Jubeljaar – De Tempel in het centrum van de tijd het allerheiligste voleinding en de volheid van tijd – editorial

 Actualiteit, Artikelen  Comments Off on Jubeljaar – De Tempel in het centrum van de tijd het allerheiligste voleinding en de volheid van tijd – editorial
Jan 202011
 

50e jaargang – januari 2010 – Artikel 1

De apostel Paulus zegt: ‘Staat dan in de vrijheid, met welk ons Christus vrijgemaakt heeft, en wordt niet wederom met het juk der dienstbaarheid bevangen’ (Gal. 5:1). Hij zegt dit met het oog op ‘het voornemen der eeuwen’, implicerend het grote doel van de verlossing.

Vanaf de 20e eeuw lijkt er sprake van de ‘wederoprichting aller dingen’ die uitloopt in de komst van Christus Jezus (Hand. 3:19-21). Tegelijkertijd is daarmee een ‘volheid van tijd’ aangebroken of wel een ‘Jubeljaar’, hetgeen 50 jaren omvat. ‘Dan zult gij bazuingeschal doen rondgaan in de zevende maand op de tiende van de maand; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen rondgaan door uw ganse land.

Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren (Lev. 25:9-10). Dit vreugdevolle ‘terugkeren’ in het ‘Jubeljaar’ vond telkens plaats in het 50e jaar, dus aan het eind van de (7×7) 49 jaren. In Ex. 21:1-6 lezen we over een slaaf die ondanks dat hij zich in het zevende jaar kan vrijmaken, maar die zó gehecht is aan de toestand van het gebonden zijn zich daarom aan zijn heer blijft hechten, hij naar de deur geleid wordt, waar dan zijn oor met een priem doorboord wordt om voor ‘eeuwig’ slaaf te zijn, bij zijn heer. Niettemin blijkt dat ‘eeuwig’ toch ook een maat te hebben, zoals we hebben gezien dat in het vijftigste jaar vrijheid wordt afgekondigd voor al zijn bewoners. Dan keren de slaven terug, ieder ‘tot zijn bezitting en tot zijn geslacht.’ Ook zij, die in het zevende jaar geweigerd hadden om de vrijheid te nemen, gaan nu toch weg.

Eeuwige wereld

Eeuwige wereld

Het ‘eeuwig’ wil dus zeggen: zo lang deze zevende dag duurt. En die duurt, op z’n langst, zeven maal zeven, dus 49 jaar. Met het 50e treed echter een andere wereld in, en dan blijkt dat eeuwig dus alleen maar betekenis te hebben gehad voor die ronde wereld van de zevende dag welke zo oneindig scheen, zo ‘eeuwig’. Het woord eeuwig (hebreeuws) ‘olam’, dat ook wereld betekent en dan dus het oneindige in tijd en ruimte uitdrukt, heeft als stam het woord ‘ol’, hetgeen ‘juk’ betekent, dus: het wezen van ‘eeuwig’ in onze wereld heeft het karakter van een juk. Het houdt in de knechtschap aan de wereld, het gebonden zijn aan de materie. Vandaar het spreken om zich van dát juk te bevrijden, en een ander juk op te nemen en van Hem te leren, ‘want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen, want mijn juk is zacht en mijn last is licht’ (Matt. 11:29-30).

Dus op die achtste dag na die zeven maal zeven, als het 50e is ingetreden, dan is er een nieuwe wereld, dan is er voor iedereen een terugkeer naar zijn oorsprong, zoals dat in beeld wordt uitgedrukt: naar bezitting, die dan weer tot hem terugkomt en naar zijn geslacht, waarheen hij terugkeert. Het is Jezus die op de achtste dag het graf verlaat: ‘wat zoekt gij de levende bij de doden? Hij is hier niet, Hij is opgewekt (Luk. 24:5-6). Dus ook hier weer na die ‘zevende’ dag! Zo zien we heden ten dagen dat Israël op zoek is naar dat ‘Jubeljaar’! Ook in die zin zijn er al velen uitgegaan uit die eeuwenlange ‘diaspora’ van slaafse onderdrukking en dood!
Het is een beeld uit de profetie van Ezechiël waar de Here God zegt: ‘kom van de vier windstreken o geest, en blaas in deze gedoden, zodat zij herleven’ (Ezech. 37:9). In de voorbije 20e en deze 21e eeuw zien we een aantal patronen in het ‘profetische woord’ (chronofetie) dat is een ‘chronologische’ volgorde tot stand komen, waarin ons getoond wordt hoe Gods plan voor deze wereld met Israël, de volken, en de Gemeente der verborgenheid, mathematisch in elkaar zit en gebaseerd is op tijd cyclussen.
Het Bijbels navigatiesysteem kent talrijke ‘Routepunten’ die onze begeleiding vormen over de afgelopen 2590 (70+2520) + (5) jaren (2010) vanaf de verwoesting van de eerste Tempel in 586 v. Chr. door Nebukadnezar, waar toen het moment aanbrak van de tijden der Heidenen. En in deze 21e eeuw is het nu bijna tijd voor de landing! In het boek Openbaring van Jezus Christus lezen we over een ‘meetroede’ in de context van 1260 dagen (Opb. 11:3). Zo vinden we drie vaste tijd lengtes in de Bijbel in deze zo wonderbaarlijke chronologische voorspellingen, het zijn:

  1. 1260 (Dan.7:25;12:7; Opb.11:3;12:14;13:5).
  2. 2520 (Dan. 9:27). 3e. 70 (Jes. 23:15-17;Jer. 25:11;29:10; Dan. 9:24).

Dr. E.W. Bullinger legt in zijn boek ‘The Witness of the Stars’ op blz.181 uit dat twee van deze getallen te vinden zijn in de terugkerende zon en maansverduisteringen. Een cyclus duurt vrijwel exact 18 jaar en gemiddeld bevat een cyclus 70 van dergelijke eclipsen (18×70=1260!)
De ecliptica herhalen zich vrijwel precies 18 jaar en 11 dagen later. Er zijn 70 ecliptica in de volledige cyclus, waarvan er 33 met volledige verduistering en 37 met gedeeltelijke verduistering. De zon en maan zijn tot TEKENEN en tot GEZETTE TIJDEN, en tot DAGEN en JAREN (Gen.1:14-16;Ps.104:19). Deze vaste lengtes van 70, 1260 en 2520 jaren worden in de Bijbelse Chronofetie gebruikt om onze ‘Routepunten’ te meten. Indien we nu vooruit gaan meten in de tijd is het van belang ons punt van uitgang in de geschiedenis tot op het jaar nauwkeurig vast te stellen, willen we het jaar van ‘bestemming’ exact te weten komen. God heeft er op wonderbaarlijke wijze in voorzien dat de jaartallen van ‘uitgang’ in de geschiedenis nauwkeurig bekend zijn. Ze liggen allemaal in de periode van 500-700 v. Chr., waarvan prof. Thiele zegt op blz.161 van zijn boek ‘The Mysterious Numbers of the Hebrew Kings’: ‘Deze periode is in sommige opzichten de meest interessante en vruchtbare voor de bestudering van de Bijbelse chronologie, want er is geen andere periode met zoveel gedetailleerde chronologische informatie.’ Datums worden niet alleen in termen van jaartallen gegeven, maar veelvuldig met vermeldingen van maanden en dagen. Ook komen over en weer verwijzingen tussen Hebreeuwse en Babylonische koningen voor, zodat bepaalde gebeurtenissen NAUWKEURIG GEDATEERD kunnen worden. Als we stilstaan en mijmeren over dit ongelooflijke patroon(en) dat meer dan vijfentwintig eeuwen geleden begon en nu te voorschijn komt in onze tijd, worden we er zeker toe gebracht onze harten uit te storten in lof aan God voor Zijn planning en besturing van de wereldgeschiedenis.

‘Ik ben God en er is geen God gelijk Ik; Die van den beginne aan verkondigt het einde, en van ouds af die dingen, die nog niet zijn geschied’; (Jes. 46:9- 10) ‘De Here der heerscharen heeft gezworen, zeggende: Indien niet, gelijk Ik
gedacht heb, het alzo geschiedde, en gelijk Ik beraadslaagd heb, het bestaan zal!’; (Jes. 14:24) ‘Want het gezicht zal nog tot een bestemde tijd zijn, dan zal Hij het op het einde voortbrengen, en niet liegen; zo Hij vertoeft, verbeid Hem, want Hij zal gewisselijk komen, Hij zal niet achterblijven’ (Hab. 2:3).

We kunnen nu al zo’n 5 ‘Routepunten’ vaststellen met onze ‘meetroede’ in de context van de drie vaste tijd
lengtes die in de Schrift gegeven zijn: 1260-2520-70. Ook hier geldt weer, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar (Ezech. 4:1-6). Eén daarvan aangaande ons onderwerp is het volgende. Als we de volle lengte van onze meetlat (1260+1260+70) in zonnejaren uitzetten vanaf 624 v.Chr., de opkomst van het Babylonische rijk, komt een verbazingwekkend patroon naar voren. Onze meetlat met vaste lengtes past precies in VIER historische datums van uitzonderlijke profetische betekenis:

  1. 624 v. Chr. De opkomst van het Babylonische Rijk.
  2. 637 A.D. Kalief Omar verovert de stad Jeruzalem (1260 zonnejaren).
  3. 1897 A.D. Eerste Zionisten congres in Wenen (1260 zonnejaren).
  4. 1967 A.D. Israël verovert het oude (Oost) Jeruzalem en het Tempelplein (70 zonnejaren).

Hier uit komend in 1967 dus 70 jaar na 1897, waarin na eeuwenlange overheersing door (niet-Joden), de oude stad Jeruzalem, en wat belangrijker was, de Klaagmuur en het Tempelplein, veroverd werd door de Israeli’s op de Arabieren. De commandant van de paratroepen van Israël, generaal majoor Uzi Nariciss, schreef later: ‘Het was alsof ik in een andere wereld was…Ik voelde me een deel van het hele Joodse volk, dat na 2000 jaren naar dit moment had uitgekeken.’ Een profetische schrijver uit Amerika schreef in oktober 1968 het volgende: ‘Vanaf juni 1967 moeten we een overgangsperiode zijn ingegaan tussen het einde van dit tijdperk en het nieuwe begin van een nieuwe periode. De Bijbel laat zien dat tijdperken van verlossende geschiedenis niet abrupt eindigen of plotseling opnieuw beginnen. Er was een overgangsperiode tussen het Oude en Nieuwe Testament. We kunnen dan ook een dergelijk interval verwachten tussen de huidige periode van ‘genade’ en het komende Messiaanse Rijk. Het is overduidelijk dat we ons in die overgangsperiode bevinden.

In zijn boek ‘Temple at the Center of  Time’ ontcijferd David Flynn als éérste, waar Isaac Newton naar op zoek was in ‘Bible Prophecy’ – ‘the prisca sapienta’ – de zuivere kennis, en toen niet vond. Newton kon niet hebben geweten dat de sleutel die hij hanteerde juist was en voor hem lag. De technologie die dit heden ten dage openbaart bestond in zijn dagen nog niet! Ook bij Newton was het getal 2520 de sleutel tot het verstaan van de verborgen profetische richting, en het bovennatuurlijk ontwerp van profetie en tijd. Ontleend aan het opschrift op de muur met de woorden ‘MENE MENE TEKEL UPARSIN’ die volgens Newton een muntwaarde (2520) vertegenwoordigde en waar met het oog op Ezechiëls toekomstige Tempel in Jeruzalem als een standaard van gewicht het Israëlische betaalmiddel ‘shekel’ tegenkomen (Dan. 5:25; Ezech. 45:12). Wat was Newton’s oogmerk hierbij?

Volgens de Joodse wijzen, was de specifieke plaatsbepaling van Gods Tempel op aarde evenzo belangrijk als haar inwendige afmetingen. Daar het hier niet een mens is geweest die haar ligging had vastgesteld voor haar constructie en bouw, maar deze gegeven was door de wet van God: ‘Dit is de wet voor het huis: op de top van de berg zal zijn gehele
gebied aan alle kanten allerheiligst zijn. Zie, dit is de wet voor het huis.’… De Almachtige was ook de ontwerper van de Tempel, overeenkomstig Zijn plan (Ezech. 43:12; 1 Kron. 28:11-19).

Newton vergeleek Ezechiëls toekomstige Tempel met die van koning Salomo uit 1 Koningen 6 en de tweede Tempel vanuit de beschrijving van Flavius Josephus en de Talmud om hun verhoudingen in een complete ‘profetische’ symmetrie te brengen. Zo heeft David Flynn ontdekt dat historische en toekomstige gebeurtenissen aangaande Israël, Jeruzalem en de Tempel alles te maken hebben met het binnenste of het hart van de Tempel zelf, dus daar waar de ark stond. Vanuit dat punt komen de afstanden uitgedrukt in ‘zee- en statute mijlen’ overeen met gebeurtenissen die in een bepaald jaar plaatsvonden:

  1. In 587 BC de val van Jeruzalem (587 statute miles Jeruzalem-Nippur).
  2. In 539 B.C. de val van Babylon (539 statute miles Jeruzalem-Babylon).
  3. In 1948 A.D. Engeland terug uit Palestina/ Staat Israël (1948 zeemijlen Jeruzalem-Londen).
  4. Mekka-Susan-Eden, 666 zeemijlen van Jeruzalem (Opb. 13:18).
  5. In 1799 A.D. Napoleon verklaart, Palestina thuisland voor de Joden (1799 zeemijlen Jeruzalem-Parijs).
  6. Lateraanse concilie (2.520.000 yards Jeruzalem-Rome (Dan.9:27).

Zo laat Flynn zien dat óók Washington naar afstand en tijdsfactor een zeer aanmatigende rol zal spelen! Verder zegt Flynn dat ook de getallen 33, PI (3.14159265 = de verhouding tussen de omtrek en de middellijn van een cirkel), en 360 (dagen van een profetisch jaar) duidelijk aanwezig zijn in al de grote historische gebeurtenissen van de Eerste en Tweede Tempel en misschien is de meest betekenisvolle correlatie tussen de ‘cirkel’ en de historie (en toekomstige) van de Tempel(s) gelegen in het jaar van de inwijding van de Eerste Tempel van Salomo in 960 B.C. Dan rekent Flynn als volgt: PI keer 960 = 3,015.928947… met de vraag of dit getal ook kan worden omgezet in ‘profetische jaren’? Als we dit getal omrekenen door het te vermenigvuldigen met 360 dagen en delen door 365.242 dagen als zonnejaren komen we uit op 2.972.64394861. Als dit getal het totale aantal jaren betekent vanaf de inwijding van de Eerste Tempel van Salomo in 960 B.C. tot de inwijding van de Derde Tempel die zal worden gebouwd voor de Tweede komst van Christus Jezus, dan wijst de uitkomst op het jaartal op 2012 A.D. (2.972 jaren – 960 B.C.= 2.012 A.D.)

Salomon's tempel

Salomon's tempel

Gods plan met ‘het voornemen der eeuwen’ (gr. aionen) zijn gestoeld op vastgestelde tijden. Alleen al dit feit stelt ons in staat om rustig te wachten op het heil van de komende verlossing.

In het binnenste deel van de Tempel ofwel het ‘Heilige der Heiligen’ bevond zich de ark van het verbond met het verzoendeksel en de cherubim aan weerskanten. De ark bevond zich dus onder de beschermende vleugels van de cherubim. De Hogepriester sprenkelde één keer per jaar op Grote Verzoendag het bloed van de stier met zijn vinger op het verzoendeksel aan de voorzijde, en vóór het verzoendeksel deed hij dat zevenmaal. Het was de plaats waar God in de wolk verscheen boven het verzoendeksel (Lev. 16:2,14).

De geestelijke Tempel Gods, waarvan het stenen gebouw een afschaduwing is, is het domicilie, het burgerrecht uit het burgerschap voortvloeiend van de Gemeente die Zijn lichaam is (het allerheiligst) daar waar God zélf woont. Het is de samenvoeging in een nieuwe gemeenschap voor Jood en Heiden, die twee één gemaakt in de nieuwe Mens Christus Jezus, geschapen naar het beeld Gods, en weder verzoend door het kruis, heeft Hij vrede verkondigd aan hen die veraf en dichtbij waren (Efz. 2:14-22). Zo wast ook dit bouwwerk in Hem, goed ineensluitend op tot een tempel, heilig in de Here, in wie ook wij mede gebouwd worden tot een woonstede Gods in de Geest.

De Hebreeën brief vertelt ons dat Hij eenmaal bij de voleinding der eeuwen is verschenen om door Zijn offer de zonde weg te doen (Hebr. 9:26). Het begrip ‘de voleinding der eeuwen’ (gr. epi sunteleia ton aionon) vraagt verder enige toelichting. De Septuagint (LXX) gebruikt het woord ‘sunteleia’ in Ex. 23:14-16 waar ons meer duidelijkheid wordt gegeven. De Israëlieten moesten drie maal per jaar een feest houden voor het aangezicht van de Here en wel bij:
1. Het feest der ongezuurde broden.
2. het feest der weken van de oogsttijd.
3. het feest van de inzameling (sunteleia) op ’t eind van het jaar, het Loofhuttenfeest.

De onderwezen Hebreeërs zagen in de ‘Feesten van Israël’ (Lev. 23), ’t plan aangaande het ‘voornemen der eeuwen’. Zij zagen in dat de Messias het ware Offerlam was en de Eersteling van de opstanding uit de doden. Het Loofhuttenfeest in de zevende maand, de inzameling van de oogst (sunteleia) verlevendigde de hoop in het uitzien naar de
voleinding der eeuwen. Zo lezen we in Hebr. 1:1 over ‘in het laatst der dagen’, en in Gal. 4:4 over de ‘volheid des tijds’.

Zo zijn daar nu reeds bijna 2000 jaar verstreken, deze zo lange ‘tussentijd’ ligt in het feit dat daar een ander bedeling (bestuur) is tussen geschoven, en wel die van ‘Paulus gevangenschapsbediening’ (Hand. 28:26-28; Efz. 3:1). Gedurende die Handelingentijd was daar een levendige verwachting naar het tegemoet zien van hun Here. De apostel Petrus had geen moeite als hij sprak over de de ‘gave van de Geest’ en de tekenen van ‘bloed en vuur en rookwalm’ die samenvielen in de ‘sunteleia’ de ‘voleinding der eeuw’ (Hand. 2:17- 21). Zo ook viel de ‘Grote Verzoendag’
in de zevende maand ‘Tishri’, gelijk met het feest van de inzameling der oogst. De voorwaarde van het verwachtingspatroon gedurende de Handelingentijd is gelijkend aan het moment wanneer de Hogepriester het ‘allerheiligste’ binnentreed, waar gedurende die tijd het volk wachtte op zijn tweede verschijning, waarbij zij op dat moment pas verzekerd waren van de vergeving en aanvaarding. Het feit dat deze tweede verschijning van de ware Hogepriester nog niet heeft plaatsgevonden, en dat Israëls ‘zekerheid’ van vergeving en aanvaarding hiermee is uitgesteld, dat alles was het anticiperen in het plan wat in de ‘Feesten van Israël’ verborgen ligt Hebr. 9:28).

Tenslotte weer terug naar het ‘Jubeljaar’ het 50e, dat van kracht wordt na de 7×7=49 jaren.

Prof. F. Weinreb zegt over het ‘Jubeljaar’ het volgende: ‘als zou de wereld zich nog één stap verder ontwikkeld hebben dan zou zij voor altijd verloren zijn geweest’. Deze 49 jaren stellen dus de ultieme grens, want voorbij deze grens de 50e treed er een andere wereld in! Zo is de geopolitieke wereld heden ten dage bezig om die ultieme grens aangaande het ‘beloofde land’ en de afmetingen daarvan als het gaat om het Bijbelse hartland van ‘Judea en Samaria’ met de stad Jeruzalem te verleggen over die grens heen naar een uitzichtloze ontwikkeling gelijkend op een repeterende breuk die zich eindeloos blijft herhalen. We hebben gezien met onze ‘meetroede’ dat de Schrift drie vaste tijdlengtes van 1260-2520-70 bepaald in de ‘chronofetie’ om de ‘Routepunten’ te meten.

Eén heel bijzonder ‘Routepunt’ was het jaar 1967 waar op de 7e juni na een tussentijd van bijna 2000 jaar de ‘sjofar’ geblazen werd op de plaats waar de Tempels en in haar het ‘allerheiligste’ heeft gestaan. Zo lijkt het er veel op dat we vanaf dat routepunt een periode zijn ingegaan die ons leidt naar de ‘voleinding (sunteleia) der eeuw (aioon)’. Koning Salomo zei het al in Pred. 3:15 ‘Wat is, was er reeds lang, en wat zal zijn, is reeds lang geweest; en God zoekt weer op wat voorbijgegaan is’. De herstelwerkzaamheden aan de stad Jeruzalem zoals het was in dagen van Ezra en Nehemia zijn ook vandaag in volle gang. Daar is een hunkering in het land naar de herbouw van de Tempel, die weleens dichtbij kan zijn. De profeet Daniël bad over die 70 jaren, maar hij moest zich richtten op een langere periode van 70×7 of 490 jaren, die verdeeld werd in drie delen van 7×7 of 49 jaren, startend bij het bevel om Jeruzalem te herbouwen, vervolgens
de 62×7 of 434 jaren die startte met de voltooiing van de muur tot aan de uitroeiing van een gezalfde (Messias).

Tenslotte is daar de laatste van 1×7 of 7 jaren, de finale jaarweek die dan uiteindelijk de ‘grote verdrukking’ beslaat uit de ‘Apocalyps’ (Dan. 9:1-27; Opb. 16:1-21). In de tweede helft van die laatste jaarweek, dus in de laatste drieënhalf jaar zal daar de ‘valse Messias’ (de mens de zonde en verderf) zich in de dan aanwezige derde Tempel Gods zetten, om aan zich te laten zien, dat hij een ‘god’ is; maar hem zal de Here (Jezus) doden door de adem zijns monds en machteloos maken door zijn komst (2 Thess. 2:4-8). Omdat de man (engel) Gabriel uitdrukkelijk onderscheidt maakt aangaande de weken, dus het niet geoorloofd is deze weken maar bij elkaar op te tellen tot 69 weken, moeten we erkennen dat we daar nog een periode hebben in de Handelingentijd van nog eens 5×7 of 35 jaar gerekend vanaf de zalving of doop in de Jordaan in het jaar 27 A.D. tot aan het jaar 62/63 A.D. ofwel Hand.28:26-28, waar Israël opnieuw lo-Ammi wordt, we dan uitkomen op een totaal van 67 weken (62 en 5).

Na een lange tussenperiode en een stil zwijgen van de ‘Eeuwige’ zijn zich vanaf 1897 vele profetieën in deze laatste 120 jaar (1897-1947 — 1967- 2017) 120 (50+70) aan het vervullen, en is het wachten op het moment dat ‘Ik van Mijn Geest zal uitstortten op al wat leeft’ (Joel 2:28). Vanaf die 7e juni 1967 worden die 7×7 jaarweken of 49 jaar a.h.w. herhaald, (uit de Ezra en Nehemia tijd) waarbij op het 50e jaar een ‘Jubeljaar’ zich zal manifesteren op 23 september 2015 exact een ‘Grote Verzoendag’, waar het Lam staande als geslacht in de ‘Hemelse Tempel’ zich gaat manifesteren als de Leeuw uit de stam van Juda de wortel Davids om de verzegelde boekrol met de zeven zegels te verbreken (Opb. 5:1-14). Het ligt hierbij dus voor de hand dat de daar nog 3 openstaande zevens hun loop moeten krijgen overeenkomend met de zeven zegels, de zeven bazuinen, en de zeven schalen die de profetieën in het boek de ‘Apocalyps’ de Openbaring
van Jezus Christus naar haar voleinding zullen brengen!

We leven in een tijd waarin de Messiaanse Koning zich wederom in een ‘volheid van tijd gaat’ openbaren. Zijn geboorte in Bethlehem ging toen gepaard met oogverblindende planetenconstellaties rondom de zon. De ‘Eeuwige’ heeft toen de aandacht van de gehele wereld op dat gebeuren in Israël bevestigd, door dat tijdstip van de geboorte vast te leggen in de stand van de planeten, waar de apostel Johannes dat tijdstip astronomisch heeft aangegeven in Opb. 12:1-5, zodat die aanwijzingen hedendaagse astronomen in staat stellen nauwkeurig de stand van de planeten in die tijdsperiode te reconstrueren.

De mensheid kan uit de Schriften, bevestigd door Gods tekenen in de planetenwereld, precies weten dat de geboorte van de Here Jezus Christus heeft plaatsgevonden op de 1e Tishri van het jaar 3 voor onze jaartelling. Het was de dag van het ‘bazuingeschal’ op ‘Rosh Hasjana’ dat een nieuw Joodsburgerlijk jaar inleid en overgebracht op onze Romeinse kalender de 11e september was in het jaar 3 B.C. Wederom zullen daar naar de Schriften tekenen aan zon en maan zich voordoen bij het naderbij komen van de Messias (Luk.21:25-26). Aanzetten hiervan vonden plaats in de jaren 1949 en 1950 nadat Israël in 1948 een zelfstandige Staat werd. Evenzo was dit het geval bij de hereniging van Jeruzalem in 1967 en 1968, waar in die jaren op ‘Pesach/ Pasen’ en ‘Sukkot/Loofhuttenfeest’ (Joodse feestdagen) 4 opeenvolgende maaneclipsen (een bloed rode maan) te zien waren.

Het eerst volgende (tetrads) viertal doet zich voor in 2014 en 2015. Het religieuze jaar begint dan met een totale zonsverduistering op de 1e Nisan, met twee weken later gevolgd door een bloed rode maan op ‘Pesach’. Het burgerlijk jaar opent dan met een zonsverduistering op de 1e Tishri/Rosh Hasjana, gevolgd door weer een bloed rode maan op het ‘Loofhuttenfeest’ in 2015, zie afbeelding op pag. 10 (Joel 2:31; Matth. 24:29-30).

Op z’n minst gezegd is dit fascinerend!

We hebben het hier niet over een christelijke of kerkelijke feestkalender, maar over ‘Mijn gezette hoogtijden.’ Ook aan Joodse zijde, was daar een zekere Juda Ben Samuel, bekend als Juda de Vrome die zich bezig hield met gematria (de interpretatie van woorden op grond van de getalswaarde van de Hebreeuwse letter) en berekende dat vanaf het jaar dat de Osmanen (Turken) Jeruzalem bezetten, het acht ‘Jubeljaren’ zou duren tot zij weer uit Jeruzalem verdreven zouden worden. Dan zou Jeruzalem één ‘Jubeljaar’ lang ‘niemandsland’ zijn en in het negende ‘Jubeljaar’ weer in handen van het Joodse volk komen. Pas driehonderd jaar nadat Juda Ben Samuel dit had opgeschreven, veroverde de Turken in 1517 Jeruzalem. Vierhonderd jaar later (8×50) in 1917 maakt de Engelse Gen. Allenby een einde aan de heerschappij van de Turken over Jeruzalem. Van 1917-1967 was Jeruzalem ‘niemandsland’ (onder Brits mandaat, daarna tot 1967 onder Jordaans bestuur) tot die dag, toen in 1967 Jeruzalem door Israël werd veroverd. Die dag begon in het negende ‘Jubeljaar’ als bij een voldragen zwangerschap.
In die zin leven we in de ‘negende maand van de geboorteweeën’ van de komende Messias, de terugkerende Christus, Jezus van Nazareth. Dit betoog is geen bangmakerij of Griekse Mythologie over gebeurtenissen in de oertijd van die godenwereld, maar gestoeld op feiten en gegrond op de Eeuwige Trouw van God en Zijn Woord. Deze zekerheid is een bron van vreugde!

Staat dan in die vreugde van het naderde ‘Jubeljaar’ in de voleinding van de volheid van tijd als ‘heiligen’ tot een tempel in de Here (Efz. 2:20-21). Doch als het tijdstip aanbreekt dat het 7e zegel geopend wordt en de 7e engel op de 7e bazuin gebazuind heeft is het ‘Koningschap over deze wereld gekomen aan onze Here en Zijn Gezalfde die als Koning zal heersen tot in alle eeuwigheden’.

Dan zal opnieuw Zijn heerlijkheid de nieuwe (vierde) Tempel binnen stromen via de weg van het oosten, door de poort die naar het oosten gericht was, en de Geest nam mij op en bracht mij naar de binnenste voorhof, en zie, de heerlijkheid des Heren vervulde het huis; want Mijn huis zal een bedehuis genoemd worden voor alle volken (Ezech. 10:3,4,18,19;43:1-5; Jes. 56:7).
Shalom,
Gerard J.C. Plas

Geraadpleegde literatuur:
The Comprehensive Hebrew Calender/Arthur Spier
Temple at the Center of Time/David Flynn
Bijbelse getallen en de eindtijd/J. de Voogt
De komende dertig jaar/A. Keizer
De Bijbel als Sch epping/F. Weinreb

Translate »