Dec 282016
 

Als Israël in het geding is menen ook sommige theologen haarfijn te kunnen uitleggen wat het internationaal te zeggen heeft. Verwijzingen naar dit rechtsgebied behoren tot het vaste arsenaal van de critici van de staat Israël. Er is echter alle aanleiding hierbij wat kritische kanttekeningen te maken.

Dominee Veldhuis weet het zeker. CU-kamerlid Joel Voordewind heeft het mis als hij niet over bezetting wil spreken als het om Palestijnse gebieden gaat, maar om beheer door Israël. Wat de staat Israël en meer in het bijzonder de Joodse bewoners van de ‘nederzettingen’ daar (d.w.z. in Judea, inclusief Oost-Jeruzalem, Samaria en op de Golan) doen is volgens de Culemborgse predikant, die verbonden is aan het Rights Forum van oud-premier van Agt, in flagrante strijd met het internationaal recht (Zie: Henri Veldhuis Weblog, www.henriveldhuis.nl)

In dit artikel wil ik deze en soortgelijke geluiden bekijken in relatie tot internationaal recht en politiek. Vervolgens ga ik in op internationaalrechtelijke aspecten van het bestaan van de staat Israël en zijn grenzen. Ten slotte komt het oorlogsrecht aan de orde, een terrein waarop Israël voortdurend doelwit van kritiek is. Een uitputtende behandeling van alle relevanten internationaalrechtelijke leerstukken is uiteraard gezien de omvang van de bijdrage onmogelijk (Zie verder: boekje van Matthijs de Blois, Israël: een staat ter discussie? Over de internationalerechtelijke positie van Israël, Jongbloed/Groen, Heerenveen 2010).

Internationaal recht en politiek

Om te beginnen merk ik op dat de vorming, uitlegging en handhaving van internationaal recht ten nauwste verbonden is met de internationale politiek, dat wil zeggen: de internationale machtsverhoudingen. Internationale rechtsnormen zijn vaak, als uitkomst van een in politieke onderhandelingen moeizaam bereikt compromis, nogal algemeen geformuleerd. Verdragsbepalingen en andere regels van internationaal recht zijn vatbaar voor uiteenlopende interpretaties. Uitleggers maken daarin vaak heel uiteenlopende keuzes, die mede bepaald worden door politieke en levensbeschouwelijke vooronderstellingen. Er vloeien daarom uit het internationaal recht niet zomaar onbetwistbare pasklare antwoorden voort op allerlei moeilijke politieke controverses. Daarbij geldt overigens wat mij betreft niet dat elke uitlegging dezelfde waarde heeft. In het licht van fundamentele rechtsbeginselen zijn er wel degelijk betere en minder goede interpretaties.

De vraag of en hoe een norm door staten of internationale organistaties op een of andere manier gehandhaafd wordt is veelal ook een politieke kwestie. Een duidelijke illustratie hiervan is de totstandkoming van het op 9 juli 2004 door het Internationaal Gerechtshof (IGH) uitgebrachte advies over de juridische consequenties van de bouw door Israel van een anti terreur veiligheidsbarrière, deels ten oosten van de wapenstilstand lijnen uit 1949 (in de media ook wel: ‘de grenzen van 1967’ genoemd). ((2004) ICJ Rep. 136).

Het advies is niet uit de lucht komen vallen. Het werd gevraagd door de Algemene Vergadering van de VN, een politiek orgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten van de VN, merendeels geen vrienden van Israël. Het politieke karakter blijkt ook als we ons realiseren dat uitgerekend de door Israël gebouwde barrière aan het Hof werd voorgelegd en niet andere omstreden barrières in deze wereld, zoals die in het door India en Pakistan betwiste Kashmir. In het voor Israel negatieve advies, dat overigens niet bindend is, maakt de meerderheid van de rechters – ook mensen met eigen vooronderstellingen – zeer omstreden en aanvechtbare keuzes bij de interpretatie van internationaalrecht. Het Hof komt niet toe aan een serieuze afweging van het recht en de plicht van de staat Israel zijn eigen burgers te beschermen en de soms ernstige beperkingen die de oprichting van de barriere kan meebrengen voor de Palestijnse Arabieren. De Amerikaanse rechter in het Hof, Thomas Buergenthal, die zich distantieerde van het advies, maakte zijn collega’s op dit punt terecht ernstige verwijten. Het advies wordt niettemin door velen gezien als het onbetwistbare uitgangspunt voor de beoordeling van de juridische posities van de partijen in het conflict tussen Israël en de Palestijnse Arabieren.

De meerderheid van de rechters maakt zeer omstreden en aanvechtbare keuzes

Het bestaansrecht van Israël

Wat in de betogen van Israëls critici meestal geheel ontbreekt is een bezinning op de internationaal rechterlijke aspecten van het ontstaan van de staat Israël. Net name ziet men de centrale betekenis van het Palestina Mandaat van 24 juli 1922 over het hoofd. Daarin werd door de Raad van de Volkenbond in een juridisch bindend besluit aan de Britse regering het bestuur over Palestina verleend. Het bijzondere van dit Mandaat is dat het rechten toekent aan een volk, dat toen nog maar zeer ten dele woonde in het mandaatgebied: het Joodse volk. De reden hiervoor is te vinden in de preambule van het mandaat, waar de historische band van het Joodse volk, met het geografische gebied Palestina expliciet erkend wordt en waar tevens wordt verwezen naar de gronden voor de wederoprichting van hun nationaal tehuis in dat gebied. Vanuit profetisch perspectief is dit een belangrijke observatie. Het gaat om een voor zover ik weet uniek voorbeeld van een verbinding van een internationaalrechtelijke tekst met de bijbelse profetie. Als we bedenken van het mandaat die zijn wortels vindt in de Balfour- Verklaring uit 1917, waarin de Britse regering verklaarde welwillend te staan tegenover de vestiging van een Joods nationaal tehuis in Palestina, is de overweging in de preamble goed te plaatsen. De Britse minister van Buitenlandse Zaken Balfour, en de Britse premier Lloyd George stonden vanuit hun Bijbels gefundeerd geloof zeer sympathiek tegenover het zionistische streven het Joodse volk te doen terugkeren naar het land der vaderen. (Zie daarover bijvoorbeeld de autobiografie van Chaim Weizmann, In dienst van mijn volk, Assen 1949, pp. 179 en 201).

Het mandaat heeft overigens niet slechts historische betekenis. Het is ook anno 2012 nog juridisch relevant, ook al zijn de Volkenbond en het Mandatenstelsel als zodanig na de Tweede Wereldoorlog opgeheven. Daartoe wijs ik op artikel 80 van het VN-Handvest volgens welke bepaling de onder het mandatenstelsel verkregen rechten van het Joodse volk gerespecteerd moeten worden. (Zie voor een gedetailleerde uitleg mijn Israël: een staat ter discussie? Over de internationaalrechtelijke positie van Israel, Jongbloed/Groen, Heerenveen 2010, pp. 38-39).

De kernverplichting van het mandaat is ontleend aan de Balfour-Verklaring (1917): het tot stand brengen van de condities die de stichting van het Joods nationaal tehuis moeten verzekeren (art. 2). In het Mandaat wordt verder voorzien in de bevordering van de Joodse immigratie en vestiging (art. 6). Deze verplichtingen hadden oorspronkelijk betrekking op het gebied van de Middellandse Zee tot de oostgrens van Jordanië, maar dit werd in 1923 teruggebracht tot het gehele gebied ten westen van de Jordaan. Het Mandatenstelsen, in het leven geroepen met het oog op de voormalige koloniën van Duitsland en delen van het Ottomaanse rijk, was een instrument om volkeren voor te bereiden op onafhankelijkheid. Het is de uitdrukking van het beginsel van de zelfbeschikking van volkeren dat vanaf de Eerste Wereldoorlog geleidelijk vorm begint te krijgen. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelt dit beginsel zich tot een aantal verdragen. Het geeft volkeren het recht in alle vrijheid hun politieke status te bepalen en hun economische, sociale en culturele

Een uniek voorbeeld van een verbinding van een internationaalrechtelijke tekst met Bijbelse profetie

ontwikkelingen na te streven. (Zie artikel 1 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake politieke rechten en burgerrechten (1966); ‘Alle volken bezitten het zelfbeschikkingsrecht. Uit hoofde van dit recht bepalen zij in alle vrijheid hun politieke status en streven zij vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkelingen na.’ (Nederlandse vertaling van het origineel). De uitroeping van de staat Israël als een Joodse en democratische staat, op 14 mei 1948, na de beëindiging van het mandaat door de Britse regering, geeft uitdrukking aan de zelfbeschikking van het Joodse volk. In dat verband moet, gelet op de veel gehoorde kritiek dat Israël een apartheidsstaat is, (Bijvoorbeeld S.W. Couwenberg, Israël en het apartheidsbewind in Zuid-Afrika: een vergelijking, in: Internationale Spectator januari 2007, pp. 42-43) onderstreept worden dat de keuze voor de eigen identiteit als Joodse staat voluit beschermd wordt door het zelfbeschikkingsrecht.

De grenzen van Israël

Een staat wordt in het internationaal recht onder andere gekenmerkt door aanwezigheid van een territoir waarover effectief gezag wordt uitgeoefend. Een territoir impliceert grenzen waarmee dat territoir wordt afgebakend van dat van andere staten. Het is interessant op te merken dat voor de Britse regering, met name voor premier Lloyd George, bij de onderhandelingen over de omvang van het mandaatgebied de Bijbelse notie van het land Israël ‘van Dan tot Berseba’ centraal stond. (Zie: Richt. 20:1, 1 Sam. 3:20 en 1 Kon. 4:25). Dat is een aanduiding van het gebied bewoond door de Twaalf Stammen van Israël gedurende de tijd van de Eerste Tempel. Het oorspronkelijke territoir van het Palestina Mandaat, strekte zich uit van de Middellandse zee tot wat nu de oostgrens van Jordanie is. Kort na het tot stand komen van het Mandaat besloot de Britse regering op 16 september 1922 gebruik te maken van de in artikel 25 voorziene mogelijkheid om ten aanzien van het gebied ten oosten van de Jordaan de tenuitvoerlegging van mandaat verplichtingen uit te stellen of op te schorten.

Het doel van de Britse regering was de totstandkoming van het onder Brits toezicht staande Emiraat van Trans-Jordanië mogelijk te maken (nu Jordanië). De verplichting tot vestiging van een Joods nationaal tehuis gold voortaan tot aan de rivier de Jordaan. Gezien de blijvende betekenis van de rechten van het Joodse volk onder het Mandaat zijn er sterke argumenten voor een soevereiniteitsclaim van Israël op het gehele mandaatgebied, in ieder geval tot aan de Jordaan. Daarbij moet wel gesteld worden dat de Israëlische regeringen daaraan in de loop der geschiedenis niet onverkort hebben vastgehouden.

Toen in 1947 duidelijk was geworden dat de Britten het Mandaat wilden beeindigen stelde de Algemene Vergadering (AV) van de VN een Verdelingsplan voor dat voorzag in een Joodse en een Arabische staat. De Joodse staat was teruggebracht tot een zeer beperkt onderdeel van het oorspronkelijke mandaatgebied. Dit Verdelingsplan is nooit gerealiseerd. Het werd niet zonder bezwaren aanvaard door het Joodse leiderschap maar onmiddellijk verworpen door de Arabische bewoners en de omringende Arabische staten. De in het Verdelingsplan voorziene grenzen hebben dan ook geen enkele internationaalrechtelijke betekenis.

Er zijn sterke argumenten voor een soevereiniteitsclaim van Israel op het gehele mandaatgebied

De Onafhankelijkheidsoorlog (1948-1949) tegen de agressie van vijf Arabische staten, die de vernietiging van de Joodse staat beoogden, heeft geresulteerd in de vaststelling in 1949 van wapenstilstandslijnen, overeengekomen tussen Israel en respectievelijk Egypte, (Trans-) Jordanië, Syrië en Libanon en nooit bedoeld als internationale grenzen. In concreto betekende dit dat het door de staat Israel bestuurde gebied slechts een deel van het oorspronkelijke mandaatgebied omvatte.

Egypte bezette de Gazastrook en Jordanië deed hetzelfde met Judea en Samaria inclusief Oost-Jeruzalem (met de Oude stad). In de wandeling worden deze gebieden vaak de Westbank genoemd. Deze term is in 1950 ingevoerd toen Jordanie het gebied annexeerde. Het loslaten van de Bijbels-historische benamingen Judea en Samaria ondermijnt uiteraard de Joodse aanspraken op deze gebieden.

Na de Zesdaagse oorlog van 5-10 juni 1967 waarin Israël zich moest verdedigen tegen agressie van de zijde van met name Egypte, Syrië en Jordanië, is het gebied dat onder Israelisch bestuur kwam aanzienlijk aangebreid, namelijk met de Sinai-woestijn, de Gazastrook, Judea en Samaria, inclusief Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte. Door velen worden de genoemde gebieden sindsdien aangeduid als ‘bezette gebieden’ (De Sinaï is in 1979 weer teruggegeven aan Egypte, terwijl Israel zich ook volledig uit Gaza heeft teruggetrokken), niet alleen in resoluties van VN-organen, maar ook in het Advies van het Internationaal Gerechtshof van 9 juli 2004.  Die kwalificatie is naar mijn oordeel echter niet juist. Joel Voordewind heeft gelijk. Dit om te beginnen gelet op de omvang van het mandaatgebied. Daarbij kan nog onderstreept worden dat met name Judea en Samaria, inclusief Oost-Jeruzalem het historische ‘hart’ van het land Israel vormen. Verder moet worden opgemerkt dat Israel toen het zich in 1967 opnieuw moest verdedigen tegen Arabische agressie niet het grondgebied van andere staten heeft ingenomen; het ging om gebieden die Jordanie en Egypte in 1948 zonder rechtsgrond hadden bezet na een agressieoorlog en dus niet om territoir van genoemde staten. De in artikel 2 van de Vierde Geneefse Conventie (uit 1949, die gaat over de behandeling van burgers in bezet gebied), voorziene situatie van bezetting van territoir van een hoge verdragssluitende partij (in casu Jordanie of Egypte) door een andere hoge verdragsluitende partij (Israel) deed zich dus niet voor. Dit standpunt is heel recent nog eens verwoord door een commisie van hooggekwalificeerde juristen onder voorzitterschap van een oud-rechter van het Israelische Hooggerechtshof, Levy. (http://spme.netlcgi-bin/printerfriendly/pf.cgi)

Het is de vraag of zij de critici van Israel die zich zo graag beroepen op het internationaal recht, kunnen overtuigen. De voorzitter van de Amerikaanse (RK) bisschoppenconferentie heeft zich in ieder geval al tegen het rapport uitgesproken. (http://www.catholicculture.org/news/headlines/index.cfm?storyid=14928)

Het voorgaande is van belang voor de status van de Joodse nederzettingen in Judea en Samaria. Door velen worden deze als een ernstige inbreuk op het internationaal recht gezien en als een voornaam obstakel op de weg naar vrede in het Midden-Oosten. Dat standpunt is niet terecht. We moeten vaststellen dat de nederzettingen zich bevinden op het oorspronkelijke gebied van het Mandaat dat was aangewezen voor de vestiging van het Joods nationaal tehuis. Hierboven heb ik reeds betoogd dat de rechten van het Joodse volk onder het Mandaat nooit zijn vervallen. Daartoe behoort ook het recht van Joden/Israeli’s om zich te vestigen in het mandaatgebied in artikel 6.

Israël in oorlog

Vanaf zijn ontstaan tot op heden wordt het voortbestaan van de staat Israël dagelijks bedreigd. Israël is de enige lidstaat van de VN waarvan het recht om te bestaan door sommige andere leden van de VN tot op de huidige dag ontkend wordt, denk bijvoorbeeld maar aan de uitlatingen van de Iraanse president Ahmadinejad. Daarnaast heeft de staat Israel te maken met de permanente dreiging van Palestijnse terroristische groeperingen die uit zijn op zijn vernietiging. Israel krijgt voor zijn militaire optreden heel veel kritiek, zowel van buiten als van binnen de eigen samenleving.

Die kritiek spitst zich in de eerste plaats toe op het beroep op het recht op zelfverdediging dat verankerd is in het internationaal recht (art. 51 Handvest VN).  Het beroep daarop door Israel ter legitimatie van de bouw van de veiligheidsbarrière werd door het IGH afgewezen in zijn Advies uit 2004. (Zie Justus Reid Weiner and Avi Bell, International law and the Fighting in Gaza, Jerusalem Center for Public Affairs, Jerusalem 2008).

Het Hof beperkt de reikwijdte van artikel 51 van het VN-Handvest (‘Geen enkele bepaling van dit Handvest doet afbreuk aan het inherente recht tot individuele of collectieve zelfverdediging in geval van een gewapende aanval tegen een Lid van de Verenigde Naties …’), zonder dat de tekst daartoe aanleiding geeft, tot een gewapende aanval van een staat tegen een andere staat, en acht het dus niet van toepassing wanneer de staat bedreigd wordt door niet-statelijke terroristische groepen. Aan Israel wordt met andere woorden het recht ontzegd om zijn meest fundamentele staats taak uit te voeren: de verdediging van de eigen burgers tegen geweld.

Meer recentelijk kwam opnieuw het beroep van Israël op het recht op zelfverdediging aan de orde in verband met de strijd in de Gaza-strook (27 december 2008 – 19 januari 2009) toen Israël een einde wilde maken aan vrijwel constante stroom raketbeschietingen door Hamas en andere Palestijnse groeperingen op burgerdoelen in het zuiden van het land. Critici verweten Israël dat het niet voldeed aan het vereiste van de proportionaliteit. Men wees op het verschil in aantallen dodelijke slachtoffers. In de pers werden de 13 doden aan Israëlische zijde geplaatst tegenover de 1300 doden aan de kant van Gaza.

Daarmee is echter niet aangetoond dat er geen sprake is van proportionaliteit. Daarbij gaat het niet om een numeriek evenwicht tussen de aantallen slachtoffers aan weerskanten, maar om een vergelijking van het beoogde doel met de daartoe ingezette middelen gelet op de toekomst. Het is relevant om in de overwegingen te betrekken wat het te verwachten effect van het optreden van de tegenstander zal zijn, dus om rekening te houden met de te verwachten opbouw van de gevechtscapaciteit door de ontwikkeling van meer geavanceerde raketten die bijvoorbeeld Tel-Aviv zouden kunnen bereiken en zich niet te beperken tot de voorheen gebruikte primitieve projectielen.

Een tweede aspect van de normering van het geweldgebruik is het internationaal humanitair recht, dat bepaalt wat er geoorloofd is als het gaat om de vorm, de mate en het doelwit van het gebruik van geweld. Centraal in dat verband is het beginsel van onderscheid. Dat houdt in dat de partijen bij een gewapend conflict onderscheid moeten maken tussen degenen die deelnemen aan de strijd (combattanten – militairen) en degenen die dat niet doen (non-combattanten – burgers).

Burgers en burgerdoelen moeten beschermd worden en militaire acties mogen slechts gericht zijn op militaire doelen. Israël krijgt het verwijt dat het dit beginsel schendt, gelet op de burgerslachtoffers die vallen in het conflict met de Palestijnse Arabieren, denk ook weer bijvoorbeeld aan Gaza. Vooropgesteld moet worden dat er veel voor te zeggen is dat het Israëlische leger wel degelijk ernst maakt met dit beginsel. Israël doet er alles aan om voorafgaande aan een militaire operatie de burgerbevolking op de betreffende locatie te waarschuwen, telefonisch en met flyers. Ook moet worden onderstreept dat de aard van de door terroristische organisaties gevoerde strijd, in wezen een vorm van guerrillaoorlog, het toepassen van het beginsel van onderscheid bijzonder complex, zo niet vrijwel onmogelijk maakt. De door terroristische organisaties gevolgde tactiek is er op gericht om het onderscheid tussen de combattanten en non-combattanten zoveel mogelijk te verdoezelen, in strijd met internationaal recht. Militaire operaties worden ondernomen vanuit civiele locaties, zoals woonhuizen, scholen, ziekenhuizen en moskeeën. Ook zijn er heel sterke aanwijzingen dat bijvoorbeeld in het conflict in Gaza van het vermommen van strijders als burgers sprake is geweest. Ook dit is in strijd met het internationaal humanitair recht. Helaas richt zich de focus van de kritiek meestal echter op het optreden van Israël en niet op dat van bijvoorbeeld Hamas.

Samenvatting

In het debat rondom het conflict van Israël en de Palestijnen spelen internationaalrechterlijke argumenten ontleend een prominente rol. Vaak wordt gesuggereerd dat Israël stelselmatig onrechtmatig optreedt in de zogenoemde ‘bezette gebieden’ en bij de strijd tegen de voortdurende aanvallen waarmee het land geconfronteerd wordt. In deze bijdrage worden kritische kanttekeningen geplaatst bij de gebruikelijke benadering, toegespitst op de aard van het internationaal recht, het bestaansrecht en de grenzen van Israël, en het oorlogsrecht.

We hebben maar enkele aspecten kunnen aanstippen. Hopelijk is wel duidelijk geworden dat een beroep op internationaal recht om de staat Israël te bekritiseren in veel gevallen wat al te gemakkelijk is. De inhoud en betekenis van dit recht zijn minder eenduidig dan veel critici beweren. Bovendien worden naar mijn oordeel belangrijke aan het internationaal recht te ontlenen noties, die de positie van de staat Israël ondersteunen, veelal systematisch genegeerd. Het is mijn wens dat het voorgaande bijdraagt aan meer evenwicht aan het debat.

Dr. Matthijs de Blois (1953) is universitair hoofddocent bij de Afdeling Rechtstheorie aan de Utrechtse Universiteit, Zijn onderzoeksterrein is Recht en Religie.

*************************************************

On the 29th November the UN General Assembly upgraded the status of the Palestinian Authority to non-member observer status, thereby giving them opportunity to join in debates and have access to many UN bodies including the International Criminal Court at The Hague.

Israel has faced the wrath of the world as it sought to deal with a murderous enemy on their borders. The word “Disproportionate” has again been used in relation to the operations despite the extraordinary precision employed to eliminate terror weapons and minimise casualties. Since then we have seen threats of more boycots as Israel withholds PA tax revenues in order to pay for unpaid electricity supply and moves ahead with building houses in the land given by God to Israel. Ambassadors have been summond and reprimands have been served – and why? Because Israel has decided not to submit and die but to rise up and live.

May God bless those brave nations who stood by Israel at the UN, in contrast with the 41 nations including the UK and Germany who abdicated responsibility to act righteously. Never before has Israel been so isolated as now.

So where is this all leading? Zecharia’s ancient prophecy is beginning to take shape. Chapter 12 is unfolding as the rage of the Nations spoken of in Psalm 2 is ever more focussed on the people.

But it’s not just Israel in the firing line! The climax of history is coming and all true believers in the Lord Jesus Christ are coming under increasing attack as they stand for the Gospel of the Lord Jesus Christ. Nations which have traditionally upheld the Truth of God’s Word are sliding back into darkness and paganism. Islam is seeking to fill the void whilst the Secular-Humanistic ideologies are sweeping through the institutions. As a result, the backsliding into chaos and resulting recrimination is all around to see. Apostasy is now blatant as even traditional Evangical Churches are abandoning historically held beliefs and traditions. Where is the voice of hope in our lands? What is the Lord saying to His people?

JESUS IS COMING – HE IS THE ONLY HOPE FOR THE WORLD

The greatest and most hopeful message from the Lord is that which we find in Luke 21:28 “Now when these things begin to happen, look up and lift up your heads because your redemption draws near.”

Jesus is coming back – Hallelujah! It’s so important to balance what is happening with the firm promises of God in His Word.

2 Thessalonians Chapter 2 gives a picture of the end times as “‘the mystery of lawlessness’ continues with the evil work”. The ‘falling away’ is happening on a huge scale and yet in glorious contrast, the Lord is drawing out a people for His name as never before. Many developing nations that have never known the fruits of a righteous society are being blessed as they embrace the gospel. But for those who turn their back on their heritage – God is withdrawing His face from them.

2 Thess. 2:7 talks of “He who restrains will do so until He is taken out of the way (or steps  aside)”. Who is this one who restrains other than the Holy Spirit who acts through individuals, governments and institutions to restrain evil. It’s because of His work we can confidently pray for our governments, Rom. 13:1-8; 1 Tim. 2:1-4 knowing that He hears us.

Contrary to some ideas, the Holy Spirit of God will never leave this world. It’s His. But He does hide Himself.

In Hosea 4 the prophet shares the pained heart of God for His rebellious people. It was He who had chosen them, redeemed them, blessed them, led them and taught them His will and ways so that through them they would bring the light of His Torah to the world. God appealed to them over generations. In the end when they refused to listen He did the only thing that would bring them to their senses by leaving them to find out the hard way.”Ephraim is turned to idols, let him alone” 4:16 and in 5:15 it says, “I will return to My place till they acknowledge their offence. Then they seek My face. In their affliction they will earnestly seek Me.

Being left to your own fate is a terrible thing. When God finally stops talking to people and nations, a terrible day is about to dawn. For Israel, we are assured that they will indeed find Him if they seek Him with all their heart. But what of the nations of the world  who have no such promise?

Even at this late hour let us pray that our own nation might turn back to God and that they love the nation Israel and be saved.

*************************************************

Joel C. Rosenberg’s Blog

  • Should Christians support the creation of a sovereign Palestinian state? The UN is essentially set to vote for one on Thursday 29th November.  

Should Christians support the creation of a sovereign Palestinian state? This has long been an important question. But its particularly relevant.

On Thursday 29th November, the Palestinian leadership asked the United Nations General Assembly to vote on a resolution that will give them enhanced international legal status, not quite a full sovereign state, but very close. The resolution is expected to pass decisively. France, Russia, China and most nations of the world have indicated they will vote “yes” on the resolution. That’s right, the world is poised to say yes to a sovereign Palestinian state despite the fact that Palestinians in Gaza just committed more than 3,000 war crimes last week (each rocket was fired from behind innocent Arab civillians, and fired at innocent Jewish civillians, making each rocket fired a double war crime); despite the fact that the Palestinian Authority in the West Bank doesn’t have any control over the situation in Gaza; despite the fact that the PA has admantly refused to sit down and engage in face to face peace talks with the Israelis for years; and despite the fact that the PA is nearly bankrupt and unable to pay its workers.

The U.S . and Germany are among a handful of nations that have said they oppose this resolution. The reason they oppose this resolution is not because they oppose the creation of a sovereign Palestinian State. To the contrary, I’m not aware of any government in the world that is opposed to dividing the Land of Israel and creating a sovereign Palestinian state. The reason the U.S., Germany and others oppose this resolution is because it is essentially a unilateral move by the Palestinian leadership to achieve a state without directly negotiating with the State of Israel. The Oslo Accords – which were signed back in the ’90s by Israel and the Palestinians – forbade unilateral moves by either side. Thus, the Palestinian leadership is now trying to break the one major diplomatic agreement it has ever signed with Israel. That doesn’t bode well for future peace talks.

In the end, the creation of any new internationally-recognized sovereign state in the world requires an affirmative vote by the U.N. Security Council, not the General Assembly. The U.S. continues to vow to veto any resolution of this kind that might come before the Security Council unless it is the result of a comprehensive peace treaty agreed to in advance by the Israelis and the Palestinian leadership. This brings us back to the question of whether Christians should support the creation of a sovereign Palestinian state.

Let me walk you through my understanding of Scripture in this regard:

  1. The Bible doesn’t speak precisely to the issue of wether a sovereign Palestinian state will be created or not.
  2. That said, I tend to believe the geopolitical and prophectic evidence suggests there probably be a Palestinian state in the not-too-distant future.
  3. International pressure on Israel to cut a deal, divide the Land, and create a Palestinian state is overwhelming, recentless, and intensifying.
  4. Currently, the Palestinian leadership refuses to negotiate directly with Israel. Rather, they hope to unilaterally declare a state at by getting the vast majority of countries at the U.N. to vote for the creation of the state at the General Assembly session in New York.
  5. The Palestinians have more than enough votes to pass such a U.N. resolution in the General Assembly (though, again, the U.S. has suggested it would veto a unilateral declaration if it came to the Security Council).
  6. The most intense international pressure for a Palestinian state is coming from Western Europe, which has grown increasingly anti-Israel and increasingly anti-Semitic.
  7. A majority of Israelis have become exhausted with the Arab-Israeli conflict and now would support a Palestinian state under certain conditions.
  8. Even Prime Minister Benjamin Netanyahu – the leader of the center-right Likud Party (which has historically opposed creating a Palestinian state) – has offered to divide the Land and help create a Palestinian state, so long as it demilitarized and doesn’t divide Jerusalem.
  9. However, the Bible stongly warns the nations not to divide the Land of Israel and states that all nations who do so will face God’s judgment. The lord said to the Hebrew Prophet Joel,I will gather all nations and bring them down to the valley of Jehoshaphat. Then I will enter into judgment with them there on behalf of My people and My inheritance, Israel, whom they have scattered among the nations; and they divided up My land.” (Joel 3:2).
  10. Despite this warning, the nations have repeatedly divided the Land of Israel over the centuries.
  11. Bible prophecy suggests the Land will be divided again in the last days. The Hebrew prophet wrote in Daniel 9:26-27 that in the last days “the prince who is to come” (the Antichrist) “will make a firm covenant” (a peace treaty) “with the many” (neighbors of Israel) for seven years, but will then break the treaty after three and a half years. This strongly – though not definitively – suggests a state will be created or reaffirmed through this treaty.
  12. Eventually, after breaking the peace treaty, the Antichrist will invade and conquer Israel and rule the world with great evil and tyranny from the “Beautiful Land.” The prophet Daniel wrote, “He will also enter the Beautiful Land, and many countries will fall … and he will go forth with great wrath to destroy and annihilate many. He will pitch the tentd of his royal pavilion between the seas and the beautiful Holy Mountain [Jerusalem]” before being destroyed and judged by the Lord Himself. (Daniel 11:41, 44, 45).
  13. On the basis of these and other Scriptures, I suspect a sovereign Palestinian state will be created, though it would likely be temporary in duration. The outlines of a geopolitical deal are already done. Israeli and Palestinian officials have been negotiating on and off for decades.
  14. So we should expect European pressure to continue to build and eventually a European leader will take the lead and get a deal done – to many, it will look like a wonderful peace deal, at first, but the Bible makes clear it will turn disastrous for Israel, and the Palestinians, and the world.
  15. In light of Scriptures, I do not support the creation of a sovereign Palestinian state (one that can build an army, air force and navy; one that can make treaties with enemies of Israel; one that can threaten the very existence of the state of Israel) because I believe this would violate the Biblical admonition not to divided to the Land.
  16. Indeed, Christians must clearly and firmly warn the nations not to divided the Land in disobedience to the Word of God because it will lead to divine and terrible judgment.
  17. That said, I do support Palestinian autonomy. That is, I fully support the right of Palestinians to run their daily lives and their local governments, including administration of local law enforcement, education, utilities, communications, transportations, taxes, etc.
  18. I believe Israel should always work on doing a better job of treating Arabs with love, compassion and justice, according to the Scriptures.
  19. What’s more, I believe the Church should do a much better job loving and caring for Israeli Arabs and Palestianian Arabs, and sharing with them the glorious gospel of Jesus Christs that they might forgiveness for their sins,     peace in their hearts, hope for their future, and salvation for their souls (Joh. 3:16). We should be encouraging the local Palestinian church, strengthening them and helping them be bold and courageous in living the Word of God and preaching the word in season and out of season.
  20. The Scriptures are crystal clear: the Lord loves the Palestinian people as much as He loves the Jewish people, and He told Moses to tell the children of Israel to care for non-Jewish in the Land and bless them and treat them honestlly and fairly and with justice and compassion. (See: Deuteronomy 14:29, 23:7, 24:14-15, 24:19-22, 26:12-13).
  21. Jesus modeled love for the Jewish people (Matthew 15:32, Mark 6:34, Mark 8:1-3. Luke 10:3-9, Luke 23:34), and their neighbors (Matthew 19:19, Luke 10:27-37), and their enemies (Matthew 5:43-44) and told His followers to do the same.
  22. Let us continue to pray for the Prince of Peace – Jesus the Messiah – to draw more and more people in the epicenter to Himself. This is the only true and lasting hope for peace.

The Palestinians could have been celebrating the 65th anniversary of their state today. What happened?

I am sympathetic to the plight of the Palestinian people. They are loved by the Lord God of the Bible, but they are forgotten or ignored by much of the world. Tragically, most of their leaders over the years have been either corrupt, misguided, or incompetent. They deserve so much better. Consider briefly the sad pattern of modern history:

  • 1947 – Humanly speaking, the Palestinians could have been celebrating the 65th anniversary of their state today. After all, 65 years ago today, the U.N. voted on the “Partition Plan,” giving part of British Mandated “Palestine” to the Jews to create the state of Israel, and part to the Arabs to create a Palestinian/Jordanian state. The Jewish leaders said yes to the U.N.  plan, and created Israel. The Arabs said no to the U.N. plan, and went to war to destroy the Jews. They lost the war and got heartache and poverty instead.
  • 1967 – The Arabs – led by Egypt and Syria – built up their militairy forces, surrounded Israel, and vowed to “throw the Jews into the sea.” But they not only lost the Six Day War, they lost control of Judea and Samaria (the West Bank), and the Golan Heights, and the city of Jerusalem. Israel offered to make a peace treaty. But the Arabs issued the famous “Three Noes” declaration at a summit in Khartoum: no peace with Israel, no recognition of Israel, no negotiations with Israel.
  • 2000 – Israeli Prime Minister Ehud Barak offered Yasser Arafat a sovereign Palestinian state in 2000 at Camp David, including all of Gaza, 90% of the West Bank, and half the Old City of Jerusalem. Arafat said no, and went home to unleash a wave of suicide bombings and other terrorists attacks against Israel known as the Second Intifada.
  • 2005 – Israeli Prime Minister Ariel Sharon withdrew all Israeli forces and people from Gaza and unilaterally gave the Palestinians Gaza without asking for a treaty in return. Yet the Palestinian leadership said no to making peace. Rather, the Palestinians began firing thousands of rocket and missile from Gaza at Israeli civilians.
  • 2008 Israeli Prime Minister Ehud Olmert offered the Palestinians a soverereign state, yet again the Palestinian leadership said no.
  • 2009 – Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu came out in support of a Palestinian state (with some caveats). Yet the Palestinian leadership refused even to sit down for direct negotiations with Netanyahu and his goverment.

Today, the Palestinian people still live in pain and poverty. Last week, the Palestinian leaders in Gaza started a war with Israel and committed more than 3,000 war crimes. Today, they want the world to unilaterally declare a Palestinian state, rather that sitting down and negotiating with the Israeli government and people.  In this morning’s Wall Street Journal. Israel’s Ambassador to the U.N. Ron Prosor writes a colum that is worth reading and considering. He asks, “Exactly what kind of state are we voting for?” A few excerpts:

  • A state with no control over its territory – The Palestinian Authority has zero authority in Gaza today. Out of concern for his personal safety, President Abbas has not even seen this area with binoculars since 2007, when Hamas terrorist oganization seized control of it in a bloody coup. Demonstrating their affection for Mr. Abbas, Hamas threw members of his political party off 12-story rooftops. While members of the U.S. Congress visit their constituents on a weekly basis, President Abbas hasn’t laid eyes on almost half of the Palestinian population for six years.
  • A terrorist state – States recognized by the U.N. must pledge to be “peace-loving.” This month, Hamas showed its commitment to peace and love in Gaza by firing more than 1,200 rockets into Israeli cities.
  • An undemocratic state – Hamas has imposed brutal tyranny in Gaza, and Palestinian democracy in the West Bank is also far from Jeffersonian. President Abbas’s mandate to rule expired three years ago. He continues to personally extend it without elections or consultation from his people.
  • A bankrupt state – Palestinian Authority institutions remain completely dependent on foreign aid, limping from crisis to crisis. Yet this year, as the PA threatened to delay payroll for many employees, it tripled payments for imprisoned terrorists. Today the PA devotes 6% of its annual budget to payments for imprisoned terrorists and the families of suicide bombers, and less than 1% to higher education.

As I stated at the beginning of this column, I am sympathetic with the plight of the Palestinian people. They are loved by God, but so poorly led. That said, should the world support a sovereign Palestinians state under current circumstances? Should Christians around the world support a Palestinian state at all? As I explained in detail yesterday, and have written numerous times before, I believe the answer is no. The Bible says God will judge all nations who divide the Land of Israel. Our love for Palestinians cannot turn a blind eye to such Biblical warnings.

Analysis of UN vote recognizing “State of Palestine”

On Thursday … November 29, 139 nations voted in the U.N. General Assembly (UNGA) to declare a “State of Palestine” and recognize it as a “non-member observer state” within the international community. Forty-one nations abstained from voting. Only nine nations voted against the resolution: the U.S., Israel, Canada, the Czech Republic, the Marshall Islands, Micronesia, Naura, Palau and Panama.

In his speech to the UNGA, Palestinian Chairman Mahmoud Abbas (aka, Abu Mazen) said, “We did not come here to delegitimize a state established years ago, and that is Israel. Rather we came to affirm the legitimacy of a state that must now achieve its independence, and that is Palestine.” However, he also praised the Palestinian terrorists who dided in the war against Israel last week in Gaza, calling them “beloved martyrs.”

In response, the Israeli Prime Minister’s spokesman responded: “The world watched a defamatory and venomous speech that was full on mendacious propaganda against the IDF and the citizens of Israel. Someone who wants peace does not talk in such a manner.”

In his excellent and must-read speech to the UNGA, Ron Prosor – Israel’s Ambassador to the U.N. – quoted a passage from Scripture that is found in both the Old Testament and the New Testament. “Peace is a central value of Israeli society. The Bible calls on us: ‘Seek peace and pursue it.'” (see Psalm 34:14 and 1 Peter 3:11) Ambassador Prosor noted the numerous times since 1947 that Jewish and Israeli leaders have offered their hand in peace to their Arab neighbors, only to be rejected and attacked time after time. He insisted  that there is only one route to peace. “And that route does not run through this chamber in New York. That route runs through direct negotiations between Jerusalem and Ramallah that will lead to a secure and lasting peace between  Israelis and Palestinians.”

I’m wishing I could rejoice with my Palestinian friends about the U.N. vote. but the Bible is clear that the Lord God will judge all nations who divided Land of Israel.

  • For behold, in those days and at that time, when I restore the fortunes of Judah and Jerusalem, I will gather all the nations and bring them down to the valley of Jehoshaphat. Then I will enter into judgnebt with them there on behalf of My people and My inheritance, Israel, whom they have scattered among the nations; and they have divided up My land. (Old Testament Book Joel, chapter 3, verses 1 and 2).

The Palestinians have suffered so much, from many sides. I wish a sovereign state was the answer. Nearly the whole world is convinced it is. But defying God’s Word won’t be bring blessing; it brings sadness and eventual judgment. Christians can – and must – love and bless and encourage the Palestinian people in general, and the followers of Jesus Christ in the West Bank (Judea and Samaria) and Gaza in particular. We can pray for them and visit them and invest in them and help them “do justice, and love mercy, and walk humble with your God.” (Micha 6:8). We can be advocates of justice, mercy and compassion by the Israeli government towards the Palestinian people, and advocates of the same by the Palestinian government towards their own people. There are many ways we can be a blessing to the Palestinian people. But it simply will not be a blessing to them – or to any nation or people group around the world – to support dividing the Land of Israel in disobediance to God’s Word.

You and I are passionate advocates or justice for Israel because of what the Bible teaches. We must also be passionate advocates of justice from Israel because of what the Bible teaches. This does not mean Israel should divided the Land. This does not mean Israel should ignore her real and serious security needs. But too often, Christians who love Israel are not aware of – or sufficiently concerned about and responsive to – the plight of the Palestinian people, and particularly the struggles of the Palestinian believers.

  • Are some of the politcal, moral and historical charges of the Palestinians against Israel overblown?
  • Is some of the rhetoric of the Palestinians against Israel, Jews and Christians who love Israel hyperbolic and unfair?
  • But are the Palestinian people struggling in real and very painful ways?
  • Much of the struggling has been caused by the unwise and ungodly choices of their leaders … and their Arab and Islamic allies in the region … and by the terror groups in their midst.
  • But is some of this pain sometimes caused by Israeli mistakes?

Again, this does not mean the Land should be divided … That does not mean a sovereign Palestinian state should be created … It does mean that followers of Jesus Christ should care about justice and mercy for the Jews and for the Palestinians, and for all of Israel’s neighbors who are suffering in this fallen world … After all, while the Bible clearly explains that the Lord will bring the Jewish people back to the Land of Israel and allow them to reclaim their God-given ownership of the Land.

  • To the contrary, the Bible teaches Israel to love their neighbors and pray for those who persecute them (Matthew 19:19;5:44).
  • The Jewish people do have rights to the ownership of the Land, but they also have responsibilities to govern justly and compassionately, in accordance with the Scriptures. (Lev. 19:13,15,33-34; Exodus 22:21-24).

Those of us who are followers of Jesus Christs need to not just preach but also to practice sound Bible doctrine regarding Israel and the Palestinians … We need to love both … bless both … pray for both … We need to stand with and encourage our brothers and sisters in the Messiah whether they are Jewish and Arab … The Bible  gives us no freedom to ignore, deny, or oppose our brothers and sisters on either side … Jesus said “blessed are the peacemakers for they shall be called sons of God” (Matthew 5:9).

The Lord Jesus said, “A new commandment I give to you, that you love one another, even as I have loved you, that you also love one another. By this all men will know that you are My disciples, if you have love for one another.” (John 13:34-35).

The Lord Jesus loves the Jews … He loves the Arabs … He loves the Iranians … He loves the Druze, the Bedouins, and all who live in the epicenter … Jesus Messiah died for all … He rose again for all … He is coming back again to the city of Jerusalem for all …

The Day of the Lord is coming … surely it is near … the prophet Joel teaches us that the Day of the Lord is a day of great sadness and judgment for those who reject the Lord and disobey His Word … But Joel also teaches us that …

  • Whoever calls on the name of the Lord will be saved” (Joel 2:32; Rom. 10:13).

****************************************************

Vervulling van goddelijk recht wijst op de realisering, op het vól-maken van Gods beloften en aanzeggingen (profetie) van Godswege; de volheid op het ‘vol-zijn’ van een bepaalde ‘maat’, vóór God ingrijpt.

Er is nimmer een tijdsspanne geweest na de jaren 30 A.D. – 70 A.D. waarin de profetische rede van Jezus Messias in de Evangelien [Mattheus 24; Marcus 13; Lucas 21] opnieuw zo actueel zijn geworden als in deze 21 eeuw, waarvan de tekenen die spreken over Zijn wederkomst en het manifest worden daarvan in de apocalyps, identiek aan elkaar zijn, (Matth. 24:4-30; Openb. 6:1-17).

In de samenhang van deze Evangelien gaat het hier dus niet over één valse messias, maar wordt er gesproken van velen! Toch zal daar in het einde van deze boze eeuw [aioon – in de laatste jaarweek, dus de 70e] één valse messias en één valse profeet zijn; maar het begin der smarten wordt ingeleid door vele valse messiassen, die hier worden voorgesteld onder de figuur van een wit paard. Er gebeuren ook geen rampen bij de verschijning van de eerste ruiter op het witte paard, (Openb. 6:2). De Messias Jezus zelf kan het nog niet zijn. Hij verschijnt in Openbaring 19:11-16. De antichrist kan het ook niet zijn. Hij verschijnt als beest in Openbaring 13. Wie is hij dan? … … want hij gaat overwinnend [kroon] en effectief strijdend [boog] uit over de aarde, als eerste van een reeks van paarden en ruiters!

Jeruzalem als het ‘epicenter’ in het geopolitieke spel der grootheden is vandaag de dag opnieuw het klankbord van een Babylonische spraakverwarring geworden onder het bestel der volken, waarvan de apostelen reeds in het jaar 30 A.D. van getuigden, in hun eenparig gebed tot God die hemel, de aarde en de zee en al wat daarin is geschapen heeft; Die bij monde van onze vader David, uw knecht, gezegd heeft: …

  • ‘Waarom hebben de heidenen gewoed en de volken ijdele raad bedacht? De koningen der aarde hebben zich opgesteld en de oversten zijn tezamen vergaderd tegen de Here en tegen zijn Gezalfde’, (Hand. 4:24-26; Ps. 2:1-2).

In die zin is er ook anno 2013 niets nieuws onder de zon, en zeker niet in het gebied tussen de rivier van Egypte de Nijl, tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat in Irak, een gebied waar de gevallen engelen machten als vorsten strijden tegen de Here der Heerscharen, ‘The Captain of the Lord’s host’, (Jozua 5:15).

Thans aanbeland in 2013/5773, en in de tweede helft van de laatste 7 jaarvan een cyclus van 49 profetische jaren, gerekend vanaf de woensdag [de dag waarin zich {altijd} het beslissende stadium voltrekt] dus de derde dag van de ‘Zesdaagse Oorlog’ de 7e juni 1967, waarin zich tegelijkertijd een proces ontwikkelt waarbij de ‘Feesten van Israel’ als ‘de gezette hoogtijden des Heren’ van doorslaggevende betekenis zullen zijn, die uitlopen naar een climax van bazuingeschal dat een ‘jubeljaar’ aankondigt op de Jom Kippoer van 23 september 2015, (Lev. 25:8-10, 23-25; Openb. 1:10).

Verkondig vrijheid door heel het land, Mijn land! Het boek Leviticus spreekt in die zin ook duidelijke taal. In Genesis 1:14 lezen we dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen dag en nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren. Het Hebreeuwse woord is hier mow’ed met een getalswaarde van 50 dat gebruikt wordt in de beide teksten (Lev. 23:2; Gen. 1:14) met de betekenis van ‘vaste tijden’, dus niet als jaargetijden, maar met de betekenis dat hier zon en maan aanwijzingen zijn voor wat betreft de ‘Feesttijden des Heren’.

Het was de apostel Petrus die na de zevende sabbat (7×7=49) op de 50e dag [na Pesach] het ‘wekenfeest’ (Sjawoe’ot) uitriep: Maar dit is het waarvan door de profeet Joel gesproken is, (Hand. 2:16; Joel 2:28-32). Het boek Joel heeft betrekking op het volk Israel (Jeruzalem 4x, Juda 6x, Zion 7x) en de volken en ‘t ziet uit op de ‘Dag des Heren’. Hier vinden we ook het ‘jubeljaar’ terug: ‘Blaast de bazuin (sjofar) in Sion, kondigt een vastentijd af, roept een bijzondere samenkomst bijeen’, (Joel 2:15) … als zijnde een grote verzoendag? [kondig een vastentijd af – letterlijk: heilig een vaste’n; zie ook Joel 1:14]. In deze context wordt  gesproken over de ‘laatste dagen’, dat Geest zal worden uitgestort op alle vlees, … de zon die veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt, (Joel 2:28-31; Hand. 2:16-21). Het Jubeljaar werd uitgeroepen op de grote verzoendag; het was het aangename jaar des Heren, ook Jezus houdt zich aan de Feesttijden des Heren (Luc. 4:14-20; Jes. 61:1-2).

Het ‘wekenfeest’ en het ‘jubeljaar’ hebben het getal 50 gemeenschappelijk voor dagen en voor jaren, … ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’, (Ezech. 4:4-6). Als dan in 1967 de strafmaat voor Israel en Jeruzalem eindigt en tijdens de ‘Zesdaagse Oorlog’ de hereniging van Oost en West Jeruzalem plaatsvindt (Luc. 21:24), is het van belang te letten op een aantal van 4 (tetrad) opeenvolgende bloed rode manen die in de jaren 1949 en 1950 als in 1967 en 1968 hun constellaties hadden en die vervolgens in 2014 en 2015 wederom zullen plaatsvinden op ‘Pesach’ en ‘Sukkot’ (Loofhuttenfeest) met daar tussenin een totale zonsverduistering op de 1e Nissan, hetgeen tegelijkertijd een nieuw Israelisch religieus jaar zal inluiden. Hierbij dient opgemerkt te worden dat een zonsverduistering betrekking heeft op de volken en bloed rode manen op het volk Israel.

Een bijzonderheid is daarbij het gegeven dat we kunnen vaststellen dat vanaf de oprichting van de staat Israel op 14 mei 1948, er 3×4 {tetrad} dus 12 bloedrode manen zich manifesteren op de vaste tijden de ‘Feesttijden des Heren’, waarbij gezegd is dat het getal 12 (of een veelvoud daarvan) veelvuldig in de Bijbel voorkomt. Natuurlijk is dit geen toeval. Het getal twaalf – Israel een volk in zijn geheel dat in de generatie(s) {70 jaar} ná 1948 en 1967 in de volheid der tijden in de ‘laatste dagen’ zijn vervulling zal vinden in het ‘vol-zijn’ van een bepaalde ‘maat’, in Gods belofte en aanzeggingen der Profetie!

Van belang hierbij is om te letten op Sukkot ofwel het ‘Loofhuttenfeest’ wat uitziet naar het Messiaanse rijk. Dit door God Zelf ingestelde feest heeft behalve het geestelijke en historische aspect i.v.m. de komende intocht in het beloofde land en het binnenhalen van de oogst, ook nog een psychologisch en mondiaal effect, daar het accent van de Loofhut op het ‘dak’ lag, gemaakt van takken en loof waardoor men als het ware de hemel – de wereld van God opnieuw kon waarnemen en er zichtbaar mee verbonden was.

Zeven dagen woonde men in dat tijdelijk huis (hut) als beeld van de tijd van de ballingschap waaruit men door God was verlost. Symbolisch gezien is het tevens een beeld van de gelovige die vanuit de verbinding met God eveneens op weg naar het beloofde land, … hetwelk voor de volken zijn vervulling vindt in het toekomende Messiaanse rijk ofwel het Koninkrijk der hemelen, (Zach. 14:16-19).

Twee principes staan hier dus duidelijk als tegenstellingen tegenover elkaar:

  1. Het open dak … als een heenwijzing naar de God van Israel, die de zon, maan en sterren gaf als een teken van zijn trouw aan Israel (Jer. 31:35-37).
  2. Het gesloten dak … als een heen wijzing naar de afgoden der volken (Ps. 115:4-7).

In het profetisch perspectief hiervan zien we hoe ‘Gog’ (=dak) en ‘Magog’, waarbij slechts vanuit het tijdruimtelijke causaal wordt gedacht en gehandeld, deze ‘dakvolkeren’ (Ezechiel 38; 39) vanuit hun ongelimiteerde zekerheid van hun mens- zijn optrekken tegen de God van Israel als demonstratie van het niet erkennen van het wezenlijke, geopenbaard in het volk Israel als drager van Gods beloften die werden toegezegd aan de aartsvaders Abraham, Izaak en Jacob.

Nadat op 14 mei 1948 door Ben Goerion de jonge staat Israel wordt uitgeroepen, en het land zich snel ontwikkelt tot één van de welvarendste landen in het Midden-Oosten waarvan de profeet Ezechiel profeteert (Ezech. 37), het dezelfde profeet is die spreekt over een vijand uit het verre noorden die een aanval beraamd om roof te plegen, en buit te roven, maar op de bergen van Israel zullen vallen. In het licht van dit profetisch beeld, zien we thans in de Islamitische wereld van het Midden-Oosten  een aantal gevaarlijke ontwikkelingen manifest worden (Ezech. 38:1-13; 39:1-6).

Een ander interessant gegeven vinden we in de 42 jaren die er liggen tussen de Jom Kippoer Oorlog van 6 oktober 1973 en de Jom Kippoer van 23 september 2015 als het passeren van een tijdsbarriere, weergegeven in het getal 42, bedoeld als overgang naar de achtste dag die van het komende Messiaanse rijk. Dus de 7² of 49 wordt symbolisch waargemaakt in de laatste 42 halteplaatsen (Num. 33:1-49) welke (de mens) het volk Israel dan nog scheidt van de achtste dag, de 50e, als zijnde het ‘Jubeljaar’. Ook het Nieuwe Testament kent dit passeren van die tijdsbarriere, weergegeven in de 42 geslachten, in de eveneens drie groepen van 14, die de wordingsgeschiedenis van Jezus Messias aankondigen in de zevende dag, (Matt. 1:1-17).

Uit de visioenen in de Apocalyps valt op te maken dat er in de hemel als de tijd ‘vol’ is, de voorbereidingen getroffen worden in het openbaar worden van Jezus Messias, die de Losser (Goel) van de wereld is. Zoals al vermeld wordt er in het boek Leviticus op een bijzondere wijze gesproken over het ‘Jubeljaar’, dat 50e dat ná de 49 jaar [7x7x360], de zeven jaarweken (7×7 sabbatsjaren) manifest wordt in de ‘volheid’ van de tijd. Het is juist daar waar op een wonderbaarlijke wijze aangaande een stuk Mozaische wetgeving wordt weergegeven, dat ook in het stramien van het verlossingsproces voor wat betreft Israel en de volkeren zoals beschreven in het boek de “Openbaring van Jezus Christus” dit wordt verduidelijkt, en waar tevens het lot van het gehele bestaan van het mensdom in de waagschaal ligt, (Lev. 25:8-10; Openb. 5:1-14).

Het gaat hier om die met 7 zegels verzegelde ‘lossersakte‘ (boekrol) waarvan gezegd is dat niemand deze kan openen of inzien, het Johannes is die een LAM ziet staan als geslacht, maar Die dan tegelijk de Leeuw uit de stam van Juda is en de Spruit van David blijkt te zijn, hetgeen in die zin ook alles te maken heeft met de nog steeds vacante troon in Jeruzalem, de ongedeelde hoofdstad van Israel (Luc. 21:24; Ps. 2:8; 72:8); en juist Hij is het Die waardig is om de boekrol te nemen en zijn zegels te openen, (Openb. 6:1).

Volgens de Joodse traditie wordt er 10 dagen na Rosh Hasjana het oordeel over de mens verzegeld aan het eind van Jom Kippoer en begint volgens het boek Openbaring (de Apocalyps) de voltrekkingvan het oordeel (Openb. 5:1 – 6:14).

Zoals voorheen in de jaren 30 A.D. – 70 A.D. ofschoon die bijbelse geschiedenis daarvan aan het eind van Handelingen 28:23-31 in het jaar 63-64 A.D. zo abrupt wordt afgebroken met die 67e jaar week, is het eschatologische aspect van die tijd opnieuw waarneembaar in deze 21e eeuw, waarbij die nog ‘onvoltooide’ Handelingentijd, … het jaar 2014 zich aandient als het surplus van de ‘Feesten des Heren’ en met de constellaties van maan en zon in 2014 en 2015, de aanvang kunnen betekenen van de 68e jaar week, om dan vervolgens met de 7 zegels (68e), de 7 bazuinen (69e) en de 7 schalen (70e), een totaal van 70 jaar weken deze bepaling te voleindigen (Dan. 9:24-27), en tegelijkertijd zijn aanbeland met als finale patroon, –de twee Beesten, Babel, Jeruzalem, de 144.000 verzegelden uit de stammen Israels, bij de Wederkomst van Jezus Messias, (Openb. 6:2 – 19:21).

Dus aanvangende met het begin der weeen (68e), waarvan gezegd wordt dat dit nog niet het einde is (69e), er vervolgens een periode van grote verdrukking (70e) volgt in Israel en de regio van het Midden-Oosten.

The seven Sevens (weeks) from the War Day Three – 7th June 1967 – and the three Sevens (weeks) from the Yom Kippur – 23 Septbember 2015 – is the completion of a generation of 70 years.

  • Psalm 90:10; Luke 21:24,32.

De aanhoudende onrust en het geweld in het Midden-Oosten, met daarbij een verdeeld Europa over de euro en andere aangelegenheden kunnen gemakkelijk uitkristalliseren tot een Apocalyptisch gebeuren, en men afkoerst op een onomkeerbaar proces van de voltooiing der profetie door God Zelf ingegeven in die nimmer veranderende Profetische Geschriften in die altijd maar weer veranderende wereld het ‘epicenter‘ van het Midden-Oosten, waar een Romeins-Islamitisch rijk zich in een ras tempo aan het manifesteren is, een eindtijd waarin valse messiassen, oorlogen, hongersnoden en pestilentien aan de orde van de dag zullen zijn.

Het zijn de geboorte weeen naar het toekomstige Koninkrijk der Hemelen ofwel te verstaan het Messiaanse rijk van tenminste duizend jaar [Openb. 20), het grote stralende perspectief van de openbaring, wat zijn voltooiing zal vinden in het Koninkrijk Gods [Openb. 21-22], in dit Godsrijk zijn hemel en aarde gereinigd van alle kwaad en met elkaar verbonden. Een geweldig perspectief voor mens en wereld!

  • ‘Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis’ (Rom. 10:9-10).

*******************************************

Opmerkelijke uitspraak van Hof van Beroep te Versailles: ‘Israël is de legale bezetter van de Westbank’

Zie voor info: 15 januari 2017www.brabosh.com / www.Dreuz.info

********************************************

ZIE: VOOR HET DAGELIJKS NIEUWS uit de vele nieuws bronnen:

www.wimjongman.nl / dagelijks nieuws

********************************************

Elect President Donald Trump in office …:

www.foxnews.com

www.breitbart.com

www.edition.cnn.com

www.politico.com

*********************************************

Israël news:

iltv.tv

www.israelnationalnews.com

www.jerusalempost.com

*********************************************

Astronomy vanuit Israël:

First Meteor Shower of the Year Peaks January 4

www.astronomyisrael.com

*********************************************

Hoe het conflict in het Midden-Oosten onze wereld bedreigt:

www.pietervanostaeyen.wordpress.com

shoebat.com

www.joelstrumpet.com / New: “Mystery Babylon” Unlocking the Bible’s Greatest Prophetic Mystery

www.joelrosenberg.com

www.brabosh.com

*********************************************

DE NIEUWE REALIST: Met Trump op keerpunt van de geschiedenis’, interview met Karel van Wolferen – Video / 21 januari door Joost Niemoller

www.joostniemoller.nl

*********************************************

Nederlandstalige websites met actueel Midden-Oosten nieuws:

www.franklinterhorst.nl

www.likud.nl

www.cidi.nl

www.pillaroffire.nl

**********************************************

Kijk op www.everread.nl voor een schat aan Bijbelstudieboeken!

Zie ook: www.levendwater.org

**********************************************

“De Bijbel als Schepping” / www.hebreeuwseacademie.nl 

“Bronnen van joodse wijsheid PARDESwww.stichtingpardes.nl 

**********************************************

Gerard J.C. Plas

 

 

Be Sociable, Share!
 Posted by at 00:01

  2 Responses to “Israel, goddelijk recht versus internationaal recht – Should Christians support the creation of a sovereign Palestinian state? Analysis of UN vote recognizing “State of Palestine” – Opmerkelijke uitspraak van Hof van Beroep te Versailles: “Israel is de legale bezetter van de Westbank””

  1. I was able to find good advice from your blog articles.

  2. Thanks for finallpy writing about > Israel, goddelijk recht versus internationaal rechgt – Should
    Christians support the creation of a sovereign Palestinian state?
    Analysis of UN vote recognizing

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »