Apr 092013
 

Gebouwen trilden op hun grondvesten en duizenden ramen vlogen aan diggelen.

Op 15 februari werd de stad Chelyabinks in het Oeral gebergte in Rusland opgeschrikt door een meteoriet die in de atmosfeer explodeerde. In zes regio’s zagen mensen de lichtflits waarna een schokgolf volgde. Gebouwen trilden op hun grondvesten, duizenden ramen vlogen aan diggelen in het koude winterweer en alarmsystemen in auto’s begonnen spontaan te loeien. Er vielen circa 1200 gewonden waaronder ruim 200 kinderen voornamelijk veroorzaakt door rondvliegende glasscherven. Volgen de NASA naderde het naar schatting tien ton wegend brokstuk met een snelheid van circa 20 kilometer per seconde de atmosfeer en barstte vervolgens in stukken uiteen. Men schat de explosieve kracht van de meteoriet op 20 Hiroshima bommen. De Chelyabinks regio ligt ongeveer 1500 km ten oosten van Moskou en biedt plaats van vele bedrijven en een kerncentrale. In de buurt van Chelyabinks zijn tientallen fragmenten van de meteoriet teruggevonden.

De Russische minister Vladimir Puchkov noemde de explosie van de metoriet een onvoorziene en buitengewone verrassing. “Wij beschikken nog niet over de techniek om dit soort meteorieten tijdig te traceren en er iets aan te doen.”

Feit is dat astronomen ondanks de moderne technologie de meteoriet, niet hebben zien aankomen. Een lokale krant in Rusland schreef op grond van een ‘militare bron’ dat de meteoriet door Russische raketten werd vernietigd maar daar is geen bewijs voor geleverd. Volgens een Russische geestelijke was de meteoriet ‘een boodschap van God’ en sommige Russen dachten letterlijk dat het einde van de wereld was aangebroken.

Deze meteoriet was de grootste die de aarde raakte sinds het verwoestende exemplaar die in 1908 insloeg in Siberie bij de Toengoeska rivier. Over de inslag van deze meteoriet bestaan uitvoerige en zeer betrouwbare berichten die een plastisch beeld geven van wat daar is gebeurd. Hoe ontzagwekkend het was, blijkt uit de zakelijke schildering van de Russische professor Koelik die in opdracht van de Academie der Wetenschappen in Moskou ter plaatse een onderzoek instelde.

“Op 30 juni 1908 werd om zeven uur in de ochtend, in de omgeving van de rivier de Podkamennaja Toengoeska, een hoeveelheid kosmische stof op aarde geslingerd, die in uitwerking alles overtrof. Een geluid als van de donder was tot op 1400 kilometer hoorbaar en de knal van de explosie binnen een omtrek van 6700 kilometer. Er ontwikkelde zich een machtige seismische golf die met een snelheid van 317 meter per seconde rondom de aarde liep en in alle observatoria werd opgevangen als een catastrofale aardbeving in Siberie. De meteoriet bracht ontzagwekkende hoeveelheden meteoorstof in de atmosfeer, waardoor aan de hemel zogenaamde zilverwolken ontstonden. Overal in West-Siberie en Europa veranderden deze wolken de dag in een doffe, rode schemering. Vanaf de plaats waar de meteoriet neerkwam, verhief zich een twintig kilometer hoge vuurzuil terwijl de totale bewegingsenergie onmiddellijk werd omgezet in warmte.            Vastgesteld werd dat de wouden in een omtrek van ruim negentig kilometer met de grond waren gelijk gemaakt. De reusachtige Siberische Lariksen en Sparren waren als lucifers afgeknapt en de grond was in een straal van twintig kilometer totaal verschroeid.”

De bewoners van de getroffen streek de Toengoezen vertellen dat een lichtend spoor de gehele hemel verlichte en dat een verschrikkelijke explosie een boomvormige wolk deed ontstaan die tot de hemel reikte en een onverdraaglijk wit kicht uitstraalde. De bewoners dachten dat de wereld verging.

In een oude Sanskriet-tekst staat een hymne die gewijd is aan de “Maroets” die “vlammend van kracht” “glanzend als slangen” en “schitterend als vuren” langs de hemel trekken om vervolgens verwoesting op de aarde aan te richten.

“Uw opmars, o Maroets, schijnt schitterend; in uw vlucht werpend met stenen. Al wat leeft is bang voor de Maroets. Zelfs overdag brengen ze duisternis en mensen wankelen voort. Als ze op het hemelse pad zijn, staan ze aangespannen voor de zege. Ze zijn als dolzinnige strijdwagenmenners die op weg zijn geladen met bliksemvuur. Op uw nadering houdt elke Mensenzoon zich gebukt. Gij schudt de hemel, zelfs wat stevig en onwrikbaar is wordt geschut.”

In het Soemerische Gilgamesj-epos wordt gewag gemaakt van alles verwoestende stenen die uit de hemel vielen. Gilgamesj was een van de koningen van de oude Mesopotamische stad Oeroek. Volgens de Soemerische koningslijst zou hij 126 jaar over de stad hebben geregeerd tussen 2900 en 2700 v. Chr. Rond zijn persoon ontwikkelde zich het bekende Gilgamesj-epos.

Het schreeuwde ten hemel, en het antwoord brulde ten aarde, eenbliksem lichtte, een vuur vlamde op en bracht dood en verderf. De hel verdween en het vuur ging uit. Een gevoel van wanhoop steeg ten hemel toen de stormgod het daglicht in duisternis veranderde, nadat hij het land als een bord in scherven had geslagen. Alles wat door de bliksem was neergeslagen verging tot as. 

Volgens het Bijbelboek ‘Openbaring van Jezus Messias’ (de Apocalyps) zal de aarde in de toekomst door een regen van meteorieten getroffen worden en een enorme verwoesting teweeg brengen.

  • ‘En de sterren des hemels vielen op de aarde, gelijk een vijgenboom zijn wintervijgen laat vallen, wanneer hij door een harde wind geschud wordt’ …(regen van meteorieten). Wat hier wordt beschreven vind plaats in de tijd dat men zich meer en meer bewust is van het feit dat de grote dag van hun toorn is gekomen … van Hem, die gezeten is op de troon, en van het Lam.

Bergen, valt op ons …

Onder het zesde zegel (6:12 – 7:17) zijn drie visioenen begrepen. Het eerste visioen (6:12-17) geeft een indrukwekkende als ontzettende beschrijving van een ongekende hevige natuurramp, die ook de aardse atmosfeer treft zon en maan verduistert. Het visoen is des te indrukwekkender, omdat het gebeuren onder het zesde zegel als één der grote tekenen van het einde meermalen in de profetie en ook in Jezus’ eschatologische rede gezien wordt (Matth. 24:1-51).

Waren de gerichten van de eerste vijf zegels nog beperkt tot de mensen en waren deze hoofdzakelijk nog het gevolg van menselijk falen en menselijk kwaad (o.m. oorlogen, ziekten, hongersnoden en vervolgingen), onder het zesde zegel wordt de wereld getroffen door een ramp die buiten alle menselijke macht ligt. De verschijnselen houden verband met elkaar. De zonsverduistering, de bloedkleur van de maan, hemellichamen die op aarde vallen, het “terugwijken” of “ineenkrimpen” van de hemel, d.i. het “uitspansel” of wat wij atmosfeer noemen, maken in dit visioen waarschijnlijk deel uit van één catastrofaal natuurgebeuren. Wat de aardbeving betreft, drukt het Griekse woord “seismos”, dat hier in de tekst gebruikt is, geen gewone aardbeving uit. Letterlijk is dit een aardschudding, en dan van bijzondere hevigheid en kracht.

De omschrijving dat “alle berg en eiland van zijn plaats gerukt is” maakt het waarschijnlijk dat hier niet aan een lokale aardbeving gedacht moet worden, maar aan een schok die de gehele planeet treft. In verband gebracht met het “terugwijken” of “ineenkrimpen” van de aardse atmosfeer (met de stoffelijke hemel wordt in de bijbel altijd atmosfeer bedoeld en niet de wereldruimte), lijkt het niet te speculatief te veronderstellen dat de aardbol als zodanig een plotselinge, tuimelende beweging maakt, zoals een ballon in een rukwind, waardoor de stand van de as ingrijpend gewijzigd wordt. Of de tuimeling een groot aantal graden zal beschrijven en of het een heen en weer gaande beweging zal zijn, waardoor de planeet weer in zijn oorspronkelijke stand zal komen, valt niet uit de tekst af te leiden.

De profeet Jesaja ziet een wankelende en waggelende aarde, als een beschonkene, heen en weer zwaaiend

  • de aarde waggelt zeer als een beschonkene en zwaait heen en weer als een nachthut; want haar overtreding drukt zwaar op haar; zij valt en staat niet weer op. En te dien dage zal het geschieden, dat de HERE bezoeking zal brengen over het heer der hoogte in den hoge en over de koningen der aarde op de aardbodem’ (Jes. 24:19-20).

Het ongekend catastrofale gevolg (o.m. het bewegen van alle bergen en eilanden uit hun plaats) wijst erop dat het een zodanige “tuimeling” zal zijn, dat de atmosfeer er ernstig door verstoord wordt en deze ten opzichte van de planeet terugwijkt of ineenkrimpt.

Vertalingen dat de atmosfeer geheel verdwijnt zijn m.i. onjuist en voegen zich ook niet in het vervolg van de Apocalyps, waarin zich nog vele gebeurtenissen op aarde afspelen. Bij een volledig verdwijnen van de atmosfeer zou er geen leven op aarde meer mogelijk zijn. Ofschoon hier een verschrikkelijke ramp geschets wordt, is het toch niet juist deze als een “kosmische catastrofe” te betitelen. Zons- en maansverduistering moet hier naar mijn mening verklaard worden uit de vertroebeling van de aardse atmosfeer, waarschijnlijk door reusachtige stofwolken en explosies, o.m. ten gevolge van een kanteling van de aarde, of afkomstig van een komeet of een ander hemellichaam dat onze aarde in beroering zal brengen. De zon wordt zwart als een haren zak. Dat kan niet geinterpreteerd worden alsof dit hemellichaam als zodanig zwart wordt, maar zo, rafelig zwart, zullen de mensen de zon zien. De maan wordt geen bloed, maar als bloed en ook hier gaat het om de aanblik van de maan. De sterren die op de aarde vallen zijn niet de grote zonnen  in de wereldruimte, maar het zijn de sterren des hemels, d.w.z. kleinere hemellichamen die door de atmosfeer van de aarde dringen.

Uit het vervolg van de Apocalyps blijkt dat dit gericht geen komische omvang heeft en dat het heelal onaangetast blijft …

  • ‘En de vierde engel blies de bazuin, en het derde deel van de zon werd getroffen en het derde deel van de maan en het derde deel van de sterren, zodat het derde deel daarvan verduisterd werd, en de dag voor een derde deel geen licht had en de nacht desgelijks’ (8:12).

De wetenschap spreekt van “vallende sterren” als daarmee klein komisch “gruis” of grotere meteorieten bedoeld worden. Deze op aarde vallende “sterren” doen overigens vermoeden dat zij vrij groot zijn, want zeer kleine partikels verbranden in de aardse atmosfeer voor zij het aardoppervlak kunnen bereiken. Hemellichamen zonder atmosfeer, zoals de maan, zijn overdekt met inslagkraters. Astronomisch en natuurkundig bekeken is de onder het zesde zegel geschetste ramp zeker niet ondenkbaar en zelfs een zeer aannemelijke verklaring voor de veronderstelde kanteling van de planeet en de omvangrijke verstoring van de aardse atmosfeer.

Grotere hemellichamen uit de wereldruimte die de aarde zouden raken, zouden niet of ten dele verbranden en een verschrikkelijk bombardement op het aaroppervlak teweegbrengen. Zij zouden ook de aarde uit haar baan kunnen werpen en een kanteling van de planeet kunnen veroorzaken. De mogelijkheid van een dergelijke ramp wordt ook bewezen door lokale inslagen en grote catastrofen in het verleden.

Het aardoppervlak is – van grote hoogte gezien – overdekt met (meestal begroeide en door vegetatie gecamoufleerde) kraters, die vroeger door inslaande hemellichamen veroorzaakt zijn. In Siberie zijn wouden met een oppervlakte van honderden kilometers weggevaagd, waarschijnlijk door de inslag van een uitzonderlijke grote “komische zwerver”.

Wij kunnen ons nauwelijks de catastrofale gevolgen indenken, wanneer meerdere van dergelijke kosmische brokstukken de aarde zouden treffen. Afgezien van het enorme  schokeffect door de inslag als zodanig en de hevige warmte ontwikkeling (zelfs met de mogelijkheid van “natuurlijke” kernexplosies), zou reeds de nabijheid van een zwerm grotere meteorieten of een komeet een zo sterke aantrekkingskracht op het aardoppervlak uitoefenen, dat de verhoudingsgewijs dunne aardkorst overal in beweging zou komen. Niet alleen zou de op een stroperige, hete substantie (magna) “drijvende” aardkorst gaan golven, maar overal waar “gaten” in deze korst zijn (o.m. vulkanen) zou de gloeiende lava als het ware naar buiten getrokken worden.

De aardse atmosfeer, in de schrift met “hemel” of ook wel “uitspansel” aangeduid (te onderscheiden van hemelen en overhemelen van God en hemelse wezens), zou in grote beroering komen. Een aanblik van geweldige wervelingen of turbulenties, waarschijnlijk veroorzaakt door meteorietenregens, in de profetie vergeleken met het “toerollen van een boekrol”

  • ‘Al het heer des hemels vergaat en als een boekrol worden de hemelen samengerold, al hun heer valt af, zoals het loof van de wijnstok en zoals het blad van de vijgenboom afvalt’ (Jes. 34:4).

Het gehele visioen doet sterk denken aan een grote meteorietenzwerm, of een komeet die de aarde treft, en die van een zodanige omvang en massa is, dat de gehele planeet een kantelbeweging maakt. Daardoor moeten enorme verwoestingen op aarde worden aangericht, geweldige getijden en vloeden der zee.

Het is niet moeilijk ons in te denken welk een indruk dit op de mensheid zal maken. Wie ook maar iets weet van het afgrijzen en de ontzetting die een “gewone” aardbeving teweeg brengt, kan zich enigszins de massale paniek voorstellen bij een kanteling van de planeet, de schrikwekkende aanblik van aanstormende meteorieten en grote watervloeden over de aarde. Bovendien is het waarschijnlijk dat de catastrofe ook voorzien zal worden. De botsing zal van tevoren door astronomen kunnen worden aangekondigd, althans waarschijnlijk worden geacht.

Het is een illusie te menen dat dergelijke botsingen niet voor kunnen komen. De grote orde in het heelal wordt, niettegenstaande de grote ruimte, hier en daar verstoord door zwervende hemellichamen. Men name de banen van kometen zijn onbetrouwbaar. Het evenwicht van krachten houdt planeten in hun banen, en over de banen van bekende kometen met een lange omlooptijd behoeft men zich ook geen grote zorgen te maken. Maar kometen uit verre hemelstreken die ons zonnestelsel zouden binnendringen, zouden de onderlinge orde van planeten ernstig kunnen verstoren.

Sinds ruimtesondes de oppervlaktetemperatuur van de planeet Venus hebben gemeten en een abnormaal hoge temperatuur registreerden (die niet te verkaren is als de planeet altijd als zodanig had bestaan), zijn de eertijds zo fel aangevochten theorieen van Immanuel Velikovsky (“Werelden in botsing”) dat Venus vroeger een komeet was, die grote catastrofen op aarde heeft veroorzaakt, heel wat geloofwaardiger geworden!

Van grote betekenis is dat Velikovsky deze catastrofen in de historische tijd heeft geplaatst. Hij heeft een geloofwaardig samenstel van bewijzen en aanwijzingen opgebouwd dat o.m. de grote tekenen in Egypte, de uitocht van Israel uit Egypte en de doortocht door de Rode Zee, alsmede de zonnestilstand ten tijde van Jozua, samenhingen met een bijna-botsing van de aarde met de vroegere komeet Venus. Ook de apocalyptische profetien van Jesaja (o.a. Jes. 24) en andere Schriftprofeten zijn, naar Velikovsky aannemelijk maakt, aan werkelijkheid ontleende beschrijvingen van een bijna-botsing tussen de aarde en de planeet Mars. En de mythen van vele volken stemmen treffend overeen in de herinnering aan grote wereldrampen in de vijftiende en achtste eeuw voor onze jaartelling.

Evenals de Apocalyps in vele gevallen vooruitziet wat op kleinere schaal in meerdere of mindere mate reeds gebeurd is, bevat ook de oudtestamentische profetie op ervaring gebaseerde “modellen” voor wat later, in het einde van de eindtijd nog zál geschieden.

Wanneer (zoals waarschijnlijk is) astronomen zo’n botsing zullen zien aankomen en dit wereldkundig zou worden, ligt het voor de hand dat deze wetenschappelijk gefundeerde voorspelling een veel grotere indruk zal maken dan de telkens weer opduikende waarzeggers en charlatans die het einde van de wereld voorspellen. Het zal dan zijn zoals Jezus Messias heeft voorzegd: dat de mensen bezwijken zullen van angst voor de dingen die over de wereld komen, want de machten van de hemel zullen wankelen.

Er zullen tekenen zijn aan zon, maan en sterren, en op de aarde radeloze angst onder de volken, vanwege het bulderen van zee en branding (Luc. 21:25-26). Er zal grote angst heersen bij het naderen van de ramp, als de tekenen daarvan kenbaar worden in golfbewegingen en opstuwingen van de aardkorst tot nieuwe bergen en het wegzinken van oude gebergten. Enorme erupties van magma en lava, ook op talrijke plaatsen waar geen vulkanen zijn, zullen plaatsvinden: de planeet zal in zijn geheel uit zijn voegen worden gerukt en de polen zullen gewijzigd worden. Steden zullen verpletterd worden door de gloeiende hagel van meteorieten, rood stof zal de wateren als bloed maken. Ook de moedigste en krachtigste mensen worden dan als was en alle moed zal bezwijken. De mensen zullen sidderend in holen kruipen, om de vreemd verwrongen hemel niet te zien, om de knallende geluiden van uiteenspattende meteorieten niet te horen, en de vreselijke orkanen die bij dergelijke kosmische botsingen onstaan moeten, te ontgaan.

Dan zal men het uitschreeuwen: bergen, valt op ons en heuvels, bedekt ons (Hos. 10:8; Ap. 6:16; verg. Luc. 23:30). Maar bergholen, spelonken en kelders zullen de mensen niet kunnen redden, want bergen zullen van hun plaats wijken en heuvels zullen verzinken en de hoge getijden zullen het water tot ver in de continenten doen doordringen (Ap. 6:14; Jes. 54:10; verg. Jes. 40:4, 41:15; 42:15; Jer. 4:24; Amos 9:18; Nah. 1:15; Luc. 3:5).

Een belangrijke trek in dit gebeuren is dat de mensen niet alleen voor het natuurgeweld zullen wegkruipen, maar ook voor de Vader én de Zoon (6:16-17) …

  • ‘want zij weten dan dat de grote dag van Hun toorn is gekomen, en wie kan dan bestaan?’

De dan levende mensen zullen niet meer kúnnen twijfelen aan het “bestaan” van God, en hier, in deze tekst, wordt tot uitdrukking gebracht dat zij dan ook weten van de Vader én de Zoon. In deze onder de gerichten verkregen kennis van de werkelijkheid van God moet het gehele verdere apocalyptische gebeuren verklaard worden. De tyrannie van de “Beesten” tot en met de einstrijd tegen de wederkomende Messias is alleen verklaarbaar, als ook de onbekeerlijken onder de mensen God als een levende God zullen leren kennen.

Zij weten dan tegen wie zij strijden moeten, want de gerichten bewijzen Zijn levende aanwezigheid en niemand twijfelt er dan nog aan dat Hij komt om de aarde in bezit te nemen en de vijanden van de aarde te verdelgen. Juist omdat Hij komt om hen te oordelen, en dit niet langer een religieus leerstuk  is, maar een ervaren feit, beschouwen de hardnekkige, onbekeerlijke mensen in dat tijdsgewricht Hem als hun grootste vijand en laten zij zich tenslotte zelfs verleiden om Hem openlijk uit te dagen in een laatste strijd (19:11-21).

KANTTEKENING:

De samenhangen en verbanden van de begrippen, woorden en uitdrukkingen die bij de beschrijving van de opening van het zesde zegel gebruikt worden, kunnen veel bijdragen tot inzicht in wat niet met zoveel woorden in Openbaring beschreven wordt, maar voorondersteld of afgeleid kan worden. Ook bij de opening van het zesde zegel worden wij daarbij bepaald. In de toelichting zijn samenhangen en verbanden uitgeschreven. Alle genoemde bijbelplaatsen houden min of meer verband met wat beschreven is over het gebeuren onder het zesde zegel.

Hoe belangrijk ook als aanbiddelijk bewijs voor de eenheid van het Woord Gods, de opzet is vooral deze verbanden en samenhangen tussen oud en nieuw testament te plaatsen in de verbanden en samenhangen die zij op hun beurt in het oude testament tonen. Bijvoorbeeld: de verduistering van zon, maan en sterren volgens Joel 3:15 kunnen in verband gebracht worden met de verschijnselen onder het zesde zegel, maar tevens en in de eerste plaats staan zij in verband met de tekst waarin zij geplaatst staan en dat is de Dag des HEREN en het eindgericht over de vijanden van Israel! (zie: Joel 3:1, 2, 4, 5, 12, 16, 17, 19).

Dit onderwerp: het afrekenen met de vijanden van Israel en Israels uitredding en herstel, vinden we ook in ander verband met het gebeuren onder het zesde zegel terug. In Jes. 13:13 wordt geprofeteerd dat de aarde uit haar plaats bewogen zal worden (verg. Ap. 6:14) en dat gebeuren houdt verband met het oordeel over Babel (zie: Jes. 13:1, 17-22). Babel is niet alleen het centrum van het oude Babylonische wereldrijk uit de oudheid (van de Nijl tot de Eufraat); het is ook de antichristelijke-islamitische macht in de eindtijd; het domein van de antichrist(en) en de “centrale” van vervolging van de gelovigen uit Israel en de volken.

Het “wijken”, “vluchten”, “neerwerpen”, en “versmelten” van de bergen, geprofeteerd in respectievelijk Jes. 54:10; 64:1; Ezech. 38:20; Micha 1:4,  staan in de context van respectievelijk de heerlijkheid van het herstelde Israel, een gebed om de openbaring van de reddende God voor Israel, de overval van Gog op Israel en het gericht over Jeruzalem (Judea) en Samaria. De verduistering van de hemel en de hemellichamen houdt tevens verband met het gericht over Egypte (Ezech. 32:7). Het eindgericht over Edom (Ezau), de grote vijand van Israel, valt in de tijd dat de hemellichamen zullen vallen en de hemel wordt toegerold als een boek (Jes. 34:4). Het beven van hemel en aarde staat in Haggai 2:7-10 in het kader van de nieuwe tempel.

Zo tekent zich een patroon af van gericht over de vijanden van Israel en uitredding en herstel van Israel in de samenhang met de verschijnselen onder het zesde zegel. Onder het zesde zegel, of in elk geval in een intermezzo tussen zesde en zevende zegel, vindt blijkbaar de eindafrekening met de vijanden van Israel al plaats en wordt Israel als Gods volk in Zijn dienst hersteld, ook is de grote oogst van gelovigen uit alle volken en natien uit de grote verdrukking dan voltooid. Hoe is dat mogelijk?

Er is nog een samenhang tussen het zesde zegel en een bijzonder belangrijke profetie uit de Tenach dus het oude testament, die niet over het hoofd gezien kan worden en die van uitzonderlijke betekenis kan zijn voor het begrip van de wijze waarop zo plotseling aan het einde van het zesde zegel een verzegeld Israel en een verheerlijkte grote schare uit de grote verdrukking “tevoorschijn” kunnen komen.

Dat is de profetie van Joel over de dag des HEREN en de uitstorting van de Heilige Geest (geest van Mijn Geest die wordt uitgestort)! In deze profetie worden namelijk verschijnselen genoemd, die ook onder het zesde zegel voorkomen:

  • de hemel beeft
  • zon en maan worden zwart
  • de maan zelfs als bloed
  • de sterren trekken haar glans in … (Joel 2:10, 31).

De uitstorting van de Heilige Geest (dus: geest van Mij) tijdens de Pinksterdag (Sjawoe’ot) wordt als beperkt gezien tot de twaalf apostelen (Hand. 1:13) of tot de 120 mensen die bijeen waren in de opperzaal (Hand. 1:15). Deze uitstorting wordt als een voorvervulling beschouwd, daar de uitstorting niet op “alle vlees” was. Zelfs niet als men de uitstorting van de Heilige Geest tot Israel beperkt ziet (Joel 2:28,29; Jes. 44:3; Ezech. 39:29), en waar de volledige vervulling van deze profetie gepaard gaande met de verschijnselen die verband houden met de Dag des HEREN, dus eindtijdelijke verschijnselen tegemoet ziet.

Vóór het kwaad in absolute gedaante over de wereld komt, wordt nog de uitstorting van de Heilige Geest (dus: geest van Mijn Geest die wordt uitgestort) op “alle vlees” verwacht, dat wil zeggen op allen die tot het “volk Gods” behoren. Dat wordt bewezen geacht door de verzegeling van de 144.000 uit de stammen van Israel en de gelovigen uit de grote verdrukking. Dus in die zin dat zowel de bijzondere als de algemene belofte over de uitstorting van Mijn Geest in deze twee categorieen gelovigen als vervuld gezien.

  • Voor Israel geldt de bijzondere belofte: Úw zonen en úw dochters zullen profeteren, úw ouden zullen dromen dromen, úw jongelingen zullen visioenen zien (Joel 2:28,29). “Ik zal Mijn Geest op Úw zaad gieten en Mijn zegen op Úw nakomelingen” (Jes. 44:3 e.v.). “Ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels heb uitgegoten”   (Ezech. 39:29). “En Ik zal u een nieuw hart geven en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u” (Ezech. 36:26 e.v.).

De algemene belofte is voor de gelovigen uit alle volken; zonder de grote uitstorting van de Heilige Geest zou er nooit een ontelbare schare gelovigen tijdens de grote verdrukking kunnen onstaan.

De opzet van deze korte beschrijving over de vallende sterren en het wegwijken van de hemel in Openbaring 6:13, 14 is niet een wetenschappelijke oplossing of verklaring te geven. Daartoe ontbreekt ons de wetenschappelijke kennis. Het is zeer de vraag of competente geleerden voor dit wonderlijke gebeuren een sluitende verklaring zouden kunnen geven. Bij de huidige stand van wetenschap is dat misschien zelfs onmogelijk.

De bedoeling van deze beschrijving is dus niet een wetenschappelijke verklaring, maar in te gaan op de bewering van allen die zeggen dat wat ons beschreven wordt over vallende sterren op aarde en het wegwijken van de hemel als een boekrol, wetenschappelijk als onmogelijk beschouwd moet worden.  Dergelijke beweringen, die wij overal tegen Gods Woord ingebracht zien, getuigen van een wijsneuzigheid die allesbehalve wetenschappelijk genoemd kan worden. Wij voelen geen enkele behoefte de waarheid van de Bijbel wetenschappelijk te bewijzen als wij dat al zouden kunnen, maar wij gevoelen er nog minder voor klakkeloos te aanvaarden dat de schriftuurlijke “voorstellingen” strijdig zijn met wat als wetenschappelijk wereldbeeld wordt beschouwd. Het mag zijn dat de Bijbel niet bedoeld is als wetenschappelijk onderricht, even waar is dat wij te allen tijde op de bres behoren te staan tegen allen die de Waarheid van de Heilige Schriften afwijzen op grond van hun wetenschappelijk “wereldbeeld”.

Niemand beter dan de wetenschapper weet hoe betrekkelijk alle voorstellingen van de natuur zijn. De natuurkunde staat vooraan om dit te bevestigen. In de kernfysica worden de deeltjes waaruit de stoffelijke wereld is opgebouwd steeds kleiner en ongrijpbaarder en 2 x 2 is daar geen 4 meer. Einstein en andere natuurkundigen ontdekten dat de stoffelijke wereld een concentratie is van energie. De tijd, of wat wij als tijd ervaren, werd een gegeven dat samenhangt met de ruimte, een vierde demensie. Zoals de ruimte, het heelal of delen daarvan, kan uitdijen en inkrimpen, lijkt onder bepaalde voorwaarden ook de tijd uitgerekt en ingekrompen te kunnen worden. Wat de sterrenkunde (astronomie) en de sterren-natuurkunde (astro-fysica) betreft zijn er de laatste tientallen jaren zoveel belangrijke ontdekkingen gedaan die vroegere voorstellingen omvergeworpen hebben, dat niemand het in zijn hoofd haalt te beweren dat we een afgerond beeld hebben van het heelal, of zelfs alleen maar van onze planeet en de aardse “omgeving” in de wereldruimte.

Zoveel weten we wél, dat het evenwicht in het heelal en dus in de stoffelijke wereld wezenlijk een evenwicht van energie is. Dit evenwicht van op elkaar inwerkende krachten is niet tot in alle eeuwigheden gegarandeerd. Sterren kunnen plotseling ernorm uitdijen, geweldig toenemen in grootte en hitte-uitstraling om dan ineen te schrompelen tot “dwergen”.

Zoals er orkanen en stormen over de aardbol trekken, razen er ook in de wereldruimte energiestormen; geleerden ontdekken “zwarte gaten”, enorme zwaartekrachtenconcentraties van “verschrompelende” sterren die hele werelden tot zich trekken en oprollen. Er zijn theorieen dat het heelal uitdijt als een ballon die men opblaast en dat de sterrenstelsels aan de rand de indruk wekken met enorme snelheid weg te vluchten. Maar ook dichter bij “huis” zijn er verschijnselen die aantonen dat het heelal niet zo stabiel is als wel lijkt. Vanuit de ruimte gefotografeerd en gefilmd is ook onze planeet overdekt met kraters, de meeste zeer oud en overgroeid, alleen zichtbaar van zeer grote hoogte. Maar hoe goed ze ook gecamoufleerd zijn door de eeuwenlange begroeiing, door opvulling ten gevolge van verstuivingen en soms zelfs door bebouwing, zij zijn de stille getuige van vroegere inslagen van hemellichamen. Gelukkig is het percentage van inslagen van grotere hemellichamen te verwaarlozen in verhouding tot het aantal dat valt. Dit aantal bedraagt namelijk 100 miljoen per dag, met een totaal gewicht van ongeveer 1.000 ton. Deze hemellichamen worden meteoren genoemd. Het overgrote deel verbrandt door wrijving in de aardse atmosfeer. De delen en deeltjes die ten dele verbranden, slaan in op de aarde en worden meteorieten genoemd.

De zogenaamde “sterrenregens” zijn meteorenzwermen die periodiek terugkeren en dus een bepaalde baan in de ruimte beschrijven. Naast de periodieke meteorenzwermen zijn er ook onvoorspelbare meteoren, hemellichamen die onverwacht de aarde kunnen treffen. Theoretisch is het mogelijk dat zo’n  zwerm “komisch gruis”, waaronder ook zeer grote brokstukken kunnen zijn, (de baan van) de aarde kruist en het hangt van de grootte van deze hemellichamen af of zij in de dampkring verbranden, of dat zij de aarde bereiken. Een zwerm grote meteoren, die maar ten dele in de aardse atmosfeer zouden verbranden, zou als deze het aardoppervlak bereiken, catastrofaal kunnen zijn.

Onze God is machtig, door de werking van Zijn kracht, waarmede Hij alle dingen aan Zich onderwerpt (Fil. 3:21b), hemellichamen op aarde te doen vallen. Wie opmerkt dat het onmogelijk is dat sterren (zonnen) met een grootte als die van “onze” zon of veel groter, op aarde kunnen vallen, daar één ster (zon) duizenden malen groter is dan de aarde, getuigt van juist inzicht. Het is ook waar dat reeds door het nabijkomen van één ster (zon) tot de aarde, onze planeet door enorme hitte in gas zou vervluchtigen.

Maar het bijbelse woordgebruik is niet dat van wetenschap, waarmee ook weer niet gezegd is, dat de Bijbel de toets van de wetenschap niet zou kunnen doorstaan! Zoals men ook in onze tijd nog van “sterrenregens” spreekt, terwijl meteoren worden bedoeld, wordt in de Bijbel onder sterren alle mogelijke hemellichamen verstaan. Het gegeven dat in de Bijbel ook figuurlijke “sterren”voorkomen (Gen. 37:9; Num. 24:17; Ap. 1:16, 20) doet niets af van het feit dat er in vele andere bijbelplaatsen letterlijk over sterren gehandeld wordt. Sommige uitleggers stellen dat het beeld van de vijgenboom die zijn onrijpe (winter) vruchten afwerpt (Ap. 6:13); Jes. 34:4) een aanwijzing is dat de sterrenval op aarde eveneens figuurlijk moet worden opgevat.

Meermalen is er al op gewezen dat de mensen in de aarde zullen kruipen onder de indruk van natuurverschijnselen die zo indrukwekkend en beangstigend zijn, dat zij hierin het Aangezicht van God herkennen en de toorn van het Lam.

De val van politieke leiders en het verdwijnen van de bestaande structuren (waarop dan de vallende sterren en de wegwijkende hemel zouden wijzen) zouden de mensen van alle rang en stand heus niet tot wegkruipen in de aarde brengen. De historie is vol van dergelijke revoluties en omwentelingen, waarbij de mensen wel veel leed ondervonden, maar waarbij zij niet in de holen en spelonken kropen en uitriepen:

  • “Verbergt ons en valt op ons, want de toorn van Hem die op de troon zit en het Lam is gekomen”. (Ap. 6:13).

Overigens is het opvallend dat het beeld van de vijgenboom niet zonder meer over afvallende vijgen spreekt, maar over onrijpe- of wintervijgen handelt. Ook dit beeld duidt op een werkelijkheid. Die late, onrijpe wintervijgen zitten stevig vast en er is een harde wind nodig om ze af te doen vallen. Hoewel hier geen enkele zekerheid is, zou kunnen worden gedacht aan een energie-storm “ergens in het heelal” die bepaalde hemellichamen uit hun “systeem”of “stelsel” rukt, waarna zij op aarde vallen. Ook is het mogelijk te denken aan een meteoren-bombardement op aarde dat ongekende stormen en orkanen en watervloeden op aarde teweeg kan brengen.

Hier wordt niet beweerd hoe het allemaal zou kunnen gaan, maar ontkend dat het niet mogelijk is! Het wegwijken of toerollen van de hemel als een boekrol, kan verklaard worden als een visueel effect, als een gebeuren dat de aardbewoners zo zien. De val van hemellichamen op aarde zou enorme explosies en stofontwikkeling kunnen veroorzaken, waardoor de hemel verduisterd wordt en de sterrenhemel (voor het oog een gewelf of een strook, als een boekrol) als het ware geleidelijk voor het oog zou kunnen verdwijnen. In Jesaja 13 vers 10 staat geschreven dat de sterren des hemels haar licht niet laten lichten, in Ezechiel 32 vers 7 dat de HERE de sterren zwart zal maken en in Joel 2 vers 10, dat de sterren hun glans intrekken (verg. Joel 3:15).

De krachten van de hemelen zullen bewogen worden, profeteert de Here Jezus …

  • ‘Want de machten der hemelen zullen wankelen. En dan zullen zij de zoon des mensen zien komen op een wolk, met grote macht en heerlijkheid’ (Luc. 21:26).

Dat kán wijzen op een “energie-storm” of een verstoring van het evenwicht der zwaartekracht, maar er zijn ook andere mogelijkheden, zoals de genoemde “zwarte gaten” die hele sterrenstelsels kunnen”opslokken”, een gebeuren dat óók als een oprollen van de hemel zou kunnen worden waargenomen. Tenslotte wordt de mogelijkheid geopperd dat de verschijnselen en catastrofen onder het zesde zegel veroorzaakt worden door explosies van atoombommen. Hevige kern-explosies zouden de aardse atmosfeer doen wervelen en “oprollen” en enorme stofwolken zouden de hemel verduisteren. Een kernoorlog buiten of in het Midden-Oosten is in het verloop van de eindgerichten zeker niet uitgesloten, maar de verschijnselen onder het zesde zegel omvatten ook het vallen van hemellichamen en dat kan zelfs een kernexplosie niet teweegbrengen.

De onzetting bij de mensen (de toorn van het Lam) wijst op een niet door mensen veroorzaakt gebeuren. Nogmaals: al het voorgaande vertelt ons beslist niet hoe het zal zijn; het vertelt ons slechts hoe dit alles waargenomen zou kunnen worden en dat het dwaas is te beweren dat het onmogelijk is.

Het zal zich letterlijk afspelen; dat wordt bevestigd door de Hoogste Autoriteit, onze Here Jesjoea Messias, waar deze profeteert dat de harten der mensen zullen bezwijken van vrees en verwachting der dingen die het aardrijk zullen overkomen; want de krachten der hemelen zullen bewogen worden (Luc. 21:26).

De Apocalyps … een fictie, of naderbij in 2014 – 2015 – 2016 – … ?

Tegenover en naast alle mogelijke wetenschappelijke moderne en vroegere toekomstbeschouwing leggen wij een klein boekje, dat onder de eerste eeuwen van onze jaartelling ontstond. Het is de ‘Apocalyps’ als laatste bijbelboek opgenomen in de Nieuw Testamentische Geschriften, beter bekend als de “Openbaring van Jezus Messias”. Kan dit oude geschrift uit een voor-wetenschappelijke tijd, bijna twintig eeuwen geleden geschreven, op grond van visioenen die een zekere Johannes op een eiland heeft  gezien, ons iets te zeggen hebben over toekomende gebeurtenissen waar de hemel, de aarde, de zee en het droge zullen beven!

Apocalyps betekent ‘het tevoorschijn komen’, dat is eigenlijk de meest wezenlijke betekenis van het boek; alles komt er in tevoorschijn wat er al was, maar wat nog niet openbaar is geworden. In de eerste plaats de Messias Zelf, in de voleinding van de eeuw/aioon (Matth. 24-29-31). Het Griekse woord voor voleinding sunteleia’ in Mattheus 24:3 heeft hier de betekenis van ‘het samenkomen van een knooppunt van sporen’ als bij een spoorwegennet, wat dan ook uitloopt naar het ‘eindpunt van het traject’, het hiervoor gebruikte Griekse woord ‘telos’ heeft dan ook de betekenis van het ‘tot het einddoel komen’ (Mattheus 24:6).

  • ‘Want zo zegt de HEERE van de legermachten: Nog één ogenblik, en dat is een korte tijd, dan zal Ik de hemel en de aarde, de zee en het droge doen beven’ (Haggai 2:7).
  • Zijn stem bracht indertijd de aarde aan het wankelen. Nu echter heeft Hij openlijk verkondigd: Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel doen beven. Dit ‘nog eenmaal’ duidt op verandering van de dingen die kunnen wankelen als van dingen die gemaakt zijn, opdat de dingen die onwankelbaarbaar zijn, zouden blijven (Hebr. 12:26.27).

Visioenen worden zichtbaar en hoorbaar …

De schofar … Het eerste visioen is niet alleen een zien, maar ook een horen, zoals horen en zien wel meer samen gaan in de visioenen van Johannes. Van bijzondere betekenis is ‘de grote stem als van een bazuin’ …

  • ‘Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin …’  (Ap. 1:10).

De bazuin neemt een grote plaats in de Apocalyps in. De eindgerichten van het zevende zegel worden alle ingeleid door een bazuin (8:6) en onder de zevende bazuin voltrekken zich de belangrijkste oordelen en ook de wederkomst (11:15-19), de oprichting van het Messiaanse rijk en de opstanding(en).

De stem als van een bazuin/schofar leidt a.h.w. het bazuin karakter van de Apokalyps in. Dit zegt de Kerk of christenheid over het algemeen weinig of niets meer. Om de betekenis van de bazuin te kunnen peilen, in het bijzonder voor de Apokalyps, moeten we iets weten over het bazuingeklank in Israel …

  • ‘Hoe gelukkig is het volk dat het geklank kent’ (Ps. 89:16).

In de hoge dagen van Israel neemt de bazuin (schofar) immers een bijzondere plaats in. Toen God zich voor het volk Israel openbaarde op de Sinai, schalde daar een sterke bazuin (Ex. 19:16). Deze openbaring was niet alleen een bekendmaking over God, maar op de berg Sinai toonde de HEER Zich aan het volk, daar werd Hij openbaar, zoals ook eens Jezus Messias openbaar zal worden. De profeet Zefanja, profeterende over de dag des Heren en grote gerichten, noemt deze, ‘een dag van bazuingschal’ (Zef. 1:16).

Ook hier verband tussen de schofar en het komen van God als Rechter der wereld. Toen Israel het beloofde land in bezit moest nemen, scheen Jericho een onneembaar bastion. Zeven dagen lang moesten de zeven priesters hun zeven bazuinen blazen om de muren van de vijand, en onder de zevende bazuin vielen de muren. Een typologische profetie van het eindgericht, waarin onder de zevende bazuin het oordeel over de God-vijandige wereld voltrokken zal zijn en Israel en de heidenvolken het Messiaanse rijk kunnen binnengaan.

De schofar luidt de overwinning van God op de antimachten in en ook dáárom worden de zwaarste eindgerichten uit de Apocalyps telkens geopend met het blazen van bazuinen en zal onder de zevende bazuin de Messias komen om de overwinning te bekronen en de nieuwe wereld van het Messiaanse rijk te scheppen.

De bazuin opende ook het Israelisch Jubeljaar, het jaar van de vrijheid en de teruggave (Lev. 25:8-10). Het is de schofar, de ramshoorn die de overwinning van de Messias aankondigt. In zijn rede over de laatste dingen spreekt ook Jezus over het bijeen verzamelen van de uitverkorenen met een bazuin (Matth. 24:31). “Blaast de bazuin te Sion … want de dag des Heren komt”, roept de profeet Joel (2:1). Het is ook de bazuin dat de doden worden opgewekt (1 Cor. 15:52). De bazuinen leiden dus niet alleen de gezette hoogtijden onder Israel in; parallel aan deze feesten worden ook de hoogtijden van het apocalyptisch gebeuren door bazuinen voorafgegeaan.

De bazuin, die alle andere bazuinen omvat, klinkt daarom in het eerste visioen door, als Johannes achter hem een grote stem hoort. Uit het bazuingeschal van deze stem blijkt grote betekenis van wat nu volgen gaat. Waarschijnlijk wijst de apostel Johannes hier reeds heen naar het moment van de aanstaande wederkomst van Jezus Messias, wanneer Hij als de Hogepriester de hemelse tabernakel, het Heilige der heilige in de hemel zal verlaten op DE GROTE VERZOENDAG, om in Israel en daarbuiten alle dingen weer op te richten.

Mozaische wetgeving

Op wonderbaarlijke wijze geeft een stuk Mozaische wetgeving, de gelijkenis weer en ook het stramien van het verlossingsproces aangaande Israel en de volken, wat ook in het boek de ‘Openbaring van Jezus Messias’ is opgenomen. De wet van Mozes bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het Jubeljaar, verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenaam moest worden teruggegeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloedverwant van de man die uit armoede, of om andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan had moeten verkopen.

Deze inzetting heeft een rijke profetische strekking. Wezenlijk is dat Israel van de Here en dat het verkochte erfdeel weer aan de Eigenaar moet worden teruggegeven. Het is de Messias Jezus, Die daarvoor, als de naaste bloedverwant, met Zijn Bloed betaald heeft. Daarom is Hij de grote “Losser” (Goel), die in de volheid van tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) Israel en de wereld weer loskoopt. In het licht van deze lossers-procedure krijgt het visioen in de Apocalyps in hoofdstuk 5 (Openbaring 5:1-14), de opening van de boekrol met de zeven zegels, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek bepalende betekenis in het licht van de 7 x 7 (sabbatsjaren) jaarweken gerekend in een ‘volheid’ van tijd vanaf de hereniging (re-united) van Jeruzalem op 7 juni 1967 tot aan de ‘Yom Kippur’ van 23 september in 2015. De boekrol of de ‘lossersakte’ is verzegeld met 7 zegels; wel heeft de Messias de losprijs reeds betaald met Zijn eigen bloed, maar zoals de Mozaische Wet luidde, pas kwam het vervreemde eigendom weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen (Lev. 25:8-10).

Bij de ‘lossing’ door de Messias gaat het om de gehele wereld. In de Apocalyps hoofdstuk 5 staat dat niemand waardig is de zegels van de boekrol te openen; uitsluitend de Messias, Die immers de losprijs betaald heeft, mág en kán dit volbrengen. Nérgens wordt zo indringend de hopeloze positie van de mensheid duidelijk, als in dit gedeelte van de ‘Openbaring’. Nérgens ook wordt duidelijker geillustreerd, dat de pogingen van de mens het verloren paradijs terug te winnen tevergeefs zijn. Het betekent de definitieve afrekening met alle illusies van vredesbesprekingen, utopieen, ideologieen én religies, om deze planeet die aarde heet te verlossen en te brengen in een paradijselijke toestand; met de intentie dat buiten Hem om te doen, … maar Die nu juist wel waardig is!

Aftellen is begonnen!

Hoeveel tijd wordt er nog toegemeten aan de kerkleiders van de geinstitutioneerde kerken, de machthebbers der grootmachten en aan Israel, alvorens de zegels van de ‘lossersakte’ in de Apocalyps [naar Mozaische wetgeving] worden losgemaakt? (Ap.6:1). Natuurlijk kun je de ogen daarvoor sluiten of schouder ophalend denken, dat gaat mij niet aan! Toch lijkt dat niet verstandig, omdat er in de huidige heilsgeschiedenis van Israel er tekenen zijn die erop wijzen dat de tijd(en) ‘vol’ raken.

Tijdens de derde dag van de ‘Zesdaagse Oorlog’ van ’67 is het de opperrabbijn Shlomo Goren geweest die bij de Klaagmuur als op het Tempelplein is gaan bazuinen op de schofar, en is die bazuin in het verlengde van de ‘Yom Kippur Oorlog’ van 6 oktober 1973 feitelijk niet meer tot rust gekomen.

Uit de visioenen in de Apocalyps valt op te maken dat er in de hemel, als de tijd(en) ‘vol’ is, de voorbereidingen getroffen worden in de openbaarwording van Jezus Messias, die de (Goel) Losser van de Israel en de volkeren is, waar in het boek Leviticus op een heel bijzondere wijze over gesproken wordt (Lev. 25:8-10; Ap. 5:1-14).

Vandaar dat de ‘Yom Kippur’ (grote Verzoendag) van 2015 op 23 september wel eens van grote betekenis kan zijn in het manifest worden van dat kleine boekje, dat de toets der eeuwen heeft doorstaan; en waarom is déze Apocalyps wél in de Bijbel opgenomen?

Het zijn vragen die alleen vanuit het boek de ‘Openbaring van Jezus Messias’ zelf kunnen worden beantwoord; beter: vanuit de gehele Heilige Schrift en haar samenhangen, en dan in een vast geloof aan de waarheid van alle bijbelse profetie, die reeds op zoveel punten vervuld werd; de ‘Apocalyps’ (Ap. 1:1-3) die als het puur om de geschiedenis met Israel gaat zo naadloos aansluit bij Handelingen 28 waar de jaar weken aan het eind van Handelingen 28 zo abrupt in de 67e jaar week werden afgebroken om vervolgens het restant van de 3 resterende jaar weken van de in totaal 70 weken uit Daniel 9 te voltooien … een begin nemende in 2015, 2016, 2017 waar we in de Apocalyps de 7 zegels, de 7 bazuinen en de 7 schalen van toorn manifest zien worden? (Dan. 9:24-27).

Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt … (Ap. 3:13).

Gerard J.C. Plas

 

Be Sociable, Share!
 Posted by at 16:44

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »