn tot genezing (lett. therapie = méér dan genezing) der heidenen. Deze ‘middenweg’ willen we geenszins als aantrekkelijk aanprijzen; haar bestaan is op zichzelf reeds voldoende om aan Calvijn’s uitverkiezings- en verwerpingsleer haar noodlotskarakter te ontnemen.

Keren we terug naar Abraham. Zijn roeping hield in, dat hij God op Zijn woord moest gaan vertrouwen, ook al is van de verwerkelijking der belofte niets te zien. Allereerst de belofte, dat zijn nakomelingen zouden uitgroeien tot een groot volk, dat in het beloofde Land mocht wonen. Daarenboven dat ze zouden lichten als de sterren aan de hemel.

Abrahams geloof werd telkens beproefd: hij moest afstand doen van zijn familie en hun goden (vertrek uit Ur); afstand van de wereldgelijkvormigheid (afscheid van Lot); afstand van de vrome zelfhulp (wegzenden van Ismaël); ja zelfs afstand van de goddelijke gaven (bereid om de zoon der verwachting te offeren). Daardoor groeit zijn geloof; Abraham leert dat het ware leven door lijden wordt verkregen. (Gen. 22:1-9, Hebr. 11:8-19).

Zo wordt Abraham de vader van alle gelovigen, óók voor die buiten Israel. In hem beginnen twee lijnen. De eigenlijke Israëlitische lijn begint bij het verbond der besnijdenis; hierbij zijn alle beloften afhankelijk van voorwaarden! Van hieruit loopt een rechte lijn naar de Wet van Mozes. Doch reeds eerder (Gen. 15:6 [besnijdenis in Gen. 17:4; dus later]) wordt een boven-Israëlitische lijn aangegeven, nl. dat God het vertrouwen op Zijn woord als gerechtigheid toerekent. D.w.z. dat het geloof (maar dan niet als het aannemen van een léér, doch als een vertrouwensverhouding, met alle consequenties van dien) ons in de rechte verhouding tot God stelt. Deze lijn blijft evenwel grotendeels verborgen gedurende de tijd van het O.T. en de evangeliën.

Eerst in de prediking van de apostel Paulus komt zij (met het oog op niet-Joden) opnieuw naar voren. (m.n. in Rom. 4). De ware betekenis van de rechtvaardiging door het geloofsvertrouwen is pas goed te begrijpen als men eerst de massalitiet en de gruwelijkheid van de zonde leert doorzien. Vandaar dat reeds in Gen. 15 gesproken wordt van de verdrukking van Israël in Egypte én de bevrijding daaruit, terwijl Paulus dit alles plaatst tegen de achtergrond van de moord op de Messias. Vandaar ook dat het geloof van de eenling Abraham (of dat van Izaak, Jakob en Jozef inbegrepen) geen blijvend hoogtepunt was.

Wil dat geloof voor de gehele wereld doorwerking hebben, dan moet eerst een heel volk met God leren omgaan en daartoe door God onderricht worden. Daartoe werd Mozes geroepen, die Gods Wet (Torah, d.w.z leer, onderwijzing [vgl. Spr. 1:8, Jes. 42:4, waar Torah met leer is vertaald]) mocht doorgeven. Sterk vereenvoudigd gezegd: het geloof van Abraham beperkte zich tot het eerste grote gebod: de liefde tot God; daarin kan een welgestelde eenling het misschien ver brengen. Israël moest ook het tweede gebod leren kennen en beoefenen: de naastenliefde. Daarvoor komt heel wat meer kijken, vooral als men ook te maken heeft met moeilijke levensomstandigheden. Daarom is de weg van Israël zo lang.

Was Abraham ten opzichte van Job een omweg, Mozes was dat ten opzichte van Abraham opnieuw. En later zouden de ballingschappen nieuwe omwegen blijken te zijn. Zo werd Israël het volk van de geschiedenis (d.w.z. het volk aan wie wij de voortgang van Gods handelen kunnen afzien).

Uit: Gods verborgenheidvan dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolg!

**********************

JEZUS VAN NAZARETH

Als er één manier was, waarop God in het verborgen heeft willen werken, dan was het wel in de komst van Jezus van Nazareth. Geboren in een kleine stad, weliswaar met een eervolle traditie, maar waar verder in het N.T. nooit meer op gezinspeeld wordt. Tijdens doorreis, op een onbekende datum, met ouders wier verhouding in elk geval vragen oproept die het N.T. onbeantwoord laat. Verder dertig jaar volslagen incognito, behoudens een kort verhaal uit de tijd dat Hij twaalf jaar werd. Noch het getuigenis van de herders over de engelenzang, noch het bezoek van de wijzen uit het Oosten hadden bij Zijn optreden een blijvende herinnering overgelaten.

We beginnen de christelijke jaartelling met de geboorte van Jezus, doch erg gelukkig is dat niet. Daargelaten dat niemand dat toen wist en afgezien van een rekenfout, kan men onmogelijk zeggen dat Jezus kwam in het jaar 0, alsof de wereld eerst met Hem begon. Hij kondigde wel een nieuwe, messiaanse tijd aan, maar die is toch niet gekomen. Men zegt wel dat met Hem “de laatste dagen” aanvingen, maar dat kan alleen als men gaat beweren dat het Rijk reeds op onzichtbare wijze (of in de kerk) begonnen is.

Men kan ook niet zeggen, dat Hij kwam om alles te veranderen, of dat er Zijns ondanks veel veranderde. Hij heeft Zich veel moeite gegeven te laten zien dat Hij een wets getrouwe Jood was. En het merkwaardige is dat Hij nu juist daarop gestruikeld is. Al kan men achteraf beter zeggen, dat God Hem weer opgericht heeft, doch dat Israël over Hem en de Wet gestruikeld is.

Hij kwam in een tijd dat er veel corruptie was, politiek, financieel en religieus. En als men, zoals Hij, daar tegenin gaat wordt dit nooit in dank afgenomen. We raken hier het grote raadsel in de heilsgeschiedenis, hoe Israël er toe kwam Hem als Messias niet te herkennen en te erkennen. Een raadsel dat we in het volgende hoofdstuk nog iets verder willen overdenken, zonder het bevredigend te kunnen oplossen.

Als christenen moeten we dit vooral niet al te dogmatisch bekijken. Men kan Jezus tijdens Zijn rondwandeling op aarde slechts beoordelen vanuit de Wet en de Profeten; hierop heeft Hij zich beroepen. Een beoordeling vanuit een andere grondslag maakt van Hem iets wat Hij niet was. Dit mag in het “gesprek met Israël” nooit worden vergeten.

Bij ons ligt zo sterk de nadruk op Zijn godheid, dat we zijn mens-zijn meestal als niet zo belangrijk terzijde schuiven. Men meent dan dat slechts als men een rechtzinnige mening over Jezus heeft, d.w.z. erkent dat Hij de tweede persoon is in de goddelijke drie-eenheid, men in aanmerking kan komen voor het binnengaan van de hemel (wat tevens het eindpunt van het heil zou zijn). Immers wie dat niet erkent, geeft Jezus te weinig eer en dat is de grootste zonde, die men kan bedenken. Zulks gemotiveerd met een aantal teksten, zoals Joh. 14:6 “Niemand komt tot de Vader dan door mij!”; (zoals de Heidelbergse Catechismus beweert (vraag 7).

Nu lijkt het zo vanzelfsprekend, dat Hij mens was, als onze één. Toch zit nu net dáár het bijzondere. Want Hij was niet zomaar een mens, maar de Mens zoals God hem hebben wil. Zitten we onlosmakelijk vast aan de natuurwetten en de macht structuren, Hij was daar innerlijk los van, ook al was er een uiterlijk verbintenis. Als Paulus later de (uit Israël afkomstige) leer van de oude mens tegenover de nieuwe mens verder gaat ontwikkelen, dan hebben we in Jezus de nieuwe Mens als model voor ons. En het is heel wat gemakkelijker om er een stelling op na te houden dat Jezus God was (hetgeen we alleen maar kunnen zeggen, maar nooit begrijpen; want wie weet Wie of Wat God nu eigenlijk is??), dan om te zeggen: O, is dat nu de nieuwe mens, die als navolgenswaard ons wordt aangeboden, nou dat zullen we dan in vreugdevolle gehoorzaamheid gaan doen!

Dat er van de christenheid zo weinig is terechtgekomen, in elk geval geen heilstaat, komt niet omdat er onvoldoende mensen zijn die Jezus’ godheid belijden, maar omdat er te weinig zijn die Hem als Mens in geloofsvertrouwen aanvaarden en navolgen.

Wat kwam Hij doen?

In elk geval geen wereldkerk stichten; er is niets in het N.T. dat daarop wijst. (Ook de apostelen hebben geen wereldkerk gesticht.) Wat dan wel?

We zeiden al dat Hij een Wetsgetrouwe Jood was. Hij wist Zich door God geroepen de Messias van Israël te zijn en zag het als Zijn taak het Messiaanse Rijk aan Israël te brengen. Daarvoor was het nodig dat Israël zich bekeerde van alle corruptie en verdere boze daden. En dat met name allerlei soorten machthebbers bereid zouden zijn hun macht slechts op de juiste wijze te gebruiken. Anders gezegd: Israël moest de Wet houden!

Laat men nu niet zeggen dat dit niet kan. Dat heeft het christendom (aan wie de Wet overigens nooit gegeven is) er van gemaakt, door gebrek aan kennis van het O.T. en beïnvloed door een rationalistisch perfectionisme. De Wet is nooit gegeven aan een zondeloze Adam in het paradijs, maar aan een volk van zondaren, waar God iets mee bereiken wilde voor het oog van de gehele wereld. We zien dit kort samengevat in Mozes’ afscheidsrede (Deut. 30:11-14): het doen van Gods wil was voor Israël geen onmogelijke opgave. De mogelijkheid van struikelen was daarbij inbegrepen: heel het ritueel van de tabernakel, later tempeldienst was erop gericht dat de zonden vergeven konden worden. Wet en zonden vergeving sluiten elkaar niet uit, maar in. Want de vergeving berust bij Hem, Die in Zijn genade de Wet aan Israël gaf, opdat alle volken Zijn wegen zouden leren.

Daar moet men natuurlijk geen loopje mee nemen. Dan komen we terecht bij de goedkope genade. Doch aan de andere kant is het niet mogelijk de Wet zodanig te houden dat men, door zorgvuldige vermijding van alles wat niet mag, zó rechtvaardig tegenover God zou staan, dat men die vergeving nauwelijks meer nodig heeft. En nog minder heeft men de Wet begrepen, als men uit haar een verdiensten leer gaat afleiden, waarbij via een soort puntentelling bij een gunstig saldo men recht zou hebben op de toegang tot het Koninkrijk Gods. Oók van deze dwaalweg moest Israël zich bekeren, wilde het Messiaanse Rijk kunnen beginnen.

De kern van Jezus’ boodschap was: de vergeving der zonden. Niet in het algemeen, maar concreet in de toenmalige omstandigheden. Hij predikte het Evangelie van het Koninkrijk (Matth. 4:23, Luk. 8:1): allen die zich bekeerden (d.w.z. omwenden van hun boze werken en/ of hun vrome eigenwaan konden deel hebben aan de oprichting van het “rijk der hemelen”.

“Rijk (of heerschappij) der hemelen” is een Joodse uitdrukking die alleen door Mattheus wordt gebruikt; de andere evangelisten spreken over “Rijk Gods”. Maar ook Mattheus spreekt soms van “Rijk Gods”; eenmaal gebruikt hij beide uitdrukkingen in dezelfde tekst. (Matth. 19:23-24). Dit is geen willekeur of spreek fraaiigheid, maar bedoelt een onderscheid aan te geven; wanneer we daarop letten worden ook andere bijbel plaatsen duidelijker.  Welnu: “Rijk der hemelen” is niet een Rijk in de hemel of die hemel zelf, maar een rijk op aarde, geheel gekenmerkt door hemelse wetten. En dat is niets minder dan het Messiaanse Rijk zelf.

Vandaar de proclamatie: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij gekomen; bekeert u en stel vertrouwen in deze nieuwstijding.” (Mark. 1:14-15; met ‘het evangelie’ wordt niet een christelijke leer of dogma bedoeld, zoals M. Buber ten onrechte meent). Men kan het eigenlijk zo stellen: het koninkrijk der hemelen (dus op aarde) is een onderdeel van het koninkrijk Gods (dat aarde en hemelen omvat). We zagen reeds dat het Messiaanse Rijk niet het eind- noch het hoogtepunt is van Gods heilsplan; het is wél een noodzakelijk tussenstation.

Jezus’ komst veronderstelde zonde en schuld. Deze zijn, hoe ernstig ook, uiteindelijk niet beslissend of noodlottig. Wie zich bekeert, kan verzekerd zijn van vergeving der zonden. Dit was op zichzelf geen nieuws; ook de Wet spreekt daar uitvoerig over. Het grote nieuws was, dat die bekering toen geen uitstel meer gedoogde, dit temeer omdat het duidelijk werd dat die bekering heel wat radicaler moest zijn dan wat men er in de gezapige voortgang der dagen van maakte.

De verbinding tussen het Messiaanse Rijk en de vergeving der zonden zien we het duidelijkst in het “Onze Vader”, bij een strafrede tegen de Farizeeën, in de gelijkenis van de onbarmhartige dienstknecht en bij Jezus’ profetische woorden tijdens Zijn afscheidsmaal. (Matth. 6:9-15, 12:28, 31-32, 18:21-23, resp. 26:28-29).

Maar om nu goed duidelijk te maken wat de Wet, het Koninkrijk en de vergeving der zonden in hun onderlinge samenhang betekenen, worden de lijnen daarvan bijkans tot in het onmogelijke doorgetrokken. We zien dat vooral in de Bergrede. Het liefhebben van de vijand, het zich onttrekken aan aardse zorgen net als de vogels en de lelies, het onbeperkt geven van hetgeen men vraagt, enz. zijn dingen die, als we ze zonder meer willen toepassen, ons in onoplosbare conflicten brengen. Heeft bijv. een weduwe, die geprezen wordt omdat ze haar hele schamele bezit in de tempelschatkist wierp, dan geen verder verplichtingen tegenover haar kinderen en moet ze vanaf dan maar teren op andermans zak? Of: wie ontkomt er aan om zelfs meer dan twee heren te dienen met hun tegenstrijdige belangen? Wie van Jezus’ boodschap een handleiding maakt voor ons dagelijks leven, loopt hopeloos vast, gesteld dat hij het overleeft.

Het is waarlijk geen verlegenheidstheologie om te onderzoeken of de prediking van Jezus niet een andere bedoeling had dan om zonder meer te worden gevolgd. Iets soortgelijks geldt van Zijn zg. wonderen, die zich ook niet lenen voor herhaling. Iemand kan gemakkelijk aan anderen voorhouden niet bezorgd te zijn, wanneer hij in staat is om broden te vermenigvuldigen en water in wijn te veranderen, maar geen volgeling heeft het ooit nagedaan! De gevallen van ziekengenezing op gebed bij christenen zijn in elk geval pover gebleven in aantal, zeker wanneer men de gevallen er aftrekt die zo’n genezing psychologisch verklaren. En doden zijn na Hem nimmer opgewekt, behalve in het bijzondere geval-Dorkas. (Hand. 9:41. Mogelijk ook nog Hand. 20:10).

Die zg. wonderen worden altijd tekenen genoemd. Ze behoren geheel thuis in de leer van Deuteronomium: als Israël zich bekeert brengt dit heil, zelfs al geschiedde dit op een manier die niet “natuurlijk” kan worden verklaard. De tekenen legitimeren de nabijheid van het Koninkrijk. De keerzijde is het oordeel: als Israël zich niet bekeert komt onvermijdelijk de val van Jeruzalem en de grote verstrooiing: het Koninkrijk is dan niet langer nabij, en de Koning is afgereisd naar een ver gelegen land. Noch de tekenen zijn bestemd om door de christenheid te worden nagevolgd, noch het oordeel dreigt hen. Wat dit laatste betreft: we wezen reeds op het lot van Ananias en Saffira (Hand. 5), dat zich ook niet heeft herhaald.

De evangeliën leren ons, hoe vreemd dat op het eerste gezicht mag lijken, geen Jezus Wiens levensloop dogmatisch was bepaald. Ook geen Jezus Wiens voornaamste taak het was een nieuwe leer te verkondigen, een nieuwe gemeenschap te stichten of een nieuw ideaal ter navolging te geven. Hij kwam om de Wet en de Profeten tot volheid te brengen; daarom was Zijn “moeten gaan naar Jeruzalem” een profetische noodzakelijkheid (Matth. 5:17, 16:21), een Messias-zijn buiten de stad van David een onmogelijkheid. Hij kwam om een dienaar der besnijdenis (d.w.z. Israël) te zijn, opdat Hij de beloften aan de vaderen zou bevestigen. (Rom. 15:8).

Maar het is nu eenmaal zo dat de profetie en de beloften altijd te maken hebben met de verborgenheid van God. God werkt op een andere wijze dan men zou kunnen verwachten en dat is bij de komst van Jezus niet anders.

Hoe groot Gods verborgenheid is toen Hij zich in Jezus als Messias openbaarde, blijkt wel uit twee bekende figuren: Johannes de Doper en Petrus. Meestal vinden we Petrus groter dan Johannes de Doper. Gaf hij niet de goede belijdenis over Jezus: “Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God”? (Matth. 16:16). En de Heer prijst hem daarom: “Gelukkig ben je, Petrus, want vlees en bloed (d.w.z. aardse stervelingen) hebben je dat niet onthuld, maar Mijn Vader die in de hemelen is!”

Vergeleken hiermee valt Johannes de Doper erg tegen. Vanuit de gevangenis zendt hij leerlingen naar Jezus met de vraag: “Zijt Gij Degene Die komen zou, of hebben we een andersoortige (grieks: heteros, d.w.z. van een andere soort. Te onderscheiden van ‘allos’, d.w.z. een ander exemplaar van dezelfde soort, bijv. Matth. 5:39: een andere wang) te verwachten.

Toch wagen we het te zeggen dat Johannes de Doper beter begrepen heeft waar het om ging dan Petrus. Men bedenke dat ook Johannes de Doper een goede belijdenis over Jezus had gegeven: “Hij moet wassen, ik moet minder worden.” Ook deze woorden waren, evenals die van Petrus, hem door de Vader gegeven. (Joh. 3:27-30). Wie brengt dat op??

Maar waarom gaat Johannes de Doper dan twijfelen? We kunnen beter vragen: Waaraan twijfelt hij? Voor hem waren de komst van de Messias en het Messiaanse Rijk onlosmakelijk met elkaar verbonden. Als de Messias kwam, zou de wereld veranderen. Nou komt Jezus, predikt en … er verandert niets! De vraag van Johannes de Doper is dan ook: Waar blijft nu dat Rijk, door de profeten onthuld? Moet het dan toch een andersoortige zijn, iemand die het anders doet dan Jezus? Of is Jezus op de goede weg, maar duurt het allemaal wel wat erg lang?

Jezus heeft Johannes de Doper beslist niet als een ontrouwe volgeling laten vallen. Na Zijn antwoord te hebben gegeven, roemt Hij tegenover de schare Johannes’ standvastigheid: hij is geen riet door de wind heen en weer bewogen. Integendeel: een groot profeet. In hem gaat de laatste profetie van het O.T., over de wederkomende Elia (als voorloper van de Messias) in vervulling. Tenminste … als Israël diens boodschap aanneemt. Wie oren heeft om te horen: hij hore! (Matth. 11:2-15, vgl. Mal. 4:4-6).

Johannes de Doper heeft er begrip voor gehad dat profeten kwalijk behandeld zouden worden, of zelfs gedood. Hij heeft dat lijden ter wille van zijn taak niet geschuwd, of door een compromis vermeden. De gevangenis van Herodes was nog wel te verdragen. Maar wat niet te verdragen was, was dat desondanks het Rijk niet kwam en dat Jezus daar niet de minste haast mee scheen te maken! Wat Johannes de Doper niet wist (en ook niet kon weten) was wat wel genoemd wordt: de insnijding van de profetie, d.w.z. een profetie wordt soms voor een deel vervuld en het overige niet, ook al noemt de profetie die twee delen in één adem.

Het duidelijkste voorbeeld daarvan is Jes. 61:1-2, als tekst van de enige preek die ons van Jezus bewaard gebleven is. (Luk. 4:17-19). Jezus spreekt daar wel over het uitroepen van “het aangename jaar des Heren”, maar laat opzettelijk weg wat erop volgt: “en de dag der wrake onzes Gods”. M.a.w.: tussen het uitroepen van het Jubeljaar en de dag van het oordeel blijkt een tussentijd te liggen wat de vervulling betreft, ook al behoren ze wezenlijk bij elkaar. Deze tussentijd dient om Gods liefde beter te openbaren en aan Israël meer gelegenheid te geven voor de noodzakelijke bekering.

In dit licht wordt het antwoord van Jezus begrijpelijk: “Vertel wat je hoort en ziet: blinden zien weer en kreupelen lopen rond, melaatsen worden gereinigd en doven horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt de boodschap der bevrijding verkondigd; en gelukkig is hij, die in Mij geen aanleiding tot struikelen vindt.” Er moet nog heel wat water door de Jordaan stromen voordat het Messiaanse Rijk werkelijk kan komen. Johannes de Doper had zichzelf (niet en onrechte) gezien als Elia II: een boetgezant, dreigend met vuur van de hemel als het oordeel Gods, voordat de heilstijd kwam.

Maar de volgorde is anders. Het Rijk komt niet door hardhandig ingrijpen van bovenaf, ook al zal het uiteindelijk niet zonder enig bovennatuurlijk geweld kunnen. Eerst moet de wereld dat Gods liefde zo groot is, dat Hij Zich niet van de wereld afwendt als zelfs Zijn Zoon vermoord wordt. Juist dan kan God eerst in rechtvaardigheid recht spreken.

Er is altijd de neiging terug te grijpen naar onze natuur en het Rijk Gods met geweld te willen bouwen. Jezus wijst daar in Zijn nabeschouwing over Johannes de Doper nadrukkelijk op. (Matth. 11:12). Ook Johannes is daaraan niet geheel ontkomen. Daarom moet hij het doen met de verwijzing van de Heer naar de tekenen die het Messiaanse Rijk aankondigen. Tekenen die duidelijk een voor vervulling zijn van hetgeen Jesaja voorzag. (Jes. 29:18-19, 35:5-10). Een andersoortige Messias is er niet.

Maar Petrus begrijpt al bijzonder weinig van hetgeen de Vader hem laat zien. Zijn belijdenis is een formule, een goed stukje dogmatiek, doch ze mist elke diepgang. Dat blijkt al dadelijk hieruit, dat hij de Heer van Zijn taak wil afhouden als dit lijden met zich meebrengt. Ook zelf schuwt hij het lijden, hij wil zich verweren, en zwaard en compromis al heel vlug aangrijpen voor het goede doel. Wat voor Johannes de Doper een vraag was: “zo’n Messias of een andersoortige”, is voor Petrus helemaal geen vraag. Lijden? “Geen sprake van Heer, dat nooit!”

Doch daarmee wordt Petrus een “satan”, een tegenstander die een andersoortig Rijk wil dan God wil. En daarom verbood de Heer aan Zijn leerlingen om verder over Zijn Messiasschap te praten. Als zelfs Petrus er niets van begreep, hoe dan het volk?

Zo was dan Gods handelen in Jezus van Nazareth openbaring en verborgenheid tegelijk. Vandaar dat de Evangeliën eigenlijk meer leren omtrent de verborgenheid van het Koninkrijk Gods dan over het Rijk zelf.

Uit: Gods verborgenheidvan dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolg!

**********************

DE ORDE VAN NOACH

Zo was er dan, ondanks Adams val, toch een geweldige vooruitgang in de ontwikkeling van de mensheid, zowel in technisch opzicht als wat betreft het godsdienstige. Wat dit laatste betreft, volstaan we met te verwijzen naar Abel en Henoch, beiden genoemd in de rij der grote geloofsgetuigen uit Hebreeën 11. Hun geloofsvertrouwen richtte zich op dingen, die met het natuurlijk oog niet te zien zijn: de verborgenheid van God, Die door een wereld die in het boze ligt toch Zijn weg gaat naar Zijn einddoel.

Maar ondertussen nam ook het boze in de wereld zowel in hevigheid als in hoeveelheid toe. Wat Kain in enkelvoud presteerde, met althans nog enig gevoel dat er iets verkeerds was gegaan, deed Lamech in veelvoud (Gen. 4:13-14, resp. vs 23-24) en hij ging dat nog bezingen ook!

Het kwaad kan op een bepaald ogenblik zo groot worden, dat zelfs de mogelijkheid van het goede verloren dreigt te gaan. De lange leeftijden van die dagen (Nawerking van de invloed van de boom des levens in de Hof van Eden. Na de zondvloed zien we die leeftijden zeer geleidelijk dalen, met als laatste Mozes die 120 jaar werd, doch die in Psalm 90 leeftijden van 70 en 80 jaar als sterk, resp. zeer sterk noemt) werkten daaraan mee: de boosdoeners hadden een haast onbeperkt leven voor zich. Zij werden niet noemenswaard geremd door ouderdomskwalen en dreiging van de dood. De onbeperkte macht is in handen van de zondigende mens levensgevaarlijk voor de gehele schepping (iets wat van de economische macht door volken ook geldt)!

Die publieke macht en de verborgen voortgang van Gods heilsplan zijn twee dingen die elkaar niet verdragen. Het is merkwaardig dat altijd in de geschiedenis de onbeperkte machthebbers er geen genoegen mee namen om de baas te spelen in de hele wereld met alle omliggende plaatsen, maar ook behoefte hadden om de goedheid van eenvoudige mensen te dwarsbomen. Dat waren dan de zwakke mensen, die zich wel onderwierpen aan de bestaan orde, doch alleen niet wilden geloven in de valse ideologie van de macht en deswege werden vervolg of uitgeroeid. Dit is eigenlijk alleen maar hierdoor te verklaren, dat die wereldmachten gedreven werden door boven-natuurlijke krachten: de strategie van Satan, die immers niet slechts de aarde wil hebben, maar ook Gods troon wil bezetten.

In de dagen voorafgaand aan de zondvloed komt dit naar voren in de vermenging van de ‘zonen Gods’ met aardse vrouwen (letterlijk: dochters der Adamieten), waarvan reuzen het zichtbare gevolg waren. Met ‘zonen Gods’ worden hier (gevallen) engelen aangeduid. (vgl. Job 1:6, 2:1, 38:7, Dan. 3:25, Ps. 29:1, 89:7; aldus ook vele Joodse verklaringen. “Zonen Gods” is ook te vertalen als zonen der goden, omdat Elohim meervoud is. Dat zonen der geweldenaren zou zijn bedoeld is ook niet onmogelijk, er zijn trouwens ook hemelse geweldenaars). Dit is een sprekend  voorbeeld van het zaaien van schoon-lijkend doch giftig onkruid tussen de tarwe (Matth. 13:24-30), een vermenging die wij niet kunnen ontwaren, met alle gevolgen van dien.

Uiteindelijk was er nog maar één man, die oprecht en rechtvaardig was: Noach. Oprecht wil zeggen: van het goede zaad (tussen het onkruid); rechtvaardig betekent niet: zondeloos, maar de rechte verhoudingen in acht nemend. Bij hem was er nog overeenstemming tussen binnen- en buitenkant, tussen denken en handelen, tussen juistheid van een zaak en het zich inzetten daarvoor. Hij beantwoordde aan de verwachtingen, die men met recht van hem kon verwachten.

Wellicht zou het voor God technisch mogelijk zijn geweest om alle mensen uit te roeien en helemaal opnieuw te beginnen. Of althans alle nakomelingen van Adam te verdelgen en weer een nieuwe Adam te formeren. In beide gevallen zou God toch een streep gehaald hebben door Zijn vroegere werk en hebben laten varen wat Zijn hand begon. De zg. moederbelofte kon dan niet meer waar gemaakt worden. (Gen. 3:15; men lette erop dat er niet staat ‘zaad van Adam’, maar van de vrouw. Dit zaad is, evenals het zaad van de slang, een veelvoud, ook al culmineren beide in een persoon: de Messias en de antichrist. Over de slang: zie 2 Kor. 11:14 (het Hebr. woord voor slang is verwant aan vurig, brandend).

We zien hier een een belangrijk voorbeeld, hoe God in het verborgen werkt, de zg. Wet van het overblijfsel. Veel kan wegvallen, maar niet alles: er is altijd een of andere vorm van concrete continuiteit tussen wat was (en waarvan het meeste afvalt) en wat komt (waarmee God verder gaat). Met minder dan één man kon God niet toe. Dat was Noach; de overige Adamieten verdwenen in de zondvloed. (Er is weinig bezwaar de zondvloed te zien als een historische gebeurtenis, mits men het Hebreeuws ‘erets’ vertaalt met landstreek en niet met aarde, (erets Israel, 1 Sam. 13:19 enz.) en verder adamah met cultuurgrond en niet met aardbodem. Over buiten die landstreek Mesopotamië, waar reeds cultuurgrond was ontstaan, spreekt de Schrift niet; evenmin over de mensen die daar woonden. In de vlakke streek kwamen alle heuvels onder water te staan (door een vloed die uit zee opkwam); de Kaukasus en verdere hoge bergen blijven buiten de gezichtskring. Dit verder uit te werken valt buiten ons onderwerp; ook hier geldt: de Schrift is nauwkeuriger dan u denkt!).

Tussen de tijd voor en na die zondvloed zijn een aantal opmerkelijke verschillen. De Bijbel spreekt zelfs van een nieuwe aioon. (Het Griekse woord “aioon” wordt in het verdere als een gewoon woord gebruikt. Een aioon is een tijdvak, een hoofdfase in de heilsgeschiedenis; zeer lang (daarom vaak met “eeuw” vertaald), maar niet eindeloos (zoals de vertaling “eeuwigheid” suggereert. Dat het woord vaak in het meervoud voorkomt, moet men letterlijk nemen. Een eindeloze eeuwigheid kent de Schrift niet. De  ‘eeuwige inzettingen’ van de Thora hebben hun einde; het eeuwig Verbond der besnijdenis is in het hiernamaals niet van toepassing. (Men vergelijke de eeuwige vervloeking van Jes. 32:14 – St. Vert. – met ‘ totdat’ van het volgenden vers). Om te beginnen enkele veranderingen in de natuur (althans in de vlakte van Mesopotamië, waar zich de zondvloed afspeelde). Na de zondvloed wordt de regenboog tot teken gesteld (Gen. 9:14), terwijl er aldaar voordien geen regen was. (Gen. 2:5-6). “Voortaan” zullen de seizoenen niet ophouden (Gen. 8:22); er komt dus in de natuur een zekere orde, die er voordien niet was.

Ook bij de mens treden veranderingen op. Was hem in het begin het zaaddragend gewas tot spijs gegeven, nu gaat hij ook vlees eten. (vgl. Gen. 1:29 met 9:3). Voor de zondvloed horen we van lange leeftijden, later zakt dit snel af tot het ons bekende peil. Een ander verschil is dat hij eerst moet heersen over het dier, doch het nu niet verder brengt dan vrees en verschrikking over het dier. (vgl. Gen. 1:28 met 9:2).

Het belangrijkste verschil met de vorige aioon is evenwel dat de boosheid van ‘s mensen hart oorzaak was van Gods gericht, doch dat diezelfde menselijke boosheid na de vloed juist reden is van Gods geduld. (vgl. Gen. 6:5-7 met 8:21). De nieuwe aioon is daarom de aioon der genade, een woord dat vóór de zondvloed alleen gebruikt wordt t.a.v. Noach (Gen. 6:8), die naar deze aioon overgaat.

Deze genade houdt evenwel in, dat de mens niet meer als voorheen onbeperkt mag kunnen zondigen. Daartoe sluit God met Noach een verbond. Doel van dit Noachitisch verbond is: de aarde bewoonbaar te doen zijn ondanks het ontbreken van de dreiging van een zondvloed. Achtergrond is daarom: eerbied voor het leven. Dit wordt bereikt door de zg. Noachitische geboden, welke volgens het geloof van Israël omvatten:

  1. verbod van moord;
  2. verbod van roof;
  3. verbond van bloedschande;
  4. verbod van vlees eten van levende dieren;
  5. verbod van afgodendienst;
  6. verbod van Godslastering;
  7. instelling van rechtspraak.

Nrs. 1 t/m 6 omvatten zg. pekelzonden, met in 7 een menselijke correctie om het doorvreten van het kwaad te verhinderen. Al wordt eerder van bloedwraak gesproken dan van een aanstonds georganiseerde overheid, toch is bloedwraak beter dan de methode van Lamech. (vgl. Gen. 9:6 met 4:23).

Dit verbond omvat alle mensen; vandaar dat we deze geboden ongeveer terugvinden in Hand. 15:29 als voorschriften die ook de heidenen moeten houden. Dit verbond houdt dus geen uitverkiezing in, zoals de latere verbonden met Israël. Het brengt ook geen ideale samenleving.

Want de regenboog welft zich boven de aarde, waarop de arme Lazarus nog steeds aan de poort van de rijke man ligt. De jacht op de dieren wordt geopend (Gen. 9:2-3) en daarna gaan de mensen het inboezemen-van-vrees-en-schrik op elkaar proberen. De echtscheiding wordt toegestaan, niet als een recht, maar omdat de mens boos is (Matth. 19:8) en opdat een kapot huwelijk niet tot erger kwaad zal voeren. De orde van Noach is een minimum, doch de heilsweg van God voert hogerop.

In het licht van de orde van Noach moeten we ook de taak van de overheid zien. De gereglementeerde bloedwraak, aanvankelijk een verbetering van het voorafgaande, werd geleidelijk door een betere rechtshandeling vervangen. De overheid beschikt over de feitelijke macht. Verschillen tussen macht de-facto en macht de-jure kent de Bijbel niet. Het bekende Romeinen 13 constateert dit alles als een feit, niet om te beweren dat de toenmalige plaatselijke overheid (Bij het zo veelvuldig aanhalen van Romeinen 13 voor bepaalde politieke doeleinden wordt vrijwel altijd vergeten dat dit hoofdstuk een deel uitmaakt van een brief, gericht aan bepaalde bewoners van Rome. Het verdrijven van de Joden uit Rome (zie Hand. 18:2) en hun geleidelijk weer terugkeren leidt tot een concrete waarschuwing van Paulus, om er door twisten geen aanleiding toe te geven dat dit zich zou herhalen. Een algemene beschouwing over de overheid als zodanig zou in het geheel van Paulus’ vermaningen een “Fremdkoper” zijn), die toevallig (maar dat staat buiten het probleem waar het in Romeinen 13 om gaat) de macht in heel de beschaafde wereld bezat, niet voor een betere overheid zou kunnen plaatsmaken. De slechtste dictatuur is beter (d.w.z. minder slecht) dan de anarchie.

Zo wordt ook tegen Pilatus gezegd, dat de macht hem is gegeven (Joh. 19:11); dat is niets bijzonders, doch een uiting van de orde van Noach. Een overheid is altijd een compromis tussen het ideaal (Gods Koningschap) en de werkelijkheid (de feitelijke macht van Satan). Ze is er om er voor te waken dat het kwaad geen al te grote vormen aanneemt, die het voortbestaan van de samenleving op het spel zet. Als de overheid daarvoor geen zorg meer kan of wil dragen, is revolutie gewenst, in de hoop dat dit een minder kwaad is.

Eens, aan het einde van deze aioon, zal de orde van Noach ten onder gaan als het rijk van de Antichrist zich breed zal maken. Zolang dit er nog niet is, mag men de onvolmaakte orde van Noach zien als een teken van Gods bemoeienis met de onvolmaakte mens, hetgeen men dankbaar mag aanvaarden en waaraan men zich niet, uit vrees voor vuile handen, mag onttrekken. Beter met vuile handen in verantwoordelijkheid helpend bezig zijn, dan met schone handen het boze onbeperkt laten voortwoekeren.

De orde van Noach geeft de ruimte voor Gods verborgen handelen. Zoals in die merkwaardige korte gelijkenis uit Marcus 4 (de verzen 26-29), de boer gezaaid heeft en toen rustig ging slapen, zo laat God schijnbaar de wereld aan zichzelf over. Onmerkbaar is er een groeiproces, dat de voleinding van deze gang van zaken in onze aioon én de komst van het Messiaanse Rijk voorbereidt. Tot zolang zijn de regenboog en de wisseling van dag en nacht, zomer en winter, enz. een teken van Gods heilsorde. (Gen. 8:22).

Uit: Gods verborgenheidvan dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolgd!

**********************

WIJSHEID IN VERBORGENHEID

Was het handelen van God in de O.T.-tijd steeds een handelen in verborgenheid en was het optreden van Jezus niet meer dan dat van een Heer-incognito, dit blijft later ook zo. Was Zijn terechtstelling een publieke zaak geweest, bij Zijn opstanding was niemand aanwezig. Waarlijk een grote verborgenheid! De hiep-hiep-hoera-stemming, die antieke en middeleeuwse voorstellingen van de opstanding geven, worden door de Bijbelse gegevens beslist niet gedekt. En dat voor iets wat toch waarlijk het grootste heilsfeit in de geschiedenis mag heten, voor zover tot op heden geschied!

Met de hemelvaart is het niet anders. Het was een merkwaardige afsluiting van de al even merkwaardige verschijning gedurende de veertig dagen na de opstanding. Onaangekondigd werd de Heer opgenomen, en een wolk nam Hem weg voor hun ogen. Het spectaculaire van Elia’s hemelvaart ontbreekt. Over de aard van Zijn bestaan sindsdien weten we niets; wat er met Zijn aards lichaam gebeurde al evenmin. Hij is en blijft verborgen tot Zijn wederkomst.

Die Wederkomst werd aanvankelijk op korte termijn verwacht. De bewoordingen van Hand. 1:8 werkten dat in de hand: de apostelen kregen tot taak een nieuw getuigenis te brengen over de Messias, bekrachtigd door de Heilige Geest. Ze moesten dit doen in Jeruzalem, Judea, Samaria en de verste delen van het land; (de gebruikelijke vertalingen ‘het uiterste der aarde’ doet in de opsomming niet logisch aan en is ook niet in overeenstemming met de opdracht aan de twaalf apostelen, elders beschreven). Deze taak was een overzienbare opdracht, die reeds in korte tijd werd volbracht (Jeruzalem: Hand. 2:7; Judea: Hand. 8:1, 9:32-11:2; Samaria: Hand. 8:1-12; Rest van het land: Hand. 8:26-40); korte tijd daarna verdwijnen ze uit het gezicht. Hoewel de Heilige Geest op Pinksteren (Sjawoe’ot) en nog enige tijd later krachtig meewerkte door allerlei tekenen, tot zelfs het opwekken van doden toe (Dorkas, Hand. (9:41), bleef het aantal bekeerlingen gering. Het volk als geheel bekeerde zich niet; de leiders daarvan verzetten zich op uiterst onredelijke wijze, of bleven hoogstens neutraal (zoals Gamaliel). Omdat bekering (d.w.z. mentaliteitsverandering) uitbleef, anders gezegd: omdat het Evangelie van het Koninkrijk ook in nieuwe en versterkte vorm, niet werd aanvaard, kon het niet anders dan dat het Rijk en de Koning niet langer nabij waren. De wederkomst werd uitgesteld en God kan tot zo lang slechts op verborgen wijze in de wereld werkzaam zijn.

Nu is God bij wijze van spreken niet voor één gat te vangen. Langs een omweg wilde Hij aan de bekering van Israël meewerken. Dat geschiedde door de apostel Paulus. Hij was niet een van de twaalf leerlingen geweest, maar op bijzondere wijze door de Heer zelf geroepen. Zijn werkterrein lag buiten het Land, nl. in de zg. diaspora: die delen van het Romeinse rijk waar Joden woonden. Zijn werkwijze was enig in zijn soort: eerst ging hij naar de synagoge ter plaatse, sprak daar over Jezus als Messias, doch vond nergens gehoor. Wel kreeg hij aanhangers bij de zg. godvrezende: niet Joden die grote waardering hadden voor het Jodendom, zonder daartoe over te gaan. Uit Romeinen 11 blijkt, dat de bekering van die godvrezende niet Paulus’ hoofddoel was, ook al ging hij hoe langer hoe meer aandacht aan hen besteden. Doel van dit alles was: de Joden tot jaloersheid prikkelen, als ze zouden horen dat de heidenen wel en zij niet deelgenoten werden aan het heil (Mattheus, die zijn Evangelie schreef voor de Joden, volgt dezelfde werkwijze. Dat de Schriftgeleerden uit Jeruzalem niet kwamen om de geboren Messias te begroeten en de wijzen uit het Oosten wel; dat de inwoners van Kfarnahun geen geloof hadden en een aldaar gestationeerde hoofdman wel; dat Israël hem niet erkende en een Kananese vrouw wel en dat bij het kruis een hoofdman Hem zelfs (een) zoon van God noemde: het dient alles om Israël tot jaloersheid te verwekken. Rom. 11 staat dus in dit opzicht zeker niet op zichzelf). Maar ook dit heilsmiddel werkte averechts. Het Farizeïsme zag voor de heidenen geen andere heilsweg dan volop Jood te worden: buiten hun Jodendom geen heil! Voor hen was Paulus’ gemakkelijke omgang met de heidenen een gruwel. (zie bijv. Hand. 22:22).

Van Joodse zijde heeft men Paulus hellenisme verweten. Ten onrechte. Maar zelfs al zou Paulus in zijn “voor de grieken een griek” te ver zijn gegaan, dan nog kwam de grootste grief tegen hem voort uit de isolationistische mentaliteit van het Farizeïsme. Men name in de zg. Verstrooiing, de steden buiten het Land, waar de Joodse leidslieden bang waren voor het verlies van hun identiteit bij een te grote toevloed van bekeerde heidenen. Dat Israëls uitverkiezing het heil der volken op het oog had was een PM-post geworden. Deze geestesgesteldheid veroorzaakte enerzijds de scheiding van Jodendom en christendom en was anderzijds de kracht die het Jodendom heeft bewaard in de vele eeuwen van verstrooiing en vervolging.

Hoe kwam het nu dat Israël Jezus niet aanvaardde als Messias, ondanks alles wat er door en over Hem was gezegd? In zijn eerste brief aan de Korinthiërs gaat Paulus daar dieper op in. Hij wijst er op, dat God Zijn heilsplan in het verborgen uitwerkt. Zijn wegen zijn anders dan de onze: de onze gaan recht op het doel af, maar lopen dood op allerlei obstakels. Gods wegen zijn omwegen, die wel langer duren, maar uiteindelijk de enige en dus de vlugste weg zijn om tot Zijn doel te komen. We zagen reeds dat Hij in Babel de wereld verder haar eigen gang liet gaan, om met Abraham verder te trekken, juist om die wereld te behouden. Als het volk, uit Abraham ontsproten, het laat afweten, laat God Israël maar eens een poosje op zijn beloop. Om op Zijn tijd eerst Israël en dan ook die wereld te brengen op de plaats, waar Hij ze hebben wil.

God werkt daarbij op een manier, die geen zinnig mens ooit zou kunnen uitdenken. Hij gaat de (opstandige) macht van Satan niet bestrijden met Zijn (Al)macht, maar door het kruis, als toppunt van machteloosheid. Wanneer er althans één was, die God volstrekt zou gehoorzamen, niet slechts door uiterlijke opvolging van allerlei geboden, doch door een volkomen liefde voor en eensgezindheid met de Vader, dan kan God Zijn werk ondanks alles toch voltooien. Dát is iets dat de opstandige hemelmachten en de aards gezinde mensen niet hadden begrepen.

De Joden wilden tekenen van Gods macht: Jezus moest Zich door wonderen legitimeren: “laat eens wat zien wat je kan”. Jezus heeft echter nimmer wonderen op bevel willen doen. Dan waren die genezingen, enz. tekenen geweest van Zijn kunnen (of van Zijn ijdelheid) maar niet van Gods liefde en daar ging het om. Evenmin wilde Hij Zijn Rijk vestigen door met geweld aan de macht te komen: daarom kon Hij de nationalisten (=zeloten) niet bevredigen. Vandaar dat Bar-Abbas de voorkeur kreeg.

De Grieken, de diepste denkers van die tijd, wilden het hoe en waarom van alle dingen weten. Ze gingen er van uit dat, als men maar lang doorvraagt en goed doordenkt alles wel duidelijk wordt, zodat elk raadsel oplost. Zo kunnen dan alle hogere dingen binnen de redelijkheid of aannemelijkheid worden gebracht. De Griekse wijsbegeerte heeft zich meer en beter dan wie ook bezig gehouden met hetgeen in een mensenhart kon opkomen over “de godheid”. Voor hen was God de verheven, almachtige en onverandelijke, het volmaakte zijn, Daardoor ook de verre en ongenaakbare.

Dat Paulus zich met de Griekse filosofie bezig hield kwam, omdat deze gedachten sfeer ook school had gemaakt onder de Joden, vooral in de verstrooiing. Van hen is Philo (25 vChr. – 40 nChr.) de bekendste. Zijn invloed op de kerkvaders is enorm geweest. Hij wilde de overeenkomst aantonen tussen de Griekse wijsbegeerte en het O.T., door te zeggen dat “de godheid” dezelfde was als de God van Israël. Verschillen werden weg verklaard door de allegorese (= de woorden en verhalen een andere betekenis geven dan ze letterlijk hebben). Door dit vergeestelijken worden de Bijbelverhalen gewoonlijk omgevormd tot wijsgerige beginselen. Dit geschiedt dan door de eigen taal van het O.T. en de bijzondere roeping van Israël te veranderen tot iets dat met het oorspronkelijke nauwelijks nog iets te maken had.

Voor de veranderlijke, nabije en machteloze God (resp. Jona 3:10, Jes. 57:15 en Zach. 4:6) had Philo geen oog. Ook niet voor de voortgang van Gods handelen in de geschiedenis en naar de toekomst van Israël, als uitvoering van Zijn heilsplan.

Paulus waarschuwt voor deze methode, omdat ze de deur openzet voor allerlei inleggingen. Maar de christelijke kerk, (van kerkvaders af tot de hedendaagse fundamentalisten en neo-modernen toe) heeft zich nimmer aan de invloed van Philo kunnen onttrekken.

In Jezus als Messias openbaart God meer dan Zijn kracht en vermogen, nl. Zijn hart. Dat is het wat Joh. 14:6 bedoelt: Niemand komt tot de Vader dan door Mij! – We moeten hier goed lezen. Er staat niet dat men verloren gaat wanneer men de ware dogmatische opvatting over Jezus aanvaardt. Anders zou men allerlei spitsvondigheden moeten bedenken om de O.T.-rechtvaardigen (waaronder Abraham, de vader der gelovigen) zalig te verklaren! – Want men kan buiten Jezus wel tot God komen (Hebr. 11:6 leert dat zeer uitdrukkelijk), echter niet tot de Vader! (In Joh. 14:1 wordt van de reeds in God gelovende discipelen gevraagd, nu ook in Jezus te geloven; ze zullen dan God beter leren kennen, want wie Jezus heeft gezien, die heeft de Vader gezien (vs. 9). Anders gezegd: de gelovigen moeten voortgaan van het zien van Gods werken tot het kennen van Zijn wezen: Zijn liefde.

Beiden, Joden en Grieken, kwamen aan de gedachte, dat God een hart heeft, niet toe. De Grieken vinden het dwaasheid om zich met het niet-verhevene en het niet-schone bezig te houden, laat staan dat God dit zou doen. De Joden ergerden zich er aan dat God de zondaar zou liefhebben en kon vergeven zonder eerst voorwaarden te stellen. Maar noch uiterlijke schoonheid (en daar mogen we onze moderne techniek met al zijn klatergoud-producten wel bij rekenen), noch onze eigen gerechtigheid (met inbegrip van de christelijke moraal en de ijver in allerlei acties) kunnen ons en de wereld werkelijk bevrijden.

Dit is de kern van de verborgenheid, waar Paulus over spreekt in 1 Kor. 2:6-9: “Nu spreken we wijsheid onder de volwassenen, geen wijsheid van deze aioon noch van de machthebbers dezer aioon, dit teniet gaat. Maar we spreken Gods wijsheid in verborgenheid, het verhulde, die God van voor de aioonen bestemde tot onze heerlijkheid, die niemand van de machthebbers van deze aioon onderkend heeft, want als ze het onderkend hadden, zouden ze de Heer der heerlijkheid niet gekruisigd hebben. Maar, overeenkomstig met hetgeen geschreven staat: “Wat geen oog zag en geen oor hoorde en in geen mensenhart is opgekomen, dá t heeft God bereid voor hen die Hem liefhebben.”

Dat Israël Jezus niet als Messias aanvaardde kwam dus voornamelijk omdat dit volk, door God voor Zijn doel uitverkoren, niets maar dan ook niets menselijks vreemd was. Israël staat model voor de gehele wereld, die van nature Gods handelen in de Messias verwerpt. Nou ja, enig verschil is er toch wel: De Joden bedekken hemelse gedachten met een aards kleed, de Grieken zoeken een hemels kleed voor aardse gedachten. Of men daarbij, zoals de Joden, een duidelijk neen uitspreekt, of zoals het christendom dit neen maskeert door een dogmatisch ja, is eigenlijk om het even. Maar Gods wijsheid was in verborgenheid. Wijsheid is dat men op de juiste wijze reageert op een bepaalde toestand. Het gaat er in dit verband niet om, dat God het kruis met toebehoren als een stilgehouden plan had uitgewerkt en vastgelegd, maar dat Hij hetgeen de mensen ten kwade hadden gedacht, ten goede wist te keren. Het gaat er niet om dat de mensen niets afwisten van het kruis-project, maar dat ze het ware karakter van het verhulde, het Goddelijk heilsplan niet onderkenden. Deze fout maakte het kruis onvermijdelijk, doch God maakte dit (Hem als het ware opgedrongen) kruis tot het grootst denkbare teken van Zijn liefde.

Nu moeten we ons er voor hoeden om achteraf, met behulp van een westers dogmatische bril, over het kruis schone woorden te gaan spreken, alsof de ergernis en de dwaasheid daarvan er alleen maar zijn voor die eigengerechte Joden en die verwaande Grieken (en nog veel minder alsof het kruis er slechts zou zijn voor domme mensen en hen die dat nog moesten worden!). Met name de zo lijdensschuwe christenen die, net als de vrienden van Job, het lijden (vooral voor de Joden!) zien als straf, past het niet het kruis zo te roemen.

We zagen reeds dat het lijden in de wereld, in elk geval de mensenwereld, een gegeven is, ouder dan de mens zelf, dus geen straf als zodanig. De zin van het lijden is een verborgenheid. Over het waarom worden in de Bijbel wel enkele opmerkingen gemaakt, maar geen volkomen openbaring of sluitende verklaring gegeven. Zo geeft Psalm 22 ons inzicht in het lijden van de Messias, zonder het “WAAROM” (het beginwoord, dat Jezus aan het kruis op zichzelf betrekt) op te lossen. Integendeel, zonder overgang gaat in hetgeen volgt het klaaglied over in een loflied. En het bekende Jesaja 53 vindt het lijden van de Knecht een ongelofelijke zaak: aan wie is de arm des Heren (tot verlossing) geopenbaard? Het is alles verborgen!

Er is nog meer. God verbergt Zich opdat men Hem zoeken zou. Juist de verhulling is openbaring: het verbergen behoort tot Zijn wezen. Alles is aan Jezus als de Zoon des mensen onderworpen, maar nu zien we nog niet dat alles Hem onderworpen is. (Hebr. 2:9). Gods komen in de Messias kon niet in één keer geschieden, daarom breekt de Schriftlezing in Nazareth midden in een tekst af. (Luc. 4:17-19). Er is een tussentijd tussen Zijn aankondiging, dat het Koninkrijk nabij is én de verwerkelijking daarvan. Die tussentijd betekent lijden voor de Messias Zelf, voor Israël (met of zonder schuld) en voor die bijzondere groep gelovigen, die Christus’ Lichaam wordt genoemd. Door die tussentijd, met het lijden dat dit meebrengt, blijkt dat God Liefde is: Hij lijdt met ons mee. Zo toont Hij Zich te zijn de God der zondaars, mislukten en verdrukten, Wiens kracht in zwakheid wordt volbracht.

Hij blijft verborgen, totdat Hij eenmaal zal verschijnen. Vandaar dat het Bijbelboek, dat het einde van Gods verborgen gang door de geschiedenis laat zien, heet: “OPENBARING VAN JEZUS MESSIAS“, (lett. onthulling). Maar voor de tussentijd spreekt Paulus over “de verborgenheid van de Messias. (Efz. 3:4). Iets wat de vrome mens niet wil (ergernis voor de Jood) en de mens die zichzelf tot norm stelt overbodig vindt (dwaasheid voor de Griek).

Het onthutsende van Jezus’ komst is toch wel geweest dat het een komst in nederigheid was en… bleef! Dat de Messias zo kwam, zo zou worden behandeld, kon men hoogstens achteraf in enkele profetieën bevestigd zien (waarvoor men dan nog een door de Geest verlicht oog nodig had om zo de Schriften te lezen). Maar men kan kwalijk beweren dat Mozes en de profeten dit alles zo hadden voorzegd. Dat (om slechts een voorbeeld te noemen) er wel Iemand kwam uit de afgehouwen tronk van Isaï en dat op Hem de Geest des Heren rustte, maar dat Hij niet (zoals Jesaja voortgaat) de aarde sloeg met de roede van Zijn mond, dat Hij de goddelozen rustig hun gang liet gaan en dat de aarde niet vol werd van de kennis des Heren (Jes. 11:1-4), dat alles nu was de reden dat Israël Hem verwierp, en het heidendom Hem niet aanvaardde. (1 Kor. 1:23).

Als de Heer aan de Emmausganger de Schriften gaat uitleggen, zal Hij waarschijnlijk niet allemaal teksten als bewijsmateriaal hebben opgesomd. Veeleer zal Hij de O.T.-verhalen hebben doorgelicht, om te laten zien dat Zijn onbegrijpelijke levensgang op verborgen wijze in de Schrift lag opgesloten. Dit bedoelt ook Petrus als hij zegt dat de profeten en zelfs de engelen graag hadden willen weten wat zijn lezers nu wel wisten over de samenhang van lijden en heerlijkheid. (1 Petr. 1:10-12). Die profeten hadden wel enig besef over het lijden van de Messias, maar toch geen scherp inzicht. Dat werd pas geopenbaard aan hen die de Messias zelf hadden aanvaard, door persoonlijke ontmoeting of door middel van het getuigenis der apostelen. En zelfs dan moesten ze nog op de koop toe nemen niet alles te weten, met name niet waarom die tussentijd tussen Hemelvaart en Wederkomst zo verschrikkelijk lang moest duren en nieuw lijden meebrengen.

Het neen van de Joden, de Grieken en alle anderen is dus niet zo onbegrijpelijk. Het gaat niet om het ja-zeggen tegen een betere structuur dan die van de natuur (onze eigen natuur inbegrepen). De weerstand tegen het JA betreft de moeite, tegenstand, misverstand en zelfverloochening, die het deel-krijgen-aan-Gods-structuur met zich meebrengt.

Al blijft er, ondanks het bovenstaande, altijd iets raadselachtigs in het afwijzen van Jezus als Messias van Israël, het zou wellicht vreemder zijn geweest als het anders gelopen was. Want in Israël zei de mens neen tegen iets dat eigenlijk bovenmenselijk is. Misschien is de hemelvaart van de Messias wel het meest vreemde van dit alles. Misschien was het een feestdag voor Hem; voor Israël en ook voor ons bepaald niet. In het O.T. is een tijdelijk-Zich-verbergen van de aarde, om in het Vaderhuis plaats te bereiden, nergens te vinden. Maar deze verborgenheid van de Messias (Efz. 3:4; deze verborgenheid van de Messias is niet dezelfde als die waarover vs. 3 spreekt (vervolgd in vs. 6) is niet slechts negatief; deze term wordt door Paulus gebezigd als inleiding tot het spreken over een grotere verborgenheid, geopenbaard juist toen de breuk tussen Israël en Zijn Messias voorshands volkomen was geworden.

Uit: Gods verborgenheid – van dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolgd!

**********************

DE VERBORGENHEID VAN HET KONINKRIJK DER HEMELEN

In Mattheus 13 zien we een keerpunt in het optreden van Jezus. Richtte Hij zich voordien tot de schare (in de synagoge, op een berg, aan het meer), dán gaat Hij Zich grotendeels terugtrekken in de kring van Zijn leerlingen. In plaats van rechtstreekse prediking gaat Hij spreken in gelijkenissen, waarvan de betekenis bepaald niet zonder meer duidelijk is. Want een ‘gewoon’ mens slaagt er beslist niet in, om uit die gelijkenissen van Mattheus 13 af te leiden wat nu eigenlijk dat Koninkrijk der hemelen is, waarover het steeds gaat. De uitleggingen der (christelijke) Schriftgeleerden lopen nogal uiteen, hetgeen bewijst dat de zaak echt niet zo klaar en helder is.

Dat Rijk dan wordt vergeleken met een zaaier, die uitging om te zaaien, met een mosterdzaadje dat zelf gezaaid wordt, met een zuurdesem in het meel, met een schat in de akker en een kostbare parel waarvoor men alles moet verkopen, met een sleepnet waarin goede en slechte vissen terechtkomen en tenslotte met een heer des huizes die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen tevoorschijn brengt. Wat is nu het gemeenschappelijke in al deze gelijkenissen, waaruit we kunnen zien wat nu eigenlijk het Koninkrijk Gods is?

Welnu, het gaat in deze gelijkenissen niet om de duidelijkheid, maar integendeel om de verborgenheid van het Koninkrijk der hemelen. Het is misschien voor ons wel een ergernis, dat het Koninkrijk geen duidelijk zaak is, maar een mysterie, een geheim. Uit onszelf willen we de toekomst van dat Koninkrijk zien als iets rechtlijnigs; het kleine begin is er en het wordt langs lijnen der geleidelijkheid steeds groter en groter, en eindelijk is het compleet. “Zo, zo zien we het Godsrijk komen; ‘t komt steeds nader elke dag!” Maar dat is niet het Koninkrijk van Mattheus 13.

In de eerste tijd van Zijn optreden had Jezus steeds het “Evangelie des Koninkrijks” verkondigd, zowel in synagogen als daarbuiten. Als wij willen weten wat dit evangelie, deze boodschap inhoudt, zullen we rekening moeten houden met hetgeen bij de hoorders als bekend kon worden verondersteld. Jezus’ boodschap was niet iets nieuws, maar iets ouds, al was dit oude in de loop der tijden wel enigszins in de vergetelheid geraakt. Het was de prediking der profeten, die spraken over het nieuwe Koninkrijk van David, waar vrede zou heersen, over het Koninkrijk dat des Heren zou zijn en waarover de dochters van Jeruzalem zich zouden verheugen. (vgl. Jes. 9:6, Obadja :21, Zach. 9:9). Het was het getuigenis over het Koninkrijk waarvan de engel Gabriel de troon – Davids troon – uitdrukkelijk aan Maria’s zoon had toegezegd. (Luc. 1:32:33).

De Schriftgeleerden van Jezus’ dagen kenden die profetieën natuurlijk ook wel, maar de belangstelling ervoor was net zo gering als die van de meeste christenen van onze dagen voor de Wederkomst. De toenmalige Schriftgeleerden hadden meer interesse voor de Wet. Niet als onderwijzing maar als een heerlijke juridische kluif om uit te knobbelen wat nog net wél en wat net niét meer mocht. Jezus’ leer was daarom wel een vernieuwing, ook al was ze niet nieuw.

Maar, zoals het met vernieuwingsbewegingen meer gaat, ze vond slechts een beperkt onthaal. De Schriftgeleerden moesten er niet veel van hebben, want het ging tegen hun geestelijke invloed in en vaak bovendien nog tegen hun financiele belangen. En de schare vond het wel prachtig om aan te horen, maar ze deden er weinig of niets op. Er was geen sprake van dat het Koninkrijk door geleidelijkheid zou komen; integendeel, de komst van het koninkrijk stuitte op verzet en onverschilligheid. En in Mattheus 13 laat de Heer aan Zijn discipelen zien, dat het naar Gods bedoelen was, dat het Koninkrijk niet door geleidelijkheid, maar dwars door de tegenstand heen, zou komen.

De verborgenheid van het Koninkrijk is, dat het tegenstand oproept, maar nochtans komt. We willen dit nagaan aan de hand der gelijkenissen uit Mattheus 13 en we zullen zien dat juist die tegenstand, uitgaande van den Boze, die in het verborgene werkt, het gemeenschappelijke is in al die verhalen.

1. Daar is dan eerst de zaaier die uitgaat om te zaaien. Niet alle zaad komt goed terecht; er gaat veel verloren. Soms al dadelijk, soms na korte tijd door allerlei in-en uitwendige oorzaken. Alleen het zaad dat al die kwade kansen heeft overleefd komt tot zijn bestemming.

We hebben hier op z’n zachts gezegd toch wel te maken met een vreemd soort boer. Wanneer er nu bij het zaaien per ongeluk eens een paar korrels op de weg, op steenachtige grond of onder doornen terecht komen, is het de moeite niet waard om er woorden aan te verspillen. Maar deze zonderlinge boer gaat blijkbaar met opzet ook dáár zaaien, waar geen zinnig mens een oogst verwacht. Wat mag daarvan het doel zijn?

Het is wéér de verborgenheid van het Rijk. De komst daarvan is het verlangen van heel de mensheid: Israël, de christenheid, vele heidenen en zelfs atheïstische communisten zien uit naar een of andere heilstaat. Niettemin staat de mensheid zelf de komst daarvan steeds in de weg; men heeft nog nooit anders gedaan. We kunnen natuurlijk zeggen dat dit ligt aan een verkeerde instelling van het mensdom. Dat is ook wel zo; de machthebbers hebben meer belang bij de handhaving en uitbreiding van hun eigen rijk dan bij de komst van een hemels rijk. En de niet-machthebbers willen gewoonlijk slechts de rol van de machthebbers overnemen om een ander belangenrijk te vestigen.

Maar daarmee is niet alles gezegd. Dat het Rijk niet komt ligt daaraan, dat het Rijk hier doodgewoon niet past. Zelfs al zouden we het wel willen verwerkelijken, dan zijn we daartoe onmachtig. Het vraagt kwaliteiten die we niet kunnen opbrengen, tenzij we misschien onze ondergang er voor over hebben, maar zelfs dan zijn we niet zeker dat het lukt. De ‘zachte’ krachten hebben een reeks van goede omstandigheden nodig om te kunnen uitgroeien, maar de omstandigheden nodig om te kunnen uitgroeien, maar de omstandigheden waren altijd tegen. Ook de eerlijke utopisten hebben dat telkens weer moeten ervaren. Een belangrijke oorzaak hiervan is het wantrouwen dat allerlei groepen mensen hebben tegen ander groepen (vooral de zwakken tegen de sterken). Ook al brengt een enkele optimist het op hier bovenuit te komen, de groepen kunnen dat niet.

Deze tweevoudige reden, de onwil en de onmacht, komt tot uitdrukking in tweeërlei motivering in de evangeliën. Matth. 13:13 zegt dat de Heer spreekt door gelijkenissen, omdat (Grieks: dia) ze niet gelóven. Ze zijn ziende blind en horende doof = de foutieve menselijke instelling. Mark. 4:12 en Luk 8:10 zeggen echter, dat de Heer in gelijkenissen spreekt opdat (Grieks: hina) ze niet geloven zullen = het Rijk past niet in onze menselijke verhoudingen en mogelijkheden.

De ene reden vinden we nog wel aanvaardbaar. Als de mens in het algemeen of Israël in het bijzonder het Rijk niet wil, d.w.z. op de door God gestelde voorwaarden, nl. bekering (een besneden hart), welnu: dan niet! Maar de andere reden is moeilijker te verteren: God biedt het Rijk aan op zo’n manier, dat de verwerping blijkbaar bij voorbaat verzekerd is. De schare krijgt een gelijkenis te horen zonder uitleg, met de bedoeling dat ze niet zullen begrijpen waarom het gaat. De komst van het Rijk is een verborgenheid.

De oorzaak ligt hierin, dat het Rijk volstrekt anders is dan de aardse rijken, zelfs anders dan het beste rijk ter wereld. Terwijl alle rijken van deze wereld op macht en geweld berusten, geldt hier: Niet door kracht of geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden. (Zach. 4:6). En om te bereiken dat de mens dit aanvaardt, is een bekering, d.w.z. verandering van inzicht, niet toereikend. Een diepere belevenis is nodig: die van het lijden. Niet dat elk lijden het Rijk dichterbij brengt, maar zonder lijden komt het niet! Door het lijden, in geloofstrouw aanvaard, is het mogelijk de diepere samenhang van de geestelijke dingen te zien. “Moest de Messias niet lijden en (alzo) Zijn heerlijkheid ingaan?”. (Luk. 24:26).

Als we het hebben over dergelijke teksten, dan hebben we vaak het gevoel dat Jezus lijden moest, omdat dit nu eenmaal over Hem besloten was. Dat is echter iets bijkomstigs. Eveneens bijkomstig (hoe belangrijk ook op zichzelf) is dat Zijn lijden onze verzoening bracht. Als dit zo ware, dan was alle lijden ná Hem overbodig en zinloos. Maar de Heer Zelf heeft voorzegd: “In de wereld zult ge verdrukking hebben!” Zonder zelf de verdrukking te hebben doorleefd, zouden de Zijnen nooit ten volle kunnen beseffen de geestelijke betekenis van het Rijk. Paulus in Romeinen 8 wijdt er een heel hoofdstuk aan. Elders spreekt hij van het graan, dat gezaaid moet worden, d.w.z. lijden en sterven. Dit is een Wet van het Koninkrijk.

Het stond dus van tevoren vast dat het Messiaanse volk, evenals de Messias, lijden moest. Soms verdiend, maar ook vaak onrechtvaardig en onschuldig. Zelfs al zou Israël zich bekeerd hebben op de prediking van Johannes de Doper, de Heer Zelf, de twaalf apostelen of Paulus, dan nog zouden ze aan het lijden niet zijn ontkomen. En het is niet te veel om te veronderstellen dat Israël mede hierom die prediking niet heeft aanvaard. In elk geval waren ze geestelijk nog niet aan het Rijk toe. Vandaar dat de Heer hier een profetie uitspreekt, voor later vervulling bestemd. Niet als orakel taal, maar omdat de geestelijke beleving in die tijd ontbrak. Trouwens bij de christenen is het niet veel beter; ook bij hen ontbreekt maar al te vaak de politieke wil tot grootse verbeteringen in onze samenleving, als dit te veel van ons vergt.

Dit alles leert ons de gelijkenis van de zonderlinge boer, die zijn zaad deed lijden, zowel zinvol als schijnbaar zinloos. Als we het beeld van die boer voor ons zien, die voortgaat al wenende (Ps. 126:6), dan zullen we misschien iets verstaan van de verborgen wijze, waarop God Zijn Rijk doet komen. Die tranen en dat geween zijn er vanwege de onzekerheid. De zaaier moet het goede zaad uit zijn mond uitsparen om het zo maar weg te werpen, op hoop dat (na lange tijd) er vrucht zal komen. Zo kon de Heer wenen over Jeruzalem, toen het verloren zaad. Dit vraagt geduld en de toekomst is verborgen.

2De gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe is wel de duidelijkste gelijkenis uit Mattheus 13. Tussen het opkomende goede zaad wordt onkruid gezaaid, zg. dolik of wilde tarwe. Vooral in het begin zijn de goede en de valse tarwe moeilijk te onderscheiden; alleen deskundigen kunnen ze uit elkaar houden. Zo is er ook een goede portie schriftgeleerdheid voor nodig om de ware leer en de valse leer te kunnen onderscheiden. Een tekort aan schriftkennis zou ons er in doen lopen. Aan de komst van het Koninkrijk gaat een onzichtbare groeiperiode vooraf. Wat er in deze aioon, ook vandaag, allemaal gebeurt, heeft daarmee te maken, ook al weten we niet hoe of wat. Dát het Rijk komt is geen verborgenheid; sinds Adam was dit (in toenemende mate) bekend. Wat wel een verborgenheid is (althans voor de knechten, niet voor de heer), is dat er niet alleen goed zaad groeit, maar óók onkruid. Daarmee hangt nog een andere verborgenheid samen: dat de twee soorten zaad tezamen moeten opgroeien. En met het naast elkaar opgroeien van goed en boos zaad is eigenlijk het raadsel van de gehele wereldgeschiedenis aangegeven.

Uit de gelijkenis blijkt dat de heer helemaal niet van zijn stuk gebracht is door de wandaad van zijn vijand; hij had blijkbaar niets anders verwacht. Voor de knechten van de heer was het een verborgenheid dat die vijand komen zou. En ook dat die valse tarwe moest opgroeien tot de tijd van de oogst. De navolging van de Messias bestond hier juist niet in daden verrichten, maar de akker op zijn beloop laten, totdat op Gods tijd de bozen van de goeden zullen worden gescheiden.

God heeft goed en kwaad in deze wereld niet slechts toegelaten, maar blijkbaar zelfs gewild. Het verraste de heer in elk geval allerminst dat de vijand kwam. Hij was echter zo zeker van zijn zaak, dat hij het onkruid rustig zijn gaan kon laten gaan. De heilsgeschiedenis leert niet anders. God verhinderde niet, dat door de vijand de aarde woest en ledig werd. (Gen. 1:2). Hij liet toe, dat de Satan, vermomd als engel des lichts (niet duidelijk van de ware engelen te onderscheiden, evenals de twee soorten zaad) Eva en Adam kon verleiden. Hij verhinderde niet de verdorvenheid die de zondvloed ten gevolge had. En toen Hij de torenbouw in Babel wél verhinderde, gaf Hij de spraakverwarring (met alle ellende van dien) er voor in de plaats.

In dit verband komen we nog even terug op Job. Het is opvallend dat Jobs laatste grote toespraak eindigt met hetzelfde thema als de tweede gelijkenis van Mattheus 13. Hij zegt (Job 31:40) dat als hij de boosheden had begaan waarvan de drie vrienden hem betichten, er voor de tarwe dorens mogen opschieten en voor gerst onkruid, (Statenvertaling: stinkkruid, hetzelfde als in Mattheus 13:25). Het tegelijk opgroeien van twee soorten zaad brengt lijden mee. Waar het op aan komt is dat de gelovige zelf van het goede zaad is. Daarom prijst de apostel Jakobus (Jak. 5:11) niet het (spreekwoordelijke) geduld van Job, maar diens volharding: zal met Jobs beproeving Satans doeleinde bereikt worden of het einddoel van God? Het O.T. noemt Job “oprecht” (net als Noach en Jakob), het N.T. geeft dit weer “doelgericht” (ten onrechte meestal met “volmaakt” vertaald).

Niet alle leed komt van God; ook Jobs leed niet. Deze gelijkenis leert ons dat God langs verborgen wegen Zijn doel bereikt; we worden opgeroepen, in het geloof aan de goede oogst, trouw te blijven, ook al behoort het onkruid er voorlopig bij.

3De gelijkenis van het mosterdzaad is alleen verstaanbaar voor hen die niet alleen iets weten van het O.T., maar ook van de plantenwereld uit Israël. Een mosterdzaad is nl. een moeskruidzaad, geen boomzaad. Een moesplant die tot een boom uitgroeit, is een uitwas, die zijn plaats niet meer kent en de andere gewassen verdringt. Op deze boom komen de vogels af en ook dat is verdacht. Het zijn de vogels van Farao’s bakker, van Nebukadnezars droom en Johannes’ visioen (Gen. 40:16-19, Dan. 4:12, resp. Opb. 19:17) of, als men dat wat ver gezocht vindt, de vogels van Matth. 13:4, waar ze ook (blijkens de uitleg van vs. 19) symbolen zijn van boze machten. Ook hier weer dat verborgene: het Koninkrijk komt niet aleer de verborgenheid van de ongerechtigheid geopenbaard is (2 Thess. 2:7-8) en niet langs de duidelijke lijnen der geestelijke vooruitgang.

4. Als er nu sprake is van een duidelijke gelijkenis, die door de slechte schriftkennis der christenen onduidelijk wordt gemaakt, dan is dat wel de gelijkenis van het zuurdesem. Wie de Bijbel kent weet dat het zuurdesem daarin steeds in ongunstige zin gebruikt wordt. Het is het toonbeeld van verderf. Daarom mocht bij het Paasfeest (Pesach) in Israël geen zuurdeeg in het huis aanwezig zijn. Dit voorschrift uit Exodus 12:15 vinden wij terug op vele plaatsen in het N.T., bijv. Matth. 16:5-12: “Wacht u voor het zuurdesem, dat is de bedorven leer der Farizeeën en Sadduceeën.” In Luk. 12:1 wordt (bij een andere gelegenheid) hun huichelarij een zuurdesem genoemd. In 1 Kor. 5:6 wordt de gemeente aldaar niet opgewekt om als een zuurdesem in de wereld te werken (zoals hier vaak gezegd wordt), maar juist geroepen om ongezuurd te zijn! Het zuurdesem van slechtheid en boosheid, dat alles doortrekt en bederft, moet men wegdoen. Ook de gelovigen van Galatie moeten het zuurdesem wegdoen (Gal. 5:19), want een beetje daarvan is voldoende om het gehele deeg te verzuren.

Weten de christenen, slechte schriftgeleerden als ze vaak zijn, eigenlijk wel wat ze zeggen als ze de hoop uitspreken dat het christendom de gehele wereld als een zuurdesem moet doortrekken? Ze bedoelen het goed, en zonder twijfel zou de wereld er beter op worden als de christenen de samenleving door een geest van discipelschap zouden doortrekken. Maar het ligt eerder in de lijn der profetische verwachting dat het christendom inderdaad de wereld als een zuurdesem zal doortrekken, maar dan om die wereld te verderven en zo de komst van het eindgericht te verhaasten. Want het Koninkrijk komt niet door christelijke activiteiten, net zo min als door Joodse eigengerechtigheid; dat zou een openlijke komst van het Koninkrijk zijn. Het Koninkrijk komt op een verborgen wijze, juist als door allerlei bederf het rijk van de Boze zijn hoogtepunt gaat bereiken.

5. Dat het bij de gelijkenis van de schat in de akker gaat om iets wat verborgen is, spreekt vanzelf. Maar waarom was die schat in de akker verborgen: Waarom waren er vijanden op komst en had men met de angst daarvoor de schat begraven? Of was het een gestolen schat, door de dief verborgen en vergeten? Eén ding staat wel vast: de akker is de wereld, net als in de tweede gelijkenis; dit moet het uitgangspunt van de verklaring zijn. Wie is nu de eigenaar van de akker? Dat is eerst Satan, die de overste dezer wereld was. Aanvankelijk rechtmatig (vandaar zijn niet-weersproken aanmatiging in Luk. 4:6), doch later als wanbeheer; want de akker is er tot bebouwing en niet om schatten in te stoppen. Dan komt “een mens”, die het gevondene op waarde weet te schatten en er alles voor over heeft. Zien we hier niet Jezus Zelf, Die Zijn volk wil kopen, opdat het “Zijn volk des eigendoms zou zijn”? (Exod. 19:5-6, Deut. 14:2). De verborgenheid van het Koninkrijk is dat het eerst onder de grond terecht komt en niet iets is wat voor ons zo maar voor het grijpen ligt.

De schat in de akker is niet ons geestelijk heil, want dat is niet voor geld te koop. (Jes. 55:1, Rom. 3:23-24). Men mag uiteraard wel zeggen, dat men voor de dienst van God alles over moet hebben, maar dat geldt pas als men eenmaal Gods om-niet geschonken genade heeft aanvaard. Het Koninkrijk der hemelen kan men niet per ongeluk ontdekken en stiekem opkopen. Neemt men als uitgangspunt Mattheus 13 zelf (de akker is de wereld) en houdt men rekening met Israëls bijzondere positie, dan komt de gelijkenis tot zijn recht zonder het hart van Gods heilsboodschap: Zijn vrije gunst, aan te tasten.

6. Over de gelijkenis van de parel van grote waarde kunnen we kort zijn. Een parel kan door een pareloester slechts gevormd worden middens een lijdensproces. De uitleg van deze gelijkenis toont veel overeenkomst met die van de schat in de akker.De nadruk ligt hier meer op het lijden dat Israël in de eindtijd louteren zal. Ook hier weer de verborgenheid: het Koninkrijk voor Israël komt niet zomaar, doch vindt eerst het lijden op de weg van zijn komst.

7De gelijkenis van het visnet heeft veel overeenkomst met die van het onkruid tussen de tarwe. Eerst blijft alles, goed en kwaad, bij elkaar; later, in de eindtijd, wordt het gesorteerd.

8. De laatste gelijkenis staat min of meer los van de vorige. Ze vergelijkt de goede schriftgeleerde, d.w.z. die ook discipel is, met een heer des huizes, die uit zijn voorraad nieuwe en oude dingen naar voren brengt. De Heer Zelf geeft hiervan het voorbeeld. Hij brengt oude schatten naar voren: wie heeft de Schrift (voor Hem de Wet en de Profeten) naar zijn wezenlijke betekenis naar voren gebracht als Hij? En ook nieuwe schatten; Hij heeft de oude schatten bruikbaar gemaakt aan de nieuwe tijd en andere nieuwe dingen er aan toegevoegd. Hij heeft de dood overwonnen en (niet in Mattheus 13, maar in hoofdstuk 29) getoond dat lijden inderdaad tot de volle heerlijkheid voert.

Zo moeten volgelingen van de Heer goede schriftgeleerden zijn. Zij moeten het O.T. en het N.T. grondig kennen om daarmee niet alleen te weten hoe zij zelf voor Gods aangezicht moeten wandelen, maar ook hoe zij anderen op de weg van Gods heil kunnen wijzen. Want die wegen Gods zijn niet duidelijk voor iedereen. Alleen wie weet heeft van de verborgenheid van het Koninkrijk, van het schijnbaar onlogische, het paradoxale van Gods wegen, zal de weg weten door deze wereld van tegenstrijdigheden.

De discipelen zeiden dat ze het begrepen hadden. Maar de schare heeft het niet begrepen. En, hoe weerzinwekkend het ook lijkt, dat was ook de bedoeling! Naar de duidelijke oproep tot bekering, eerst door Johannes de Doper, later door de Heer Zelf en ook door Zijn discipelen (Matth. 10:5 vv), had men wel geluisterd, maar er niet naar gehandeld. Bij de geestelijke leidslieden kwam er verzet, bij de schare onverschilligheid. Zijn goede daden werden als duivelswerk getypeerd. Zo openbaart zich de verborgenheid van het Koninkrijk. Als Israël niet wil, dan komt het Rijk niet. En toch moet het Rijk aan Israël opgericht worden. Over deze onmogelijke mogelijkheid spreken de gelijkenissen.

Alleen geestelijke mensen zouden ze verstaan. Dat was eveneens de bedoeling. Er moest “dubbelzinnig” gesproken worden, als een gecodeerde electrische stroom, die alleen die apparaten bereikt waar de impulsen op afgestemd zijn. Bij de niet-afgestemde gaat de stroom werkeloos voorbij.

Dat is genade en gericht in een en dezelfde wijze van spreken. Genade voor de ware luisteraars, gericht voor de dovemansoren.

De gelijkenissen uit Mattheus 13 zijn waarachtig niet duidelijk. Zij zijn alleen duidelijk voor discipelen die tevens schriftgeleerden zijn. Wie schriftgeleerde is zonder discipelschap, zal de Schrift niet werkelijk verstaan. Wie discipel wil zijn zonder schriftkennis kiest voor een eigengereid discipelschap, maar is geen werkelijk volgeling; hij weet niet eens hoe en waarheen hij de Heer moet volgen. Hij heeft misschien wel de handen zo vol met zichzelf, dat hij geen tijd meer over houdt of geen geestkracht meer opbrengen kan om werkelijk volgeling te zijn. Niet wij wijzen de weg, maar de Heer. Hij doet dit alleen maar door die Schrift, waaruit Hijzelf altijd heeft geleefd; tot Zijn laatste kruiswoord toe.

Nog een enkel woord over Romeinen 14:17: “Het koninkrijk van God bestaat niet in eten en drinken, maar gerechtigheid en vrede en vreugde, in heilige geest.” We laten, tegen onze gewoonte, het tekstverband buiten beschouwing en willen ons alleen afvragen of dit niet in strijd is met Mattheus 13. Immers in Mattheus 13 en trouwens in alle evangeliën en in het begin van het boek Handelingen gaat het, volgens onze zienswijze, om een zichtbaar, aards Koninkrijk, dat aan Israël zal worden opgericht. En nu zegt Romeinen 14 het tegendeel?

Wij menen dat in de Bijbel, met name in het N.T., op “dubbelzinnige” wijze over het Koninkrijk Gods gesproken wordt. Soms wordt een materieel, zichtbaar Rijk bedoeld; soms een geestelijk, onzichtbare heerschappij. Dit laatste is het belangrijkste. Het Griekse woord voor koninkrijk is beter te vertalen door “heerschappij”. Het Koninkrijk Gods is dáár waar God werkelijk regeert, niet allen de jure maar ook de facto. Daarom is elke bedéling, elke fase in het heilsplan Gods een of andere vorm van het Koninkrijk.

De bijzondere uitverkiezing van Israël had tot doel Gods heerschappij te bevorderen. Dit volk moet Gods heerschappij op aarde zichtbaar maken ten aanschouwen van alle volken, opdat eenmaal Gods heerschappij alle volken zal omvatten. Deze heerschappij is geen onder werp zonder meer, maar een winnen van harten, een aanvaarding door allen, een leven in gerechtigheid, vrede en blijdschap. Het Koninkrijk, aan Israël op te richten, is het voorlopige; de nieuwe hemel en de nieuwe aarde zullen het definitieve Rijk van God zijn. Zij liggen in elkaars verlengde; daarom is er geen innerlijke tegenstelling.

De fout van Israël ten dage van Jezus en (op iets ander wijze) óók die van de huidige staat Israël is, dat men dat aardse en zichtbare Koninkrijk als doel op zichzelf zag, als iets definitiefs in plaats van iets voorlopigs.

De fout van de christenheid is te menen dat het definitieve Koninkrijk Gods wel kan komen zonder dat voorlopige aardse Rijk, ofwel dat het definitieve Rijk er nu reeds is in de harten van een stuk of wat gelovigen, zodat we niets meer te verwachten zouden hebben; we hebben het Rijk al! Deze dwaling is in wezen dezelfde als die van Israël: een zelfbedacht koninkrijk van eigen constructie. Deze dwaling kan alleen maar voorkomen bij schriftgeleerden die slechts dat deel der Schrift aanvaarden wat hen past. Ten opzichte van het overige deel willen ze geen discipelen meer zijn.

Schriftgeleerde of discipel? Neen: alleen maar gelovigen die zowel schriftgeleerde als discipel willen zijn!

Uit: Gods verborgenheid – van dhr. K.A. den Breejen … wordt vervolgd!

**********************

THE CHAPEL OF THE OPENED BOOK / LONDON

www.bereanonline.org

**********************

Doe je graag aan Bijbelstudie?

www.everread.nl 

www.levendwater.org

zie: SiteMap / o.a. audio – Denijs van Zuijlekom

**********************

Het nieuws vanuit Israël dat anderen niet brengen

www.israeltoday.nl

**********************

www.elshaddaiministries.us (Sjabbat vieringLiveStream met Mark Biltz / zaterdags van 19.00 – 20.30 u.)

**********************

Gerard J.C. Plas

 Posted by at 11:07
Mar 222018
 

Magog-Invasion Het is een vaststaand bijbels gegeven dat het Pascha, Hebreeuws Pesach (8-60-80), wat ‘overspringen’ betekent en waar het hele gebeuren met het lam nauw mee verbonden is, dit gebeuren ten tijde van Hizkia de koning van Juda een grote rol speelde. Er is sinds de tijd van David en Salomo nooit meer zo’n groot Pesach gevierd als ten tijde van koning Hizkia bij het verslaan van de legermacht van koning Sancherib. Er zijn commentaren die zelfs zeggen, dat het nog meer, nog groter was dan daar gevierd werd (2 Kronieken 30:1-27; Exod. 12:1-51). Dit ‘overspringen’ had voor Egypte, dat deze vorm van offerande niet kon toepassen en tolereren onmiddellijke gevolgen. Dit uitte zich in het sterven van de eerstgeborenen, juist datgene wat op voortzetting van de generaties en ontwikkeling wees.

  • ‘Want Ik zal in deze nacht het land Egypte doortrekken en alle eerstgeborenen, zowel mens als dier, in het land Egypte slaan en aan alle goden van Egypte zal Ik gericht oefenen, Ik, de HERE’ (Exod. 12:12).

Het onmiddellijke gevolg van deze confrontatie van vorm en wezen was dan ook Israël’s uittocht uit Egypte en de gang van het volk op weg naar het beloofde land. De uittocht moeten wij enerzijds zien als een gevolg, anderzijds als een beeld van de verlossing welke mogelijk werd gemaakt door de verbinding van het bloed van het lam aan de deurpost, een duidelijk voorbeeld van het plaatsvervangend sterven door middel van het offerdier:

  • ‘En het bloed zal u dienen als een teken aan de huizen, waar gij zijt, en wanneer Ik het bloed zie, dan ga Ik u voorbij. Aldus zal er geen verdervende plaag zijn onder u, wanneer Ik het land Egypte sla’ (Exod. 12:13).

Zo lezen we in de Hebreeën brief [die geschreven is door de apostel Paulus omstreeks het jaar 55 A.D.) over een tekst door Paulus aangehaald uit de profeet Haggai waar de God van Israël zegt: ‘Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven’, waar gewezen wordt naar het ‘woord van het verbond dat Ik met u sloot, toen u uit Egypte vertrok, en Mijn Geest, Die in uw midden stond: Wees niet bevreesd! (Haggai 2:6-7; Hebr. 12:26-27).

De drie grote legermachten …

  1. In het boek Genesis wordt gesproken over een legermacht van de 4 koningen uit het Noorden, die ten tijde van Abram al oorlog voeren tegen de 5 koningen van Sodom uit het Zuiden en daarbij zegevieren en alle gevangen meenemen. Totdat Abram komt en ze daar in het Noorden verslaat en Lot met de vrouwen en de bezittingen terugbrengt (Gen. 14:1-17).
  2. De legermacht van koning Sancherib als een van de drie grootste legermachten die überhaupt vermeld worden in de Schrift (2 Kon. 19:20-37).
  3. Dan is er de grote derde legermacht waarvan verteld wordt, de legermacht van Gog en Magog, die genoemd worden als men spreekt van het einde der dagen (Ezech. 38-39).

Gezegend zij Abram door God …

  • ‘En Melchizedek, de koning van Salem, bracht brood en wijn; hij was priester van God, de Allerhoogste. En hij zegende hem en zei: Gezegend zij Abram door God, de Allerhoogste, Die hemel en aarde bezit! En geloofd zij God, de Allerhoogste, Die overgeleverd heeft uw tegenstanders in uw hand!’ (Gen. 14:18-20).

In de veldtocht die Abram onderneemt als hij hoort dat zijn broeder Lot met zijn bezittingen waren weggevoerd: ‘bewapende hij zijn geoefende mannen die in zijn huis geboren waren, driehonderd achttien man, en hij vervolgde hen tot aan Dan. Hij verdeelde zich ‘s nachts tegen hen in groepen, hij en zijn manschappen, en versloeg hen; en hij achtervolgde hen tot aan Hoba, dat links van Damascus ligt’ (Gen. 14:14-15). De expliciete vermelding van het getal 318 (14:14), als het aantal getrainde soldaten dat Abram ten strijde liet trekken, is te specifiek om als een enkel historisch gegeven opgevat te worden. Trouwens, wat zou een dergelijk stukje informatie er toe doen? De functie van het getal moet daarom minstens symbolisch zijn. En de beste verklaring is dat 318 de aanwezigheid van Eliezer uit Damascus, de hulp van Abram, symboliseert, naar wie in Genesis 15:2 wordt verwezen als een eventuele erfgenaam, als de zoon van mijn huis. Zijn naam wordt hier weliswaar niet vermeld, maar hij wordt vertegenwoordigd door de getalswaarde van ‘lj’zr (1+30+10+70+7+200=318). In die zin wordt hier al gezinspeeld op een eindtijd profetie, ‘een last’ – d.w.z. een woord van God dat de profeet Jeremia als een last is opgelegd (Matth. 27:9), ‘The Damascus Phase of End-Time Prophecy’ [zie artikel op de site vvi], als beschreven in de hoofdstukken 9-14 uit het boek Zacharja [zie ook: Jes. 17:1,14].

In Genesis 14:4 leest men dat de volken in de Zoutzee 12 jaar Kedor-Laomer hadden gediend, maar in het dertiende jaar vielen ze af en kwamen zij in opstand; zo ook toen Ismaël 13 jaar oud was en Abram hem besneed, waarmee hij hem toeliet tot het verbond, ten opzichte waarvan hij wat zijn hart betreft een vreemdeling was, wat op zich eindigde in rebellie en verwerping (Gen. 17:25). Elke keer dat het getal dertien of een veelvoud daarvan in de Schrift voorkomt, staat het in verband met rebellie, opstand, afval, verderf, revolutie, en vernietiging. Denk hierbij aan de vernietigingsdrift waar thans in landen als Irak en Syrië talloze terroristische groeperingen zich vergrijpen aan gebiedsuitbreiding, gepaard gaande met wellust en moord. Het gebeuren wat hier plaatsvindt in Genesis 14 met de rebellie der 4 koningen, met Abram die zijn broeder Lot bevrijdt en de stad Damascus, vertelt het verhaal vervolgens dat ook hier de nacht zich daar deelt, en in feite de Pesach nacht daar gevierd wordt in de ontmoeting met Melchizedek, de koning van Salem (Jeruzalem) die brood en wijn bracht!

Koning Hizkia …

  • ‘Toen kwam het woord van de HEERE tot Jesaja: Ga tegen Hizkia zeggen: Zo zegt de HEERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien. Zie, Ik zal vijftien jaar aan uw levensdagen toevoegen, en Ik zal u uit de hand van de koning van Assyrië redden, evenals deze stad; Ik zal deze stad [Jeruzalem] beschermen …’ (Jes. 38:4-7)

Koning Chizkia, of Hizkia, zoals hij in het Nederlands wordt genoemd en ook in de Nederlandstalige Bijbel voorkomt, is niet de Hebreeuwse naam. Zoals wel vaker voorkomt is de Hebreeuwse letter hee in de uitspraak tot ch geworden. Koning Hizkia, heeft ook in de Hebreeuwse bijbel (Tenach) verschillenden namen. In 2 Koningen 18:1 heet hij Chizkia, (8-7-100-10-5). In 2 Koningen 16:20 heet hij Chizkiahoe, (8-7-100-10-5-6) en in 1 Kronieken 4:41 wordt hij genoemd Jechizkiahoe, (10-8-7-100-10-5-6). De naam  komt van het woord chazak, 8-7-100 is kracht, sterkte, bevestigen. De hele naam betekent dan: hij is de kracht van de Heer. Misschien lukt het ons hem wat nader te komen, wanneer we horen dat koning Hizkia iets met het Messiaanse (rijk) te maken heeft, en hem vooral ook nader te komen vanuit onze eigen overzijde. Het is de zijde van waaruit we niets kunnen definiëren, en dat zou ons in staat stellen wat dichter bij deze persoon van de ‘Messias’ te komen en daarbij zijn grootheid te gaan zien.

Zo zegt men dan dat Hizkia ongeveer 3200 jaar na de schepping van de mens Adam (1-4-40) leeft. Als nu b.v. de 1 weggelaten zou worden, dan heeft men in het geval van mens dus de 4-40 het woord bloed. Zo zegt Exodus 12 vers 13 aangaande het Pascha, ‘als ik het bloed zie, zal Ik u voorbijgaan’ (overspringen). Om enige andere jaartallen te geven, de zondvloed is in 1656. De uittocht uit Egypte is in 2448. De tijd van David is zo omstreeks 2885 en die van Shelomon (Salomon) rond 2900. Een 300 jaar later speelt zich de geschiedenis van Hizkia af. Als Salomo sterft, deelt het rijk zich en Hizkia is een van de zonen van David; hij is dus een nakomeling van David. Salomo is de eerste zoon, en steeds gaat het om de zoon van de koning of zijn opvolger. De zijdelingse lijn wordt in de Bijbel niet in aanmerking genomen en ook niet in de traditie. Het gaat om de rechte lijn van koning naar koning en zo is Salomo de zoon van David, en Hizkia eveneens. Het rijk van Salomo heeft zich gedeeld bij Jerobeam de zoon van Newat (1 Kon. 12:2) en daar, bij de koningen van Israel is een andere koningsvolgorde aanwezig, daar is geen dynastie. De koningen van Israel tonen op hun eigen wijze, dat ze steeds een andere dynastie hebben.

De één wordt vermoord en dan komt de dynastie van de andere, de moordenaar of een medeplichtige of er is op een andere manier wat aan de hand. Er zijn daar geen dynastieën. Het is de vader of zijn zoon, maar slechts heel kort, verder gaat het niet. Het is steeds een andere familie die zich op de troon dringt, en daar waar Hizkia leeft is vreemd genoeg het einde van het rijk Israel. Het rijk Israël wordt overweldigd door Ashoer (1-300-6-200) Assyrië, een rijk in het Noorden. Het rijk dat later door Babel wordt opgevolgd. Babel verovert in een revolutie Assyrië, brengt de koningen om en wordt de opvolger van Assyrië. Men kan zeggen, geografisch gezien, daar waar op heden Irak ligt in het oude Mesopotamië. Verder in het Noorden liggen nog Turkije, Perzie (Iran) en het zuiden van Rusland. Dit rijk Assyrië (Ashoer) wordt sterk bepaald door historische gebeurtenissen; dus verbonden met de kern van het verhaal zoals dit in de bijbel verteld wordt, het verhaal van Hizkia, de koning van Juda (10-5-6-4-5), die het beleefd dat het noordelijke rijk, de 10 stammen van Israël (10-300-200-1-30), ondergaat. De grote en machtige koning is daar Sancherib, veldheer in die functie heet hij Tiglat Pileser. Deze Sancherib verovert het land, het rijk Israël. Eerst worden de 2½ stammen aan de overzijde van de Jordaan (10-200-4-700) overweldigd. Daar wonen Ruben (200-1-6-2-700), de eerste zoon van Jacob (10-70-100-2), en Gad (3-4), de 7e zoon, én de halve stam van Menasheh (40-50-300-5). Deze worden het eerst overwonnen. Dan begint Sancherib een nieuwe veldtocht; hij neemt de woonplaatsen van het noordelijke rijk Israël in, met als hoofdstad Shomron. In de huidige Bijbelse taal is Shomron, (300-40-200-6-50), Samaria. Dat kennen we in de Bijbel echter niet, we kennen alleen Shomron, en deze stad wordt ingenomen. Hizkia maakt dit als koning van het zuidelijk rijk Judah mee. Hizkia is koning van de stam Juda (Jehoedah) en eromheen woont de stam Benjamin (2-50-10-40-700) en ook de stam Shimon (300-40-70-6-700) is er voor een deel. Vanzelfsprekend zijn de Levieten erbij als de priesters. De tempel bevindt zich in het rijk van Benjamin en daar, waar dus de stad Jeruzalem (10-200-6-300-30-600) is, verschijnt Sancherib, met zijn veroveringsdrang.

Koning Sancherib …

Van Sancherib wordt verteld dat één van zijn veldheren Nebukadnezar is, een naam die ons zeker wel iets zegt. Nebukadnezar is later de koning van Babel, die naderhand het rijk Juda (Jehoedah) te gronde richt en de tempel verbrandt. Deze Nebukadnezar is veldheer bij Sancherib, op het moment dat de opstand plaatsvindt. Van dezelfde Sancherib wordt verteld dat hij uit gewoonte volkeren ontheemd; hij ontwortelt ze en brengt ze naar andere landen. De volkeren van die andere landen haalt hij weg en brengt ze in de landen waar hij de eersten heeft weggehaald. Sancherib mengt dus de oorsprong van de volkeren. Hij ontwortelt ze en laat ze in een ander land opnieuw wortelen.

Hizkia en Pesach …

Men zegt wel op het hoogtepunt van het Pesach heeft ook de ziekte van Hizkia een climax bereikt. Het is de derde dag van de ziekte, zegt men; op het hoogtepunt van zijn ziek zijn, het moment van de crisis, overleeft hij deze ziekte hij wordt eruit opgewekt en staat weer op (2 Kron. 30:21-23; Jes. 38:9-20).

  • ‘Daarna stuurde Hizkia boden naar heel Israël en Juda, en hij schreef ook brieven aan Efraim en Manasse dat zij naar het huis van de HEERE in Jeruzalem moesten komen om voor de HEERE, de God van Israël, Pascha te houden. De koning had immers met zijn leiders en heel de gemeente in Jeruzalem overleg gepleegd of men het Pascha in de twee maanden zou houden, want zij hadden het niet op de vastgestelde tijd kunnen houden, omdat de priesters zich niet genoeg geheiligd hadden en het volk zich niet in Jeruzalem verzameld had’ (2 Kron. 30:1-3).
  • ‘En de HEERE verhoorde Hizkia en genas het volk. Zo hielden de Israëlieten die zich in Jeruzalem bevonden, zeven dagen lang met grote blijdschap het Feest der ongezuurde broden. En de Levieten en de priester prezen de HEERE dag aan dag met luid klinkende instrumenten voor de HEERE’ (2 Kron. 30:20-21).

In het Jodendom zegt men daarom, als een doodzieke weer tot leven is gewekt, als men ontdekt dat hij toch nog leeft, de volgende zegenspreuk: “Geprezen is Hij, die de doden wakker maakt”. Soms zegt men alleen: “Geprezen is Hij, die de doden wekt”. Want, zegt men, Hizkia was toch eigenlijk dood. We zouden hier kunnen zeggen: “Was dit een medische sprong voorwaarts? Een prestatie die zijn tijd ver vooruit was? Of was het wat anders? Hier geldt de uitspraak: wanneer alles erop wijst dat het einde nadert, geloof dan niet dat het einde er dan ook inderdaad is. Dit is ook de houding van Hizkia in zijn gesprek met Jesaja, als deze zegt: ‘Regel alles maar voor je begrafenis, want je zult sterven; God heeft mij dat zo gezegd. Niet ik, Jesaja, zegt jou dat; nee, ik spreek in de naam van God. God stuurt me naar jou, Hij laat me dat zeggen”. Hizkia zegt dan: “Zo … maar bij een van mijn voorouders, namelijk Josafath, een andere koning, was het zo dat, toen hem het zwaard op de keel werd gezet om hem te doden, hij toch werd gered”. Het betekent hier: ook al is mij het zwaard op de keel gezet en heeft de man met het zwaard de bedoeling om te snijden, toch heb ik ook dan hoop. Zo citeert Hizkia Josafath – er is een Psalm over-: “Ook dan zal ik hopen”. Hizkia zegt: ook al zeg je het in de naam van God, toch zeg ik dat ik zal leven. En dan zegt God: “Ja, eigenlijk heeft hij gelijk”. Hizkia zegt dan: “Nu heb ik begrepen dat het sterven een opstaan is”. Daarom is het Pesach een opstanding. Dit opstaan wil zeggen: het is in het leven nooit zo, dat iets definitief is; ook op het allerlaatste moment is het niet definitief. Wanneer het voorbij is, goed, dan is het voorbij; God heeft gegeven en God heeft genomen, geprezen de naam van de HEER. Zeker, maar tot dan blijf ik het proberen. Zoals ook David tot God bidt, als zijn eerste kind van Bathsheba op sterven ligt. Hij blijft bidden, tot hem gezegd wordt: het kind is gestorven. Dan staat hij op en zegt: “Wij zullen een maaltijd aanrichten, we gaan eten”. Maar tot op dat moment heeft hij zich teruggetrokken en gebeden. Het betekent dan men niet zeggen kan: “Het is niet te genezen, het is uit”. En dat is enerzijds de betekenis van dit opstaan van Hizkia. De ‘tijd’ aan gene zijde zegt als het ware: je krijgt meer tijd, je zult verder leven. Ik verschuif de tijd! De tijd komt op een ander niveau en daardoor zal er nu genezen kunnen worden. Dat is het wegtrekken van koning Sancherib, die eveneens dit dreigende zwaard was, het zwaard op de keel van het slachtoffer Israël en Juda met de stad Jeruzalem. Sancherib trekt weg en hij sterft. Het enorme legioen van Sancheribs leger sterft eveneens en Hizkia is vrij. We voelen nu wel aan, dat hier bij Hizkia iets zeer groots aanwezig is. Het is een mededeling, van het Messiaanse komende koninkrijk! Zo profeteerde de profeet Hosea reeds, dat na de twee dagen -van duizend jaar-, op de derde dag, dus in het –duizendjarig rijk– Israel zal leven tot heil voor de heiden volken (Gen. 12:1-3).

  • ‘Kom, laten wij terugkeren naar de HEERE, want Hij heeft verscheurd, maar Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen, maar Hij zal ons verbinden. Na twee dagen zal Hij ons levend maken, op de derde dag zal Hij ons doen opstaan. Dan zullen wij voor zijn aangezicht leven. Dan zullen wij kennen, wij zullen ernaar jagen de HEERE te kennen! Zijn verschijning staat vast als de dageraad. Ja, Hij komt naar ons toe als de regen, als de late regen, die het land nat maakt’ (Hos. 6:1-3).

De deelnemers aan de Gog – Magog oorlog 

Wie?

De profetie over de strijd van Gog en Magog begint in Ezechiel 38:1-7 met een lijst van tien eigennamen of wat we kunnen noemen: Gods ‘lijst van de meest-gezochten’. De naam Gog, die elf keer in Ezechiel 38-39 voorkomt, is een naam of een titel van de leider van de inval. Het is duidelijk dat Gog een persoon is omdat God hem verscheidene keren rechtstreeks aanspreekt (38:14; 39:1) en hij ook prins genoemd wordt (38:2; 39:1). De recente gebeurtenissen in het Midden-Oosten kunnen resulteren in een rampzalige (tegen)actie van Gog, de militaire leider van een coalitie van islamitische landen en Rusland. De andere negen namen eigennamen in (38:1-7) zijn specifieke geografische plaatsen: Magog, Rosh, Mesech, Tubal, Perzie, Cusj (vaak vertaald met Ethiopië), Put. Gomer en Beth Togarma. Geen van de plaatsen die hier genoemd worden staan op de moderne landkaart. Ezechiel gebruikte oude plaatsnamen die bekend waren voor de mensen van zijn tijd. Hoewel de namen van deze geografische plaatsen door de geschiedenis heen vaak veranderd zijn en weer zullen veranderen, blijft het geografische gebied hetzelfde. Ongeacht welke namen ze dragen in de tijd van van inval, het zijn deze specifieke geografische gebieden die erbij betrokken zullen zijn. We zullen enkele van deze oude geografische plaatsen uit de tijd van Ezechiel bezien en in het hedendaagse tijdgebeuren van de geopolitieke wereld van het Midden-Oosten als tegenhanger bepalen.

Magog

Volgens de Joodse historicus Flavius Josefus bewoonden de oude Scythianen het land Magog. De Scythianen waren noordelijke nomadische stammen die het gebied van Centraal-Azië tot heel de zuidelijke steppen van het huidige Rusland bewoonden. Magog vertegenwoordigde tegenwoordig hoogstwaarschijnlijk de onderste rand van de voormalige Sovjet-Unie: Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Turkmenistan en Tadzjikistan. Afghanistan zou ook bij dat gebied kunnen horen. Deze landen worden allemaal gedomineerd door de islam en tellen gezamenlijk meer dan 60 miljoen inwoners.

Ros

Bijbel geleerden hebben Ros vaak geïdentificeerd met Rusland. Maar dat is geen unanieme conclusie. Er moeten twee belangrijke kwesties worden opgelost om Ros juist te interpreteren in Ezechiel 38-39. 1) Gaat het om een soort- of eigennaam? 2) Staat Ros in relatie met Rusland? Soortnaam of eigennaam? Het eerste punt betreft of het woord ‘Ros’ in Ezechiel 38:2-3 en 39:1 als een soort- of eigennaam is te beschouwen. Het woord Ros betekent in het Hebreeuws ‘hoofd, top, hoogtepunt, leider’. Het is een zeer gangbaar woord in alle Semitische talen. Het komt meer dan zesduizend keer in het Oude Testament voor. Veel vertalingen kiezen voor de betekenis van de soortnaam met het woord leider. In de meeste Nederlandse vertalingen komt Ros niet voor in Ezechiel 38:1-2 en 39:1. Echter wel in de Willibrord-vertaling  die Ros definieert als een geografische locatie. De Engelse vertalingen prefereren Ros in Ezechiel 38-39 te beschouwen als een eigennaam. Er zijn vijf argumenten die voor dit standpunt pleiten. Ten eersten menen de Hebreeuwse geleerden C.F Keil en Wilhelm Gesenius dat het beter is om Ros in Ezechiel 38:2-3 en 39:1 te vertalen als een eigennaam die verwijst naar een specifieke geografische locatie. Ten tweede vertaalt de Septuagint, de Griekse vertaling van het Oude Testament, ros als de eigennaam Ros. Dit is een bijzonder belangrijk gegeven aangezien de Septuagint dateert van slechts drie eeuwen nadat Ezechiel werd geschreven (duidelijk dichterbij het schrijven van het originele manuscript dan welke moderne vertaling dan ook). De verkeerde vertaling van Ros in veel hedendaagse vertalingen als een bijvoeglijk naamwoord, kan afgeleid worden van de Latijnse Vulgaat van Hieronymus. Ten derde steunen veel Bijbelwoordenboeken en – encyclopedieën in hun artikelen over Ros het als eigennaam in Ezechiel 38. Hier volgen een paar voorbeelden: New Bible Dictionary, Wycliff Bible Dictionary en International Standard Bible Encyclopedia. Ten vierde wordt Ros de eerste keer in Ezechiel 38:2 genoemd en dan herhaald in Ezechiel 38:3 en 39:1. Als Ros gewoon een titel geweest zou zijn, dan zou men deze hebben laten vallen in de tweede daaropvolgende plaatsen. Het was gebruikelijk om titels die herhaald werden in het Hebreeuws af te korten. Het vijfde argument – en het meest indrukwekkende bewijs om Ros als eigennaam te beschouwen – is eenvoudigweg dat deze vertaling de meest accurate is. G.A. Cooke vertaalt Ezechiel 38:2: ‘de vorst van Ros, Mesech en Tubal.’Hij noemt dit ‘de meest logische weg om het Hebreeuws te vertalen’. Het overweldigende bewijs vanuit de Bijbelse wetenschap eist dat Ros begrepen wordt als een eigennaam, de naam van een specifiek geografisch gebied. Is Ros Rusland? Nu we hebben vastgesteld dat Ros beschouwd moet worden als een eigennaam van een geografisch gebied, is de volgende stap het bepalen van het betreffende geografische gebied. Er zijn drie belangrijke redenen om Ros uit Ezechiel 38-39 op te vatten als een verwijzing naar Rusland.

  1. Is er taalkundig gezien bewijs dat Ros Rusland is. De vooraanstaande Hebreeuwse geleerde Wilhelm Gesenius merkte in de negentiende eeuw op dat ‘Ros ongetwijfeld Rusland is’ (Gesenius stierf in 1842).
  2. Is er historisch gezien sterk bewijs dat er in de dagen van Ezechiel een groep was die bekend stond als uiteenlopend van Rash, Reshu tot Ros, die woonde in wat nu Zuid-Rusland is.
  3. Benadrukt Ezechiel 38-39 geografisch gezien herhaaldelijk dat ten minste een deel van deze binnenvallende legermacht uit het uiterste noorden komt (38:6, 15; 39:2). Bijbelse richtlijnen worden gewoonlijk gegeven met verwijzingen naar het land Israël, dat op Gods kompas in het midden van de aarde ligt (38:12). Als we een lijn trekken vanuit Israel rechtstreeks naar het noorden, dan is Rusland het land dat in het uiterste noorden ligt. Daarom is het hoogstwaarschijnlijk dat Rusland de leider zal zijn van de Gog-coalitie.

Mesech en Tubal

Mesech en Tubal worden in de Bijbel gewoonlijk samen genoemd. In zijn noten in The Scofield Study Bible over Ezechiel 38:2 identificeerde Scofield Mesech en Tubal als de Russische steden Moskou en Tobolsk. Scofield schreef: ‘We zijn het er allemaal over eens dat de voornaamste verwijzing gedaan wordt naar de noordelijke (Europese) machten, geleid door Rusland, (…) De verwijzing naar Mesech en Tubal (Moskou en Tobolsk) is een duidelijk identificatie teken’. Hoewel de namen hetzelfde klinken, is het geen juist identificatie methode. Mesech en Tubal worden nog tweemaal genoemd in Ezechiel. In 27:13 worden ze aangeduid als handelspartners met het oude Tyrus. In 32:26 wordt hun ondergang opgetekend. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat het oude Tyrus (het huidige Libanon) handel dreef met Moskou en de Siberische stad Tobolsk. De identificatie die de voorkeur heeft, is dat men Mesech en Tubal het oude Moscjoi en Tibearenoi bedoeld worden die gevonden zijn in Griekse geschriften, of Tabal en Musku die opduiken in Assyrische geschriften. De oude plaatsen liggen in het huidige Turkije. Het ligt het meest voor de hand om deze aanwijzingen te associëren met het moderne Turkije.

Perzië

De woorden ‘Perzië’, ‘Perzisch’ of ‘Perzen’ komen 35 maal in het Oude Testament (Tenach) voor. In Ezechiel 38:5 wordt ‘Perzie’ het best begrepen als het huidige Iran. Het oude land Perzië werd in maart 1935 de huidige staat Iran en de naam werd in 1979 veranderd in islamitische Republiek Iran. De huidige bevolking van Iran bestaat uit ongeveer 70 miljoen mensen. Het bewind van Iran is ‘s werelds belangrijkste sponsor van terrorisme. Het land doet een gooi naar de regionale oppermacht en tegelijkertijd probeert het kernwapens te ontwikkelen. De president van Iran heeft verklaard dat Israël van de kaart moet worden geveegd. Het is duidelijk dat het huidige Iran vijandig staat tegenover Israël en het Westen.

Ethiopië (Cusj)

Het Hebreeuwse woord Cusj in Ezechiel 38:5 wordt in moderne versies vaak met ‘Ethiopië’ vertaald. Het oude Cusj werd door de Assyriërs en Babyloniers Kusu genoemd. Kos of Kas door de Egyptenaren en Nubia door de Grieken. De seculiere geschiedschrijving plaatst Cusj rechtstreeks ten zuiden van het oude Egypte, waarbij het zich uitstrekt tot voorbij de huidige stad Khartoem, wat de hoofdstad van het huidige Soedan is. Dus het huidige Soedan bewoont het oude land Cusj. Onlangs is het land in tweeën gesplitst. Noord-Soedan is een radicale islamitische staat die Irak tijdens de Golfoorlog steunde en van 1991 tot 1996 onderdak verleende aan Osama bin Laden. Het is niet verrassend dat dit deel van Afrika vijandig zal staan tegenover het Westen en gemakkelijk mee zal doen om Israël aan te vallen. Zuid-Soedan, wat grotendeels christelijk is, werd in juli 2011 Afrika’s vierenvijftigste natie. Een referendum voor onafhankelijkheid in januari 2010 werd bijna eenstemmig goedgekeurd. Het feit dat Soedan gesplitst is in een islamitisch Noorden en een grotendeels christelijk Zuiden, maakt de vervulling van Ezechiels profetie zelfs nog waarschijnlijker, omdat het radicale islamitische Noorden nu zelfstandig kan handelen. Gezien de onafhankelijkheid van het Zuiden merkte de Soedanese president Omar al Bashir op dat Noord-Soedan zijn loyaliteit aan de sharia zal verscherpen. Hij zei: ‘Als het Zuiden zich afscheidt, zullen we de grondwet veranderen en dan zal er geen tijd zijn om te spreken over het verschil in cultuur en nationale trots. Sharia (islamitische wet) en islam zullen het belangrijkste beginsel voor de grondwet vormen, islam de officiële godsdienst en Arabisch de officiële taal. Noord-Soedan is bereid om zijn plaats in te nemen in de komende Gog coalitie, precies zoals Ezechiel voorzegde.

Libie (Put)

Sommige oude bronnen vermelden dat Put of Phut een land in Noord-Afrika was – met verwijzingen voor een aantal gedeelten die gedocumenteerd staan in de voetnoten van de Hebreeuwse tekst in de New Living Translation, waaronder Jeremia 46:9; Ezechiel 27:10; 30:5 en Nahum 3:9. Uit de Babylonian Chronicles, een reeks tabletten waarop de oude Babylonische geschiedenis staat beschreven, blijkt dat Putu het ‘verre’ land ten westen van Egypte was. Dat zou het hedendaagse Libië kunnen zijn en mogelijk ook landen die nog verder naar het westen liggen, zoals Algerije en Tunesië. De Septuagint, de eerste Griekse vertaling van het Oude Testament, vertaalt het woord Put met Lybues. Het huidige islamitische Libië werd van 1969 tot 2011 geregeerd door Kolonel Muammar al-Gaddafi. Libië blijft een radicale islamitische staat die Israel haat en het Westen minacht, ondanks de tussenkomst van de VS en de NAVO in 2011, die met bombardementen en het instellen van een no-fly zone de rebellerende machten beschermden.

Gomer

Gomer werd door de Bijbelleraren vaak vereenzelvigd met Duitsland of meer in het bijzonder met het Oost-Duitsland van voor de val van het communisme. Dit is een oppervlakkige identificatie en heeft geen betrekking op de letterlijke betekenis van het woord Gomer in zijn culturele en historische context. Gomer is waarschijnlijk een verwijzing naar de oude Cimmerianen of  Kimmerioi. De oude geschiedenis vereenzelvigt het Bijbelse Gomer met de Akkadiaanse Gi-mir-ra-a en het Armeense Gamir. In de achtste eeuw v. Chr. begonnen de Cimmerianen gebieden in Anatolië, dat in het huidige Turkije ligt, te bezetten. De historicus Josefus merkte op dat de Gomerieten geïdentificeerd werden met de Galaten, die we nu Centraal-Turkije noemen, bewoonden. Turkije heeft een natuurlijke verbondenheid met haar moslimburen, niet met de Europese Unie. En aan de noordelijke grens met Irak heeft het een enorme militaire aanwezigheid.

Beth-togarma

Het Hebreeuwse woord beth betekent ‘huis’, dus Beth-togarma betekent het ‘huis van Togarma’. Togarma wordt in Ezechiel 27:14 genoemd als een volk dat paarden en muildieren verhandelde met het oude Tyrus. In Ezechiel 38:6 staat dat de legers van Beth-togarma ook mee zullen doen vanuit het verre noorden. Het oude Togarma stond ook bekend als Til-garamu (Assyrisch) of Tegarma (Hittitisch) en zijn gebied bevindt zich in het huidige Turkije, wat ten noorden van Israel ligt. Nog eens: Het hedendaagse Turkije (Beth-togarma) heeft een miljoenenleger en wordt vereenzelvigd als een deel van deze groep van landen die Israël zullen aanvallen om de coalitie van tien uit te dagen.

DE GOG-COALITIE – oude naam en huidige land

  • Rosh (Rashu, Rasapu, Ros en Rus) – Rusland
  • Magog (Scytianen) – Centraal Azië en mogelijk Afghanistan
  • Mesech (Moschoi en Musku) – Turkije
  • Tubal (Tabal) – Turkije
  • Perzië – Iran
  • Ethiopie (Cusj) -Soedan
  • Libië (Put of Phut) – Libië
  • Gomer (Cimmerianen) – Turkije
  • Beth Togarma (Til-garamu of Tegarma) Turkije

Gebaseerd op deze identificaties voorzegt Ezechiel 38-39 in de laatste dagen een inval in het land Israel door een grote coalitie van landen vanaf het noorden van de Zwarte en Kaspische Zee, zich uitbreidend naar het hedendaagse Iran in het oosten, zo ver als het hedendaagse Libië in het westen en naar Soedan in het zuiden. Daarom zal Rusland tenminste vijf belangrijk bondgenoten hebben: Turkije, Iran, Libië, Soedan en de islamistische landen uit de voormalige Sovjet-Unie. Het is verbazingwekkend dat al deze landen moslimstaten zijn. Iran, Libië en Noord-Soedan zijn drie van Israëls meest vurige tegenstanders. De meeste van deze landen zijn broeinesten van de militaire islam en bezig hun relaties met elkaar te vormen of te versterken. En de profeet Ezechiel voorzegde dit allemaal meer dan 2500 jaar geleden, een goddelijke inspiratie van het Woord des Heren! Het is u misschien op gevallen dat, terwijl we door deze litanie van namen gingen, er landen niet genoemd zijn. Egypte, Syrië, Jordanië, Libanon, Saoedi-Arabië of Irak (het oude Babylon) worden bijvoorbeeld niet genoemd. Deze landen worden nu op de voorpagina genoemd. Dat werpt een zeer logische vraag op: Waarom worden deze landen niet genoemd? Ten eerste kunnen deze landen misschien al eerder vernietigd zijn. En alles wijst erop dat het oordeel over Syrië, Libanon en Babylon reeds gaande is! De landen die het dichtst bij Israel liggen zoals Egypte en Jordanië kunnen of zullen straks deel uit maken van een zeer omvangrijk te sluiten vals-vredesverdrag (Jes. 31:1-3; Ezech. 20:7-8), zoals het op 17 september 1978 toen gesloten vredesakkoord tussen Israël en Egypte, die het zgn. Camp David agreement inhouden. Wanneer men de kaart bekijkt, dan is het duidelijk dat de landen die in Ezechiel 38:1-6 genoemd worden, de landen zijn die we ‘verre vijanden’ van Israel zouden kunnen noemen. Zij vertegenwoordigen de ver afgelegen vijanden van Israël in elke richting – Rusland in het noorden, Iran in het oosten – Soedan in het zuiden –  en Libië in het westen. Het zou kunnen dat Ezechiel de verre landen opnoemt en dan de nabije vijanden omvat als terroristische organisaties in de woorden: en ‘vele volken met u’.

De periode (Ezechiel 38:8) …

Wanneer?

Een van de voornaamste vragen die we ons vandaag kunnen stellen over de strijd van Gog en Magog is: Wanneer zal het gebeuren? Het antwoord wordt in Ezechiel 38:11, 14 en 16 gegeven:

  • ‘Wees bereid en maak u gereed, u en uw hele strijdmacht, die bij u bijeengekomen is. Wees een wachter voor hen. Na vele dagen zult u gestraft worden. Aan het einde van de jaren zult u komen in een land dat hersteld is van het zwaard, bijeengebracht uit vele volken op de bergen van Israel, die tot een blijvende verwoesting waren geworden. Als zij uitgeleid zijn uit de volken, zullen zij allen onbezorgd wonen. U zult oprukken, u zult komen als een verwoesting; u zult als een wolk zijn en het land bedekken, u en al uw troepen en vele volken met u.’
  • ‘Zo zegt de Heere HEERE: Op die dag zal het gebeuren dat er overleggingen in uw hart zullen opkomen en dat u een kwaad plan beramen zult. U zult zeggen: Ik zal optrekken tegen een niet ommuurd land, komen bij mensen die rustig en onbezorgd wonen, die allen zonder muur en grendel wonen en geen poorten hebben ( … )’. (denk hierbij aan de gebieden van Samaria (Shomron) en Judea en de Golan-hoogvlakte).
  • ‘Profeteer daarom, mensenkind, en zeg tegen Gog. Zo zegt de Heere HEERE: Zult u het op die dag, wanneer Mijn volk Israel onbezorgd woont, niet te weten komen? ( … ) U zult als een wolk optrekken tegen Mijn volk Israel om het land te bedekken. Het zal gebeuren in later tijd. Dan zal Ik u over Mijn land doen komen, zodat de heiden volken Mij kennen, wanneer Ik door u, Gog, voor hun ogen geheiligd wordt’.

Het is duidelijk dat wanneer men dit gedeelte letterlijk neemt, de beschreven gebeurtenissen niet in het verleden hebben plaatsgevonden! Maar zouden ze spoedig kunnen gebeuren? Welke aanwijzingen hebben we in Ezechiel 38 en 39 over de tijd van deze inval? Hierover zijn verschillende meningen gegeven en bestaat er aanzienlijke onenigheid. De inval wordt door bijna iedereen in de eindtijd of eigenlijk in de laatste der dagen geplaatst! Ik vind geen ruimte of tijd om al deze standpunten dieper te behandelen en hun sterke en zwakke kanten te belichten, ofschoon ik er een enkele zal uitlichten. Het is wel belangrijk eraan te denken dat we binnen de tekst een paar belangrijke aanwijzingen hebben gekregen waaruit we kunnen opmaken wanneer deze strijd zal plaatsvinden. Een van de eerste aanwijzingen is de context van Ezechiels profetie, zoals John Phillips opmerkte: …

  • De profeet plaatst het tussen een discussie van de fysieke geboorte van de staat Israel (Ezechiel 37) en een lange beschrijving van Israëls geestelijke geboorte (Ezechiel 40-48). Met andere woorden: Gog’s korte triomf dag ligt ergens tussen deze twee belangrijke gebeurtenissen ( … ) de profeet plaatst Gog’s ‘datum van lotsbestemming’ expres tussen Israëls politieke en geestelijke geboorte.

Er is historisch gezien geen enkel land en volk geweest dat zich na een verblijf van 2000 jaar in ballingschap zo snel en spectaculair hersteld heeft van de plagen der knagers, sprinkhanen, verslinders en kaalvreter (Joel 1:4-20), dan de staat Israël anno 2014. In het midden van de 19e eeuw verkeerde het land in een staat van woestenij, bezaaid met stenen en moerassen, zonder bossen en irrigatie. Niettegenstaande was daar in 1948 het fysieke herstel, geboorte voor wat betreft de proclamatie van de staat Israël, en de hereniging van de stad Jeruzalem in 1967 de ondeelbare hoofdstad. Dan is daar de ontluikende Hebreeuwse taal, en de immigratie die onverminderd voortgaat, en de uitvoer van wijnen en agrarische producten, de innovatie op medisch en high-tech gebied, en de vondsten van petroleum en gasvoorraden die nu reeds gevonden zijn voor de Israëlische kust bij Haifa en in Rosh HaAyin een stad ten oosten van Tel Aviv als het om olie gaat. Allemaal zaken die verband houden met de profetie uit Ezechiel 36 en 37 en uit Joel 2:19-27.

De sleutel tot grote veranderingen

Het is de visionair Huib Verwey geweest die tot het inzicht kwam dat de invasie van Gog in Israël de sleutel is die tot de grote veranderingen in de wereld, dus met andere woorden gezegd de inleiding zullen zijn tot de Apocalyps die uitmond in de grote verdrukking. De door de profeet Ezechiel voorzegde roofoverval op Israël wordt door sommigen onderzoekers vereenzelvigd met de “Gog en Magog” van Ap. 20:7-10 na het duizendjarig Messiaans rijk. Dat ligt op het eerste gezicht ook voor de hand, daar deze aanval geschiedt aan het einde van het messiaanse rijk, waarin Israël in grote vrede en welvaart woont. En is het opvallende van Ezechiels profetie ook niet dat Israël dan in grote vrede en welvaart leeft? Waar zouden wij dat “openliggende land, zonder grendels en deuren, dit dorpland” (Judea – Samaria – Golan), volgens de beschrijving van Ezechiel beter kunnen zoeken dan juist in de Ap. 20 beschreven periode van messiaanse rijk op aarde? En toch is deze beredenering achteraf niet houdbaar. Daarbij is ook het verschil in aanduiding van “Gog en Magog” bij Ezech. 38 en 39 en Ap. 20 reeds een punt van overweging, daar Ezechiel van een grote macht in het noorden spreekt en Ap. 20 van de volken van de vier einden der aarde. Maar doorslaggevend is uiteindelijk dat de profeet na de schildering van Gogs verraderlijke aanval en de vernietiging in het open veld door Gods (rechter)hand, nadrukkelijk zegt: …

  • ‘En die van het huis Israël zullen weten dat Ik, de HERE, Uw God ben, van die dag af en voortaan‘ (Ezech. 39:22)!
  • ‘Zeg daarom tegen het huis van Israël: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om u, huis van Israëls, maar om Mijn heilige Naam, die u ontheiligd hebt onder de heiden volken waarheen u gegaan bent. Ik zal Mijn grote Naam heiligen, die onder de heiden volken ontheiligd is, die u in hun midden ontheiligd hebt. Dan zullen de heiden volken weten dat Ik de HEERE ben, spreekt de Heere HEERE, als Ik in u voor hun ogen geheiligd wordt. Ik zal u uit de heiden volken halen en u uit alle landen bijeenbrengen. Dan zal Ik u naar uw land brengen … Dan zal Ik u een nieuw hart geven en een nieuwe geest in uw binnenste geven. Ik zal het hart van steen uit uw lichaam wegnemen en u een hart van vlees geven’ (Ezech. 36:22-26).

Het zijn deze uitspraken die onmogelijk van toepassing kan zijn op de “Gog en Magog” -volken van Ap. 20, want deze oorlog breekt uit aan het einde van het messiaanse rijk, waarin Israël geheel en al de HERE kent en dient. Uit Ezechiels visioen blijkt dat Israël, ofschoon in vrede en welvaart levend, tot op de invasie van Gog en Magog en de spectaculaire vernietiging (op de bergen van Israël) van deze geweldige macht door God, nog niet weet dat de HEER hun God is. Maar van die dag af zal Israëls het weten. En voortaan! Dat wil zeggen, na de spectaculaire ervaring met Gog en Magog zal Israël ook niet meer terugvallen in ongeloof of formalistische gebruiken, godsdienst. Dat houdt in dat de HEER na het gebeuren met Gog met Israël iets zal doen, waardoor Zijn volk Hem nooit meer zal verlaten. Ezechiel schets het herstel van Juda en Israël, beide “huizen”, als een proces in twee fasen: eerst vleselijk en dan een geestelijk herstel (Ezech. 37:1-28). Het is zeer aannemelijk dat met de vernietiging van Gog de ogen van het vleselijk Israël zullen opengaan, want van die dag af en voortaan zal Israël weten dat hun God de HERE is. Dan zal wellicht het moment zijn aangebroken dat de HERE van Israël van Zijn geest zal schenken (Joel 2:28-32; Hand. 2:16-21). We denken hier ook aan de 144.000 verzegelden uit de stammen Israëls, die expliciet zullen proclameren dat het ‘Koninkrijk der Hemelen’ nabij is (Matth. 3:2, 4:17, 10:7; Mark. 1:14,15; Luk. 10:9, 11, 21:31), zoals de Apocalyps vermeldt in hoofdstuk 7 in de verzen 1-8.

Zal Gog Jeruzalem aanvallen?

Gemotiveerd door een verlangen om Israëls economische bronnen (gas, petroleum, mineralen Dode zee) te plunderen, wordt over de invasie van Gog gezegd dat het een natie is “die op de navel der aarde woont” (Ezech. 38:12), en Ezechiel 5:5 gebruikt deze uitdrukking als verwijzing naar de heilige stad: “Dit is Jeruzalem. Midden onder de volken heb Ik het gesteld, met landen eromheen”. Volgend op dit idiomatische gebruik, staat in Tanhuma 106: “Israël ligt in het midden van de aarde en Jeruzalem ligt in het midden van het land Israël”. Het is echter moeilijk te bepalen of deze uitdrukking door de vijand gebruikt wordt om te spotten met Israëls vertrouwen gebaseerd op diens verkregen rijkdom, of als verwijzing dat het onderwerp van hun aanval Jeruzalem is. Bij dat eerste zou het gevoel kunnen zijn “[Israël] denkt dat het de beste van de wereld is”, een beschuldiging [jaloezie] die vandaag de dag door de vijanden van Israël gedaan wordt! Als het het tweede is, zou er misschien gezegd kunnen worden dat de bron van die rijkdom verbonden is aan de tempelberg. Hoewel een dergelijke discussie aantrekkelijk is in het licht van de huidige discussie over de strijd om de tempelberg, vindt het m.i. geen steun in de Bijbel. In Ezechiel 38:11 staat specifiek dat de aanval uitgevoerd wordt op “een land van dorpen … allen zonder muur, grendels of poorten”. Jeruzalem is echter de uitzondering, omdat het als sinds vroege tijden gekenmerkt wordt als een ommuurde stad met poorten, torens en wallen (Ps. 24:7, 48:12, 51:18, 100:4, 122:2,7; Jes. 62:6), een onderscheid dat vandaag de dag nog steeds gemaakt wordt wat de oude stad betreft. Verder, hoewel “de bergen Israëls” waar de indringers een nederlaag lijden (Ezech. 39:4, 38:21) de bergen die Jeruzalem omringen kunnen omvatten [in Judea, zuidelijk … als Hebron, Betlehem, Bethanie, Ai], bevinden deze bergen zich ook in het noordelijke deel van Israël [in Samaria, noordelijke deel … als Bethel, Silo, Sichem]. Aangzien de aanval “uit het verre noorden” komt (Ezech. 39:2), lijkt het aannemelijker dat de verwoesting plaatsvindt – “in de [noordelijke] bergen Israëls”. Deze bergen rondom Jeruzalem zijn in feite het “Bijbelse hartland” – Judea en Samaria (Shomron) genoemd, waar de aartsvaders Abraham, Izaak en Jakob de onvoorwaardelijke land beloften ontvingen (Gen. 12:6-7, 13:12,14-15, 15:7,18, 26:23-24, 28:13-14, 35:10) en sinds de Zesdaagse-oorlog van 1967 weer onder Israëlisch bestuur (Lev. 25:23).

Veiligheid, gerustheid … 

Als Israël in 1948 opnieuw gevestigd is als een natie, onthullen de profetieën dat Israël in die tijd niet alleen in het land is, maar dat ze ook heerst en regeert over het land. In Ezechiel 38:8 staat: ‘Na geruime tijd zult gij een bevel ontvangen; in toekomende jaren zult gij optrekken tegen het land dat zich van de krijg hersteld heeft, (een volk) dat uit het gebied van vele volken bijeengebracht is op de bergen Israëls die tot een blijvende wildernis waren geworden, maar het is uit de volken uitgeleid, allen wonen zij in gerustheid’. Vanuit dit vers zien we dat er na een wereldwijde terugkeer (de eerste fase) een “land dat zich van de krijg hersteld heeft” zal verrijzen. Dit is een omschrijving van de oprichting van een Joodse natie (een Israëlische staat) en de eerste vervulling van deze profetie kan de stichting van de moderne staat Israël in 1948 zijn geweest – de eerste keer dat Israël een onafhankelijke nationale eenheid was sinds de Romeinse periode. Het verband van dit vers met de terugkeer lijkt bevestigd te worden door de bewering dat de mensen er allemaal “in gerustheid” wonen. De Hebreeuwse term betach (“veiligheid, gerustheid”) verwijst naar Israëls vrijheid in het land (of dat nu in het duizendjarig rijk is of ervoor) en kan doelen op een veiligheid die te maken heeft met militaire kracht (kijk maar eens naar de moderne Hebreeuwse term bituhon, die “militaire zekerheid” betekent)!

Zeven maanden lang …

Zoals reeds is gezegd zal de invasie van Gog in Israël plaatsvinden voor de grote Verdrukking als omschreven in de Apocalyps. Al de bovenstaande omschrijvingen slaan op het hedendaagse Israel van 2014. Daarnaast lost dit tijdsmodel het probleem op van hoe Israël de overwonnen wapens en de gesneuvelden van Gog en zijn bondgenoten van de hand doet (Ezechiel 39:9-16). Volgens de Joodse wet moeten doden onmiddellijk begraven worden omdat dode lichamen een bron van rituele verontreiniging vormen. Maar vanwege het enorme aantal lijken zal de begrafenis “zeven maanden lang” duren (39:9). Als deze strijd tijdens de grote Verdrukking plaats zou vinden (zelfs tijdens de eerste 42 maanden van de 70e jaar week van het zogenaamde vredesverbond van drieën en een half jaar uit Daniel 9:27), zouden de mensen geen tijd hebben om deze laatste taak uit te voeren voordat de vervolging van de Antichrist de Israëlische bevolking de woestijn in drijft (Matth. 24:16-22; Ap. 12:6) of anderen dwingt om zich te verdedigen tegen zijn aanval op de heilige stad Jeruzalem (Zach. 12:7-8, 13:1, 14:2; Ap. 11:2). Als deze oorlog plaatsvindt voordat de grote Verdrukking begint, zou er genoeg tijd en vrijheid zijn om deze taak te volbrengen volgens de halachic voorschriften. Ongeacht het specifieke tijdstip (waarover later meer) van dit eschatologische conflict is het duidelijk dat deze oorlog zal plaatsvinden in het land Israël (Ezechiel 38:9-12, 24, 16, 18-19; 39:11) en specifiek “op de bergen van Israël” (Ezechiel 38:8; 39:2, 17). De indringers zijn een verbond van buitenlandse natiën die verre gaande militaire en economische belangen (olie, gas, petroleum) hebben, en komend vanuit “ver in het noorden” (Ezechiel 38:6, 15), het land van Gog, de grootvorst van Rosh, Mesech en Tubal (38:2-3). “Rosh” (een zelfstandig naamwoord) werd oorspronkelijk geassocieerd met de stam van Ros/Rus, die zijn naam ontleende aan een variëteit van topografisch gebieden die nu de Oekraïne en Rusland vormen. Op historische, geografische en toponomische gronden kan deze identificatie het best gemaakt worden met het huidige Russische volk en President P u t i n. Zelfs de naam Rusland lijkt af te stammen van de term Rosh zoals reeds omschreven! Daarom, ondanks de weerstand van sommige moderne critici tegen deze geventileerde mening, lijkt het erop dat de profetie van Ezechiel 38-39 een profetie van een Russische-alliantie de invasie van Israël vormt.

Een onontkoombare tijdslimiet … 

Als we ervan uitgaan dat de profetie aangaande de legermacht van Gog en Magog uit Ezechiel 38 en 39 moeilijk in te passen is in het stramien van de Apocalyps v.w.b. de hoofdstukken 1-22, en de “tijdslimiet” ten einde loopt voordat de “lossersakte” uit de Apocalyps wordt ontzegeld (Ap. 5:1-14 – 6:2) …  profeteert Ezechiel (tussen de jaren 590-570 voor onze jaartelling) juist over die volken die te kampen hebben met economische sancties en politieke instabiliteit in de regio van het Midden-Oosten. Dat kan verklaren waarom Rusland vandaag de dag in economisch opzicht zo afhankelijk is als landen zoals Iran (Perzië) en waarom de islam het Midden-Oosten in economisch opzicht overheerst door hun controle over de enorme olievoorraden, waar ook de westerse belangen liggen en Israël de kop van jut is in de strijd om Jeruzalem (vanaf 1967 tot … ) met de gebieden als Judea en Samaria (Shomron) die Judenrein moeten worden en er een zogenaamde Palestijnse staat moet worden uitgedokterd met als resultante terreur, moord en grote armoede! Uit de visioenen in de Apocalyps valt op te maken dat er in de hemelse gewesten als in de hemel zelf als de tijd “vol” is, de voorbereidingen worden getroffen in het openbaar worden van Jesjoea haMasjiach, die de Losser (Goel) van de kosmos is. Zoals er reeds in de Torah in het boek Leviticus op een duidelijke en bijzondere wijze gesproken wordt over het ‘jubeljaar’, dat 50e dat ná de 49 jaren (7x7x360=17.640=7 x2520) de 7 jaar weken (7×7 sabbatsjaren) manifest wordt in de ‘volheid’ van tijd. Zo’n gebeurtenis van een ‘jubeljaar’ valt in het jaar 2015 (5776)! [Het sabbatsjaar, shimita: betekent letterlijk: laten vallen, loslaten, neerwerpen. Het wordt ook wel shevittzevende genoemd. Het is het zevende jaar van de cyclus die God heeft opgedragen in de Torah voor het land Israël; in dat jaar moet het volk rust geven aan het land die God van tevoren heeft bepaald. We lezen hierover in het boek Leviticus hoofdstuk 25. Om de zeven jaar moet dit gebeuren, uitlopende in het jubeljaar, na zeven jaar weken. Zeven keer zeven is negenenveertig: het jaar daarna, het vijftigste is het jubeljaar. Zover is het echter niet in 2014]. En het is juist daar in het boek de Openbaring van Jezus Christus (Jesjoea haMasjiach) waar op een wonderbaarlijke wijze aangaande een stuk Mozaïsche wetgeving dit wordt weergegeven, dat ook in het stramien van het verlossingsproces voor wat betreft Israël en de volken zoals beschreven in deze Apocalyps wordt verduidelijkt (Lev. 25:8-10; Ap. 5:1-14). Het gaat dan om die met 7 zegels verzegelde “lossersakte” waarvan gezegd is dat niemand deze kan openen of inzien. Het de apostel Johannes is die een LAM ziet staan als geslacht, maar Die dan tegelijk de Leeuw uit de stam van Juda is en de Spruit van David blijkt te zijn, hetgeen in die zin ook alles te maken heeft met de nog altijd vacante troon in Jeruzalem (Ps. 2:8, 72:8; Luc. 21:24). En juist Hij is het Die waardig is om deze “lossersakte” (boekrol) te openen (Ap. 6:1), waar gesproken wordt over de 7 zegelen, de 7 bazuinen en de 7 schalen; waar volgens de Joods-Israëlische traditie 10 dagen na Rosh Hasjana (Lev. 23:23-24) het oordeel over de mens verzegeld wordt, dus aan het eind van Jom Kippoer en begint volgens het boek de Apocalyps de voltrekking van dat oordeel (Ap. 6:2 – 19:21). Een uitzonderlijke voorval doet zich straks voor wat naar profetische begrippen zich op Gods tijdklok dan ook nooit meer zal aandienen als het ‘duality principle’ (tweevoudigheid – Dan. 9:24-27) toegepast op de tijdspanne vanaf 7 juni 1967 tot aan de Jom Kippoer van 23 september 2015, als het gaat om de herovering en herbouw van de stad Jeruzalem. Tijdens de derde dag van Zesdaagse-oorlog op 7 juni 1967 viel zeer onverwachts na hevige gevechten de stad Jeruzalem weer in Joods-Israëlische handen. Dit vreugdevolle gebeuren werd na 2000 jaar ballingschap en met dank aan de ‘Eeuwige’ uitzinnig gevierd bij de klaagmuur en op ‘t Tempelplein; ‘welzalig het volk dat de klank van de ‘sjofar’ kent (Ps. 89:16). Het zijn de 7 x 7 jaar weken die in het zicht komen, aansturend op het ‘jubeljaar’ het 50e, 49 profetische jaren van 49 x 360 [7 x 2520] profetische dagen in een jaar en uitkomend op de 10 Tishri 5776 Jom Kippoer! (Lev. 25:8-10). Wijzen de recente ontwikkelingen in het Midden-Oosten niet op een ‘volheid’ van tijd! Was daar aan de vooravond van Rosh Hasjana op 29 september in 2008 al niet een vingerwijzing van de Eeuwige te zien op de beurs van Wall Street die op de monitoren van een index aangaven van -777.68! Dat daar nog 3 openstaande jaar weken van 3 x 7 jaar hun loop moeten krijgen te beginnen bij de 68e jaar week!

Een ander opmerkelijk gegeven zijn de 42 jaar die er liggen tussen de Jom Kippoer oorlog van 6 oktober 1973 en de Jom Kippoer van 23 september 2015. Het zijn de [3 x 14] 42 halte plaatsen uit Numeri 33. Ook het Nieuwe Testament kent dit passeren van de tijdsbarrière, weergegeven in het getal 42, bedoeld als overgang van de zevende – naar de achtste dag. We vinden deze structuur terug in het in het geboorte register, de wordingsgeschiedenis van Jeshoshua haMasjiach, zoals deze wordt beschreven in Mattheus 1. Hier ontdekken wij, parallel aan het Oude Testament (Tenach), een toch wel merkwaardige analogie inzake de verdeling van de 42 geslachten, in de  eveneens drie groepen van 14; Mattheus 1:1-17. Eén van de direct aansprekende gegevens bij een zorgvuldige beschouwing van het eerste vers is dat het woord David, vanuit het Hebreeuws ‘geliefde’ betekenend en linea recta met het Messiaanse geslacht verweven, eveneens wordt gevormd uit 3 stamletters die met elkaar het getal 14 weergeven: dawid [4 + 6 + 4 = 14]. David – de geliefde, is als persoon en koning van het volk Israëls (12 stammen), een directe heen wijzing naar Jesjoea haMasjiach als de komende Messias in de zevende dag (Matth. 3:16b-17, 4:17).

Zonder hier al te diep op in te gaan, wijs ik nog op het Hebreeuwse woord voor ster, kochab (2 + 20 + 20 = 42) welke opgebouwd uit drie stamletters als som het getal 42 weergeeft: …

  • ‘Ik zal hem zien, maar niet nu; ik zal hem aanschouwen, maar niet van nabij. Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen; hij zal de flanken van Moab verbrijzelen en alle zonen van Seth vernietigen’ (Num. 24:17; Ap. 22:16).

De 3 x 14  jaren die we onderscheiden in de actualiteit: …

  • 1973 – 1987 het uitbreken in december van de éérste Intifada oorlog (opstand) in Israël (1 x 14)
  • 1987 – 2001 de aanslag op 11 september op het World Trade Center de ‘Twin-Towers’ in New York, nu buiten het land Israël (2 x 14)
  • 2001 – 2015 een mondiaal omvattend gebeuren … maar gelijktijdig de proclamatie van het ‘Jubeljaar’ (3 x 14)

Een zeshaak of waw = 6 – 6

Buiten alle menselijke logica om zijn ook de wereldleiders van vandaag een schouwspel geworden voor de wereld en voor engelen en voor mensen (1 Kor. 4:9). Dat was alzo in de dagen van de aartsvaders Abraham, Izaak, en Jakob, van Mozes en van Daniel, van Paulus en Petrus en van de visionair Johannes op Patmos, en dit zal in toenemende mate het geval zijn in het laatste der dagen of ook wel eindtijd genoemd! Een opmerkelijke tekst aangaande ons onderwerp over het Gog en Magog gebeuren vinden we in Ezechiel 39:1-2 …

  • ‘Voorts, gij mensenkind! profeteer tegen Gog, en zeg: Zo zegt de Here HERE: Zie, Ik wil aan u, o Gog, hoofdvorst van Mesech en Tubal! En Ik zal u omwenden, en een zeshaak in u slaan, en u optrekken uit de zijden van het noorden, en Ik zal u brengen op de bergen Israels’.

De waw als zesde letter van het Hebreeuwse alphabeth heeft als getalswaarde, volgende op de hee als 5, het getal 6. Komende uit- en alleen te beschouwen vanuit het absolute heeft zij, weergegeven als letter in de wereld van de vorm, de betekenis van ‘haak’. De letter als woord is opgebouwd uit twee waw’s, waardoor tegelijkertijd het getal 6 als uiting van de dualiteit in de tijd wordt uitgedrukt en vastgelegd. Gezien de grote belangrijkheid van deze letter wat betreft haar symbolische weergave, uitgedrukt door middel van de vorm in de tijd, mag hier zeker niet aan willekeur, toeval of weergave vanuit een uitsluitend historische verleden worden gedacht. Wanneer wij nu terugkeren naar de Bijbel als een rechtstreeks aan de mens door God geopenbaard gegeven, dan worden wij door het scheppingsgebeuren direct met het getal 6 geconfronteerd. Niet alleen de schepping in zijn materiële verschijningsvorm is door de 6 bepaald, ook de mens Adam en Eva worden door hun vormwording, hun geschapen zijn uit het stof der aarde op de zesde dag, door het getal 6 gekenmerkt. Als eindfase en hoogste vorm van de schepping wordt de mens door zijn ontstaan in de zesde dag als het ware door de 6 getekend. Wij zien echter dat niet alleen in zijn wording als mens, maar ook zijn eindfase als ‘de’ mens door de 6 wordt weergegeven: …

  • ‘En God zeide: Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis, opdat zij heersen over de vissen der zee en over het gevogelte des hemels en over het vee en over de gehele aarde en over al het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt. Toen was het avond geweest en het was morgen geweest: DE ZESDE DAG! (Gen. 1:26-31).
  • ‘En het maakt dat aan allen, de kleinen en de groten, de rijken en de armen, de vrijen en de slaven, een merkteken gegeven wordt op hun rechterhand of op hun voorhoofd – want het is een getal van een ‘mens’, en zijn getal is ZESHONDERD ZES EN ZESTIG! (Ap. 13:16-18).

Zo zien wij het getal 6 als uitdrukking van de vormwording van de mens, zo is de 60 (6 in de tientallen) verwant met de letter samech wat ‘slang’ betekent, terwijl de 600 als uitdrukking van het buiten tijdruimtelijke, in combinatie met de beide eerstgenoemde getallen wordt terug gevonden in de gestalte van de antichrist tijdens de eindtijd (Ap. 13:1-2, 14-18). Zie ook teksten als: Ex. 12:37, Ex. 14:7 (5-8); Ap. 13:12-13, 19:19-20. Het Hebreeuwse woord voor ‘dak’ is gag (3-3) en stam-verwant aan het woord Gog (en Magog), begrippen die in verband met de eindtijd een geweldige betekenis bezitten. Beide woorden, Gog en Magog hebben vanuit het Hebreeuws als getalswaarde het getal 70, wat een weergave is van grote veelheid [70 = gog 3-6-3 magog 3-6-3-40-6]. Het wijst hier in de eerste plaats op het afgesloten zijn van de wereld van God. Dak dat als beeld vanuit het absolute de mens in het huis van de wereld (beth = huis) scheidt van de bestaande andere kant.  Wij zien tenslotte hoe deze ‘dak volkeren’ vanuit de ongelimiteerde zekerheid van hun mens-zijn, optrekken tegen God als demonstratie van het niet erkennen van het wezenlijke, geopenbaard in het volk van Israël als drager van de beloften Gods: …

  • ‘Gij zult dan komen uit uw plaats, uit de zijden van het noorden, gij en vele volken met u; die altemaal op paarden zullen rijden, een grote vergadering, en een machtig heir; En gij zult optrekken tegen Mijn volk Israel, als een wolk, om het land te bedekken; in het laatst der dagen zal het geschieden’ (Ezech. 38:15-16a).

Opmerkelijk hoe God zelf, zoals eens in Egypte, deze volkeren in hun hoogmoed gebruikt om de wereld van de realiteit van zijn bestaan te overtuigen: …

  • ‘Toen Israël uit Egypte trok, het huis van Jakob uit een volk van vreemde taal, werd Juda Zijn heiligdom, Israël Zijn koninklijk bezit. De zee zag het en vluchtte, Jordaan deinsde achteruit, de bergen sprongen op als rammen, de heuvels als lammeren. Wat was er, zee, dat u vluchtte, Jordaan, dat u achteruit deinsde? Wat was er, bergen, dat u opsprong als rammen, en u, heuvels, als lammeren? Beef, aarde, voor het aangezicht van de Heere, voor het aangezicht van de God van Jacob, Die de rots veranderde in een waterplas, hard gesteente in een waterbron’ (Psalm 114:1-8).
  • Zo zal Ik Mijn grootheid tonen en Mij heiligen en voor de ogen van vele heiden volken bekend worden. Dan zullen zij weten dat Ik de HEERE ben‘ (Ezechiel 38:23).
  • Ik zal Mijn heerlijkheid onder de heiden volken laten blijken. Alle heiden volken zullen Mijn oordeel zien dat Ik geveld heb, en Mijn hand, die Ik op hen gelegd heb. Dan zullen zij die van het huis van Israël zijn, weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, vanaf die dag en daarna’ (Ezechiel 39:21-22).  

Hij doet dat met de zeshaak, duidelijk aantonend hoe hier de waw (6-6) als ‘haak’ als de 6, het getal van de mens, tegen de mens wordt gebruikt. Een belangrijk maar nu Nieuw-Testamentisch gegeven vinden wij in Lucas 23:44-46 waarin de Verlosser, zonder enige gestalte en luister en schijnbaar overwonnen, juist blijkt de krachten van het materiële te hebben overwonnen. door het plaatsvervangende sterven, onderstreept door de woorden ‘het is volbracht‘, heeft de mens de door God zelf aangeboden mogelijkheid ontvangen de verbinding met zijn Levensbron voor eeuwig te herstellen: …

  • Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jesjoea haMasjiach‘ (Rom. 5:1).

In Lucas 23 wordt de overgang van de wereld naar Wereld gemarkeerd door het getal 6 (de ‘waw’ 6-6), waarbij de duisternis van de zesde tot de negende ure, de vrucht van het nieuwe opstandingsleven wordt geboren!

Dakvolkeren …

Het Loofhuttenfeest (Soekkot) is in de TENACH het feest van de verwachting van de komst van het Messiaanse rijk, en in het Nieuwe Testament (Verbond) geciteerd als het 1000 jarig rijk, waar de Apocalyps over spreekt (Ap. 20:2,3,7). Zo is het Messiaanse rijk in het verhaal van het getal (symboliek van het Hebreeuws), de som, de samenvoeging van wat zich primair in abstracte vorm als de I + 2 + 3 + 4 = 10 weergaf, waarbij dit gegeven nu vanuit een meer concrete – bij onze wereld behorende vorm zich opnieuw openbaart als de 100 + 200 + 300 + 400 = 1000, de aleph is I; de eleph is 1000. Dit Messiaanse rijk [Davidisch rijk – Hand. 15:15-18] het Koninkrijk der hemelen dat hier als een fase wordt getoond, om tenslotte te worden ingelijfd in de alles omvattende Eénheid van het Koninkrijk Gods (2 Petr. 3:12), zal alleen verwerkelijkt worden, als de volkeren der wereld erkennen dat er geen andere god is dan de God van Israël. Een aanzet van dit erkennen zal het gebeuren zijn dat plaatsvindt met de spectaculaire vernietiging van Gog en Magog op de bergen van Israël (Ezech. 39:7). Voor het vieren van Soekkot het Loofhuttenfeest mogen alle volkeren opgaan naar Jeruzalem. Door het licht doorlatende open dak van de loofhut is de hemel te zien, hetgeen een herinnering is aan de woestijntijd. Toen werd het volk overdag  begeleid door een schaduw gevende wolk en ‘s nachts door een vuurkolom. Maar niet iedereen is er van gediend, dat God bij hem kan binnenkijken door het licht doorlatende dak. Sommigen mensen [politici] hebben nu eenmaal wat te verbergen. Er ontstaat principiële tegenstand tegen deze opendakpolitiek. Die tegenstand komt van de aanhangers van een politiek met een gesloten dak. Het Hebreeuwse woord voor ‘gesloten dak’ zoals reeds genoemd is gag. Dit woord voor ‘gesloten dak’ klinkt door in de namen Gog en Magog. Het volk[eren] van de dichte daken, de dakendichter is, is Magog. De prins van het dichtedakvolk is Gog. Deze mythische vijand uit het verre noorden (38:6) geldt als de principiële tegenstander van Israël tijden het Loofhuttenfeest. Op de sjabbat tijden het Loofhuttenfeest wordt over Gog en Magog gelezen uit Ezechiel 38 en 39. Naar een zelfde soort strijd was al verwezen op de eerste dag van het feest. Want al eindigt Zacharja 14 met het optrekken van alle volken naar Jeruzalem om Soekkot te vieren, het begint in Zacharja 14:2 met het vijandige optrekken van de volkeren tegen Jeruzalem! Dus twee principes staan hier dus duidelijk als tegenstellingen tegenover elkaar: …

  1. Het open dak … als een heen wijzing naar de God van Israël
  2. Het gesloten dak … als een heen wijzing naar de afgoden der volkeren

In het profetisch perspectief hiervan zien we in het laatste der dagen het volgende manifest worden, hoe deze ‘gag’ dak-volkeren als Gog en Magog, een alliantie van islamitische volken, vanuit hun gesloten dakpolitiek, en er slechts vanuit het tijd-ruimtelijke causale gedachtegoed gehandeld wordt, deze ‘dak-volkeren’ (Ezechiel 38 en 39) met hun ongelimiteerde zekerheid van hun mens- zijn optrekken tegen de God van Israël als demonstratie van het niet erkennen van het wezenlijke, geopenbaard in de taal van de ‘overkant’ [het Hebreeuws], in het volk Israël als drager van Gods belofte(n) die werden toegezegd aan de aartsvaders[moeders] Abraham, Izaak en Jacob. Het gevaar uit het Noorden … De kracht van het lichamelijke, van de ontwikkeling, is in het noorden gelegen. De overrompeling met de lichaamskracht, met de materiële ontwikkeling, komt uit het noorden. Daarom dus wordt het offerdier juist op die plaats gedood, wordt de cirkel doorbroken op de plaats van de sterkste kracht en de meest serieuze wil tot verdere ontwikkeling van die kracht. Aan de noord-zijde wordt het dier, las het behoort tot de categorie der belangrijke offers, gedood, en het bloed wordt nu gebracht naar de zuid-zijde en tegen de hoeken van het altaar gegoten. Zo vergaat het straks deze dak-volkeren, hun kracht neemt af, daar zij elkaars vernietigende tegenpolen worden, de tweeheid, de tegenstelling: …

  • ‘Op Mijn bergen zal Ik een zwaard tegen hem oproepen, spreekt de Heere HEERE. Ieders zwaard zal tegen zijn beroerder zijn’ (Ezech. 38:21).

Het Hebreeuwse woord voor noorden is tsafon (90-80-6-50) en het verbergen is tsafan (90-80-50), als iets verbergen onder een gesloten dak! Het gevaar voor Israël komt dikwijls uit het noorden, ook nu lijkt dat het geval bij Israël noordelijke grens, denk aan de tienduizenden raketten die in de Libanon staan opgesteld. Of de nog noordelijker gelegen streken als Beth-togarma, Tubal en Mesech, en in een rechte lijn ligt boven Jerushalajim (10-200-6-300-30-10-40), de stad Meseq/Moskou.

Rusland in de eindtijd …

Als je de wereldkaart bekijkt springt één land onmiddellijk in het oog: Rusland. Een land dat zich uitstrekt van Wladivostok aan de Grote Ocean tot Moermansk aan de Atlantische Oceaan. Voor 1991 besloeg de Sovjet-Unie een nog veel groter gebied. De Oostzeestaten, Wit Rusland en de Oekraïne, de Kaukasus en Centraal Azië behoorden ook tot het land. De plaats op de wereldkaart was nog dominanter.

In de tijd van de bijbel bestond er geen georganiseerde natie in het gebied van het huidige Rusland. De Scythen en andere stammen bevolkten het uitgestrekte gebied van het huidige Rusland. Pas ten tijde van de Vikingen werd door hen in 882 het Rijk van Kiew gesticht. Dit was het eerste Russische Rijk en zij onderhield een goede verstandhouding met het Oost Romeinse Rijk. Door deze staat beheersten de alomtegenwoordige Vikingers de rivieren door Rusland. De term ROES komt dan ook van de Vikingers vandaan.

Het sterke Rijk van Kiew werd in de jaren 1236-1242 volkomen vernietigd door de grote invasie van de Mongolen. Zij verwoesten het gehele gebied en namen het op in hun gigantische rijk dat ook Siberië, Centraal Azië en China omvatte. De Mongoolse tijd maakte Rusland ten opzichte van West-Europa een achterlijk land. Een middenklasse kwam echt nooit goed van de grond. Het bleef eeuwenlang een land van arme boeren en rijke adel en niets daartussen. De tijden van falende economische wanverhoudingen in Rusland zijn deels terug te voeren tot de Mongoolse tijd. In de eindtijd is een plundertocht naar het Midden-Oosten noodzakelijk om in de behoeften te voorzien.

In 1480 maakte het vorstendom Moskovie, met als hoofdstad Moskou zich vrij van het Mongoolse juk. In de periode tot 1425 had Moskou al de vorstendommen in haar omgeving onderworpen. Opmerkelijk is de pretentie van Moskou reeds in die dagen dat het “het derde Rome” was, na Rome en Constantinopol. Na de val van Constantinopol in 1453 in handen van de Ottomaanse Turken werd Moskou de zetel van de Oosters-Orthodoxe kerk en erfde het Romeinse keizerschap. Tsaar betekent ook keizer.

Nu begon het met een eeuwenlange opmerkelijke expansie. In de 16e eeuw werd het gebied van de Oeral ingenomen. In de 17e eeuw werd geheel Siberië Russisch. Hier woonden in die tijd nauwelijks mensen. In deze tijd was Rusland een geïsoleerd land dat geen contact had met West-Europa. Polen en Zweden waren sterke vijandige landen die dit contact verhinderden. In het zuiden was het Ottomaanse Rijk een belangrijke tegenstander. Naar het Oosten kon het vrij expanderen tot de grenzen van China. Peter de Grote doorbrak het isolement en maakte banden met het westen en en hervormde Rusland. De hoofdstad werd naar het westen verplaatst, naar het pas gestichte St. Petersburg. De 18e eeuw leidde successievelijk tot het verdrijven van de Zweden uit het Oostzeegebied, de Turken uit het gebied ten noorden van de Zwarte Zee en de vernietiging van Polen. Opnieuw een enorme gebiedsuitbreiding dit keer naar het westen. Rusland was een grote mogendheid geworden!

De Russen speelden in de tijd van Napoleon een belangrijk rol in Europa. Zij steunden de Oostenrijkers en de Pruisen in hun strijd met Napoleon. Uiteindelijk brachten zij Napoleon door het mislukken van zijn veldtocht naar Moskou in 1812 de beslissende nederlaag toe. De overwinning op Napoleon werd beloond met Finland. Inmiddels was het Kaukasusgebied op de Turken veroverd en hadden de Russen in Amerika Alaska gekoloniseerd. (Het is tegenwoordig moeilijk voor te stellen dat het Amerikaanse Oregon in die tijd betwist gebied werd tussen Spanje en Rusland). In die dagen waren de Russische tsaren op het toppunt van hun macht. Op het Wener Congres werd door hen zelfs voorgesteld het zojuist opgerichte revolutionaire Amerika in een gezamenlijke veldtocht te verslaan. Waardoor na de Franse revolutie ook deze revolutie de kop in werd gedrukt en de vorsten van Europa rustig op hun troon konden blijven zitten.

In de 19e eeuw zetten de Russen opnieuw een verdere expansie in. Doel was dit keer de havens te verkrijgen aan warm water. Het land lag ondanks zijn omvang nog steeds geïsoleerd. Nu zien we ook dat Rusland zich meer naar het zuiden in de richting van het Midden-Oosten gaat uitbreiden. In het westen is het gestoten op Pruisen en Oostenrijk, in het oosten komen de Verenigde Staten op die in 1867 Alaska kopen.

In deze eeuw wordt Centraal-Azië onderworpen. De Russen dringen op tot in Afghanistan en worden rivalen van de Britten die vanuit Brits-Indië expanderen. Met succes slagen de Britten erin de Russen van de Indische oceaan weg te houden. Ook vallen delen van China onder de Russische invloedssfeer.

Op de Balkan proberen de Russen in een serie oorlogen met de Turken uiteindelijk Constantinopol in handen te krijgen, deze stad was sinds 1453 de hoofdstad van het grote Ottomaanse Rijk dat het hele Midden-Oosten bezet hield. Deze stad beheerst de toegang tot de Zwarte Zee. Ook hier zaten de Engelsen de Russen dwars, zij wilden zelf de Middellandse Zee beheersen als hun toegangsweg naar Brits-Indië. Samen met de Fransen voerden zij in de jaren 1853 tot 1856 de Krimoorlog tegen de Russen om de Russische opmars tegen Turkije rond de Zwarte Zee een halt toe te roepen. De bewegingen van de Russen naar het zuiden in die tijd werden ook door eindtijd onderzoekers nauwlettend gevolgd. Was deze drang een voorbode van een veel grotere poging van de Russen om uiteindelijk het gehele Midden-Oosten in handen te krijgen? Dit in een periode waarin de eerste Joden terug keerden naar het heilige land.

Het grote Rusland kende nog steeds grote problemen. Het grootste deel van de bevolking was rechteloos. Boeren waren lijfeigenen van de adel. De economische problemen waren talrijk. De Joden werden vaak als uitlaatklep van deze spanningen ingezet door de regering. Er werden pogroms georganiseerd in Joodse wijken. Vele honderdduizenden Joden vertrokken uit Rusland via Rotterdam naar Amerika en het beloofde land. De nederlaag tegen Japan in 1905 liet zien dat Rusland over zijn hoogtepunt heen was. De revolutie diende zich steeds meer aan.

Eerste Wereldoorlog: revolutie in Rusland …

Ook Oostenrijk-Hongarije was beducht voor het voortschrijden van de Russische macht. Met name het pan-Slavisme, het Russische streven om alle Slavische volkeren in één rijk te verenigen, stond op gespannen voet met de belangen van de Donau-Monarchie. Deze spanning leidde tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Deze oorlog kende meer verliezers dan winnaars. Het Ottomaanse Rijk werd aan het einde van deze oorlog verdeeld waardoor de huidige landen van het Midden-Oosten ontstonden. De Joden kregen door de verklaring van Lord Balfour zicht op een nationaal tehuis in Israël.

Voor Rusland betekende de Eerste Wereldoorlog een nieuwe beproeving. Ondanks belangrijke successen tegen Oostenrijk moest het leger Polen in 1915 prijsgeven. Het was nauwelijks in staat de troepen aan het front van de nodige voorraden te voorzien. De omstandigheden voor de bevolking gingen door de oorlogssituatie nog meer achteruit. In februari 1917 viel het bewind van de tsaar, in oktober 1917 werd het nieuwe bewind op zijn beurt verjaagd door de communistische onder Lenin. Dezen sloten in maart 1918 vrede met Duitsland in Brest-Litovsk. Zij gaven daarbij veel terrein in het westen op. Dit moest wel omdat het land in staat van burgeroorlog verkeerde tussen de bolsjewieken en hun tegenstanders, de Witten. Hierdoor konden de Duitsers ongehinderd de Oekraïne bezetten.

De burgeroorlog duurde tot 1922. Opnieuw vielen miljoenen slachtoffers en sloeg de honger genadeloos toe. De communisten wonnen de strijd tegen de Witten. Rusland was het bolwerk geworden van het wereldcommunisme. Met grote inzet begonnen de Russen eerst onder Lenin en daarna onder Stalin met de technische modernisering van hun land, dat nu de Sovjet-Unie heette. Deze naam liet zien dat naast Rusland ook andere “Sovjetrepublieken” aan het rijk konden worden toegevoegd. Uitgezonderd Polen, de Baltische staten en Finland omvatte dit land alle gebieden van het Tsaristische Rusland. Na de geforceerde modernisering, die ten koste ging van vele levens van dwangarbeiders, was de Sovjet-Unie opnieuw een grote mogendheid geworden, die spoedig van zich zou doen spreken in de Tweede Wereldoorlog.

1939: Het Molotov-Ribbentrop pact …

Een andere verliezer van de Eerste Wereldoorlog was Duitsland. Het land werd door het verdrag van Versailles zwaar vernederd door Frankrijk en Engeland. In 1933 namen de nationaal-socialisten de macht over in een Duitsland gevoerd door de frustratie van Versailles. Hitler moest niets hebben van het communisme en had als ideaal Oost Europa te veroveren voor de Duitsers. Dit moest echter wachten totdat stuk voor stuk alle gebieden waar Duitsers woonden aan het “Groot Duitse Rijk” waren toegevoegd.

Frankrijk en Engeland die zware verliezen hadden geleden in de Eerste Wereldoorlog hadden geen zin in een nieuwe oorlog met Duitsland en lieten Hitler aanvankelijk begaan. Toen Tsjecho-Slowakije aan de beurt was, leek voor Frankrijk, Engeland en Rusland de maat vol. Dit land zou niet worden prijsgegeven aan de nazi’s. In München werd in augustus 1938 echter toch een akkoord bereikt tussen Frankrijk, Engeland en Duitsland over de Duitsers in Tsjechië. Sudetenland werd aan Duitsland toegevoegd, de rest van Tsjecho-Slowakije kreeg garanties van Engeland en Frankrijk. De rest werd echter, tegen de afspraken in, in maart 1939 door Duitsland “op verzoek van de Tsjechische president” bezet. In München was Rusland niet uitgenodigd. Stalin voelde zich daardoor verraden door het westen.

Het volgende doel van Hitler was Polen. Hier gaven de Britten en Fransen geen krimp. De “corridor” en Dantzig werden niet opgegeven. Een aantal maanden bleef het rustig. In die maanden werden door de ministers van buitenlandse zaken van Rusland en Duitsland, Molotov en Ribbentrop in het diepste geheim onderhandeld. Er kwam een complot tot stand dat miljoenen het leven zou kosten. Beide verliezers van de Eerste Wereldoorlog hadden besloten alle landen, die na die oorlog tussen hen waren ontstaan, onderling te verdelen. De Baltische staten en Oost Polen kwamen aan Rusland. West-Polen en Warschau aan Duitsland. Dit stond in een geheim onderdeel. Publiekelijk was het Molotov-Ribbentrop Pakt een non-agressie verdrag tussen de beide mogendheden.

Nu had Hitler de handen vrij om Polen aan te vallen, hetgeen op 1 september 1939 gebeurde. Frankrijk en Engeland verklaarden Duitsland de oorlog. De Tweede Wereldoorlog was begonnen. Op 17 september 1939 bezetten de Sovjets Oost- Polen. In 1940 volgden de Baltische staten, Estland, Letland en Litouwen. Het lot van de door Russen bezette gebieden was aanvankelijk wreder dan de Duitse bezetting van West-Polen. De leidinggevende  klasse werd verbannen naar Siberië of gedood.

In november 1939 viel Rusland Finland binnen met als doel een aantal grensgebieden in handen te krijgen. Deze aanval verliep aanvankelijk slecht voor de Russen. De moedige Finnen vernietigden een aantal Russische divisies. De Fransen en Britten probeerden Finland te helpen, maar de verbindingen met dit land waren slecht. Toch kwam het ondanks het Russische optreden niet tot een oorlog tussen Frankrijk en Engeland en Rusland. Finland sloot in maart 1940 een wapenstilstand met de Russen. In mei en juni 1940 werd West-Europa door de Duitsers bezet. Frankrijk sloot een wapenstilstand met Duitsland. Engeland vocht alleen door. Italië had inmiddels ook de kant van de Duitsers gekozen en was de strijd aangegaan met de Britten.

Hitler probeerde Rusland ertoe te bewegen naar het zuiden aan te vallen richting het Midden-Oosten, Perzië en India. Dit zou hen in conflict brengen met de Engelsen. Als de samenwerking tussen Duitsland, Italië en Rusland had doorgezet, kwam er een constellatie tot stand die vrijwel geheel overeenkwam met die genoemd in Ezechiel 38. Immers Italië bezat in Afrika Ethiopië en Libië als kolonie en Perzië was pro-Duits. Als deze keten de Joodse kolonisten in Israël had aangevallen, dan werd het heel moeilijk om dit tegen te houden buiten Gods hulp.

Het was echter nog niet zover. Rusland had meer interesse in de Roemeense provincie Bessarabië dan in een opmars tegen de Britten richting de Indische Oceaan, zoals het van plan was in de negentiende eeuw. dit ergerde Hitler; hij sloot een bondgenootschap met Roemenië en besloot om Rusland aan te vallen. Het Molotov-Ribbentrop pact werd door Duitsland geschonden. De Russisch-Duitse samenwerking was van korte duur geweest, maar was van ingrijpende invloed.

1941-1945: Oorlog met Duitsland …

Op 22 juni 1941 vielen de Duitsers en hun bondgenoten massaal Rusland aan. De samenwerking was ten einde. Rusland had Frankrijk en Engeland in de steek gelaten en werd nu door de Duitsers bedrogen. Het stond er de komende drie jaar praktisch alleen voor tegen de Duitsers. In de eerste maanden veroverden de Duitsers de Baltische staten, Wit Rusland en de Oekraïne. Meteen na de verovering van deze gebieden werden veel Joden door SS-Einsatzgruppen bijeengedreven en vermoord, daarbij vaak bijgestaan door de plaatselijke bevolking. Zo bleven de Joden in Israel veilig, maar werden de Joden in Europa op afschuwelijke wijze vervolgd. Zes miljoen Joden kwamen in Europa om het leven.

De Sovjet legers leden in de eerste maanden miljoenenverliezen tijdens de omsingelingsslagen die de Duitsers wonnen. De Duitsers werden op 5 december 1941 echter door de Russen verdreven voor de poorten van Moskou. Hun spion in Japan was achter de plannen voor de aanval op de VS gekomen en zodoende konden divisies uit Siberië worden weggehaald om een tegenaanval te doen. In de zomer van 1942 volgde een nieuwe Duitse stormloop in de richting van Stalingrad en de Kaukasus. De slijtageslag in Stalingrad eindigde in een belangrijke overwinning voor de Russen die het Duitse zesde leger van 330.000 man omsingelde en vernietigden. De Russen hadden in deze slag echter bijna een miljoen man verloren. Hoe zwaar de verliezen ook waren, de Russen konden deze vervangen en de Duitsers niet. In de zomer van 1943 zetten de Duitsers hun laatste grote offensief in tegen Koersk. Deze slag liep dood tegen een Russische meerderheid. De Russische zware industrie was achter de Oeral weer opgebouwd en bleek in staat geweest te zijn veel meer tanks te produceren dan de Duitsers. Een opmerkelijke prestatie voor een relatief “achterlijk” land als Rusland.

Dit was het definitieve keerpunt voor de strijd aan het oostfront. De verliezen bij de Duitsers stegen. De meerderheid van de Sovjets groeide voortdurend. Fasegewijs trokken zij nu naar het westen en veroverden uiteindelijk Berlijn in mei 1945. Toen hadden de Russen een gebied in handen tot de Elbe. Oost-Duitsland, Tsjecho-Slowakije, Polen, Hongarije, Roemenië en Bulgarije werden satellietstaten van de Sovjet-Unie. De Baltische landen werden helemaal opgeslokt.

Nog even leek aan het eind van de oorlog Rusland een mindere grootmacht te zijn. De VS zetten namelijk de atoombom in tegen Japan. Hierdoor hadden de VS in feite de hegemonie over de wereld. Binnen een paar jaar hadden de Russische geleerden ook deze achterstand weggewerkt. We zien dus dat ten koste van een enorm aantal mensenlevens (naar schatting 20 miljoen Russen verloren het leven in WO II) de Sovjet-Unie uitgroeide tot de tweede grote wereldmacht. Engeland en Frankrijk verzwakten door WO II en de dekolonisatie die daarop volgde tot tweederangs mogendheden.

1948-1989: Koude oorlog …

De periode van de Koude oorlog brak aan. Door het risico van een atoomoorlog, kwam het niet tot een regelrechte oorlog tussen het westen en de Sovjet-Unie. Wel probeerde de Sovjet-Unie haar invloedssfeer verder uit te breiden. In 1949 werd een belangrijk succes geboekt door de overwinning in China van de communisten. De VS formeerde een keten van bondgenootschappen, die de Sovjet-Unie en China in moest dijken.

Met de Suez Crisis van 1956 zien we dat de Sovjet-Unie er in slaagde om met Egypte een belangrijke vriendschap op te bouwen, gevolgd door een aantal andere Arabische landen als Syrië en Irak. De VS leunen in deze regio op Israel, Jordanië, Saoedi-Arabië, Turkije en Perzië.

In de zeventiger jaren verlaat Egypte het Russische kamp en gaat een meer pro-westerse koers varen. Het wordt de belangrijkste Arabische bondgenoot van de VS. Het sluit zelfs vrede met Israël in 1979. Nu moet de Sovjet-Unie andere bondgenoten zoeken. Zo ontstaat in die periode een verzameling van radicale landen, die sterk overeenkomt met het bondgenootschap van Ezechiel 38. Laten we het rijtje eens aftikken.

Libië:

De Kolonel Moeammar El Khadaffi neemt in 1970 het bewind van koning Idris over. Zijn grote voorbeeld is Nasser van Egypte. De sovjets hebben er een radicale medestrijder bij. Khadaffi schrikt niet terug voor het steunen van terreur zoals aanslagen op Amerikaanse doelen in Europa en de aanslag op het vliegtuig boven Lockerbie. De aanvallen van de VS in 1986 (waarbij een dochter van Khadaffi omkomt) brengen het land tot een minder extreme koers.

Algerije:

Sinds de onafhankelijkheid in 1962 heeft het land een linkse dictatuur en goede banden met Moskou.

Ethiopië: 

In 1974 wordt de pro-westerse keizer Haile Selassie verdreven van de troon in Ethiopië. Opvolger Mengistu Haile Mariam vestigt een communistische dictatuur die volledig leunt op Moskou. Buurland Somalië is op dat moment al een Sovjet-bondgenoot. In 1978 valt Somalië Ethiopië binnen om de door Somali’s bewoonde Ogaden woestijn te veroveren. Dit dwingt Moskou tot een keuze. Zij kiezen voor Addis Abeba. Met Cubaanse steun worden de Somaliërs in 1979 verjaagd. Somalië kiest op haar beurt voor het westen.

Soedan:

Soedan is in deze periode sterk georiënteerd op Egypte. Ook zij gaan na een radicale periode een gematigde koers volgen onder president Numeiry. Soedan steunt de verzetsstrijd in Eritrea tegen Ethiopië.

Iran:

Het meest opmerkelijke is het verloop in Iran. De sjah wordt in 1979 verdreven door een opstand van radicale Sjiitische moslims onder leiding van Chomeini. De staat wordt een radicale islamitische republiek. Die, in tegenstelling tot de sjah, vijandig is ten opzichte van Israël en het westen. Hierdoor moet het qua bewapening meer leunen op Moskou met wie het redelijke banden ontwikkelt (ondanks het uitroeien van de communistische Toedeh partij).

Gomer/Turkije:

Oost-Duitsland rust onder het Sovjet juk. West-Duitsland is een NAVO lid, evenals Turkije.

Togarmah:

De Oekraïne en Armenië zijn allebei lid van de Sovjet-Unie.

Samenvattend zien we een opmerkelijke ontwikkeling in de zeventiger jaren richting de constellatie van Ezechiel 38-39. Dit, gevoegd bij een aantal Bijbelse argumenten, levert het beeld op dat de aanval van de Sovjet-Unie op Israël het volgende profetische gebeuren zou gaan worden na de stichting van de staat Israël in 1948. In feite bleek deze opmars aanstaande te zijn. In 1982 vonden de Israëli’s bij hun inval in Libanon een gigantische ondergrondse wapenvoorraad van de Russen bij de stad Sidon. Deze was voldoende om een half miljoen man uit te rusten. In zijn boek “Magog 1982″, cancelled!” stelt dr. Allen Lewis dan ook dat de invasie in Libanon een Russische invasie wellicht voorkomen heeft.

1989-1991: De val van de Sovjet-Unie …

De Sovjet-Unie was een militaire reus maar een economische dwerg. Toen Reagan in het begin van de jaren tachtig de bewapening van de VS ging opvoeren kon de Sovjet-Unie niet volgen. De planeconomie was niet in staat deze inspanning te leveren. Vandaar dat Gorbatsjov streefde naar hervorming en openheid om de economie te versterken en via ontspanning de bewapeningswedloop af te remmen. Hij bracht echter een aantal krachten in beweging die niet meer waren te stoppen. Te beginnen met Hongarije en Polen werden de communistische bewinden gedemocratiseerd. Er was een gat gekomen in het IJzeren Gordijn. Nu Oost-Duitsers zo naar buiten konden vluchten, kwam ook daar de zaak in beweging. Oost-Duitsland moest toegeven, op 9 november 1989 (precies 50 jaar na de kristalnacht!) viel de Berlijnse muur. Duitsland mocht weer één land worden.

Daarna vielen snel de andere dominostenen: Tsjecho-Slowakije, Bulgarije en Roemenië. Het pact van Warschau werd opgeheven.

Het aftakelingsproces hield even halt aan de grenzen van de Sovjet-Unie. Wel werd het roerig in Litouwen en de Kaukasus. In augustus 1991 volgde een staatsgreep van een aantal reactionaire communisten tegen Gorbatsjov. De coup verloor snel aan kracht. Jeltsin, leider van de deelrepubliek Rusland speelde bij het neerslaan van de coup een belangrijke rol. Hij leidde het proces naar een niet communistische toekomst dat zich snel voltrok. Alle staten binnen de Sovjet-Unie kregen zelfstandigheid. Wel gingen zij economische en militair samenwerken in het GOS (Gemenebest van Onafhankelijke Staten). Georgië wilde eerst geen deel uitmaken van het GOS, maar werd door de steun van de Russen aan opstandelingen in de republiek tot aansluiting verplicht.

Door het uiteenvallen van de Sovjet-macht, verloren ook de buitenposten hun ondersteuning. De regimes moesten het nu zelf zien te redden. In mei 1991 viel het communistische regime in Ethiopië. Het pro-Russische bewind in Afghanistan had zich sinds het vertrek van de Russische troepen in 1988 opmerkelijk goed staande weten te houden tegen de aanvallen van de Moejaheddin. Zij viel pas in het voorjaar van 1992 als een van de laatste domino’s.

De val van de Sovjet-Unie was een van de belangrijkste gebeurtenissen van de twintigste eeuw. Het wordt ook wel het eindpunt van deze eeuw genoemd, net zoals 1914 het eindpunt was van de negentiende eeuw. Er begon een tijd waarin de diverse landen hun eigen koers gingen varen en waarin het westen oppermachtig was maar deze positie niet uitbuitte om haar wil op te leggen aan de rest van de wereld.

De ontwikkelingen binnen Gog’s bondgenootschap in de jaren 1991-2001 …

Het uiteenvallen van het Sovjet blok was een ontwikkeling die de opzet van het bondgenootschap, zoals beschreven in Ezechiel 38, doorkruiste. Toch was in de tien jaren na de omwenteling een aantal ontwikkelingen gaande die bleven wijzen op de actualiteit van het bondgenootschap genoemd in Ezechiel 38. We zullen ze één voor één toelichten. We zien in de zuidelijke landen van het blok een ontwikkeling naar het islamitische fundamentalisme en een versterking van de onderlinge samenwerking. In het noorden weer Rusland zich te handhaven en zoekt toenadering tot Duitsland.

De as Soedan-Iran: De eerste lijn is de positie van het islamitische fundamentalisme in het Midden-Oosten. Iran was sinds 1979 een voorvechter van het fundamentalisme. Door de steun aan Irak, slaagden de gematigde regimes in de Arabische wereld erin de verspreiding van de islamitische revolutie van Chomeini in te dammen. Anders lag dit in Soedan. Hier nam Omar El Beshir de macht over en met hem de fundamentalistische islamitische stroming binnen Soedan. Deze werd goede maatjes met Iran. In het voorjaar van 1992 werd met Iraanse steun een groot offensief ingezet tegen de opstand in Zuid Soedan waarbij de meeste steden werden heroverd. Vele christenen verloren het leven door deze samenwerking. Eens echter zal het regime in Khartoem de strijd in het zuiden moeten staken om met Iran op te marcheren naar Israël. Eigenlijk is het regime ook wel bereid het zuiden los te laten om een eigen “zuiver” islamistische staat in het noorden van Soedan op te richten.

Opkomst fundamentalisten in Algerije: Vanuit Soedan en Libië werden de islamitische fundamentalisten in Algerije ondersteund. Zij hadden de verkiezingen van 1991 gewonnen maar werden door ingrijpen van de militairen verhinderd de macht over te nemen. Een bloedige burgeroorlog, waarin de fundamentalisten hun ware demonische gezicht lieten zien, was begonnen. Vele burgers werden zomaar afgeslacht in diverse terreuraanslagen. Bijna 100.000 mensen vonden de dood. De militairen slaagden erin door deze ontmaskering Algerije voorlopig uit het extreme blok te houden.

Strijd in de Kaukasus:  In de republieken in de Kaukasus werd in deze jaren een serie oorlogen uitgevoerd. We noemen de strijd tussen Armenië en Azerbeidzjan om Nagorno Karabach, de afscheidingsstrijd van Abchazië in Georgië en de oorlogen in Tsjetsjenië. Zonder nu op al deze conflicten in te gaan, is het eindresultaat dat alle Kaukasus republieken in het GOS zijn gebleven en dat Rusland zijn greep op de Kaukasus heeft behouden. Controle over de Kaukasus is van wezenlijk belang voor de opmars van de volkeren uit Ezechiel 38!

Putin …

Onder Jeltsin gaat het voortdurend  slechter met Rusland. De economie holt achteruit. De vrije markt economie wordt niet gedragen door een stevige middenklasse. Deze ontwikkeling is overigens in lijn met Ezechiel 38. Gog komt naar Israël om te plunderen en er is noodzaak om dat te doen. Gog wordt immers door God gehaald uit het verre noorden naar de bergen van Israël.

De val van de Sovjet-Unie heeft lands trots gekrenkt. Eind 1999 lanceert Jeltsin zijn opvolger Putin. Na een serie aanslagen op flatgebouwen, waarschijnlijk door Tsjetsjenen, wordt Putin belast met het neerslaan van de Tsjetsjeense autonome republiek, die zich overigens inmiddels tot een ware bandietenstaat heeft ontwikkeld. Stap voor stap wordt dit karwei geklaard. Putin neemt met de millennium wisseling de macht over van Jeltsin. Op economisch gebied zit het Putin mee door een sterke stijging van de olieprijs.

In de buitenlandse politiek voert hij een opmerkelijke koers. Hij vroeger spion geweest in Duitsland en dat geeft hem een bijzonder hart voor de relatie met dit land. Hij zegt zelfs dat “Duitsland de voornaamste bondgenoot is van Rusland”. Hij spreekt in hert Duits de bondsdag toe. Na de val van de muur zijn Oost-Duitsland, Polen, Tsjechië en Hongarije binnen de NAVO terechtgekomen. Putins beleid is niet om met bondgenoot Wit-Rusland een sterk front op te bouwen aan de Poolse grens maar het bondgenootschap van binnen uit te ondermijnen door aan te pappen met Duitsland en hiertoe misschien wel zelf lid te worden van de NAVO.

Na 11 september 2001 …

Rusland steunde de VS na de aanslagen van 11 september. Zij waren immers zelf door de Tsjetsjeense terreur bedreigd. Putin ziet een gouden kans door deelname aan het “bondgenootschap tegen terrorisme” zich steviger te koppelen aan de NAVO en de relatie met Duitsland te verbeteren. Op 28 mei 2002 wordt in Rome (!) een samenwerkingsovereenkomst getekend tussen Rusland en de NAVO waardoor het land kan meestemmen in belangrijke NAVO beslissingen. Door de hang naar het westen eist Rusland zijn plaats in het te herstellen Romeinse Rijk. Hiermee zijn we weer terug in 1453. Toen Constantinopol viel, ging de keizerkroon door naar Moskou.

Een nieuwe kans krijgt Putin tijdens de Irak Crisis in het voorjaar van 2003. De VS proberen in de veiligheidsraad mandaat te verkrijgen om Irak aan te vallen. Duitsland is vanaf het begin tegen de oorlog. Frankrijk dreigt met een veto in de Veiligheidsraad. Putin speelt het spel slim. Hij steunt Frankrijk en Duitsland waarmee hij opnieuw de band met Duitsland verstevigt. Verder wordt de NAVO ondermijnd door dit meningsverschil. Wel laat hij in het debat Frankrijk voorop lopen waardoor de relatie met de VS niet op scherp komt. Opvallend in deze crisis is dat ook de band tussen Turkije en de VS schade lijdt door de steun van de VS aan de Koerden. Is dit het eerste teken dat Turkije aan het schuiven is naar het toekomstige bondgenootschap met Rusland?

De mening van een aantal landen is dat de VS buiten de VN om een aanvalsoorlog heeft ontketend tegen Irak. (weet wel dat Irak een aantal resoluties had geschonden, zoals het wapenstilstandsverdrag van 1991, waardoor hervatting van de strijd gerechtvaardigd was). Hierdoor is volgens hen een precedent geschapen, waar de coalitie onder leiding van Rusland van gebruik kan maken om ook eenzijdig aan te vallen, maar nu richting Israël.

Zo zien we diverse ontwikkelingen die banden scheppen tussen de toekomstige bondgenoten, en dit is zeker het geval na de Arabische lente. Op het moment van Gods tijd is het zover. Er zal een nieuwe leider opstaan in Rusland, waarschijnlijk met een naam die “Gog” in zich draagt? Het bondgenootschap zal zich gereedmaken en optrekken naar de bergen van Israël. Daar zullen de gecombineerde legers echter door de “Eeuwige” de God van Israël worden verslagen. En Israël en de volkeren zullen dan weten dat de Heere de HEERE is.

Wijn en Brood …

Nu is de betekenis van de tweeheid van de wijn en het brood identiek aan dat overspringen, aan dit pesach, waarvan dus het woord Pasen komt. Immers de letterwaarde van het woord brood, lechem, is (30-8-40) dus 78, en de waarde van het woord wijn, jajin, is 10-10-50, dus 70. Tezamen zijn zij dus als kentekenen van de maaltijd 78 + 70 = 148. Het woord pesach nu, heeft als letterwaarde 80-60-8, dus … eveneens 148. Daarmede wordt de betekenis van de maaltijd in het huis, met het gezin (volk) gekenschetst. Door die maaltijd als een heiliging van de wereld te zien, als een taak van de mens, komt de mens “levend” uit de ene wereld wereld in de andere. Maakt hij de uittocht a.h.w. met alle zich dan uitende wonderen mee. Een wonderlijke verschijning die Abram ontmoet als hij de koningen in het noorden verslaat en daar Melchizedek, de koning van Salem hem versterkt met brood en wijn (Gen. 14:18; Hebr. 7:1-3). Zo ook bij koning Hizkia, het Pesach wat hij vierde in Jeruzalem met het volk was sinds de dagen van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël nog nooit zo groots geweest. Het betekende de ondergang van koning Sancherib met zijn leger uit het noordelijk gelegen Assyrische rijk. Dit ‘overspringen’ had ten tijde van de 10 plagen voor Egypte grote en onmiddellijk gevolgen, zo zal het nu en in de toekomende dagen niet anders zijn!

De vastgestelde tijden … moadiem!

De God der Hebreeën is een werkwoord. In het Hebreeuws heeft iedere naam een betekenis en zijn namen terug te herleiden tot werkwoorden. Werkwoorden zijn in de kern korte woordjes (ook wel de stam genoemd) van slechts 3 letters. Het draait in de Brontaal om deze werkwoorden met als middelpunt de Godsnaam Zelf, het werkwoord hájáh (5-10-5). Is God een werkwoord? Ja, zeker! Hij is een actief scheppende God en Zijn Naam betekent Aanwezig zijn, Immanu-el zijn (God is met ons), geschieden en ook gebeuren. In het Hebreeuws betekent Zijn Naam ook was- en zal aanwezig zijn. Tijden zijn één, zoals God één is, echád (4-8-1). Hij Die ons bevrijd heeft (uit de barre aardse ellende van Egypte, de ballingschap en van onze eigen farao’s), bevrijd nog steeds en zal bevrijden. Er zitten bemoedigende beloften in Zijn Naam! Jehoshua/Jezus betekent ook: Hij bevrijdt, maakt je vrij. De God der Hebreeën is de Tijd waarin we leven: de vaste tijden zijn de oplaadpunten waardoor we in Zijn tijd blijven verkeren. De Aanwezige Godheid is de Tijdstroom waarin we leven. Volgens Paulus leven wij in Hem en bewegen wij ons in Hem (Hand. 17:28). Hij heeft een direct verbond met deze aarde en mensheid via Abraham-Israël gesloten. Daarnaast heeft Hij een speciale, vastgestelde, tijdsorde ingesteld met de regelmaat van de klok. Er wordt wel gezegd: ‘het is Daarboven geen rommeltje’. Immers er staat geschreven in Psalm 22:4 ‘Hij troont op de lofzang van Israël’ (joshebh tehilot Yisrael).

Voor de samenleving heeft God Zelf patronen een vast patroon tijdsindeling ingesteld. De dagen, de zevendaagse weekeenheid, de maanmaand, het zijn Zijn indelingen. In Leviticus 23 staat dat de Feesten die Israël moet vieren, Zijn Feesten zijn. Het zijn geen menselijke bedenksels maar zijn tijdsmomenten, afgesneden stukjes tijd, die Hij bepaald heeft. Er wordt gesproken over heilige samenkomsten (Lev. 23:2,4,37) ook te lezen als samenkomsten waarvan uit een heilige werking komt. De vastgestelde Feesten, de moadiem (40-6-70-5-10-40) van God/JHWH (10-5-6-5), Pesach-Pasen, Shabhuot-Pinksteren, Jom Teruah-Dag van de Bazuin, Jom Kippur-Grote Verzoendag en de Sukkottijd-Loofhuttenfeest zijn in de kern eigenlijk allemaal ‘gestructureerde dankzegging momenten’ die draaien om het gegeven dat God een God van bevrijding is dat Zijn doel is om Zijn Koningschap te vestigen op heel de aarde. Zo zijn daar in de vastgestelde Tijdsmomenten van de God der Hebreeën in de 20e eeuw grote stappen voorwaarts gezet waarin Israël zowel in 1948 als in 1967 in het profetisch perspectief en in de vervulling daarvan als het gaat om de ontvouwing van het Koninkrijk der hemelen of wel het Messiaanse rijk opgaand na de 1000 jaar in de alles omvattende éénheid van het Koninkrijk Gods!

  • ‘U zult opstaan, U zult Zich ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de vastgestelde tijd (moed) is gekomen’ (Ps. 102:14).
  • ‘Voorzeker, het visioen wacht nog op de vastgestelde tijd (moed), aan het einde zal Hij het werkelijkheid maken. Hij liegt niet’ (Hab. 2:3).
  • ‘Spreek tot de Israëlieten en zeg tegen hen: De feestdagen (moed) van de HEERE, die u moet uitroepen, zijn heilige samenkomsten. Dit zijn Mijn feestdagen:’ (Lev. 23:2).
  • ‘En God zei: Laten er lichten zijn aan het hemelgewelf om scheiding te maken tussen de dag en de nacht; en laten zij zijn tot aanduiding van vaste tijden (moed) en van dagen en van jaren!’ (Gen. 1:14).

Zo zullen er wederom naar de profetische geschriften zich aan zon en maan tekenen voordoen bij het naderbij komen van de Messias en het Messiaanse rijk (Matth. 24:29; Luk. 21:25-26). Aanzetten hiervan vonden plaats in de jaren 1949 en 1950 nadat in 1948 Israël een onafhankelijke staat was geworden. Evenzo was dit het geval in 1967 en 1968 bij de herovering en hereniging van Oost en West Jeruzalem, waar in die jaren op Pesach en Sukkot er 4 (tetrad) opeenvolgende maaneclipsen (bloed rode manen) te zien waren. Thans bevinden we ons opnieuw in zo’n cyclus waarvan er nu in 2014 twee bloed rode manen verschenen zijn, waarbij in 2015 op Sukkot dus tijdens het Loofhuttenfeest een zeer grote bloed rode maan Jeruzalem zal verlichten! Zo zegt de Heere HEERE, dat in het laatste der dagen, planeten als zon en maan gesteld zijn tot TEKENEN en tot GEZETTE TIJDEN, en tot DAGEN en JAREN op Mijn gezette hoogtijden, de Feesten van Israël (Gen. 1:16-16; Ps. 104:19).

  • ‘Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voor dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal’ (Joel 2:30:32; Matth. 24:29-31; Luk. 21:25-27).

S l o t o p m e r k i n g:

Drie Rome’s Tegenover Tsion …

[Het Derde Rome, Rusland is weer in opkomst: wat bezielt de Russische leiders?]

Rome, Babel, Nimrod, Ezau 

Rome is de oer vijand van Israël. Net als Babel heeft ook Rome de stad Gods en Zijn Tempel verwoest. Dat laatste zou zowel door Babel als door Rome gebeurd zijn op dezelfde dag: op de 9e dag van de 5e maand, op Tisha ‘ be’ Ábh. Drie letters in de naam Nimrod, de stichter van Babel (Genesis 10:8,9), de letters ‘m.r.o.’ zouden ook al naar Rome verwijzen. In de Joodse traditie worden Babel en Rome nog met een andere Bijbelse naam in verband gebracht: met Ezau. Niet alleen omdat Ezau een ‘groot jager’ was net als Nimrod, maar vooral omdat de Romeinen rechtstreeks van één van Ezau’s zonen zouden afstammen. Zonder aarzeling worden in bepaalde Joodse kringen de christenen ‘kinderen van Ezau’ genoemd, met daarin de suggestie: christenen zijn onze oer tegenstanders, onze oer vijanden. De geschiedenis heeft hen helaas in het gelijk gesteld.

Rome, een Driekoppige Tegenstander 

Rome is geen éénkoppige, maar een meerkoppige tegenstander. Naast het oude Rome in het hart van Italië, was er het nieuwe Rome, Constantinopel [hoofdstad van Byzantijnse Rijk], dat ook het tweede Rome wordt genoemd en dat later onder de naam Istanbul de tweede hoofdstad werd van het Turkse [Ottomaanse] Rijk = het Rijk dat niet alleen het hele Midden Oosten met Jeruzalem in het centrum, maar nagenoeg heel het oorspronkelijke Oost- en Zuid-Romeinse Rijk omvatte. Tenslotte ontwikkelde zich naast het Oude Rome en het Nieuwe Rome nog een ander Rome: Moskou, dat zichzelf graag betitelde als het Derde Rome. Het Westelijk deel van het Oude Rome heeft zich in verschillende fasen ontwikkeld: via het Karolingische en het Heilige Roomse Rijk tot het latere Anglo-Saksische en het huidige Amerikaanse wereld-Rijk. Het is niet toevallig dat het parlementsgebouw in Washington zich tooit met de Romeinse naam Het Capitool.

Rusland, het Derde Rome herrijst …

Het Oosterse Turks Romeinse Rijk en het Westerse Anglosaksische imperium hebben hun tijd gehad. Ook de laatste variant van het westerse Romeinse Rijk, het machtige Amerikaanse, dat sinds de WO II alle wereldzeeën beheerst en in diverse landen op tal van strategische punten zijn legioenen gevechtsklaar heeft, en bovendien na de val van het Russisch communistische regime wereldwijd de alleenheerschappij kreeg, lijdt aan aftakeling en is inmiddels niet meer oppermachtig. Rusland, het Derde Rome, dat al sinds lang het allergrootste land ter wereld is. West Europa, het Oude Rome, is niet veel meer dan een schiereiland vastgeplakt aan dit immense Russische werelddeel, dat zich in de communistische tijd uitstrekte van de Japanse Zee tot aan de Elbe met een invloedssfeer tot in Albanië.

Dit immense Derde Rome gaat nu zijn derde ronde in: na het oude tsaristische Rusland (‘tsaar’ is afgeleid van het latijns-romeinse: ‘caesar’: keizer) en het communistische, is Rusland bezig aan de heropbouw en uitbreiding van zijn imperium. De strategie lijkt zich te richten op twee oud-Romeinse kerngebieden: …

  1. het Zuidwestelijke deel van Europa, dat ooit het hart was van het Oude Rome en dat nu al voor een belangrijk deel sterk afhankelijk is van Russisch gas: Rusland kan de economie in de landen in één klap lamleggen;
  2. het Midden Oosten, met voorlopig de spits Syrie, met de stad Damascas; de strijd om een regeringswisseling aldaar, omdat via andere machthebbers het land open ligt voor westerse = Amerikaanse invloed. Verder is Rusland hard bezig met het herstel van een uitvalsbasis in de Middellandse Zee. De havenstad Tartus, die in de communistische tijd een belangrijke Russische marinebasis was, maar in de jaren daarna verwaarloosd en sterk vervallen raakte, wordt sinds kort in snel tempo herbouwd. Eén of meerdere Russische vliegdekschepen uitgerust met gevechtsvliegtuigen en helikopters zullen daar gestationeerd worden.

Jeruzalem was nog nooit in Russische handen …

Wat wil Rusland in het Midden Oosten? Wat wil het met Israël? Wil het Jeruzalem veroveren, of alleen maar invloed in dit kernland en middelpunt der aarde? Feit is dat Rusland, het Derde Rome, nog nooit machthebber was over de Godsstad, in tegenstelling tot de twee andere Rome’s. Immers, de Stad was lange tijd in bezit van het Eerste Rome, van het Oude en van de latere westerse opvolgers: een eeuw lang was de Stad in bezit van de westerse christelijke Kruisvaarders en later korte tijd van het Anglo-Saksische Rijk. Men kan weliswaar niet stellen dat het huidige Jeruzalem in bezit is van het Amerikaanse Imperium, maar de Stad ligt wel geheel in de invloedssfeer van de VS, mede door de sterke inbreng van Joodse Amerikanen en Joods Amerikaanse instellingen in Israël. Ook het tweede Rome, het Turkse [Ottomaanse] Rijk, was eeuwenlang heer en meester over de Godsstad. Dat geldt echter niet voor het Derde Rome: nog nooit was domineerde Moskou over Tsion.

Rusland sterk verweven met het Joodse volk …

Het Russische volk is wel sterk, nog sterker dan het Amerikaanse, historisch verweven met het Joodse volk. Het land heeft in het verleden aan miljoenen verstrooiden uit de stammen van Israël asiel geboden. Hoewel de Russische leiders van toen tegenover hen net als de oude Romeinse keizers doorgaans een dubbelhartige houding aannamen: enerzijds werden zij gewaardeerd en maakte men graag gebruik van hun uitzonderlijk talent, maar anderzijds werden zij gevreesd, verdrukt, vervolgd als in de dagen van de Farao’s uit Egypte; ‘pogrom’ is het Russische woord. [In het huidige Israël wonen veel, verhoudingsgewijs heel veel, Russische Joden. Naast het Engels is het Russisch een officieel erkende taal in Israël en er verschijnen diverse kranten in het Russisch. Het inmiddels sterk afgezwakte kibboetssysteem was ook mede van Russische origine].

Wat bezielt de Russische leiders?

Nog eens de vraag: Wat wil Moskou met Israël? Wil het Jeruzalem veroveren? Het ligt voor de hand te vermoeden dat de Russische leiders in het spoor van de eerste Romeinse politici vooreerst vooral vriendschapsbanden willen aanknopen, om dan gaandeweg Israël tot bondgenoot te maken en het land los te weken uit de machtsinvloed van Amerika. We weten echter waar het bondgenootschap van de oude Romeinen uiteindelijk toe geleid heeft: tot de verwoesting van de stad Jeruzalem en haar Tempel. [In Genesis 3:10 wordt onder de zonen van Japhet naast Magog en Jawan ook Mesech genoemd. Er is letterverband te zien tussen Mesech en Moskou. Het volk van Mesech dat woonde aan de Zwarte Zee, wordt in Assyrische inscripties ‘Moeski’ genoemd. Ezechiel profeteert over dit volk zoals we hebben gezien dat het zal optrekken tegen Israël als een wolk die het land bedekt, maar dan vervolgd de profeet, Israëls God zal Zich tegenover deze invallers ‘de Heilige betonen’ (Ezech. 38:15,16). Rusland, vooral de Russische Kerk heeft veel en hele mooie bezittingen in Israël en met name in Jeruzalem].

Het ontwaken van de reus Rosh

In het jaar 1987 zo’n veertig jaar na Gods tijden betreffende Israëls herstel in 1947-1948, is er een belangrijke wijziging aan te wijzen in de mondiale machtsverhoudingen, het is het jaar waarin de ‘Koude Oorlog’ die de wereld in zijn greep hield, zijn einde heeft gevonden in de top bespreking tussen de Amerikaanse president Ronald Reagan en de Sovjetleider Michael Gorbatsjov die te Washington plaatsvond. Met als gevolg dat de Berlijnse muur [13.08.1961 – 09.11.1989 = 4 x 7 of 28 jaar] instort; de Sovjet-Unie als wereldmacht zijn einde vindt; de Balkan zich ontbindt er plaats wordt gemaakt voor ontspanning tussen Oost en West. Tegelijkertijd vindt er een machtsstrijd plaatst in de regionen van het Kremlin tussen de oude KGB garde en de gematigde op het Westen georiënteerde lieden. Zo zien we als uitkomst hiervan in een aantal decennia na het omvallen van de Berlijnse muur in 1989 een versterkt Rusland (Rosh) tevoorschijn komen, die vooralsnog nauwe economische en militaire banden aangaat met Islamistische staten in de afzet van nucleaire technologie en wapentuig. Dit patroon van verandering ligt helemaal in de lijn van de profetie waar nu juist de profeet Ezechiel over spreekt …

  • 1989 – 2015 …. 26 jaar (2 x 13)
  • 1989 – 2016 …. 27 jaar (3 x 9)
  • 1989 – 2017 …. 28 jaar (4 x 7)

Het dichterbij komen, de voortschrijdende tijd …

Het is een vaststaand gegeven dat op de sjabbat tijdens het Loofhuttenfeest (Soekkot) er over Gog en Magog wordt gelezen uit Ezechiel 38 en 39, waarbij de conclusie is dat het uiteindelijk beter en veiliger is geborgen te zijn in de wankele loofhut, soekka, onder Gods bescherming dan in de machtige, meters dikke bunkers van Gog en Magog, want Hij bergt mij in zijn hut ten dage des kwaads (Ps. 27:5). Het is de waw (6-6) de ‘zeshaak’ (38:4) die van grote invloed is op het gebeuren straks wat nu steeds dichterbij komt, in de radicalisering van de Islam, in juist die landen die door de profeet Ezechiel benoemd worden, zoals Iran (Perzië).

Paulus schreef in zijn dagen reeds over de ‘dagen die vol kwaad zijn’, ‘de kwade dag’ (Efz. 5:15, 6:13). Het is de zevende dag de uitdrukking van de tegenwoordige en tegelijk voortschrijdende tijd tot het moment dat ook deze dag zich in- en door zichzelf zal hebben vervuld, om ten slotte over te gaan in de daarop nieuwe fase, welke uitgedrukt in de chet ofwel de 8 die een weergave is van de komende achtste dag, die zoals reeds is gezegd heen wijst naar het Messiaanse rijk van 1000 jaar.

Het is de zajin (50-10-7), die het getal 7 weergeeft en is het Hebreeuwse woord voor ‘zwaard’, of wapen in algemene zin. Het is dat wat splijt, scheiding brengt en verbonden met de keuze, de hieruit voortvloeiende handeling van de mens bepalend. De getalswaarde van 67 is hier veelzeggend! Denk aan de ‘Zesdaagse oorlog’ van 1967 die een grote ommekeer bracht in de geopolitiek van het Midden-Oosten. In Handelingen 28 horen we dat de Bijbelse geschiedenis abrupt wordt afgebroken bij de 67e jaar week in het jaar 63-64 A.D. (28:16-31). Het is de 68e jaar week die straks nog moet komen op een totaal van 70 weken (Dan. 9:24), de 8 (chet) die al heen wijst naar een nieuwe eeuw (aioon)!

Zoals we begonnen met de verhalen uit Tenach over het gevaar dat uit het Noorden opstaat, zo zal het ook als een repeterende breuk voor Israël opnieuw aanwezig zijn in het laatste der dagen hetgeen de profeet Joel met de volgende woorden verwoord: …

  • ‘Toen nam de HEERE het op voor Zijn land, en Hij spaarde Zijn volk. De HEERE antwoordde en zei tegen Zijn volk: Zie, Ik zend u het koren, de nieuwe wijn en olie, zodat u ermee verzadigd wordt. Ik zal u niet meer overgeven als voorwerp van smaad onder de heiden volken. Ik zal die uit het noorden ver van u wegdoen. Ik verdrijf hem naar een dor en woest land, zijn voorhoede naar de zee in het oosten, zijn achterhoede naar de zee in het westen (letterlijk: de achterste zee). Zijn stank stijgt op zijn walm stijgt op, want hij heeft grote dingen gedaan’ (Joel 2:18-20).

[Denk hierbij aan de Libanon waar Hezbollah duizenden raketten op Israël heeft gericht. Turkije dat streeft naar een hernieuwd islamitisch Ottomaans rijk. Het regime in Damascus wat nog beschikt over chemische vernietiging-wapens die tegen Jeruzalem gebruikt kunnen worden. Iran (Perzië), hoever zijn de ontwikkelingen in het fabriceren van een atoomwapen?]

Zo zal daar in dit shemittah jaar (5775), in 2015 op (Adar 29- Nisan 1) de eerste dag van het Israëlisch religieuze jaar een totale zonsverduistering zijn. Het is de maand Nisan waarin Pesach ‘overspringen’ (8-60-80) gevierd wordt tussen de 15-22 Nisan. Een zonsverduistering die plaatsvindt aan het begin van de maand Nisan, wijst op een komend oordeel over de volken; zo zijn daar …

  • ‘Want de HEERE zal het land doortrekken om Egypte ( … ) te treffen, maar als Hij het bloed zal zien op de bovendorpel en op de deurposten, dan zal de HERE de deur voorbijgaan en de verderver niet toestaan om uw huizen binnen te komen om u te treffen’ (Ex. 12:23; Hebr. 9:22-28).

Straks heeft Israël 7 maanden nodig om de doden te begraven, het is de tijdspanne die er ligt tussen de 15e Nisan (Pesach – Pasen) en de 15e Tishri (Sukkot – Loofhuttenfeest), om het land te reinigen; en zij zullen zeven jaar lang vuur stoken, van al het wapentuig wat is achtergebleven in het veld (Ezech. 39:9-10, 14-16). Het zijn de 7e dagen, de 7 weken, de 7 maanden, 7 jaren, de 7 x 7 jaren, de 70 x 7 jaar en de 7 x tuchtiging, die ook hier weer doorslaggevend zijn (Lev. 23;25;26; Dan. 9:24). Toch gaat het ook in dit onderwerp ter principale niet om het berekenen van hetgeen in Gods hand is; ik weet het: Daniel plus de Openbaring en gedeeld door Genesis gecombineerd met Ezechiel en Habakuk, daar komt uit … van dat jaar. Ja, het zou zo maar kunnen? Vele dienstknechten van de Here vandaag, lijken op hen waarvan Jeshoea haMasjiach Zelf moest zeggen: …

  • ‘Maar Hij antwoordde en zei tegen hen: Als het avond geworden is, zegt u: Mooi weer, want de hemel is rood; en ‘s morgens: Vandaag storm, want de hemel is somber rood. Huichelaars! De aanblik van de lucht weet u wel te onderscheiden, en kunt u de tekenen van de tijden niet onderscheiden?’ (Matt.16:2-3).

Nog altijd worden de apocalyptische voorstellingen eenzijdig allegorisch opgevat en heeft deze hardnekkige verzinnebeelding ervoor gezorgd dat de profetische en apocalyptische boeken voor velen hun beklemming en kracht hebben verloren, ondanks de twee wereldoorlogen van apocalyptische proporties, de concentratiekampen van de nazi’s, de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki, de dreiging van de Iraanse kernbom, de ongekende ontkrachting van normen en waarden en het gebeuren in het Midden-Oosten, met brandpunten als Jeruzalem en Israel, met een Arabisch-islamitische wereld die totaal op drift is geraakt!

Israël draagt als volk in haar overlevings-drang het water ‘majim’ mee (40-10-40) als oordeel, waarbij menselijk handelen ecologische gevolgen heeft, we denken aan de Farao die met zijn legermacht in de zee ‘jam’ (10-40) verdronk (Ex. 14:27), en aan het gericht over Gog (Ezech. 38:22) en Mijn twee getuigen in de Apocalyps (Ap. 11:6); maar zo ook straks in positieve zin als de heiden volken zijn binnengebracht in het Messiaanse rijk …

  • ‘Het zal geschieden dat al de overgeblevenen van alle heiden volken die tegen Jeruzalem zijn opgerukt, van jaar tot jaar zullen opgaan om zich neer te buigen voor de Koning, de HEERE van de legermachten, om het Loofhutten (Sukkot) te vieren. Het zal geschieden dat er geen regen zal vallen op hem die uit de geslachten van de aarde niet zal opgaan naar Jeruzalem om zich voor de Koning, de HEERE van de legermachten, neer te buigen. Als het geslacht van de Egyptenaren waarop geen regen is gevallen, niet zal opgaan en komen, dan zal de plaag komen waarmee de HEERE de heiden volken zal treffen die niet zullen optrekken om het Loofhuttenfeest te vieren. Dit zal de straf zijn voor de zonde van Egypte en de straf voor de zonde van alle heiden volken die niet zullen opgaan om het Loofhuttenfeest te vieren … Op die dag zal er geen Kanaäniet meer zijn in het huis van de HEERE der legermachten’ (Zach. 14: 16-21).

Bijbelse profetie in 2016 geeft te kennen alle volken!

Betrekkingen VS en Israël thans onder zware druk!

Het is al lang geen geheim meer dat de betrekkingen tussen de VS en Israël de laatste jaren dusdanig onder druk staan. Deze verstoorde relatie heeft grotendeels te maken met de stad Jeruzalem en als brandpunt het tempelplein. De stad Jeruzalem dat ten tijde van de ‘Zesdaagse-Oorlog’ in 1967 geheel in Israëlische handen viel incluis het tempelplein is meer en meer ‘t brandpunt aan het worden naar gelang de profetische tijd(en) verstrijkt, gepaard gaande met terreur en aanslagen. Vanaf de maand oktober in 2014 tot aan begin 2016 zijn daar vele meldingen van incidenten van terreur met dodelijke afloop, waarvan velen in Jeruzalem. Deze ontwikkelingen moeten ons niet verbazen daar zij passen in het Bijbelse profetische perspectief. Als we de Apocalyps goed lezen zal ten tijde van die laatste jaar weken, in de 70e week de herbouwde tempel en het tempelplein weer in Israëlische handen zijn.

  • ‘En mij werd een meetlat gegeven, die op een staf leek. En de engel was erbij komen staan en zei: Sta op en meet de tempel van God, het altaar en hen die daarin aanbidden. Maar laat de buitenste voorhof van de tempel erbuiten en meet die niet, want die is aan de heidenen gegeven. En zij zullen de heilige stad vertrappen, tweeënveertig maanden lang’ (Ap. 11:1-2).
  • ‘Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor alle volken [dus ook de VS]. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen’ (Zach. 12:2-3; Ap. 16:13-14).
  • ‘Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heiden volken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat [het dal ‘de HEERE oordeelt’]. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israël, dat zij onder de heiden volken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld’ (Joel 3:1-2).

DE TEMPELBERG: STATUS QUO

[Tot de Zesdaagse oorlog was Jeruzalem bezet door Jordanië, en dit land speelt er nog altijd een grote rol. Met het Jordaans-Israëlisch vredesverdrag in 1994 is afgesproken dat Jordanië de islamitische heilige plaatsen, waaronder de Tempelberg, blijft beheren via de islamitische, Jordaanse stichting Waqf-personeel, samen met de Israëlische politie. Israëlisch hebben op sommige tijden toegang tot de Tempelberg, net als toeristen, maar bidden op die plaats is bij wet verboden vanwege de afspraken met Jordanië.

Los daarvan geldt er een rabbinaal verbod op het betreden van de Tempelberg: men zou per ongeluk de plek kunnen betreden waar ooit, en alleen op Jom Kippoer, uitsluitend de Cohen Gadol (de opperpriester) mocht komen. Dit religieuze verbod is sinds kort opgeheven voor delen van de berg, waarvan vaststaat dat de Tempel daar niet stond].

Wie heeft het laatste Woord … 

  • ‘Waarom woeden de heiden volken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde: Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen! Die in de hemel woont, zal lachen, de Heere zal hen bespotten. Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen. Ik heb Mijn Koning toch gezalfd over Sion, Mijn heilige berg’ (Ps. 2:1-6).
  • ‘De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten. De HEERE strekt Uw machtige scepter uit vanuit Sion en zegt: Heers te midden van Uw vijanden. Uw volk is zeer gewillig op de dag van Uw kracht, getooid met heilige sieraad; uit de baarmoeder van de dageraad is voor u de dauw van Uw jeugd.De HEERE heeft gezworen en Hij zal er geen berouw van hebben: U bent Priester voor eeuwig naar de ordening van Melchizedek. De Heere is aan Uw rechterhand, Hij verpletterd koningen op de dag van Zijn toorn. Hij spreekt recht onder de heiden volken, vult het slagveld met dode lichamen en verplettert hem die het hoofd is over een groot land. Hij drinkt onderweg uit de beek, daarom heft Hij Zijn hoofd omhoog’ (Ps. 110:1-7).

God’s Gezalfde – Koning, Profeet en Priester …

Zo zijn we weer terug bij het begin, waar Melchizedek, de koning van Salem (Jeruzalem) Abram zegende met brood en wijn (Pesach); zo is God’s Gezalfde – haMasjiach Jeshoea – Profeet, Koning en Priester. Hij zal verschijnen aan het einde van deze boze aioon (Gal. 1:4) en aanwezig zijn in de Messiaanse eeuw (aioon), naar Zijn eigen die Hij sprak bij de intocht in Jeruzalem, zo vlak vóór het Pascha: …

  • ‘Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Voorwaar, Ik zeg u dat u Mij niet zult zien, totdat de tijd zal gekomen zijn dat u zult zeggen: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heere’ (Luc. 13:35).
  • ‘En zij die voorop liepen en zij die volgden, riepen: Hosanna! Gezegend Hij Die komt in de Naam van de Heere!’ (Marc. 11:9).
  • ‘Zie, uw huis wordt als een woestenij voor u achtergelaten. Want Ik zeg u: U zult Mij van nu af aan niet zien, totdat u zegt: Gezegend is Hij Die komt in de Naam van de Heer!’ (Matth.23:38-39).

Baruch Haba B’shem – Gezegend Hij, Die komt in den Naam des Heren …

Gerard J.C. Plas

[www.studyhousereshiet.com ‘Hebreeuws in Zes Dagen’ – opgave: info@studiehuisreshiet.nl]

Vanuit Shomron wekelijks magazine vanuit het hartenland

*******************************************

Sabbat – Viering Livestream met Mark Biltz / zie: www.elshaddaiministries.us / zaterdags vanaf 19.00 – 20.45 u. 

*******************************************

Zie ook de wekelijkse: The Hal Lindsey Report

www.hallindsey.com

*******************************************

THE UNDERGROUND with Joel Richardson

Why Rome is Not Mystery Babylon

www.joelstrumpet.com

*******************************************

Achtergrond informatie Midden-Oosten:

www.likud.nl

www.cidi.nl

www.franklinterhorst.nl

www.pillaroffire.nl

********************************************

AWARENESS AND ACTION 

shoebat.com

********************************************

DAILY BROADCASTS – ILTV

iltv.tv

********************************************

ISRAËL TODAY – Video van de dag: …

Herdenkingsdagen!! – de Hoogtijdagen dagen des Heren/Israëls feesten!!

www.israeltoday.nl

********************************************

Nieuws items uit Israël:

www.israelnationalnews.com

www.jerusalempost.com

www.timesofisrael.com

*********************************************

English Bible Study:

www.jessiepennlewis.nl

www.overcomertrust.org.uk

The Berean Expositor / The Chapel of the Opened Book, London

www.easierbiblestudy.org

www.bereanonline.org

The Berean Expositor (Acts 17:10, 11)

A Magazine Devoted to Bible Study / op aanvraag verkrijgbaar!

Email address: booksatbpt@btinternet.com

*********************************************

Everread uitgevers: Leren leven uit de Bijbel

www.everread.nl

*********************************************

Levendwater: Brochure-reeks 1-31

www.levendwater.org

*********************************************

Academie voor de Hebreeuwse Bijbel en Hebreeuwse taal:

www.hebreeuwseacademie.nl

*********************************************

NEVERBESILENT!!

www.neverbesilent.org

*********************************************

BETAR The Netherlands, Zionist Public Diplomacy

www.betar.nl

*********************************************

Dag nieuws uit het Midden-Oosten – dagelijkse uitgave

www.wimjongman.nl 

*********************************************

GAITHER / Bill and Gloria

www.gaither.com

www.gaither.tv

*********************************************

UNIEK:

ISRAËL EEN MONUMENT IN FILM / WILLY LINDWER COLLECTION

DE HOLOCAUST EEN MONUMENT IN FILM / WILLY LINDWER COLLECTION

TE BESTELLEN BIJ / www.bol.com.nl 

*********************************************

BIBLE PROPHECY update: May 20, 2018 – US Embassy Move to JERUSALEM

By J.D. Farag / You Tube

*********************************************

www.hadderech.nl(DE WEG)

*********************************************

 

 

 

 

 Posted by at 14:17
Feb 062018
 

The Western world (and particularly the United States) has been experiencing a period of unprecedented prosperity along with relative peace for the past 40 years. That I have been stating that this time of prosperity and relative peace was prophesied to occur before the Second Advent of Christ. While that is true, and we still have a few years left of that phase of prophetic teaching, there is coming (and it is just on the horizon) a time of devastating natural disasters that will be a prelude to the major political upheavals predicted in the Book of Revelation.

In my view, these prophesied occurrences are as certain of happening as the rising of tomorrow’s sun. This is because God is the One who has put His stamp of approval on the authority and validity of the writings of the Holy Scriptures. It is in that divine literature where you can find these prophetic events described. When our present phase of prosperity and relative tranquility terminates, another period will occur.

It will start abruptly with a great tsunami (sometimes wrongly referred to as a “tidal wave”) that will destroy the entire coastal areas of the eastern Mediterranean Sea from just south of Turkey all the way to and including Gaza. This will be the single event that will begin a countdown of prophetic teachings leading to the Second Advent. This new era can be called “The Damascus Phase of End-Time Prophecy” and it is described in Zechariah 9 to 14.

Past Recognition of the “Damascus Phase”

Jewish theologians have known of this “countdown” prophecy for years, and they applied it directly to historical events that started in 1034 A.D. and ended in 1071 A.D. (when they thought the Messiah was then to emerge). Because of the teaching in this “Damascus Phase” prophecy, the headquarters of the Jewish Academy in Jerusalem (the central governing body of the Jewish people) left the Holy City and moved to Tyre, then soon they finally moved to Damascus. They went to Damascus because of this “countdown” prophecy.

Damascus and its environment plays an important part in commencing the End-Time events of the Bible. The Jewish authorities in the 11th century C.E. moved to Damascus to await the beginning of this “Damascus Phase” which they could easily read in the Scriptures. They did this because that period of time was precisely 1000 years away from the generation that saw the destruction of the City of Jerusalem and the Temple of Herod in 70 C.E. Though the Jewish authorities at that time believed that they could then begin the countdown to the arrival of the Messiah (whom they then expected), they were much too early in their prophetic calculations. This is because they failed to take into account the cronology that God the Father has centered around His son, Jesus Messiah.

Since there were 4000 years that could be counted quite precisely within the Old Testament period up to an event in the life of Christ Jesus {See my 1998 article “Chronological Falsehoods” at htt://www.askelm/com/prophecy/p980304.htm}, Christians became aware that is was to be 2000 years (NOT 1000 years) from the period of Christ for the countdown prediction of God called the “Damascus Phase” of prophecy in Zecharia chapters 9 to 14. This prophecy gives a specific events in the Middle East that lead directly to the Second Advent of Christ and the setting up of the Kingdom of God on earth with Christ’s headquarters finally being at Jerusalem.

We are now in that generation that is the prelude to the fulfillment of these “countdown evensts” that will progress steadily to the Second Advent. We should soon begin to witness in history the start of what is called the initial “Damascus Phase.” This will culminate in the final “Jerusalem Phase” of prophetic events. So, what do I mean by the “Damascus Phase of End-Time Prophecy”? Let us look at the Holy Scriptures.

The “Damascus Phase” Described

What is called the “Damascus Phase Prophecy” is found in six chapters of the Bible. It was written by the prophet Jeremiah {Though they are found in Zechariah chapters 9 through 14. See Matthew 27:9 for the identity of the writer of these chapters. These prophecies were attached to Zechariah in order that people would not forget these essential prophecies of Jeremiah}. This single prophecy given in six consecutive chapters begins with a remarkable statement that seems almost unbelievable at first. Part of the problem in understanding this statement (for us modern interpreters in our western societies) is because the King James Version gives an awkward rendition of the Hebrew in the first verse of the prophecy. Let me translate directly from the Hebrew what it actually states:

  • “An Oracle. A word of Yahweh against the Land of Hadrach. And Damascus [shall be] a resting place for Him [a place of repose or domicile for Yahweh], for on Yahweh [shall be] the eye of humanity [that is, all humans will turn their eyes toward Yahweh in Damascus] and all of the Tribes of Israel [shall also turn their eyes toward Yahweh in Damascus].” *Zechariah 9:1

Most people who love the Scriptures and its teachings are amazed (even shocked) to learn that God would ever take up a domicile in Damascus. Why would He do so? It is easy to read in the Bible how Jerusalem was selected by God to contain His “House” (or “Home”, called the “Temple”), but why would God want to live in the same fashion in Damascus? To discover the reason for this, look closely at the prophecy that Jeremiah wrote.

These six chapters (Zechariah 9 to 14) can be called the “Damascus Prophecy”, but the divine oracle itself was directed to what is called “The Land of Hadrach”. As I explained in the October 1999 Newsletter {At http://www.askelm/com/newsletter/1999910.htm} the “Land of Hadrach” answers to the land in the Middle East that was promised to Abraham and his progeny. In a word, it means the “Area of the Fertile Crescent”(from Egypt in the southwest to the head of the Persian Gulf in the southeast, and also including all the Arabian Peninsula).

This land is described in the prophecy in Zechariah 9:10 as “from sea even to sea [that is, from west to east which means from the Mediterranean to the Indian Ocean], and from the River even unto the ends of the earth [that is, from north to south which means from the Euphrates River to the end of the Arabian Peninsula].” That was the exact land mass that Solomon understood to mean the “Land of Promise” for Abraham and his children (Psalm 72:8).

The reason the City of Damascus is selected to head the prophecy is because Abraham stated in Genesis 15:2 that if Isaac had not been born to be his heir, a righteous Gentile named “Eliezer of Damascus” would have become the one to inherit all his property and the lands promised to Abraham. In Greek, “Eliezer” means “Lazarus”, the same “Lazarus” who was mentioned in Christ’s parable of “Lazarus and the Rich Man”. {See the article “The Real Meaning of Lazarus and the Rich Man” at http://www.askelm/com/doctrine/d030602.htm for the intriguing story}. Had Isaac not been born and lived to manhood, it would have been Eliezer (Lazarus) who would have inherited this vast territory known as the “Land of Promise”.

The “Land of Promise” is the area of the earth that God desires to live in (symbolically) more than in any other. That is the land in which God chooses to reside when He is on earth (symbolically of otherwise). If God would have allowed it to happen in history (that is, if Isaac had not been born), God’s capital on earth could just as well have been Damascus, not Jerusalem. One thing for certain. We will see in this Prophetic Report that ALL of God’s residences on earth (and there are several) are located in this “Land of Promise”. I will show where later on in this Prophetic Report.

The Beginning

Let us now look at the prophecy at hand. We are told at the beginning of the prophecy that God’s residence is in Damascus at the time the prophecy is to be unfolded and made known to the world. The prophecy simply means that Damascus and its vicinity will become (or has become) “a resting place for Him” (a place where God will reside). Now let us understand this in a commom sense way that many people have failed to realize. Though God’s favorite place of residence on earth is at the Temple in Jerusalem (and this is the only place He will allow Israelites to consider as His official residence and throne), God actually has other places within the “Promised Land” at which He prefers to live from time to time.

Indeed, most kings on earth (and remember, God Himself is a King) have more than one home in which to live at various times. All kings have their normal home, then they have a “summer home”, a “winter home”, a “resort home”,  and they normally have their own private residence where only close family relations are invited. This precisely what the Presidents of the United States have. It is well known that the White House is the offical goverment “House” for the President (downstairs is for the public and official meetings, while upstairs is very private and it is the sleeping quarters of the President and the First Lady). Their “summer home” may be at “Cape God” or other places that they fancy. The “winter home” may be at a ski area or if they want sunshine, Palm Springs, etc. The official “resort home”, however, that even the United States government provides is “Camp David” in Maryland.

You may think I am joking when I say that God is no different, but I am not joking. The Bible shows that God has several types of “Houses” on earth for various usages depending on circumstances. Let us see how this works.

For all official purposes God has only a single “House” especially for Israel and Judah. That “House” is the Temple at Jerusalem (Deuteronomy 16:1-8). That is the only place on earth that God has for His covenant people, the Israelites. As a matter of fact, this is God’s favorite place (symbolically) to reside on earth. Look at God’s appraisal of Jerusalem (which He calls “Zion”):

  • “Great is the Lord, and greatly to be praised in the City of our God, in the Mountain of His holiness. Beautiful for situation, the joy of the whole earth is Mount Zion [the chief joy for all the earth and for God Himself is Jerusalem], on the sides of the north, the City of the Great King [God Himself or His elected human representative]. God is known in her palaces for a refuge. For, lo, the kings [of the whole earth] were assembled [before Mount Zion], they passed by together[in political union and harmony in obeisance to God]“. *Psalm 48:1-5
  • “For the Lord hath chosen Zion; he hath desired it [above all other areas] for His habitation”. *Psalm 132:13

Indeed, God not only desires living in Jerusalem (when the people are in harmony with Him), but He loves all of Jerusalem and He considers every one of those seven hills of Jerusalem as being seven “Zions” and He call all of them “the Mountains [plural] of Zion” (Psalm 133:3).

You may be surprised, but there were other “Zions” on earth that God honors and loves dearly.

  • One is Mount Sinai in the Sinai peninsula. God said that anyone who climbed to the top of Mount Sinai found himself “in the holy place” (Psalm 68:17).
  • God’s glory was also in Mount Carmel (where Elijah built an altar – 1 Kings 18:20-46).
  • Another was the area of Sharon (Isaiah 35:2).
  • Mount Tabor is graced by God’s name (Psalm 89:12).
  • Mount Hermon is also graced by God’s name (Psalm 89:12).
  • There was even a “holy place” of God on the Egyptian border. The prophet Isaiah said that in the central area (north to south) of Egypt and at the beginning border with the “Land of Promise”, there will be an altar (a holy place) and a pillar that illustrates “Gods presence” in that area to the east from Egypt (Isaiah 19:19).
  • Even the early Arabs (long before the time of Muhammed) knew that Abraham had given to the twelve tribes of Ishmael (the son of Abraham by his Egyptian concubine Hagar) a holy site at Mecca with Mount Arafat on the eastern past of Mecca as their holy mountain.

The Arabs long ago thought of the Ka’aba to be the “House of God” that God loved for the Arabs, and it was also located in Arabia on the border of the sea in the “Land of Promise”. Where Muhammad made a mistake was imposing on the world a holy place meant only for Ishmaelites as the “House of God” to be honered by the world. But is was NOT the prime “House”. God’s chief “House” was located in Jerusalem!

Still, mount Sinai and also mount Hermon were “holy places” of God, and they were as important to Him as Jerusalem and others in certain circumstances. Indeed, when the apostle Paul was converted as he approached Damascus and was baptized when he was within the City of Damascus (Acts chapter 9), the very next place Paul went was NOT to Jerusalem and the Temple, but to Mount Sinai in Arabia (compare Galatians 1:17 with 4:25). Paul knew that Mount Sinai was the early “holy place”and that is where he went first.

To what area did Paul return and where did he continue to stay for a period of three years? From Mount Sinai Paul did NOT go to Jerusalem, but he went right back to Damascus (Galatians 1:17,18). And for over a thousand days (that is, for three full years) the apostle Paul stayed in Damascus and NOT ONCE did he go to Jerusalem, that was no more than three day’s journey from Damascus. True, he finally went to Jerusalem (Galatians 1:18). He went to see Peter and James. But for the first three years of his Christian life (Acts 9:2 ‘hadderech’ – the way/Acts 11:26 christian), Paul considered it more important to be in Damascus than to return to Jerusalem {Indeed, Paul would have been killed by the authorities as soon as he returned because of his switch to christianity}.

But there were other reasons for Paul not to go to Jerusalem, and for staying in Damascus. Since Paul was one of the greatest of the early Jewish rabbis and trained at the feet of no less than Gamaliel the most eminent of the scholars in Jerusalem (Acts 22:3), there must have been some theological reasons for staying in Damascus (after all, to escape the Jewish authorities he could have returned to his home in Tarsus where he would have been safe). Why in the world did Paul shun (and turn his back on) Jerusalem for three long years (after a brief journey to Mount Sinai – God’s other “holy place”), and why did he continue to stay in the midst of Damascus? There must have a reason for this procedure of Paul, and there was!

Mount Hermon

We now come to Mount Hermon. Damascus also had a “high place” as its town “holy place” and it was a legitimate “holy mount”. The people of Damascus had their own “holy mountain”. It was the highest of the mountains from the Euphrates in the north all the way south to Egypt and down to the center part of the Sinai peninsula. That mountain was “Mount Hermon”. It was the greatest of the sacred mountains of the Middle East. It was considered the most holy mountain of the early Hittites, of all the Gentiles of Palestine and even by the Greek and Romans (see: Encyclopaedia Britannica, vol.5, p.876). Even in the Greek and Roman periods Mount Hermon’s sanctity was recognized as the central worship of all the Gods of the world (no matter who they were). Look at this fact. At the bottom of Mount Hermon on the southwest side was a place called Panias by the Greeks after the time of Alexander the Great (it is the modern day, Banias) which was Caesarea Philippi in New Testaments times. This place was a very ecumenical “holy place” that was devoted “to ALL the Gods of the world” (NOT simply to the single “God” of any particular nation). Indeed, the word “Panias” at the foot of Mount Hermon in Greek meant that the place was devoted as a divine sanctuary to “All the Gods”. On the northeast section of this “divine mountain” was the principal city of the area. That city was Damascus whose people in ancient times looked directly toward their Mount Hermon as the center place of their religious beliefs (and, not only that, this very mountain was believed to be in the eyes of most early peoples on earth as being the most important of all mountains in the world).  

The Book of Enoch {A non-canonical work composed about a hundred years before Christ but referred to favorably by Jude in the New Testament, see Jude verse 14} in its sixth chapter mentions that when the “Sons of God” mentioned in Genesis 6 came to earth and had sex with the daughters of men (and Titans or Giants were born from the women), the place they entered into the earth’s environment was at the top of Mount Hermon. This incident was reckoned by early people as meaning that the “Gate to Heaven” were divine beings could come to earth or return to heaven was at the top of Mount Hermon. This is why it became a “holy place” for all people on earth.

This means that Mount Hermon was considered a “Bethel” or a “Zion” even before the Tower of Babel was built in the Land of Shinar (Genesis 11:1-9). And, when God destroyed the influence of the “Tower of Babel” in Shinar, some people simply focused again their attention back to Mount Hermon as the holiest place on earth, and they made a connection with it to the “Tower of Babel” by calling it “Senir” (a clear and simple variant of “Shinar”). Note what Deuteronomy 3:8,9 states: “Mount Hermon (which Hermon the Sidonians call Sirion; and the Amorites call it Shenir”) – that is, the main group of Amorites simply used a close variant of “Shinar” – Senir – to religiously connect Hermon to Babylon and its Tower.

Mount Hermon’s Importance

Why was Mount Hermon important to the early people right after the Flood of Noah? There were historical records (and confirmed by the teaching of the Bible itself), that the “Sons of God” who came from heaven to earth and they had sexual relations with the “daugthers of men” entered earth at Mount Hermon {These unions produced a progeny that God disliked. He punished the world with a worldwide destructive flood, but there is nothing in the biblical text to show what punishment God inflicted on those “Sons of God”. In some way, they must have been forgiven because later in Job 1:6 and 2:1 we find these “Sons of God” any longer being chastised because of what they did in the time of Noah that God to be angry with their actions. God the Father can get angry with His children, but at the end he will forgive their misdeeds, and even exalt them beyond their expectations}. “Mount Hermon” was the world’s first “Mount Zion”. Let us notice the Holy Scriptures that show this fact.

In a word, “Mount Hermon” (the mountain that the people of Damascus held holy and sanctified) was looked on at one time in the past as being the central “holy place” for all people on earth. It was reckoned the Gateway Upward to Heaven and it was Heaven’s Gateway Downward to Earth. When the Tower of Babel was destroyed, people of the earth then turned to “Mount Hermon” as the central place where God communicated with mankind. It was, in essence, the world’s original “Mount Zion”. This is why the Greeks after the time of Alexander the Great called the springs that gave rise to the Jordan River the “springs of salvation” that issued forth from the bottom of Mount Hermon. This was reckoned to be the place where “All the Gods of the Earth” (that is, Panias, which means “ALL”) look toward as the holiest place on earth.

You may be shocked to find this out, but even God Himself states dogmatically that Mount Hermon was the world’s first “Mount Zion”, long before Jerusalem was thought of by King David and Solomon to be the “Mount Zion” of God for Israel and Judah. In plain language, God reckoned Mount Hermon to be the original Mount Zion. Note it: “Even unto Mount Zion; which is Hermon” (Deuteronomy 4:48, Christian spelling is Sion”).

This reference shows that Moses himself under divine inspiration called Mount Hermon God’s holy “Mount Zion”. That’s right. Even Moses was well aware of the history of the world before his time that caused people of the whole earth to reckon Mount Hermon as the original “Mount Zion”. The text is certain on this matter, but modern scholars who know little of the early history of the world have tried numerous ways to change the text into something that make sense to them because (as they look at it) there was only ONE “Mount Zion” and that was in Jerusalem. But the scholars are wrong.

There was more than ONE mountain called “Mount Zion”. Indeed, every one of the seven different mountains that became the Jerusalem of Christ’s time was called a “Zion”. There were officially (in God’s eyes) seven different mountains surrounding Jerusalem and each of them could be legitimately called a “Mount Zion” (and this included the highest of the mountains around Jerusalem called the “Mount of Olives”. In fact, that mountain was the highest in Jerusalem of the “mountains of Zion”. Jerusalem had “the mountains [plural] of Zion”(Psalm 133:3).

But wait a moment! I have already pointed out from Deuteronomy 4:48 that Mount Hermon was also called “Mount Zion” (and Mount Hermon had the chronological priority of being the first in the history of the world to be called God’s “Mount Zion”). Indeed, this gave “Mount Hermon” (the original “Mount Zion”) a distinct superiority over Jerusalem because the Canaanite City of Jebus (the early name for Jerusalem) was NOT called “Mount Zion” until the time of David, at least a thousand years after the mountain of Damascus called “Mount Hermon” had been given the title of “Mount Zion” by no less than God Himself. See Deuteronomy 4:48 ” … even unto mount Sion, which is Hermon”!

To further show the superiority of Mount Hermon, God inspired the Psalmist in Psalm 133:3 to state that the sanctity of “the mountains of Zion” in the area of Jerusalem were holy and righteous. Most people will be shocked at what some have missed reading in the Bible in showing the superiority of Mount Hermon to the seven mountains of Jerusalem. This is because God stated that it was “THE DEW OF HERMON” that descended upon “the mountains of Zion” at Jerusalem that gave the mountains of Jerusalem their sanctification in the eyes of God! Read it for yourself in Psalm 133:3. True, Mount Hermon being the highest of the mountains in the Middle East had “dew” of a high quality, but it was NOT the quality of the “dew” that God had in mind in Psalm 133:3. God meant the cleansing power of God’s divine “dew” and the vital nourishment of spiritual grace from that “dew” that came from the first “Mount Zion” in the history of the world could also sanctify and make righteous the “mountains of Zion” at Jerusalem!

The fact is, when God decides to deal with the whole world (either in blessing or judgment), He does NOT think of “Mount Zion” in Jerusalem. The seven “Mount Zions” in Jerusalem are reserved for the people of Israel and Judah. And though God has stated to the world that He has chosen Jerusalem above all other areas on earth for His chief joy and pleasure; when it comes to dealing with the whole of the world, God returns to His first “Mount Zion” to issue His decrees and judgments. He returns to that chief mountain and to Damascus because Damascus is “the City of God’s Praise” and “the City of God’s Joy”.

That City of Joy is Damascus and its holy mountain, “Mount Hermon” which was the first “Mount Zion”. Look at Jeremiah 49:24,25. These verses speak of judgment on Damascus (like those judgments on Jerusalem and the cities of Israel), but God also admitted that He held Damascus to be “the City of Praise [Renown] and “the City of My Joy”. Though at the time of Jeremiah, God had to bring judgment on Damascus, He also stated in the clearest of terms (with much lament) that Damascus and its vicinity was the place that He praised and honored and He accounted it as being “the City of My Joy”. God simply “loved” Damascus and He “praised” it as much as any area on earth because in its backyard was also “Mount Hermon”, the original “Mount Zion”.

As the world’s first “Mount Zion”, “Mount Hermon” was the world’s first holy mountain. So, when God wants to appeal to all people on earth, He will direct His attention to Damascus and its holy mountain. Even when God speaks of a harmony among all peoples on earth (that is prophesied to come), God refers to Psalm 133. Notice it:

  • “Behold, how good and how pleasant it is for brethren to dwell together in unity. It is like the precious ointment upon the head, that ran down upon the beard, even Aaron’s beard: that went down to the skirts of his garments; AS THE DEW OF HERMON [Mount Hermon near Damascus] descents upon the mountains of Zion; for there [on Mount Hermon from which comes the righteous dew that falls upon the seven “Zions” in Jerusalem] the blessing, even life for evermore [for the age].” *Psalm 133:1-3

The Most Important Event

Let us now look at an even more important even associated with none other that Mount Hermon (the Mountain of Damascus). The most significant event in the entirety of the New Testament teaching (bar none) occured on the summit of Mount Hermon, NOT in Jerusalem. Yes, what happened with Christ on the Mount of Olives (his death and crucifixion and resurrection) was extremely important, but Christ and the apostles got their commision to do what was needed to be done in Jerusalem FROM GOD HIMSELF on Mount Hermon. Truthfully, the most important event in the history of the ministry of Christ Jesus took place on that very mountain (I mean at the summit of Mount Hermon, the world’s first “Mount Zion”).

I now appeal to all of you as brethren to hear me out to the end. I ask you to hear me out because what I will soon say may at first make you want to alienate me into the pits of heresy. Yes, this may be the case, but I know that all of you who love Christ Jesus with all your hearts will at least hear me out on this issue. So get ready for some profound truth. I want to make a statement that may at first sound to be the very antithesis of truth, but when you finally understand its validity, it will become the pillar of our faith in Christ Jesus as the very Son of God.

Here is the statement: Though what Christ did for us on the tree of crucifixion was a most important event in human history, the justification for that action was given to all people on earth about one year earlier when God the Father decided to enter the human environment to commission His dear Son (Jesus of Nazareth) into a position of power and authority that no human had ever received before. While Jesus said He would build His Ekklesia on a “Rock”, He said that statement at the city of Panias at the bottom of Mount Hermon.

Now comes that important event in human history. Jesus then took his prime disciples up to the top of Mount Hermon (the first “Mount Zion”) and was Transfigured before them (Glorified as He will be when He returns in Glory) and before God the Father Himself (and in vision, also before Moses and Elijah) on the very mountain.

How do we know that the Transfiguration of Christ Jesus took place at the summit of Mount Hermon? All should read from Matthew 16:13 to the end of the chapter. This all happened at Caesarea Philippi (our modern Banias, or anciently, Panias). That city is one of the sources of the Jordan River (water comes out of a cave right at the base of Mount Hermon). Now, read the last two verses of chapter 16 (27 and 28). They state that there will be “some” (NOT all the apostles, but only “some”) who will NOT taste of death until they see the Son of Man in the Kingdom phase of his government (this meant, they will see him in his glorification).

Now, go directly to Matthew 17. From then on a person will see the recording of a VISION. It is called a VISION in Matthew 17:9. That VISION will take place on “a high mountain” (see: Matthew 17:1). They were then at the  foot of Mount Hermon (which is, of course, “a high mountain”).

But in Luke 9:28 (which gives a parallel version of the event – and Luke wrote for a Gentile audience that Paul preached to), the text gets more specific and says it will occur on “THE mountain” (the Greek has the definite article though our KJV mistranslates it as “a mountain”). Indeed, there was only one “high mountain” in the area anyway, but Luke (writing for Paul) said they then went up “THE Mountain”. The Transfiguration [Glorification] then takes place. Since all the discussion on this matter took place at the base of Mount Hermon at Caesarea Philippi, then “THE Mountain” has to be, of course, Mount Hermon. Christ and three disciples then reached the summit.

The Transfiguration

When they got there, a most significant event took place. God the Father entered into the human environment. It is most essential that we note that this intervention of God the Father (the Creator of the whole universe) was NOT at Jerusalem. It was NOT at Mount Sinai. It was NOT at Mecca or any other “holy place”, but it was the most prestigious “holy place” of the ancient world – it was at the summit of MOUNT HERMON (the holiest of mountains in the eyes of the earlierst humans). That is the place where Christ Jesus was proclaimed to be the savior of the world. It was at that very spot (and at the earliest “Mount Zion”) that Jesus Christ was ordained on earth to be our Savior by no less that God the Father. This is when God the Father said: “This is my beloved Son, in whom I am well pleased, hear ye him” (Matthew 17:5). Yes, Christ’s crucifixion and resurrection was most important, but this commission was the authority to make the latter actions of Christ Jesus in Jerusalem legitimate. All of this was accomplished on the first Mount Zion.

Here is how God works. When the whole world is involved in an issue, God the Father retreats to the mountain on the back door-step of Damascus – “the City of My Joy [said God](Jeremiah 49:24,25). When God states that He is living in Damascus and He makes a decree, it will then have a worldwide relevance (NOT simply to Israel and Judah, which decrees involving them come from Jerusalem). And that is what we find in what is called “The Damascus Phase of the End-Time”. When God gets ready to enter into affairs that involve the whole world, that is when He moves to Damascus.

The Dead Sea Scrolls

Even the writers of the Dead Sea Scrolls {Most of the scrolls were found from 1947 to 1975 around the Qumran community ruins near the Dead Sea} knew this teaching. Their writings show that they considered Jerusalem and the Temple to be corrupt in the 2nd century B.C.E., so they began to call themselves “the People of Damascus”, to the meaning that they read in this very prophecy we are now considering. Though they recognized the original sanctity of Jerusalem, they considered it in their time to be abandoned by God, so they turned their backs on Jerusalem and the Temple. They began to look toward where God was “in Damascus”. But they went even further.

The Dead Sea sectarians actually thought themselves to be a group (Greek: an ekklesia) very much like the apostle Paul later taught that Christians were reckoned to be. They were as a “group of people” a proper “Temple of God”. Indeed, it was no accident that Paul was called by God and Christ just outside and inside Damascus (Acts 9:1-9). After entering Damascus, Paul was baptized and commissioned to do his work in going to Israel and the Gentiles (Acts 9:10-22).

Note the significance of the fact that the first teaching of the apostle Paul to Israelites and Gentiles was at Damascus. This event shows (through the nuance of the prophecy in Zechariah 9 through 14), that God was then displeased with Jerusalem and the Temple. Though He was still dealing with the two sections of Israel (Israelites and Jews), He was now going to turn as well to the Gentiles. He did this from “world headquarters” in Damascus (not, Jerusalem).

(Actually, Damascus is a part of the “Promised Land” but it is the area where other descendants of Abraham and his nephew Lot [and those of Laban] would live who are not Israel and Judah. These others are Ishmaelites [Arabs], Moabites, Ammonites, Edomites, etc. Mount Hermon was their Mount Zion. In fact, it was the “dew” from Mount Hermon that made the seven “Mount Zions” in Jerusalem [“the mountains of Zion”] to be holy).

As a matter of fact, the reason the New Testament writers selected this prophecy about the thirty shekels of silver obtained by Judas in his ignominious selling of the Shepherd of Zechariah’s prophecy (the Messiah of the oracle, whom they equated with Jesus) was because Judas threw the money into the Holy Place of the Temple. It showed that in God’s eyes the Temple had become just like a place for the making and marketing of pots with the stinking kilns and furnaces at the site of the Temple (that is, making it a non-sanctified place). In God’s eyes, the Temple was then no more than a factory for making pots (Zechariah 11:12,13). To cap off the allegory as understood by the New Testament writers, the priests connected the money from Judas with the potter’s field (Matthew 27:3-10). This meant symbolically that God saw no holiness in the Temple at Jerusalem during Christ’s trial and crucifixion. The “tearing of the curtain” was to show God leaving the Temple, NOT that people could then have access to its Holy of Holies.

So, the selection of Damascus as the site for Paul’s conversion was no accident. Yahweh was then reckoned to be “in Damascus” for a world audience (see: Acts 9:3-8), He was no longer in Jerusalem and speaking only to Israel and Judah. God was then turning away from Jerusalem and the Temple. He was then in Damascus while His people Israel and Judah (from the point of view of God) were in rebellion to Him. Indeed, God is even now “in Damascus” so to speak. He will not return to Jerusalem until the people of the City repent of their ways and raise up a proper Temple in which He can reside.

When Jerusalem becomes a righteous capital once again, and with the Temple functioning properly, God will then return to Jerusalem and make His abode with Israel and Judah (His covenant people). The prophecy in Zechariah 9 to 14 is a predictive account of how God will begin Israel’s redemption with God being “in Damascus”. But, God will finally end up in Jerusalem when He sends His Son to the Mount of Olives to restore Jerusalem. This prophecy gives the progressive way (from Damascus to Jerusalem) that Christ takes for His return.

What Does the Damascus Prophecy in Zechariah 9 to 14 State?

This prophecy to all those who live in “The Fertile Cresent” begins with a time when Israel and Judah are reckoned to be in exile for their sins and when the Temple is not functioning properly {Indeed, the Temple had become so corrupted and defiled in the time of Jeremiah that the Sanctuary had become a place for the manufacture and the selling of pots, with kilns and other funaces found even within the holiest parts of the Temple. See Zechariah 11:12-13}. The prophecy is for the End-Time because it is a prediction of how God will in a step-by-step way again set up His domicile in Jerusalem. He gives events leading up to the seismic disturbances of Zechariah 14 that accompany the return of God (in the person of Christ Jesus) to His residence in Jerusalem.

A Great Destruction

The prophecy begins with a great destruction of the whole seacoast of the Levant (the area from Hamath on the Euphrates in the far north) and then reaching southward to include all the Philistine (Palestinian) cities up to and including Gaza (Zechariah 9:2-8). It is God (not man or the armies of man) who does this prophesied destruction. It is no doubt an earthquake in the Mediterranean and its consequent tsunami (a large destructive ocean wave often called, wrongly, a “tidal wave”) that the prophecy is describing. It could also be the results of an asteroid {This is NOT the asteroid shaped link a millstone mentioned in Revelation 18:22, that comes later. See my articles, “The Asteroid Destruction – Its Timing and Purpose” at http://www.askelm.com/prophecy/p971105.htm “The Destruction and the World in Prophecy” at http://www.askelm.com/prophecy/930101.htm and “Earthquake” at http://www.askelm.com/news/n010303.htm. See also the article, “Aions, Earthquakes, the Sanhedrin, and Fraud” at http://www.askelm.com/news/n041231.htm regarding more information on tsunamis} with its consequent ocean waves of destruction. Not that only the coastal cities of the eastern Mediterranean are judged. Though such things have happened in history, this tsunami will be gigantic and almost beyond compare.

So, the first event ushering in the “Time of the End” will be a massive tsunami with a wave of ocean water hitting the eastern Mediterranean seacoast with probably a height of 100 to 200 feet (maybe even higher). Massive destruction on the seacoast will result. Since no elevated inland areas are mentioned in the judgment (such as Jerusalem at 2600 feet above sea level), a tsunami is most likely the means that will introduce the End-Time prophecy of Zeachariah 9 to 14. This seems to be what God is talking about. The truth depends on the proper interpretation of Zechariah 9:2-8. I do not claim to be a modern day prophet, but I am an interpreter of the Scriptures who understands (and believes) many of the traumatic historical events of the past that are found in the documents (including those of the Bible). So, in my view the judgment appears to me to be a tsunami.

This tsunami will be of great magnitude. It will hit the eastern Mediteranean coastline (giving widespread devastation for 10 to 20 miles inland depending where the “level land” is exposed to the coast). Tel Aviv (Israel’s largest city) will certainly have widespread ruins along with all regions from the Turkish border in the north down to Gaza in the south. Though the judgments is for the “Land of Hadrach” (the Promised Land), such a tsunami would also include Egypt and its near sea level land mass from its Delta to Upper Egypt. Ezekiel 29:1-12 may be referring to this “destruction”.

When people of the world see on television and the Internet this particular devastation in this area of the world, they will then be told of this very prophecy in Zechariah 9 to 14 that God is now entering into world affairs. People all over the world will begin to repent almost wholesale and they will start to throw their idols away (Zeachariah 10:2) just like the Byzantine emperors did in the 700’s A.D. when a similar catastrophe occured. This happened when a major volcano erupted with a consequent earthquake at the island of Santorini in 726 A.D. This very eruption brought great social and religious changes in the eastern Mediterrranean (and they are all recorded in history). But, for the past 500 years, the earth has been relatively quiet without any of its past bursting forth of natural catastrophes. Our “disasters” have been mild in comparison.

However, the time is soon coming when the earth will start (abruptly and out of the blue) its belching forth of earthquakes, tsunamis, volcanoes, extreme weather conditions the like of which modern mankind has never seen before. This is all prophesied in the book of Revelation, and it is shown in his introductory judgment by a massive tsunami to hit the eastern Mediterranean as recorded in the “Damascus Phase” prophecy of Zechariah 9 to 14.

Such things are not new. In the 6th, 7th and 8th centuries of our era we have records of tremendous natural disasters happening around the eastern Mediterranean that make our present hurricanes in Florida and last month’s terrible floods in North Caroline and in southern Mexico (along with the Turkish and Taiwan earthquakes) {These were events that occured when Dr. Martin wrote this article in November 2000} look like child’s play in comparison.

Indeed, at the time when Justinian was emperor (527 to 565 C.E.) and in the midst of great prosperity, all of sudden disaster struck. Historical scientists have determined that the early reign of Justinian (536 C.E.) volcanic activity was so intense and destructive in the area of Krakatoa that great changes in the weather began to take place throughout the earth. This and other catastropic events resulted in crop failures, then plagues and famines with consequent wars of such percentages of harm to humans in the Mediterranean basin that percentage wise would make World Wars I en II as being in the minor leagues.

The Byzantine court historian Procopius who lived at the time showed the loss of human life to have been so vast that he used an outrageous figure to describe it (which means that probably 75% to perhaps 90% of human perished). These disasters helped to bring on what historians call the “Dark Ages” that lasted almost 500 years {These disasters also caused the loss of military and political control by the Byzantine Roman empire over the Eastern Mediterranean basin. See the article, “Earthquake” at http://www.askelm.com/news/n010303,htm}. It was no accident that a bunch of rag-tag Arab bedouins from the Arabian desert could spread their mostly untrained armies into a conquest that led them to central France and to the borders of India in a short hundred years. There was simply no population of people in the former Byzantine or Persian Empires to stop the spread of the Muslims. In many cases, the desert Arabs conquered defenseless cities that had little populations to defend them. Look briefly at some of the disasters. In 546 C.E. at the beginning of the year Rome had over 500,000 people in it, but because of wars and plagues by the end of that year the city was a ghost town with only 500 people left in it.

In 726 C.E. the island of Santorini in the Aegean Sea exploded with an intensity that people thought the end of the world was happening. So strong was this natural phenomenon that the Byzantine emperors (who were being chided by the Muslim rulers for their idolatry) began what is known as the Iconoclastic Controversy when (for about 70 years) many eastern Christians gave up their idolatrous ways crying out to God to forgive them for their sins.

In the Cronicle of Theophanes (who died in 818 C.E.), he wrote of events in 749 A.D. He said:

  • “In this year there was an earthquake and a great and fearful collapse [of ground] in Syria. Some cities were razed, others partially, and others shifted – walls, buildings, and all – from the mountains to the plains below, moving as much as six miles or even a bit more [emphases mine]. Eyewitness observers say the land of Mesopotamia was torn asunder to a dept of fully two miles [a new canoyon was formed that was two miles deep], and from this dept new earth, very white and sandy, was brought up”. *Chronicle of Theophanes, emphasis mine[Theophanes was a Christian monk born of high-ranking and wealthy parents and known for his outstanding devotion to his faith. See The Cronicles of Theophanes: An English Translation of anni mundi 6095-6304 (A.D. 602-813) with introduction and notes, translation and commentary by Harry Turtledove (Philadelphia: University of Pennsylvania Press, 1982), pp. 1165-116.

This great seismic disaster occured a little over 1250 years ago – well within our period of recorded history. Just imagine what this one event did. Some cities in Syria were dislodged from their former sites six miles and more. The new canyon that formed in nothern Mesopotamia was half again deeper (not wider, but deeper) than the Grand in Canyon in Arizona.

Then in the year 763 C.E., Theophanes as an eyewitness said a bitter cold came from the north starting in October the like of it had never been seen in history. The black Sea (which is, of course, salty ocean water) began to freeze and finally froze to a depth of 45 feet for a hundred miles out from its north shore. Then in February, fierce winds blew the ice in the form of icebergs toward Constantinople. Those icebergs were so large and thick that they jammed the Bosporus (the waterway between Europe and Asia) and all the area around that Theophanes said he and his companions could walk on the icebergs to the Asian shore of the Bosporus.

Present Day

As for us today, for the past 500 years, the earth has experienced its most tranquil period in its tumultuous history. Even the Holy Scriptures speak of things happening at the Exdodus that most people today consider as mere myths (yet they occured). Ancient Greek literature is full of such catastropic events that happened after the time of the Flood of Noah. And what do we find in Zeachariah 9 to 14? It catalogues the various events leading up to Christ putting his feet on the Mount of Olives at his Second Advent.

First, the whole of the eastern Mediterranean is going to be destroyed by the “sword” of God (not by man) – see chapter 9:2-8. This occurs when “all the world” recognizes that God is dwelling in Damascus (not in Jerusalem) – see 9:1.

After this destruction (which will also include the coastal area of the present State of Israel), we find a great exodus of Jews from other countries going back to Israel. This means the Jews of Judah (the Jews mainly from Arabic countries) and those of Israel (those of northern descent now called Ashkenazi who are mainly from Europe) will return in masse tot the Land of Israel and re-settle the land and even throughout Jordan (9:9-10:12).

The two divisions of the Jews will not get along with one another (chapter 11). But before their brotherly “falling out”, they will be strong and powerful once again in Israel and the whole world (along with the Jews) will take up the issue if Jerusalem should become the capital of the world (12:1-8). Many Gentiles (and even Jews) will be against this notion because of the biblical teaching that it will be the Antichrist who first rules in Jerusalem.

But God then sends a spirit of grace and supplication to all in Jerusalem (Jews and Gentiles) – see chapter 12:8-14 and through to 13:5. Israel will then accept the one they pierced” (12:10-14) (which means they will accpet Jesus {Jesjoea} as their Messias) and they will start to build a new Temple when a new spring points out of the spot in Jerusalem (13:1) that will no doubt be on the Mount of Olives. This will be a sanctified Temple.

Then comes the Antichrist (chapter 13:6) whom God will turn against (13:7) and then the “Judah section” of the Jews will fight with the “Israel section” (those two sections mentioned in chapter 11), and a third of the people will survive (13:7-9). Then when the nations gather at Jerusalem to finally put down the Antichrist (chapter 14:1,2), Christ Jesus returns at his Second Advent (14:3-9). Then will occur more seismic disturbances that result in the destruction of the Temple on the Mount of Olives (along with the mount itself). Then will be raised up another sanctified Jerusalem and a new Temple (14:9-21). God (in the person of Christ Jesus) will symbolically enter that Temple having moved from His “Damascus House” to His favorite place, Jerusalem!

God loves to live in Jerusalem. Why He does is a mystery to me. I ask why anyone in his right mind would want such a piece of real estate that has no beauty of mountains, streams and forest reserves? I am from the Pacific Northwest of the United States that has the most beautiful creations of God’s divine hand that anyone can see, and these lands are my “Holy of Holies” that I love with all my heart. Why in the world would I give up such a wonderful area for the barren rocks of Jerusalem? I will not do so, but my dear Jewish friends who live in the area will defend their inheritance to their deaths. To them, those lands are God’s “Promised Land” and meant for them to enjoy. And what is amazing, God the Father and Christ Jesus {Jesjoea} agree with them!

In closing, let us realize that the first major event that will cause God to leave His abode at Damascus is the destruction of the whole of the eastern Mediterranean region down to and including Gaza. This appears to be the result of a gigantic tsunami. The whole world will see this and know that God is entering into world affairs. They will understand that Israel’s God is the true God and that Christ Jesus is His Son (these divine judgments will convince them). This is why the world will let the Jewish people return to Israel en masse and into Jordan. The events that follow will lead directly to the Advent of Christ Jesus.

*Ernest L. Martin, 2000 – Edited by David Sielaff, March 2005 / www.askelm.com – David Sielaff

[Israël prepares for tsunamis / First Publish: 4/4/2016, 11.53 AM – Arutz Sheva 7 …

Rescue teams simulated a tsunami wave hitting the beaches of Asdod and Ashkelon as part of a national exercise.

Emergency personnel participated Monday morning in Israël’s first tsunami wave simulation to raise public awareness and practice appropriate and effective responses in the event that a tsunami hits Israël’s Mediterranean coastline.

Dubbed “Nachshol Kachol” (Blue Tidal Wave), the exercise included evacuating citizens from the beaches of Asdod and Ashkelon to safe gathering points in accordance with the tsunami warning signs.

The exercise was conducted by the National Emergency Defense Ministry and Israël police, in cooperation with the Home Front Command, local authorities and emergency agencies.

The Mediterranean Sea is a vulnerable region for tsunamis. Around 25% of all recorded tsunamis in human history took place in the Mediterranean.

Every 100 years on average a significant tsunami takes place in the sea, and every 250 years on average a tsunami strikes the shoreline of Israël.

Warnings about a possible tsunami are received in Israël once every three months on average. The last such warning was received on April 15, 2015, due to an earthquake of Cyprus that measured 6.1 on the Richter scale. Another warning was received the day after, due to an earthquake near Crete of the same magnitude.]  

*******************************************

Syrie / anno eind 2013 – 2018 … …

Syrie: Zeer veel vluchtelingen vluchten naar het Koerdische noorden van Irak. Met gifgasaanvallen door het Assad-regime worden ruim 1300 personen, onder wie veel kinderen gedood. De VN-Veiligheidsraad komt hiervoor op 21/8 in spoedzitting bijeen. Heel veel vluchtelingen steken de grens naar Iraaks Koerdistan over. De kampen hiervoor zijn al overvol. Een team van VN-wapeninspecteurs voor onderzoek naar gebruik van chemische wapens arriveert op 18/8 in Damascus. Beide partijen ontkennen het gebruik van chemische wapens. “Ondanks het overschrijden van Obama’s ‘rode lijn’ door een gifgasaanval zullen de VS niet ingrijpen”, zegt generaal Dempsey, omdat de de Syrische rebellen de belangen van de VS niet dienen.

Het regime blokkeert onderzoek naar de inzet van gifgas, ondanks de aanwezigheid van de VN-inspecteurs. Die worden niet toegelaten op de plek waar honderden burgers omkwamen. Minister Timmermans zegt met nadruk dat als Syrie chemische wapens gebruikt er zonder meer moet worden ingegrepen, nadat de Veiligheidsraad eind augustus heeft besloten geen onderzoek in te stellen. De VS staan onder druk om in te grijpen. De VS, Groot-Brittannie en Frankrijk twijfelen niet aan het gebruik van chemische wapens door het Assad-regime. De vloot en het leger van de VS staan klaar voor een aanval op Syrie. Ook de Britse regering wil zo snel mogelijk aanvallen, maar het parlement is tegen. Het regime is bereid om VN-inspecteurs een onderzoek naar het gebruik van gifgas te laten doen. Tijdens hun werk worden de inspecteurs beschoten. Rusland stuurt extra marineschepen naar de Middellandse Zee. Steeds meer landen geven steun aan een aanval onder leiding van de VS.

Hezbollah en Iran zweren wraak bij een aanval op Syrie en Assad dreigt hard terug te zullen slaan en waarschuwt daarbij dat een aanval op Syrie het gehele Midden-Oosten in vuur en vlam zal zetten. Syrische pro-Assad hackers slaan toe in de VS. Ban Ki-moon wil hoe dan ook een militair ingrijpen tegenhouden en diplomatie een kans geven. De VN-inspecteurs komen 31/8 terug en rapporteren aan Ban Ki-moon. De Arabische Liga wil een militair optreden voorzien van een VN-mandaat. Het bewijs ligt er dat het Assad-regime het gifgas sarin heeft gebruikt tegen de eigen bevolking. Na de toezegging van president Assad om het chemische wapenarsenaal te laten ontmantelen zet Obama zijn aanvalsplannen in de koelkast. Syrie wordt lid van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens, OPCW, waardoor een militair ingrijpen onzeker wordt. Maar dan moet de voorraad chemische wapens wél binnen dertig dagen zijn doorgegeven aan OPCW in Den Haag. De VN publiceert een rapport waarin de oorlogsmisdaden van het Assad-regime gedurende de afgelopen 1,5 jaar worden gepubliceerd.

Kerkleiders in het Midden-Oosten roepen op tot vredesbesprekingen in de ‘kwestie-Syrie’. Gaandeweg wordt de positie van president Bashar al Assad sterker, zeker nu een offensief van de VS waarschijnlijk niet doorgaat en hij op het slagveld de overhand heeft gekregen. Turkse buurman Erdogan wil dat Assad vertrekt. De ministers van Buitenlandse Zaken Lavrov en Kerry stellen half september in Genéve een tijdschema op voor de vernietiging van de chemische wapens én er moet een vredesconferentie komen. De strijd gaat evenwel in volle hevigheid door. VN-chef Ban Ki-moon wil dat Assad verantwoording aflegt voor de vele misdaden tegen de menselijkheid, als de burgeroorlog voorbij is. IHS Jane’s rapporteert dat ca. 100.000 jihadisten vechten tegen het Assad-regime. Dit aantal is versplinterd in ca. 1000 kleine strijdgroepen. Rusland zegt bewijs te hebben dat de rebellen gifgas gebruiken. Er dreigt een oorlog tussen gematigde en extremistische rebellen. Syrie levert informatie aan de OPCW, de organisatie die de vernietiging van chemische wapens organiseert. Rusland en de VS, binnen de VN-Veiligheidsraad, zijn eind september overeengekomen dat in 2014 alle chemische wapens zijn overgedragen. Steeds meer christenen die Aramees spreken vluchten naar het Westen. De voedsel tekorten nemen snel toe. Een radicale groep in de rebellenbewegingen zegt het vertrouwen op in de Syrische Nationale Coalitie (SNC). De VN-wapeninspecteurs beginnen hun werk in Syrie op 1/10. Zij krijgen voor hun werk documenten van de regering. De islamisten vallen opnieuw een christelijk dorp aan. Tijdens een interview erkent Assad fouten te hebben gemaakt. Human Rights Watch laat weten dat de rebellen 190 burgers vermoorden en meer dan 200 mensen ontvoeren, daarnaast ook 7 medewerkers van het Rode Kruis. Ze worden kort daarna weer vrijgelaten. Minister Kerry: voor vrede in Syrie is een interim-regering nodig. De ontmantelings-activiteiten van de chemische wapens staan onder leiding van de Nederlandse Sigrid Kaag. Een vredesoverleg in november in Genéve wordt onzeker omdat de oppositie wil dat Assad van tevoren tot aftreden wordt gedwongen. Op 28/10 zijn de OPCW-inspecteurs klaar met de inspectie van 21 van de 23 checkpoints. De laatste 2 liggen in de gevechtszones. VN-gezant Brahimi bezoekt Assad op 30/10 voor een gesprek over de vredesconferentie in november. Israel wordt beschuldigd van het bombarderen van een militaire bases. Assad laat zijn medebewoners verhongeren. Wegens een uitbraak van polio en ernstige  honger komt er een vrije toegang voor vaccins en hulp. Een bolwerk van de rebellen, Sbeineh, wordt heroverd. De oppositie, de Syrische Nationale Coalitie SNC, doet mee aan een internationale vredesconferentie in Genéve. De organistie blijft erbij dat in een overgangsregering, waaronder een Nederlander, geen plaats is voor Assad. Hezbollah blijft het Assad-regime steunen. Deze vredesconferentie zal naar verwachting rond 14 januari van 2014 in Genéve plaatsvinden.

Wat zeggen de profeten Jesaja en Jeremia over de stad Damascus …

Het zijn juist deze profeten als Jesaja en Jeremia die in een aantal Schriftplaatsen uitdrukkelijk spreken van een oordeel over die eeuwen oude stad Damascus in het land Hadrach, de landstreek die beloofd is aan Abraham en zijn nageslacht [the ‘Area of the Fertile Crescent], hierbij doelend op ‘het laatste der dagen‘ van deze boze eeuw (Gal. 1:4), maar wat uitziet op iets nieuws namelijk een nieuwe eeuw (gr. aioon), die van het Koninkrijk der Hemelen of ook wel het Messiaanse rijk genoemd met een tijdsduur van tenminste duizend jaar, waarin alle geslachten des aardbodems gezegend zullen worden indien zij wandelen in het zegenen van het Volk Israel! (Gen. 12:3; Openb. 20:1-10).

  • ‘Zie, Damascus wordt weggenomen, zodat het geen stad meer is: het wordt een puinhoop’ … ‘Ten tijde des avonds, zie, daar is verschrikking; voordat het morgen wordt, zijn zij er niet meer. Dit is het deel van hen die ons plunderen, en het lot van hen die ons beroven’ (Jes. 17:1,14; 2-14).
  • ‘Over Damascus. Beschaamd staan Hamath en Arpad, want slechte tijding hebben zij gehoord; zij zijn in onrust als de zee, zij zijn bezorgd, zij kunnen niet tot rust komen. Ontmoedigd is Damascus, het keert zich tot de vlucht en schrik heeft het bevangen, benauwdheid en weeen hebben het aangegrepen als een barende. Hoe is de roemrijke stad verlaten, de veste der vreugde! Daarom zullen haar jonge mannen vallen op haar pleinen en al de krijgslieden te dien dage omkomen, luidt het woord van de HERE der heerscharen, en Ik zal een vuur aansteken binnen de muur van Damascus, dat de burchten van Benhadad zal verteren’ (Jer. 49:23-27).

The time is running out for 70 years … 1948-2018? 

Hierbij denk ik aan het samenkomen van een knooppunt van sporen als bij een spoorwegennet, wat dan ook uitloopt naar het ‘eindpunt van zo’n traject’, zoals beschreven in de profetische rede van Jezus Messias in Mattheus 24 waar de  griekse woorden ‘sunteleia‘ voor voleinding‘ in vers 3 en ‘telos‘ voor ‘tot het einddoel komen‘ in vers 6 gebruikt worden; waarbij het manifest worden van oorlogen, hongersnoden, pestilentieen en valse messiassen zich met de regelmaat van de profetische klok in het Midden-Oosten zullen voordoen, waarbij deze tekenen als beschreven in Mattheus en de Apocalyps feitelijk identiek zijn aan elkaar (Matth. 24:4,5,6,7; Openb. 6:1,2,3,4,5,6,7,8). Denk hierbij ook aan het Ezechiel verbond waar zich een ‘alliantie van Islamitische staten’ onder leiding van een grootmacht uit het verre noorden met Iran (Perzie) een aanval beramen op het Sieraad land Israel om buit te roven, maar zijn einde vindt op de bergen van Israel (Ezech. 38 en 39)!

Verantwoordelijkheid nemen … klinkt de profetie nog vandaag?

In hoeverre is hier de Kerk van vandaag anno 2014 in algemene zin verantwoordelijk als het gaat om het proclameren van datgene wat de profeten van Israel ca. 2500 jaar geleden openbaar maakten als zij spraken over een komend wereldgericht maar wat in positieve zin zal uitmonden in het Koninkrijk der hemelen ofwel het Messiaanse rijk met in het verlengde daarvan het Koninkrijk Gods hetgeen de nieuwe aarde en de nieuwe hemelen omsluiten zal (2 Petr. 3:10-13; Openb. 20:1-15; 21:1-21).

  • Zijn er (veel) herders die zichzelf weiden anno 2018, … met als gevolg dat zij thans worden beïnvloed door dwaalgeesten en leringen van boze geesten; een gruwel is het?
  • Klinkt de profetie vandaag over het volk Israel en de volkeren?
  • Worden de mensen, vooral de onterfde jongeren van onze tijd, het uitzicht van het Koninkrijk der hemelen (Messiaanse rijk), het uitzicht van Christus’ wederkomst onder het oog gebracht?
  • Worden zij intensief en onophoudelijk gewaarschuwd tegen de opzet van de leugenaar en moordenaar van den beginne, om spoedig de schijnmessias te laten verschijnen?
  • Wordt de ‘autonomen’ (‘autonomie’ gepredikt: wees jezelf tot wet) duidelijk gemaakt dat zij met hun chaotiseringspogingen want dat is de resultante van jezelf tot wet zijn, de hardste tyrannie oproepen, om zodoende de wetteloosheid op te voeren tot een climax van waanzin: de georganiseerde strijd tegen Hem Die op de troon zit en het Lam.

Lossersakte ontrolt … 7 zegels, 7 bazuinen en 7 schalen!

Zal er in minder dan twee jaar tijd dus in 2015 (5776) het lang verwachtte en heilshistorische moment zijn aangebroken van hetgeen de Apocalyps verhaald als het gaat om het ‘finale patroon‘, waarop de dan met 7 zegels verzegelde boekrol óf ‘lossersakte’ ontzegeld gaat worden, waarvan het eerste geopende zegel de verschijning van een wit paard met boog en kroon laat zien dat uit zal gaan om overwinnende te overwinnen, maar in z’n gevolg oorlog, dood, honger en ziekte met zich meesleept! (Openb. 6:2-8).

Het zijn expliciet de 7 bazuin en 7 schaal oordelen die volgens de Joodse traditie 10 dagen ‘Rosh Hasjana’ het oordeel over de mens en wereld (gr. aioon) verzegelen aan het eind van ‘Jom Kippoer’ en die de weg vrij maken voor het koningschap over de wereld, die gekomen is aan onze Here en aan zijn Gezalfde, en Hij zal als koning heersen de eeuwen (aionen) door! (Openb. 6:2 – 19:21).

Bijbelse getallen als 7, 360 en 2520, staande voor het profetisch gehéél!

Opzienbarend is hier de precisie aangaande Gods profetische tijdklok die we terug vinden in de 17.640 dagen die er liggen tussen de herovering (re-united) van Jeruzalem tijdens dag 3 van de ‘Zesdaagse Oorlog’ dus op 7 juni 1967 en de ‘Jom Kippoer’ op 23 september 2015, waarbij tussenliggend op ‘Pesach’ en ‘Sukkot’ in 2014 en 2015 een ‘tetrad‘ van maan en zon eclipsen te zien zal zijn. Hierbij staan de getallen 7 (het getal van de volheid), 360 (profetisch en bijbels jaar van 360 dagen) en 2520 (het getal van de chronologische volmaaktheid!) voor het geheel der vervulling van de profetie aangaande de stad Jeruzalem, het volk Israel en de volken! (Dan. 9:24-27).

1. 7 x 7 jaarsabbatten = 49 x 360 dagen in een profetisch jaar = 17.640

2. 7 x 360 = 2520 x 7 = 17.640

3. de helft van 2520 = 1260

Enkele overeenkomende Schriftplaatsen: …

  • ‘Dit is het schrift, dat geschreven is: Mene (1,000 gerahs), Mene (1000 gerahs), Tekel (20 gerahs), Ufarsin (500 gerahs). Dit is de uitlegging van de woorden: Mene: God heeft uw koningschap geteld en er een einde aan gemaakt; Tekel: gij zijt in de weegschaal gewogen en te licht bevonden; Peres: uw koninkrijk is gebroken en aan de Meden en Perzen gegeven’ (Dan. 5:25-28).
  • ‘Hij zal woorden spreken tegen de Allerhoogsten, en de heiligen des Allerhoogsten te gronden richten; hij zal er op uit zijn tijden en wet te veranderen, en zij zullen in zijn macht gegeven worden voor een tijd en tijden en een halve tijd‘ [=1260 dagen] (Dan. 7:25).
  • ‘Toen hoorde ik de man die met linnen klederen bekleeds was en zich boven het water van de rivier bevond, zweren bij Hem die eeuwig leeft, terwijl hij zijn rechter- en zijn linkerhand naar de hemel hief: Een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer er een einde komt aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk, dan zullen al deze dingen voleindigd zijn’ (Dan. 12:7).
  • ‘En hij zal het verbond voor velen zwaar maken, een week lang [=2520 dagen]; in de helft van de week zal hij slachtoffer en sprijsoffer doen ophouden; en op een vleugel van gruwelen zal een verwoester komen, en wel tot aan de voleinding toe, en waartoe vast besloten is, dat zal zich uitstorten over wat woest is’ (Dan. 9:27).
  • ‘En Ik zal mijn twee getuigen lastgeven om, met een zak bekleed, te profeteren, twaalfhonderde zestig dagen lang’ (Openb. 11:3).
  • ‘En hem werd een mond gegeven , die grote woorden en godslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeenveertig maanden [=1260 dagen] lang te doen’ (Openb. 13:5).
  • ‘Voorts zult gij u zeven jaarsabbatten tellen, zevenmaal zeven jaren, zodat de dagen van de zeven jaarsabbatten negenenveertig jaren zijn. Dan zult gij bazuingeschal doen rondgaan in de zevende maand; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen rondgaan door uw ganse land. Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid in het land afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren’ (Lev. 25:8-10)!

Gerard J.C. Plas

*******************************************

Turkish Newspaper close to president Erdogan calls to form Joint Islamic[Ezech.38-39]

www.memri.org

*******************************************

Speech Netanyahu Aipac Conference 2018 / https://www.youtube.com/watch?v=EwZAmsmXy6w

*******************************************

ISRAËL RISING: Ancient Prophecy/Modern LensBy Doug Hershey

A unique visual story of Israël’s miraculous journey from unforgiving desert land to thriving nation 

Thousands of years ago, the prophet Ezekiel foretold a future time in which the arid land of Israël 

would come alive …

*******************************************

Video van de dag … Israeltoday!!

www.israeltoday.nl

*******************************************

BETAR The Netherlands Zionist Public Diplomacy / BETAR.NL

www.betar.nl

*******************************************

Wat gebeurt er op 23 september 2017 als het teken uit Openbaring 12:1-6 zich aandient?

https://www.youtube.com/watch?v=6hiWHY4Sbwg

https://www.youtube.com/watch?v=1-HbfhH1VBY … By Scott Clarke

*******************************************

Scribd. Hubert Luns / 331 PUBLISHED / https://www.scribd.com/user/28277034/Hubert-Luns

********************************************

[Pastor Mark Biltz says: “Passover is upon us. How fast time flies. So much is going on in the world it is almost breathtaking. With this year being the 50th anniversary of Israël recapturing Jerusalem as well as the 100th anniversary of the Balfour Declaration declaring Palestine (Israël) as the place for the Jewish State and next year being the 70th anniversary of Israël becoming a nation we know this next year and a half  will be filled with great prophetic signifiance.  As I stated in my book, Blood Moons Decoding the Imminent Heavenly Signs I mentioned the total lunar eclipses happening were signs of God reinserting Himself into human history as prophecy becomes fulfilled as never before. I believe they were signs pointing to watching Israël as events unfold as they celebrate the 50th anniversary of regaining Jerusalem in 1967 and the 70th anniversary of their birth as a nation next year in 2018. We have to watch with great expectation as to what this all means as it unfolds this summer/fall! So the next year and a half will be times of great revelation for those who have an understanding of the times as you can read in God’s Day Timer!” (See Resources: newsletter April 2017)]

U.S.A. – The State Washington – Seattle: 

*******************************************

  • The Hal Lindsey Report – een wekelijks commentaar over de geopolitiek belicht vanuit de Profetie – www.hallindsey.com
  • Awarenes and Action – www.shoebat.com
  • The Ministry Home of Joel Richardson – www.joelstrumpet.com / Mystery Babylon – Unlocking the Bible’s Greatest Prophetic Mystery / Rev. 17-18!
  • ASK ministries by David Sielaff – www.askelm.com
  • The New World Order – by Lisa Haven www.lisahaven.news

*******************************************

AIPAC – America’s Pro Israël Lobby / www.aipac.org

*******************************************

Middle East:

iltv.tv

www.jerusalempost.com

www.israelnationalnews.com

www.israeltoday.co.il

www.timesofisrael.com

*******************************************

Why Rome is Not Mystery Babylon!! / The Underground with Joel Richardson …

www.joelstrumpet.com

*******************************************

Midden-Oosten nieuws:

www.franklinterhorst.nl

www.cidi.nl

www.likud.nl

*******************************************

Zie voor Schrift studies:

www.everread.nl

www.levendwater.org

www.bereanonline.org

www.overcometrust.org.uk

*******************************************

Congregations:

www.carmelcongregation.org.il

www.prayer4i.org

www.lancelambert.org

www.cgi-holland.nl

www.pillaroffire.nl

*******************************************

Zie voor dagelijks Israel nieuws uit verscheidene Midden-Oosten bronnen:

www.wimjongman.nl/mail-map/dagnieuws.html

*******************************************

Studie Hebreeuws:

www.studyhousereshiet.com / en wekelijks Shomrom nieuws uit Na’aleh, Israël 

www.hebreeuwseacademie.nl

www.israelplatform.nl / zie: cursussen Hebreeuws!

********************************************

HADDERECH (DE WEG)

www.hadderech.nl

********************************************

SECRETS OF GOLGOTHA!!

www.askelm.com

********************************************

 

 

 Posted by at 00:01
Dec 122017
 

Do you know the story of how a little-known document issued in Great Britain 100 year ago helped set the stage for a key fulfillment of Bible prophecy?

“Those stones are the most important find you have made there this summer”. My Israeli dig supervisor was pointing to the large Herodian building stones that had formed the foundation of King Herod’s expansion of the Temple Mount in Jerusalem. Those stones were tangible proof of the first-century monarch’s rule over the Jewish state.

They stand today as evidence for any visitor to see that the biblical and historical record is true. There was a Jewish state in the land in the first century, ruled over by Rome. In spite of attemps to deny it and rewrite history, a Jewish temple stood on the mount. All of this is a critical piece of proof that helps establish the legitimacy of the state of Israël.

The year was 1971, and I was a student volunteer working to clear away, 2000 years of accumulated debris at the base of the Temple Mount in Jerusalem. This was only four years after the Israëlis gained control of the Temple Mount in their lightning quick victory in the 1967 Six-Day War.

Israël archaeologists were racing to dig through nearly 20 centuries of rubble and expose the historical record of a Jewish presence in Jerusalem. At the time I didn’t realize the importance of this political fact. But I do now!

Why is the existence of the state of Israël important to you? It matters because the modern state of Israël is one of God’s markers of His promises, both physical and spiritual, in today’s world. The Jewish State is a remnant of a once-large group who held the promises God made to Abraham.

That a remnant of the people of God chose for a special purpose still exists in the land promised to Abraham is a sign to all mankind that God will fulfill the greater spiritual promises of that agreement. You need to understand not only how the state of Israël came to be but also why it is a critical dimension of understanding God’s purpose and plan.

The promise of a Jewish homeland

Nov. 2, 2017, marks the 100-year anniversary of a puplic letter sent to a prominent British Jew, Lord Rothschild, by Arthur James Balfour, the British foreign secretary. The letter, thereafter called the Balfour Declaration, committed the government of Great Britain to the creation of a “national home for the Jewish people” in what was then called “Palestine”, the biblical land of Israël.

Palestine at this time was a part of the crumbling Ottoman Empire. Allied leaders recognized that with the conclusion of World War I the map of the Middle East would be redrawn, and governance of lands would be distributed among the Allied nations. Great Britain was laying claim to Palestine and committing itself to allowing further Jewish immigration into that area.

Here is the critical text from that 1917 document: “His Majesty’s Government view with favour the establisment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country”.

The Balfour Declaration was debated and discussed in the years after its issuance. Some questioned its legitimacy, and subsequent British governments even ignored its intent. Sympathizers with Arab claims to the landrejected the right Great Britain to promise the land to the Jewish people.

However, the League of Nations included the text of the declaration in its 1922 grant of a Palestine mandate to Britain, thus granting legitimacy among the international community to what Great Britain promised. In 1947 the United Nations General Assembly by resolution endorsed the division of Palestine into two states, one Jewish and the other Arab. Thus a line of international legitimacy can drawn from 1917 to 1948.

On May 14, 1948, the state of Israël declared its existence as the first Jewish state in the land since the Roman destruction of Jerusalem and the loss of Jewish sovereignty beginning in A.D. 70. Neighboring Arab nations immediatly attacked Israël, beginning a long period of war, peace agreements and failed efforts to reconcile the Arab and Israëli interests in the region.

The promises to Abraham

Today the state of Israël is the only stable democratic nation in the Middle East. To maintain its precarious existence it must remain constantly on alert to terrorism, military attacks and political hostility from neighboring states and even the at times vague and fickle support from America, the first nation to acknowledge Israël’s existence.

As my archaeological experience in Jerusalem from years ago testifies, the legitimacy of the Jewish state is a serious matter. Yet most do not understand the historic and prophetic role the state of Israël fills in the plan of God. Let’s review that.

The book of Genesis records a dual promise to Abram – later know as Abraham – that included possesion of the land now called Israël and a vast multitude of descendants. The promise also contained a spiritual dimension that was fulfilled in another of Abraham’s descendants, Jesus Christ.

Through Him is the promise of spiritual salvation to all races and peoples regardless of their physical descent. These promises to Abraham are at the heart of that part of the Bible we call the Old Testament and are expanded in the New Testament through the message of and about Jesus Christ and the Kingdom of God.

The physical promises to Abraham’s descendants began to be fulfilled when the 12 tribes of Israël were miraculously delivered from Egyptian slavery and brought to the Promised Land by Moses and Joshua. Ancient Israël grew stronger under King David and Solomon and later fractured into two nations, the kingdom of Israël and the kingdom of Judah.

However, both nations came to a point where they were weakened and eventually overcome and deported by the stronger nations of Assyria and Babylon. The Bible details Israël and Judah’s decline and fall and specifically and repeatedly shows it was due to sin and breaking of the agreements made by the people’s forefathers with God. History shows the kingdom of Judah, what we can refer to as primarily a Jewish state, came to a conclusion in or about 587 B.C. when the Babylonian king Nebuchadnezzar sacked Jerusalem and took most of the Jews captive to the area of Babylon (2 Kings 25:7-11).

But the story of the presence of God’s people in the land does not end there.

The return to the land

The Jewish state was restored in part during the time of the Persian king Cyrus the Great. Persia took a different national policy toward captive nations by allowing people to remain in their land.

Nehemia 1 contains Cyrus’ decree allowing Jewish captives to return to Jerusalem to rebuild the temple to God and inhabit the city (Nehemiah 1:1-4). The story of the return of this remnant of Israël is told in the books of Ezra and Nehemia and Malachi.

Through much difficulty the Jewish state was reborn and endured through the Persian and Greek periods and into Roman times. It is a remarkable and little understood portion of biblical record.

As foretold far earlier through the prophet Isaiah in chapter 44:24-28, God directed through Cyrus the return of Israël to the land during this period. God’s plan was linked to the presence of His people in the land promised to Abraham.

Prophecies concerning Jesus Christ’s first coming are found throughout the Old Testament, even to the naming of the city in which He would be born (Bethlehem). He was born of the line of David, a Jew. All this had to occur as foretold, and the place where this would happen would be in the land promised to Abraham, the ancient land of Israël. God restored a Jewish state in the land to fulfill messianic prophecies and provide the environment for the birth of both His Son and His Church.

We read of this through the New Testament Scriptures. The presence of the people of Abraham in the land is clear. We read the incontrovertible evidence in the Bible. What today’s archaeologists have unearthed in the land proves this fact beyond doubt. It is only political scheming that attempts to deny this truth.

The Jewish state lasted until A.D. 70, when Rome destroyed Jerusalem and the temple and dispersed many Jews after a revolt that had begun a few years earlier. From A.D. 70 to 1948, although there was a scattered Jewish presence in the land, there was no sovereign nation here composed of the descendants of Abraham through Israël and Judah, those who held the Abrahamic blessing promised centuries before by God.

What does this mean for today?

Fast-forward to our modern times and we can begin to understand why the state of Israël is important to the purpose of God and why the Balfour Declaration of 100 years ago was a key step in this history.

The Bible contains prophecies of the time of the end, prior to Christ’s second coming, that must include a Jewish state – a remnant of the ancient nation of Israël – in Jerusalem and the land of Israël.

One prominent prophecy was made by Jesus Christ Himself on the Mount of Olives – His Olivet Prophecy in Matthew 24. In answer to the question from His disciples, “What will be the sign of Your coming, and of the end of the age?” (Matthew 24:3), Jesus began to list a number of events.

In verse 15-16 He said, “When you see the ‘abomination of desolation’, spoken of by Daniel the prophet, standing in the holy place …, then let those who are in Judea flee to the mountains”. His disciples knew what He was referring to. This was a reference to an event in 168 or 167 B.C. when the Syrian king Antiochus Epiphanes desecrated the Jerusalem temple by offering swine’s blood on the holy altar. He ended for a time the daily sacrifices at the temple and sought to stamp out all presence of the faith of God among the Jews. He didn’t succeed, but he did for a time impose a kind of a holocaust on the nation.

In referring to these events, Christ was saying there would be a similar end-time occurence, For this to happen as Jesus foretold, there would have to be in Jerusalem a restored system of sacrifices on a consecrated altar as described in the biblical laws of Old Testament. This of necessity would require a Jewish presence and a form of the faith as practiced under that ancient system. This could not happen without a Jewish national state in that land.

Jesus referred to the prophet Daniel. In the prophecy of Daniel 7 we find what is called the “70 weeks prophecy”, which gives amazingly precise information about the holy city and the coming of Christ at His appearance and even to His second coming. It is an intricately complex prophecy but includes unmistakable references to “sacrifices and offerings” and “abominations” and “one who makes desolate”.

Taken together with Christ’s statements, it is understood that this prophecy stretches from the sixth century B.C. to the time of Jesus Christ’s return. Again, the presence of sacrifices can only be possible within the context of a restored Jewish state in the land.

A key event of prophecy

Many other prophecies referencing Jerusalem and Judah can be understood and fulfilled only with an end-time Jewish state in the ancient land. 

The creation of the state of Israël in 1948 is a key event in not only modern history but also prophetic history. It is a signpost in the long story of God working with the descendants of Abraham, Isaac and Jacob, the 12 tribes of Israël, as part of His grand purpose to bring salvation to all nations through Abraham’s promised “seed”, Jesus Christ (Genesis 22:18; Galatians 3:16).

While salvation, the passage to immortal glory in the family of God, is a promise for all people, God chose to work through the family of one man to make this possible. Jesus Christ was born as a descendant of Abraham, and His sacrifice and ressurection are the means for forgiveness of sin and the path to eternal life.

Israël and Jews have been connected to not only Great Britain but America as well. The three are connected by bonds that go deeper than modern history. They are connected through the promises made by the Creator God to Abraham, the father of the faithful. Those promises, both spiritual and physical, are sure and just. Space here does not permit a complete explanation of this truth, but you can read about it in our free study guide The United States and Britain in Bible Prophecy.

Many sense this connection to a certain degree, feeling it is of God. It causes people to feel that as Israël goes, so goes America. Does God favor and protect Israël and America? The question has been raised by the eminent American scholar Walter Russell Mead. In a piece for The American Interest on May 25, 2011, titled “The Dreamer Goes Down for the Count”, he wrote about the relations between the two nations. Mead glimpsed that the connection between the two is indeed something special.

He wrote: “The existence of Israël means that the God of the Bible is still watching out for the well-being of the human race. For many American Christians who are nothing like fundamentalists, the restoration fo the Jews to the Holy Land and their creation of a successful, democratic state after two thousand years of oppression and exile is a clear sign that the religion of the Bible can be trusted”.

Indeed, the “religion” of the Bible can be trusted – as the truthWhen connected to events in the modern world, we achieve a deeper level of understanding. The Balfour Declaration of 1917 was a key step in creating today’s state of Israël. It is well worth noting at this centenary point.

The state of Israël today sits in precarious yet important juncture of world affairs. Few understand the role of the Jewish state from the dimension described in this article.

Fifty years ago one observer peered through the fog of misunderstanding and commented on the importance of Israël. The moral and social philosopher Eric Hoffer wrote: “As it goes with Israël so it will go with all of us. Should Israël perish, the holocaust will be upon us” (“Israel’s Peculiar Position”, The Los Angeles Times, May 26, 1968).

Although Israël faces many enemies, we need not fear that the state of Israël will vanish. The Bible shows it will play a key role in the time leading up to the return of Jesus Christ!

By Darris McNeely – World News & Prophecy / BTmagazine.org

***********************************

CHANUKAH 1917 – 2017

***********************************

JERUZALEM – VROEGER, vandaag en in de toekomst …

Binnen de beperking van mijn eigen leven zijn er twee data, die de loop van de geschiedenis hebben veranderd. Bij elke gelegenheid was Jeruzalem het centrum van een groot drama, dat het einde van een tijdperk aanwees.

De eerste gelegenheid was 9 december 1917. De legers van Generaal Allenby namen onder merkwaardige omstandigheden Jeruzalem in. De Turken hadden 400 jaar lang over Palestina (Israël)  geregeerd en de Engelse  Generaal Allenby had zich op een zware slag voorbereid om Jeruzalem op de Turken te veroveren. Tot zijn verbazing gaven de Turken de stad over. Jeruzalem was de enige vijandelijke vesting die zich in de eerste Wereldoorlog overgaf zonder dat er een schot gelost werd.

De val van Jeruzalem op 9 december 1917 tijdens het Chanukah feest (Joh. 10:22) was niet alleen een belangrijk keerpunt in de oorlogsgeschiedenis. Het wees ook een belangrijke datum aan op de Hebreeuwse kalender: de 24ste Kislev. We moeten Haggai 2:19-20 lezen om de geestelijke betekenis van de 24ste Kislev te ontdekken.

Op die dag kwam het woord des HEREN tot Haggai: ” ……. Bedenkt toch wat voorafgegaan is aan deze dag, de vier en twintigste der negende maand (Kislev), van de dag aan, waarop de tempel des HEREN gegrondvest werd. Bedenkt: Is er nog zaad in de schuur? Ja, ook de wijnstok, de vijgenboom, de granaatappelboom en de olijfboom hebben niet gedragen. Van deze dag aan zal Ik zegenen”.

God hield zijn belofte en zegende 2500 jaar geleden hun pogingen om de tempel en Jeruzalem te herbouwen. Het is niet zonder betekenis dat Hij ook deze datum uitkoos om de 400 jaren [1517-1917] van Turkse overheersing van Palestina (Israël) te beëindigen. Hij zegende de pogingen van de Joodse pioniers die terugkeerden om hun vaderland weer op te bouwen en zich weer in Jeruzalem te vestigen.

De grondslag voor de stichting van de moderne staat Israël werd nu 100 jaar [1917-2017] geleden gelegd toen de poorten van Jeruzalem geopend werden voor de zonen van Zion.

De 2e datum die een bijzondere betekenis heeft is de 7e juni 1967, 50 jaar later. Tijdens de Zesdaagse-oorlog werd Jeruzalem bevrijd van de heidense overheersing, die de bestemming van de stad gedurende 2500 jaar had bepaald.

JERUZALEM ZAL DOOR DE HEIDENEN VERTRAPT WORDEN TOTDAT …….

Omdat Jeruzalem thans niet meer door de heidenen wordt overheerst, zal het goed zijn de betekenis van de term “heiden” te verduidelijken. Van Dale’s woordenboek omschrijft het woord “heiden”, “een ieder die niet in de ware God gelooft”. Een ander woordenboek zegt: “iedereen, behalve een Jood”. In zijn profetie: “Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden totdat de tijden der heidenen zullen vervuld zijn” wil Israëls Messias zeggen dat de niet-Joden Jeruzalem zouden overheersen TOTDAT hun tijden vervuld zijn.

Vanaf de Messias tot ’67 overheersten een reeks niet-Joodse volken de Heilige Stad. Deze datum heeft een nieuw tijdperk ingeluid. Ofschoon Jeruzalem op 7 juni 1967 van heidense in Joodse (Israëlische) handen overging, is de Heilige Stad het middelpunt geworden van vele debatten en kritiek; voorstellen pro en contra. Op 6 december 2017 [18 Kislev 5778]  verklaarde de Amerikaanse President Donald Trump, dat Jeruzalem de hoofdstad van Israël is, dus precies 100 jaar nadat de Engelse Generaal Allenby de stad Jeruzalem veroverden op het Turks-Ottomaanse rijk.

JERUZALEM, EEN LASTIGE STEEN!

Ongeveer 480 jaar voor de geboorte van de Messias Jesjoea profeteerde Zacharia: “Zie, Ik maak Jeruzalem tot een schaal der bedwelming voor alle volken in het rond; ja ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Te dien dage zal Ik Jeruzalem maken tot een lastige steen, die alle natiën moeten heffen ……. ” (Zach. 12:2,3).

Het is nu overduidelijk dat er een zeer grote impasse is bereikt in de geschiedenis van Jeruzalem. Sinds 7 juni 1967 is de Heilige Stad een lastige steen geworden en haar toekomst is nu een der ernstigste geschilpunten in het Midden-Oosten, en van de vijf wereld continenten?!

DE TIJD VAN JAKOBS BENAUWDHEID

Op het Tempelterrein zou zomaar een nieuwe tempel gebouwd kunnen worden. Wanneer dit zou kunnen gebeuren is voor velen nog een geheimenis, zo ook zegt ons de 2e Thessalonicenzen brief [2:4]. Het zou kunnen gebeuren dat de tijd van … … … …

DE UITEINDELIJKE HEERLIJKHEID VAN ISRAËL

“Daarom, zeg tot het huis Israëls: Zo zegt de Here HERE: niet om uwentwil doe Ik het, o huis Israëls, maar om mijn heilige naam, dien gij ontheiligd hebt onder de volken in wier gebied gij gekomen zijt”.

“Ik zal mijn grote naam die onder de volken ontheiligd is, die gij te midden van hen ontheiligd hebt, heiligen; en de volken zullen weten, dat Ik de HERE ben, luidt het woord van de Here HERE, wanneer Ik Mij voor hun ogen aan u de Heilige zal betonen”.

“Ik zal u weghalen uit de volken en u bijeen vergaderen uit alle landen, en Ik zal u brengen naar uw eigen land. Dan zal Ik rein water over u sprengen, en gij zult rein worden van al uw onreinheden en val al uw afgoden zal Ik u reinigen; een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt. Gij zult wonen in het land dat IK uw vaderen gegeven heb; gij zult Mij tot een volk zijn en Ik zal u tot een God zijn”. (Ezech. 36:22-28).

De uiteindelijke heerlijkheid zal over Israël komen wanneer haar geslachten, de Messias zullen herkennen zoals er staat in Zach. 12:10 “Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over Hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene.”

De profeet Hosea spreekt ook van Israëls berouw en terugkeer tot God met de volgende woorden: “Ik zal heengaan, Ik wil wederkeren naar mijn plaats, totdat zij zich schuldig gevoelen en mijn aangezicht zullen zoeken, wanneer het hun bang te moede is, zullen zij verlangend naar Mij uitzien”. (Hosea 5:15).

Uit: ISRAËL – Het wonder van de 20e eeuw – hfdst. 4 / Melbourne, 1969 – Joseph H. Hunting / aangepast in december 2017

**********************************

De Messias bij Chanoeka – De messiaanse betekenis van Chanoeka

Voor de wet was het niet nodig dat de Joden naar de Tempel in Jeruzalem gingen, want dit was niet een van de bedevaartfeesten. Ieder mag het in zijn eigen plaats vieren, en niet als een heilige tijd. Jesjoea was daar wel, zodat Hij deze acht feestdagen voor een goed doel kon gebruiken.

“En Jezus liep rond in de tempel, in de zuilengang van Salomo. De Joden dan omringden Hem en zeiden tegen Hem: Hoelang houd U ons in het onzekere? Als U de Messias bent, zeg het ons vrijuit. Jesjoea antwoordde hun: Ik heb het gezegd en u gelooft niet. De werken die IK doe in de Naam van Mijn Vader, die getuigen van Mij. Maar u gelooft niet, want u bent niet van mijn schapen, zoals Ik u gezegd heb. Mijn schapen horen naar Mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij”. (Joh. 10:23-27).

Hij had het hun verteld, maar zij geloofden niet. Waarom zou het hen dan nog een keer moeten worden verteld? Om hun nieuwsgierigheid te bevredigen?

Wonderen

Het thema van Chanoeka is een wonder. Tijdens Chanoeka sprak Jesjoea over Zijn wonderen: “Als IK niet de werken van Mijn Vader doe, geloof Mij dan niet, maar als Ik ze doe en u Mij niet gelooft, geloof dan de werken, opdat u erkent en gelooft dat de Vader in Mij is en Ik in Hem”. (Joh. 10:37-38). Jesjoea wilde dat de mensen van zijn tijd de wonderen zouden zien en daardoor in Hem zouden geloven. Zijn wonderen wijzen op zijn goddelijke en messiaanse identiteit. Op deze manier verpersoonlijkt Jesjoea de boodschap van Chanoeka: God was actief betrokken bij de zaken van zijn volk. Chanoeka herinnert ons eraan dat God is een God van wonderen, niet alleen qua concept en religieuze idealen. Hij heeft zich in de menselijke geschiedenis begeven en doet dat ook vandaag nog. Ieder van ons die Jesjoea kent, kan spreken van het werken van God in ons leven (Gilman 1995).

Jesjoea is het Licht van de Wereld

Jezus sprak drie preken uit waarin hij zegt dat hij het “licht van de wereld” is, en alle drie kunnen zijn uitgesproken tijden Chanoeka, het feest van het Licht. (Het is niet duidelijk uit de tekst wanneer dit incident is gebeurd, maar het was in de tijd tussen het Loofhuttenfeest en het feest van de Toewijding (Chanoeka); beide vieringen zijn gericht op het licht). “Jesjoea dan zei tegen hen: Nog een korte tijd is het licht bij u; wandel zolang u het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalt. En wie in de duisternis wandelt, weet niet waar hij heen gaat. Zolang u het licht hebt, geloof in het licht, opdat u kinderen van het licht mag zijn. Deze dingen sprak Jesjoea. En Hij ging weg en verborg Zich voor hen”. (Joh. 12:35-36).

Vlak voordat Jesjoea aankondigde dat Hij het Licht van de wereld was, had Jesjoea het geweten van degene die de overspelige vrouw beschuldigden, aan het daglicht gebracht. Lees het verhaal in Johannes 8. Johannes registreert ook dat Jesjoea daar een blinde man geneest (Joh. 9:1-12) op ongeveer hetzelfde moment (Joh. 8:12 en 9:5) dat Jesjoea van zichzelf verklaarde het Licht van de wereld te zijn. “Ga heen, was u in het badwater Siloam (wat vertaald wordt met: Uitgezonden). Hij dan ging weg en waste zich en kwam ziende terug”. (Joh. 9:5-7).

Einde der tijden

Het verhaal van Chanoeka kan worden vergeleken met eindtijdsgebeurtenissen, beschreven in de boeken van Openbaring en Daniel. Antiochus is een type van de antichrist. Net zoals dat gebeurde onder het bewind van Antiochus, profeteerde Daniel in 9:27. “Hij zal voor velen het verbond versterken, één week lang. Halverwege de week zal hij slachtoffer en graanoffer doen ophouden. Over de gruwelijke vleugel zal een verwoester zijn, zelfs tot aan de voleinding, die, vast besloten, uitgegoten zal worden over de verwoeste”.

Dezelfde krachten die door Antiochus worden gepromoot, zijn vandaag de dag in de wereld aanwezig. Wereldwijd immoraliteit en afgoderij zijn de norm. We moeten ervan wegkomen en afgescheiden zijn. “Of welk verband is er tussen de tempel van God en de afgoden? Want bent de tempel van de levende God, zoals God gezegd heeft: Ik zal in het midden wonen en onder hen wandelen, en Ik zal hun god zijn en zij zullen Mijn volk zijn. Ga daarom uit hun midden weg en zonder u af, zegt de Heere, en raak het onreine niet aan, en Ik zal u aannemen”. (2 Cor. 6:16-17). De bedreiger staat te wachten om de huidige cultuur te verteren.

Hoe achtte Jesjoea het Chanoeka-feest?

Velen geloven dat onze Messias, het “Licht van de wereld” was en het feest van het licht, Chanoeka vierde. De Bijbel spreekt niet specifiek over de datum van Jesjoea’s geboorte. Het was niet tijdens de wintermaanden, want de schapen water in de wei (Lucas 2:8). Een studie over de tijd van de conceptie van Johannes de Doper onthult dat hij werd verwekt ongeveer op Sivan 30, de elfde week (Luc. 1:8,13,24). Door het toevoegen van veertig weken, voor een normale zwangerschap, blijkt dat Johannes de Doper werd geboren op of omstreeks het Pascha (Nisan 14). Zes maanden na Johannes’ conceptie werd Maria zwanger van Jesjoea (Luc. 1:26-33). Daarom moet Jesjoea zes maanden na Sivan 30 verwekt zijn in de maand Kislev (December) – Chanoeka. Werd het “Licht van de wereld” verwekt op het feest van het licht? Als we vanaf Chanoeka, dat begint op 25 Kislev, en acht dagen duurt, de negen maanden van Maria’s zwangerschap doortellen, komen we op de geschatte tijd van de geboorte van Jesjoea, tijdens [Rosh Hasjana – GJCP] het Loofhuttenfeest.

Geschreven door Robin Sampson – 12 december 2017 

**********************************

JERUSALEM IS THE CAPITAL OF ISRAËL

God knows it; Bible believing Christians know it and US President Donald Trump knows and will declare it so. The reaction in the Arab world is entirely predictable but wether ‘unpreditable’ Trump does so or not, makes no difference to God.

In Isaiah 62:1 – 7 the Lord has long declared. “For Zion’s sake will I not hold my peace, and for Jerusalem’s sake I will not rest, until her righteousness goes forth as brightness, and her salvation as a lamp that burns … I have set watchmen upon your walls, O Jerusalem. They shall never hold their peace day nor night. You who make mention of the LORD, do not keep silent, and give him no rest, till he establishes and till He makes Jerusalem a praise in the earth”. 

There is no city that has a greater impact on the world than Jerusalem. Ezekiel 5:5 says “Thus says the Lord God; This Jerusalem: I have set it in ther midst of the nations and countries that are round about her”. 

In  the mid-19th century, with the decline of the Ottoman Empire, the city was a backwater, with a population that did not exceed 8,000. Today, it’s a vibrant, well-populated and extremely popular place to visit and if you can afford it, to live.

During its long history, Jerusalem has been attacked 52 times, captured and recaptured 44 times, besieged 23 times, and destroyed twice. The oldest part of the city was settledd in the 4th millennium BC, making Jerusalem one of the oldest in the world. Since the unification of the City in the 6-Day War of 1967, the historical and earthly city of Jerusalem, has become a place not just to visit but once again, a place to worship – just as in the days of David, Solomon and Hezekiah.

This is the city Isaiah envisioned as the world’s centre, where the nations will be taught the Law of the Lord, and would beat their swords into ploughshares, and learn war no more. And this is the city that Jeshua wept over and foretold it would be ruled by Gentiles for a season of time.

The prophet Zechariah in Chapter 1:12-16 makes very clear that he too is passionate about Jerusalem, pleading with God to have mercy on its inhabitants. He knows Gods’ heart and proclaims that “He is zealous for Jerusalem and for Zion with great zeal”. And what is more, “I am exceedingly angry with the nations at ease…as He declares His intention to return to Jerusalem with Mercy”. There is no doubt that God is very jealous for this unique city and He who touches his nation and city, touches the centre of Gods affections.

¨ The Lord will comfort Zion and will again choose Jerusalem”, says Zechariah 1:17. But before God completes His redemptive plan for the nation of Israël, just as Jeshua predicted in Matthew 23:37 – 24:14, Jerusalem will be again at the centre of conflict. But it is Zechariah in Chapter 12 who gives the clearest picture of the position of Jerusalem in “that day”. The world’s spotlight will be turned to this city and “All Nations” shall come up against this “Burden stone” in order to heave it away but will be utterly destroyed in the process.

So, please pray for the Peace of Jerusalem at this very important time. But remember that it is a lot easier to pray for people if you have some connection with them.

HOW TO PRAYLearning from Jehoshaphat in 2 Chronicles 20.

  • Enemies were approaching who disputed the right to the Lan (20:1). Nothing new!
  • The King “fears” (20:3) but doesn’t run away. He fears God more and seeks Him.
  • Humbles himself and proclaims a fast.
  • Asks God for help (20:5)

Having done this he acknowledges God and remember what He has done for them. He knows Israël’s history (20:7) and knows the Temple represents God’s presence among them (20:8-9). He also knows that Israël had been ethical as it entered the Land.

But Jehoshaphat also recognised Israël’s limitations (20:12). He didn’t boast of their own power. Rather, he listened to the “true prophet” Jahaziel who told him “The Battle is not yours but the Lord’s (20:15). As a result, they would not need to fight in the battle, “Position yourselves, stand still and see the salvation of the Lord who is with you”. (20:17-18). The response to victory was worship (20:19) just as when the Lord comes in the mighty power to destroy all His enemies that we can’t possibly defeat ourselves.

What is happening over Jerusalem today is the beginning of the final act described in 2 Thessalonians 2:8, “And than the lawless one will be revealed, whom the Lord will consume with the breath of His mouth and estroy with the brightness of His coming”.    

By Derek Rous / www.prayer4i.org

**********************************

**********************************

Israel today 2017-5778 / Video van de dag: www.israeltoday.nl

www.likud.nl

www.cidi.nl

www.pillaroffire.nl

www.franklinterhorst.nl 

**********************************

Prophetic Times / Israël 1948 – 2018 / www.elshaddaiministries.us / Live-Stream met Pastor Mark Biltz.

See: Resources / Newsletter – September and December 2017 / The populair Biblical calendars.  

There a 3 blood moons or total lunar eclipses coming in a row starting next year on TuB’Shevat, 

then TuB’Av, the 15th of AV, and again on TuB’Shevat in 2019!

‘So in summary: TuB’Shevat is a signal of a change in season, the annual time to inspect the trees for fruit, (think humans) and we have a blood red moon. We also read the Scriptures about blossoming of the fig tree where a major sign was given with Israël becoming a nation and it just so happened it was springtime 70 years ago! Now let’s bring this all together. In Revelation we read about a red horse: Revelation 6:3,4 ‘When he opened the second seal, I heard the second living creature saying, “Come!” Another came forth, a red horse. To him who sat on it was given power to take peace from the earth, and that they should kill one another. There was given to him a great sword’.

We are about to end the Hebrew  year 5777 which represents a great sword. Just as there are three sevens, I believe God’s sword was raised over us 3 times. This was the year the sword was raised as a warning to repent as given to Baalam (Numbers 22:31-34) … [from the September newsletter]

**********************************

VIDEO CLIPS: Profetische Perspectief …

Watchman on the wall of Jeruzalem by Mr. Bart Repko/ www.neverbesilent.org

**********************************

Studie boeken bij:

www.everread.nl

www.levendwater.org

**********************************

NEWS FROM ISRAEL

iltv.tv

www.jerusalemoneline.com

www.israelnationalnews.com

**********************************

NEWS FROM U.S.A.

www.foxnews.com

www.cnn.com

**********************************

Biblical Prophecy:

Why Rome is Not Mystery Babylon / The Underground with Joel Richardson …

www.joelstrumpet.com

**********************

THE KREMLIN CONSPIRACY

www.joelrosenberg.com

**********************************

Zie voor dagelijks nieuws uit het Midden-Oosten:

www.wimjongman.nl 

www.wimjongman.nl/nieuwsbriefmap/weekbrief.html

**********************************

WEG UIT BABYLON: Laat Jeruzalem in uw hart opkomen!

Zie artikel: Van wie is het land volgens de volken?

www.weguitbabylon.nl

Aanbevolen lectuur:

  • En zo zal heel Israël zalig worden / Gods plan voor en door de 12 stammen van Israël  
  • Wetticisme / Wiens sabbatsgebod onderhouden wij – door Michael S. Fryer
  • Weg uit Babylon!

**********************************

Het andere nieuws / E.J. Bron

ejbron.wordpress.com

**********************************

www.hadderech.nl / De Weg

**********************************

ASTRONOMY ISRAËL / Super Blue Blood Moon on 31 January 31, 2018

www.astronomyisrael.com

**********************************

VANUIT SHOMRON …

wekelijks magazine vanuit het hartenland (op aanvraag!)

www.studyhousereshiet.com

info@studiehuisreshiet.nl

***********************************

***********************************

Gerard J.C. Plas

 

 

 

 

 

 Posted by at 17:50
Nov 222017
 
The Star That Astonished The World

The Star That Astonished The World

Het is de grote verdienste van Dr. Ernest L. Martin (1932-2002) geweest die in zijn boek ‘The STAR That ASTONISHED The World’ gezocht heeft naar het vaststellen van de identiteit van de in het Nieuwe Testament vermelde ster van Bethlehem (Matth.2:2,9). Het is geen religieus boek, maar wel een boek dat spreekt van gedegen historisch en astronomische onderzoek met als resultante het bepalen van die fascinerende samenstand van hemellichamen die in de volheid van de tijd heeft plaatsgevonden bij de geboorte van Jezus van Nazareth (Gal.4:4).

Reviews about this research …

“Professor Martin has presented a reasoned argument which deserves to be considered seriously.” -Prof. F.F. Bruce, University of Manchester, England.

“Of all the theories currently clustering around the Christmas star, I believe Martin’s may be the most plausible.” -Richard H. Schneider, Senior Staff Editor, Guideposts Magazine.

“The accounts of Josephus and the entire history of this period [the time of Christ’s nativity] have been reassessed recently, with important new results, by Ernest L. Martin, whose book, The star that Astonished the World, has become the authoritative source on the subject.” -Dr. Craig Chester, Astronomer (Monterey Institute for Research in Astronomy), Imprimis Magazin.

Chronlogical Rundown …

The nativity occurred on September 11, 3 B.C. Note the following sequence of historical events.

  1. Joseph and Mary’s journey to Bethlehem for the “census” occurred at the very close of the Jewish civil year – an apt time for a registration of peoples to happen. It was in the summer season and before the rains set in that would have made it difficult.
  2. Jesus was born in a stable in the twilight period of September 11th, the Day of Trumpets, 3 B.C.
  3. He was circumcised on September 18, 3 B.C. (the eight day for the circumcision rite is reckoned inclusively).
  4. He was dedicated in the temple on October 20/21, 3 B.C.
  5. Luke says: They returned into Galilee, to their own city Nazareth (2:39). This means they did not go to Egypt after the birth of Jesus. After all, they had only gone to Bethlehem for the “cencus,” not to move there. So, the family returned to Nazareth in the latter part of October, 3 B.C.
  6. Then for some reason, they decided to move to Bethlehem. This could have been in the Spring or Summer of 2 B.C. They set up house, having no need for the temporary type of shelter they had when Jesus was born (Matthew 2:11).
  7. On December 5th (Kislev 7) of 2 B.C. the youth tore down the eagle from the east entrance to the temple.
  8. Then on December 25, 2 B.C., when the King planet Jupiter came to its stationary point in mid-Virgo the Virgin, it would have been seen “stopped over Bethlehem” as viewed from Jerusalem. The Magi then went to Bethlehem and gave the child the gifts they brought from the east. Jesus was now a paidion (Greek: toddler) not a brephos (Greek: infant, as in Luke). He was old enough to stand and to walk. In the papyrus codex Bodmer V of the Proto-Evangeliumof James written in Egypt in the fourth century, it even states that the Magi were able to see Jesus “standing by the side of his mother Mary” (21:3). This shows early opinion that the visit of the Magi to give gifts to Jesus was long after his birth. This giving of gifts by the Magi would have occurred during the days of Hanukkah when Jewish fathers were accustomed to give gifts to their children. This would have appeared quite proper to Jewish people.
  9. With the warnings of the Magi, Joseph and Mary immediately took Jesus to Egypt in late December of 2 B.C.
  10. Immediately after this, Herod killed all the male children “from two years old and under” (Matthew 2:16). This matter of killing children two years old can now make better sense. If Jesus was born on 11 September, 3 B.C., the slaying of the innocents was about 15 months after his birth. If the conception period were also considered, it comes to 24 months exactly. This may be a helpful clue that Jesus was indeed born in September, 3 B.C. and why the Magi saw Jesus “standing by the side of his mother Mary”.
  11. Soon afterward, the two illustrious rabbis were tried and sentenced by the Sanhedrin. This could have been in early January of 1 B.C., and then a few days later (on January 10th) the eclipse of the Moon occured that Josephus mentioned.
  12. Herod then died about January 28th (Schebat 2) in 1 B.C.
  13. Later, in the Spring of 1 B.C., the Passover occurred during which 3000 Jewish worshippers lost their lives in the temple.
  14. In the Summer and Autumn of that year (1 B.C.) The War of Varus took place.
  15. Then, about twenty-eight years later, Jesus was baptized by John the Baptist sometime in either October or November of A.D. 27 at the beginning of a Sabbatical Year. Jesus then began his official ministry with the Passover and Pentecost season of A.D. 28 and was finally crucified in A.D. 30.

Geen essentiele vraag!

Wanneer is Jezus Christus geboren? Voor veel gelovigen is deze vraag helemaal geen vraag, want als antwoord krijg je dan te horen aan het begin van onze jaartelling natuurlijk! En in welk jaar was dat dan? In het jaar nul, maar rekenkundig kan dat jaar helemaal nooit bestaan hebben, want na 1 voor Chr. komt het jaar 1 na Chr. Maar op welke dag is Hij dan wel geboren en is het schanierpunt tussen 1 voor Chr. en 1 na Chr. dan misschien wel op de dag nauwkeurig aan te geven?

Gelukkig is het antwoord op deze vragen niet echt van essentieel belang als het gaat om de ‘weg der behoudenis’ van de mens. Maar het heeft wel alles te maken met Gods heilsplan aangaande Israel en de heidenvolken. God had immers in het boek Genesis al gezegd dat de zon en de maan gezet zijn tot TEKENEN en tot GEZETTE TIJDEN, en tot DAGEN en JAREN (Gen.1:14-16).  De profeet Jeremia onderricht het huis Israels dat zij niet de weg der heidenen opgaan in angst voor die tekenen des hemels die zij nu juist tot afgoden maakten, en juist hier leert de Schrift ons dat ook in de laatste dagen’ naar Jezus eigen woorden, er grote tekenen aan het uitspansel des hemels Zijn komst zullen aankondigen! (Matth.24:29-30).

Een astronomisch gebeuren!

De kennis van deze astronomische gebeurtenissen is echter in de kerkhistorie totaal zoekgeraakt. Overgebleven is een ietwat romantisch gebeuren of een mysterieus geloof in een dan wel of niet bestaande ster van Bethlehem, die de ‘wijzen’ (astrologen) volgden. De profeet Daniel zegt echter dat in de ‘eindtijd’ de kennis van Gods heilsplan zal vermeerderen, en het blijkt dat dit reeds het geval is met de geboorte van Jezus Messias (Dan.12:4,9). Een recent voorbeeld daarvan is dat in de Verenigde Staten in de maand december in 600 planetaria voor belangstellenden deze hemelglorie te zien is van deze unieke samenstand van hemellichamen -planeten- rondom de zon die tijdens de geboorte van Jezus moet hebben plaatsgevonden.

In de laatste decennia van het huidige Computertijdperk is het mogelijk gemaakt om elke samenstand van planeten uit alle tijden te reconstrueren. Het is Dr. Ernest L. Martin voormalig directeur van de Academy for Scriptural Knowledge in Portland geweest die in zijn boek ‘The STAR That ASTONISHED The World’ uiteenzet dat in de periode van 3 B.C. – 2 B.C. voor Christus er een zeer interessant astronomisch gebeuren heeft plaatsgevonden. Deze astronomische aankondiging van Jezus geboorte als de ‘Koning der Joden’ is zo indrukwekkend geweest, dat de wijzen (astrologen) uit het Oosten’ niet eens vroegen of de ‘Koning der Joden’ was geboren, maar alleen . . . waar is Hij nu! Want zo zeiden ze, wij hebben de ster (planetconstellation) in het Oosten gezien en wij zijn gekomen om Hem hulde te bewijzen (Matth.2:2). Ook David heeft daarvan geprofeteerd in Psalm 19 als hij spreekt ‘de hemelen vertellen Gods eer en het uitspansel verkondigd het werk Zijner handen’. De apostel Johannes heeft in het Apocalyptische boek de Openbaring van Jezus Christus melding moeten maken van een samenstand van hemellichamen en het groeperen van sterren, waaronder de geboorte van Jezus Christus destijds heeft plaatsgevonden (Openb.12:1-3).

‘En er verscheen een groot teken in de hemel: een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren’.

Rosh Hasjana is de sleutel

Ernest Martin zegt dan verder dat in dit astronomisch tijdsbestek tussen 3 B.C. – 2 B.C. er 9 grote conjuntions hebben plaats gehad! Drie grote conjunctions vinden plaats tussen 12 Augustus en 14 September 3 B.C. De eerste daarvan is de conjunction van de hemellichamen Jupiter (de koningsplaneet) en Venus die zichtbaar is op 12 Augustus 3 B.C., gevolgd door de conjunction van Mercurius en Venus negentien dagen later op 31 Augustus, en tenslotte is het (de Koningsster) Regulus en Jupiter (de Koningsplaneet) die op 14 September in een conjunction verschijnen. Het zijn deze explosies van licht die nu iets groots van hemel glorie aankondigen!

De geboorte aangekondigd!

Als deze hemel glorie met de zon en planeten gepositioneerd binnen de constellati0n in het sterrenbeeld van Leo de Leeuw (de constellatie van Juda – van waaruit de Messias bestemd was te komen) of in Virgo de maagd (Gen.49:10;Jes.7:14), verschijnt daar vervolgens in de zevende maand Tishri, de Nieuwe Maan in de aankondiging van Rosh Hasjana (Joods Nieuwjaar) de dag van het bazuingeschal dat elk jaar plaatsvindt op de 1e Tishri (Lev.23:24;Num29:1). Deze samenstand van hemellichamen en groeperingen van sterren geven het ‘grote teken’ weer dat in de hemel gezien wordt dat de apostel Johannes moest opschrijven! (Opb.12:2). Het is in dit tijdsbestek dat de geboorte van de Messias Jezus plaatsvond, overgebracht naar onze Romeinse kalender was dat exact met een speling van anderhalf uur 6.15-7.45 p.m. op 11 September 3 B.C., de Dag vanhet Bazuingeschal!

‘een vrouw, bekleed met de zon, en de maan was onder haar voeten en op haar hoofd een kroon van twaalf sterren. En zij was zwanger en schreeuwde het uit in barensnood en in haar pijn om te baren’ (Openb.12:2-3).

Loofhuttenfeest?

Sommigen hebben eveneens gedacht dat Jezus geboren zou zijn in die periode maar dan op het feest van Sukkoth’ (Loofhuttenfeest) dat plaatsvond van 26 September tot 3 Oktober 3 B.C., daar Johannes in zijn Evangelie vertelt‘dat Jezus onder ons heeft getabernakeld’ (Feast of Tabernacles) denkend aan het verblijf in de Loofhut tijdens het Loofhuttenfeest (Joh.1:14). Toch is dit tijdstip van geboorte niet aannemelijk!

Feitelijk is daar ook een bewijs voor aan te voeren dat Jezus geboorte op dat tijdstip niet mogelijk was; daar het volgens de Torah vereist was dat alle Joodse mannen drie maal per jaar in Jeruzalem moesten zijn voor de drie grote Feesten van Peseach – Sjawoe’ot – Sukkoth (Deut.16:6,11,16). Nochtans is het de evangelist Lukas die ons vertelt dat gedurende de tijd van Jezus geboorte . . . ‘ze allen op weg gingen om ingeschreven te worden, ieder naar zijn eigen stad’! (Luk.2:3)

Major Conjuctions 3 and 2 B.C.

Date 19 May, 3 B.C. – Time 22.47  Objects MercurySaturn; Date 12 June, 3 B.C. – Time 16.06 Objects VenusSaturn; Date 12 Aug., 3 B.C. – Time 5.20 Objects VenusJupiter; Date 31 Aug., 3 B.C. – Time 21.03 Objects MercuriusVenus; Date 14 Sept., 3 B.C. – Time 5.05 Objects JupiterRegulus; Date 17 Feb., 2 B.C. – Time 15:15 Objects JupiterRegulus; Date 8 May, 2 B.C. – Time 16:10 Objects JupiterRegulus; Date 17 June, 2 B.C. – Time 17.53 Objects JupiterVenus; Date 26 Aug., 2 B.C. – Time 15:15 Objects MarsJupiter.

Een dag als duizend jaar en duizend jaar als een dagNu kunnen we uit de Schrift nauwkeurig nagaan dat er tussen de schepping van de eerste Adam en de komst van de laatste Adam –Jezus Messias- 4000 jaar liggen. We merkten al eerder op dat de geboorte van Jezus plaatsvond in de ‘volheid van de tijd’ (gr. chronouGal.4:4). We mogen veronderstellen dat Adam door God geschapen, zijn taak aanving op de priesterlijke leeftijd van 30 jaar, zo ook is de laatste Adam Jezus Zijn priesterlijk werk begonnen op 30 jarige leeftijd, evenals Jozef en David (Luc.3:23;Gen.41:46;2Sam.5:4). De aanvang daarvan was het moment dat Jezus uit de Hemel die Vaderlijke stem hoorde zeggen: ‘Dit is Mijn geliefde Zoon,  in Wie Ik Mijn welbehagen heb’ (Matth.3:17). Het was in het jaar 27 A.D. dat Jezus Zijn gezalfde priesterlijke dienst aanving, maar door Zijn kruis dood op Golgotha, zo abrupt werd afgebroken op één van de toppen van de Olijfberg in het jaar 30 A.D. (Dan.9:26). In dat zelfde jaar sprak Hij nog in zijn profetische rede over de Tempel en Jeruzalem, die in het jaar 70 A.D. verwoest werd; dus een generatie van 40 jaar die we in de Schrift wel meer tegenkomen zoals in: (Hebr.3:9,10;Matth.4:2; Hand.1:3;Ex.24:18;Jona 3:4!)

De profetische woorden door de apostel Paulus gesproken in Hebreeen 4:1-10 over Israels sabbatsrust geven een belangrijke aanwijzing omtrent het sabbathsjaar (zevende dag) de rust die God heeft toegezegd (2 Petr.3:8). Dat wil zeggen, dat na zes werkdagen van 1000 jaar (6000), gerekend vanaf Adams optreden, we nu heel dicht genaderd zijn bij dat ultieme punt van aanvang van het Messiaanse Vrede Rijk in de zevende dag, en zijn er vanaf de geboorte van Jezus gerekend in het jaar 3 B.C. nog eens 2000 jaar verstreken hetgeen plaatsvond in de vorige eeuw in het jaar 1998 op de 1e Tishri (5759) Rosh Hasjana dus op 20 September, wat ook nog eens 50 jaar betekende na het uitroeping van de staat Israel op 14 mei 1948! Inmiddels hebben we in 2008 het 60 jarige bestaan van de staat Israel gevierd, waarbij in dat zelfde jaar op 29 september aan de vooravond van Rosh Hasjana dat bijzondere ‘teken Gods’ op de monitoren van Wall Street in New York verscheen (als de vingers van een mensenhand in de dagen van de koning Belsazar in het jaar 539 B.C. 7×77=539), waar te zien was dat de Dow Jones op een verlies stond van -777.68 punten.Is dit speculatief? Neen! Want feitelijk is alles speculatief te noemen ook als ik plannen maak voor de dag van morgen, want is er nog een morgen? Alleen het Woord Gods heeft een precisie die zo volmaakt is dat Gods heilsplan in de sterren staat geschreven (Psalm 19:1-7)!

  • ‘De hemel vertelt Gods eer, het gewelf verkondigt het werk van Zijn handen. De ene dag spreekt overvloedig tot de andere, en de ene nacht geeft kennis door aan de andere. Geen spreken is er, geen woorden zijn er, hun stem wordt niet gehoord. Hun richtlijn gaat uit over heel de aarde, hun boodschap tot aan de einde van de wereld. Hij heeft daar een tent opgezet voor de zon. En die is als een bruidegom, die zijn slaapkamer uit gaat; hij is vrolijk als een held om snel het pad te lopen. Aan het ene einde van de hemel is zijn opgang, zijn omloop is tot het andere einde; niets is verborgen voor zijn zonnegloed.’ 

What lies ahead?

In die prachtige advents tekst uit Micha ligt feitelijk heel Gods heilsplan al vast . . . ‘En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israel. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af’ (Micha 5:1). Hier komen we opnieuw de stad Bethlehem tegen gelegen in de velden van Efratha waar David zijn kudde schapen weidde. In die velden galmde op 11 September 3 B.C. op Rosh Hasjana als van een bazuin ‘een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: Ere zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde in mensen een welbehagen’ (Luk.2:13-14). Zie ook die alles te boven gaande woorden en roep van Jezus Messias [de hoop der heerlijkheid Gods] in de Apocalyps (Opb.22:16).

‘Ik ben de wortel en het geslacht van David, de blinkende morgenster.’

 

Vertrekken op het juiste tijdstip. De conjuction op 12 Augustus 3 B.C. van Venus en Jupiter in de constellation van Leo (de Leeuw uit de stam van Juda) moet voor de ‘wijzen’ (astrologen) uit het Oosten om te vertrekken naar Bethlehem een bijzondere betekenis hebben gehad, die in het feit lag dat zij kennis hadden van de profetie aangaande de geboorte van Jezus (Jes.11:1-10;Matth.2:5-6). De laatste conjunction van planeten deed zich voor met Mars, Venus en Mercurius op 27 Augustus 2 B.C.

Ernest Martin beschrijft dan verder dat de planeet Jupiter stopte in buik streek  van Virgo, the Virgin (in het midden van de constellatie), precies op 25 December 2 B.C. Was het mogelijk voorJupiter stationair te blijven over de village van Bethlehem in die tijd? De Bijbel zegt, dat de ster de ‘wijzen’ voorging totdat zij aankwamen in Jeruzalem en daar stopte. Bethlehem ligt ongeveer 5 miles (8 kilometer) ten zuiden van Jeruzalem, maar hoe kan Jupiter (of enige planeet of ster) verschijnen in de richting van Noord naar Zuid om de ‘wijzen’ te leiden naar Bethlehem? Moet het hele verhaal dan gerekend worden tot een verzonnen of wonderbaarlijk verhaal? Toch niet! Een zorgvuldig lezen van Mattheus maakt de zaak helder. Weymouth vertaalt het vers als volgt: “The star they had seen when it rose led them on until it reached and stood over the place where the babe was” (Matth.2:9).

Als de ‘wijzen’ aankomen, dan verblijven Jozef en Maria niet langer in een stal (gr. fatnei-Luk.2:16) maar in een huis (gr. oikian-Matth.2:11). Jezus is dan besneden en opgedragen in de Tempel 40 dagen na zijn geboorte (Luk.2:21-24). Jezus is dan geen baby meer, maar een peuter van ruim 15 maanden. Belangwekkend hierbij is, dat Jupiter die al in een stil staande positie stond over de village van Bethlehem, het ook de zon was die op 25 december in een ‘standing still’ positie stond voor de gebruikelijke ‘Winter Solstice’ (21 dec.-22 jan.), de tijd waarop de zon terugkeert op haar schijnbare baan, en deze dag ook nog eens de derde dag van het Joodse Chanukkah Feest was, wat in dat jaar 2 B.C. begon op 23 December ofwel op de 25 dag van de 9e maand Kislev, (de dag waarop in 163 B.C. de Tempel werd gereinigd en opnieuw werd ingewijd), en de ‘wijzen’ uit het Oosten hun giften gaven aan het nieuw geboren kind (Joh.10:22).

Zo zien we ook hier weer dat al deze gebeurtenissen van doen hebben  met de Feesten van Israel als ‘Mijn gezette hoogtijden’ (Lev.23:2;Gen.1:14), die doorslaggevend zijn als het gaat om de ‘vaste tijden’ ontworpen door de Allerhoogste, en gemanifesteerd in de omloopstijden van zon, maan, en planeten (Hand.2:20;Joel 2:31).

Jeruzalem als vertrekpunt

Als er door de profeet Jesaja in het licht van de profetie, over de stad Jeruzalem heerlijke dingen worden gezegd, zoals… ‘Sta op, word verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op’. . .‘Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem zal ik niet stil zijn, totdat haar gerechtigheid opkomt als een lichtglans, en haar heil als een brandende fakkel’ (Jes.60:1;62:1), dan spreekt Jesaja niet over een illusie, maar over het manifest worden van iets dat alle verbeeldingskracht te boven gaat. Het essentiele daarbij is, dat de hedendaagse turbulente tijden in de strijd om Jeruzalem, en waar anno 2011 de hele geopolitieke wereld bij betrokken is, de geest der profetie de enige ‘bovennatuurlijke krachtbron’ is die ons dan daar bij enig inzicht wil geven in de goede afloop daarvan! ‘Aanbid God! ‘Het getuigenis van Jezus is namelijk de geest van de profetie’ (Opb.19:10)! Het is Jezus Christus Zelf die aan het lezen en horen van de(ze) profetie een bijzondere zaligspreking verbindt met de woorden…’Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij’ (Opb.1:3;22:7).

Jeruzalem, ondeelbare hoofdstad van Israel! ‘Als ik u vergeet, Jeruzalem,’ . . . ‘Want daar staan de zetels van het recht’, de zetels van het huis van David. Bid om vrede voor Jeruzalem, laat het goed gaan met hen die u liefhebben’ (Ps.137:5;121:5-6). Deze stad Jeruzalem, die vanaf de 7e juni 1967 herenigd (re-united) werd in die voor Israel zo beslissende ‘Zesdaagse-Oorlog’ is in barendsnood in het wachten op Messias Jezus, als de Leeuw (Leo) uit de stam van Juda.

  • ‘Zie, Ik ga Jeruzalem maken tot een bedwelmende beker voor alle volken rondom, ja, ook tegen Juda zal het gaan bij de belegering van Jeruzalem. Op die dag zal het gebeuren dat Ik Jeruzalem zal maken tot een steen die moeilijk te tillen is voor al de volken. Allen die hem optillen, zullen zichzelf zeker diepe sneden toebrengen, en al de volken van de aarde zullen zich tegen haar verzamelen’ (Zach.12:2-3).

Aftellen is begonnen!

Het is de kracht van het profetische Woord geweest die de eerste Christen Zionisten aan het eind van de 19 eeuw de Joodse Zionist Theodor Herlz konden overtuigen van het belang van een Joodse staat. Deze Herlz was het dan ook die in 1897 op het éérste Zionistencongres in Bazel als visionair een profetisch gezicht kreeg, wat hij formuleerde in de uitspraak, dat er over 5 of tenminste 50 jaar (Jubeljaar) een Joodse Staat zou zijn ontstaan in het land ‘Eretz Israel’. Proclameerde Herlz hier een aanstaand Jubeljaar? De tijdsduur van Jubeljaar naar Jubeljaar omvat 50 jaren (Lev.25:8-10)! Het opmerkelijke is nu dat vanaf Israels terugkeer naar het Beloofde land er 6 ‘volheden van tijd’ zijn terug te vinden in een aantal gebeurtenissen die voor Israel in de 20e eeuw van historisch belang zijn geweest, zoals: . . . het eerste Zionistencongres in 1897, de Balfour declaration van 1917, het VN besluit in 1947 inzake het verdelingsplan, de oprichting van de staat Israel in 1948, de Zesdaagse oorlog van 1967, en in 2008 het teken -777.68 (som 21+14=35) op de monitoren van Wall Street aan de vooravond van Rosh Hasjana op 29 september . Het getal -777 spreekt hier van de 3 jaarweken van 7 jaar die nog openstaan, het getal 35 vande 5 jaarweken van 7 jaar die hun loop vonden vanaf de zalving van Messias Jezus in het jaar 27 A.D. tot op het jaar 62/63 A.D. waarop die 67e jaarweek zo abrupt werd afgesneden! (Hand.28:26-28).

De Generaties

Mozes de profeet (Deut.18:15) was 120 jaar toen hij stierf, en Noach predikte 120 jaar voordat de zondvloed kwam.Hetzijn de getallen 50, 60,70, die hier opvallen, en is de tijdsduur van een geslacht dan 40, 50, 60, 70, 100 0f 120 jaar? De woorden van Jezus Messias spreken hierbij een duidelijke taal als hij zegt: ‘Zo ook u, wanneer udeze dingen zult zien geschieden, weet dan dat het Koninkrijk van God nabij is. Voorwaar, Ik zeg u, dat dit geslacht zeker niet voorbij zal gaan, totdat alles geschied is’ (Luk.21:31-32;Matth.24:33-34). [Zie  artkel: ‘Dit geslacht van…This generation’].

‘Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des Mensen zijn. Want zoals ze bezig in de dagen voor de zondvloed met eten, drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach in de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal  ook dekomst vande Zoon des mensen zijn’ (Matth.24:37-39).

We leven anno 2011 in een ‘afgemeten tijdruimte van 120 jaar’ (18972016/17) waarin de Messiaanse Koning Jezus Messias wederom in het ‘vol worden van de  tijd’ zich aan Israel, de heidenvolken en de kosmische wereld gaat openbaren! Zijn geboorte in Bethlehem in de landstreken van Efratha gingen toen gepaard met een hemel glorie van oogverblindende planeten constellaties rondom de zon tussen 3 B.C. – 2 B.C. De ‘Eeuwige’ heeft toen de aandacht van de gehele wereld op dat gebeuren in Israel met bazuingeschal bevestigd, door het tijdstip van geboorte, van Jezus op Rosh Hasjana op 11 September 3 B.C. vast te leggen in de onderlinge stand van de planeten, waar de apostel Johannes dat tijdstip astronomisch heeft aangegeven in het Apocalyptische boek de Openbaring van Jezus Christus (Opb.12:2-3). De 4000 jaar vanaf Adams optreden op 30 jarige leeftijd in de hof van Eden werden vervuld bij de doop van Jezus in de Jordaan in het jaar 27 A.D. toen ook Hij eveneens 30 jaar oud was! De rust (shalom) die God Israel beloofd heeft (Hebr.4:1-4) wacht nog op het vol worden van de zesde dag (4000+2000), waarvan de 2000 jaar vanaf de geboorte van Jezus die zijn volheid bereikte op Rosh Hasjana op de 1e Tishri ofwel 20 september 1998! Als nu levende in het negende Jubeljaar als bij een voldragen zwangerschap, die inging bij de hereniging van Oost en West Jeruzalem in 1967 op de 7e juni, is het wachten op de zevende dag, een dag van 1000 jaar waarbij de Shalom vanuit Jeruzalem in het Messiaanse rijk een voldongen feit zal zijn! [zie: artikel ‘Jubeljaar en de volheid van tijd’].

 

zon en maan eclipses 2014-2015

zon en maan eclipses 2014-2015

Bloed rode manen!

Wederom zullen er naar de profetie gesproken zowel in het naderbij komen van de dag des Heren, als na de verdrukking van die dagen, zons- en maansverduisteringen plaatsvinden en zal vervolgens aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen (Joel 2:31;Matth.24:29-30;Luk.21:25-26). Aanzetten hiervan vonden plaats in de jaren 49 en ‘50 zo vlak nadat Ben Goerion op 14 mei 1948 in de ‘onafhankelijkheidsverklaring’ de staat Israel had uitgeroepen; evenzo was dit het geval bij de hereniging’ (re-united) van Jeruzalem in ‘67 en in ‘68 waarin die jaren vier (tetrad) opeenvolgende bloedrode manen te zien waren enwel op de 15 Nissan Pesach, en op de 15 Tishri Sukkoth. Het eerst volgende (tetrad) viertal bloedrode manen zal zich voordoen in 2014 en 2015. Het religieuze jaar in 2015 (5775) dat aanvangt op de 1e Nisan begint dan met een totale zonsverduistering, en wordt gevolgd door een bloedrode maan op de 15e Nisan, Pesach.Het burgelijk jaar in 2015 (5776) dat aanvangt in de zevende maand op Rosh Hasjana de 1e Tishri begint dan met een zonsverduistering gevolgd door weer een bloedrode maan op de 15 Tishri, Sukkoth. Daar nog tussenin ligt de ‘Yom Kippur’ (Grote Verzoendag) op de 10 Tishri (5776) van 2015!

Herstel van muren en Tempel!

Deze ‘Yom Kippur’ of Grote Verzoendag (Lev.25:8-10) op 23 september 2015 is een heel bijzondere! Gerekend naar de jaarweken uit Daniel 9 en de grote smart die de profeet had over de verwoesting van de Tempel en de muren van Jeruzalem; wordt hem aangezegd dat daar 7 jaarweken van 7 jaren (49 jaren) zullen verlopen omtrent het herstel van de Tempel en de muren van Jeruzalem (Dan.9:25-26). Vanaf het herstel met inwijding van de Tempel, zijn de 70 jaarweken hun loop begonnen, en is Israel ‘Ammi’ (Mijn volk) en functioneel (Dan.9:24)! Na een reeks van 69 cyclussen van 19 jaar, om de maan-kalender en de zonne-kalender op elkaar af te stemmen en waarin 7 schrikkelmaanden vallen (3,5,8,11,13,16,19), zes van dertig dagen en één van 29 dagen, en waar een schrikkeljaar in -de burgerlijke zonnejaar-berekening- valt, wordt de extra dag ook toegevoegd aan het bijzondere maanjaar. Deze Metoncyclus wordt gebruikt voor de berekening van Pesach. Deze cyclus van 19 jaar is veelal terug te vinden in de Bijbel, met name aangaande de stad Jeruzalem. [zie: artikel ‘Bestemming der Eeuwen’]. Die 69e cyclus bereikte zijn volheid in 1948 toen een gedeelte van de stad Jeruzalem in handen viel van de Jordaniers, maar pas op het ultieme moment na de 70e cyclus van 19 jaar kwam Jeruzalem in 1967 weer geheel in Israelische handen, maar nu als de ongedeelde hoofdstad van Israel! Ook hier weer die ‘gezette hoogtijden’ als de Feesten van Israel waarbij zon en maan in de vervulling van Israels profetie omtrent Jeruzalem tekenen zijn tot Gods eer! (Jer.31:35-37;Luk.21:24).

De verzegelde boekrol!

Daarom is die ‘Yom Kippur’ (Grote Verzoendag) van 23 september 2015 zo ontzaglijk belangrijk, ‘omdat niemand in de hemel, noch op de aarde, noch onder de aarde die met zeven zegels verzegelde boekrol’, die heilshistorisch tot in de eindtijd verzegeld blijft, ontzegeld kan worden (Dan.12:4,9;Opb.5:4-5). Nu dan komen we op een punt dat het heil voor Israel en de heidenvolken als ‘een vervreemde erfenis, een erfgoed waar geen schepsel kan aan komen, maar uitsluitend door Christus Jezus ontsloten kan worden’, een aanvang neemt, en de (heils)geschiedenis zich niet blijft herhalen als een stompzinnige repeterende breuk met oneindige uitkomsten die in praktische zin alleen maar tot nog meer chaos en verderf zullen leiden. Hier zien we menselijk gesproken dat door ‘t menselijk falen de geschiedenis van Israel en Jeruzalem in de laatste decennia van de 20e eeuw, na het grote debacle in 1967 [om na de herovering van het Tempelplein het binnen 24 uur te verkwanselen], de Yom Kippur Oorlog van 1973 waar regering en leger faalde, met het menselijk getal 6 als een tijdspanne, met hoogmoed en onverschilligheid, gaat roepen naar die Ene Naam! De 42 jaren die er liggen als een uiterste grens tussen die ‘Yom Kippur’ van 1973 en de dag van de ‘Yom Kippur’ in 2015 zijn een heenwijzing naar de geboorte van die ene Naam uit de 42 geslachten (3×14), met de 42pleisterplaatsen’ van verfrissing en rust, mag men uitzien naar het Lam . . . als het wachten op de Leeuw uit de stam van Juda de wortel Davids die overwonnen heeft! (Matth.1:1-17;Num.33:1-49;Opb.5:5).

Mozaische wetgeving!

Op wonderbaarlijke wijze is namelijk een stuk Mozaische wetgeving, de gelijkenis en ook het stramien van het verlossingsproces aangaande de mens en wereld, in het boek “Openbaring van Jezus Christus” opgenomen.

De wet van Mozes immers bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het Jubeljaar (Lev.25:8-10), verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen moest worden teruggeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloed-verwant van de man die uit armoede, of om andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan, had moeten verkopen.

Deze inzettingen hebben een rijke profetische strekking. Wezenlijk is dat het land Israel ofwel de wereld van de HERE is en dat het verkochte erfdeel weer aan de Eigenaar moet worden teruggeven. Het is Messias Jezus, Die daarvoor, als de naaste Bloedverwant, met Zijn Bloed betaald heeft. Daarom is Hij de grote “Losser” (Goel), die in de volheid van de tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) de aarde weer loskoopt. In het licht van deze losser-procedure krijgt het visioen van Openbaring 5, de opening van de boekrol met de zeven zegels, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek bepalende betekenis in het licht van de 7 x 7 (sabbatsjaren) weken gerekend vanaf de hereniging (re-united) van Jeruzalem tijdens de “Zesdaagse-Oorlog” op 7 juni 1967 tot aan de ‘Yom Kippur’ (Grote Verzoendag) van 2015 op 23 september!

Lossersakte!

Het boek met de zeven zegels is een Lossersakte. Wél heeft Christus de losprijs reeds betaald met Zijn bloed, maar, zoals de wet ook luidde, pas ná een bepaalde tijd kwam het vervreemde eigendom weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen. Bij de “lossing” door Christus gaat het om de gehele wereld.

In hoofdstuk 5 van de Apocalyps staat dat niemand waardig is de zegels van de boekrol openen; uitsluitend Christus, Die immers de losprijs heeft betaald, mág en kán dit volbrengen. Nérgens wordt zó indringend de hopeloze positie van de mensheid duidelijk, als in dit gedeelte van “Openbaring”. Nérgens ook wordt duidelijker geillustreerd, dat álle pogingen van de het verloren paradijs terug te winnen, vergeefs zijn. Ten diepste wordt de mens in dit fragment van “Openbaring” voor het “blok” gezet.

Niemand is immers waardig de zegels van de Lossersakte te verbreken (óók de hemelse wezens niet), dan Hij, Die de losprijs betaald heeft. Het betekent de definitieve afrekening met alle illusies, utopieen, ideologieen én religies, om de mens en de aarde te verlossen!

In dit adembenemende moment, waarin zelfs God zwijgt, blijkt plotseling de alles overtreffende betekenis van Christus’ offer!

Na het recht en de waardigheid die Christus Zich verworven heeft, de zegels van de Lossersakte te verbreken en dáármee de wereld in bezit te nemen, is de toe-eigening nog geen werkelijkheid. Willen wij de zware gerichten en rampen die over de mensen en de wereld komen in de Dag des HEREN nóg wat dieper peilen dan als strafgerichten, dan moet óók de noodzaak  in het oog worden gevat, dat de eindgerichten zuiveringsprocessen zijn, om de indringers te verdrijven. Want satan en zijn trawanten én zijn collaborateurs uit de mensenwereld, hebben de losprijs van Christus nooit aanvaard en weigeren het losgekochte eigendom, d.i. letterlijk álles, prijs te geven. Het losgekochte eigendom moet worden veroverd, zowel op de machten buiten de mens als op de machten in de mens (Lev.25:8-10, 23-25; Jer.32:6-12, 14-15; Openb.5:1-14)

Visioenen onder het zesde zegel

Als deze lossersakte” in het licht van de losser-procedure (Lev.25:8-10;Openb.5:1-14), de opening van de met zeven zegels verzegelde boekrol die van binnen en van buiten beschreven mogelijk maakt en vervolgens ontsloten wordt, zijn daar 7 zegels, 7 bazuinen, en 7 schalen van oordeel en gerichten manifest om het ‘bezette gebied’ -de planeet- aarde,  (wederrechtelijk door de ‘Vorst dezer wereld’ bezet) te onttronen!

De aarde als een dronkaard!

  • ‘Angst, valkuil en strik over u, bewoners van de aarde! En het zal gebeuren dat wie vlucht voor het beangstigende geluid, neervallen zal in de valkuil, en wie opklimt uit het midden van de valkuil, gevangen zal worden in de strik. Want de sluizen in de hoogte worden geopend en de fundamenten van de aarde zullen beven. Scheuren, openscheuren zal de aarde, splijten, opensplijten zal de aarde, vervaarlijk wankelen zal de aarde, hevig waggelen zal de aarde, als een dronkaard. Zij zal heen en weer slingeren als een nachthutje, haar overtreding zal zwaar op haar drukken, zin zal neervallen en nniet meer opstaan’ (Jes.24:18-20).

Zoweldeze profetie uit Jesaja, als Jezus woorden in zijn escatalogische rede (Matth.24;Mark.13;Luk.21) geven als één der grote tekenen van het einde dat onder het gebeuren van het zesde zegel plaatsvindt een visioen weer van een indrukwekkende als ontzettende beschrijving van een natuurramp, die ook de aardse atmosfeer treft en zelfs de zon en maan verduistert. Deze verschijnselen die onder het zesde zegel plaatsvinden (Opb.6:12-7:17) houden onderling verband met elkaar. De zonsverduistering, de bloedrode kleur van maan, hemellichamen die op de aarde vallen, het ‘terugwijken’ of  ‘ineenkrimpen’ van de hemel, (d.i. het ‘uitspansel’ of wat wij de atmosfeer noemen), maken in dit visioen waarschijnlijk deel uit van één groot catastrofaal gebeuren. Voor wat de aardbeving betreft, drukt het Griekse woord ‘seismos’ (6:12), dat hier in de tekst gebruikt wordt geen gewone aardbeving uit, maar een als van een aardschudding, en dan van bijzondere hevige kracht! Verder zegt de tekst dat het hier niet gaat om een lokale aardbeving maar om een ‘als door een schok getroffen’ de gehele planeet treft, die alle berg en eiland van zijn plaats rukt (6:14). Het lijkt hier veel op een tuimeling die de aarde maakt, (als een ballon door een rukwind), waardoor de planeet weer in zijn oorspronkelijke stand zal terugkeren, en een Messiaans perspectief, waaronder de klimatologische veranderingen op aarde  grote invloed zullen hebben op het gezond worden van de menselijk ziel en geest!

Messiaans Vrederijk!

De geboorte van de Messiaanse Koning der Joden in de velden van Efratha -Bethlehem op Rosh Hasjana in het jaar 3 B.C. 11 september, heeft als uiterste consequentie dat het zal culmineren in het manifest worden van een hemelsbestuur op aarde naar de woorden van Jezus, ‘Uw koninkrijk kome. Uw wil geschiedde, zoals in de hemel zo ook op aarde’ (Matth.6:10), dus het tevoorschijn komen, het apocalyps worden [door alle gerichtsoordelen heen] van het komende Messiaanse Vrederijk!

‘Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isai, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: de Geest van wijsheid en inzicht, de Geest van raad en sterkte, de Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen. Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen. Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddelozen doden. Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn, en de waarheid de gordel om Zijn middel. Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt. Want op die dag zal de Wortel van Isai er zijn, Die zal staan als een banier voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn’ (Jes.11:1-10). 

{[Wat ik helaas nu tegenkom op verschillende sites is het volgende …

Beschuldigingen over en weer van valse profeten en profetie! Maar laat één ding duidelijk zijn! We zitten niet te wachten op die laatste 7 jaren of de laatste jaarweek uit de profeet Daniel hoofdstuk 9 de verzen 24-27! Wel is het zo dat we thans de drie laatste jaarweken van 3 x 7 jaren = 21 jaar, op 23 september 2015 of de 10e Tishri 5776, zijn ingegaan … … !!!]}  

Aanbevolen: Video-special: ‘The Star of Bethlehem’ sluit mooi aan op dit artikel en is het bekijken waard!

wwwaskelm.com

****************

Geminids Meteor Shower 2017 in Israël

www.astronomyisrael.com

*******************************************

Troost, troost Mijn volk Israël / YouTube clip van Bart Repko

www.neverbesilent.org

Literatuur als:

STEEN door de RUIT / Wachters maken het verschil

TERUG VAN WEGGEWEEST / van Rome naar Jeruzalem

IK ZAL / beloften van herstel voor Israëli 

*******************************************

ISRAËL TODAY: Nieuws uit Israël

Video van de dag!

www.israeltoday.nl  

*******************************************

WEG UIT BABYLON / laat Jeruzalem in uw hart opkomen

www.weguitbabylon.nl

*******************************************

U.S.A.

www.foxnews.com

www.breitbart.com

*******************************************

ZIE HET VOOR DAGELIJKS NIEUWS uit de vele nieuws bronnen:

www.wimjongman.nl  / dagelijks nieuws …

*******************************************

Paris Climat 2015 … Massive End times Prophecy Explodes Before Our Eyes! What Just Happened Will Leave You Speechless! 

www.lisahavennews.net / by Lisa Haven

*******************************************

What France and Europe Might Learn …

www.gatestoneinstitute.org / by Bassam Tawil

Wat Frankrijk en Europa zouden kunnen leren‘ – voor Nederlands zie:

nl.gatestoneinstitute.org

Vertaald door W.J. Jongman en H. Sleijster

*******************************************

TAKING TORAH TO THE NATIONS

www.elshaddaiministries.us – LiveStream te volgen op Sjabbat iedere zaterdagavond van 18.45 – 21.30 u.

*******************************************

What is “Apocalytic Islam” and why is it so dangerous?

Zie: Joel C. Rosenberg’s Blog – November 2015

www.joelrosenberg.com

*******************************************

Muslims rebuild tower of Babel

shoebat.com/2014/04/21/muslims-rebuild-tower-babel-shocking-research/

shoebat.com

********************************************

U.S.A.

www.joelstrumpet.com

www.joelrosenberg.com

www.hallindsey.com

www.stevequale.com

www.lisahavennews.net

********************************************

Israël News / websites:

www.iltv.tv

www.ynetnews.com

www.israelnationalnews.com

www.jerusalempost.com

www.debka.com

www.timesofisrael.com

*******************************************

Aan de apostel Paulus geopenbaard:

Bijbelstudies: Ontdek wat er in de Bijbel staat / Leren leven uit de Bijbel 

Veelal beoogde studies, vanuit de Hebreeuwse en Griekse grondteksten!

www.everread.nl

www.morgenrood.nl

www.levendwater.org

www.bereanonline.org

www.overcometrust.org.uk

*******************************************

Nederlandstalige website met actueel Midden-Oosten nieuws:

www.franklinterhorst.nl

*******************************************

ATTENTIE!!! – Nieuw verschenen boeken en zeer actueel, zie blokje literatuur:

  1. Van Eisenach naar Betlehem – Ds. Kees Kant
  2. Waarom mag Israel niet bestaan in het Midden-Oosten? – Dr. Hans Jansen
  3. Waarover men niet spreekt / Bezonken gedachten over Postmodernisme, Europa, Islam – Wim van Rooy

*******************************************

DE NIEUWE REALIST

www.joostniemoller.nl

*******************************************

Verzamelde vertalingen van E.J. Bron

ejbron.wordpress.com

*******************************************

Gerard J.C. Plas

Oct 162017
 

The United States and its global allies face dangerous adversaries armed with nuclear weapons or who will likely posses them soon. How significant are these threats, and how do they play into Bible prophecies about what will occur at the “time of the end”? And what should you do to prepare?

On Aug. 29, 1949 the Soviet Union succesfully detonated its first atomic bomb at a remote experimental site in the Kazakh Soviet Socialist Republic (today’s Kazakhstan). This came as a shock to many U.S. officials, who didn’t think the Soviets could develop atomic weapons capability so soon after World War II.

Following that episode and throughout much of the 1950s and 60s, the fear of a Soviet nuclear attack against America and its allies was profound. During that time many experts believed that the immediate danger from a nuclear blast would come as a result of its intense heat and from debris and glass flying through the air. Consequently, civil defense “duck and cover” safety drills were conducted by schools and communities across the United States.

As a pupil in elementary school during that time, I participated in those exercises. My schoolmates and I were taught that if we saw the flash of a nuclear fireball, we should duck under our desks and cover our heads with our hands. After the shock wave, we were to move immediatly to the school’s basement cafetaria, which also served as a fallout shelter for ostensible protection from exposure to nuclear radiation.

Although such civil defense drills are a thing of the past, the threat posed by nuclear weapons remains very real. Following the dissolution of the Soviet Union in December 1991, thousands of nuclear weapons remained in Russia’s possesion. Today, besides the United States and Russia, seven other countries posses nuclear arsenals – China, France, India, Israël, the United Kingdom, Pakistan and North Korea.

For decades the greatest danger to America and its allies was Russia, but now North Korea seems to have taken that postion due to its unpredictability and open threats to use nukes against the Unites States. Plus, Iran will almost certainly pose a nuclear peril to the world within several years. To understand this overall problem, let’s examine the sobering security situations these nations present.

Nuclear weapons threat: Russia

Today most Americans think very little about nuclear weapons. However, this powerful, deadly technology matters a great deal to the Russian people and their leaders. Russia relies on its nuclear arsenal as a source of national pride, being one of the last vestiges of its former superpower status. According to the Federation of American Scientists, which calculates nuclear weapon stockpiles, the Russian Federation currently possesses more than 4,300 operational warheads.

Russian President Vladimir Putin is not averse to using his coutry’s nuclear capability to pressure and threaten his adversaries. For example, to express dissatisfaction with perceived NATO incursions into a portion of Russia’s “neighborhood” (former Soviet bloc countries along its western border in the Baltic Sea region), Putin used his nation’s mobile nuclear missile launchers to project power.

This occured in October 2016 when he ordered nuclear-capable Iskander ballistic missiles to be placed in Kaliningrad, a Russian province between the NATO states of Poland and Lithuania on the Baltic Sea. Putin’s action prompted an anxious response from those nations and others in the region.

Putin said at the time, “We must take counter-measures, that is, strike with our missile systems the targets that in our opinion begin to threaten us” (quoted by Nicole Stinson, “Vladimir Putin Moves Nuke-Capable Missiles Closer to Europe in Latest Move Against NATO,” Daily Star, Nov. 22, 2016).

Besides its moves in the Baltic region, Russia has flexed its muscles in other ways, such as its annexation of Crimea in 2014, its overt support of Russian-separatist forces in eastern Ukraine beginning that same year, and its militairy ground and air operational support (beginning in September 2015) of Syrian President Bashar al-Assad in the Syrian civil war.

Russia’s confrontational approach to the United States and its allies has taken an even more troublesome turn with its efforts to develop a new intercontinental ballistic missile system. Putin’s action was in response to perceived threats related to NATO’s missile defense system, wich became operational in Europe in July 2016.

Newsweek recently reported: “Russia has for months been testing a giant nuclear weapons delivery system that can carry 10 heavyweight warheads. Russia began testing the Sarmat last year and had been expected to enter it into service in 2018. The Russian weapon was designed to push through U.S. missile defenses. It is expected to replace the RS-36M, which was known as ‘Satan’ by NATO in the 1970s” (Cristina Silva, “Russia’s New ‘Satan’ Nuclear Weapons System Could Wipe Out Texas or France,” March 23, 2017).

In addition, as TIME magazine pointed out, “Moscow has also returned to a habit of nuclear threats, while in its military exercises, it has begun to practice for a nuclear strike, according to the NATO militairy alliance”(Simon Shuster, “Why Russia Is Rebuilding Its Nuclear Arsenal,”April 4, 2016).

Nuclear weapons threat: North Korea

Another peril facing the United States and its allies comes from North Korea, with its accelerating missile development program and nuclear attack capability. Although it’s the world’s 51st most populous country, North Korea according to some sources fields the earth’s largest army with 1.3 millioen men under arms, led by “supreme leader” Kim Jong un.

Its armed forces face South Korea’s 625,000 frontline militairy personnel and 28,000 U.S. troops stationed in South Korea. North Korea is “equipped with 20,000 artillery pieces, 1,000 short- and medium-range missiles, 70 submarines, more than 400 patrol/missile boats and 563 combat aircraft. A strike against [South Korea’s capital] Seoul would be devastating” (Christopher Wallace, “North Korea’s Army: 1.2 M Men, Obsolete Equipment and Nukes,” Fox News, april 28, 2017).

Seoul is a city of 10 million people- the most densely populated in the world. And it’s located only 30 miles from the demilitarized zone, the disputed boundary between twe two nations.

While a militairy conflict in that region employing only conventional weapons would be dreadful in terms of loss of life, injury and property damage, the carnage and destruction resulting from a nuclear strike or exchange would be unthinkable. Despite that, considering its belligerent rhetoric and actions, North Korea appears to be preparing for such an eventually-after having conducted five successful nuclear tests between 2006 and September 2016.

The country’s central news agency Rodong Sinmun declared on May 2, 2017, that the state will launch a devastating strike to “reduce the whole of the U.S. mainland to ruins”. An American expert, highly knowledgeable about the menace posed by electromagnetic pulse (EMP) weapons, suggests this threat should not be taken lightly (see “Terrorism and EMP Weapons: Iran and Noth Korea”on page 15).

The number of operational plutoniumbased nuclear weapons possessed by North Korea is estimated at 10 to 30. “Unless something changes, North Korea’s arsenal may well hit 50 weapons by the end of President Donald Trump’s term. American officials say the North Korea’s already knows how to shrink those weapons so they can fit atop one of its short- to medium-range missiles- putting South Korea and Japan, and the thousands of American troops deployed in those two nations, within range” (David Sanger and William Broad, “As North Korea Speeds Its Nuclear Program, U.S. Fears Time Will Run Out,” The New York Times, April 24, 2017, emphasis added throughout).

Admiral Harry Harris, Commander of U.S. Pacific Command, told the Armed Services Committee of the U.S. House of Representatives in late April: “North Korea vigorously pursued a strategic strike capability in 2016. Kim’s strategic capabilities are not yet an existential threat to the U.S., but if left unchecked, he will gain the capability to math his rhetoric” (“Hawaii Threatened by North Korea Now, U.S. Commander Tells Congress,”McClatchy DC Bureau, April 26, 2017).

On June 3, at an international security conference in Singapore, U.S. Defense Secretary Jim Mattis declared North Korea’s push to acquire nuclear-armed missiles a “clear and present danger,” an “urgent military threat” and “a threat to all” (quoted by Robert Burns, “Mattis: North Korea a ‘Clear and Present Danger’ to World, ABC News website, June 3, 2017).

President Donald Trump and Chinese President Xi Jinping have agreed to work with the international community to try to achieve a peaceful solution to the North Korea nuclear threat. China has since suspended some imports of North Korea coal, consistent with UN sanctions, and began urging Kim Jong un to stop nuclear and missile activities.

President Trump’s approach is to pressure North Korea into dismantling its nuclear, ballistic missile and proliferation programs by instituting robust economic sanctions and taking stronger diplomatic actions.

After an April 26, 2017, White House briefing to U.S. senators regarding North Korea’s progress in nuclear weapons and missile capabilities, Defense Secretary Mattis, Secretary of State Rex Tillerson and Director of Intelligence Dan Coats said in a joint statement: “The United States seeks stability and the peaceful denuclearization of the Korean peninsula. We remain open to negotiations towards that goal. However, we remain prepared to defend ourselves and our allies.”

In an interview following that briefing, U.S. Senator Chris Coons of Delaware commented on the nuclear threat posed by North Korea by stating, “This is a very dangerous circumstance.”

Nuclear weapons threat: Iran

A third potential nuclear weapons danger to the United States and its allies arises from Iran. For more than six decades Iran had been engaged in efforts to develop nuclear energy technology. However it has always declared that all its nuclear activities are for peaceful purposes.

Various authorities have disagreed with that claim and some have reported on evidence of Iran’s efforts to acquire the capacity and expertise to build nuclear weapons. In a report from Nov. 25, 2015, the United Nations atomic agency assessed “that a range of activities relevant to the development of a nuclear explosive device were conducted in Iran prior to the end of 2003 as a coordinated effort, and some activities took place up to 2009” (George Jahn, “UN Atomic Agency Believes Iran Conducted Experiments Meant to Develop Nuclear Weapons,” US News & World Report, Dec. 2, 2015.

On Jully 14, 2015, Iran and six world powers – China, France, Germany, Russia, the United Kingdom and the United States – reached an agreement to limit Iran’s nuclear program in exchanged for relief from economics sanctions. These negotiations left ambiguity as to wether Iran would build nuclear weapons. But as noted above, Iran had previously developed the technologies needed to accomplish this in a relatively short period.

Added to its previous work on nuclear weapons science, Iran is formulating advanced missile delivery capability. “Tehran is developing increasingly sophisticated missiles and improving the range and accuracy of its other missile systems” (Anthony Cordesman, “Iran, Missiles, and Nuclear Weapons,” Center for Strategic and International Studies, Dec. 9, 2015).

An Iran with nuclear weapons would pose a severe threat to the security of the United States and its allies, along with the world at large. Consider the danger in these circumstances:

  • A nuclear-armed Iran, coupled with the ability to miniaturize nuclear warheads so as to be mounted on intercontinental ballistic missiles, would create an existential threat.
  • America’s Arab allies, such as the United Arab Emirates and Saudi Arabia – which are anxious about Iran’s provocative regional actions – would feel significantly more vulnerable and threatened by a nuclear-armed Iran.
  • If Iran develops nuclear weapons, it would likely trigger nuclear proliferation to other countries in the Middle East – such as Turkey, Egypt and Saudi Arabia – which would lead to even greater regional instability.
  • Iran could share its nuclear weapons technology and proficiency with extremist groups such as Hezbollah, which is virulently hostile to Israël and the United States.

These are some of the reasons why the development of nuclear weapons capability by Iran is unacceptable to the United States and its allies.

What does the future hold?

But beyond the present dangers and threats posed by Russia, North Korea and Iran, what lies ahead for the United States and its allies? Will they end up locked in armed conflict? The immediate answer for the short term is that no one really knows. Nevertheless, the Bible is very clear regarding trends and events that will take place in what it describes as “the time of the end” (Daniel 12:4,9).

That future period will be incredibly dangerous and disastrous. As Jesus Christ Himself foretold: “For then there will be great tribulation, such as has not been since the beginning of the world until this time, no, nor ever shall be. And unless those days were shortened, no flesh would be saved; but for the elect’s sake those days will be shortened” (Matthew 24:21-22).

This time of “great tribulation”- described also as “a time of trouble” and “Jacob’s trouble” (Daniel 12:1; Jeremiah 30:5-7) – will be so fearsome that if Jesus Christ doesn’t return to earth to end it, the entire human race will face extinction. When warfare, which includes the use of nuclear weapons, is combined with immensely destructive natural and supernatural forces, the future period of savagery and upheaval will make all previous periods of war seem tame by comparison.

The coming great tribulation will strike principally, but no be limited to, the modern-day descendants of ancient Israël. This includes the United States, Britain, other British-descended peoples and the present-day Jewish state of Israël. As Bible prophecy indicates, these nations will be attacked and plundered by malicious enemies at that time.

There is no indication in prophecy of a nation like the United States standing as a world superpower at the time of Christ’s return, giving further reason to understand that America will have collapsed sometime prior. (Other prophecies do reveal the United States as an end-time superpower, but the time frame is well before the final events to come).

The downfall of the Unites States, Britain and other modern descendants of ancient Israël will occur because their citizens will have largely turned away from God in reckless disobedience and lost His divine protection. Previous to that coming destruction, they will have been the recipients of abundant blessings and great prominence in the world.

It’s important to note that Bible prophecy often has dual application and fulfillment – in both ancient times and the end time. The prophet Isaiah described both the people of ancient Israël and their contemporary descendants: “This is a rebellious people, lying children, children who will not hear the law of the Lord; who say to the seers, ‘Do not see,’ and to the prophets, ‘Do no prophesy to us right things; speak to us smooth things, prophesy deceits. Get out of the way, turn aside from the path, cause the Holy One of Israël to cease from before us” (Isaiah 30:9-11).

Not only have many people in these nations abandoned God, they have also disregarded or spitefully despised His laws. This includes desgracing the sacred marriage relationship through rampant divorce and pervasive sexual immortality as well as the horrific murder of multiple millions of children through abortion.

During ancient Israël’s time, God admonished His chosen people repeatedly to forsake their lawlessness (Ezekiel 14:6; Jeremiah 8:6). But because they refused, God told them they would be punished (Amos 3:2; Leviticus 26:19). Through His prophet Ezekiel, God said: “Now upon you I will soon pour out My fury, and spend My anger upon you; I will judge you according to your ways, and I will repay you for all your abominations … Then you shall know that I am the LORD who strikes … The vision concerns the whole multitude, and it shall not turn back; no one will strenghten himself who lives in iniquity” (Ezekiel 7:8-9, 13).

What should you to to prepare?

While God sent His prophets to warn the people in those earlier days, what about His message to the nations today? God’s Church is now commissioned with the vital responsibility to proclaim to the modern-day descendants of ancient Israël – and indeed to all nations – God’s warnings in Scripture about the consequences of sin and the need to turn from disobedience (Isaiah 58:1; Matthew 24:14; 28:19-20). The gospel (or good news) that Jesus gave His Church to proclaim includes the vital message of repentance and salvation through Him, as well as His impending return to earth as humanity’s only hope of survival?

But sadly, as the end of this age draws near, the Bible explains that men, women and even children will become increasingly selfish, corrupt and intracable. The apostle Paul describes vividly their attitude and temperament: “And know this: in the last days, times will be hard. You see, the world will be filled with narcissistic, money-grubbing, pretentious, arrogant, and abusive people. They will rebell against their parents and will be ungrateful, unholy, uncaring, coldhearted, accusing, whithout restraint, savage, and haters of anything good. Expect them to be treacherous, reckless, swollen with self-importance, and given to loving pleasure more than they love God. Even though they may look or act like godly people, they’re not. They deny His power. I tell you: stay away from the likes of these” (2 Timothy 3:1-5)

Because the vast majority of people today don’t know God or His Word, the Bible, they will be blind to danger signs increasing throughout society. As a result they will be shocked and frightend by numerous terrible conditions and events that will transpire (Matthew 24:37-39).

But what about you and me? Are we disregarding God, or are we willing to change our ways and sincerely obey His Word? And are we preparing for what the Scriptures tell us will occur in the coming days?

Those who know and understand the truth are admonished to recognize clearly: “the signs of the times” and to especially be spiritually awake and alert (Matthew 24:3; Luke 12:40; 1 Thessalonians 5:4). “Therefore let us not sleep, as others do, but let us watch and be sober. For those who sleep, sleep at night, and those who get drunk are drunk at night. But let us who are of the day be sober, putting on the breastplate of faith and love, and as a helmet the hope of salvation” (1 Thessalonians 5:6-8).

Be ready all the time

To accomplish this we need to study the Bible diligently, apply its instructions faithfully and build a strong, close and enduring relationship with God. We also need to carry out unwaveringly our duty to preach and publish the gospel, even if people ignore or oppose it.

Those who refuse to follow God’s instructions to be obedient, watchful and prayerful will find themselves spiritually unprepared and then suffer the consequences of their neglect (Matthew 25:1-13). “Constantly be on your guard so that your hearts will not be loaded down with selfindulgence, drunkenness, and the worries of this life, or that day will take you surpise like a trap, because it will come on everyone who lives on the face of the earth” (Luke 21:34-35).

What else are we advised to do? We must be spiritually prepared and ever vigilant. “You also must be ready all the time, for the Son of Man will come when least expected” (Matthew 24:44). “Be ready” includes maintaining zeal for God and His Work on earth while preparing energetically for Christ’s second coming (Mattew 25:1-13; Luk. 21:36; Revelation 3:3).

We need to make every effort, with God’s help, to abound with love, joy and faith through His divine Spirit, while jettisoning all spiritual weariness and lethargy (Philippians 1:11; Acts 13:52; Galatians 6:9; Revelation 3:14-17). As we’ve seen, the Bible gives us ample instruction as to what we need to do in preparation for God’s coming, righteous Kingdom.

Finally, although we should certainly be mindful about the current nuclear peril posed by Russia, North Korea and Iran, let’s realize that times will grow increasingly worse prior to Jesus’ return to earth. To survive and even thrive through that catastrophic period, let’s make sure our full attention and concentration is on developing our spiritual condition and relationship with God. This is what is most important and what He would have us do right now. Is it what you are doing?

Out: World News & Prophecy / Beyond Today

************************************************

The United States is bitterly divided both politically and socially. At the same time its role in the world is being underminded in strategic regions. Are we entering a time of escalating danger and  trouble like that spoken in the Bible? / by Darris McNeely

On July 4 this year North Korea launched an intercontinental ballistic missile capable of carrying a nuclear weapon as far as Alaska. Some experts said the missile had the capability of reaching as far as the U.S. mainland and the city of San Fransico.

The timing of the launch was not by coincidence. July 4 is the annual celebration of America’s birth. The day is a symbol of the gift of freedom gained through the struggle for independence and the founders setting up the nation’s government, all by God’s blessings. It also focuses on America national strength, which has served not just the country but the world at large. North Korea was giving notice it was setting sights on America.

In fact, North Korea leaders “warmly congratulated the national defence science soldiers on striking the US imperialists on the face, “according to the North Korean news agency KCNA. They also stated that if “US imperialists commit even the slightest military provocation,” the North Korean military would “show to the world the territory of the US will be reduced to ashes” (Agence France-Presse, “Explosions in Sky as Pyongyang Celebrates ICBM Launch,” July 6, 2017).

This news brings obvious concerns. A nuclear-armed North Korea is without question a menace. But I’m not scared, and neither should you be. I know there’s a God who has a purpose and plan for this world. Bible prophecy tells me that though there will be devastating wars, probably even nuclear wars, human life will not be annihilated.

Bible prophecy explains why our world is dangerous. It also provides hope, which removes fear. Let’s look at what’s happening, and let’s understand why.

Steps toward the worst time ever

North Korea picked the day it did to show America it had within its reach the ability to inflict great destruction on the America people. This grave danger posed by a regime that has proven its disregard for human life – starving and repressing its own citizens in building its nuclear program – comes at time when America is being torn apart with political debate over the presidential election process and healt care reform.

The ability of the president to effectively govern is challenged by media-hyped allegations of collusion with Russia in the 2016 election process. The cloud of doubt cast over government threatens to paralyze and distract the nation’s leaders from focusing on the real posed by nations that wish to remove American power and end its long-established world role.

The threat is real. The consequences are far-reaching. In His last major prophecy before His crucifixion and resurrection, Jesus Christ spoke of a time of world turmoil and upheavel that will create war, tension and trouble beyond any seen in any previous period of history. It will be a time of “great tribulation, such as has not been since the beginning of the world until this time, no, nor ever shall be”(Matthew 24:21). This will create conditions that, if not cut short, would cause the extinction of all live (verse 22).

These verses describe a time made possible by the creation of deadly nuclear weapons at the end and in the aftermath of World War II. Since then the world has been under the threat of massive destruction unlike any period of world history.

Treaties, arms agreements and goodwill have not deterred the spread of nuclear weapons to countries that would use them to advance their national and religious interests. North Korea threatens to use its nuclear weapon against America.

Iran is pursuing nuclear weapons and threatens to launch them against the state of Israël. Should Saudi Arabia obtain a weapon, an already unstable Middle East would be at dagger points. The world is at the point of massive destabilization on the issue of nuclear weapons alone.

There is one common thread to this scenario – the desire of certain nations to remove America’s historic role as a world superpower. Let’s look closer at what is happening.

The Asian calculus

The Unites States has hoped that China would be a broker in persuading North Korea to stand down from its nuclear ambitions. This is a false hope. China has propped up the Kim regime since the time of the Korean War. It is in China’s interests to keep Korea divided and South Korea without nuclear weapons.

The last thing China wants is a united Korea on the Korean peninsula, armed with nuclear weapons and aligned with America. Such a situation is a threat to Chinese desires to control all of Asia. Nor is a nuclear-armed Japan something China wants. More nuclear nations in Asia would create a level of instability likely to drag other nations like Russia and America into regional conflicts. China’s leaders supporting a rogue nuclear-armed North Korea fits their long-range plan.

China is pursuing a steady course to become the dominant power in Asia, replacing America. It’s building a naval power capable of controlling the vital sea lanes of the region. It will soon be capable of threatening the U.S. Navy, which has guaranteed open sea lanes and the movement of ship-borne cargoes. Freedom of the seas is vital to a stable global economy.

China has also been pushing claims to small islands in the South China Sea. These islands, some of which are claimed by Japan, would give China further ability to control the seas. Against rulings by the World Court, China has continued to pursue its territorial goals. Its desire to cut down American influence in the Pacific Rim remains. Whatever happens with North Korea, America cannot expect Chinese support that would undermine China’s long-term strategic interest – the removal of American influence in Asia.

America relying on China is like the book of Hosea’s description of ancient Israël flitting like a “silly dove, without sense,” to foreign nations in seeking alliances (Hosea 7:11).

At that time neither Assyrian nor Egyptian national interests were aligned with Israël’s. Israël’s sins and internal problems were draining its stength and national character. Because of spiritual sin the leaders and people could not see that they were weakened. They did not seek God in their lives and had pushed Him to the margins (verses 8-12). Decline was inevitable, and their fall soon came. Is America today in the same situation?

Russia and the Middel East

Much was made of the more than two-hour meeting of President Donald Trump and Russia President Vladimir Putin at the annual G20 summit in Hamburg, Germany, in July. President Trump’s 2016 campaign is under scruting for alleged collusion with Russia to influence election results. The question of Russian meddling in American politics continues to undermine confidence in the Trump administration, hinder passing legislation, and puts America in a weakened and compromised internationally.

All of this works to Russia advantage. Russia has supported the regime of President Bashar al-Assad in the civil war. Russia has built an air base in Syria and is working to plant its influence in the region as a counter to the United States. For America to rely on Russia to support its interests in the region is a folly. Russia wants influence in the Middle East. Destabilizing the current scene works to its advantage.

Another major part in the Middle East puzzle is Iran. It is building a Shiite arc of influence from Iran through Iraq, Syria and Lebanon. Using its own forces, the disruptive effect of ISIS, and its proxy Hezbollah in Lebanon, it is extending its power and influencing events.

The Iranian Revolution continues. Its aim is the defeat and removal of the Great Satan, America. Iran has also vowed to wipe the state of Israël from the map as part of its desire to create a Shiite caliphate in the region. America stands in its way and therefore must be removed by any means possible.

A deeply divided America

In the same passage from Hosea 7 quoted above, Israël is described as having its strenght devoured and gray hairs on its head (verse 9). Yet the nation could not perceive that its weakness was so deep and severe that collapse was near. It’s time to consider the gray hairs, devoured strenght and decline of the United States.

The current political and social divide in the nation is deep, serious and dangerous. It has been developing for several years. The current phase can be traced back to the presidential election of 2000. The election that year between George W. Bush and Al Gore was so close, hinging on vote counts in several Florida counties, that it had to be decided by the U.S. Supreme Court. The court ruled in favor of Mr. Bush. Cries of “foul!” rose from those who supported the defeated Mr. Gore, and a great national debate ensued. President Bush began his term under a cloud.

Then came Sept. 11, 2001, the attack on America that began the war on terror. The next month America and its allies invade Afghanistan and quickly overthrew the Taliban. In 2003 America invaded Iraq and overthrew Saddam Hussein. Soon the protracted wars became deeply unpopular. While winning the wars, America couldn’t win the peace.

The end result of the Iraq War was a destabilized region, which led to the rise of ISIS. The uprisings in other Middle East nations in the so-called “Arab Spring” of 2010 led to further instability and is at the heart of the current Syrian civil war. The financial crisis of 2008 had further undermined American confidence.

Eight years of President Barack Obama further deepened the social turmoil in America. A national health care law was passed without bipartisan support from Congress. The hostility generated by that act contributed to the erosion of the national debate and is still defining current political relations.

Mr. Obama, the nation’s first black president, came into office amid great hope and expectation. He left with many former supporters disappointed and the nation much further in debt and in decline in the international arena.

The election of Donald Trump came at a time of failed leadership at many levels. Mr. Trump defeated 15 others who sought the presidency. The bitter campaigning deepened the national divided with each week. On election night a greaty army pundits and people around the world were stunned by the results.

Sadly, America lacks visionary leadership. The current scene has grown to open hostility, some calling it class warfare. There is always hope for improvement, but the long-term prospects don’t look promising. Meanwhile the international situation is growing more troublesome almost by the day.

America is crippled domestically at one of the gravest moments in history. The historic alignment of the powerful nations is changing. From Asia to the Middle East and Europe, we are seeing a shaking and overturning of nations and their relations to one another. Always in history this has been a signal of major shifts in world affairs. And those who are wise will seek to understand the times in the light of the Bible and its prophecies of where events are headed.

The only way to understand what’s taking place

Long ago, in the world of the ancient Middle East, God told His prophet Habakkuk that He was shaking the nations according to His plan: “Look around at the nations; look and be amazed! For I am doing something in your own day, something you wouldn’t believe even if someone told you about it” (Habakkuk 1:5-6, New Living Translation).

God did overturn the nations of Habakuk’s time. Those events changed that world upheavel. The only way to understand this is through the keys of Bible prophecy. That God is the God of history is a key that helps calm the waters of fear and uncertainty. It’s why I noted earlier that I am not frightened by current world events, disturbing and startling though they are, and neither should you be.

But to be clear, we are in time of serious and increasing trouble. Now is the time for a wise person to turn to God seeking a relationship that comforts and encourages. The best advice you could hear right now is to turn down your connection to the news and turn up your connetion to God!

After Habakkuk surveyed the events of his day and understood the judgment of God that would soon turn the world upside down, he was able to take comfort in his relationship with God, saying: “I will be joyful in the God of my salvation! The Sovereign LORD is my strenght! He makes me as surefooted as a deer, able to tread upon the heights” (Habakkuk 3:18-19).

You too can have that kind of faithful assurance from God – but it must start by turning to Him with all of your heart and being!

************************************************

Terrorism & EMP Weapons

Death and destruction due to terrorism is a pervasive element of today’s society. The potential of this despicable evil frightens citizens of many countries. Among nations and groups promoting and executing these malevolent acts are Iran and North Korea. U.S. Defense Secretary James Mattis described Iran as the world’s “biggest state sponsor of terrorism”.

Daniel Byman, a professor and senior associate dean at Georgetown University’s Walsh School of Foreign Service and a senior fellow in the Center for Middle East Policy at the Brookings Institution, wrote: “Iran’s leaders have used terrorism since they took power in 1979. Over 35 years later, Iran continues to use terrorisme and to work with an array of violent substate groups that use terrorism among other tactics” (State Sponsor of Terror: The Global Threat of Iran”, Feb. 11, 2015, Brookings Institution).

In October 2008, U.S. President George Bush temoved North Korea from the State Department’s list of state sponsors of terrorism in the expectation that it would agree to halt its nuclear weapons development program. The strategy didn’t work. “Several shipments of arms have been intercepted on their way from North Korea to Iran and its terrorist proxies. North Korea has certainly provided material support for terrorists and terrorist organizations” (Ethan Epstein, “North Korea is Definitely a State Sponsor of Terrorism, “The Weekly Standart, March 6, 2017).

In addition to countless terrorist bombings and assassinations that both Iran and North Korea have helped perpetuate, these nations are researching means of developing and employing electromagnetic pulse (EMP) nuclear weapons.

“An EMP attack on the United States could materialize in two forms: nuclear and non-nuclear. The most devastating form, and most difficult to achieve, is an EMP that results from a nuclear weapon. This form destroys any ‘unhardened’ electronic equipment and electric power system which means virtually any civilian infrastructure in the Unites States” (Jena Baker McNeill and Richard Weitz, “Electromagnetic Pulse (EMP) Attack: A Preventable Homeland Security Catastrophe,” The Heritage Foudation, Oct. 20, 2008).

While Iranian missilles cannot yet reach America, a potential nuclear weapons capability could still directly threaten the U.S. homeland. Many national security experts are worried about the possibility of a nuclear weapon arriving in a cargo container at a major U.S. port. In addition, there is great concern that a single missile containing a nuclear warhead launched from a ship or submarine off the U.S. coast and detonated in the atmosphere could destroy America’s electrical infrastructure.

“Suspected for years of plotting to dismantle the U.S. electric grid, American officials have confirmed that Iranian military brass have endorsed a nuclear electromagnetic pulse explosion that would attack the country’s power system. American defense experts made the discovery while translating a secret Iranian military handbook. A knowledgeable source said that the textbook discusses an EMP attack on America in 20 different places” (Paul Bedard, Washington Examiner, March 19, 2015).

Furthermore, North Korea launched missiles into space in April 2012 and February 2016 and now has two earth-observation satellites in low orbit. Michael Maloof, a former U.S. Defense Department security policy analyst, explained their deadly significance: “North Korea could orbit a satellite which would be the size of a nuclear bomb and detonate it upwards of 300 miles above Earth, on command, making North Korea a threat to any country as a result” (“Expert: North Korea Has EMP Attack Capability”‘WMD.com, April 25, 2017).

Contrary to conventional thought, North Korea does not actually need a missile capable of reaching the Unites States mainland to create damage and havoc. This is because a satellite-based nuclear weapon could accomplish a crippling EMP attack that could effectively bring down the U.S. power grid.

Furthermore, a high-yield megaton-class (1,000-kiloton) nuclear weapon is not required for an effective EMP strike, according to Dr. Peter Vincent Pry, executive director of the Task Force on National and Homeland Security and chief of staff of the Congressional EMP Commision. He stated: “I am looking at an unclassified U.S. Government chart that shows [that] a 10-kiloton warhead (the power of the Hiroshima A-Bomb) detonated at an altitude of 70 kilometers will generate an EMP field inflicting upset and damage on unprotected electronics” (Time to Take North Korea Nuke Threats Seriously”, Newsmax, May 4, 2017).

By some estimates, as few as three EMP detonations properly placed above the Unites States could lead to the deaths of 90 percent of the U.S. population within a year from starvation and disease. The danger is real and growing.

************************************************

Zionisme

Er bestaat geen enkele juridische grond, ook niet in het internationale (humanitaire) recht, waarvoor Israël verplicht is éénmaal aan het Joodse volk toegekende politieke en nationale rechten op te geven. Stichting van een Palestijnse staat, gebaseerd op VN-resoluties is volledige in strijd met vroegere bindende documenten.

Na de verdrijving van het Joodse volk uit Kanaan door Nebukadnezar in 586 v.Chr. en na de uitzetting van het Joodse volk in het jaar ’70 AD heeft het volk Israël altijd gehoopt terug te keren naar het ‘Land der vaderen.’ De droom van aliyah (opgang naar Zion) kreeg gestalte toen eind augustus 1897, dit jaar precies 120 jaar geleden, Theodor Herlz zich in Basel uitsprak voor de oprichting van een onafhankelijke politieke Joodse staat en dat ideaal vertaalde in een politieke beweging. Het lied Hatikwah, de hoop, werd het lied van de Zionistische organisatie en later Israëls volkslied.

Theodor Herlz werd de grondlegger van wat men het moderne zionisme noemt. Hij zag in het Europa van de 19e eeuw dat het antisemitisme nog steeds vitaal aanwezig was en meende daar iets tegen te moeten doen. Het enige middel om afdoende tegen de kwaal van de haat op te treden leidde Herlz naar de gedachte dat slechts een nationale Joodse staat de oplossing voor dit probleem zou zijn. De vroege geschiedenis van het volk Israël leert ons echter al dat dat niet zo werkte. Men vermoedt overigens dat naar aanleiding van de publiciteit die door de wereldpers aan het congres gegeven werd, de verfoeilijke ‘Protocollen van Zion’ werden geschreven. Antisemieten schreven daarin dat de Joden de wereldmacht wilden grijpen met het stichten van een eigen staat.

Herlz meende dat het Joodse volk recht had op een nationale herleving in haar eigen land Israël, waar iedere Jood, van waar ook ter wereld, een woonplaats moest kunnen vinden. Dit recht werd later erkend in de Balfour-declaratie. Als plaats voor het toekomstige Zion werk aanvankelijk gedacht aan Argentinië. Chamberlain (Brits politicus / Birmingham 1863 – Londen 1937) kwam later nog met het voorstel deze staat in Oeganda te vestigen. Maar vanzelfsprekend ging onder de Joden de gedachte uit naar hun oude vaderland, het land dat Bijbels en historisch gezien de enige juiste keuze was.

Herzl hoopte dat dit ideaal binnen vijftig jaar gerealiseerd zou worden. Enige jaren voordat Herlz zijn idee lanceerde, was er al een immigratiebeweging naar het oude Land op gang gekomen. Wat deze immigranten aantroffen was niet veel meer dan een verlaten en verwoest land.

De Arabische bevolking had zich eeuwenlang nauwelijks bezig gehouden met bewerking en de opbouw van het land. Door de eeuwen heen was het land bijna geheel ontbost doordat de Turken belasting hieven over boombezit. (De straatarme bevolking was daardoor gedwongen om hun (vrucht) bomen om te hakken, daarmee een profetie vervullend uit Jesaja 10:19). De teruggekeerde Joden begonnen spoedig aan de wederopbouw van het kale land. In 1909 stichtte men de stad Tel Aviv.

Tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog trokken arme Arabieren uit de omringende landen het toenmalige Palestina binnen, aangetrokken door de welvaart die de komst van de Joden naar het Beloofde Land had gebracht. In Jaffa hebben zich in die tijd Arabieren uit niet minder dan vijftien Arabische landen gevestigd. Sinds de Oslo-Akkoorden in 1991 hebben zich zo’n vierhonderd duizend Arabieren uit Jordanië, Egypte, Irak en andere Arabische landen in de Bijbelse gebieden Samaria en Judea gevestigd en hebben daar 261 nederzettingen gebouwd.

In de eerste Wereldoorlog slaagden de Zionisten in Londen erin de stichting van de Joodse staat onder de aandacht van de Engelsen te brengen nadat zij een eind hadden gemaakt aan 400 jarige (1517-1917) Turkse overheersing van het Bijbelse land. Met de val van het Ottomaanse Rijk kwam er een einde aan een bijna vier eeuwen lang bestuurd moslimrijk. Er bestonden in die perioden geen afzonderlijke Arabische staten. In mei 1916 sloten Engeland en Frankrijk een geheime overeenkomst voor de opsplitsing van dat rijk. Frankrijk eigende zich Syrië en Libanon toe en Groot-Brittannië ging het mandaat gebied Palestina besturen. Gedurende deze periode bestonden de landen Syrië, Libanon, Irak, Saoedi-Arabië etc. nog niet. De Russische Revolutie en de stichting van het Derde Rijk in Duitsland dreven grote groepen Joden richting het aloude vaderland. Op 2 november 1917 (binnenkort wordt de 100 jarige verklaring feestelijk in Israël herdacht) werd namens de Engelse regering door Lord Balfour, de toenmalige minister van Buitenlandse zaken, de Balfour-declaratie afgelegd om ten gunste van de zionisten (Chaim Weizmann, Sokolov e.a.) een autonome Joodse staat op te richten naar aanleiding van hun verzoek, in het oude Vaderland.

De verklaring luidt als volgt:

‘De regering van Zijne Majesteit ziet met welgevallen de oprichting van een nationaal tehuis voor het Joodse volk in Palestina tegemoet en zal zich naar beste vermogen inspannen om het  bereiken van dit doel te vergemakkelijken, met dien verstande evenwel dat niets zal worden ondernomen wat schade zou toebrengen aan de burgerlijke en godsdienstige rechten van de bestaande niet-joodse gemeenschappen.’ 

Frankrijk, Italië en de VS betuigden hun instemming met de in de Balfour-declaratie vastgelegde politieke gedragslijn.

Het niet eerbiedigen van de bindende resoluties door de Britten, heeft de Arabische moslims alle gelegenheid gegeven om Israëls legale rechten op het land te bestrijden. Met hulp van historische leugens en met hulp van buitenaf, waaronder Europa – dat zo plechtig de resolutie van de Volkenbond had aanvaard – probeerden / proberen ze het bestaan van Israël uit te wissen. Er bestaat geen enkele juridische grond, ook niet in het internationale (humanitaire) recht, waarvoor Israël verplicht is om eenmaal aan het Joodse volk toegekende politieke en nationale rechten op te geven. Stichting van een Palestijnse staat, gebaseerd op VN resoluties zijn volledig in strijd met de vroegere bindende documenten.

Het is volkomen absurd en illegaal dat men van Israël eist dat het nogmaals een deel van de overgebleven 20 procent dient af te staan aan een door de wereld gecreëerd volk, dat geen enkel historisch recht op het land heeft.

Ook de rest van de wereld negeert de bindende afspraken en doet net of ze niet meer bestaan. Zij noemen de Bijbelse gebieden Samaria en Judea ‘de Westoever’ of  ‘de Palestijnse gebieden’ en verkondigen massaal de leugen dat Israël deze gebieden bezet houdt.

De Engelse politiek werd destijds geïnspireerd door imperiale motieven. Vooral in verband met de rijke oliebronnen van het Midden-Oosten wilden de Engelsen de Arabieren te vriend houden. Daarom hebben zij steeds de Joodse immigratie tegengewerkt en beperkt en zij waren uiteindelijk volkomen ongevoelig voor de wreedheid die zij daarmee tegen een toch al zo afschuwelijk gemarteld volk beginnen.

*****

Zion     

In het Hebreeuws is Zion, Tsion, beginnend met de letter Tsadee, de letter van de gerechtigheid. Tsion is een zelfstandig naamwoord en is afgeleid van het werkwoord tsawah, gebieden, de regels opstellen. Vanuit Tsion zullen immers ook de regels, zal de Torah uitgaan (Jesaja 2:3). Van Tsion, vanaf deze Berg, die boven de hoogste der bergen ter wereld in betekenis uitrijst, zal Adonai Zijn wet stellen, zal Hij orde scheppen op aarde in de chaos tussen de volken.

Wat in feite op kleine schaal gebeurde bij de berg Sinaï, alleen voor het volk Israël, zal op wereldschaal plaats vinden voor alle volken. Eens zullen, naar het profetisch visioen, alle volken optrekken naar deze heilige Berg om daar te leren leven en samenleven volgens Gods Programma.

Maar is het al zover? Tsion heeft all eeuwenlang een jaloerse tegenspeler: Rome, die zich steeds in de plaats stelt van Tsion en die de hele ‘bewoonde wereld’ onderwerpt en het eerstgeboorterecht van Tsion niet erkent. Volgens de rabbijnse traditie is Rome de stad van de jaloerse Esau, de oudste zoon van Yitschak (Izaak), die zich door Ja’aqobh (Jakob, Israël) aan de kant gezet voelt. Volgens de Joodse traditie is één van Ezau’s kleinzonen de stichter van Rome, het nieuwe Babylon. Want Rome is de opvolger van Babel: Ezau, de ‘jager’, staat in de lijn van Nimrod (Gen. 10:8), de grote jager, die alle volken bijeen jaagt in de stad Babel en die een wereldrijk sticht.

De eigenlijke strijd in onze wereld, de onderlinge spanningen tussen de volken en Israël, is in wezen de strijd tussen Jeruzalem en Rome, die in wezen de strijd is tussen Jakob en Ezau, de twee kinderen van Rivka (Rebecca) die al in de moederschoot tegen elkaar botsen: ‘twee naties zullen zich scheiden uit uw lichaam’ (Gen. 25:23).

Bij deze geestelijke volkerenstrijd hebben zich twee andere jaloerse geesten aangesloten: enerzijds de volksgeest van Ismael, die zich als oudste zoon van Abraham aan de kant gezet voelt door Yitshak (Izaak) en anderzijds de geest van Dan, het jaloerse, aangenomen kind van Rachel, dat zich verdrongen voelt door Efraim en Manasse. De twee zonen van Joseef (Jozef).

De nazaten van Dan woonden eerst rond de havenstad Jafo, maar trokken later naar het noorden, in de buurt van de Fenicische havensteden (Richt. 5:17), vanwaar vermoedelijk een groot aantal van deze zwerfstam zich ingescheept hebben voor emigratie naar de Ionische (Griekse) kusten: de naam ‘Dan’ herinnert wellicht aan de naam ‘Danaers’, een bij de Griekse schrijver Homerus geliefde aanduiding voor de Grieken. Hoe dan ook, gesteund zowel door de geldmacht van Mekka (Ismael) als door de filosofie van het artistiek vermogen Athene (Dan), weet Rome, Ezau, de volken op te jagen tegen Tsion.

Volgens Psalm 2 is de diepste wortel van het samenspannen van de volken tegen Tsion, van dit anti-zionisme/semitisme hun dubbele onwil! Enerzijds de onwil om zich te buigen voor Gods verkiezend handelen: ‘Ik heb immers Mijn Koning gesteld over Tsion, Mijn heilige berg (Ps. 2:6)’. Anderzijds de onwil om zich te onderwerpen aan Zijn Onderwijzing/Torah: ‘Laat ons hun banden verscheuren (Ps. 2:3)’. Men wil vrij zijn, eigen wegen gaan, niet horen naar wat er gezegd is.

‘Maar’, zegt de Psalmist: ‘weest verstandig, laat u gezeggen, gij richters der aarde, dient de Here met vreze, ja komt voor Zijn Aangezicht met gejubel (in Tsion), erkent dat de Here Adonai is en dat Hij de Enige is en Zijn Naam de Enige (Ps. 2:10,11).

Uit: TijdStip / Oktober 2017, 8e jaargang, nr. 1 / www.studiehuisreshiet.nl

************************************************

Watchman on the wall:

www.neverbesilent.com

************************************************

WEG UIT BABYLON – Laat Jeruzalem in uw hart opkomen:

www.weguitbabylon.nl

************************************************

The United States:

FOXNEWS.COM

www.BTmagazine.org / BEYOND TODAY

************************************************

Israel’s IDF and IAF:

www.idfblog.com

www.iaf.org.il

************************************************

www.foxnews.com

www.edition.cnn.com

************************************************

www.pillaroffire.nl

www.likud.nl

www.israeltoday.nl

************************************************

www.franklinterhorst.nl

************************************************

************************************************

ejbron.wordpress.com

************************************************

************************************************

ILTV’s Main Daily Newscast is LIVE and ready for you to watch!

iltv.tv

www.jerusalemonline.com

************************************************

www.wimjongman.nl/nieuwsbriefmap/weekbrief.html

************************************************

www.hadderech.nl 

************************************************

www.jewishvirtuallibrary.org / Anything you need to know from Anti-Semitism to Zionism

************************************************

Bijbelstudie boeken: www.everread.nl

Algemene boeken: www.deblauwetijger.com

************************************************

Astronomy in Israël:

www.astronomyisrael.com

************************************************

Gerard J.C. Plas

 Posted by at 09:56
Aug 182017
 

UNDERSTANDING REVELATION AND RHEMA

Before I share with you my understanding of the end generation, I need to explain something that few understand in the body of Christ, even among the Charismatics who emphasize “the spirituals” – the gifts of the Spirit. Much of what is preached and taught in today’s Churches is nothing more than the letter of the Word and not the Spirit. The Holy Spirit alone gives the revelation (the spiritual understanding) of the Word of God. Scholarship is not Holy Spirit revelation. Men of great intellect and scholarschip write and teach on many subjects about the Bible, but that does not mean it is the revelation of the Word.

Commentaries abound on what men believe the Bible says, yet when compared to the literal grammatical interpretation fail the test of proper hermeneutics (interpretation). Moreover, hermeneutics that does not depend upon the Holy Spirit for revelation is nothing but man’s opinion. The Word of God was given to men by God to write it down in “books”. That is called “inspiration.” Notice that it came from God to man, not from man to man. This is always the order of interpretation. Peter said the Word of God is not the private interpretation of man, meaning that the Word of God did not originate from man no matter how great an intellect he may be (II Peter 1:20-21).

Second, it is not enough to believe in the inspiration of the Scriptures apart from Holy Spirit revelation. Unless the Holy Spirit imparts the revelation or understanding, it is nothing but a dead letter. This is the meaning of Paul’s comments in I Corinthians 2:10-16, and in another place, Paul sarcastically asked the Corinthians if the Word of God originated from them (I Corinthians 14:36).

Holy Spirit Revelation

Holy Spirit Revelation

Holy Spirit revelation is a lost doctrine in the body of Christ today and is replaced largely by intellectual scholarship. Sadly, the saints do not know the difference. Likewise, “emotional” preaching and teaching (The make me feel good motivation teaching) has supplanted revelation and many saints are following these highly paid speakers. Truth is not founded upon either an intellectual or emotional presentation of the Word of God that often alters it to make it more acceptable to the hearers, but upon God’s original intent, which is to make us more holy and righteous in our character and conduct. The saints develop a holy walk by conviction and repentance of sin sometimes accompanied by chastening, even severe chastening. The milk toast make me feel good message coming from pulpits and seminairs today do not challenge the saints to live holy and godly lives in a godless world.

In addition, not understanding Holy Spirit revelation, many saints do not live by “rhema faith.” What do I mean by rhema faith? The Greek word “rhema,” which is the word used in Romans 10:17 and Ephesians 6:17 for the “Word of God” means “personalized revelation,” that is, what God is saying through His Word today from the written Word to our reborn spirits. Without rhema there is no real faith! Most Christians live by logos faith. Logos is the written Word of God – the letter of the Word. Until the Holy Spirit breathes upon the written Word and imparts the knowledge and understanding to our spirits, we are living by the letter of the Word and not by revelation faith.

How does rhema work and this is something that most do not understand including so-called Bible scholars? The Lord may speak from an Old or New Testament Scripture, which the original meaning and purpose was for a different time and to a different people [direct revelation] yet give an application for the present time.

 

The following is the word I was given about the 120-year generation and notice that it is not a shallow expose, but a detailed analysis with at least 6 proofs of witnesses. Am I implying that it is going to happen exactly as I say? While I believe the 120-year end time generation is correct and true to the Scriptures, the dates could be off a few years because the calendars have been altered over many millenniums. In addition, God operates on the sacred calendar, not the secular calendar we use today.

THE END GENERATION AND THE YEAR 2017-18

HOW LONG IS THE END TIME GENERATION – CAN IT BE KNOWN?

How long is a biblical generation? Does the Bible offer any insight for determining the lenght of a generation? I think there are several clues which give us a key in determining the duration of the END TIME GENERATION.

First, the Greek word for generation is “Genea” connected with “Ginomai” which means to become; primarly signifying a begetting or BIRTH; or race of people possessing similar charateristics, pursuits, etc. Therefore, one definition of generation is that it refers to a particular people with their characteristic lineage and identifying traits, which distinguish them from all other races of people.

When the Lord Jesus used the word Generation in Matthew 24:34, He was referring to the Jewish people identified by their particular religion and culture symbolized by the Fig Tree. Notice in Vine’s definition of generation, he says it signifies a BEGETTING OR BIRTH. In the context of Matthew 24, The Lord Jesus is not speaking of an individual’s birth, but the birth of a nation – a nation of people having the same characteristics, traits, and pursuits and that have a kinship with the land of Israel and the city of Jerusalem unlike any other race of people on the earth.

In addition when the Lord Jesus said THIS GENERATION, He was speaking of a certain time period as distinguished from alle others before it. The Lord used the same stipulation in reference to the Hebrew people who came out of Egyptian bondage and their wilderness experience in Psalm 95:10 “Forty years long was I grieved with THIS GENERATION…”

The generation of Israel that experienced the exodus from Egypt, the parting of the Red Sea, the receiving of the Law on Mount Sinai, and all the miraculous events of that period, no other generation would again experience. It was a definite time determined by God and would be the foundation for succeeding generations of Israel.

The same can be said of the generation when Israel returns to the land in the latter days. It is a specific period that will usher in the “Time of Jacob’s Trouble” to the Jewish people and tribulation to the Gentile world. The Lord Jesus said it would be a time unlike any generation before or after it. This generation has a beginning and an ending. We know the beginning, but how long is it and when does it end?

 

FOURDIFFERENT TIMES – THE KEY TO THE END GENERATION

1897 -2017 = 120 years (Gen. 6:8).

100 = bondage

The Bible mentions several different periods that define a complete generation. The first is 100 YEARS . When God gave the covenant to Abraham in Genesis 15:13,16, He told him that his seed (the Hebrew people) would be in bondage in Egypte for 400 years, but in the 4th generation, they would come out. That makes a generation approximately 100 years.

40 = testing

A second period of determining a biblical generation is 40 YEARS. When God led Israel out of Egypt, He intended that they enter the promise land and conquer the Canaanites, but instead of obeying Him, they sent 10 spies to survey the land who reported that the inhabitants were too strong for them to conquer. Because of disobeying God, they were required to spend 40 years in the wildernis (a year for a day that the ten spies spied out the land). As a result, God said He was grieved with this generation forty years (Psalm 95:10).

In Deuteronony 2:14, God said that He waited until all the men of war died before He brought Israel out of the wildernis. According to the Torah (The Law), an Israeli male could not go to war until he was 20 years of age (Numbers 1:3). Therefor, when all the men of war had either been killed or died by the age of 60 (a 40 year period), God brought Israel out of the wilderness into the Promised Land. In doing this, God defined the generation of the men of war to be a period of 40 years, e.g., an Israeli man could not go to war pass the age of 60.

When God destroyed the world in the flood judgment of Noah’s day, it rained for 40 days and 40 nights upon the earth. Moses was on the mountain of God (Mount Sinai) for 40 days when he received the 10 Commandments. Elijah fasted for 40 days when Jezebel was pursuing him. Jesus was led away by the Spirit into the wilderness to be tempted of the devil for 40 days representing a complete period of testing. The number 40 seems to be associated with a period for JUDGMENT AND TESTING, both for an individual and a nation.

70 = Prophecy Complete

The third time period for determining the lenght of a biblical generation is 70 YEARS. Israel was in the Babylonian captivity for 70 years – a number associated with COMPLETING PROPHECY. In Daniel 9:24, Daniel is given the “Vision of the 70 Weeks of Years” where on week (Heptad in Hebrew) represents 7 years for a total of 490 years. God said that from the beginning of a decree to restore and rebuild the city of Jerusalem, 70 Weeks of Years would be determined upon the Jewish people and the city of Jerusalem to complete alle vision and prophecy (This is an important key). When this period is finished, Israel’s punishment for disobedience will end and Messiah will come to establish His Kingdom and redeem the remnant.

Psalm 90:10 says that the days of a man ‘s natural life are 70 years, and if by strenght, they may be 80 years. Therefore, the generation of man is 70 natural years.

God can certainly lengthen man’s life even beyond 80 years and has promised to give His people long life if they obey His Word and honor their father and mother. However, the natural life span of mankind is normally a period of 70 years. This seems to be the guideline for a complete generation of man.

50 =  Jubilee-Release of Debt

There is another period that is significant in relation to God’s dealings with the people of Israel, and that is 50 YEARS. Every 50th year in Israel was the “Year of Jubilee” when all the land was to be restored to the original owner; all debts were to be cancelled; and all slaves were set free. It was the year of release and deliverance – a time for celebration and joy when families were reunited and given a fresh lease on life.

In addition, the 50 is associated with the “Feast of Pentecost” (meaning 50th day). Fifty days from the 16th of the month of Abib (March – April) was the Feast of Pentecost occuring in the month May – June depending upon the position of the new moon (Hebrew months in ancient Israel were based on a lunar calendar) and the barley and wheat harvest. It is interesting that the giving of the Law on Mount Sinai and the coming of the Holy Spirit both occured on the day of the Feast of Pentcost. God’s number in action is three, e.g., He does things in a series of three’s to get our attention. THEREFORE, A THIRD ACTION OF GOD MAY TAKE PLACE IN THE THIRD SACRED MONTH!

According to Bullinger’s book, “Numbers in Scripter”, the number 50 is also associated with judgment. The flood was upon the earth for 150 days (50×3).

In summary, a Biblical generation is sometimes 40 years, 50 years, 70 years, and 100 years. 40 years seems to be a period for complete testing; 50 years is a period of release and deliverance; 70 years is a period when prophecy is completed; and 100 years appears to be the longest period for God dealing with Israel. It is also noteworthy that in 1917 the British issued “The Balfour Declaration”, which was the first official act to allow the Jew the right to resettle in their homeland.

Since it is clear from Scripture that God’s end time clock is associated with the nation Israel and the city of Jerusalem (Ezekiel 36 and 37 and Daniel 9), then the years 1917, 1948 and 1967 are highly significant in calculating the end time generation. The question is, when did the end generation begin – in 1917 the first official act by a Gentile nation to give Israel legal right to the holy land; 1948 when Israel was reborn as a nation after 2500 years of exile; and in 1967 when they recaptured Jerusalem and declared it to be the eternal undivided capital of the State Israel? We must keep in mind that the last 7 years of Daniel’s 70th Week are part of the end generation, which ends Gentile domination of Israel and the city of Jerusalem.

Let’s apply the 4 time periods discussed above for each of the three possible dates for beginning of the last generation – 1917, 1947/8, and 1967 and see if we can glean any insight into the lenght of the end time generation:

A THING IS CONFIRMED BY 2 OR MORE WITNESSES (GOD’S NUMBER OF ACTION IS 3)

  1. THE BALFOUR DECLARATION IN 1917. (First Official Act to Give the Jew the right of return to the land). 1917 + 40 year generation = 1957. This scenario will not work because the time has expired for the tribulation and the Second Coming to occur. 1917 + 50 year generation = 1967. This scenario won’t work for the same reasons. 1917 + 70 year generation = 1987. This scenario won’t work also for the same reasons.1917 + 100 year generation = 2017. This scenario is a possibility with the tribulation beginning in  2017 and the second coming in 2038
  2. 1947/8 REBIRTH OF ISRAEL AS A NATION 1948 + 40 year generation = 1988. That does not work because the time has expired for the tribulation and the Second Coming to occur. 1948 + 50 year generation = 1998. Also doesn’t work for the same reasons.
  3. 1947/8 + 70 year generation=2017/8. This scenario is a possibility with the tribulation beginning in 2017/8 and the Second Coming in 2038.
    1948 + 100 year generation = 2048. This scenario is a possibility with the tribulation beginning in 2027.
  4. 1967 RECAPTURED OF JERUSALEM1967 + 50 year generation = 2017. This is a possibility  with the tribulation beginning in 2017 and the second coming in 2038.
    1967 + 70 year generation = 2037. This is a possibility with the tribulation beginning in 2016 and the Second Coming in 2037.
    1967 + 100 year generation = 2067. This is a possibilty with the tribulation beginning in 2046 and the Second Coming in 2067.

From these calculations, we have the earliest period for the completion of the END GENERATION in 2017/18 and the longest period ending in 2067. There are three time sequences from the above that are rather interesting. Look at the time periods marked by the asterisk. Using the birth day of the nation Israel in 1947/8, the recapture of Jerusalem in 1967, and the issuing of the Balfour Declaration in 1917, notice that the 50 for Jubilee – Release, the 70 for prophecy complete, and the 100 associated with the right of the Jew to return to their homeland all begin at approximately the same time period – 2017/8 with the tribulation.

In addition, from our earlier discussion of the meaning of the Greek word for generation (Genea) having to do with the ‘birth or begetting’ of the nation of Israel, it seems logical that the END GENERATION IS FOR A PERIOD OF 100 YEARS from start to finish, e.g. 100 years is the longest period for a biblical generation.

The number 70 is especially associated with Israel’s  bondage, captivities, exiles, return and completion off all vision and prophecy. Notice the numbers 50, 70, and 100 fit into the same period. I do not think this is a coincidence.

If this is the true prophetic scenario, then I believe Daniel’s long awaited 70 th Week will occur within three decade. With what is happening in our world today, I cannot see things continuing until 2067 without world goverment/religion appearing on the scene headed by the Antichrist and the False Prophet, especially when the apostasy is already under way in the world. By the year 2067, I strongly believe the Lord Jesus will have been back on earth for some time ruling from His throne in Jerusalem. I could be wrong, but it is an interesting scenario, especially when the Bible says two or three witnesses confirm a thing.

Pastors and ministers should have discerend since 1917 when Israel was given the legal right to return to the land in the second phase of prophetic fulfillment that this was the pre-condition to fulfill Ezekiel 36 and 37 plus many other prophecies dealing with the return. This significant date in the history of the world marked a ‘turning point’ in God’s prophetic timetable, namely that the latter of the last days and/or the last generation to which the Lord Jesus would return had begun.

A generation that has a starting point also has an ending point. I believe all the numbers in scripture that identify a specific generation and/or important events predict the end time  generation. Let me explain:

The numbers 100 ,70, 50, and 40 all have to do with prophecy fulfilled or a significant period of time to which we need to pay close attention:

Israel was in the Egyptian captivity for 400 years (some manuscript say 430) or 4 generations 0f 100 years each.

Israel was in the Babylonian captivity for 70 years. Daniel speaks of a period of 70 Weeks of Years or 490 years (70×7) as spritual punishment for Israel’s sins. 469 years  have been fulfilled.

The Jubilee Year was 50 years in which the land and people were released – delivered and set free. It is a pivotal year in the history of Israel.

The number 40 is a period of complete testing for a nation and a individual.

Taken together, I believe they mean the following:

In 1917 The Balfour declaration was issued giving the Jews legal right to return and settle their land. 100 years from 1917 is 2017.

In 1947/8 Israel became a nation after 2500 years of exile. 70 years from 1948 is 2017/8.

In 1967 Israel captured and controlled the city of Jerusalem for the first time since the Babylonian captivity. 50 years from 1967 is 2017 speaking of  liberation for Jerusalem by the coming of our Lord Jesus Christ back to earth.

40 years from 1977-78 is 2017-18.

According to Jewish history and culture, an adult male is considered mature at age 30. This is also the required age for priesthood under the Levitical system. Consider that the Lord Jesus said in Mattheus 24:32 that when  the Fig Tree has budded (birth) and spreads forth its leaves (maturity) that generation will not pass until all prophecy is complete. Israel became a nation in 1948 and reached maturity in 1977-78 (remember the Israeli Civil Years begins in September not January). By the time the Fig Tree generation has completed a full generation, the tribulation is over and Jesus has returned.

Menachin Begin became Prime Minister of Israel in 1977 and in 1978 signed the Camp David Peace Accords with Egytian President Anwar Sadat brokered by Jimmy Carter. The Camp David peace accords incited the Arab world against Sadat who was assassinated. The Camp David Peace Accords also greatly angered Yasser Arafat, leader of the PLO, he started in 1987-1993 the first and in 2000-2004 the second ‘Intifada’s’ (an uprising and shaking off of the Zionist infidels).

I believe according to what the Lord Jesus said in Matthew 24 about the birth and maturity of the nation Israel, and subsequent historical events affecting the nation that the final period of  “testing” for tha nation began when they reached maturity in 1977-78. In the Torah, the Lord said He tested Israel in the wilderness for 40 years. It should be noted that the final period of testing for the world also began in 1977-78.

The amazing thing about the above is that each period ends in “2017-2018” the period I believe begins with the last three weeks of seven years and ends the last generation with the Second Coming of Christ. Now in case you think that I stuck  the numbers in to make them fit my scenario, here is the explanation:

The first use of the number for a generation is 100 and is found in the book of the beginnings – Genesis 15:13,16. In that passage, God told Abraham that the Israelites would serve Egypte for 400 years and come out in the 4th generation. The “Law of Beginnings” or “first mention” applies here, meaning that a first mention of a principle or action of God becomes the starting point for further revelation. Therefore, in Genesis, the book of beginnings, we have the first mention of the lenght for a biblical generation – 100 years.

The Balfour declaration issued in 1917 was the “first offical act” to allow the Jews to return to the land of Israel. Therefore, we apply 100 years (The first mention of a time period for a generation) to the first mention or first legal act allowing the Jews to return to the land of Israel.

Having already used the number 100 as the beginning number for a complete biblical generation, we cannot use it again. The next number we use is 70 because 70 is the number that also represents a period of captivity and the first number to be used in relation to Israel’s beginning years of captivity after entering the promised land and becoming an independent theocratic monarchy with a king and a priesthood. The Law of First mention or first beginnings applies here also.

The number 70, unlike the number 100, is associated with Israel’s “nation-state” – both physical and spiritual captivities. Therefore, we must apply the number 70 to Israel’s return to the land and re-birth as a nation in 1947/8 plus 70 years is 2017-18.

Now that we have already used the numbers 1oo and 70, we cannot use them again for to do so would be forcing something to fit a preferred scenario.

The next significant date on Israel’s prophetic timetable (Actually God’s) is 1967. In that year, Israel liberated Jerusalem from Arab control and it became the undivided capital of the state of Israel.

What biblical number is associated with “liberation?” The numer 50 or the Year of Jubilee. Daniel 9:24-27 speaks of the prophecy to consummate God’s prophetic timetable for the people of Israel and the city of Jerusalem. Israel and the city of Jerusalem will be liberated when Messiah Jesus returns to earth at the battle of Armageddon. 50 years 1967 is 2017-18. This will be the starting-point of the last three weeks of 3 x 7 years!

That leaves only one number left, the number 40. We have already shown that it is associated with testing to determine the condition of the heart – whether one will obey God or not. Israel reached maturity in 1977-78 as predicted by Jesus in Matthew 24:32 and entered into the final years of testing. 40 years from 1977-78 is 2017-18.

Since the Word says a thing is confirmed by two or three witnesses [II Cor. 13:1], I rest my case that based on the revelation of the Word and the numbers in the Bible for a generation to be fulfilled within God’s specific purposes, the present generation in which we live could end in about 2017-18, and from there the last three weeks of 3 x 7 years begins and ends in 2038-39 with the Second Coming of Christ Jesus.

We just do not have that much time left. God is winding things down on planet earth and we happen to be the people of the end generation; consider it a privilege, not a burden!

With what was happen with the recent terrorist attacks, it seems that ‘the burden of Damascus’ (Isaiah 17:1-11) and ‘the Gog Magog War’ (Ezekiel 38-39) is right around the corner, and I believe this are some major world events yet to occur before the final three weeks of 3 x 7 years begin!

The war of Isaiah 17 and Ezekiel 38-39 seems to imply nuclear war and pre-dates the the tribulation. Three sevens, therefore, remain for the future, and these are dealt with in the book of the Revelation: the seven seals, the seven trumpets, and the seven vials. Therefore I believe it will take place soon, perhaps within the next 5 years.

I also believe we are living in the period of God’s final grace period before the world enters the judgement of the tribulation. Make no mistake about it; September 11, 2001 was a final warning from God; and there was the financial crisis in 2008 September 29, on the eve of Rosh Hasjana were the Dow Jones was losing -777.68 points. He that has ears to hear let Him hear what God is saying through these “signs” in the heavens and on earth.

During the month of May 2002, I was studying the Lord’s Olivet Discourse as recorded in Matthew 24 and when I came to verses 36 and 37, the Holy Spirit stopped me and said, “Here is the key to the end time – meditate upon it.” Now those of you that may understand what I mean by the Holy Spirit speaking to me in this manner, read the book of Acts and you will  find the apostlesl and the early Church had a close intimate relationship with the Holy Spirit – were on speaking terms with Him. Here are a few examples:

  • Acts 5:32
    “And we are witnesses of these things; and so is the Holy Spirit, whom God has given to those who obey Him.”
  • Acts 8:39-40
    “And when they came up out the water, the Spirit of the Lord snatched Philip away; … But Philip found himself at Azotus … “
  • Acts 9:31
    “So the church throughout all Judea and Galilee and Samaria enjoyed peace, being built up; and going on in the fear of the Lord and in the comfort of the Holy Spirit, it continued to increase.”
  • Acts 11:27-28
    “Now at this time some prophets came down from Jerusalem to Antioch. One of them named Agabus stood up and began to indicate by the Spirit that there would certainly be a great famine all over the world. And this took place in the reign of Claudius.”
  • Acts 13:2-4
    “While they were ministering to the Lord and fasting, the Holy Spirit said, “Set apart for Me Barnabas and Saul for the work to which I have called them.” Then, when they had fasted and prayed and laid their hands on them, they send them away. So, being sent out by the Holy Spirit, they went down to Seleucia and from there they sailed to Cypus.”

While we are not to pray to the Holy Spirit, we can certainly talk with Him if we are born-again because He lives inside of us and is intimate with our “new born spirit man.” We are also reminded of what Paul said in Romans 8:9b, “But if anyone does not have the Spirit of Christ, he does not belong to Him.”

Anyway, this is were I am coming from as I have learned to recognize the Holy Spritit’s small voice when He speaks to my spirit.

Obeying the Holy Spirit, I stopped and meditated on Matthew 24:36-37, which I had read hundreds of times, but on this particular morning the Holy Spirit helped me to understand what the Lord Jesus meant when He said:

“But of that day and hour no one knows, not even the angels of heaven, [nor the Son is not in the original Greek], but the Father alone. For the coming of the Son of Man will be just like the days of Noah.”

Do you see it? Notice what the Lord Jesus says; when He returns to earth it will be JUST LIKE the days of Noah and then He describes what those days were like – “They were eating and drinking, and marrying and giving in marriage…,” but that is not all that encompasses the days of Noah. In the context of Matthew 24, verses 36 and 37 help identify the duration of the end [time-last] generation – the one that will experience the tribulation of the last three weeks and the return of the Lord Jesus.

In order to better understand what the Lord Jesus meant, we should read the Genesis account of the flood, particularly the days prior and what God said about it. Remember we are interested in knowing what the Lord Jesus meant when He said, The last generation on earth will be JUST LIKE the days of Noah.”

In Genesis 6, God told Noah something very interesting when He said, “My Spririt shall not always strive with man forever, because he also is flesh; nevertheless his days shall be 120 years.”

What did God mean when He said, “Man’s days shall be 120 years?” Commentaries vary of the meaning on that phase. Some say it means that Noah preached for 120 years before the flood judgement came upon the earth. Some say it means that man’s lifespan is 120 years. Probably the first interpretation is the correct one because we know from Psalm 90 that man’s natural lifespan is seventy years or if by strength eighty.

In God’s eyes, man lives out a complete generation in seventy years. However, we know today that some people live beyond seventy years, but very few live to one hundred, and hardly anyone lives to be a hundred and twenty. Therefore, in the context of Genesis 6, I believe God was telling Noah that the last generation from Adam to Noah (the 10th generation from Adam) to the very day that the flood judgement fell upon the earth was exactly 120 years – no longer and no shorter” (See: Genesis 7:11-13).

Since we are to interpret the chapters and books of the Bible in the context of the whole Bible, then when the Lord Jesus said the generation of the Fig Tree would be JUST LIKE the days of Noah, I believe He was telling us that the end generation like Noah’s day would for a period of 120 years (There is evidence that it may be shorten by a few months, possible 7 months and 10 days – see Matthew 24:22 and Daniel 8:13-14).

In my previous revelation of the end generation, I assumed it began in 1917 with the Balfour Declaration, but the HolySpirit gave me understanding that it actually began in 1897, the year of the FIRST ZIONIST CONGRESS HELD IN BASIL SWITZERLAND BY THEODOR HERTZL, and the first official act to prepare the way for the Jews to return to their homeland. Thus we see once again the “The Law of First Things” in operation. This was the first budding of the Fig Tree, not 1917, which was the second budding.

Now let’s apply the 120-Year Generation to the same scenario as we did for the other times, and when we do, we have a fifth evidence for the end generation ending in 2017-18:

1897 + 40 year generation = 1937. This scenario does not work because the time has passed for the final three weeks of 3 x 7 years of Tribulation and the Second Coming of Jesus Christ.

1897 + 50 year generation = 1947. This scenario does not work for the same reason as the 40-year generation.

1897 + 70 year generation = 1967. This scenario does not work for the same reason as the 40 and 50 year generation. However, it is interesting that in 1967 Jerusalem came back under Jewish control for the first time since the Babylonian captivity. The number 70 is definitely connected to the city of Jerusalem according  to Daniel 9:24-27.

1897 + 100 year generation = 1997. This scenario does not work for the same reason as the 40, 50, and 70 generation.

1897 + 120 year generation = 2017 0r 2018 (The Hebrew Civil Year begins in September and the Sacred Year begins in March. Therefore, the biblical numbers having to do with a complete generation pertaining to testing, release or deliverance, captivity and judgement.

1977-78 (The Year Israel reached maturity) + 40 years [testing]=2017/18.

1967 (The year Jerusalem was retaken by Israel) + 50 years [jubilee/deliverance] = 2017.

1947/8 (The year Israel was reborn as a nation) + 70 years [captivity prophecy fulfilled] = 2017/8.

1917 (the year the Balfour Declaration was issued) + 100 years [captivity] = 2017.

1897 (The year of the first Zionist Congress) + 120 years [judgement] = 2017.

After I had written the addendum in May 2002, I received a news alert from Bill Koenig of Koenig International News on November 11, 2002 concerning the pending war with Iraq. “Bill said that his friend John Mc Ternan, who co-authored the book, “Israel: The Blessing or the Curse,” had told him he thought the United States was mentioned in Isaiah 13 as one of the nations that would destroy Iraq. Out of curiosity, Bill said that he called Yacov Rambsel, the world’s premier Bible Code expert, who does his extensive research with paper, pencil, a calculator, and the original Hebrew Masoretic Bible, to see if he would do some research of Isaiah 13. Below are the results of his findings:”

“Equidistant Letter Sequence codes Explained: The codes found in the original Hebrew Masoretic Bible are called ‘ELS’ codes with stands for Equidistant Letter Sequence. In Yacov’s study, an ELS interval of + 16 produced the Hebrew word for ‘war’ every 16th letter to the right, starting with the first letter of the code, which is ‘w’ in the 16 letter intervals. For example, the code began with the letter ‘w’ and proceeded right to the 16th letter, which was the letter ‘a’ an then proceeded another 16 letters to the right to the letter ‘r’ forming the Hebrew word for ‘war.’ This word pattern repeated itself again and again. The Hebrew word for Egyptian-9 (See 15 below) means that eight nine-letter intervals to the left produced the word Egyptian. The word pattern then repeated itself again and again.

Here are the codes Yacoov Ramsel found in Isaiah 13:2-6 (First the Scripture, then the codes):

Isaiah 13:2-6 (Judgement on Babylon)

2 Lift ye up a banner upon the high mountain, exalt the voice unto them, shake the hand, that they may go into the gates of the nobles.

3 I have commanded my sanctified ones, I have also called my mighty ones for mine anger, even them that rejoice in my highness.

4 The noise of a multitude in the mountains, like as of a great people; a tumultuous noise of the kingdoms of nations gathered together: the LORD of host mustereth the host of the battle.

5 They come from a far country, from the end of heaven, even the LORD, and the weapons of his indignation, to destroy the whole land.

6 Howl ye.

The codes:

1.War + 16; 2. Shall be a house of bitternes + 16; 3. A rapid atom=16; 4. Babylon atom + 16; 5. The blasphemers – 102; 6. The day of woe – 102; 7. The Megiddo – 102; 8. the Babylonians shamed – 68; 9. From the house of tribulation + 20; 10. The end of days – 37; 11. The speedy tribulation + 60; 12. Judge the Roman + 18; 13. Syrians + 86; 14. Shameful Arabia + 23; 15. Egyptian – 9; 16. Libanon – 105; 17. Gog + 17; 18. Magog – 19; 19. Shall be Pur for Persia – 19; 20. Great prophetic knowledge of space + 49; 21. Messiah + 49; 22. People of life – 60; 23. Son of the Father + 60; 24. The President the Son of War (the maker of war) + 320; 25. GW Bush + 316; 26. Islam – 23; 27. Hamas – 23; 28. Allah + 23; 29. The Arabs – 23; 30. Philistines (Palestinians) – 188; 31. Holocaust + 70; 32 Yeshua + 120; 33. He will return +120; 34. Savior =18; 35. All creation + 17.

Look at the code sequence 32 and 33; both have do with Yeshua (Jesus) and His return. Notice that they are assiociated with the equidistant number sequencing of + 120! Is this a coincidence or does Yacov Ramsel’s codes reveal what my research/revelation has found – that the Lord Jesus Christ will return to earth at the end of a 120- YEAR generation, which possibility began in 1897 and ends in 2017, the year of the beginning of the final three weeks of 3 x 7 years of tribulation!

This may be a sixth proof that the end time generation is in fact a period of 120 years JUST LIKE the last generation of Noah’s day that ended with the flood. If this is in fact a revelation of God, then we have only a few years before the tribulation comes upon the unsusppecting world.

For those who think that we are not supposed to know anything definitive about the end time, particularly as it relates to Israel, the Gog Magog war, the tribulation, the Second Coming, by misinterpreting Matthew 24:36 “No one can know the day or the our of the Lord’s return, not even the Lord Himself,…is playing right into the hands of the devil who has put fear and guilt in the heart of any saint who diligently searches out the deep things of the God.

Amos 3:7 Will God do anything unless He reveals it to His servants the prophets?” Please notice that He did not say just anybody, but His faithful prophets – the watchmen on the wall (Isaiah 62:1-7).

It took 1500 hundred years for the gospel to reach the New World and then another 400 years plus for Israel to be reborn as a nation in the Holy Land. In addition, Jerusalem did not come back under Israeli control until 1967! The Bible tells us clearly about the ‘Gog-Magog’ war in Ezekiel 38 and 39 that the LATTER DAYS did not began until Israel returned to the land from where they had been exile for 2500 years.

In addition, the apostle Paul rips the doctrine of imminency (rapture) to shreds in II Thessalonian 2:2 where he says, “let no one in any way  DECEIVE YOU, for it (The Day of the Lord, which occurs immediately after the tribulation has ended [Matthew 24:29-31] will not come UNLESS THE APOSTASY COMES FIRST AND THE MAN OF LAWLESSNESS IS REVEALED, THE SON OF PERDITION (Antichrist).”

This proves the Day of the Lord (II Thessalonians 2:1) cannot occur before the world-wide rebellion that rejects the truth – that the Lord Jesus is the only true God and way of salvation and the appearing of the Antichrist who claims deity for himself at the mid-point of the last week of the three weeks of 3 x 7 years of tribulation! While the world is rapidly moving towards the final apostacy, the Antichrist has not yet appeared and no Jewish temple has been built in Jerusalem. Paul told the Thessalonians not to believe a so-called “doctrine of imminecy” that the Day of the Lord was at hand or imminent. If you want more proof that the doctrine of imminency is a farce, then look at verse 2 of II Thessalonians 2 “That you not be quickly shaken from your composure or be disturbed either by a spirit or a message if from us to the effect that the Day of the lord has come.” The Greek word for ‘has come’ means imminent.

Again, Paul was denying the doctrine of imminecy by saying the Day of the Lord would not be imminent until the Antichrist appeared and the Mark of the Beast forced upon the world.

by Allen Barber Ph.D Biblical Studies

 

THE SEVENTY WEEKS (by Charles H. Welch – Berean Expositor, London)

‘Seventy weeks are determined upon thy people and upon thy holy city’ (Dan.9:24).

If we understand the word ‘week’ to mean seven days, we have a period of a little more than one year and four months to consider, and of this a smaller period is occupied in building and restoring Jerusalem – certainly a short time for such an operation. When, however, Daniel wishes to make us understand literal weeks, each of seven days, he adds the word ‘days’:

‘ I Daniel was mourning three full weeks’ (literally, weeks of days) (Dan.10:2).

‘Till three whole weeks were fulfilled’ (literally, weeks of days) (Dan.10.3).

To make the matter certain, the angelic visitor declares that on the first day of Daniel’s fasting his words had been heard and the angel sent, but that for ‘one and twenty days’ he had been withstood. This carefulness on Daniel’s  part is one argument in favour of the vieuw that ordinary weeks of days are not intended in Daniel 9. A further argument is that Daniel had been occupied with prophecies that dealt with a period of seventy years, and the angelic announcement of the sevent weeks seems but an expansion.

Another argument in favour of the years’ interpretation is provided by the scriptural treatment of the last week. It will be observed that this of the seventy weeks is divided into two parts:

‘He shall confirm the covenant with many for one week: and in the midst of the week he shall cause the sacrifice and the oblation to cease’ (Dan.9:27).

Now Daniel refers more than once to a peculair period at the time of the end:

‘Let seven times pass over him’ (Dan.4:16).

‘A time and times and the dividing of time’ (Dan.7:25).

‘A time, times, and an half’ (Dan.12:7).

A consultation of the margin of Daniel 11:13 will show that ‘times’ may be synonymous with ‘years’. If that is so, then a time, times and a half  may be a prophetic and cryptic way of describing three-and-a-half years. This being just half the seven year period which meets exactly the requirements of Daniel 9:27.

We have, however, clearer evidence in the book of the Revelation:

‘A time, and times, and half a time’ (Rev.12:14).

This is the period during which the woman is nourished in the wilderness. In Revelation 12:6 we read:

‘They should feed her there 1.260 days’.

It is difficult to avoid the conclusion that 1.260 days, and a time, times, and a  half, are periods of the same duration.

There is evidence in Scripture of the recognition of a year of 360 days. For example, it is computed that between the seventeenth day of the second month, and the seventeenth day of the sevent month is 150 days (Gen.7 and 8), a computation which supposes a month of thirty days. Dividing 1260 by 30 we have 42 months, or three-and-a-half years. Now Scripture speaks of a period of 42 months, and places it in such proximity to that of 1.260 days as to remove all doubt as to the length of the prophetic year:

‘The holy city shall they tread under foot 42 months’ (Rev.11:2).
‘My two witnesses shall prophesy 1.260 days’ (Rev.11:3).

Revelation 13 speaks of the time when the fourth beast of Daniel 8 shall be in power; and if Daniel 9 speaks of the same power and period, we may expect to find here some confirmation:

‘He shall confirm the covenant with many for one week (a period of 7 years): and in the midst of the week (after a period of 3 & half years, 42 months, or 1.260 days) he shall cause the sacrifice and the oblation to cease’ (Dan.9:27).

‘And there was given unto him a mouth speaking great things and blasphemies; and power was given unto him to continue 42 months’ (Rev.13:5).

That the Hebrew language can refer to ‘Sabbaths of years’ is shown in Leviticus 25:8, where a period of 49 years is also called ‘seven sabbaths of years, seven times seven years’.

These things furnish sufficient proof that the final week of Daniel 9 is a period of seven years. And if the last week be a week of years, it follows that the seventy weeks are also weeks of years, so that the seventy weeks ‘determined’ represent a period of 490 years.

When does the period of 490 years commence?

After revealing to Daniel a prophetic period 0f 490 years marked off on the divine calendar, the angel proceeds to divide the number of years up in a rather stange way. We first learn that during the 490 years the following events are to be fulfilled:

‘To finish the transgression, and to make an end of sins, and to make reconciliation for iniquity, and to bring in everlasting rightenous … and to anoint the most Holy’ (Dan.9:24).

The angel next proceeds to give further light upon this time by saying that the period from the commandment to restore and build Jerusalem to the coming of Messiah the Prince will be 7 weeks and 62 weeks, and that after the 62 weeks have elapsed the Messiah will be cut off. (We found it useful when speaking of ‘Lo-ammi’ periods to use a simple illustration to make the matter clearer. It may be of service to use the same method here). Suppose that a motorist is being directed to a certain destination and that, instead of being told that his goal is 69 miles away, he is told that it is 7 miles and 62 miles away. If after that somewhat cryptic statement, a remark is added about some feature in the road that marks a junction, the obvious thing for the motorist to do would be to travel the first seven miles and then look out for some change. If at the end of 7 miles of rather bad country lane the car emerged into a new, well-made road with continued fore the remaining 62 miles, he would realize the reason for dividing the distance. Moreover, if he had been told that at the end of 62 miles he would come to a cross, he would look for it at the end of 62 miles of new road, for so the direction had indicated.

Now it must be obvious that when the angel speaks of 7 weeks as distinct from 62 weeks, he has some special reason for it. The angel also speaks of the building of the wall and the street of jerusalem as an event related to the time periods with which his message deals. (The Companion Bible, in Appendix 58, gives the history of Nehemia and Ezra. It is much too long to quote here, but we give two extracts to prove our point. We must leave our readers to test the matter futher by consulting that appendix for them selves).

  • 455 B.C.  – Neh.1:1 to 2:8 -Hanani’s report in the month Chisleu leads to the ‘going forth of the commandment to rebuild Jerusalem’  (Dan.9:25).
  • 454 B.C.  – By Artaxerxer in ths twentieth year.
  • 407 B.C.  -Nehemia obtains leave of absence (Neh.13:6, and returns to be present at,…
  • 405 B.C.  – The dedication of the Temple. This ends the ‘seven sevens’ from  the going forth of the commandment in 454 B.C.

This, then is the first space covered, the building of the wall corresponding tot the seven miles of the bad road in the illustration. We now arrive at the most important feature of our discussion, and one that we have seen canvassed in no other work on Daniel. It follows from the logical application of the ‘Lo-ammi principle. The question is wether or not the 490 years, set apart from the achievement of God’s purpose in Israel, begin at the going forth of the proclamation to rebuild Jerusalem. To this question expositors give an affirmative answer, but the ‘Lo-ammi’ principle demands a negative one. We read in Nehemia:

‘The remnant that are left of the captivity there in the province are in great affliction and reproach: the wall of Jerusalem also is broken down, and the gates thereof are burned with fire’ (Neh.1:3).

Do these expression describe Jerusalem as in favour or in desolation? There is only one answer. Nehemia saw in these events the fulfilment of the curse threatened by law and prophets:

‘If ye transgress, I will scatter you abroad among the nations’ (Neh.1:8).

Daniel also uses terms that imply ‘Lo-ammi’ conditions. Jerusalem is ‘desolate’ (Dan.9:2); Israel are ‘driven’ (verse 7); the curse is poured upon them (verse 11); the visitation upon Jerusalem is unprecedented (verse 12). And in verse 16 there is anger and fury and reproach.

The seventy-sevens cannot commence until Jerusalem is rebuilt and the curse is removed; this makes clear the reason for the division of the years into seven sevens and sixty-two sevens. The seven sevens or 49 years represent the time occupied in the rebuilding of the wall and street of Jerusalem by Nehemia in the time of trouble, and the period ends at the dedication of the Temple (Ezra 6:16-18).

To revert to our illustration, the period covered by the building of the wall up to the dedication of the Temple corresponds with the first 7 miles of  country road. At the dedication of the Temple at the end of the seven sevens the ‘Lo-ammi’ period ends; the new high road is reached. It is then a distance of 62 miles to the Cross; or, leaving the illustration, an unbroken period of 62 sevens to the time of ‘the Messiah the Prince’. Those who include the 49 years of rebuilding, include a period when Israel was ‘Lo-ammi’, and they have no alternative to excluding from their reckoning the whole period of the Acts of the Apostles. But it is quite certain that Israel were not set aside as a people until Acts 28 (Acts 28:23-29), so that the period of the Acts must be included. Our interpretation has required only 62 sevens; so that there is still scope remaining. From A.D. 30 to A.D. 64, the usual dates now given for the Crucifixion and Acts 28, respectively, is a period of 35 years; this accounts for 5 sevens. Three sevens, therefore, remain for the future, and these are dealt with in the book of the Revelation: seven seals, seven trumpets, and seven vials. The final ‘seven’ is concerned with the beast, the false prophet, antichrist and Babylon, as we read in Daniel 9.

Summarize:

Had Jesus told the Church not to watch all the signs that warn of the closeness of His return, He would have contradicted most of the prophecies of the Old Testament and made the Scriptures unreliable and untrustworthy. Believe what you may about the end time, but  the Bible that I read tells me to “discern the signs of the times” and that by doing so, I can know much about the end generation, even when the last generation began and how long it will last!

However, knowing that, we still not know the very hour and day of the Lord’s return (Our limitation is only the precise 24-hour day of His return, not the generation) because it will be juxtaposed between Armageddon and the Millenial kingdom. What we do know is that He returns immediately after the tribulation has ended (Matthew 24:29-30). The Greek word for immediately can mean “soon” not the very next minute or day!

Please take your Bible and look at every reference pertaining to the “thief in the night” (I Thessalonian 5:1-3;Matthew 24:43) and you will see clearly that the Lord Jesus comes as a thief in the night to the unbelieving world, not to the Church because we will watching all the signs predicting the nearness of His return and we will be ready like the five wise virgins who had oil in their lamps and went out to meet the bridegroom at midnight.

‘The sun shall be turned into darkness, and the moon into blood, before the great and the terrible day of the LORD come’ (Joel 2:31). (There will be a total solar eclipse and a total lunar eclipse before the great and terrible day of the Lord).

‘But of the times and the seasons, brethren, ye have no need that I write unto you. For yourselves know perfectly that the day of the Lord so cometh as a thief in the night. For when they shall say, Peace and safety; then sudden destruction cometh upon them, as travail upon a woman with child; and they shall not escape. But ye, brethren, are not in darkness, that that day should overtake you as a thief. Ye are alle the children of light, and the childrern of the day: we are not of the night, nor in darkness. Therefore let us not sleep, as do others; but let us watch and be sober.’ (I Thessalonian 5:1-6).

‘Know therefore and understand, that from the going forth of the commandment to restore and to build Jerusalem unto the Messiah the Prince shall be seven weeks, and threescore and two weeks: the streets shall be built again, and the wall, even in troubles of times.’ (Daniel 9:25).

7 x 7 = 49 years = 7 weeks  of years leading up to a Jubilee year.

June 7th 1967 Jerusalem was restored to Israel and began to be built up in trouble times!

49 prophetic years x 360 days = 17.640 days.

So let’s count from June 7 th 1967 forward, to the day 17.640 days and see where it takes us?

Puts you on September 23 th 2015 which is YOM KIPPUR! (Leviticus 25:8-10).

The book [scroll] will be opened along Mozaische legislation!

The Sealed Book (Revelation 5:1-14).

In Revelation 5:2, we see that ‘a strong angel’ proclaims with a loud voice, ‘Who is worthy to open the book, and to loose the seals thereof?’ No one was found in the whole universe ‘in heaven, nor in earth, neither under the earth’ who was worthy. The apostle must have realize the great importance of the scroll which was held in the hand of Him who sat on the throne, for one of the elders said to him, ‘Weep not: behold, the Lion of the tribe of Juda, the Root of David, hath prevailed to open the book, and to loose the seven seals thereof’ (Revelation 5:5). When John looked to the throne once again, in order to see the prevaling Lion, he beheld, ‘and lo, in the midst of the throne and of the four beasts (living ones), and in the midst of the elders, stood a Lamb as it had been slain.’ The elder says the LION, but John sees a LAMB (Revelation 5:6).

Having described the throne, the living ones, and the elders, and having recorded the utterances of these heavenly beings, the apostel recalls our attention to the throne, and what is taking place there.

The right hand of the glorious occupant of the throne held a scroll that had been written inside, and on the back, and which had been sealed with seven seals. What is the meaning of this sealed book? The answer is found by observing what happens when the seals are broken and the scroll unrolled. Chapter 6 describes the opening of six of the seals, and it will be seen that the sixth seal takes us to the day of judgement (Revelation 6:12-17), ‘the great day of His wrath is come’.

The opening of the seventh seal introduces the seven trumpets, and at the beginning of the seventh trumpet ‘the mystery of  God shall be finished’ (10:7). When the seventh angel sounds his trumpet, the following words are heard, ‘The kingdoms of this world are become the kingdoms of our Lord, and of His Christ; and He shall reign for ever and ever (unto the ages of ages)’ (11:15). This is linked with the theme of the seventh seal by the words of verse 18, ‘Thy wrath is come’. It is also the time for the judgement of the dead, the apportioning of rewards, and the destruction of those who destroy the earth. This is none other than ‘the REVELATION of the Lord Jesus Christ’, for the wrath is the wrath of the Lamb, the King who reigns is Christ, and all the judgement is commited into the hands of the Son.

Three sevens of weeks of 3 x 7 years therefore, remain for the future and these are dealt with in the book of Revelation, seven seals, seven trumpets, and seven vials (62+5=67 total 70) with the starting-point in??

*******************************************

{{This Prophecy … Revelation signs!

Upon the proclamation of heaven’s King, war would be made by Michael upon the Dragon. That this is no fancy is seen by reading Revelation 12:9-12:

  • ‘And the great dragon … was cast out into the earth, and his angels were cast out with him. And I heard a loud voice saying in heaven, Now is come salvation, and strength, and the Kingdom of our God, and the power of His Christ: FOR the accuser of our brethren is cast down … Woe to the inhabiters of the earth … for the devil is com down unto you, having great wrath’.

Our search has not been fruitless: here we discover the third woe. The third woe, the proclamation of heaven’s King, and the casting out of Satan therefore synchronize. This settles the position of chapter 12. We must not look upon it as a parenthesis – it is an intregal part of the subject. We are also able to say, with tolerable certainty, when the seventh angel sounds, and what time the ‘days’ will cover. Upon the casting down of Satan the woman flees into the wildernis for the space of three and a half years. For exactly the same period the outcast Satan gives his authority and throne to the beast from the abyss (13:5). The aionion gospel will be published at this time also, for one of its statement is ‘for the hour of His judgement is COME’. Again, the fall of Babylon, which occupies chapter 17 and 18 leads right on to the Hallelujahs of chapter 19, is linked with these chapters, for another angel follows the herald of the aionion gospel announcing that Babylon is fallen.

Revelation 15 introduces the seven angels having the seven last plagues, and these are not poured out until after the beast has arisen (chap. 13), for those who had gotten the victory over the beast, and over his image and over his mark and over the number of his name (all found in Revelation 15) stood upon the sea of glass having the harps of God. Immediatly before chapter 12 we read, ‘and the temple of God was opened in heaven, and there was seen the ark of His covenant‘ (11:19). In chapter 15, the wording is a little different, ‘the temple of the tabernacle of the testimony in heaven was opened’ (verse 15). Under the ‘opening’ of chapter 11, where the emphasis is upon the covenant, the Lord is seen succouring His own during the time of trouble through which they pass; under the ‘opening’ of chapter 15, where the emphasis is upon the testimony, the Lord is seen visiting with unmitigated judgment the Beast and his followers.

Returning to chapter 11: we would draw attention to the Revised Version, which follows the best texts in  verse 17, ‘We give Thee thanks, O Lord God Almighty, which art, and wast’. The Authorized Version wrongly adds ‘and art to come’. The Lord had come (see R.V.), and that portion of the ineffable name is fulfilled at the sounding of the seven trumpet.

The several statements, ‘The Lord, and His Christ’, the nations were angry, and Thy wrath is come’, refer back to the prophecy of Psalm 2:

  • ‘The kings of the earth set themselves, and the rulers take counsel together, against the LORD, and against His anointed’.
  • ‘Then shall He speak unto them in His wrath’.
  • Yet have I set (anointed) my King upon My holy hill of Zion‘ (Psa. 2:2,5,6).

The words of Daniel 7:21,22 and 26,27, seem very fitting here:

  • ‘I beheld, and the same horn made war with (against) the saints, and prevailed against them; until the Ancient of days came, and judgment was given to the saints of the most High; and the time came that the saints possessed the kingdom … But the judgment shall sit, and they shall take away his dominion, to consume and to destroy it unto the end. And the kingdom and dominion, and the greatness of the kingdom under the whole heaven, shall be given to the people of the saints of the most High, whose kindom is an aionion kingdom, and all dominions shall serve and obey Him’.

The following simple set-out may help the reader to realize the chronology of the seven trumpet:

The Time of the Seventh Trumpet, 3.5 years

  1. The woman fed for 1,260 days (12:6).
  2. A time, times and a half a time (12:14).
  3. The Beast has power 42 months (13:5).
  4. The Seven Vials (chapter 15 and 16).
  5. Babylons falls (14:8).
  6. The final three and a half years of Daniel’s 70 weeks (Dan. 9:27).

If the above suggestions is true, then it would appear that the breaking of the covenant in the midst of the week (Dan. 9) is answered by the opening of the temple containing God’s covenant. The giving over of the throne and great authority of Satan to the Beast is answered by the proclamation of Heaven’s King (11:15). It is the date also of the catching up of the man child to God and His throne (12:5). The Lord too may descend from heaven to the air immediately after the pouring out of the seventh vial – ‘and the seventh angel poured out his vial into the air’ – and the hope of 1 Thessaloninans 4 wil be realized.

When Satan loses his authority of the air (Eph. 2:2), the church of the Acts dispensation will occupy that region. When Satan is taken and cast into the abyss, the kingdoms under the whole heaven will be given to Israël. Thus each section attains its hope upon the ejection of Satan from its destined sphere of glory.

The Mystery of God finished with the seventh trumpet. That mystery may have several phases and different planes, but all focus in the exalted pre-eminence of Christ.

A great sign in heaven appears in chapter 12. This is the first time the word ‘sign’ (semeion) occurs in the Apocalyps. The sign is that of a woman clothed with the sun, with the moon under her feet, and upon her head a crown of twelve stars. A contrast is evidently intended with the woman of chapter 17:

  • ‘And the woman was clothed (same word as in 12:1) with purple and scarlet and adorned with gold and precious stones and pearls … the woman whom thou sawest is that great city which reigneth over the kings of the earth’ (Rev. 17:4,18 author’s translation).

This city’s name is Babylon, and in it is brought to its head the mystery of iniquity (17:5). Chapter 12 also has the sign of a woman, which also represents a city (and the system for which the city stands). The one is the false, the other the true; the one is supported by the beast, the other is attacked by the dragon. In Genesis 37:9 the sun, moon and eleven stars represents Jacob, his wife, and his eleven sons. The woman is Jerusalem, the city of David and of Israël. She is represented as being on the eve of giving birth to a child.

Another sign is seen in heaven: a great fiery red dragon, having the insignia of the final phase of Gentile dominion, stood before the woman, ready to devour her child as soon as it should be born. The sun, moon and stars, the woman’s emblems, seem to indicate a power from heaven. This is in direct contrast with the seven heads and ten horns and the seven diadems, which plainly indicate the powers of the beast that support the woman of Revelation 17 (see verse 3).

The dragon in the sign is said to draw the third part of the stars from heaven and cast them to the earth. This is taken by some to refer to the fall of Satan away back in the beginning, but we cannot see how this fact can come into the story here. There is no necessity to leave the period under review, for the reference to the stars is interpreted in verse 9, ‘and his angels were cast out with him’, namely, at the momentof the defeat by Michael. The chief interest of the passage however is the man-child that is born:

  • ‘And she brought forth a man child, who was to rule all nations with a rod of iron: and her child was caught up unto God, and to His throne’ (Rev. 12:5).

To whom does this refer? Undoubtedly the words in the first instance are prophetic of Christ Himself, as we find them in Psalm 2. In Revelation 2:26,27 these words are quoted of the overcomer:

  • And he that overcometh, and keepeth My works unto the end, to him will I give power over the nations: and he shall rule them with a rod of iron; as the vessels of a potter shall they be broken to shivers: even as I received of My Father‘.

In Chapter 5 we pointed out the way in which the seven churches of chapters 2 and 3 were related to the rest of the book. The reader is referred to that chapter for the complete statement, argument, and illustration. We now merely extract the portion which bears upon our present study:

  • ‘THE THYATIRA CHURCH (Rev. 2:18-29). – The woman Jezebel; the morning star; the rod of iron; the depths of Satan; keep works; faith and patience; false prophetess; her children killed.
  • THE THYATIRA PERIOD (Rev. chapter 12 and 13). – The woman clothed with the sun; the twelve stars; the rod of iron; Satan; keep commandments; patience and faith; false prophet; God’s children killed.

The close parallel between the ‘church’ and the ‘period’ in each case provides a valuable key to interpretation. There in the future day to which Revelation refers, this man-child is born. This cannot refer to Christ personally, but it can indicate that company of faithful overcomers who share the millenial reign of Christ. The catching up of this man-child to God and His throne precedes the tribulation, it is a complete escape from that day of trouble. In Matthew 24:4-8 we have the beginning of the birth-pains, which are the false christ, wars, famines, pestilences and earthquakes. These have already been indicated in the opening of the seals. They lead the way for the tribulation under the beast and the false prophet, and when they reach their meridian, the man-child is born.

After the man-child is caught up, the woman flees into the wilderness. So in Matthew 24, after the period spoken of as the beginning of birth-pains, which synchronizes with Revelation 12:2, we hear of affliction and hatred, of offence and betrayal, of false prophets who deceive. At the same time a gospel activity is indicated, witnessing to all nations before the end comes.

About the same time the abomination of desolaltion spoken of by Daniel the prophet will be set up in the holy place. This evidently refers to the image of the beast. Daniel’s prophecy indicates that the setting up of this abomination occurs in the midst of the final seven years there referred to. This would leave three and a half years for the tribulation to run until ‘the end’. So, in perfect harmony, we read that the woman is fed 1,260 days (12:6), or (as in 12:14), ‘a time, times and a half’, in line with Daniel’s cryptic utterance. Three years and a half therefore before the end, and before the revelation of the Lord, the man-child is caugt up. This is the rapture of the overcomers. Some will be ‘accounted worthy to escape all these things that shall come to pass’ (Luke 21:36).

The man-child caught up and escaping the tribulation, the woman who flees into the wildlerness, and the remnants of her seed which are attacked by the dragon, cannot possibly represent the same company of people. There are the overcomers who are destined to rule; there is the woman, shielded, fed and protected in the wilderniss; there are the seed that are left, who are persecuted. It is evident that some believers are left to endure the fierce wrath of the last days. Our attention however must be kept for the present upon the man-child. Verse 11 adds a detail as to the character of these overcomers:

  • ‘And they overcame him by (because of) the blood of the Lamb, and by (because of) the word of there testimony, and they loved not their lives unto the death’ (Rev. 12:11).

The sign is a child born under the menace of Satanic destruction; the reality is the faitful testimony of those who loved not their lives unto the death. The dragon waiting to devour is interpreted in verse 10 as ‘accusing the brethren before God day and night’. The moment of the rapture of these overcomers is at the sounding of the seventh trumpet:

  • ‘Now is come salvation, and strength, and the KINGDOM of our God, and the power of His Christ: for the accuser of our brethren is cast down’ (Rev. 12:10).

The words ‘our brethren’ attract attention. Who is it that says these words? The speaker (‘I heard a loud voice saying in heaven’) is unnamed, but it is clear, from all other similar references, that it cannot be a man. In Revelation 22:9 an ANGEL says to John:

  • ‘I am a Fellow-servant with thee, and with thy brethren the prophets, and with those that keep the words of this book’ (Rev. 22:9, Benjamin Wilson, Diaglott).

We adopt the translation given in the Diaglott. It means that the angel and John and the brethren are all upon one commen level in this aspect. An ANGEL, therefore, appears to be the one who calls the overcomers ‘brethren’. These overcomers are to be identified with the Church of the firstborn who are enrollled in heaven (Heb. 12:22,23).

These have come to Mount Zion (so had the 144,000, Rev. 14:1); and unto the city of the living God, the heavenly Jerusalem. This is also said of the overcomers (Rev. 3:12). These had also come unto an innumerable company of angels, the general assembly.

The casting out of the great dragon to the earth ushers in the third and last woe:

  • ‘Rejoice, ye heavens, and ye that dwell in them. Woe to the inhabiters of the earth and the sea! for the Devil is come down unto you, having great wrath, because he knoweth that he hath but a short time’ (Rev. 12:12).

The woman is carried away to a place prepared for her, and nourished in the wilderness for the rest of the period until the kingdom is set-up on earth. To this period applies the LORD’S PRAYER. ‘Thy Kingdom come, Thy will be done on earth, as it is in heaven’. These words will be the heartfelt utterance of this persecuted company, and while experiencing again the manna in the wilderness, they will pray with the real understanding, and not with vain repetition, ‘Give us this day the bread that cometh down upon us‘. The word rendered ‘daily’ in the prayer occurs nowhere else in Scripture, nor, as far as we know, in any writing in the Greek language. It is a word which can only be fulfilled by the repetition of the miracle of the manna, and this what does take place.

The Scriptures speak of several companies of believers, some ready, some unready, some wathful, some asleep, some like wise virgins, some like unwise, one taken, the other left, one child of the woman caught up to God and His throne, other of her seed suffering the wrath of the dragon, some sheltered in heaven and the secret of His presence, others sheltered in the wilderness.

The Church (eclessia) of the One Body, while not conneted with these phases of the great plan, should be given heed to these differences and seek to profit thereby!!}}

Charles H. Welch / Out of:’This Prophecy – The Revelation of Jesus Christ’

*******************************************

TAKING TORAH TO THE NATIONS! [1897 – 2017]

ECLIPSE OF THE CENTURY … don’t miss out on this astronomical phenomena! And recent interviews with pastor MARK BILTZ about the coming Eclipse & Revelation Signs!

www.elshaddaiministries.us

*******************************************

Nieuwsbrief van Pastor Mark Biltz: Is vertaald uit het Engels …

September 2017! 

Hier zijn we dan, midden in de maand Elul. En kijk naar de wereld! Alles wat ik kan zeggen: houd je vast! In mijn boek ‘Bloedmanen’ heb ik gewaarschuwd voor deze dagen, zelfs toen velen mij bespotten. Nu zijn deze dagen hier. Ik wil nu andere tekens in de hemel met je delen, die snel komen na het Openbaring 12-teken, tijdens de Dagen van Ontzag (de ontzagwekkende dagen tussen Rosh Hasjana en Yom Kippur). Zoals ik al vaak heb gezegd, ik heb geen controle over de hemelse tekens of de datums waarop ze zich voordoen. Ik heb geen controle over de Bijbelse kalender. Alles wat ik doe, is ze verbinden voor iedereen. Ik geef mijn gedachten over wat er vanuit mijn perspectief kan gebeuren, en je bent vrij in je eigen interpretatie. Hier gaan we dan. Er is meer dan wat ik nu met je zal delen, maar dit is de huidige prioriteit. We zien allemaal de verwoesting die na de totale zonsverduistering in de Verenigde Staten gekomen is met drie opeenvolgende orkanen in het zuiden, en tevens de bosbranden die nu het noordwesten raken, en de gebeurtenissen in Noord-Korea en Syrië. Maar we vinden troost omdat we weten dat God het heft in handen heeft en bij ons is. Ik voel dat deze maandelijkse nieuwsbrief de belangrijkste is die ik ooit heb geschreven en bid dat je deze zoveel mogelijk verspreidt.

Ik moet u eerst iets vertellen over Tu B’Shevat (bomenfeest). Dat is de 15e dag van de maand Shevat. Volgend jaar vindt het plaats op 31 januari. Er komen dan 3 bloedmanen, oftewel totale maansverduisteringen, op een rij op Tu B’shevat, volgend jaar, en dan vervolgens op Tu B’Av, de 15 AV, en dan opnieuw in Tu B’Shevat in 2019! Dicht bij de Schrift blijvend, wil ik uitleggen wat ik geloof dat God probeert te communiceren. Ik kan het verkeerd hebben. Maar net zoals 1 Nisan het begin is van de religieuze kalender, zo is 1 Tishri het begin van de burgerlijke kalender, en zo is ook Tu B’Shevat het begin van het Jaar voor de Bomen. Tu B’Shevat is het Joodse Nieuwjaar van de Bomen, en het wordt gevierd op het moment dat de meeste bomen in Israël beginnen uit te botten. Dit is de tijd van het jaar dat de winter net is afgelopen en de lente eraan komt.

  • Leviticus 19:23-25 “Wanneer u in het land komt en allerlei vruchtbomen plant, moet u de vruchten ervan als verboden beschouwen. Drie jaar lang zullen ze voor u verboden zijn, er mag niet van gegeten worden. Maar in het vierde jaar zullen alle vruchten ervan heilig zijn, tot lofzegging voor de HEERE. En in het vijfde jaar mag u de vruchten ervan eten om de opbrengst ervan voor u te vermeerderen. Ik ben de HEERE, uw God.”

Dus als je in de loop van een jaar 100 bomen zou planten, hoe in de wereld zou je voor elke boom de tijd kunnen bijhouden van de plantdatum van elke boom?! Dus Tu B’Shevat is voor iedereen elk jaar de begintelling om het bij te houden.

De Bijbel toont op veel plaatsen dat de mens met een boom kan worden vergeleken. God zoekt altijd bomen die vrucht produceren. In Deuteronomium 20:19,20 zegt God dat de enige bomen die in oorlogstijd kunnen worden omgehouwen, de niet vruchtdragende bomen zijn. Als de oorlog komt, kunnen we maar beter vrucht dragen!

  • Mattheus 21:19 “En toen Hij een vijgenboom langs de weg zag, ging Hij ernaartoe en vond er niets aan dan alleen bladeren. Hij zei tegen hem: Laat er aan u geen vrucht meer groeien in eeuwigheid! En de vijgenboom verdorde onmiddellijk.” 
  • Mattheus 7:19 “Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen“.
  • Lukas 13:5-9 “Ik zeg u: Nee, maar als u zich niet bekeert, zult u allen evenzo omkomen. En Hij sprak deze gelijkenis: Iemand had een vijgenboom, die in zijn wijngaard geplant was. En hij kwam om daaraan vrucht te zoeken, maar vond die niet. Toen zei hij tegen de wijngaardenier: Zie, ik kom nu al drie jaar vrucht zoeken aan deze vijgenboom en vind die niet. Hak hem om. Waarom beslaat hij de aarde nutteloos? En hij antwoordde en zei tegen hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar staan, totdat ik om hem heen gegraven en hem bemest heb. Wellicht dat hij dan vrucht draagt. Maar zo niet, dan moet u hem alsnog omhakken“.

Zoals ik al eerder zei: Het is de tijd van het jaar dat de winter net is afgelopen en de lente komt. Het is geweldig om elke ochtend de prachtige amandelbomen te zien bloeien overal in Israël. Dat is de eerste boom die bloeit en toch de laatste die vrucht draagt.

  • Jeremia 1:9-12 “Toen stak de HEERE Zijn hand uit en raakte mijn mond aan. En de HEERE zei tegen mij: Zie, Ik geef Mijn woorden in uw mond. Zie, Ik stel u op deze dag aan over de volken en over de koninkrijken, om weg te rukken en af te breken, om te vernielen en omver te halen, maar ook om te bouwen en te planten. Het woord van de HEERE kwam tot mij: Wat ziet u, Jeremia? Ik zei: Ik zie een amandeltak. Toen zei de HEERE tegen mij: Dat hebt u goed gezien, want Ik waak over mijn Woord om dat te doen“.

Deze profetie maakt gebruik van een woordspeling die een vitale waarheid bevat voor zowel Israël als voor ons. Het Hebreeuwse woord voor amandel is “geschud” en kan ook worden vertaald met “te kijken”. Door de amandeltak te zien, verzekerde God Jeremia dat Hij over Zijn Woord waakt om het te verzekeren, ongeacht het tijdsverloop. In de context had God Israël een waarschuwing gegeven. Tu B’Shevat is de tijd waarop de meeste bomen in Israël gaan uitbotten, zodat ze weten dat een seizoen is beëindigd en er een nieuw seizoen begint.

  • Mattheus 24:32-34 “Leer van de vijgenboom deze gelijkenis: wanneer zijn tak al zacht wordt en de bladeren uitspruiten, dan weet u dat de zomer nabij is. Zo ook u, wanneer u al deze dingen zult zien, weet dan dat het nabij is, voor de deur. Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht zal zeker niet voorbijgaan, totdat al deze dingen gebeurt zijn“. 

Dus de samenvatting: Tu B’Shevat is een signaal van een seizoensverandering, de jaarlijkse tijd om bomen te inspecteren betreffende hun vrucht, (lees: mensen) en dan hebben we een rode bloedmaan. We lezen ook in de Schriften over de bloei van de vijgenboom waarmee een belangrijk teken werd gegeven dat Israël een natie zou worden, en dit gebeurde 70 jaar geleden toen het lente was! Laten we dit alles nu bij elkaar brengen. In Openbaring lezen we over een rood paard:

  • Openbaring 6:3,4 “En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven“.

We staan op het punt om het Hebreeuwse jaar 5777 te beëindigen, wat een groot zwaard vertegenwoordigd. Net zoals hierin drie zevens zijn, geloof ik dat Gods zwaard 3 keer over ons is opgeheven.

Dit jaar was het jaar dat het zwaard werd opgewekt als een waarschuwing om zich te bekeren, zoals het gegeven werd aan Bileam:

  • Numeri 22:31-34 “Toen ontsloot de HEERE de ogen van Bileam, zodat hij de engel van de HEERE zag staan op de weg, met zijn uitgetrokken zwaard in zijn hand. En hij knielde en boog zich neer met zijn gezicht ter aarde. De engel van de HEERE zei tegen hem: Waarom hebt u uw ezelin nu driemaal geslagen? Zie, ik ben zelf uitgegaan als uw tegenstander, want deze weg wijkt van mij af. Maar de ezelin heeft mij gezien en driemaal is ze voor mij uitgeweken. Als ze niet voor mij was uitgeweken, zou ik u nu zeker hebben gedood, maar haar zou ik hebben laten leven. Toen zei Bileam tegen de engel van de HEERE: Ik heb gezondigd, want ik wist niet dat u hier stond om mij onderweg te ontmoeten; nu dan, als het slecht is in uw ogen, zal ik terugkeren.

En ook David zag de vernietigende engel met zijn zwaard opgeheven, toen er drie dagen van vernietiging in Jeruzalem kwamen:

  • 1 Kronieken 21:16 “Toen David zijn ogen opsloeg, zag hij de engel van de HEERE staan tussen de aarde en de hemel, met zijn uitgetrokken zwaard in zijn hand, geheven over Jeruzalem. Toen wierpen David en de oudsten, gehuld in rouwgewaden, zich met hun gezichten ter aarde“.

Als een natie hebben we nog maar een paar dagen om ons te bekeren, zoals Bileam deed, of we zullen het zwaard van de Heer zien, dat krachtig komt.

Dus laten we het vers in Openbaring nemen over het rode paard, het zwaard en de oorlog, evenals het wegnemen van vrede van de aarde, en dat verbinden met Tu B’Shevat, de bloedrode maan op die dag – en ook in Zacharia 1. In Zacharia 1 zien we dat hij een visioen heeft gehad op de 24e van Shevat – 9 dagen na de 15e van Shevat. Het getal 9 spreekt over het oordeel.

  • Zacharia 1:8-10 “Ik zag ‘s nachts, en zie, een man die op een rood paard reed en Hij stond tussen de mirten die zich in de diepte bevonden, en achter Hem waren er rode, bruine en witte paarden. Ik zei: Mijn Heere, wat betekenen deze dingen? Toen zei de Engel die met mij sprak tegen mij: Ik zal u laten zien wat deze dingen betekenen. Toen antwoordde de man die tussen de mirten stond: Dit zijn degenen die de HEERE uitgezonden heeft om het land door te gaan“.

Hier hebben we het rode paard dat onder de bomen staat in de maand van de bomen om ze te inspecteren! En dan zien we:

  • Zacharia 1:9-11 “Ik zei: Mijn Heere, wat betekenen deze dingen? Toen zei de Engel Die met mij sprak tegen mij: Ik zal u laten zien wat deze dingen betekenen. Toen antwoordde de man die tussen de mirten stond: Dit zijn degenen die de HEERE uitgezonden heeft om het land door te gaan. En zij antwoordden de Engel van de HEERE, die tussen de mirten stond, en zeiden: Wij zijn het land doorgegaan, en zie, heel het land zit neer en is stil”.  

De rode ruiter staat op het punt om de vrede van de aarde weg te nemen en het gebeurt in de maand van Shevat, volgend jaar als we de bloedrode maan hebben slechts 9 dagen voordat dit visioen is gegeven! En kijk dan naar het volgende vers:

  • Zacharia 1:12 “Toen antwoordde de Engel van de HEERE en zei: HEERE van de legermachten, hoelang is het nog dat U Zich niet ontfermt over Jeruzalem en over de steden van Juda, waarop U deze zeventig jaar toornig bent geweest?

Dit visioen vond plaats aan het eind van de 70 jaar. En we zijn nu aan het einde van 70 jaar Israël van bloei als een vijgenboom die een natie wordt! En dan verklaart God dat hij erg jaloers is op Jeruzalem en dan:

  • Zacharia 1:15,16 “Maar Ik ben zeer toornig op die zorgeloze heidenvolken. Ik was een weinig toornig, maar zij hebben geholpen het erger te maken. Daarom, zo zegt de HEERE: Ik ben naar Jeruzalem teruggekeerd met barmhartigheid; Mijn huis zal erin herbouwd worden, spreekt de HEERE van de legermachten, en het meetlint zal over Jeruzalem uitgespannen worden.”  

Het is tijd dat de tempel gebouwd wordt! God staat op het punt om de grenzen voor Jeruzalem niet door de Verenigde Naties te laten bepalen! Zoals we hier zien:

  • Zacharia 2:1,2 “Opnieuw sloeg ik mijn ogen op en zag, en zie, er was een man met een meetsnoer in zijn hand. Toen zei ik: Waar gaat U heen? Hij zei tegen mij: Ik ga Jeruzalem opmeten om te zien hoe groot zijn breedte en hoe groot zijn lengte zal zijn“.

Dus kijk wat dan het volgende is!

  • Zacharia 1:18,19 “Ik sloeg mijn ogen op en zag, en zie: vier horens. En ik zei tegen de Engel Die met mij sprak: Wat betekenen deze horens? En Hij zei tegen mij: Dat zijn de horens die Juda, Israël en Jeruzalem verstrooid hebben“.

Wie zijn deze vier hoornen die niet toestaan dat Jeruzalem en Israël verenigd worden? Het Kwartet!

  1. De Verenigde Naties
  2. De Europese Unie
  3. Rusland
  4. De Verenigde Staten

Zij werden gevormd in 2002 met als doel een Palestijnse staat te creëren!!

Shalom, Mark Biltz // www.elshaddaiministries.us

*******************************************

When we read historical records of the events surrounding the destruction of the Temple in 70 A.D., I can’t help but remember what Josephus has to say. He talks about different celestial signs that were seen portending the coming disaster. Well guess what! Not only do we have the coming LUNAR and SOLAR eclipses on the Feast of Passover and Sukkot in 2014 and 2015 but coming this fall of 2013 we have a comet to beat all comets! It is called ISON and all yiu have to do is google it to read all about it. They say it may be as bright as a full moon and even be visible during the day. By the end of October you will be able to easily see it with binoculars and perhaps even without them. ISON will be seen in the constellation Leo in October then in November it will pass through Virgo. It is reported it will be its brightest on November 28 th as it passes through the inner corona of the sun experiencing temperatures of up to 2 million degrees Farenheit. ISON will whip around the sun at a speed of 425,000 miles per hour and be 732,000 miles above the sun literally grazing the solar surface. One astronomer said it will resemble a lighted match at the suns edge.

It just happens November 28 th is the first day of Chanukah! God Himself will see to it that HE lights this candle!

[(From the Feast of the Lord in Prophecy Newsletter – February 2013/Mark Biltz)]

*******************************************

Elke dag op de muur! Elke morgen om 8.45 uur verzamelen op het pleintje buiten de Jaffa poort. Neem je Bijbel mee!! 

www.neverbesilent.org / Bart Repko!

*******************************************

ACTUALITEITEN …

Het grote teken van Openbaring 12 gebeurt in 2017 / door Daniel W. Matson – www.wimjongman.nl

*******************************************

U.S.A.

Beleef het mee vanuit de States of America

*******************************************

Middle East:

iltv.tv

www.jerusalempost.com

www.breakingisraelnews.com / zie: Bible Codes

www.israelnationalnews.com

www.israeltoday.co.il

********************************************

Midden-Oosten nieuws:

www.franklinterhorst.nl

www.likud.nl

www.cidi.nl

********************************************

United Kingdom:

Lance Lambertwww.lancelambert.org

********************************************

Studies:

www.levendwater.org

www.everread.nl

www.bereanonline.org

www.overcomertrust.org.uk

********************************************

Studie Hebreeuws:

www.studiehuisreshiet.nl

www.hebreeuwseacademie.nl

www.israelplatform.nl / zie: cursussen hebreeuws!

*********************************************

Congregation:

www.carmelcongregation.org.il

www.prayer4i.org

www.cgi-holland.nl

www.hadderech.nl

www.yeshuahatorah.com

www.pillaroffire.nl

*********************************************

Weg uit Babylon: www.weguitbabylon.nl

*********************************************

Zie voor Israël-nieuws uit de verscheidene Midden-Oosten bronnen:

www.wimjongman.nl/mail-map/dagnieuws.html

*********************************************

Video van de dag:

www.israeltoday.nl

*********************************************

Gerard J.C. Plas

 

Jul 172017
 

Mention the words “Middle East”, and several other words come to mind – violence, bloodshed, hatred, instability, refugees and terrorism. In short, the Middle East scares us! For most of us outside the region, it’s hard to make sense of the huge changes in the Middle East in recent years – the Arab Spring, governments overthrown, dictators toppled, the never-ending wars in Afghanistan, Iraq and Syria, and the rise of the Islamic State (ISIS or ISIL).

Yet even to the casual observer, it’s easy to see that in the absence of strong leadership from the United States, coupled with the massive drawdown of U.S. forces in the region, ISIS, Russia and Iran have been filling the political and military power vacuum in the area.

Add to this the seemingly naive Iran nuclear agreement, and this situation has all but assured that Iran will be able to manufacture nuclear weapons with which to threaten its neighbors for decades to come (though President-elect Donald Trump has stated his desire to negotiate a new deal). Meanwhile, the instability and endless warfare in the region have sent a flood of Middle Eastern refugees into Europe and a growing stream into the United States – bringing political and cultural convulsions where they go.

Dramatic change from a century ago – what happened?

Think about it for a moment. Have you ever wondered why the Middle East is so often in the news headlines? In stark contrast, a century ago it was a place where nothing of significance happened. Historian David Fromkin, author of A Peace to End All Peace, writes: “The Middel East, although it had been of great interest to western diplomats and politicians during the nineteenth century … was of only marginal concern to them in the early years of the twentieth century … The region had become a political backwater” (1989, p.24).

Fromkin adds, “Few Europeans of Churchill’s generation knew or cared what went on in the languid empires of the Ottoman Sultan or the Persian Shah” (p. 25). Today, the Middle East dominates global headlines. Why is it so different now? If we peel back the layers of recent history, we can begin to understand the factors underlying the instability of this vital region today.

What changed? Three major events, all of which were needed to set stage for end-time biblical prophecy:

  • The collaps of the Ottoman Empire.
  • The establishment of the state of Israël 
  • The rise of fundamentalist Islam.

How did these transform the region and lay the groundwork for prophecy to be fulfilled?

The collapse of the Otto Empire

For nearly 600 years, the Ottoman caliphate had ruled an empire that had subjugated Arabs, Kurds, Greeks, Armenians, other peoples of the Middle East, Southeastern Europe and North Africa. During the six centuries of its rule, the Ottoman Empire had provided a laissez faire stability in a region that would later become a modern-day powder keg.

By the early 1900s the Ottoman Empire was a mere shadow of its former greatness. Like the Russian Empire to its north, the Ottomans presided over a region of largely backward agricultural peoples for whom little had changed in centuries.

In the decade prior to the First World War, however, the so-called “Young Turks” – a group of Turkish intellectuals and military officers who founded the Committee of Union and Progress (C.U.P.) – took control of the Empire and began to try to modernize the state that had come to be dubbed “the Sick Man of Europe”. Their publicly proclaimed reforms included ending official discrimination against non-Muslims, the education and emancipation of women, and increasing the powers of secular law courts (at the expense of Islamic courts).

But as David Fromkin points out, “Once in power the C.U.P. showed the dark side of its nationalism by asserting the hegemony of Turkish-speaking Moslems over all others” (p.48).

This emphasis on Turkish nationalism only served to provoke a sense of nationalism in other groups, including the Arabs. Yet the time for reforms had run out. Three disastrous wars, the first against Italy in Libya (1911-12), then two wars in the Balkans (1912-13) had cost the Ottoman Empire almost all of its European territories.

Ever wary of Russian designs on Turkish territory, the Ottoman Minister of War, Enver Pasha, signed a fateful, secret treaty of mutual aid with the Germans against Russia. As World War I (1914-18) began, the Ottoman Empire was drawn into the fight against the Allies (Britain, France, Italy and Russia).

Four years after the close of the hostilities of World War I, the Ottoman Empire ceased to exist in 1922, when Mustafa Kemal Ataturk overthrew the last caliphate and declared the Turkish Republic. The real question was not why the empire fell, but how the Ottomans managed to hold this cultural “patchwork quilt” of an empire together for so long!

[[The Middle East scares us! For most of us outside the region, it’s hard to make sense of the violence, hatred and terrorism. How will it end?]]

The Ottomans had managed their conquests through decentralized governmental structures at the local level. When the European powers picked up the pieces of the fractured Ottoman Empire after the First World War, they imposed arbitrary governmental boundaries, while paying no attention to the complessssities of the existing tribal and ethnic divisions that the Ottomans had given a certain autonomy to for centuries.

The League of Nations Mandate in 1921 made the land grab official. France acquired Syria and Lebanon, while Britain got Iraq, Palestine and Jordan. The Saudi Arabian Peninsula became a series of independent kingdoms and British protectorates.

While Europe got what it asked for, it failed to get what it wanted – compliant, happy subjects. Fromkin adds: “World War I was often called ‘the war to end all wars’. At the close of the peace conference following the worst conflict in history, Archibald Wavell, and officer who served with the British Army in Palestine and was later promoted to field marshal, prophetically declared, “After ‘the war to end war’ they seem to have been pretty successful in Paris at making a ‘Peace to end Peace'” (p.5).

The stage in the Middle East was now set for the next two prophetic elements.

Establisment of the modern State of Israël

On Nov. 29, 1947, the United Nations adopted Resolution 181 (known as the Partition Resolution) in spite of all Arab states voting against it. It divided the League of Nations Mandate for British-administered Palestine into Jewish and Arab provinces, not states, as Britain’s withdrawal was set for May 14, 1948, when its mandate ended.

Under Resolution 181, the holy places within Bethlehem and Jerusalem would remain under international control. On May 14, 1948, however, David Ben Gurion, the head of the Jewish Agency, proclaimed the establishment of the State of Israël. The United States recognized the new nation that same day.

The following day, forces from five Arab nations (plus local Palestinian Arab forces) attacked the new state. Nine months later, the war ended and Israël had miraculously survived. As hundreds of thousands of Arabs fled Palestine, hundreds of thousands of Jews immigrated to the new, fledgling nation. The Arabs largely allied themselves with the Russian-led Soviet Union. Israël, conversely, allied itself with the United States. The stage was set for three more major wars between Israël and its Arab neighbors, along with a score of other military actions. But in spite of what many believe, 1947 and the creation of the State of Israël was not the staring point for the strife in the Middle East.

Resurgence of fundamentalist Islam

During the “Young Turk” reforms before World War I, many Arabs, including the influential Abdul Aziz ibn Saud, founder of Saudi Arabia, labeled the Ottoman goverment anti-Islamic. As the First World War began, Arab nationalism began to stir. Sharif Hussein ibn Ali, who was a descendant of the family of Muhammad, founder of the Islam, and the ancestor of the present King of Jordan, began the Arab Revolt in June of 1916. Financial and military support for the revolt later came from the French and British, including the support of Lieutenant T.E. Lawrence – better known as Lawrence of Arabia.

Sharif Hussein ibn Ali was driven by Arab nationalism. He envisioned and independent, unified Arab nation stretching from Egypt to Iraq and from Syria to Yemen. But for Abdul Aziz ibn Saud, it was a particular type of Islam that drove his vision – Wahhabism.

What did this movement have to do with the resurgence of fundamentalist Islam? A lot – even today.

Writing in World Affairs, Carol Choksy, adjunct lecturer on strategic intelligent at Indiana University’s School of Informatics and Computing, and Jamsheed Choksy, distinguished professor at Indiana University, observe: “The Saudi kingdom’s inseparability from the Wahhabi form of Sunni Islam, first espoused in 1744 and the fundamental creed of Saudi Arabia since its modern founding in 1932, has ensured the fundamentalism shapes domestic and foreign policies”.

“Saudi Arabia is not the only source of resources for jihadism – public and private entities in Kuwait, Qatar, the Unites Arab Emirates, and more recently Turkey have also been linked to collection and transfer of funds supporting terror groups. But the Saudis have been the most persistent source of support for global jihad by spreading Wahhabism abroad to radicalize foreign Muslims and then giving financial support to their violent struggles in countries as far-flung as Afghanistan, Syria, and Libya” (The Saudi Connection: Wahhabism and Global Jihad”, May-June 2015).

The Choksys add that the weapons and ammunition used in January 2015 attack on the Paris offices of Charlie Hebdo magazine that left 12 dead and 11 wounded “have been traced back to jihadis in Bosnia, where preachers at the King Fahd Mosque in Sarajevo who were trained and funded with Saudi support declare those attacks were staged by the West as an excuse to discriminate against Muslims” (ibid.).

The rise of fundamentalist Islam and its militant course brings up two legitimate questions: Why all the violence, and were will this clash of cultures and the rise of fundamentalist Islam lead?

As to the first question, historian Karen Armstrong adds this insight on the violence associated with Islamic fundamentalism in her book Islam: A Short History: “As the millenium drew to close, however, some Muslims seemed to have lived up to this Western perception, and, for the first, have made sacred violence a cardinal Islamic duty. These fundamentalists often call Western colonialism and post-colonial Western imperialism al-Salibiyyah: the Crusade” (2000, p. 180, emphasis added troughout).

This term reminds Muslims of the violent wars between medieval Christianity and Islam almost 1,000 years ago during the Crusades (in which European armies tried to retake previously Christian Middle Eastern lands that had been unvaded and take over by Muslims). It also reminds them of the Western incursions of more recent times – World War II, the first and second Iraq wars and Afghanistan.

Many Muslims view the impact of modern Western culture as something of a cultural crusade aimed at taking over the world. While some aspects of Western culture like technology and medicine are welcomed, others, particularly corrupt moral values, are seen by many as contrary to Islam and their way of life.

Karen Armstrong continues, “All over the world, as we have seen, people in all the major faiths have reeled under the impact of Western modernity, and have produced the embattled and frequently intolerant religiosity that we call fundamentalism”(ibid.).

As the intensity of the resentment against Western culture and military incursions, continues to build, we can expect Islamic fundamentalists to continue to strike out against targets in the United States and Europe and even against other Muslims who do not subscribe to their particular brand of Islam.

As for the second question: Where will this clash of cultures and the rise of fundamentalist Islam lead?

An end-time confederacy of Arab states?

The Bible actually has much to say about the current situation in the Middle East. In fact, Bible prophecy reveals where these current conditions will ultimately lead. One mention can be found in Psalm 83. This Psalm appears to be a prophecy of a confederacy of nations, while it may have applied in part to ancient events, seems to tie into end-time events. It describes how a group of nations and peoples band together for a common purpose – to cut off the nation Israël.

  • For behold, Your enemies make a tumult; and those who hate Youhave lifted up their head. They have taken crafty counsel against Your people, and consulted together against Your sheltered ones. They have said, ‘Come, and let us cut them off from being a nation, that the name of Israël may be remembered no more’. For they have c0onsulted togeether with one consent; they form a confederacy against You” (Psalm 83:2-5).

Here we read of a coalition of people who are fighting ultimately not against Israël, but against God. For many Arab leaders and people, the annihilation of the Jewish state of Israël – and  eventually the United States and other Western powers of Israëlite heritage – is among their chief goals.

Verse 6 identifies a host of Arab people who, it appears, will ally together to fight against Israël: The “peoples of Edom” include the Palestinians and some of the Turks. “Ishmaelites” comprise  many of the Arab peoples throughout the middel East and north Africa. Moab is the area of central Jordan. The “Hagrites” appear to be other descendants of Hagar, mother of Ishmael. The “children of Lot” refers to Moab and Ammon – again, regions of modern-day Jordan. Others are identified as well.

One of the great unfulfilled aspirations of the fall of the Ottoman Empire was a unified Arab state. It was the dream of Sharif Hussein ibn Ali and many others. Could this confederacy be the fulfillment of that dream? The social and political currents sweeping throughout the Arab world point to this possibility.

The caliph and the king of the South

The word caliph comes from the Arabic khalifa, meaning “succesor” (to Muhammad). The last of the caliphs were the Ottomans (1517-1924). Many in the Islamic world today dream of restoring a caliphate to unify the Muslim world and restore the hegemony of Islam.

The leaders of al-Qaeda, the Muslim Brotherhood and ISIS in particlular have all pictured themselves in this role. Given their abject brutality, however, it might prove rather difficult for any of these groups to gain a following widespread enough to produce a caliph broadly acceptable to the Muslim world.

However, if such a leader were to arise today, under the right circumstances he would be able to command the allegiance of millions of Muslims. As a new caliph rises, so will the desire to once again wield the sword of Islam to conquer and bring all others under submission to Islam. We have regularly seen Islamic leaders such as al-Qaeda founder Osama bin Laden, former Libyan strongman Muammar Gaddafi and Islamic State caliph Abu Bakr al-Baghdadi declare this goal.

War between the king of the South and the king of the North

Daniel 11 is a prophecy covering the time from the 500s B.C. up to and including Jesus Christ’s return. Most of this remarkable prophecy describes the dramatic ebb and flow of a clash between the once mighty Seleucid and Ptolemaic Empires in the Middel East of around 485 to 168 B.C.

But in verse 40, the prophecy catapults to the future, when the end-time king of the South, likely the leader of a confederacy of Islamic nations in a restored caliphate, will initiate a war with a power lying to its north, apparently centered in Europe. This war will unleash a chain of events leading to unprecedented destruction, bringing the human race to the verge of extinction were it not for Jesus Christ’s return to save mankind from it madness.

Here we see a description of the forces of the end-time kings of the South and the North as they clash: “At the time of the end the king of the South shall attack him; and the king of the Norht shall come against him like a whirlwind, with chariots, horsemen, and with many ships; and he shall enter the countries, overwhelm them, and pass through” (verse 40).

It’s not clear what this “attack” consist of. Considering the methods employed by Muslim extremists in recent years, perhaps a series of major terror attacks against European targets could constitute what is referred to here. What is clear, however, is that this end-time king of the South will attack the king of North in such a way as to provoke a major militairy counterstrike in the Middle-East that will completely overwhelm the forces of the South. Following the complete defeat, we read no more of the king of the South in Scripture.

What should you do?   

The fall of the Ottoman Empire unleashed a series of events that set in motion the unstable Middle East that we see in the headlines nearly every day. The demise of the Ottomans set the stage for Bible prophecy to be fulfilled, and Daniel 11 is clear that coming conflict between king of the South and king of the North will lead to a new world war, one that will threaten the survival of all human life (Matthew 24:21-22).

At this critical juncture in world affairs, you need to comprehend not only what is happening around you, but why. Isn’t it time you blow the dust off your Bible and begin to see for yourself? Isn’t it time for you to begin developing a close relationship with your Father in heaven? It could very well be your only source of help in a coming time of need!

Uit: Beyond Today January-February 2017 / ucg.org/churches

*******************************************

Saturday, July 29,

2017: The Month of Av … livestream with Pastor Mark Biltz / www.elshaddaiministries.us

*******************************************

ONRUST OP HET TEMPELPLEIN in 2017/5777 / rond de 9 Av [31 juli t/m 1 augustus 2017 -de gedenkdag van de verwoesting van de Tempels]

Een terroristische aanslag op de Tempelberg op 14 juli 2017 leidde tot het stoppen van de gebedsdiensten en een aanscherping van de veiligheid op de Tempelberg. Metaal detectoren werden geïnstalleerd op de berg door Israël en de Palestijnen protesteren en boycotten de plaatsing ervan deze week. De Israëli’s mochten zelfs een tijdlang bidden op de Tempelberg. De spanning stijgt in Jeruzalem. Vandaag zijn mensen omgekomen in de rellen, aangezien Israël heeft besloten om de metaaldetectoren voor onbepaalde tijd aan te houden.

Het begon allemaal 50 jaar geleden, toen Israël Jeruzalem en de Tempelberg veroverde op 7 juni 1967 in de Zesdaagse oorlog. De Israëli’s waren al sinds het jaar 70 AD niet meer in deze positie. Nochtans, tien dagen later op 17 juni 1967, gaf Israël de Tempelberg weer over aan de WAQF in de hoop op vrede met de moslims(landen). Het was een stuk land gegeven voor vrede. 50 jaar lang heeft de Jordaanse WAQF alleen voor moslims toegestaan dat er gebeden werd op de Tempelberg.

Voor de eerste keer in 50 jaar werd dat verbroken als gevolg van de terroristische aanval op 14 juli 2017. De video-link [www.wimjongman.nl/nieuws/2017/aftellen2-2017.html] toont de betekenis van dit moment aan evenals van vele anderen gebeurtenissen sinds 7 juni 1967.

Is het gewoon een toeval dat 14 juli 2017 een nieuwe interval is van 100 dagen vanaf 7 juni 1967 en dat het ook 70 dagen is vóór het Bazuinenfeest (Rosh Hasjana) van 2017?

Het komt erop uit dat september van dit jaar, én het grote Openbaring 12-teken verbazingwekkend genoeg geheel wordt genegeerd door vele kerk denominaties.

Het staat niet in de video, maar 49×360 dagen vanaf de vorming van de Knesset op 1 april 1969 bij de wederopbouw van het door de oorlog verscheurde Jeruzalem eindigde dit op 17 juli 2017 (7/17/17). Het is op deze dag dat de Israëli’s openlijk baden op de Tempelberg.

Tekenen in de hemel-samenvatting:

  1. De grote Amerikaanse zonsverduistering op 21 augustus 2017 – die optreedt naast Regulus, de Koningster, de Leeuw van Juda. Het opent de periode van bekering – Tesjoewa, oftewel het aftellen tot het bekeren, en te zorgen dat men in het boek des levens is op de Opstandingsdag – het Bazuinenfeest met de laatste bazuin(en), Rosh Hasjana, Yom Teruah.
  2. De Venus-conjunctie met Regulus op 20 september 2017. De Morgenster en de Koningster. De Grote Pyramide in het model van de uitlijning op deze dag in de Christushoek. Dit gebeurt op de ochtend vóór het begin van het Bazuinenfeest (Rosh Hasjana).
  3. Het teken van de vrouw in Openbaring 12 op 23 september 2017. Dat vindt plaats op de Sjabbat van Terugkeer. Het teken voor Israël dat spreekt van de komende verdrukking (Jakob’s benauwdheid – Daniel 12:1; Jeremiah 30:5-7) en de tijd van Daniels laatste jaarweken de 68-70!

*******************************************

Handbook of Biblical Chronology / Principles of Time Reckoning in the Ancient World and Problems of Chronology in the Bible / Jack Finegan – Hendrickson Publishers Revised Edition 1998

*******************************************

Waar in Jeruzalem zal de derde Tempel van God worden gebouwd, voordat Christus terugkomt?

Er wordt heel veel herrie gemaakt over de Tempelberg. Maar was dat wel de plaats waar de Tempel stond. De Bijbel zegt anders! 

*******************************************

ASTRONOMY ISRAËL

Naked Eye and Telescopie Tours of the Night Sky from Mitze Ramon

www.astronomyisrael.com

*******************************************

Israel News Sites:

iltv.tv

israelnationalnews.com

israpundit.org

timesofisrael.com

*******************************************

Dagelijks nieuws: nieuwsbrief …

wimjongman.nl

likud.nl

cidi.nl

www.israelplatform.nl/weekbrief/weekbrief.pdf

*******************************************

DEN HAAG / THE HAGUE / PILLAR OF FIRE!!

www.pillaroffire.nl

*******************************************

U.S.A. news:

foxnews.com

NEW POST:

Joel C. Rosenberg’s Blog

www.joelrosenberg.com

*******************************************

THE Hal Lindsey REPORT

www.hallindsey.com

*******************************************

Israeltoday

www.israeltoday.nl

*******************************************

Gods WOORD geeft antWOORD

www.everread.nl 

www.levendwater.org

*******************************************

ACADEMIE VOOR DE HEBREEUWSE BIJBEL EN DE HEBREEUWSE TAAL

www.hebreeuwseacademie.nl

STUDIE HEBREEUWS / Na’ale, de wekelijkse nieuwsbrief: Shomron Nieuws

www.studiehuisreshiet.nl

www.israelplatform.nl

*******************************************

DE NIEUWE REALIST

www.joostniemoller.nl

*******************************************

Verzamelde vertalingen van E.J. Bron

ejbron.wordpress.com

*******************************************

EL SHADDAI MINISTRIES TAKING TORAH TO THE NATIONS!!

Live StreamShabbat Service with Mark Biltz / www.elshaddaiministries.us

Opmerking: Bekijkde Sabbatviering 12.08.2017 / yet will his days be one hundred and twenty years … 1897 – 2017 / eclipsen in de VS en de tekenen in het hemelgewelf!!  

  • GOD’S DAY TIMERTHE BELIEVER’S GUIDE TO DIVINE APPOINTMENTS – Mark Biltz
  • BLOOD MOONSDECODING THE IMMINENT HEAVENLY SIGNS – Mark Biltz

*******************************************

HADDERECH – de Weg – ‘en vroeg van hem brieven voor Damascus, gericht aan de synagogen, opdat, als hij er enigen zou vinden die van die Weg waren, … (Hand. 9:2)          

www.hadderech.nl

www.yeshuahatorah.com

www.cgi-holland.nl

*******************************************

Lance Lambert, een Joodse man geboren in de United Kingdom, woonde en werkte in Jeruzalem –  Bible Study Books! – www.lancelambert.org

THE SILENT YEARSThe intertestamental Period / The creation of that “counterfeit church” is the result of the great apostasy foretold in II Thessalonians 2:3 and II Tim. 4:1 involving “seducing spirits” and “doctrines of demons” described in Revelation 16:13-14 / by Lance Lambert.

WEG UIT BABYLON – laat Jeruzalem in uw hart opkomen – www.weguitbabylon.nl

De TWEE BABYLONS – door Alexander Hislop

THE UNDERGROUNDMystery Babylon www.joelstrumpet.com

*******************************************

VIDEO VAN DE DAG!!

www.israeltoday.nl

*******************************************

Gerard J.C. Plas

 Posted by at 16:45
May 172017
 

Nu in internationale discussies de grenzen van ’67 weer actueel zijn, een korte geschiedenisles. Hoe zat het ook al weer?

Noem het woord ‘geschiedenis’ en je ziet mensen soms met hun ogen rollen. Zeg vervolgens ‘Midden-Oosten’ en mensen sluiten zich geestelijk af, omdat ze geen zin hebben in die schijnbaar bodemloze slangenkuil vol ingewikkelde details en oude ruzies. Maar toch is het zonder kennis van wat er vóór juni 1967 gebeurde onmogelijk om het heden te begrijpen, van wat de voortdurende diepe implicaties zijn voor de regio van die wereld.

Het is dit jaar alweer ruim 50 jaar geleden dat de Zesdaagse Oorlog uitbrak. En terwijl sommige oorlogen vergeten worden, is deze nog even relevant als in 1967. Veel van de kernkwesties van toen zijn nog niet opgelost en regelmatig in het nieuws. Politici, diplomaten en journalisten hebben te maken met de consequenties van die oorlog, maar ze leveren de context er doorgaans niet bij. En zonder die context blijven belangrijke aspecten van de erfenis van 1967 onbegrijpelijk.

Om te beginnen was er in 1967 nog geen Palestijnse staat. Die bestond niet en had ook nooit bestaan. De schepping ervan, in 1947 voorgesteld door de VN als onderdeel van het beroemde Verdelingsplan, werd verworpen door de Arabische wereld, omdat daarmee ook de vestiging van een Joodse staat daarnaast onvermijdelijk zou worden.

Ten tweede waren de West Bank en Oost Jeruzalem in Jordaanse handen. Allerlei plechtige afspraken negerend ontzegde Jordanië Joden de toegang tot hun heilige plaatsen in Oost-Jeruzalem. Om het allemaal nog erger te maken hebben ze veel van die locaties bovendien verwoest. Ondertussen stond de Gazastrook onder Egyptisch beheer, waarbij de bewoners zuchtten onder een streng militair bestuur. En vanaf de Golanhoogten bestookten de Syriërs regelmatig de Israëlische dorpen.

Ten derde, de Arabische wereld had op ieder gewenst moment een Palestijnse staat op de West Bank, in Oost-Jeruzalem of in de Gazastrook kunnen scheppen. Maar dat gebeurde niet,  en er was zelfs geen discussie over. Arabische leiders, die nu spreken over hun grote gehechtheid aan Oost-Jeruzalem, kwamen er bijna nooit. Het werd als een Arabisch achteraf gebiedje behandeld.

Ten vierde waren de grenzen van 1967, die nu weer in het nieuws zijn, niet meer dan een wapenstilstandslijn uit 1949, in de wandeling bekend als ‘Groene Lijn’, die ontstond na de mislukte poging van vijf Arabische legers om de embryonale Joodse staat te vernietigen. Begin 1949 werden er bestandslijnen getrokken, maar dat waren geen formele grenzen. Dat kon ook niet, want de Arabische wereld wilde, ook na de nederlaag, Israëls bestaansrecht niet erkennen.

Ten vijfde werd in 1964 de PLO gesticht, die de oorlogsinspanningen steunde, drie jaar voordat de Zesdaagse Oorlog losbrak. Dat is een belangrijk detail, want de PLO had als doel het vernietigen van de staat Israël. In die jaren waren de enige ‘nederzettingen’ nog die in Israël zelf.

Van de kaart …

Ten zesde riepen Egyptische en Syrische leiders in de weken voor de Zesdaagse Oorlog herhaaldelijk dat er een oorlog aankwam en dat hun doel was om Israël van de kaart te vegen. Er was geen sprake van dubbelzinnige uitspraken, 22 jaar na de Shoa spraken nieuwe vijanden over het uitroeien van Joden. En dat is allemaal goed gedocumenteerd.

Ook goed gedocumenteerd is het feit dat Israel in die laatste dagen vóór juni 1967 Jordanië inlichtte over wat er vermoedelijk ging gebeuren. Israël spoorde het land aan om buiten een eventueel conflict te blijven, maar koning Hoessein negeerde dit pleidooi en verbond zijn lot aan dat van Syrië en Egypte. Zijn strijdkrachten werden door Israel verslagen, en hij verloor daarmee de controle over de West Bank en Oost-Jeruzalem.

Ten zevende eiste de Egyptische president Nasser tijdens die laatste dagen dat VN-troepen uit de regio zouden worden teruggetrokken, die daar de laatste tien jaar als buffer tussen de partijen hadden gefuctioneerd. Tot zijn grote schande willigden de Verenigde Naties deze eis in, en daarmee stond er geen macht meer tussen de mobiliserende Arabische legers en de Israëlische troepen die een land moesten verdedigen dat slechts één vijfde van de omvang van Egypte had, en op het smalste punt maar net veertien kilometer breed was.

Ten achtste blokkeerde Egypte de straat van Tiran, waardoor Israëls handelsroutes naar Azië en Afrika werden afgesneden. Jeruzalem zag die stap terecht als een oorlogshandeling. De Verenigde Staten beloofden internationale hulp te zoeken voor het doorbreken van die blokkade, maar dat leidde tot niets.

Ten negende kondigde Frankrijk, tot dan Israëls belangrijkste wapenleverancier, aan de vooravond van de vijandelijkheden een embargo op de wapenexport naar Israel aan. Israel zou daarmee bij een wat langere oorlog in de problemen komen, en pas het jaar daarop stapten de Verenigde Staten in dat gat en begonnen ze Israel vitale wapensystemen te leveren.

En ten slotte, na het winnen van zijn zelfverdedigingsoorlog, hoopte Israël dat de na zes dagen strijd op Egypte, Jordanië en Syrië verworven gebieden de  basis voor een land-voor-vrede-ruil zouden kunnen vormen, en stak daartoe zijn diplomatieke voelhorens uit. Het formele antwoord kwam enkele maanden later in Khartoem, waar na een Arabische top op 1 september 1967 de verklaring werd afgegeven dat men met Israel ‘geen vrede, geen erkenning, geen onderhandelingen’ wilde – de fameuze ‘drie nees’.

Geschiedenis herschrijven

Maar tegenwoordig trachten sommigen de geschiedenis te herschrijven. Zij willen de wereld doen geloven dat er ooit een Palestijnse staat was. Die was er niet. Ze willen doen geloven dat er duidelijke grenzen tussen die staat en Israel bestonden. Die waren er niet – slechts wapenstilstandslijnen tussen Israel en de tot 1967 door Jordanië beheerde West Bank, die geen definitieve status had en niet tot een soevereine staat behoorde [in 1950 werden de gebieden door Jordanië wederrechtelijk geannexeerd, red.].

De herschrijvers willen ook dat we geloven dat de oorlog van ’67 een Israëlische aanvalsoorlog was. Maar die was een daad van zelfverdediging als reactie op bloedstollende bedreigingen tegen de Joodse staat. En dan was er nog die maritieme blokkade van de Straat van Tiran, de terugtrekking van de VN-troepen en de mobilisatie van Egyptenaren en Syriërs. Alle oorlogen hebben gevolgen, en deze was geen uitzondering. Maar de Arabische agressors hebben niet de verantwoordelijkheid voor de oorlog genomen die zij zelf begonnen.

De herschrijvers van de geschiedenis willen ons verder doen geloven dat de nederzettingen die Israel na 1967 bouwde de kern van het Arabisch-Israëlische conflict zijn. Maar de Zesdaagse Oorlog bewijst dat de kernvraag is – en dat al sinds 1948 – of de Arabische wereld het recht van het Joodse volk op een eigen staat accepteert. Als dat zo zou zijn, waren alle andere problemen in beginsel oplosbaar. De herschrijvers willen doen geloven dat de Arabische wereld niets tegen Joden op zich heeft, maar alleen tegen Israël, terwijl ondertussen diverse locaties die voor Joden grote betekenis hebben worden bedreigd.

Als het over dit conflict gaat kunnen we het verleden niet terzijde schuiven als een irritante kleinigheid, die op zijn slechts irrelevant is.

Kan de geschiedenis vooruitgang boeken? Zeker. Israëls vredesverdragen met Egypte in 1979 en Jordanië in 1994 bewijzen dat. Maar de lessen van 1967 leren ons hoe moeilijk begaanbaar dat pad kan zijn.

David Harris is uitvoerend directeur van het American Jewish Committee. Dit artikel verscheen eerder op de website ‘The Huffington Post’.

uit: NIW 24 juni 2011 * 22 siewan 5771

www.cidi.nl

K A N T E K E N I N G 1

Volgens een Joodse traditie houdt God sinds de verovering van Jeruzalem door Titus Flavius Vespasianus in het jaar 70 A.D. de rechterhand op de rug. Zolang de rechterhand Gods passief blijft en Hij deze niet uitstrekt gaan de dingen hun gang. Als de rechterhand des Heren “werkloos” is vermenigvuldigd zich het kwaad. Zo is op 7 juni 1967 de stad Jeruzalem heroverd (re-united) en onder Israëlisch bestuur gekomen, en is naar de woorden van Rabbijn Shlomo Goren daarmee de “Messiaanse tijd” aangebroken. Hij was immers degene die het bazuingeschal deed galmen over de bergen van Jeruzalem.

K A N T E K E N I N G 2

De allesoverheersende betekenis van Openbaring 5 vers 1 is dat Degene Die op de troon zetelt, de rechterhand heeft uitgestrekt. Dat is het bewijs dat de Here niet langer Zijn rechterhand “op de rug” houdt. De Here zal nu handelend gaan optreden. De hoop wordt nu levend. Eindelijk gaat alles vervuld worden. De rechterhand geeft overwinning (Psalm 118:16).

Mozaïsche wetgeving (Leviticus 25:8-10)

Op wonderbaarlijke wijze is namelijk een stuk Mozaïsche wetgeving, de gelijkenis en ook het stramien van het verlossingsproces aangaande mens, Israel en wereld, in het boek “Openbaring van Jezus Messias” opgenomen.

De Wet van Mozes immers bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het Jubeljaar, verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen moest worden teruggeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloed-verwant van de man die uit armoede, of om andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan, had moeten verkopen.

Deze inzettingen hebben een rijke profetische strekking. Wezenlijk is dat het land (de wereld) van de HERE is en dat het verkochte erfdeel weer aan de Eigenaar moet worden teruggeven. Het is Christus (de Messias), Die daarvoor, als de naaste Bloedverwant, met Zijn bloed betaald heeft. Daarom is Hij de grote “Losser” (Goel), die in de volheid van de tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) de aarde weer loskoopt.

In het licht van deze losser-procedure krijgt het visioen van Openbaring 5, de opening van de boekrol met de zeven zegels, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek bepalende betekenis in het licht van de 7×7 weken (na zeven maal zeven sabbatsjaren) gerekend vanaf de hereniging (re-united) van Jeruzalem op 7 juni 1967 tot aan de Yom Kippur van 2015 0p 23 september 2015! Het is de 10e dag van de zevende maand Tishri!

[Juda en Jeruzalem zijn hersteld onder Kores, Ezra en Nehemia na afloop van de ballingschap in Babel. Over de puinhopen van Jeruzalem zouden 70 jaar verlopen. Ná de 7 x 7 (jaar) weken of 49 jaren van herstel, vangt een jubeljaar aan met de start van de 70 (jaar) weken, waarvan er 62 verlopen tot op de uitroeiing van een Gezalfde. Daar de man (engel) Gabriel uitdrukkelijk onderscheidt maakt aangaande de weken, is het niet geoorloofd deze weken bij elkaar op te tellen tot 69 weken. Handelingen laat zien dat nog eens 5 x 7 (jaar) weken lopen tot aan het jaar 62-63 A.D gerekend vanaf het jaar 27 A.D., op een totaal van 67 (jaar) weken. In 70 A.D. wordt Jeruzalem verwoest en houdt de natie zelfs op te bestaan. Alles in de oudtestamentische profetie wijst  op een herstelt Jeruzalem. Na een ballingschap van bijna 2000 jaar treedt het ‘duality principle’ in werking. Vanaf 1897 tot aan 1967 verlopen er 70 jaren van uiterste nood die uitmonden in een herstelt Jeruzalem, 49 profetische jaren zien uit op een ‘Year of Jubilee proclaimed’].

‘Voorts zult gij u zeven jaarsabbatten tellen, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen van de zeven jaarsabbatten negenenveertig jaren zijn. Dan zult gij bazuingeschal doen rondgaan in de zevende maand op de tiende van de maand; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen rondgaan door uw ganse land. Gij zult het vijtigste jaar heiligen en vrijheid afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren’ (Leviticus 25:8-10)

Het boek met de zeven zegels is een Lossersakte. Wél heeft Christus de losprijs reeds betaald met Zijn bloed, maar, zoals de wet ook luidde, pas ná een bepaalde tijd kwam het vervreemde eigendom weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen. Bij de “lossing” door Christus gaat het om de gehele wereld.

In hoofdstuk 5 staat dat niemand waardig is de zegels van de boekrol te openen; uitsluitend Christus, Die immers de losprijs heeft betaald, mág en kán dit volbrengen.

Nérgens wordt zó indringend de hopeloze positie van de mensheid duidelijk, als in dit gedeelte van “Openbaring”. Nérgens ook wordt duidelijker geïllustreerd, dat álle pogingen van de mens het verloren paradijs terug te winnen, vergeefs zijn. Ten diepste wordt de mens in dit fragment van “Openbaring” voor het “blok” gezet. Niemand is immers waardig de zegels van de Lossersakte te verbreken (óók de hemelse wezens niet), dan Hij, Die de losprijs betaald heeft. Het betekent, de definitieve afrekening met alle illusies, utopieën, ideologieën én religies, om de mens en de aarde te verlossen!

In dit adembenemend moment, waarin zelfs God zwijgt, blijkt plotseling de alles overtreffende betekenis van Christus’ offer!

Na het recht en de waardigheid die Christus Zich verworven heeft, de zegels van de Lossersakte te verbreken en dáármee de wereld in bezit te nemen, is de toe-eigening nog geen werkelijkheid. Willen wij de zware gerichten en rampen die over de mensen en de wereld komen in de Dag des HEREN nóg wat dieper peilen dan als strafgerichten, dan moet óók de noodzaak in het oog worden gevat, dat de eindgerichten zuiveringsprocessen zijn, om de indringers en onrechtmatige bezitters te verdrijven. Want satan en zijn trawanten én zijn collaborateurs uit de mensenwereld, hebben de losprijs van Christus nooit aanvaard en weigeren het losgekochte eigendom, d.i. letterlijk álles, prijs te geven.

Het losgekochte eigendom moet worden veroverd, zowel op de machten buiten de mens als op de machten in de mens (Leviticus 25:8-10; 23-25; Jeremia 32:6-12, 14-15; Openbaring 5:1-14).

Onmiddellijk hiermede samenhangend is het laatste Bijbelboek de profetie over de eindstrijd tussen de Messias enerzijds en de satan en zijn rijk anderzijds.

Het gaat om het conflict: Wie is God, de Baals (Allah), de goden, de heren of de HERE? Het grote geding in “de openbaring van Jezus Messias” is wie tenslotte, openbaar voor alle schepselen, overwinnaar is: Christus, Zoon van God en Zoon des mensen, of de satan, de tegenstander die als God wil zijn en die met deze waanzinnige aanspraak ook de mens verleidde!

Herauten van Jahweh’s Dag (Openbaring 11:4)

Deze twee getuigen worden ook genoemd: “de twee olijfbomen en de kandelaren die staan voor het aangezicht van de HEER der aarde (11:4). De overeenkomst en de samenhang  met Zacharia 4 is duidelijk. Zacharia zag een geheel gouden kandelaar met een oliekruikje op de top, en zeven lampen daarop. Daarnaast links en rechts twee olijfbomen. Op de vragen van de profeet antwoordde de engel dat de olijfbomen twee gezalfden (Stat.Vert: olietakken) zijn, die voor “de Heer van de ganse aarde” staan. En de betekenis van het visioen? “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden”. Dat wil zeggen: het was een stoffelijk beeld van het organisme, waardoor de hemelse machten voorspoed zouden geven aan het werk waarmee Zerubbabel bezig was: het herstel van de stad en tempel, eredienst en ceremonieën. Type dus van de gemeente die de geestelijke tempel van God is. Maar toch ook profetie van de laatste herbouw van de stad en tempel, als de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.

De twee olijfbomen uit de Apocalyps zijn de Zerubbabel en Jozua van de uiteindelijke herstelling. Treffend wordt echter ook het grote verschil getekend tussen de gezalfden uit Zacharia’s visioen en de twee getuigen uit de Apocalyps. In het laatste visioen géén gouden kandelaar tussen de gezalfden.

Uit 11:4 blijkt veeleer dat de getuigen worden vereenzelvigd met de twee kandelaren. Zij zijn zelf de lichtdragers, wat ook weer duidt op een andere bedeling. Zowel Henoch als Elia waren eenzame lichten in hun tijd. Van Elia getuigt Elisa zelfs: wagen Israëls en zijn ruiters (2 Kon.2:12). De getuigen staan voor de Heer der aarde. Deze titel voor God is typisch verbonden aan de God van Israel, en dan op momenten dat het volk tot een nieuwe bestemming komt.

Toen Israel gereed was om de Jordaan over te trekken en het beloofde land als volk Gods te bezitten, werd God “de Heer der ganse aarde” genoemd (Jozua 3:11-13).

Toen Jeruzalem was ingenomen en zijn inwoners in ballingschap naar Babel werden gevoerd, nam de Allerhoogste de naam aan van “God des hemels” (Dan. 2:18, 28 e.v.). Toen zij terugkeerden om de tempel te herbouwen en hun heilige staat weer te herstellen, werd God weer “de Heer der ganse aarde” genoemd (Zach. 4:14). Als God de Heer der ganse aarde genoemd wordt, dan staat in het Hebreeuws “Adon” (d.i. “Heer”) en niet “Jahweh”. Die titel schijnt in theocratische zin te moeten worden opgevat en betrekking te hebben op een specifieke Godsregering op aarde.

Het is bezwaarlijk tot een andere conclusie te komen dan dat deze twee getuigen te plaatsen zijn in het einde van de bedeling van het Evangelie der genade, en aan het begin van de theocratie. Hun gehele optreden is theocratisch, richtend, oordelend en wrekend. Er zijn wel zinspelingen op volk, stad en tempel, maar geen spoor van de tegenwoordige kerk.

Vanzelfsprekend mogen wij ook niet in een omgekeerde eenzijdigheid vervallen en uitsluitend aan Israel denken. Ook in de gemeente van de eindfase mogen wij een krachtige getuigenis in de geest van Elia verwachten. De geest en de kracht van Elia, van wie we eigenlijk alleen maar weten dat hij een Tisbiet was (wederkomende!) en wiens naam  “de HEER is God” betekent, werkt in de laatste tijden in een voorhoede van de gemeente van Christus, die Zijn komst en Zijn gerichten moet aankondigen.

Dat is het deel der gemeente dat in de woestijn gebracht wordt, dat terwijl de hemel van koper is en het volk in de grofste afgoderij vervalt, in de uiterste beproeving van eenzaamheid en vervolging wordt toegerust. De Elia-christenen, die door de onreine raven van voedsel worden voorzien (lijkeneters en roofvogels die nooit genoeg hebben (Luk. 12:24). en die door God gevoerd worden) leren daardoor ook nederigheid. De Elia-christenen die thans reeds, in deze boze tijden, uitgestoten worden om in de droogtetijd net genoeg te ontvangen van God voor één dag. Zij moeten zich verbergen bij de beek Krith (rotsengte of inkeping), die in de doodsrivier de Jordaan uitmondt. Het armzalige volkje dat uitsluitend uit de Bron van Christus kan drinken en dáárom naar de doodsrivier moet, om met Hem begraven te worden in Zijn dood. En dóór die dood naar het waarachtige leven.

De kleine, profetische voorhoede, die zelfs het water van de beek Krith ziet opdrogen vanwege de droogte. Maar kán deze Bron ooit opdrogen? Nee, dat kan niet, maar het gaat nu om de manier waarop het water tot de profeten komt. De bedding wordt verlegd, het water moet nu op een andere plaats gedronken worden. Daarom droogt de beek zóver op tot waar de profeten nu eindelijk nét leven kunnen. Als dát gebeurt komt het Woord van de HEER wederom tot Elia. Het is nog niet genoeg, want er moet nog meer gelouterd worden en daarom moet het Eliaanse profetenvolkje nu naar de weduwe van Sarfath, naar de heidense; Sarfath betekent “oord van loutering”, de “werkplaats waar metalen gelouterd worden”. Het Eliaanse profetenvolkje moet naar de weduwe en de wees, als vreemdeling en bijwoner.

En dat allemaal, omdat de Here in deze laatste tijden een volk wil toerusten voor het grote getuigenis te midden van een Baal-christendom. Hoe zouden de “Elia’s” van onze tijd ooit vuur van de hemel kunnen roepen als zij niet eerst zelf door vuur gelouterd zouden zijn? Hoe zouden zij een rest kunnen behouden als zij niet eerst zelf tot het uiterste beproefd waren?

Dat is de bijzondere, harde les die in geestelijke zin voor onze tijd aan het optreden der gerichtsgetuigen uit Apocalyps 11 moet worden ontleend. Want nu zijn de wachters blind en hebben zij geen kennis. Zij zijn alle stomme honden, die niet kunnen blaffen; dromend liggen zij neer, zij hebben de sluimering lief (Jes. 56:10). Zij weten niet in welke tijd zij leven! De “honden” moeten waakhonden worden en “blaffen” wanneer de vijand nadert. 

Om de actualiteit van het visioen der getuigen moeten we nog wat meer aandacht besteden aan deze profetie.

Ik wil n.l. ook nog wijzen op een ander, zeer belangrijk aspect van het Elia-getuigenis: De rechtvaardige komt om! Dat was in Elia’s tijd zo en dat is in de eindtijd in nog verhevigde mate het lot der gelovigen. De ware kerk zal teruggaan in de catacomben, in holen en spelonken, terwijl de Baal-kerk zich groot maakt en zich, als in Laodicea, rijk acht.

In de islamitische wereld en achter het Bamboegordijn is dit reeds gaande, maar ook in het westen zal de ware gemeente Gods, de “zevenduizend” die hun knie niet voor Baal buigen, ondergronds gaan. En dit getrouwe overblijfsel zal niet alleen in negatieve zin omkomen; het zal in positieve zin ook “weggerukt” worden, zoals Jes. 57:1 zegt, dat de vrome zal worden weggerukt vanwege de boosheid en hij gaat in vrede.

Het Elia-getuigenis gaat vooraf aan en gepaard met het grote gericht. De ten hemel opneming van Elia, zijn “weggerukt worden van de aarde” in eerste en in tweede instantie, duidt ook op Paulus’ woord over het wegrukken der gemeente van deze aarde (Kol. 3:4;1Thess. 4:13-18). Is het ook dáárom dat, als Elia-in-persoon komt, als één der twee getuigen, van de gemeente niet meer gehoord wordt?

De typen “Zerubbabel” en “Jozua”, die Israëls terugkeer uit de ballingschap bevorderden en het volk opwekten tot herbouw van de stad en tempel, wijzen op de wederoprichting van het oude volk als de tijden der heidenen vervuld zullen zijn (Luk. 21:24).

God is de kinderen Israëls uit het midden der volken aan het terugbrengen, waarheen zij getogen zijn, en zal hen vergaderen van rondom en hen brengen in hun land, en hen maken tot een enig volk in het land op de bergen Israëls. En zullen daarin wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid; en Hij zal Zijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid (Ezechiel 37)!

De tijd die daarvoor bepaald is, wordt overal aangegeven als een tijd van gericht. De getuigen zullen de restauratie leiden. Zij zullen het werk beginnen van een terug voering van Gods lang verworpen en vertrapte volk tot de Koning Messias, die Israel eens als de niet gewenste Knecht-Messias heeft verworpen. Maleachi profeteerde dat Elia zal komen, vóórdat de komst van de grote vreselijke Dag des Heren aanbreekt en Jezus herhaalt deze profetie, eraan toevoegend dat Elia eerst komen zal om alle dingen weer op te richten.

Elia wordt gezonden “opdat Ik niet kome en de aarde met de ban sla” (Mal. 4:6). Dat is wellicht in de voor-vervulling toepasselijk op Johannes de Doper, die in de geest en de kracht van Elia optrad, maar dat zal stellig ook nog in vervulling gaan met de komst van de getuigen. De algehele verwoesting (een uitdrukking die schuilt in het woord “ban”) der aarde wordt door het optreden der getuigen voorkomen. Ter wille van het overblijfsel zullen de verwoestingen en alle verterende verschrikkingen van de Dag des Heren verminderd en verzacht worden. Zoals bij de verwoesting van Jeruzalem de dagen verkort worden, opdat er nog overlevenden zouden zijn (Matth. 24:21,22), zal een soortgelijke matiging in de hevigheid der verdrukkingen gezien worden door het getuigenis bij de laatste catastrofe die de wereld tegemoet snelt.

In dit tekstgedeelte van de Apocalyps wordt vooruit gegrepen op de periode van de twee Beesten. De uiterste ongerechtigheid en bewust kwaadaardige rebellie tegen God manifesteert zich het scherpst in de houding van de mensen na de gewelddadige dood der getuigen. Men weigert hun lijken te begraven en deze worden zelfs triomfantelijk in de stad waar de profeten gedood worden tentoongesteld, in de stad waar hun HEER gedood werd (Luk. 13:33). De toevoeging “waar ook hun HEER is gekruisigd” mag er  geen twijfel over doen bestaan dat hier Jeruzalem bedoeld is, onder het regiem van het Beest, dan bij uitstek in geestelijke zin “Sodom” en “Egypte”.

De getuigen worden door de personificatie van het kwaad in de stad Gods gedood, opdat zij ook in de stad Gods zullen opstaan en ten hemel varen. De diepste val van Jeruzalem onder het Beest is nodig om die volkomen overwinning van Christus te tonen, als Hij deze getuigen opwekt en tot Zich neemt. Waar de getuigen de grootste smaad leden, zal ook hun grootste overwinning blijken. Waar Christus Zijn grootste smaad leed, daar zal Hij ook triomferend wederkomen. Alle haat en ressentiment tegen de getuigen, die drie en een half jaar onaantastbaar tegen de uiterste ongerechtigheid getuigden en Gods kracht toonden, wordt openbaar in duivelse vreugde over hun tentoongestelde lijken. Maar deze kwalijke vreugde wordt dan plotseling weggevaagd en in ontzetting omgezet, als de dode getuigen voor de ogen van de lasteraars weer tot leven komen en in de hemel worden opgenomen. De duidelijke, voor het Beest en zijn rijk onheilspellende overwinning van de getuigen van God, wordt onderstreept door een aardbeving, waardoor zevenduizend namen van mensen gedood worden.

Het merkwaardige bijvoegsel “namen” kan duiden op bekende mensen, mensen van “naam”, autoriteiten en beroemdheden. Het is om nader te noemen redenen waarschijnlijk dat het Beest, de valse messias, zo niet zijn hoofdzetel, dan toch in elk geval een belangrijke centrale positie in Jeruzalem zal hebben, en dat ook velen van zijn “rijksgenoten” zich ten tijde van de dood der getuigen daar zullen bevinden. De dood van deze mensen verschrikt de “overigen” zodanig dat zij daarin de hand van de Almachtige herkennen en Hem de heerlijkheid geven.

Of dit werkelijke bekering zal zijn moet worden betwijfeld. De ongerechtigheid onder het Beest gaat immers onverminderd voort en de oordelen worden niet uitgesteld of verminderd. Het derde wee komt haastig en de leidt de voltooiing van alle weeën in. Ook de Farao, de Filistijnen en de Romeinse hoofdman gaven onder de indruk van Gods oordelen en macht een ogenblik Hem de eer, maar in geen van deze gevallen hebben wij enig bewijs van een waarachtige bekering tot God.

Een religie van vrees en schrik is niet geloofwaardig. Als de roede is weggenomen keren de mensen gewoonlijk weer tot hun oude leven terug! Ook demonen erkennen Christus’ macht, maar er is geen sprake van dat hun aard verandert.

Als ik hier geloof met betrekking tot Israel, stad, tempel en getuigen “de rechte mening” der Schrift verkondigd te hebben, bevind ik mij in het gezelschap van de helderste lichten uit de eeuwen na die der apostelen: Justinus, Hippolitus, Chrysotomus, Hieronymus en Augustinus.

D e  S j o f a r (Openbaringen 1:10)

Het eerste visioen uit de Apocalyps is niet alleen een zien, maar ook een horen, zoals horen en zien wel meer samen gaan in de visioenen van Johannes.

Van bijzondere betekenis is “de grote stem als van een bazuin”. “Hoe gelukkig is het volk dat het geklank kent” (Ps. 89:16).

De bazuin neemt een grote plaats in de Apocalyps in. De eindgerichten van het zevende zegel worden alle ingeleid door een bazuin en onder de zevende bazuin voltrekken zich de belangrijkste oordelen en ook de wederkomst, de oprichting van het nieuwe rijk en de opstanding. De stem als van een bazuin leidt a.h.w. het bazuinkarakter van de Apocalyps in. Dit zegt de christen over het algemeen weinig of niets meer. Om de betekenis van de bazuin te kunnen peilen, in het bijzonder voor de Apocalyps, moeten we iets weten over het bazuin geklank in Israel. In de hoge dagen van Israel neemt de bazuin (sjofar) immers een bijzondere plaats in. Wij weten dat de bazuin samenhangt met Godsopenbaring. Toen God Zich voor het volk Israel openbaarde op de Sinaï, schalde daar een zeer sterke bazuin (Ex. 19:16). Deze openbaring was niet alleen een bekendmaking over God, maar op de berg Sinaï toonde de HEER Zich aan het volk, daar werd Hij openbaar, zoals ook eens Christus openbaar zal worden. De profeet Zefanja, profeterende over de dag des Heren en grote gerichten, noemt deze “een dag van de bazuin” (Zef. 1:16). Ook hier verband tussen de sjofar en het komen van God als Rechter der wereld. Toen Israel het beloofde land in bezit moest nemen, scheen Jericho een onneembaar bastion. Zeven dagen lang moesten zeven priesters hun zeven bazuinen blazen om de muren van de vijand en onder de zevende bazuin vielen de muren.

Een typologische profetie van het eindgericht, waarin onder de zevende bazuin het oordeel over de God-vijandige wereld voltrokken zal zijn en Gods volk de nieuwe wereld zal kunnen binnengaan. De sjofar luidt de overwinning van God op de antimachten in en ook dáárom worden de zwaarste eindgerichten uit de Apocalyps telkens geopend met het blazen van bazuinen en zal onder de zevende bazuin Christus komen om de overwinning te bekronen en de nieuwe wereld te scheppen.

De bazuin opende ook het Israëlitische Jubeljaar, het jaar van de vrijheid en de teruggave (Lev. 25:9-10) en de sjofar zal ook het eeuwige Jubeljaar voor de gehele wereld openen (1 Thess. 4:16-17). Het is de sjofar, de ramshoorn die de overwinning van Christus aankondigt. In Zijn rede over de laatste dingen spreekt ook Jezus over het bijeen verzamelen van de uitverkorenen met een bazuin (Matth. 24:31). “Blaast de bazuin te Sion … want de dag des Heren komt” roept Joel (2:1). Het is ook met de bazuin dat de doden zullen worden opgewekt.

De bazuinen leiden dus niet alleen de gezette hoogtijdagen onder Israel in (Lev. 23:1,2); parallel aan deze feesten worden de hoogtijden van het Apocalyptische gebeuren door de bazuinen voorafgegaan.

De bazuin, die alle andere bazuinen omvat, klinkt daarom in het eerste visioen door, als Johannes achter hem een grote stem hoort (Ap. 1:10). Uit het bazuingeluid van deze stem blijkt de grote betekenis van wat nu volgen gaat.

Waarschijnlijk wijst Johannes hier reeds naar het moment van Christus’ wederkomst, wanneer Hij als de Hogepriester de hemelse tabernakel, het Heilige der Heilige in de hemel zal verlaten op DE GROTE VERZOENDAG, om op aarde alle dingen weer op te richten; … hoe dichtbij is die DAG!

uit: De komst van Jezus Christus (Ds.W. Glashouwer sr. en dhr. H.Verweij bewerkt door Gerard J.C. Plas)

J u b e l j a ar!

Met de lessen uit 1967 richting het jaar 2015 waarin de Mozaïsche wetgeving verscholen ligt is het de sjofar geweest die een jubeljaar aankondigt, dus toch op ‘Yom Kippur!  

Het woord ‘Jubeljaar’ komen we tegen in Leviticus 25:1-55. Een groot gedeelte van dit hoofdstuk is gewijd aan wetten die elk 50ste jaar in Israel operationeel werden.

In Psalm 89:16 horen we over de vreugde van het geklank der bazuin. Het was niet zomaar een geklank, maar één met een bijzondere klank met verstrekkende gevolgen. ‘Welzalig is het volk dat het geklank kent’, het bazuingeschal van het ‘Jubeljaar’! Aan het eind van de zeven jaarsabbatten dus zevenmaal zeven jaren (7×7=49) werden in het 50ste jaar de beperkte vrijheden opgeheven en het verspeelde eigendom teruggegeven, zodat iedere man weer in vrijheid naar familie of bezit kon terugkeren (Leviticus 25:8-10).

Een type hiervan komen we tegen in het Nieuwe Testament waar de apostel Petrus spreekt over de terugkomst van de Messias Jezus als hij zegt: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden der wederoprichting aller dingen’ (Hand. 3:19-21). Het is belangrijk om in te zien dat hetgeen door Petrus hier gezegd wordt verwijst naar het ‘Jubeljaar’,  -herstel van vrijheid en bezit-  aangaande het land, volk met de stad Jeruzalem, bij het wederkomen van hun Messias.

De terugkerende woorden in Leviticus 25:28, 31, 33, 54  ‘en zij zullen in het het jubeljaar uitgaan’, vond dus telkens plaats in het 50ste jaar. Het Hebreeuwse woord is ‘yobel’ afgeleid van ‘yabal’, met de betekenis die we vinden in Jesaja 55:12 ‘Want in blijdschap zult gijlieden uittrekken, en met vrede voort geleid worden’. Dit woord komen we het eerst tegen in Exodus 19:13 waar het vertaald is met ‘hoorn’, en vervolgens in Jozua 6:4, 5, 6, 8, 13 met ‘ramshoorn’. Ook zijn daar verbanden tussen het ‘Jubeljaar’, … ‘het jaar van het welbehagen des Heren’, en … ‘het jaar van Mijn verlossing is gekomen’ (Jesaja 61:1,2, 63:4).

In Leviticus 23 spreekt de Here over de Feesten van Israel, als ‘deze zijn Mijn gezette hoogtijden’. We onderscheiden daar: het Pascha, feest der ongezuurde broden, feest der eerstelingen, feest der weken, feest der bazuinen, Grote Verzoendag, en het Loofhuttenfeest, dus 7 in totaal.

Dit ‘zevenvoudige’ karakter der feesten heeft betrekking op het ‘voornemen der eeuwen – aionen’ (Efeze 1:10), zoals Petrus verwoord, dat ‘één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag’ (2 Petrus 3:8). De feesten vullen a.h.w. de ruimte op tussen de schepping (herschepping) en het ‘Duizenjarigrijk’. Op de zesduizend jaren van heilsgeschiedenis zal een 7e duizend jaar volgen namelijk ‘de dag des Heren’ van tenminste 1000 jaar (Openbaring 20:1-6). Ook de apostel Paulus verhaalt in de Hebreeënbrief dat Israëls sjalom zal intreden met de komst van de Messias, dat na een werkweek van 6 dagen van 1000 jaar die 7e dag zal aanbreken! (Hebreeën 4:1-11).

In het boek Leviticus en Daniel is een ‘zeventallig stelsel’ van het grondgetal te vinden. 1. zeven dagen – 2. zeven weken – 3. zeven maanden – 4. zeven jaren – 5. zevenmaal  zeven jaren – 6. zeventig maal zeven jaar – 7. zevenmaal (voudig) tuchtiging.

Hierbij een paar opmerkingen die passen in de lijn van de voortgaande profetie aangaande Israel en de volken. De ‘zevenvoudige’ strafmaat v.w.b. Israëls zonden lopen in 1967 ten einde. Het het jaar waarin de hereniging (re-united) van Oost en West Jeruzalem op 7 juni plaatsvond. Het was het jaar van Shlomo Goren de opperrabbijn van het leger die met Thora rollen te midden van juichende soldaten de sjofar blies terwijl ze voor de klaagmuur stonden, begevende het Tempelplein!

Bovendien is die 7e juni in 1967 zo interessant geworden omdat blijkt dat vanaf die dag aangaande de jaarweken uit Daniel 9 er a.h.w. een herhaling plaatsvindt als in de dagen van Ezra en Nehemia. Het opzienbarende hierbij is dat gerekend vanaf die dag naar de zeven jaarsabbatten (7 x 7=49 x [360]=17.640 dagen -als dagen in een profetisch jaar geteld-) exact in 2015 op 23 september er een Grote Verzoendag aanbreekt, dus een Jubeljaar op de tiende dag van de zevende maand Tishri, waarbij dit bazuingeschal ook tevens de laatste was in Israels feestmaand (Daniel 9:24-26; Leviticus 25:8-10).

Daar komt nog bij dat op de Grote Verzoendag in 2015 er precies 42 jaar tussen deze en de Grote Verzoendag uit 1973 liggen, het jaar toen de ‘Yom Kippur Oorlog’ uitbrak. Het zijn de (6 x 7) of 42 jaren die doen denken aan de 42 pleisterplaatsen die Israel aandeed voordat het beloofde land door Jozua werd ingenomen! (Numeri 33:1-49).

Een nog groter mirakel deed zich voor aan de vooravond van Rosh Hasjana [Shemittah Year] op 29 september van 2008, dus 7 jaar verwijderd van het jaar 2015, waar plots klaps ‘Wall Street’ op een verlies van –777.68 punten stond! Een goddelijke aanwijzing(?) op de nog 3 openstaande jaar weken van 7 jaar, die op een totaal van 70 weken bij de 67e (jaar) week aan het einde van Handelingen 28:25-28 zo abrupt werd afgebroken doch weer zal aanvangen bij de 68e (jaar) week! Immers het ging in de Handelingentijd uitdrukkelijk om de ‘hoop van Israel‘ (Handelingen 26:6-7; 28:20).

Zo lijkt het er vandaag veel op dat waar de heilsgeschiedenis met Israel in Handelingen 28:26-28 zo abrupt eindigt, na 2000 jaar het volk terug is in het land …,  Jeruzalem als onverdeelde hoofdstad …, messiaanse gemeenten’ her en der verspreid in het land …, we hier de draad opnieuw kunnen oppakken!

We horen vandaag voortdurend spreken over Judea en Samaria (de Westbank) en over Oost en West Jeruzalem, gebieden die zoveel mogelijk ‘Judenrein’ moeten worden. Toch blijft daar de belofte overeind uit Handelingen 1:11 dat ‘deze Jezus [Yeshua] op dezelfde wijze zal wederkomen op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt!

Daar zijn vele tekenen die erop wijzen dat vanaf de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 A.D. en de terugkeer van de ‘Israeli Paratroop Brigades’ op de Tempelberg in 1967 en waar dan ook nog eens 1897 jaar tussenliggen dit verwachtingspatroon onder de ‘religieuzen’ en ‘christen Zionisten’ sterk is toegenomen!

Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles is geschied. Is een geslacht dan 40, 50, 70, 100, 120 jaar. De tijdsduur van een jubeljaar naar een jubeljaar omvat 50 jaren. Het opmerkelijke is nu dat vanaf Israels terugkeer naar het land er een aantal volheden van tijden zijn terug te vinden in een aantal gebeurtenissen die voor Israel in de 20e eeuw van historisch belang waren zoals: het eerste Zionistencongres in 1897, de Balfour declaration van 1917, het VN besluit in 1947, de oprichting van de staat Israel in 1948, en de re-united van Jeruzalem in 1967.

Het zijn de getallen 50 en 70 die hier direct opvallen, zeker als we weten dat Mozes 120 jaar was toen hij stierf, en het Noach was die 120 jaar predikte voordat de zondvloed kwam.

Het waren deze slotwoorden van premier Netanyahu op de AIPAC conferentie van 2011 in Washington D.C. ‘Proclaim liberty throughout the land’ (Leviticus 25:10). Maar deze zal niet komen van de zijde van de V.N., Rusland, E.U., en de V.S.!

Het zijn ook hier de ‘Feesten van Israel’, als ‘Mijn gezette hoogtijden’ die doorslaggevend zullen zijn (Leviticus 23:2). In Genesis 1:14 lezen we, ‘dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen dag en nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren’. Het Hebreeuwse woord is hier <moed> dat gebruikt wordt in beide teksten met de betekenis van ‘vaste tijden’, dus niet als ‘jaargetijden’, maar dat hier de zon en de maan aanwijzingen zijn v.w.b. de ‘Feesten des Heren’!

Het was de apostel Petrus die na (7 x 7=49) op de 50e dag op het wekenfeest uitriep: ‘maar dit is het’ waarvan door de profeet Joel gesproken is (Handelingen 2:16). Het gehele boek Joel heeft betrekking op Israel en de volken en het ziet uit op de dag des Heren’. Ook hier vinden we het Jubeljaar terug: ‘Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbondsdag uit’,  als zijnde een ‘Grote Verzoendag’ (Joel 2:15).

Hier wordt gesproken over ‘de zon die veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt’ (Joel 2:31; Handelingen 2:20). Het wekenfeest (Sjawoe’ot) en het Jubeljaar hebben beide het getal 50 als gemeenschappelijk voor dagen en jaren, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’ (Ezechiel 4:4-6).

Als naar de woorden van Shlomo Goren de messiaanse tijd vanaf die 7e juni 1967 voor Israël is aangebroken; proclameert de Here: ‘Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, mee hielpen ten kwade’, zo ook de woorden ‘en de bepaalde tijd is gekomen’ (Zacharia 1:15-17; Psalm 102:14), zullen de 6 eclipsen die zich voordoen aan zon en maan op ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14e Nisan ‘het Pascha’ en eindigend in 2015 op de 15e Tishri ‘het Loofhuttenfeest’, geen toevalligheden zijn!

In de Handelingentijd waren de apostelen ervan overtuigd dat een spoedige terugkeer van Jezus Messias in hun generatie zou plaatsvinden! (1 Petrus 4:7; Jacobus 5:7-9; Hebreeën 10:37; 1 Johannes 2:18; 1 Korinthe 1:7; 7:29, 10:11, 16:22; Romeinen 13:12, 16:20; 1 Thessalonicenzen 4:13-18).

Het was een uitzien naar de ‘openbaarwording’ (Apokalyps) en ‘komst’ (parousia) van Jezus Messias! Meer dan ooit is er vandaag in Israel bewust of onbewust een uitzien naar die Messias te midden van de ‘wederoprichting alle dingen’. Dit heilsteken past helemaal bij het Jubeljaar, het geklank van de sjofar!

De ‘geopolitiek’ van de V.N., Rusland, E.U. en de V.S. hebben het Bijbelse hartland als Judea en Samaria met Oost Jeruzalem als bezet gebied verklaart. Het geklank van de bazuin de sjofar betekent nu in diepste zin ook … ‘om uit te roepen een dag der wrake van onze God’, om het ‘erfdeel’ berustend buiten de macht van alle schepselen weer eigendom te maken van de oorspronkelijke Eigenaar (Openbaring 5:1-14). Deze Apocalyptische gebeurtenissen zullen in die zin de 70 weken volmaken als daar de 7 zegelen, de 7 bazuinen en de 7 schalen hun loop gaan krijgen; die Israëls hoop zal vervullen, de komst van Jezus Messias! (Daniel 9:24-27; Openbaring 19:11-16).

Nederzettingen in Judea en Samaria …

De nederzettingen zijn niet te begrijpen als men de Zesdaagse Oorlog niet begrijpt. In mei 1967 trok het Egyptische leger de Sinaï woestijn binnen en blokkeerde het de Straat van Tiran, waarmee het de staat Israël direct bedreigde. De internationale gemeenschap liet het afweten en veel mensen in de Joodse staat raakten in paniek. Ze vreesden een pan-Arabische invasie die Israël zou verpletteren. Maar toen Israël op 5 juni 1967 een preventieve aanval uitvoerde, trok het aan het langste eind. In drie uur tijd vernietigden de Israëlische strijdkrachten de luchtmacht van vier Arabische staten. In zes dagen tijd veroverden ze de Sinaï woestijn, de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogten. De Arabische legers werden overweldigd doordat het nietige Israël in oppervlakte driemaal zo groot werd en een dominante machtspositie in de regio verwierf. Negentien jaar na de stichting was de Israëlische republiek nu een heus ‘rijk’ geworden. Negentienhonderd jaar na de vernietiging van de Tweede Tempel waren de Israëlisch weer heer en meester op Jeruzalems Tempelberg, waar ooit de tempels hadden gestaan.

De nederzettingen vallen ook niet te begrijpen als men de Jom Kippoer oorlog niet begrijpt. Op 6 oktober 1973, toen het land een vrije dag had en vastte om de Grote Verzoendag (Jom Kippoer) te vieren, voerde het Egyptische leger een verrassingsaanval uit op Israël. Het stak het Suezkanaal over en nam de Bar-Lev-verdedigingslinie in, die was aangelegd om Israëls zuidflank te verdedigen. Tegelijkertijd stak het Syrische leger de noordgrens over, schakelde de Israëlische afweer aldaar uit en bezette de Golanhoogten bijna volledig. In enkele dagen tijd werden duizenden soldaten gedood, verwond of gevangen genomen. De luchtmacht raakte een derde van zijn straaljagers kwijt. Op sommige momenten leek Israël op instorten te staan. Defensieminister Moshe Dayan, geheel ontredderd, sprak in apocalyptische bewoordingen over de dreigende vernietiging van de Derde Tempel. Pas na tien dagen van bloedige gevechten wist Israël het initiatief naar zich toe te trekken. Het haalde uit naar de binnenvallende pantserdivisies, stak het Suezkanaal over en bedreigde de Egyptische hoofdstad Caïro, terwijl het tegelijkertijd oprukte naar de Syrische hoofdstad Damascus, die werd ingesloten.

Maar die verlaat uitgevoerde militaire manoeuvres maakten de traumatische ervaringen van de bijna-nederlaag niet ongedaan. De Jom Kippoer oorlog van oktober 1973 werd gevoeld als een jammerlijk falen. Het vertrouwen in Israëls leiders en leger was geschokt. Hetzelfde gold voor het Israëlische zelfvertrouwen. Voor de eerste keer in zijn geschiedenis was er voor het zionisme niet langer sprake van groei, maar van krimp.

De nederzettingen zijn te zien als een directe reactie op die twee oorlogen. De snelle ommekeer van het fortuin van 1967 – van de angst voor vernietiging naar het zoet der overwinning – maakte korte metten met de strenge zelfdiscipline die de zionisten zeventig jaar lang bijeen had gehouden. De Israëlische natie verkeerde in de roes van de overwinning en was vervuld van gevoelens van euforie en enige overmoed. Zes jaar later kwam de omslag van onoverwinnelijke gevoelens naar angstige moedeloosheid, die zich vrijwel van het ene naar het andere moment had voorgedaan, gevolgd door een diepe crisis in leiderschap, normen en waarden en nationale identiteit.

In het land heersten wanhoop, gebrek aan zelfvertrouwen en bestaanszekerheid. Nu men zich in de steek gelaten voelde door Israël, zochten velen hun heil bij de Joodse leer. De Israëlisch waren psychisch uit het lood geslagen door twee oorlogservaringen die als dag en nacht verschilden, maar waar maar zes jaren tussen lag. Dat onvoorstelbare contrast gaf de aanzet tot de nederzettingenbeweging die later een politiek religieus zionisme teweeg bracht in het Bijbelse hartland van Judea en Samaria.

Zacharia 2 – De vijanden worden verslagen en de HEER zal Koning zijn in Jeruzalem.

  • 10 (…) Ik kom in uw midden wonen, (…)
  • 11 en vele volken zullen te dien dage gemeenschap zoeken met de HERE en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. (…)

Zacharia 8 – Al zal het wonderlijk schijnen in de ogen van Israel, toch zal het volk geheel en al verlost worden.

  • (…) Ik woon binnen Jeruzalem; (…) de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden.
  • 20 (…) Wederom zullen er volken komen en inwoners van vele steden,
  • 21 (…) om de gunst des HEREN af te smeken en om de HERE der heerscharen te zoeken. (…)
  • 22 Ja, vele natiën en machtige volken zullen komen om de HERE der heerscharen te zoeken en de gunst des HEREN af te smeken.

Zacharia 9 – De omwonende volken worden verslagen en de HERE zal strijden voor Jeruzalem.

  • 10 (…) Hij zal de volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde.

****************************************************

The 10th Tevet of the Biblical calendar 5775-2015!by Mark Biltz

In case you are not aware, this year, New Years begins on the 10th of Tevet of the Biblical calendar! What you may ask is the big deal about the 10th of Tevet and New Years?

Well, Tevet is the 10th month and something very significant happened on the 10th day of the 10th month. So much so that Good told Ezekiel to write the name of this day down that no one would ever forget! Well let’s look at what the Lord thinks of this day:

Ezekiel 24:1,2 Again in the ninth year, in the tenth month, in the tenth day of the month, the word of the LORD came unto me, saying Son of man, write thee name of the day, even of this same day: the king of Babylon set himself against Jerusalem this same day.

Here is another verse talking about the importance of this day: 2Kings 25:1 And it came to pass in the ninth year of his reign, in the tenth month, in the tenth day of the month, that Nebchadnezzar king of Babylon came, he, and all his host, against Jerusalem, and pitched against it; and they built forts against it round about.

Wow, this year starts on the very day Nebuchadnezzar surrounded Jerusalem. Look at a very special Biblical prophecy that has not been fulfilled yet: …

Zechariah 8:18,19 And the word of the LORD of hosts came unto me, saying, Thus saith the LORD of hosts; The fast of the fouth month, and the fast of the fifth, and the fast of the seventh, and the fast of the tenth, shall be to the house of Judah joy and gladness, and cheerful feasts; therefore love the truth and peace.

First off, all these fast days mentioned have to do with the destruction of the temple around 586 BC by Nebuchadnezzar:

It was the 10th of Tevet that the walls were surrounded. The fast of the 4th month is the 17th of Tammuz. This was the time when the walls were broken through. The fast of the 5th month is 9th of Av the day the Temple destroyed. The fast of the 7th month is the 3rd of Tishri which recognizes when Gedaliah, the governor Nebuchadnezzar put in charge, was killed.

So, some year, prophetically something will happen that will turn these days from being fast days now for over 2,500 years to days of great joy to Israel. What could possibly happen to have such phenomenal historical significance? So every year when we see these days coming we watch what might happen.

My point is we need to be on God’s calendar! To begin this year on one of these days is a great reminder to be aware and watching of God’s prophetical calendar!! 

WND Books: God’s Day Timer / Blood Moons / Mark Biltz

*****************************************************

*****************************************************

Uit het nieuws: De UNESCO is druk bezig de geschiedenis van Israel te vervalsen

www.franklinterhorst.nl

*****************************************************

LIKOED NEDERLAND

www.likud.nl

*****************************************************

Steun Messiaanse Gemeenten in Israël

zie: http://www.cgi-holland.nl

KEHILAT HACARMEL ( 1 Kings 18:30)

*****************************************************

WEG UIT BABYLON … LAAT JERUZALEM IN UW HART OPKOMEN

www.weguitbabylon.nl

*****************************************************

DAILY NEWSCAST FROM ISRAËL 

ILTV.TV

*****************************************************

Studie Hebreeuws:

www.studiehuisreshiet.nl 

VANUIT SHOMRON

wekelijks magazine vanuit het Harteland / op aanvraag: info@studiehuisreshiet.nl

www.hebreeuwseacademie.nl

www.israelplatform.nl / zie: cursussen Hebreeuws

*****************************************************

EXCITING: Shabbat Service livestream – Mark Biltz / www.elshaddaiministries.us

Saturday, June 24 / 2017 Korach (Korach). The Biblical Calendar … Blood Moons, Total Solar Eclipses over North America, Revelation 12 …

*****************************************************

New Video: Jerusalem and the Lost Tempel of the Jews 

www.askelm.com

*****************************************************

iltv.tv – nieuws uit ISRAEL

www.israpundit.org

*****************************************************

THE UNITED KINGDOM // Bible Study Books!

Lance Lambert, Joodse man geboren in de United Kingdom woonde en werkte in Jeruzalem!

www.lancelambert.org

******************************************************

Bijzondere planeten constellatie op 23 september 2017

https://www.youtube.com/watch?v=6hiWHY4Sbwg

Het geboorte teken  van Openbaring 12 … By Scott Clarke

https://www.youtube.com/watch?v=1-HbfhH1VBY

*****************************************************

New post on Joel C. Rosenberg’s Blog / www.joelrosenberg.com / 16 mei 2017

How close did Russia come to intervening in the Six Day War against Israel? My interview with CBN News by joelrosenberg

*****************************************************

THE LAND OF ISRAEL NETWORK / Celebrating Judea 50 Years of Liberation

Event & Live Stream Begin 7:30 PM Israel Time 21st of May 2017, 25th of Iyar 5777 / www.TheLandofIsrael.com

******************************************************

Signs of the End / A Discovery of Biblical Timelines

www.watchfortheday.org

*****************************************************

Het Mysterie van het verloren Jubeljaar!! [19 delen]

site: http://www.wimjongman.nl / ga naar zoek balkje …

*****************************************************

Timeline Project:

www.askelm.com / Ernest L. Martin

*****************************************************

www.elshaddaiministries.us/Handouts/handouts.html

  1. Shemittah year pattern
  2. Shemittah year chart
  3. Overview of the seven feasts

*****************************************************

www.astronomyisrael.com

*****************************************************

What is the Mystery of the Smemittah?

https://www.youtube.com/watch?v=WOH4uecu24M

*****************************************************

KEHILAT HaCARMEL in HAIFA

carmel-assembly.org.il

*****************************************************   

Met veel nieuws uit het Midden-Oosten!!

De dagelijkse Nieuwsbrief, gezien vanuit het standpunt

van Israël. Daarbij wordt de rest van de wereld niet uit het

oog verloren, met name de dreiging die vanuit de

controlerende overheden naar voren komt!

www.wimjongman.nl 

*****************************************************

Nieuws achter het nieuws! www.israpundit.org

*****************************************************

www.elshaddaiministries.us / Live Stream Sjabbat-viering met Pastor Mark Biltz op een nieuwe locatie!

******************************************************

Gerard J.C. Plas

 

 

 Posted by at 16:24
Translate »