Bulletin / Stichting Wiesenthal fonds

 
  1. November 2015 – Boekennieuws
Simon Wiesenthal

Simon Wiesenthal

In de zomer van 2003 was ik in Wenen om aan Simon Wiesenthal persoonlijk verslag uit te brengen van het wetenschappelijk onderzoek dat ik aan het Simon Wiesenthal Instituut  te Brussel had verricht.

Tijdens onze besprekingen, die vooral gingen over de Tweede Intifada die was uitgebroken, vroeg ik hem waar de virulente Jodenhaat van Iran, Hamas, Islamitische Jihad en Hezbollah vandaan komt. Wiesenthal liep naar de boekenkast en liet mij een klein boekje zien, dat hij in 1946 had geschreven om het geweten van geestelijke en politieke leiders in de wereld wakker te schudden. De titel van het werkje luidt: Grossmufti – Grossagent der Achse. Tatsachenbericht mit 24 Photographien, Ried-Verlag, Salzburg-Wien 1946. Op de foto’s zien we de Moefti van Jeruzalem samen met Hitler, Goebbels, Himmler, Eichmann, en de Bosnische vrijwilligers van de Waffen-SS. Simon Wiesenthal vertelde mij verder, dat hij het essay had geschreven, omdat hij diep teleurgesteld was door de Westerse mogendheden, die een van de grootste oorlogsmisdadigers niet door het Neurenberger-tribunaal hadden laten berechten uit angst voor de Arabieren in het Midden-Oosten. Wat was er namelijk gebeurd?

Na de ineenstorting van het Derde Rijk van Hitler, vluchtte de Moefti van Jeruzalem vanuit Berlijn naar Zwitserland. In april 1945 ontving hij op het ministerie van Buitenlandse Zaken nog 50.000 Mark voor zijn campagne tegen het Joods Nationaal Tehuis in Palestina. In Zwitserland werd hij overgedragen aan de Fransen die hem tezamen met chauffeur, twee bodyguards en secretaris, in de villa Les Roses in Louvecienne (de omgeving van Parijs) interneerden. Joegoslavia had de Moefti van Jeruzalem op de lijst van oorlogsmisdadigers geplaatst, omdat hij als oprichter van de Moslimse SS-Divisie voor de moord op duizenden Serviërs en Kroaten verantwoordelijk werd gehouden. Daarom vroeg Joegoslavië om zijn uitlevering. Frankrijk en Groot-Brittannië durfden de Moefti van Jeruzalem niet aan het Neurenberger-oorlogstribunaal uit te leveren, omdat de Moslimbroeders in Egypte, die hiertegen fel verzet aantekenden, Amin el-Hussieni zagen als de enige representant van het verzet tegen het Joods Nationaal Tehuis in Palestina. Toen de Arabische Liga echter instemde met het standpunt van de Moslimbroeders, zagen Frankrijk en Groot-Brittannië er van af hem aan het tribunaal uit te leveren. Iedereen wilde op goede voet blijven staan met de Arabische leiders in het Midden-Oosten.

Ook Joegoslavië bezweek uiteindelijk voor de druk die werd uitgeoefend. Omdat de Britse regering, in het nauw gebracht door de Verenigde Staten, de Moefti van Jeruzalem in ieder geval als politieke misdadiger ergens op een eiland wilde verbannen, deed zij een beroep op de regering in Parijs om hem uit te leveren, maar de Franse president weigerde. Op 28 mei 1946 wist de Moefti echter te ontsnappen en verliet hij Frankrijk richting het Midden-Oosten. Omdat de Britten in Palestina de vroegere Moefti van Jeruzalem geen toestemming gaven zich daar opnieuw te vestigen, reisde hij door naar Cairo, waar koning Faroek hem asyl verleende. Omdat hij voor zijn collaboratie met Hitler en de zijnen iet was gestraft, steeg zijn prestige nog meer onder de Arabieren.

Niemand heeft de Arabische bevolking van Palestina zozeer in het ongeluk gestort als de Moefti van Jeruzalem. Hij was het die in Palestina als gevolg van zijn collaboratie met de Moslimbroederschap van Hassan al-Banna, een samenleving waarin Arabieren en Joden gelijke rechten hebben, volstrekt onmogelijk maakte, die twee achtereenvolgende keren (1937 en 1947) een delingsplan van Palestina in een Joodse en Arabische staat de grond in boorde, en tenslotte met zijn politiek de Arabische bevolking van Palestina bijna automatisch in de vluchtelingenkampen dreef.

Toen David Ben-Goerion op 14 mei 1948 in Tel Aviv, in overeenstemming met het besluit van de VN van 1947 de staat Israel uitriep, overrompelden enkele uren later de legers van Egypte, Trans-Jordanië, Irak, Syrië en Libanon het land Palestina om de nieuwe staat van de kaart te vegen en Hitlers karwei (de uitroeiing van het Jodendom en de Joden) af te maken.

De Israëlische historicus Benny Morris schrijft na twintig jaar studie van alle archieven: “Israel kon kiezen voor verdediging of bankroet, en als Israel zich toen niet zou hebben verdedigd, zou gezien de afgronddiepe haat van Arabieren en Moslims jegens de Zionisten en de Joden, de Holocaust zich op kleinere schaal hebben herhaald”.

In het voorwoord van genoemd boekje schrijft Wiesenthal: “De aanwezigheid van deze man in het Midden-Oosten (van wie Churchill zei: “het is een ton dynamiet, die op twee benen in onze wereld rondzwalkt”) bedreigt zonder twijfel de veiligheid van deze regio, ja van de hele wereld. In het naoorlogse politieke spel probeert deze onruststoker zijn invloed opnieuw te laten gelden. Wiesenthal vond het alarmerend dat in de eerste decennia na de Tweede Wereldoorlog in veel Duitse studies de samenwerking tussen Hitler en de Groot-Moefti van Jeruzalem of volkomen werd genegeerd of marginaal afgedaan, zelfs in vaktijdschriften. Dat gold trouwens niet alleen van het Duitse taalgebied. Wiesenthal had helemaal gelijk Zelfs de briljante historicus Saul Friendllander besteedt in zijn magnum opus Nazi-Duitsland en de Joden, Amsterdam 1998/2007 aan de jodenhater Hajj Amin al-Hussayni, de Groot-Moefti van Jeruzalem, slechts een zin.

Tenslotte wees Wiesenthal mij er op, dat zijn onderzoek naar leven en werk van deze medewerker van Hitler vele lacunes vertoont, omdat er onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog slechts beperkte bronnen beschikbaar waren. Hij sprak de wens uit dat ik misschien nog eens tijd zou kunnen vinden om over de Groot-Moefti van Jeruzalem een uitvoerige biografie te schrijven, omdat in de afgelopen decennia veel bronnen werden gepubliceerd.

In 1992 ontving ik van Simon Wiesenhtal de opdracht om een wetenschappelijke studie te schrijven over Het Madagascaplan. De voorgenomen deportatie van de Joden naar Madagascar, dat in 1996 door de Staatsdrukkerij werd uitgegeven met een voorwoord van Simon Wiesenthal, en waarvan in 1997 een Duitse vertaling verscheen. Naar aanleiding van de publicatie van de Duitse editie organiseerde Wiesenthal in december 1997 in Wenen een persconferentie.

Welnu, de staf van het Simon Wiesenthal Instituut te Brussel heeft tot grote vreugde van de medewerksters van het Wiesenthal Documentatiecentrum te Wenen en van de bestuursleden van de Stichting Wiesenthal-Fonds te Alphen aan den Rijn besloten, om vanaf januari 2010 onderzoek en colleges helemaal te wijden aan het leven en het werk van Hajj Amin al-Hussayni, Hitlers Groot-Moefti van Jeruzalem, wiens erfenis nu door Hamas, Islamitische Jihad, Hezbollah en anderen in het Midden-Oosten wordt beheerd en aan komende generaties doorgegeven.

Sheik Ikrimi Sabri, die enkele jaren geleden door de Palestijnse Autoriteit tot Groot-Moefti van Jeruzalem werd benoemd, zei in een interview in het Egyptische weekblad Al-Ahram Al-Arabi: Journalist: “Wat voelt u als u bidt voor de zielen van de martelaren?”. Sabri: “Ik voel dat de martelaar gelukkig is omdat de engelen hem begeleiden naar zijn bruiloft in de hemel”. Journalist: “Voelt u iets anders als de martelaar een kind is?”. Sabri: “Ja zeker, wat ik dan voel is nauwelijks in woorden uit te drukken. Er bestaat geen twijfel dat een kind-martelaar ons leert dat de nieuwe generatie de fakkel van ons overneemt en de opdracht die wij hebben ontvangen, (de bevrijding van Palestina en Jeruzalem) zal voltooien. Hoe jonger de martelaar is, des te groter is hij (zij) en des te meer respecteer ik hem (haar)”. Journalist: “Is dat de reden dat Palestijnse moeders het uitschreeuwen van blijdschap als ze horen dat haar zonen bij een zelfmoordoperatie zijn omgekomen?”. Sabri: “ De Palestijnse moeders offeren geheel vrijwillig hun kroost voor de bevrijding van Palestina. Dat bewijst hoe groot de kracht van ons geloof is. De moeder deelt in de grote beloning die haar zoon, die in de Jihad Palestina en de Al-Aqsa op de Tempelberg in Jeruzalem wilde bevrijden, ten deel valt”.

De resultaten van ons onderzoek aan het Simon Wiesenthal Instituut te Brussel zullen als boek worden gepubliceerd door Uitgeverij Jongbloed te Heerenveen.

Het boek, getiteld:

Planning van Holocaust voor Joden in Palestina door Hitler en de Groot-Moefti van Jeruzalem

zal worden opgedragen aan Simon Wiesenthal  Simon Speijer, die in hun strijd tegen het antisemitisme vrienden voor het leven zijn geworden.

Prof. Dr. Hans Jansen

Inmiddels is het 2015 en is de boven genoemde titel veranderd in:

  • “WAAROM MAG ISRAËL NIET BESTAAN IN HET MIDDEN-OOSTEN?”

Bron:
Bulletin Simon Wiesenthal Documentatiecentrum Wenen / Simon Wiesenthal Instituut Brussel
– Stichting Wiesenthal Fonds – www.simon-wiesenthal-archiv.at

BULLETIN oktober 2015 is verkrijgbaar op aanvraag – Adres: Postbus 98 2400 AB Alphen aan de Rijn

Info: boeken …

Jodenhaat naar zelfmoordterrorisme. Islamisering van het Europese antisemitisme in het Midden-Oosten

  • Auteur: Dr. Hans Jansen
  • Uitgever: Royal Jongbloed te Heerenveen
  • ISBN: 9058296229
  • 1050 pagina’s / € 39.95
  • In elke boekwinkel te koop

Protest van Erasmus tegen renaissance van Hebreeuwse literatuur

  • Auteur: Dr. Hans Jansen
  • Uitgever: Royal Jongbloed te Heerenveen
  • ISBN: 9789058299611
  • 135 pagina’s / € 12.50
  • In elke boekwinkel te koop

Waarom mag Israel niet bestaan in het Midden-Oosten

  • Auteur: Dr. Hans Jansen
  • Uitgever: Royal Jongbloed te Heerenveen
  • ISBN: 978-90-889710-9-9
  • 1017 pagina’s / € 39.50
  • In elke boekwinkel te koop

……………………………………………………………………………………………….

Colleges in het Academie-jaar 2010-2011: De voorgenomen Shoah in Eretz Yisrael

(Nieuwe studies in Duitsland en de Verenigde Staten openbaren geheim Nazi-plan)

  • Planning van Holocaust voor Joden in Palestina door Hitler en de Groot-Moefti van Jeruzalem

Historici waren altijd al van mening, dat de nazi’s een half miljoen Joden in Palestina zouden hebben uitgeroeid, als de Duitse legers tijdens de Tweede Wereldoorlog onder aanvoering van Erwin Rommel erin geslaagd zouden zijn Noord-Afrika te veroveren. Die uitroeiing van de Joden aldaar zou in overeenstemming zijn geweest met de ideologie van de nazi’s, voor wie ook veel Arabieren in landen van het Midden-Oosten grote sympathie koesterden. De nazi’s hadden bij de genocide op de Joden in het Joods Nationaal tehuis zeker kunnen rekenen op de medewerking van Arabieren, die door hun geestelijke en politieke leiders, Mohammed Amin al-Husseini, de groot-Moefti van Jeruzalem, op alle mogelijke manieren werden opgezweept om Joden als hun ergste vijanden te zien en te doden. Maar tegelijkertijd geloofden historici in de afgelopen decennia ook, dat Hitler en de zijnen nooit een bijzonder plan hadden uitgewerkt om behalve de Joden in Europa, ook een half miljoen Joden in Palestina te vernietigen.

Welnu, nieuw archief-onderzoek heeft onlangs in deze stand van zaken grote veranderingen gebracht. Twee Duitse geschiedkundigen, Klaus-Michael Mallmann en Martin Cuppers publiceerden enkele jaren geleden in volume 35, Nr. 1 van Yad Vashem Studies in Jeruzalem, een opzienbarend essay, getiteld Elimination of the Jewish National Home in Palestine: The Einsatzkommando of the Panzer Army Africa 1942, waarin beide historici uitstekend documenteren (vaak tot in kleine details), dat de nazi’s wel degelijk een bijzonder plan klaar hadden liggen om ook genocide te plegen op een half miljoen Joden in het Joods Nationaal Tehuis in Palestina.

Toen het Duitse Afrikakorps onder leiding van Erwin Rommel in 1942 Tobroek, een havenplaats in het noordoosten van Lybie, had ingenomen, en vervolgens voorbereidingen trof om via Egypte Palestina te veroveren, begon SS-Obersturmbannfuhrer Walter Rauff, het spreciale Einsatzkommando/Egypte te organiseren, dat zich bij Rommels troepen zou aansluiten om alle Joden in het Joods Nationaal Tehuis te doden. Walter Rauff vloog 20 juli 1942 naar Tobroek om zijn Einsatzkommando/Egyppte onder het opperbevel van Erwin Rommel te plaatsen en diens instructies te ontvangen. Negen dagen later vloog Rauff vanuit Berlijn met de leden van zijn Einsatzkommando/Egypte naar Athene, om zich voor te bereiden op de uitvoering van hun opdracht: het doden van alle Joden in het Joods Nationaal Tehuis, nadat Rommel de te verwachten overwinning in Egypte zou hebben behaald. Het Einsatzkommando/Egypte zou onder leiding van Walter Rauff in Palestina met medewerking van de Arabieren op dezelfde wijze gaan opereren als de Einsatzkommando’s tijdens de Operatie Barbarossa in de Sovjet-Unie deden, waar ze al meer dan één miljoen Joden in mobiele gaskamers hadden gedood.

Het is niet toevallig dat Hitler Walter Rauff had benoemd tot SS-Obersturmbannfuhrer van het bijzondere Einsatzkommando/Egypte, omdat Rauff nauw betrokken was geweest bij de genocide op de Joden in de Sovjet-Unie. Hij was een van de belangrijkste organisatoren van de massale uitroeiing van de Joden tijdens de Operatie Barbarossa. Het was vooral zijn taak om de Einsatzkommando’s die het fusilleren en vergassen van de Joden voor hun rekening namen, technisch goed uit te rusten met voertuigen en munities. In september 1941 had hij aan Friedrich Pradel, die verantwoordelijk was voor de leden van het Kommando van de ene stad naar de andere, de opdracht gegeven om voor het doden van Joden bestelwagentjes om te bouwen tot gaskamers. Dat bleek een uitkomst en daarom liet Walter Rauff in het najaar van 1941 dertig vergassingscamions bouwen om Joden een afschuwelijke dood in te jagen. Op dezelfde wijze zouden de Joden in Palestina als ongedierte worden verdelgd. Zoals de Einsatzkommando’s in de Sovjet-Unie betrekkelijk kleine eenheden vormden, omdat ze konden rekenen op de medewerking van de plaatselijke bevolking, zo bestond het Einsatzkommando/Egypte slechts uit vierentwintig leden, omdat Rauff rekende op een massale medewerking van de Arabische bevolking in Palestina.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog geloofden de Duitsers, dat de Arabieren in Palestina en in het Midden-Oosten anticipeerden op een Duitse overwinning, die met zich mee zou brengen, dat niet alleen Europa maar ook het Midden-Oosten “Judenrein” zou worden. In 1942 noteerde de SS-er Walter Schellenberg, dat “de Arabieren hoopten dat Hitler zou komen om Palestina en het hele Midden-Oosten van alle Joden te zuiveren. Voor de Arabieren is Veldmaarschalk Erwin Rommel een legendarische persoonlijkheid geworden. Daarom vragen de Arabieren telkens weer, wanneer de Duitsers nu eindelijk zullen komen”. Rommel en de nazileiders dachten in het begin dat het niet moeilijk zou zijn El Alamein te veroveren en dat vervolgens de invasie in Palestina niet veel problemen met zich zou meebrengen. Maar in september 1942 werden de Duitse legers in El Alamein verslagen. Dit betekende dat er voorlopig geen sprake kon zijn van een verovering van Egypte en een invasie in Palestina. Daarom keerden de leden van het bijzondere Einsatzkommando/Egypte dat in Athene klaar stond om naar Egypte te vliegen en zich te voegen bij het Afrikakorps van Rommel, naar Berlijn terug. De Joden in Palestina hadden in grote angst gezeten, omdat de Duitse legers na de verovering van Tobroek al op weg waren Palestina binnen te trekken, de leden van het bijzondere Einsatzkommando/Egypte in Athene op het vliegveld met de mobiele gaskamers al klaar stonden om naar Egypte te vliegen en tenslotte onnoemelijk veel Arabieren bereid waren Joden te doden, voordat zij hen zouden doden. Rommels nederlaag te El Alamein, als gevolg waarvan de verovering van Egypte en de invasie van Palestina niet doorgingen, betekende een zeer belangrijk keerpunt in de Tweede Wereldoorlog: de voorgenomen planning van de Shoah in Eretz Yisrael door Hitler en de zijnen kon niet worden uitgevoerd. De Geallieerden hebben met de overwinning die ze in september 1942 te El Alamein (Egypte) behaalden en de opening van de 2de verdedigingslinie in november 1942 in Noord-Afrika tijdens de Tweede Wereldoorlog, het leven gered van 500.000 joden in Eretz Yisrael.

Van oktober 2010 tot en met mei 2011 werden elke donderdagmiddag aan het Simon Wiesenthal Instituut te Brussel (SWIB) van 14.30 uur tot 16.30 uur colleges gegeven over dit nieuwe onderzoek: De planning van Holocaust voor Joden in Palestina door Hitler en de Groot-moefti van Jeruzalem. 

We gebruikten de Franse vertaling van het boek Mallmann en Cuppers. In 2007 publiceerden zij hun boek Halbmond und Hakenkreuz. Das Dritte Reich, die Araber und Palastina, Wissenschaftliche Buchgesellschaft Darmstadt. In 2009 verscheen een Franse vertaling hiervan, onder de titel Croissant fertile er croix gammee. De IIIe Reich, les Arabes et la Palestine. Hieraan werden 65 college-uren besteed. Het spreekt vanzelf dat ook aan het bestuderen van het vele nieuwe materiaal van de onderzoekers Mallmann en Cuppers héél veel tijd moest worden besteed.

  • Hitlers Dschihad: Nationaal-socialistisch radio-propaganda voor Noord-Afrika en Midden-Oosten (1939-1945)

Op 7 juli 1942 deed Haj Mohammad Amin al-Husseini, de Grootnoefti van Jeruzalem en een van de trouwste vazallen van Adolf Hitler, in een Arabische uitzending vanuit Zeesen, ten zuiden van Berlijn, in een lange toespraak een indringende oproep aan alle moslims in het Midden-Oosten: “Doodt de joden, waar je hen tegenkomt, vóórdat zij jullie allemaal om het leven brengen! Dit behaagt God, de geschiedenis en de godsdienst!” Er waren destijds ongeveer 120.000 shortwave radios in het Midden-Oosten (in Palestina 40.000 en in Egypte 60.000), waarop de toespraak van de geestelijke en politieke leider was te horen.

Toen het Afrikakorps van Rommel in de zomer van 1942 nog maar honderdentwintig kilometer van Alexandrie  was verwijderd, wachtten veel inwoners van Cairo met smart op de Duitsers, omdat zij hen zagen als bevrijders. De Joodse gemeenschap in Palestina (een half miljoen, onder wie veel vluchtelingen uit Europa) had het Spaans benauwd gekregen, omdat zij zich goed realiseerden, wat haar lot zou zijn als de Duitse legers Palestina binnenvielen: namelijk de verwoesting van het Joods Nationaal Tehuis. Palestina, Brits mandaatgebied, was intussen een kruidvat geworden, waar telkens opnieuw in veel steden progroms uitbraken (11921, 1929, en 1936-1938), die door de Grootmoefti van Jeruzalem werden georganiseerd. Er was al een Einsatzkommando/Egypte samengesteld onder leiding van Walter Rauff, die klaar stond om zich bij het Afrikakorps van Rommel te voegen en die al de opdracht had gekregen in Palestina een half miljoen Joden uit te roeien. En zoals het ging in Polen en de Sovjet-Unie, hoopten de leden van het speciale Einsatzkommando/Egypte, dat zij bij de genocide op de Joden in het Midden-Oosten, konden rekenen op de daadkrachtige ondersteuning van de plaatselijke bevolking, in concreto de Moslims.

De nazi’s hebben tijdens de Tweede Wereldoorlog heel veel gedaan om in Noord-Afrika en het Midden-Oosten de sympathie en medewerking te werven van de aldaar wonende moslims. Zij hadden zeer nauwe contacten gesmeed met de Grootmoefti van Jeruzalem, Amin al-Husseini, die vanaf november 1941 in Berlijn leefde en werkte. Na de machtsovername door Adolf Hitler leverde Berlijn wapens aan de Palestijnse Arabieren, die streden tegen de Britten en de Joden. Er kwamen meer pro-fascistische Arabische exilanten naar Berlijn. Er werd later zelfs een aparte Waffen SS-eenheid van Moslims samengesteld. Omdat in de landen van het Midden-Oosten de Britten en de Fransen de lakens uitdeelden, konden de nazi’s alleen hun invloed laten gelden door propaganda te maken voor de strijd van de As-mogendheden tegen de Britten en de Joden. Daarom wierpen Duitse piloten tijdens de opmars van de legers van Rommel vele honderdduizenden brochures en folders uit boven de steden van Noord-Afrika. Naar vooral de radio (een kortegolfzender) die in het zuiden van Berlijn was geplaatst), was een machtig wapen voor Hitler en de zijnen om sympathisanten en medewerkers onder de moslims te werven. Deze kortegolfzender heeft tussen 1939 en 1945 maar liefst zesduizend uur in perfekt Arabisch, programma’s in de aether gestuurd, bestemd voor de moslims in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Deze programma’s bevatten nieuwsberichten, muziek en commmentaar. De inhoud van deze uitzendingen, die dag en nacht plaatsvonden, komt volmaakt overeen met die van het weekblad “Der Stumer”, dat vanaf het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw tot aan het einde van de Tweede Wereldoorlog in Berlijn door Julius Streicher werd uitgegeven. De speciale staf die in de propaganda-afdeling van het ministerie van Buitenlandse zaken, onder leiding van Kurt Munzel van het Orientreferat, deze Arabische uitzendingen verzorgde, was op één na de grootste van alle werkcomitees in de verscheidene ministeries. De teksten van alle Arabische uitzendingen waren doordrongen van een ongehoord virulente Jodenhaat, die geest en hart van miljoenen moslims in het Midden-Oosten heeft vergiftigd.

Historici hebben altijd geweten dat de nazi’s tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit Berlijn radio-uitzendingen naar het Midden-Oosten verzorgden, maar van de geluidsbanden heeft men niets teruggevonden. Men dacht dat ook deze geluidsbanden door het bombardement op Berlijn verloren waren gegaan of aan het einde van de oorlog waren vernietigd. Enkele jaren geleden deed de Amerikaanse historicus Jeffrey Herf een sensationele ontdekking in het Nationaal Archief van de staat Maryland. Hij vond daar een zeer uitgebreid bestand van een zekere Alexander Kirk, die in 1941 tot ambassadeur in Cairo was benoemd. Onder zijn leiding vertaalde een hele staf van “Ärabisten” op de Amerikaanse ambassade elke week heel ijverig verbatim de Achsen-Rundfunksendungen in Arabischer Sprache in het Engels. De vertaling werd getelegrafeerd naar de Amerikaanse en Britse regering in Washington en Londen en naar andere regeringen die met de Geallieerden verbonden waren. Het is duidelijk dat deze vertaling voor historici en politieke leiders van onschatbare waarde is. Opmerkelijk is, dat dit bestand al in 1973 werd vrijgegeven voor historisch onderzoek, maar dat er helemaal geen aandacht aan werd besteed. Jeffrey Herf was de eerste wetenschapper die zich in dit materiaal verdiepte en sinds enkele jaren erover schreef.

Thema’s die regelmatig in de Arabische uitzendingen terugkeren, zijn: een grenzenloze Jodenhaat, het voornemen om het Joods Nationaal Tehuis in Palestina te verwoesten, de mateloze vijandschap tegen Britten, Amerikanen en Bolsjewisten, die gezworen handlangers zijn van de Joden, het afschudden van het brute koloniale juk in het Midden-Oosten, en tenslotte het accentueren van de diepe verbondenheid van de radicale Islam met het nationaal-socialisme. De inhoud van de zesduizend uur durende Arabische radio-uitzendingen naar het Midden-Oosten maakt onomstotelijk duidelijk, dat de politieke leiders onder de nazi’s de diepste overtuiging koesterden, dat de “prediking” van een radicaal antisemitisme en antizionisme onontbreeklijk was om de harten van de Arabieren en Moslims in het Midden-Oosten voor zich te winnen. Tijdens de oorlog (1939-1945) herhaalde men in de uitzendingen als een refrein, dat de Tweede Wereldoorlog een Joodse oorlog was, die de Joden op sluwe wijze waren begonnen om in Palestina een Joodse staat te stichten, die zich verder zou uitbreiden om de hele Arabische en Islamitische wereld te domineren. Bovendien kon men in de uitzendingen bijna onophoudelijk horen, dat de Joden in het midden van de 20ste eeuw waren begonnen de Islam te vernietigen, zoals hun voorvaderen in de afgelopen dertien eeuwen overal in de wereld hadden gedaan. Een overwinning van de Geallieerden zou een overwinning van de Joden met zich meebrengen, terwijl een overwinning van de As-mogendheden zou impliceren de bevrijding van de Arabische volkeren van het Britse en Amerikaanse juk en van het Joodse imperialisme. Als de As-mogendheden zouden triomferen, dan zou de stichting van een Joodse staat in Palestina absoluut onmogelijk zijn. Dan zou er ook een Europa komen met politieke en geestelijke leiders die de Islam eindelijk respecteren.

Van oktober 2010 tot en met mei 2011 werden elke donderdagmorgen aan het Simon Wiesenthal Instituut te Brussel (SWIB) van 11.00 uur tot 13.00 uur colleges gegeven over dit nieuwe onderzoek van Jeffrey Herf: Hitlers Dschidad: Nationaal-socialistische radio-propaganda voor Noord-Afrika en Midden-Oosten. Hieraan werden 65 college-uren besteed. Het spreekt vanzelf dat ook hier aan het bestuderen van het nieuwe en zeer uitgebreide archief-materiaal van de Amerikaanse onderzoeker Jeffrey Herf héél veel tijd moest worden besteed. De inhoud van beide nieuwe studies vullen elkaar aan, want zonder de haatcampagne tegen het Joods Nationaal Tehuis in Palestina zou er nooit een concreet plan zijn uitgewerkt om dit Tehuis van de Joden te verwoesten. Zoals we het vorig deden hebben wij ook voor deze zomer colleges gepland, omdat we van plan zijn om ons onderzoek over De voorgenomen Shoah in Eretz Yisrael (nieuwe studies in Duitsland en de Verenigde Staten openbaren geheim Nazi-plan) aan het einde van 2011 af te sluiten en het kalenderjaar 2012 te besteden aan het componeren én schrijven van een boek hierover, waarin ook duidelijk wordt dat de erfenis van Hitler en de zijnen nu door Iran, Hamas, Hezbollah en de Islamitische Jihad wordt doorgegeven om het karwei van de Fuhrer af te maken, namelijk de vernietiging van de staat Israel. Dat wordt een hele klus, die veel tijd vraagt. Het materiaal dat op onze tafel ligt is zeer uitgebreid. De resultaten van ons onderzoek zullen worden gepubliceerd door uitgeverij Jongbloed te Heerenveen en het boek zal worden opgedragen aan Simon Wiesenthal en Simon Speijer.

*******************************************

Inmiddels is het nieuwste boek van Dr. Hans Jansen op zondag 1 maart 2015 gepresenteerd.

Het recent verschenen boek draagt als titel:

‘Waarom mag Israel niet bestaan in het Midden-Oosten?’ 

Auteur: Dr. Hans Jansen – Uitgever: Royal Jongbloed te Heerenveen – ISBN 978-90-889710-9-9 / 1017 pagina’s – Prijs: 39.50 Euro

********************************************

Van dr. Hans Jansen is onder meer bekend het baanbrekende werk:

‘Christelijke theologie na Auschwitz’  

*********************************************

Gerard J. C. Plas

 

 

 

 

 

Be Sociable, Share!

  One Response to “Bulletin / Stichting Wiesenthal fonds”

  1. Dank voor dit artikel , het geeft heel duidelijk weer ,dat hetgeen er nu gebeurd in Israel ,helemaal niets met Zionisme te maken heeft. Fijn dat u de mogelijk geeft , het ook aan anderen te kunnen doorsturen.

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »