Apr 032016
 

samaria_judeaHans Jansen heeft een verpletterend boek geschreven, ook letterlijk, want het telt duizend pagina’s en je kunt er een vijand mee doodslaan, als met een ezelskaakbeen. Het heet “Waarom mag Israël niet bestaan in het Midden-Oosten” en dat is een goeie vraag. Een dubbele vraag zelfs: waarom mag Israël van de islamitische staten niet bestaan, maar ook: waarom mag het van een deel van de westerse elite niet bestaan?

Eerst iets over dat tweede. Zoals u weet bestaat er bij ons, in België en Nederland een irrationele haat tegen Israël. Het is mijn overtuiging dat die haat gebaseerd is op antisemitisme, maar een in de hele christelijke wereld – en ik zeg dit als christen – bestaand atavistisch antisemitisme, dat in ieder individu via het collectieve onderbewustzijn op elk moment actief kan worden. Dat onderbewuste racisme bereidt de geesten van beschamend veel intellectuelen voor op de inwerkingtreding van de katrollen in hun volledig geautomatiseerde denken.

Aan dit fenomeen moest ik denken toen ik onlangs de Israëlische ambassade in Brussel bezocht. Die ambassade is noodgedwongen een fort, gelegen in een afgesloten zijstraat vol betonblokken, bewaakt door para’s met hun machinegeweer als een baby op de buik, en het gebouw zelf omringd door een veiligheidsmuur, bezet met tientallen cyclopenogen. Maar binnen grijnst iedereen naar je, zegt sjalom en maakt grapjes. En zo is het een metafoor van Israël zelf.

Weer thuis moest ik terugdenken aan de Zesdaagse Oorlog. Nog zie ik mijn ouders bij de radio zitten (wij hadden geen televisie), en weer zie ik de opgeheven vuist van mijn vader toen hij uitriep: ‘Verdomd, verdomd, ze hebben ze de woestijn in gedreven!’ De tranen stroomden over zijn wangen; het was voor hem een nieuw Duitsland dat verslagen was.

Na 1967 en zeker na de oorlog van 1973 is de sympathie die in Nederland voor Israël bestond geleidelijk omgeslagen. Ik ga die ontwikkeling hier niet uitdiepen – maar feit is dat er een krachtige Palestina-lobby bestaat, die gesteund wordt door de hersenen en de grote mond van de linkse intellectuelen en de nog grotere mond van de hier levende moslims.

Een paar voorbeelden. De voormalige premier Dries van Agt heeft op ieder beschikbaar dak staan schreeuwen hoe slecht Israël wel niet is en dat wij dringend met die aardige, redelijke mensen van Hamas moeten gaan praten maar niet met Geert Wilders.

Op de VRT heb ik horen verklaren dat er in 1948 ‘miljoenen’ Palestijnen zijn verjaagd. In Den Haag demonstreerden een stuk of twintig in boerka gehulde dingen voor het meest gemaltraiteerde woord dat er bestaat: vrijheid. Een van de dingen schold een aanwezige journalist uit. Het ding noemde hem: Joden-hond. En de Belgische ‘Dichter des Vaderlands’ Charles Ducal gunt de Joden beslist geen vaderland en publiceerde een stuitend antisemitisch gedicht (ik schreef erover in Joods Actueel).

Tegen al deze mensen zeg ik: ‘Bent u tegen Israël? Heel goed, maar dan kunnen wij geen vrienden zijn, ook al bent u ongetwijfeld intelligent genoeg om uw antisemitisme als antizionisme te camoufleren en dom genoeg om het zelf niet meer als Jodenhaat te herkennen.

Antisemitisme is de ongrijpbare substantie waarin het Kwaad zich heeft samengetrokken – het is de duivel die zijn mond niet kan houden. Maar omdat de duivel erg sluw is, heeft hij zich nu verstopt in dat o zo misleidende begrip ‘antizionisme‘.

De Europese decadentie bestaat erin dat de Europese intelligentsia in meerderheid niet wil begrijpen dat ‘de Palestijnse kwestie’ helemaal niet over land gaat, maar een pan-Arabisch en pan-islamitisch project is Israël te vernietigen. Het makkelijkste kan men dat demonstreren aan de hand van beelden uit een groot land dat een vredesakkoord met Israël heeft, Egypte namelijk.

Tijdens de recentste Gaza-oorlog stonden de Egyptenaren te demonstreren tegenover de Israëlische ambassade in Caïro. Op hun borden stonden swastika’s en teksten als ‘The Gas Chambers Are Ready’. Mensen als Dries van Agt en Lucas Catherine en hun geestverwanten begaan een misdaad door daarover te zwijgen.

Die borden illustreren datgene wat Hans Jansen in zijn boek bewijst: dat Israël wordt omringd door Jodenhaat. Ik citeer pagina 597: ‘Het afschilderen van zionisten en Joden als “de afstammelingen van apen en zwijnen”, dat wereldwijd een traditioneel thema is in de islam (in Koran, Hadith, exegese van Koran en in preken van imams), maar in het verleden van geen praktische betekenis voor de omgang met Joden, werd pas relevant na de Zesdaagse Oorlog van 1967 en is de laatste jaren in de Arabische en islamitische wereld in de media, als gevolg van de Tweede Intifada, zeer wijd verspreid’.

Tijdens de laatste Gaza-oorlog braakten de leden van de linkse moskee de gebruikelijke rituele vervloekingen uit, die een diep antisemitisme bevredigden. Dat Israël – altijd in reactie op agressie – uitsluitend militaire doelwitten aanviel en Hamas systematisch civiele… ach, hoe convenabel dit te vergeten.

Met enkele van hen poogde ik een gesprek te voeren over de ware aard van Hamas. Dat gesprek was onmogelijk. Palestijnen waren zielig. Het westen deed lelijk tegen ze. En de Joden bedreven apartheid, genocide en nog een aantal verwerpelijke dingen. De Europese Unie moest Israël onverwijld boycotten. Dat laatste is eenvoudig de moderne variant van wat leden van de Sturmabteilung en rancuneuze kleine Duitse burgermannetjes in de jaren dertig op Joodse winkelruiten kalkten: Kauft nicht bei Juden!    

Waarom willen hoogopgeleide linkse mensen niet inzien wat de ware aard van Hamas is? Wat verklaart het monsterlijke verbond tussen hele en halve Europese communisten en bloeddorstige, vrouwenhatende gekken met een middeleeuws wereldbeeld? 

Ik denk dat ik het antwoord ken. Hamas (en de hele islamitische wereld) poseert met een zeker dramatisch talent als slachtoffer, en links is van oudsher dol op slachtoffers. Bovendien koestert ook Hamas een utopie. En utopisten herkennen hun soortgenoten, net als honden. In de utopie van Hamas is de wereld een plek die gezuiverd is van Joden – om die paradijselijke toestand te verwezenlijken is bijvoorbeeld de moord op Joodse kleuters wenselijk, want die groeien anders toch maar op tot soldaten van de Zionistische Entiteit. Ik vertel hier geen sick joke, het maakt deel uit van het strijdplan van Hamas. Ondertussen worden Palestijnse kinderen uit de Gazastrook in Israëlische ziekenhuizen gratis behandeld.

In de islamitisch-fundamentalistische utopie begint alles dus met het uitroeien van de Joden. Dit vervelend aspect van de Palestijnse droom wordt door de westerse utopisten luidkeels verzwegen. Het toejuichen zou hen ook te zeer in verlegenheid brengen, al heb ik zo het idee dat sommigen onder hen in stilte vinden dat de Joden hun ondergang aan zichzelf te danken zouden hebben –  dat laatste geheel in de traditie van grote Europese antisemieten als graaf de Gobineau en H.S. Chamberlain.

Maar er is ook dit aspect: de mogelijkheid de Joden ervan te beschuldigen zich ‘als nazi’s te gedragen’ en een ‘Palestijnse holocaust’ te organiseren (want al deze stuitende aantijgingen lees je) ontslaat de linkse Gutmensch van dat knagende , onuitstaanbare schuldgevoel over ons antisemitische Europese verleden.   

Maar het is allemaal nog veel erger. De grootste schok die Hans Jansen ons in zijn boek bereidt is deze: de extremistische visie van Hamas, Iran, Hezbollah, IS, de zelfmoordenaars… is die van een overweldigende meerderheid van moslims. Dat begint met het onderwijs: iedere volgende generatie zal de Joden even enthousiast haten als de vorige. Ik geef u ter illustratie de titel van de hoofdstukken in het boek van professor Jansen betreffende het onderwijs in het Midden-Oosten:

  • Onderwijs van Israëlische regering in dienst van vreedzame co-existentie van Palestijnen en Israëliërs.
  • Onderwijs van autoriteiten in Syrië nodigt leerlingen aan om Israël in heilige oorlog te vernietigen.
  • Onderwijs van autoriteiten in Saoedi-Arabië moedigt leerlingen aan om Israël in jihad te vernietigen.
  • Onderwijs van autoriteiten in Egypte moedigt leerlingen aan om Israël in Jihad te vernietigen.
  • Onderwijs van Iraanse islamitische Republiek moedigt leerlingen aan om Israël in jihad te vernietigen.

Ben ik, is Hans Jansen een vijand van de islam? Welnu, ik zal eens een vijand van de islam aan het woord laten. Het betreft een commentaar op Hamas: ‘Voor de moslim is doden een vrijetijdsbesteding. En als ze geen vijand vinden om te doden, doden ze onder elkaar. Het is onmogelijk dat een volk dat zijn kinderen opvoedt met de dood en het martelaarschap, en dit om zijn schepper te behagen, tegelijkertijd de liefde voor het leven onderwijst.’ Woorden van een Arabische vrouw, Wafa Sultan, een Syrische sociologe, werkzaam in de Verenigde Staten.

De gevaren die Israël bedreigen zijn gevaren voor de hele westerse wereld. De islam heeft voldoende fundamentalisten om ons langdurig in een oorlogssituatie te houden. En Israël is het ideologische front, ook wanneer daar niet de facto gevochten wordt, zoals momenteel. Het moslimfundamentalisme is ons aller vijand. Maar het is moeilijk voor ons, hedendaagse Europeanen, om nog een vijand te herkennen. Niet alleen de oikofobie, de uit vage onlustgevoelens geboren afkeer van de eigen beschaving, maar ook de psychologie heeft onze beschaving ondermijnd. Van de psychologie mag je met een beschuldigende vinger naar je ouders wijzen, maar niet naar een vijand. Vijanden zijn mensen die zelf door hun ouders zijn misvormd en hen treft dus geen schuld.

Overdrijf ik? Toen ik in 2010 fysiek te maken kreeg met de intolerantie van de islam – Sharia4Belgium verhonderde toen een lezing van mij aan de Universiteit van Antwerpen – hoonde de linkse pers mij: ik had het zelf gezocht. Inmiddels blijkt ik nog veel meer gelijk te hebben gehad dan ik toen al vreesde: de leden van van Sharia4Belgium zitten in de gevangenis of hebben zich bij IS aangesloten. En ten bewijze van de islamitische intolerantie hebben wij hier, vandaag, in een West-Europese stad, in het jaar 2015, zwaarbewapende para’s voor de deur nodig.

Maar niet alleen jihadisten zijn onze vijanden, ook al die andere Jodenhaters en Israëlverketteraars zijn dat, van Lucas Catherine tot Abou Jahjah. Toen Bart De Wever opriep om Joodse instellingen te beschermen met behulp van het leger, tweette Abou Jahjah in afschuwelijk Nederlands: ‘Waar was je leger toen Hans van Temsche allochtonen en kinderen in klare daglicht in Antwerpen neerknalde?’ De tweet werd verzonden ter attentie van ‘Zionistenpijper’.

Ik geloof niet dat we hieruit kunnen afleiden dat de De Wever de bedoelde seksuele handeling soms met een zionist verricht, maar wel dat iemand die de Joodse gemeenschap wil beschermen in de ogen van Abou Jahjah een zionist is. Wat betekent dat de leden van de Joodse gemeenschap dan a fortiori zionisten zijn, met andere woorden: slechte mensen die je gerust mag doodschieten.

Zionisme

Op pagina 847 van zijn boek citeert Hans Jansen Al-Jazeera, een zender waarvan de meeste westerlingen menen dat die het Arabische fatsoen vertegenwoordigt. In een bepaalde talkshow ging het ‘over deze interessante vraag: “Is zionisme slechter dan nazisme?”

Dr. Faisal al-Qassam, de gespreksleider, verwoordde in het debat de mening van een kijker die had gemaild: “De zonen van Sion, die onze God heeft getypeerd als de zonen van apen en zwijnen, zullen niet worden afgeschrikt tot dat er een nieuwe holocaust plaatsvindt (in het Midden-Oosten), die álle Joden in één keer zal uitroeien, tezamen met onze verraders (degenen die nu met hen collaboreren, het schuim van de islamitische natie)”. Zo wordt zelfs in de amusementsindustrie in de landen rondom Israël de virulente haat tegen Israël aangewakkerd.”

Wat is dat eigenlijk, een zionist? Een Jood die voor het eerst in 2000 jaar terugschiet? Terug naar antizionisme in het westen. Als je tegen Israël bent, ben je tegen de Joden, ook al weet je dat niet van jezelf. De alliantie met ‘alle joden aan het gas’ roepende moslims in onze straten tijdens de laatste Gaza-oorlog is natuurlijk vervelend voor linkse intellectuelen. Met het oog op dat probleem hanteren ze de Semitische-semantische methode: ze verklaren dat ze helemaal niet antisemitisch zijn maar enkel antizionistisch. Dat komt op hetzelfde neer als zeggen dat je niets tegen de Franstaligen hebt maar enkel iets tegen België – alleen duizend keer erger.

Het geeft ze in hun eigen ogen het recht allerlei clichés over Israël te verkondigen, een terreurstaat waar handen worden afgehakt en vrouwen gestenigd en waar je veertig zweepslagen krijgt als je betrapt wordt met een glas wijn; het land ook dat een aardige, efficiënte man als Adolf Eichmann zomaar heeft opgehangen, terwijl hij toch niets anders had gedaan dan vele extremisten in het Midden-Oosten maar al te graag zelf zouden willen doen.

Ik geef u één schokkend citaat (in het boek vindt u er honderden en nog eens honderden) dat Hans Jansen ons aanreikt op pagina 149: ‘Op 24 april 1961 publiceerde de Jerusalem Times  (een Engels dagblad in Jordanië) een open brief aan Eichmann. In deze brief wordt Eichmann als organisator van de genocide op zes miljoen Joden in Europa van harte gelukgewenst, omdat hij door de vernietiging van de Europese Joden de gehele mensheid een grote dienst heeft bewezen. Aan het einde van deze brief lees ik: “Ik ben er zeker van: op een dag zal het Eichmann proces in Jeruzalem worden afgesloten met de liquidatie van de overgebleven zes miljoen Joden”.

Abdullah al-Tal, lid van de Jordaanse senaat, typeerde Eichmann als een martelaar en protesteerde tegen de wijze waarop de Joden Hitler en de nazi’s door het slijk haalden. Hij zei onder meer: “Hitler heeft met de Joden gedaan wat men in het verleden met hen deed: ze werden gedood, verbrand en verbannen uit landen waar zij mensen hadden verraden en bedrogen.”‘

Op YouTube stond tijden de laatste Gaza-oorlog een filmpje waarin Hamas de Palestijnen oproept de dood te omhelzen en een menselijk schild te vormen. De gesneuvelde Hamasleider Nizar Rayan stuurde een van zijn eigen zoons op zelfmoordmissie (zonen genoeg, hij had toch vier vrouwen). Hoe zouden Israël en het westen met dit wereldbeeld ooit tot enig redelijk vergelijk kunnen komen? Hoe kun je vrede sluiten tussen twee partijen als de ene de andere wenst te vermoorden?

Intussen krijgen de schaarse apologeten van Israël altijd de nederzettingenpolitiek naar hun hoofd gesmeten. Over die kwestie van land staat iets erg behartigenswaardig op pagina 858 van Hans Jansens boek: ‘(…) niet alleen volgens Hamas en andere terroristische organisaties, maar ook volgens de Palestijnse Autoriteit, gaat het Israëlisch-Palestijnse conflict niet in eerste instantie over een grensconflict maar eerder over een onverzoenlijke godsdienstoorlog. Want de Palestijnse godsdienstige en academische leiders onderwijzen in het openbaar dat het Israëlisch-Palestijnse conflict deel is van de onverzoenlijke oorlog van de islam tegen de Joden.

Om dit standpunt te rechtvaardigen, citeren Palestijnen onophoudelijk islamitische bronnen volgens welke het een religieus dogma zou zijn om Joden te haten en het vermoorden van Joden zelfs de wil van Allah.’

We kunnen nu nogmaals de beroemde woorden van Golda Meir herhalen, uit haar autobiografie My Life (1974): ‘Ik heb er nooit aan getwijfeld, geen ogenblik, dat het werkelijke doel van de Arabische staten altijd de totale vernietiging van de staat Israël is geweest, en dat is het nog. En dat zelfs als wij ver achter de linies van 1967 tot een miniatuur-enclave waren teruggetrokken, zij toch zouden hebben geprobeerd die uit te roeien en ons tegelijkertijd’.

Veertig jaar later, schrijft Hans Jansen, is er niet veel veranderd.

Benno Barnard, Antwerpen 1 maart 2015

*******************************************

De kern van het Israëlisch Palestijns conflict is dat het een religieus conflict is.

Ik begin mijn betoog met een waarschuwing, omdat wat volgt voor velen onder U nieuw, maar ook onaangenaam kan overkomen. Al wat in het boek geschreven wordt, is geschiedkundig onderzocht. Alle verklaringen zijn authentiek en de auteurs van de uitspraken worden zelf aan het woord gelaten. De talrijke voetnoten in het boek getuigen van de wetenschappelijke aanpak van de auteur.

Dat het Joods Natinaal Tehuis (1917-1947) en de staat Israël (1948-heden) géén bestaansrecht hebben, is wijd verspreid in het Midden-Oosten. Bernard Lewis (nestor van de wetenschap van het Midden-Oosten) zei enkele jaren geleden: “Geen enkele moslim zal ooit definitief afstand doen van grondgebied dat ooit werd toegevoegd aan het Rijk van de Islam.”

Waarom?

De kern van het Israëlisch Palestijns conflict is dat het een religieus conflict is. Een politiek conflict kan opgelost worden door onderhandelingen op diplomatiek vlak (geven en nemen, en waar compromissen kunnen afgesloten worden), wat bij een religieus conflict niet mogelijk is. Een religieus conflict is in deze absoluut, alles of niets. Over religie kan niet worden onderhandeld.

Vanuit het oogpunt van de Arabische leiders komt een tweestaten oplossing neer op verraad tegenover Allah, de Koran, de islamitische traditie, en de Hadith (d.i. de overlevering, de uitspraken van de profeet). Vermits het een religieus conflict is, is Israël niet het probleem en ook niet de oplossing, omdat een compromis onmogelijk is. Om dit goed te begrijpen is een historische terugblik op z’n plaats.

In 638 sloot Mohammed het eerste verdrag (dhimma genoemd) met de Joden van Khaymar in Medina. Mohammed zou bij de verovering van de stad hebben gezegd: “Het land behoort aan Allah en aan zijn gezondenen!” Na de dood van Mohammed werden op drie continenten (Azië, Afrika en Europa) veroveringsoorlogen gevoerd en werden gigantische gebieden geannexeerd, gearabiseerd, geïslamiseerd, ja, gekoloniseerd. De islam was de grootste koloniale mogendheid uit de geschiedenis van de mensheid: We onderscheiden twee golven van kolonisaties door de Arabieren: een eerste golf van 640-750: alle landen rondom de Middellandse Zee worden gekoloniseerd (Palestina in 638), een tweede golf van 1021-1689: de kolonisatie door de Turken.

Het is een politiek en juridisch dogma, geworteld in de islamitische traditie, dat het geannexeerde land mag worden onteigend, en dat de overwonnenen dhimmi’s worden van de overwinnaars.

Het zijn immers rechten die Allah zelf aan de moslims heeft geschonken. Talrijk zijn de juridische teksten die deze stelling adstrueren: Om een voorbeeld te geven: “Palestina wordt fay (oorlogsbuit) genoemd, omdat Allah dit land in 638 van de ongelovige Joden heeft afgenomen en aan de moslims heeft gerestitueerd. In principe heeft Allah dit land geschapen, opdat de gelovigen hem ermee zouden dienen. Welnu, de ongelovigen (de Joden), dienen Allah niet in Palestina, en daarom gaf hij het aan de gelovige moslims (de Joden hebben eeuwenlang ten onrechte in Palestina gewoond!!).

Alle vier grote juridische scholen (die van Hanafieten, de Malikieten, de Chafaieten en de Hanbalieten) werkten de bovengenoemde uitlating van Mohammed (“het land behoort aan Allah en zijn gezondene”) uitvoerig verder uit. Zij ontwikkelden allemaal de these (het is bijna een dogma geworden!) van de onfeilbare umma, de wereldwijde moslimgemeenschap. Zij gaan daarbij uit van Koran 3, 106: “Gij zijt geworden de beste gemeente, die voortgebracht werd ten bate van de mensen, doordat gij aanspoort tot het behoorlijke en afweert van het verwerpelijke, en gij aan God gelooft”.

Welnu, het is een communis opinio in moslimkringen in het Midden-Oosten geworden, dat de umma bijna als dogma heeft aangenomen, dat Palestina sinds 638 het onvervreemdbare eigendom is geworden van de wereldwijde moslimgemeenschap.

In dit verband citeert Andrew Bostom in zijn boek The mufti’s Islamic Jew Hatred naar een belangrijke fatwa, die regelmatig wordt geciteerd om duidelijk te maken dat Israël geen bestaansrecht heeft en daarom van de kaart moet worden geveegd.

De Groot mufti van Egypte, sheikh Hassan Ma’moun, schreef op 5 januari 1956 in zijn fatwa onder meer: “moslims kunnen op geen enkele manier vrede sluiten met die Joden die het gebied van Palestina onrechtmatig hebben ingepalmd en zijn bevolking en hun eigendommen hebben aangevallen, wat de Joden toelaat een staat op te richten in dat heilig moslim territorium. Als de Joden een deel van Palestina hebben ingenomen en er hun niet islamitische regering hebben geïnstalleerd en tevens uit dat landsdeel de meeste moslim inwoners hebben geëvacueerd, dan is het voeren van de jihad de plicht van elke moslim om het land terug te schenken aan hun volk. En als alle islamitische landen de verblijfplaats uitmaken van iedere moslim dan is de jihad een bevel voor zowel de moslims die verblijven in het aangevallen territorium, als voor de moslims overal elders.

Andrwe G. Bostom verwijst ook nog naar een fatwa, die enkele dagen later werd gepubliceerd, nl. op 9 januari 1956. Hij schrijft hierover het volgende: “De fatwa van 9 januari wordt ondertekend door de leidinggevende leden van het Fatwa comité van de Al Azar Universiteit (het soennitisch Vaticaan van de islam) en de belangrijkste vertegenwoordigers van al de 4 soennitische scholen van de jurisprudentie. De rechterlijke uitspraken wijden uit over het volgende sleutelbeginsel: nl. dat het vol-ledige Palestina – modern Jordanië, Israël en de betwiste gebieden van Judea en Samaria, alsook Gaza – door de Jihad veroverd, permanent bezit blijft van de globale umma (gemeenschap) -, “fay territory” – buit of opbrengst – en voor eeuwig door de islamitische wet historisch dient bestuurd te worden”.

Als het voeren van de jihad volgens de heilige teksten de vervulling op aarde is van de heilige wil van Allah, dan is zij de start van een onomkeerbaar proces van Arabisering en islamisering van landen die door de islam werden gekoloniseerd, in concreto het land Palestina. Dit heeft tot gevolg dat elke omkeerbaarheid van de jihad, zoals gebeurde in 1948 toen de staat Israël werd gesticht, het plegen van heiligschennis is, een vergrijp aan de heiligheid van Allah, en een krenking van de heilige wil van Allah. De verovering van Palestina, het thuisland van het Joodse volk, dat in 638 na Chr. door de jihad een Arabische kolonie werd, veroordeelde het Joodse volk om voor altijd een natie zonder land te zijn. De nationale identiteit van het Joodse volk werd radicaal uitgeroeid. Van het Joodse volk bleef slechts een getolereerde religie over. Daarom zei Bernard Lewis (deskundige van de islam): “Geen enkele moslim zal ooit definitief afstand doen van grondgebied, dat ooit werd toegevoegd aan het rijk van de islam”.

Hoe leefden de Joden en ook christenen in de periode van 638 tot begin van de 20ste eeuw onder het moslimregime? Joden en christenen leefden (religies van het Boek) als dhimmi’s.

Volgens de islam is de wereld verdeeld in “het huis van de islam (dar al-islam) en “het huis van de oorlog” (dar al-Harb). Daarnaast wordt een derde gebied vernoemd, een gebied van bestand. Welnu, wat was de eeuwen door in het “huis van islam” de positie van de Joden? In principe hebben de Joden geen enkel recht. Zij leven en zijn eigenaar van goederen enkel en alleen bij de gratie van de moslims die in het gebied aan de macht zijn. De Joden verkrijgen alleen maar rechten, als ze zich vreedzaam onderwerpen aan de moslim autoriteit in het land. Dan genieten zij de bescherming van de moslims.

Joden zelf worden dhimmi’s genoemd. Verdragen regelen de openbare en privérechten van Joden. Het eerste recht dat de Joden ontvangen is het recht op leven. Voorwaarde is wel dat zij aan de moslimse autoriteit het hoofdgeld (jizya) betalen en zich aan haar gezag onderwerpen. Het betalen van het hoofdgeld is verplicht op straffe van arrestatie, gevangenisstraf, bekering, roof van kinderen of de dood. Het recht op leven is geen natuurlijk recht, maar een recht dat de Jood moet kopen door jaarlijks aan de moslimgemeenschap (de umma) belasting te betalen. De moslimautoriteit biedt van haar kant de Joden bescherming tegen aanvallen van buiten. Behalve het hoofdgeld dienen zij ook grondbelasting te betalen. In het “huis van de islam” is het de Joden geoorloofd de godsdienst vrij te bepalen. In het boek zijn vele voorbeelden van discriminerende clausules opgenomen.

Wij kunnen zeggen dat de Joden in het algemeen werden getolereerd, maar het waren in feite tweederangsburgers in die zin dat hun rechten beperkt en bepaald werden door de meerderheid van de moslims. De islam hield vast aan de bevoorrechte superioriteit van de ware gelovige.

Bovenstaand beeld van de machteloze Jood verandert sinds het opkomen van de zionistische beweging, de oprichting van Het Joods Nationaal Tehuis (1917) en vooral sinds het ontstaan van de staat Israël. De verschijning van de zionistische Jood in het Midden-Oosten, eind 19de, begin 20ste eeuw die als lid van het Joodse volk een staat wilde oprichten, en die geïnspireerd door een nationalistische ideologie die staat in 1948 ook uitriep, die vervolgens in de onafhankelijkheidsoorlog van 1947-48 een militaire overwinning behaalde op zijn eeuwen oude beschermheren en tolerante meesters (in ieder geval tolerant in vergelijking met de status van de Joden in het christelijk Europa!), deze gebeurtenissen konden bij de moslims in het Midden-Oosten alleen maar diepe gevoelens van wrok oproepen.

De Israëlische historicus Robert Wistrich schrijft: de moslims in het Midden-Oosten hebben het als een niet te verdragen krenking van hun trots ervaren, dat een volk van dhimmi’s, dat eeuwen lang aan de islamitische autoriteit was onderworpen, er in slaagde in het hart van de Arabische wereld een soevereine staat op te richten. Daarom voerden de Arabische landen in 1948 de eerste heilige oorlog om de oprichting van de staat Israël te verhinderen. De krenking van hun gevoelens van trots werd nog versterkt omdat zij niet alleen deze oorlog verloren en vervolgens nog vier keer tegen de Israëli’s ten strijde trokken, maar ook omdat als gevolg van deze oorlogen de staat Israël nog meer gebieden van Palestina kon annexeren.

De onverwachte metamorfose van de verachtelijke, machteloze, vernederde en onderworpen Jood in een zionist die militaire overwinningen behaalt en daarom als een bedreiging voor de samenleving van de moslims wordt ervaren, heeft een theologische, sociologische, economische en politieke breuk in de eeuwenoude traditie van de islam veroorzaakt die niet kan worden getolereerd. Door het plotseling binnendringen van de zionistische Jood wordt de hiërarchie van betrekkingen tussen moslims en Joden in het Midden-Oosten omver geworpen. Omdat de onderworpen status van de Joden is verdwenen, worden de zionisten ervan beschuldigd dat zij door God zelf gewilde orde hebben geschonden.

Namelijk dat het land behoort aan Allah en zijn gezondenen (uitspraak van Mohamed in 638!) we zijn dan in de 20ste eeuw! Er is daarom maar één oplossing die acceptabel is: de Joden moeten hun oude en traditionele dhimmi status (van bescherming en vernedering) weer opnemen.

Hoe reageerden de islamitische machthebbers en geleerden op de opkomst van de zionistische beweging, de oprichting van het Joods Nationaal Tehuis in 1917 en de stichting van de staat Israël in 1948? Toen Ahmadinejad in 2005 en de daaropvolgende jaren tot 2012, propageerde dat Israël geen bestaansrecht heeft en daarom van de kaart moet worden geveegd, was deze visie van de Iraanse president in het hele Midden-Oosten als sinds 1937 wijd verspreid. Ook al bestond Israël toen nog niet, toch werd in Palestina in 1917 door de Balfour Declaration het Joods Nationaal Tehuis opgericht, dat in bepaalde kringen in London en vooral in landen van het Midden-Oosten al als een kleine staat werd gezien.

In verscheidene Arabische landen werd openlijk uitgesproken dat het Joods Nationaal Tehuis in ieder geval het begin was van een Joodse staat in een overwegend Arabisch land. Vooraanstaande politici in Palestina, Egypte, Syrië en Libanon waren er diep van overtuigd, dat het Joods Nationaal Tehuis beslist geen recht kon claimen om te bestaan en daarom onvoorwaardelijk moest worden vernietigd.

Hajj Amin Al-Husseini, een uitgesproken Joden hater en groot Mufti van Jerusalem, was een felle tegenstander van het besluit van de Peel commissie (1937) van de Britse regering in London om Palestina te delen in twee staten: een kleine staat voor de Joden en een grote staat voor de Palestijnen.

In 1937 slaagde Al-Husseini erin om zo een groot aantal landen uit de Arabische wereld samen te roepen op een congres om de deling grondig aan de orde te stellen. Het besluit werd genomen om in het Grand Hotel te Bludan in Syrië een Pan-Arabisch congres te houden op 8, 9 en 10 september 1937 voor maar liefst 500 afgevaardigden. In het memorandum (evaluatie van het congres) werden door alle aanwezige politici in hotel Bludan op 10 september 1937 unaniem de volgende resoluties aangenomen:

  1. Het delen van Palestina in twee staten is in strijd met de rechten van de Arabieren, omdat zij eigenaar zijn van het hele land.
  2. Palestina is een deel van het Arabisch islamitisch territorium.
  3. Palestina is een heilig deel van het hele islamitische territorium.
  4. Palestina is één volledige entiteit waaraan niets ontbreekt en waarvan de Arabieren eigenaar zijn.
  5. Elk deel van Palestina is het eigendom van de grote Arabische Natie.
  6. Palestina is het onvervreemdbare eigendom van het grote Arabische Nationale Tehuis.
  7. Het Palestijnse probleem in het land gaat de hele islamitische Natie aan. Het is de plicht van alle Arabieren en moslims om overal in de wereld te strijden als één man voor de vrijheid en de eenheid van Palestina, om te voorkomen dat er een Joodse staat komt die het hele Midden-Oosten verovert en overal Arabieren zal uitbuiten.
  8. De hele Arabische Natie wordt dringend verzocht om tegen het Joods Nationaal Thuis de heilige oorlog (jihad) te voeren.

Deze visie is nog zo actueel als de dag van vandaag omdat ze van de ene generatie op de andere is overgegaan. Vanaf de oprichting van de staat Israël is het zoeken naar vrede een permanent onderdeel van de politiek van ieder Israëlisch kabinet. De politiek van de Arabische staten was lijnrecht tegenovergesteld aan die van Israël: zij verzoenden zich niet met het bestaan van Israël en weigerden Israël te erkennen; zij gaven hun doel om Israël te vernietigen niet op:

  • 1e. de Onafhankelijkheid oorlog in 1948
  • 2e. de Zesdaagse Oorlog van 1967
  • 3e. de Yom Kippoer Oorlog van 1973

Deze vernietigingsoorlog(en) van de Arabische landen tegen Israël, zelfs al gaven ze bij gelegenheid toe, dat het niet in hun macht lag dit te realiseren; zij volgden op militair vlak een politiek van versterking van het militaire potentieel om hun streven naar de vernietiging van Israël te kunnen uitvoeren; zij probeerden op politiek vlak Israël binnen de familie der volkeren in een isolement te manoeuvreren en op economisch vlak volgden zij een politiek van boycot tegen Israël; op propagandistisch vlak volgden ze een systematische politiek van het kweken van haat en vijandschap tegen Israël, het verdraaien van Israël’s imago door middel van antisemitische stereotiepe (en hier zijn ze spijtig genoeg wonderwel in geslaagd!) en door de jonge generatie op te voeden tot een strijd waarvan het doel is Israël te vernietigen. Aan de grenzen volgden zij een politiek van uitputting door middel van terroristische daden met de bedoeling het normale leven in Israël te ontwrichten.

Tussen 1957 en 1967 verslapte niet één ogenblik het proces van Arabische vijandigheid en haat. Geen wonder dat op de topconferentie van de Arabische leiders, die in augustus 1967 in Khartoem werd gehouden, uit de mond van alle Arabische politici de berucht geworden drie neens klonken die bijna als dogma’s in de notulen van de topconferentie werden vastgelegd:

  • 1e. Geen vrede met Israël
  • 2e. Geen onderhandelingen met Israël
  • 3e. Geen erkenning van de staat Israël
  • Hameren op de rechten van het Palestijnse volk op hun eigen land, nl. heel Palestina.

Ook het Handvest van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), dat dateert uit 1968, zegt tot op heden luce clarius, dat Israël geen bestaansrecht heeft en daarom moet worden vernietigd. De historicus Benny Morris heeft ondubbelzinnig en helder bewezen dat deze grondwet van de PLO nooit is ingetrokken of geamendeerd.

“De PLO heeft aan haar politieke programma geen jota veranderd. De PLO gaat in fasen te werk. Als Allah het wil zullen wij hen uit heel Palestina verdrijven”. De PA/PLO-leiders volharden in hun weigering om het Joodse karakter van Israël te aanvaarden.

In het boek kunt U de belangrijkste resoluties van het Handvest lezen, waarop Mammoud Abbas met een verwijzing naar de PA zich voortdurend beroept, als hij Arabisch spreekt. Laten we niet vergeten dat Abbas door het Westen beschouwd wordt als een gematigde, voor rede vatbare politicus; onlangs werd hij nog met alle egards door onze  Belgische koning Pilip ontvangen. Het loont de moeite al deze artikelen eens grondig te lezen; hier komt als een refrein telkens de bewering terug dat Israël geen bestaansrecht heeft en dient te worden vernietigd. Ik zelf werd bijzonder getroffen door artikel 29, dat ik toch niet kan nalaten voor u te citeren:

Artikel 29: Het Palestijnse volk bezit het fundamentele en onvervalste wettelijk recht zijn geboorteland te bevrijden en weer in bezit te nemen.

Ook voor de islamitische wetenschappers die in 1968 bijna een maand aan de universiteit te Caïro de vierde conferentie van de Academy of Islamitic Research hielden, is vrede met de staat Israël, of een compromis in één of andere vorm, ondenkbaar. In ieder geval zouden zij zonder uitzondering iedere concessie alleen maar kunnen interpreteren als een stap in de richting van de uiteindelijke oplossing: de ontbinding van de staat Israël, de teruggave van Palestina aan zijn rechtmatige eigenaars, de Palestijnse moslims, en het vertrek van de indringers, de Joden.

De driedelige notulen van deze vierde conferentie laten hierover nergens misverstanden bestaan. Tijdens deze conferentie waren geen leden van Hamas, Hezbollah, de islamitische jihad, de Al Aqsa martelaren brigades van Al-Fatah aan het woord, maar “la fine fleur” van de wetenschappers en geestelijke leiders van alle Arabische landen. Twintig jaar later zijn de honderden opvattingen van de islamitische wetenschappers (filosofen en theologen) met betrekking tot de staat Israël, niet veranderd.

Op 21 september 2001 voorspelde Mohamned Ibrahim al-Madhi in een preek in een moskee, dat “de oorlog in het Midden-Oosten tussen moslims en Joden op het punt staat te escaleren: wij zullen Jeruzalem als veroveraars binnentrekken en de Israëliërs verbannen … we zullen een islamitische kalifaat oprichten met Jeruzalem als hoofdstad.

Wat het vredesproces ook helemaal niet vooruit helpt zijn de schoolboeken van de PA, waarin helder en nadrukkelijk geformuleerd wordt: Israël en de Joden zijn de aartsvijanden van de Palestijnen, van alle Arabieren, van de islam en daarom van de hele mensheid. Jihad betekent volgens de uitleg die overal in de onderzochte schoolboeken van de PA, ook in die van Egypte, Syrië, Libanon, Jordanië, Iran en Saoedi-Arabië, wordt gegeven, dat elke moslim bereid moet zijn om te doden en gedood te worden, lijf en leden alsook zijn eigen bezittingen te offeren voor de zaak van Allah, in het diepe bewustzijn dat iedereen die in deze strijd voor de islam sneuvelt, in het Paradijs zal worden beloond.

In het hele onderwijsmateriaal van de PA is nog altijd geen kaart te vinden, waarop Israël als natie is aangegeven. Ook na 2010 leren miljoenen Palestijnse kinderen en jongeren op school dat zij leven in een wereld zonder Israël. Maar ook alle kaarten die hangen aan de muren van Palestijnse kantoren en bureaus, alle officiële websites van de PA en alle TV programma’s laten ook Palestina zien zonder Israël, ondanks de mooie beloften die Mammoud Abbas een jaar eerder op 9 mei 2009 gemaakt had tegenover de Amerikaanse onderhandelaar George Mitchell om een eind te maken aan de haatcampagne tegenover Israël.

Volgens Itamar Marcus en Barbara Crook die een rapport opstelden getiteld “PA still inciting hatred” blijft de PA maar zeggen en schrijven dat het bestaan van Israël niet wettig is, dat er geen sprake is van een territoriaal conflict, maar dat de Palestijnen een RELIGIEUZE oorlog voeren voor Allah om Israël te vernietigen en, dat de PA op alle mogelijke manieren haat promoot door demonisatie, laster en smadelijke aantijgingen en dat zij terreur en geweld verheerlijkt. Het rapport dat ook aan de Amerikaanse regering en het congres werd aangeboden bewijst ook, dat Palestijnse TV programma’s blijven zeggen, dat Israëlische steden zoals Jaffa en Haifa, Palestijnse steden zijn en dat het territorium waarop de staat Israël is gesticht, het thuisland van de Palestijnen is, dat in 1948 werd bezet.

Politieke en geestelijke leiders interpreteren het conflict tussen beide volkeren als een ribat, d.w.z. als een godsdienstoorlog. Moslims zijn diep geschokt in hun religieuze overtuiging. Ze raken gefrustreerd en getraumatiseerd. Hier ligt ook de diepste verklaring voor het feit dat, in Egypte en Jordanië na het vredesverdrag met Israël de haatcampagne tegen de staat Israël niet afnam maar escaleerde, dat de Palestijnen nooit met een vredesinitiatief zijn gekomen, dat de initiatieven van Israël, de Verenigde Staten, de Verenigde Naties en de Europese Unie en Rusland (de Oslo akkoorden, de Road Map en het Genève akkoord) om een vredesproces in gang te zetten, op niets zijn uitgelopen, dat in de afgelopen maanden oktober en november 2014 álle ministers van de Hamas regering voor de zoveelste keer sinds maart 2006 in hun toespraken als een refrein lieten horen dat hun regering Israël nooit zal erkennen en dat tenslotte president Mammoud Abbas van de ministers van het te formeren eenheidskabinet van technocraten niet zal vragen dat ze de staat Israël erkennen.

Ook de Imams dragen niet echt bij tot vreedzame oplossing. De Israëlische journaliste Amira Hass, die vele jaren het dagelijkse leven van de Palestijnen heeft gedeeld, schrijft over de immense invloed die de Imams met hun wekelijkse preken op de bevolking uitoefenen. Als de inhoud van de preken en artikelen vergeleken met de eerder genoemde notulen van de islamconferentie van 1968 te Caïro, dan lezen we opnieuw dat de staat Israël geen bestaansrecht heeft en daarom onvoorwaardelijk van de aardbodem moet verdwijnen.

Ook komt Esti Vebman, expert geschiedenis van het antisemitisme in het Midden-Oosten aan de Universiteit van Tel-Aviv tot de conclusie dat het buitengewoon verontrustend is, dat zo een ongelofelijk wijde kring van wetenschappers in heel het Midden-Oosten de diepste overtuiging koestert dat Israël geen bestaansrecht heeft: elk spoor van zijn existentie zal onherroepelijk moeten worden uitgewist.

Zij komt tot de conclusie dat er na de Oslo akkoorden bij de moslims in het Midden-Oosten geen enkele verandering in de beeldvorming van de Israëli’s is opgetreden.

En om te besluiten: De huidige Palestijnse Groot Mufti van Jeruzalem, Mohamed Hussein, deed op 12 januari 2012, in de moskee een oproep om alle Joden waar ze zich ook maar bevinden te vermoorden. Hij citeert letterlijk een centraal motief uit de moslim eschatologie – zoals beschreven in de Hadith – nl. dat de vernietiging van de Joden noodzakelijk is om het begin van de messiaanse tijden te laten aanbreken. Over de recente toespraak van de Groot Mufti, de belangrijkste Palestijnse moslimgeestelijke, zei de huidige Israëlische eerste Minister op 27 januari 2012: “in plaats van te pleiten voor vrede en verzoening roept de Mufti op om de Joden, waar ze ook zijn in Israël of elders, te vermoorden. Toch hoor ik geen enkele veroordeling van moslims in landen van het Midden-Oosten of van Europa, over de weerzinwekkende uitspraak van de Mufti om all Joden te vernietigen. De Mufti wil genocide plegen maar overal wordt door westerse politici en de media hierover hartverscheurend gezwegen.

En dan komt de vraag op: hebben we in de afgelopen jaren de lessen van de Holocaust wel geleerd? Nemen we deze uitlatingen van de beroemde geestelijke leider in Jeruzalem over de vernietiging van de Joden wel serieus? Of willen we, net zoals veel eerdere generaties, de omvang van het gevaar dat op ons afkomt gewoon niet zien? Mogen we uiteindelijk de vraag stellen? Is er in de toekomst nog hoop op een vredevolle oplossing?

In september 2007 zei de Franse filosoof Bernard-Henry Levy, dé grote pleitbezorger in onze wereld van vrijheid en menselijke waardigheid, in Amsterdam: “de islamitische wereld heeft een aggiornamento nodig, een omwenteling en het is waar dat die omwenteling er alleen komt als de islamitische teksten werkelijk kritisch worden gelezen, als dogma’s ter discussie worden gesteld. Dit is de kern van het probleem: of de Koran blijft onaantastbaar en we koersen af op een catastrofe; of we accepteren het idee dat een tekst alleen leeft bij de gratie van het commentaar, door constante herziening. Pas dan zal een nieuwe tijd voor de islam aanbreken!

Yvonne Caluwaerts, Antwerpen, 1 maart 2015 

Uit: BULLETIN – is een uitgave van Stichting Wiesenthal Fonds / oktober 2015 / www.simon-wiesenthal-archive.at

*******************************************

Wie zijn de Palestijnen eigenlijk?

Palestijnen zijn het nieuwste volk in de wereld, en is in een enkele dag geboren. Dit is bijzonder uniek in de geschiedenis van de wereld; de geboorte van een nieuw volk in een enkele dag! Walid Shoebat, een ex-PLO terrorist, sinds 1994 een Christian, zegt het volgende hierover:

“Hoe komt het dat ik op 4 juni 1967 een Jordaniër was en de volgende dag (5 juni 1967 brak de Zesdaagse-Oorlog in Israël uit) was ik een Palestijn? Wij waren best tevreden in Jordanië. De vernietiging van de Staat Israël was een belangrijk deel van ons curriculum, maar toch zagen wij onszelf als Jordaniërs. Totdat de Israëliërs terugkeerden naar Jeruzalem! Toen werden wij opeens Palestijnen. Wij haalden de ster van de Jordaanse vlag af, en hadden plotseling een Palestijnse vlag. Toen ik eindelijk realiseerde welke leugens mij geleerd waren, voelde ik dat het mijn plicht was de waarheid te vertellen”.  

Het is waar, er bestaat niet een Palestijns volk, Palestijnse cultuur, Palestijnse taal of een Palestijnse geschiedenis. Er is nooit een Palestijnse staat geweest, niet in het land van Israël of ergens anders, ook niet Palestijnse archeologische vondsten of munten.

Wat wij vandaag Palestijnen noemen zijn Arabieren, met een Arabische cultuur, Arabische taal en een Arabische geschiedenis. De ‘Palestijnen’ waren Jordaniërs, en Jordanië, officieel het Hasjemitisch Koninkrijk Jordanië was een Britse creatie na de Eerste wereldoorlog van 1914-1918, want tot die tijd had er nooit een land bestaan die Jordanië heette, tot na de Zesdaagse-Oorlog in 1967, waar Israël de coalitie van Egypte, Syrië en Jordanië en negen andere moslim landen volledig versloeg en Judea, Samaria, Oost Jeruzalem en de Sinaï innam.

De Arabische populatie van Judea, Samaria en Oost Jeruzalem besloot toen het ‘Palestijnse Volk’ te creëren. Om hun historische claim op het land te rechtvaardigen, claimen de ‘Palestijnse’ leiders dat ‘hun volk’ afstamt van twee verschillende oude volkeren die ooit in dit gebied geleefd hebben, nl. de Canaanieten en de Filistijnen.

De Canaanieten bestonden uit vele stammen en waren de eerste inwoners in dit land, ze woonden hier voordat de Israëlieten hier kwamen. De juiste naam voor dit land is Canaan, niet Palestina. Vanaf de 8ste eeuw voor Christus waren er geen Canaanieten meer.

De naam ‘Filistijn’ is niet een naam van een etnische groep maar het is een bijvoeglijk naamwoord. Het komt van het Hebreeuwse woord ‘pelesh’, wat ‘verdeler’, ‘indringer’ of ‘binnenvaller’ betekent.

De Filistijnen waren groepen mensen die uit Kreta (Caphtor in de Bijbel), the Aegean eilanden en Asia Minor (Turkije vandaag) kwamen. Ze worden ook wel de ‘Zee Volkeren’ genoemd. Deze volkeren waren niet-Semitische volkeren die rond 1200 voor Christus Egypte aanvielen en verslagen werden. De Egyptische Farao Ramose III heeft de Filistijnen toen Stadstaten in Canaan gegeven om te wonen. Ze woonden alleen aan de kust en de belangrijkste steden waren Gaza, Ekron, Ashdod, Gath en Askelon. Ze hebben nooit in het binnenland gewoond, zoals in Jeruzalem, Hebron of Jericho. Koning David heeft de meeste steden van de Filistijnen vernield en in de tijd van de Romeinen verdwenen de Filistijnen helemaal van het toneel.

Er bestaat geen mens in de wereld die in staat is te bewijzen dat zijn voorvaders Filistijnen zijn. Zelfs al kon iemand dat wel, dan zou zijn werkelijke land van oorsprong Kreta zijn, niet Judea en Samaria.

Maar waarom worden Judea en Samaria nu Palestina genoemd? In de eerste eeuw na Christus was er een Joodse opstand tegen het Romeinse Rijk die eindigde met de verwoesting van de Tempel in Jeruzalem en op Massada in de woestijn van Juda.

Juda werd nu een Romeinse provincie en de Romeinen waren blij dat ze van de Joodse rebellen af waren. In de tweede eeuw na Christus bouwde Caesar Hadrian Aelia Capitolina waar Jeruzalem eens stond. Dit was een Romeinse stad met een Tempel voor Venus. Hadrian wilde niet meer aan de Joden herinnert worden en veranderde de naam van het land Judea naar ‘Paleastina, het Latijns voor ‘Filistine’.

Deze naam was ooit eerder eens gebruikt door de oude Grieken in de 5e eeuw voor Christus, als een beschrijving van Judea. Judea werd toen niet zo genoemd. De naam ‘Falastin’ die de Arabieren vandaag gebruiken komt dus van de Latijnse naam ‘Paleastina’, een naam zonder historische of etnische achtergrond.

Joseph Farah, een Amerikaanse journalist en schrijver die van Syrische en Libanese ouders komt, schrijft het volgende in zijn boek ‘Myths of the Middle East‘:

“Er heeft nooit een land bestaan die Palestina heet, geregeerd door Palestijnen. Palestijnen zijn Arabieren, net als de Jordaniërs, Syriërs en Irakesen. De Arabieren bezitten 99.9 % van het grondgebied in het Midden-Oosten. Israël bezit een tiende procent. Maar dat is nog te veel voor de Arabieren! Zij willen alles!! En dat is waar het i.v.t. Israël alleen om gaat … het geeft niet hoeveel land concessies Israël zal maken, het zal nooit genoeg zijn”.   

Zuhair Muhsin, militaire gezagvoerder van de PLO zegt het volgende:

“Er is geen verschil tussen Jordaniërs, Palestijnen, Syriërs en Libanesen. Wij zijn allemaal een deel van een natie. Het is alleen om politieke redenen dat wij stressen dat wij een Palestijnse identiteit hebben. Ja, een Palestijnse identiteit is uitsluitend een tactische zet. De oprichting van een Palestijnse Staat is een wapen in ons gevecht met Israël”.

Wat betekent dit dus allemaal?

Een ‘Palestijnse Staat’ en een ‘Palestijns Volk’ is een zeer recente creatie van de Arabieren waarvan de meerderheid pas naar het Land van Israël kwamen nadat de eerste Zionisten zich daar gesettled hadden en de economie begonnen op te bouwen in het eind van de 19de eeuw. Tot die tijd was het land vrijwel leeg zoals bijvoorbeeld Mark Twain beschrijft in zijn boek ‘The Innocents Abroad‘:

“Er is geen enkel dorp in de hele vallei (Vallei van Yizrael, Galilea). Je kunt 10 miles in elke richting rijden en geen mens tegenkomen. Er is hier een eenzaamheid die je triest maakt, als je naar Galilea gaat….Nazareth is troosteloos….Jericho is een vervallen ruimte….Bethlehem en Bethany, die in  hun armoede en vernedering niet door levende wezens worden onderhouden….een verwaarloosd land met onvruchtbare grond die bedekt is met onkruid….een stille, treurige uitgestrektheid….eenzaamheid”. 

Annemeet Hasidi, Israël  ( www.shoebat.com ) 

Uit: Contactblad Israël Comité Nederland /Jaargang 44, nummer 1 / www.icn-online.nl      

*******************************************

THE HEART OF THE LAND / By Anrew Lessey

Jeremiah 16 verse 14 and 15:

  • “However, the days are coming,” declares the Lord, “when men will no longer say. ‘As surely as the Lord lives, who brought the Israëlites up out of Egypt’, but they will say, ‘As surely as the Lord lives, who brought the Israëlites up out of the land of the north and out of all the countries where he had banished them.’ For I will restore them to the land I gave their forefathers”.

We can all remember the early 9o’s when these verses were on the lips of many owing to the vast Russian Aliyah (return of Jewish people to the Land). However, it is worth noting that these verses not only refer to the Jewish return from the north but also to their return from all the countries where God had banished them. That this return is ongoing is clearly another example of the Lord’s faithfulness in fullfilling His word. The conclusion of verse 15 reminds us of the destination of their return, it is of course to the Land He gave to their forefathers, the Land of Israel.

Much is written in His word about this Land and for many years now the world’s media has also referred to it (ussually on a daily basis) in some context or other. But what does the Bible actually say on this subject and in particulalr what are the promises related to the Land?

Let us turn to Genesis 12 verses 6 and 7:

  • “Abram travelled through the land as far as the site of the great tree of Moreh at Shechem. At that time the Canaanites were in the land. The Lord appeared to Abram and said. “To your offspring I will give this land”. So he built an altar there to the Lord, who had appeared to him”. 

Here we can see the pomises to give the Land to Abram’s offspring. But where was he when God made the promise? According to verse 6 he was at Shechem (site of modern day Nablus).

Now let us read Genesis 13 verses 14 and 15:

  • “The Lord said to Abram after Lot had parted from him, ‘Lift up your eyes from where you are and look north and south, east and west. All the land that you see I will give to you and your offspring forever'”. Here we can again see the Lord promising the Land to Abram and his offspring, although now the word “forever” is included. But where was he when the promise was made?

Let us read Genesis 13 verse 3:

  • “From the Negev he went from place to place until he came to Bethel, to the place between Bethel and Ai where his tent had been earlier”. And then verses 17 and 18 of the same chapter, “Go walk through the lenght and breadth of the land, for I am giving it to you. “So Abram moved his tent and went to live near the great trees of Mamre at Hebron, where he built an altar to the Lord”.

Logically then in view of these verses we can confidently assume that he was somewhere between Bethel and Hebron.

Let us continue on to Genesis 28 verses 12 and 13:

  • “He had a dream in which he saw a stairway resting on the earth, with its top reaching to heaven, and the angels of God were ascending on it. There above it stood the Lord, and he said: ‘I am the Lord, the God of your father Abraham and the God of Isaac. I will give you and your descendants the land on which you are lying'”. 

Here we read of God’s promise to give the Land to Jacob and his offspring. But at that moment in time where was Jacob?

Genesis 28 verses 18 and 19:

  • “Early the next morning Jacob took the stone he had placed under his head and set it up as a pillar and poured oil on the top of it. He called that place Bethel, though the city used to be called Luz”. 

So according to verses 18 and 19 he was at Bethel.

At this point it is worth noting the location of the three places mentioned. As we can see on the adjoining map they all lie within the confines of Judea and Samaria (referred to by the nations as the West Bank). Certainly these verses in Genesis do not stand alone in recording the promises of the land to the Partriarchs  and their offspring. There are of course several more.

While the locations at which these promises were made are not always mentioned, it is reasonable to assume through the context that the majority of them were also made within this territory. Conversely, it is interesting to note that at no point does the book Genesis suggest or even hint at the possibility that such promises were made while the Patriarchs were strolling along the beach at Jaffa – situated beside present day Tel Aviv or Acre or anywhere else along the coastal strip. (Some might refer to Isaac at Gerar in Genesis 26, but even this is some 10 to 15 miles inland.)

In view of this it seems logical to conclude that Judea and Samaria (The West Bank) and not Tel Aviv and the costal strip, are actually the heart of the Promised Land.

Read now Psalm 105 verses 8 to 11:

  • “He remembers His covenant forever, the word He commanded, for a thousand generations, the covenant He made with Abraham, the oath He swore to Isaac. He confirmed it to Jacob as a decree, to Israël as an everlasting covenant: To you I will give the land of Canaan as the portion you will inherit.” 

Clearly these verses serve to confirm the promises made in relation to the Land. Note that in verse 8 in word “forever” is used and the word “everlasting” appears in verse 10. It is apparent therefore that these promises are not temporary in nature. In fact, they are in effect for at least as long as planet earth continues exist.

Ezekiel 36 contains further revelation regarding the Lord’s plans for the Land. In verse 1 the prophet is commanded to speak to the mountains of Israël.

  • “Son of man, prophesy to the mountains of Israël and say, ‘O mountains of Israël, hear the word of the Lord.”

As we delve deeper into the chapter we begin to see His purpose for those mountains. Verses 8 to 12 for example make clear that the Lord intends that multitudes of His people live on those mountains.

  • “But you, O mountains of Israël, will produce branches and fruit for my people Israël, for they will soon come home. I am concerned for you and will look on you with favour; you will be ploughed and sown, and I will multiply the number of the people upon you, even the whole house of Israël. The towns will be inhabit and the ruins rebuilt. I will increase the number of men and animals upon you, and they will  be fruitful and becomes numerous. I will settle people upon you as in the past and will make you prosper more than before. Then you will know that I am the Lord. I will cause people, my people Israël, to walk upon you. They will possess you, and you will be their inheritance; you will never again deprive them of their children.”     

But where are the mountains of Israël?

Is the Lord referring to Mount Tabor, Mount Carmel, Mount Hermon and the Golan Heights or is he perhaps referring to the hills of the Galilee? Well actually the term “mountains of Israël” again refers primarily to mountains and hills of Judea and Samaria (the West Bank). Obviously this fact only serves to reinforce the reality that Judea and Samaria are actually the heart of the Promised Land. Consequently we shouldn’t be surprised therefore that the Lord wants multitudes of His People to live there. Nor should we be surprised that the world actively tries to oppose this.

In fact, any of us with even a minor interest in current affairs knows that for many years now the world has sought to insert a Palestinian state into this territory. Obviously the scriptures we have just read indicate that not only is this not God’s will, but it is actually the complete opposite of it. That Jerusalem itself is situated on these mountains is surely not coincidental. Neither can it be considered a coincidence that the three Patriarchs are all buried on these mountains, at Hebron. Clearly these factors again strengthen the reality that this is the very heart of the Promised Land.

Sadly the nations are so deceived on this matter that whenever plans are announced to build homes for Jewish people in this territory, the government of Israël is harshly condemned. In addition, intense pressure is directed against Israël in the hope that these decisions will be reversed.

Often world leaders proclaim that such moves violate international law. Obviously that depends on how international law is interpreted. It certainly seems that these pronouncements are made without due consideration of certain relevant legal factors. Nevertheless, as believers in Yeshua (Jesus) we know that God’s promises far outweigh any man-made laws. Therefore the ongoing actions and attitudes of the nations actually put them in great danger. Indeed, it is not an exaggeration to say that they are in fact on a collision course with God.

As we dig further into Ezekiel 36 it is important to take note of the consequences of this Jewish return to the Land and in particular to the Mountains of Israël. Read verses 24 to 28: 

  • “For I will take you out of the nations; I will gather you from the countries and bring you back into your own land. I will sprinkle clean water on you, and you will be clean; I will cleanse you from all your impurities and from all your idols. I will give you a new heart and put a new spirit in you; I will remove from you your heart of stone and give you a heart of flesh. And I will put My Spirit in you and move you to follow My decrees and be careful to keep my laws. You will live in the land I gave your forefathers; you will be My people, and I will be your God.”

Clearly the results are of great significance. In summation they are a restoration of the relationship between the people of Israël and the God of Israël. No wonder the powers of darkness so intensely resist the movement of Jewish people into Judea and Samaria (the West Bank).

Hopefully for those who pray for the Land and People of Israël, this study will bring encouragement and perhaps additional revelation. Obviously it’s important to pray for the ongoing return of the Jewish people tot the Land. However, in light of God’s word it would be especially fitting to pray that increasing numbers of them along with native born Israëlis would take up residence in Judea and Samaria. I believe that the current Jewish population there is only a tiny fraction of the multitudes God wants.

Clearly we can expect to see the Lord rectify this situation. Quite possibly He will use Aliyah along with furture events and their conseqences to facilitate this. Let us be faithful and participate with Him in prayer on this matter.

Uit: Prayer For Israël / winter Magazine 2015 – 2016 / www.prayer4i.org /

********************************************

Bezonken gedachten over postmodernisme, Europa, islam – Wim van Rooy / Uitgeverij De Blauwe Tijger – Groningen / www.waarovermennietspreekt.be

 ********************************************

From the U.S.A.:

Awarenes and Action / www.shoebat.com

AIPAC – America’s Pro Israël Lobby / www.aipac.org

Sjabbat viering … livestream vanuit de States met Mark Biltz: www.elshaddaiministries.us / livestream!

Lisa Haven NewsChristian, End Time, and Conspiracy News: www.lisahavennews.net

The Weekly Hal Lindsey Report / www.hallindsey.com

The Ministry Home of Joel Richardson / www.joelstrumpet.com

ASK ministries by David Sielaff / www.askelm.com

Joel C. Rosenberg’s Blog www.joelrosenberg.com

The Last Trumpet Ministry / www.lasttrumpetnewsletter.org

********************************************

From the United Kingdom:

Lance Lambert / www.lancelambert.org

********************************************

Midden-Oosten nieuwsbronnen:

www.cidi.nl

www.likud.nl

www.franklinterhorst.nl

**********************************************

Zie voor dagelijks Midden-Oosten nieuws uit de diversen nieuwsbronnen:

www.wimjongman.nl/mail-map/dagnieuws.html

*********************************************

Zie voor Bijbelstudies het volgende:

www.levendwater.org

www.everread.nl

www.bereanonline.org

www.overcometrust.org.uk

*********************************************

Congregations in Israël:

www.carmelcongregation.org.il

www.prayer4i.org

www.cgi-holland.nl

www.lancelambert.org

www.pillaroffire.nl

********************************************** 

Middle East Report:

iltv.tv

www.unitedwithisrael.org

www.jerusalempost.com

www.israelnationalnews.com

www.jerusalemonline.com

www.israeltoday.co.il

www.timesofisrael.com

**********************************************

Academie voor de Hebreeuwse Bijbel en de Hebreeuwse Taal:

www.hebreeuwseacademie.nl

**********************************************

Studiehuis Reshiet:

www.studiehuisreshiet.nl

**********************************************

www.wnd.com/2016/5/mercury-move-tied-to-bible-destruction-prophecy/

www.astronomyisrael.com

***********************************************

Gerard J.C. Plas

Be Sociable, Share!
 Posted by at 18:46

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »