May 012014
 

Opmerkelijk is dat het getal 12 (of een veelvoud daarvan) zo veelvuldig voorkomt in de Bijbel, dat dit natuurlijk geen toeval is. Wie het getal twaalf noemt herinnert vanzelfsprekend aan de twaalf zonen van Jacob, de stamvaders van Israel en aan de twaalf discipelen van Jezus. Zonder volledig te zijn, hieronder een veelvoud van voorbeelden: …

  • 12 zonen van Jacob (= Israel – Gen. 32:28; 1 Kronieken 2:1,2)
  • 12 vorsten Ismael (Genesis 17:20)
  • 12 waterbronnen (Exodus 15:27)
  • 12 kolommen (Exodus 24:4)
  • 12 toonbroden (Leviticus 24:5)
  • 12 mannen (Deut. 1:23)
  • 120 jaar Mozes (Deuteronomium 34:7)
  • 12 stenen (Jozua 4:8)
  • 12 steden (Jozua 18:24)
  • 120 talenten goud (1 Koningen 10:10)
  • 24 priestergroepen (1 Kronieken 24)
  • 24 zanggroepen (1 Kronieken 25)
  • 24.000 Levieten (1 Kron. 23:4)
  • 12 runderen (1 Koningen 19:19)
  • 12 leeuwen (2 Kronieken 9:19)
  • 12 jaren (Nehemia 5:14)
  • 12 maanden (Esther 2:12)
  • 12 tekens Dierenriem (Job 38:31-33)
  • 12 ellen Ariel (altaar) (Ezechiel 43:16)
  • 120.000 mensen (Jona 4:11)
  • 12 apostelen  (Marcus 3:13-19)
  • 12 manden volle koren (Mattheus 14:20)
  • 12 tronen (Mattheus 19:28)
  • 12 legioenen engelen (Mattheus 26:53)
  • 12 jarige dochter van Jairus (Lucas 8:42)
  • 12 jaar bloedvloeiende vrouw (Lucas 8:43)
  • 120 personen (Handelingen 1:15)
  • 24 ouderlingen (Openbaring 4:4,10)
  • 12 sterren (Openbaring 12:1)
  • 12 poorten, 12 paarlen, 12 engelen (Openbaring 21:12) – namen 12 geslachten Israels – namen 12 apostelen Nieuw Jeruzalem
  • 144.000 verzegelden (12 x 12.000 uit elke stam Israels – Openbaring 7:4 e.v.
  • 12 fundamenten (Openbaring 21:14)
  • 144 ellen (Openbaring 21:19,20)
  • 12.000 stadien (Openbaring 21:16)
  • 12 edelstenen (Openbaring 21:19,20)
  • 12 vruchten (Openbaring 22:2)

We zouden het getal twaalf {uit Israels profetie} het best kunnen omschrijven als – Israel een volk in zijn geheel! Het is logisch, dat het getal twaalf ook telkens te voorschijn komt als het gaat over de vertegenwoordiging van het volk. Als de kinderen Israels na door de Schelfzee getrokken te zijn, in de oase Elim aankomen vinden ze daar niet minder dan twaalf bronnen. Eenzelfde karakter als de twaalf heeft ook zijn verdubbeling de vierentwintig. De priesterschare is verdeeld in vierentwintig afdelingen en er zijn vierentwintig zanggroepen van elk twaalf Levieten. Vierentwintigduizend Levieten houden toezicht op werk in het huis des Heren. De vermelding van de twaalf manden voor het overgeschoten brood in de geschiedenis van de eerste wonderbare spijziging wordt door velen terecht verstaan als een verwijzing naar de messiaanse maaltijd met het gehele volk. Als Jezus bij zijn gevangenneming zinspeelt op de mogelijkheid dat twaalf legioenen engelen zullen te hulp komen, dan is dit getal wel gekozen met het oog op de twaalf, die bedreigd worden. Een belangrijke rol speelt het getal twaalf ook in het boek van de Openbaring van Johannes. We horen over de vrouw met de krans van twaalf sterren, de dochter van Sion, het volk Israel of de gemeente van God. Zij is geheel Israel. In de beschrijving van het Nieuwe Jeruzalem worden twaalf poorten getekend met twaalf engelen en namen, ‘welke zijn die van de twaalf stammen van de kinderen Israels’. ‘De muur der stad had twaalf fundamenten en daarop de namen van de twaalf apostelen van het Lam’. Lengte, breedte en hoogte van de stad zijn twaalfduizend stadien.

De vaste tijden

In Exodus 25:8,9 lezen we het volgende: ‘En zij zullen Mij een heiligdom maken, en Ik zal in hun midden wonen. Gij zult het maken overeenkomstig alles wat Ik u toon, het model van de tabernakel en het model van al het gerei’.

Dit heiligdom heeft in Exodus 27:21 als naam: tent der samenkomst (in het Hebreeuws: ohél mow’ed; in het Latijn: tabernakel). Het bijzondere aan dit Hebreeuwse woord mow’ed is dat het ook gebruikt wordt voor ‘vaste tijden’.

In Genesis 1:14-16 zegt God: ‘dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren’. Die lichten zijn voor de dag de zon en in de nacht de maan en de sterren.

Dus niet in de zin van jaargetijden als herfst, winter, lente en zomer, maar dat hier de zon, de maan en de sterren aanwijzingen zijn voor vaste tijden! (zie: eerdere van mijn editorials).

Maar waarom wordt hetzelfde Hebreeuwse woord gebruikt voor vaste tijden en de tent der samenkomst? Om die reden te ontdekken gaan we een stap verder op zoek naar de verbanden waar juist de Hebreeuwse taal zich voor leent. Dus zoals we zagen gaat het in Genesis om de verschijning van zon, maan en sterren op vaste tijden.

In Leviticus 23:2 en 4 lezen we het volgende: Daar zegt God tegen Mozes: ‘De Feesttijden des Heren, die gij zult uitroepen als heilige samenkomsten, zijn Mijn Feesttijden … Dit zijn de Feesttijden des Heren, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd’.

Voor deze Feesttijden wordt hetzelfde Hebreeuwse woord mow’ed gebruikt. We zien hier dus dat de vaste tijden ook Feesttijden des Heren zijn, en die Feesttijden vallen op vaste tijden in de loop van het jaar.

God’s feestkalender

Israels Feesten onderscheiden we als volgt:

  • Pesach – het Pascha (Deut. 16:6 – 1 Cor. 5:7-8)
  • Het feest der ongezuurde broden (Deut. 16:3 – 1 Cor. 5:8)
  • Het feest der eerstelingen (Exod. 23:19 – 1 Cor. 15:20)
  • Sjawoe’ot – het feest der weken of het pinksterfeest (Deut. 16:10 – Hand. 2:1 -Gal. 3:28)
  • Rosh Hasjana – het feest van het bazuingeschal (Leb. 23:24 – 1 Cor. 15:52, 31)
  • Yom Kippur – de grote verzoendag (Lev. 16:30 – Hebr. 9:28)
  • Sukkot – het loofhuttenfeest – (Ex. 23:16 – Joh. 1:52)
  • Het sabbatjaar en het jubeljaar – (Lev. 25:3, 4 – Lev. 25:8-10)

Nu gaat het vooral om Pesach, Grote Verzoendag en het Loofhuttenfeest. Die vaste tijden zijn als volgt:

Pesach wordt gevierd van de 14e dag van de eerste maand Abib – Nisan (Deut. 16:1). Yom Kippur (grote verzoendag) op de tiende dag van de zevende maand Tishri, dus tien dagen na Rosh Hasjana het feest van het bazuingeschal op de 1e van de maand Tishri; en vervolgens Sukkot (het Loofhuttenfeest) vanaf de 15e dag van de zevende maand die het begin was van de 2e helft van het Israelische jaar, maar tevens ook het begin van de tweede reeks feesten van Jehova.

Deze vaste tijden van de Feesttijden leiden tot heilige samenkomsten, anders gezegd: de plaats van ontmoeting, zoals God zegt in Exodus 29:42, 43: ‘Ik zal daar samenkomen met de Israelieten’. “Daar” betreft dan de tent der samenkomst.

Als we dit alles op een rijtje zetten, dan begrijpen we hoe de Hebreeuwse naam van de tent der samenkomst, dat is ohél mow’ed, wordt uitgelegd.

Dus eerst zagen we de vaste tijden, die verklaart worden vanuit de hemellichamen (zon, maan en sterren). Vervolgens de vaste tijden, die tegelijk Feesttijden des Heren zijn, en plaatsvinden op precieze data. En al deze betekenissen lopen uit op de plaats van ontmoeting.

Zo kunnen we verstaan dat de tent der samenkomst (tabernakel), vaste tijden van hemellichamen, en vaste tijden van de Feesttijden, drie in het Hebreeuws gelijkluidende termen zijn, die tezamen de bedoeling aangeven, dat het volk Israel zijn God ontmoet op vaste tijden!

Twaalf bloed rode manen

Om weer terug te keren naar het hemelse getal 12; doet zich een opmerkelijk feit voor dat we nu al kunnen vaststellen, dat vanaf de oprichting van de staat Israel op 14 mei 1948 er 3 x 4 {tetrad} dus 12 bloed rode manen zich manifesteren in het hemels uitspansel op de vaste tijden de ‘Feesttijden des Heren’.

Als volgt weergeven: Lunar eclipses

  1. 1948: 23 April              – 14 Nisan/Passover              Partial
  2. 1948: 18 Oktober         – 15 Tishri/Sukkot                 Penumbral
  3. 1949: 13 April               – 14  Nisan/Passover            Total (blood red moon)
  4. 1949:   7 Oktober         – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  5. 1950:  2 April                – 15 Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  6. 1950: 26 September     – 15 Tishri/Sukkot                Total (blood red moon)
  7. 1967: 24 April                – 14 Nisan/Passover            Total (blood red moon)
  8. 1967: 18 Oktober          – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  9. 1968: 13 April                – 15 Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  10. 1968:  6 Oktober           – 14 Tishri/Sukkot                Total (blood red moon)
  11. 2014: 15 April                – 15 Nisan/Passover              Total (blood red moon)
  12. 2014:  8 Oktober           – 14 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)
  13. 2015:  4 April                 – 15  Nisan/Passover             Total (blood red moon)
  14. 2015: 28 September     – 15 Tishri/Sukkot                 Total (blood red moon)

To Summerize: 2014

  • Total LUNAR Eclipse on Nisan 14 Passover
  • Total LUNAR Eclipse on Tishri 14 Erev Sukkot
  • it is a Shemittah year 2014-2015 (5775)
  • A Jubilee Year follows after the 7 th Shemittah year (49 years)(2015-2016)
  • Daniels 49 years to Messiah, He opens the book (Rev. 5:1-14)
  • The Year of Jubilee is proclaimed on Yom Kippur

Als volgt weergegeven: Solar eclipses:

  1. 1948:   9 May                  – 30 Nisan/Kedoshim                    Annular
  2. 1948:   1 November       – 28 Tishri/Shemini/Atzereth      Total
  3. 1949: 28 April                – 29 Nisan/Tazria/Metzora           Partial
  4. 1949: 21 Oktober           – 28 Tishri                                         Partial
  5. 1950: 18 March              – 29 Nisan                                          Annular
  6. 1950: 12 September       –  1 Tishr/Rosh Hasjana                 Total
  7. 1967:   9 May                  – 29 Nisan                                          Partial
  8. 1967:   2 November       – 29 Tishri                                          Total
  9. 1968: 28 March              – 28 Adar                                            Partial
  10. 1968: 22 March              -29/1 Ellul/Tishri                             Total
  11. 2014: 29 April                 – 29 Nisan                                          Annular
  12. 2014: 23 October            – 29 Tishri                                         Partial
  13. 2015: 20 March               – 1 Nisan/Vayikra                            Total
  14. 2015: 13 September       – 29/1 Tishri/Rosh Hasjana           Partial

To Summarize: 2015

  • Total SOLAR EClipse on Nisan 1 Rosh Chodesh
  • (The Beginning of the New Religious Year)
  • Total LUNAR Eclipse on Nisan 15 Unleavened Bread
  • SOLAR Eclipse on Tishri 1 first Day of Rosh Hashana
  • (The Beginning of the Civil year)
  • Yom Kippur -Is Exactly to the Day 49 Biblical years from June 7 1967 to the restoration of Jerusalem and was also the First year of a new cycle of Shemittah Years!!!
  • Total LUNAR Eclipse on Tishri 15 First Day of Sukkot

Opmerking: We zien hier in de eerste kolom bij de Lunar eclipses 4 opeenvolgende {tetrad} bloed rode manen in de jaren 1949 en 1950 op Passover (Peseach) en Sukkot (Loofhuttenfeest) nadat op 14 mei 1948 de staat Israel werd uitgeroepen. Vervolgens in de jaren 1967 en 1968 als Jeruzalem op 7 juni 1967 heroverd wordt en nu de ondeelbare hoofdstad van Israel is (Luk. 21:24)!

Geen 4 {tetrad} opeenvolgende bloed rode manen deden zich voor in de 16e – 17e – 18e – en 19e eeuw. In 2014 en 2015 al daar opnieuw een tetrad te zien zijn van bloed rode manen. Het religieuze jaar begint dan met een totale zonsverduistering op de 1e Nisan, met twee weken later gevolgd door een bloed rode maan op Passover. Het burgelijk jaar opent dan met een zonsverduistering op de 1e Tishri/RoshHasjana gevolgd door weer een bloed rode maan op Sukkot in 2015 … … … …

  • ‘En God zeide: Dat er lichten zijn aan het uitspansel des hemels om scheiding te maken tussen de dag en de nacht, en dat zij dienen tot aanwijzing zowel van vaste tijden als van dagen en jaren; en dat zij tot lichten zijn aan het uitspansel des hemels om licht te geven op de aarde; en het was alzo’ (Gen. 1:14-15).
  • ‘De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des HEREN komt’ (Joel 2:31).
  • ‘om uit te roepen een jaar van het welbehagen des HEREN en een dag der wrake van onze God;’ (Jes. 61:2).
  • ‘En de vrouw vluchtte naar de woestijn, waar zij een plaats heeft, door God bereid, opdat zij daar twaalfhonderd zestig dagen onderhouden zou worden’ (Openb. 12:6).
  • ‘En aan de vrouw werden de twee vleugels van de grote arend gegeven om naar de woestijn te vliegen, naar haar plaats, waar zij onderhouden wordt buiten het gezicht van de slang, een tijd en tijden en een halve tijd’ (Openb. 12:14). {1260dagen / 3.5 = 360 dagen}
  • ‘Weet dan en versta: vanaf het ogenblik, dat het woord uitging om Jeruzalem te herbouwen tot op een gezalfde, een vorst, zijn zeven weken; en tweeenzestig weken lang zal het hersteld en herbouwd blijven, met plein en gracht, maar in de druk der tijden’ (Dan. 9:25).
  • ‘Maar over de tijden {chronoon} en gelegenheden {kairoon}, broeders, is het niet nodig, dat u geschreven wordt: immers, gij weet zelf zeer goed, dat de dag des Heren zó komt, als een dief in de nacht.’ (1 Thess. 5:1-2).
  1. kairós, the right time measure and relation, esp. as regards time and place, (gen. of time); hence, the right time; suitable or convenient time; the opportune point of time at which a thing SHOULD BE done, (a certain limited portion of No. 2).
  2. chrónos, time, duration, time in general, any time, (while No. 1 is THE time); the time in which anything IS done.

TIME In the early Biblical period, time was marked by sunrise and sunset, phases of the moon, seasons, and years (Ge 1:14). Ancient people had no method of reckoning long periods of time. They dated from great and well-known events, like the Exodus, the Babylonian Exile, the earthquake (Am. 1:1), and especially the reigns of kings (1 Ki 15:1; Hag 1:1). The year was lunar (354 days, 8 hours, 38 seconds), divided into twelve lunar months, with seven intercalary months added over nineteen years. The Hebrew month began with the new moon. Early Hebrews gave the months names; later they used numbers; and after the Exile they used Babylonian names. Months were divided by the Jews into weeks of seven days, ending with the Sabbath (Ex 20:11; Dt 5:14-15). Days were divided into twenty-four hours of sixty minutes of sixty seconds. The Roman day began at midnight and had twelve hours (Jn 11:9), the Hebrew day was reckoned from sunset. Night was divided into watches. At first the Hebrews, had three watches; in the time of Christ there were four.

WATCHES OF THE NIGHT Divisions into which hours of the night were divided. Jews had threefold division; Romans, fourfold (Jdg 7:19; Mk 6:48).

CALENDAR In the biblical era, time was reckoned solely on astronomical observations. Days, months, and years were determined by the sun and moon.

  1. Days of the week were not named by the Israelites, but were designated by ordinal numbers. Jewish day began in the evening with the appearance of the first stars. Days were subdivided into hours and watches. Israelites divided nights into three watches (Ex 14:24; Jdg 7:19; La 2:19), the Romans four (Mt 14:25).
  2. Egyptians had a week of ten days. The seven-day week is of Semitic origin (the Creation account), and ran consecutively irrespective of lunar or solar cycles. This was done for man’s physical and spiritual welfare. The biblical records are silent regarding the observance of the Sabbath day from creation to the times of Moses. Sabbath observance was either revived of given special emphasis by Moses (Ex 16:23; 20:8).
  3. The Hebrew month began with the new moon. Before the Exile months were designated by numbers. After the Exile names adopted from the Babylonians were used.
  4. The Jewish calendar had two concurrent years, the sacred year, beginning in the spring with the month Nisan, and the civic year, beginning with Tishri. The sacred year was instituted by Moses and consisted of lunar months of twenty-nine or thirty days each, with an intercalary month called Adar Sheni added about every three years. Every seventh year was a sabbatical year for the Israelites – a year of solem rest for landlords, slaves, beasts of burden, and land, and freedom for Hebrews slaves. Every fiftieth year was a Jubilee year, observed by family reunions, canceled mortgages, and return of lands to original owners (Lev 28:8-17).

Sacred – Name – Modern Equivalent – Civic

  1. Nisan        – March/April                 7
  2. Iyyar          – April/May                    8
  3. Sivan         – May/June                    9
  4.  Tammuz   – June/July                   10
  5. Ab              – Juli/August                 11
  6. Elul           – August/September     12
  7. Tishri       – September/Oktober     1
  8. Bul           – Oktober/November      2
  9. Kislev      – November/December   3
  10. Tebeth    – December/January       4
  11. Shebat    – January/February         5
  12. Adar       – February/March             6

…………………………………………………………….

Bloed rode manen … tekenen van het naderbij komen van een theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk.

Het is in dit korte bestek niet de bedoeling diep op de eindeloze theologische strijd om dit thema in te gaan. De voorstellingen over het ‘Duizendjarig Rijk’ – zijn over het algemeen een kerkelijk taboe en worden vrijwel altijd als sectarisch beschouwd. De kerkelijke beduchtheid voor het chiliasme {geloof aan een komend duizendjarig vrederijk op aarde} is ten dele gerechtvaardigd door de fel anti-kerkelijke uitingsvormen van deze leer in het verleden en de excessen die er uit voortvloeiden (o.m. de Wederdopers die het Godsrijk op aarde wilden forceren. Een adventistische secte als Jehova’s Getuigen is fanatiek anticlericaal).

Anderzijds is hier de aversie tegen de eschatologie van een kerk en christendom doorbrekende Godsheerschappij in het spel en is er veel onzindelijks in de wijze waarop men de wapens hanteert! Een van deze onzindelijkheden is christenen die in de komst van een aards Godsrijk geloven met het zwaar belaste etiket ‘chiliast’ in de sectarische hoek te duwen om verder zijn gehele bijbelbeschouwing vanuit die gezichtshoek te bezien. Men drukt daarbij ook de conscientieuze, kerkelijk bewuste mens dikwijls het stempel van de anti-clericale, sectarische dromer op, daarbij suggererend dat de chiliast een al te materialistische, zelf geconpiceerde heilstaat op aarde wil.

Het is een gelukkig feit, dat het serieuze chiliasme tegenwoordig ook in theologische regionen veld wint en dat de uitingen van onverdachte theologen, hoewel nog niet kerkelijk ‘gelegaliseerd’, toch niet in de sectarische hoek geveegd kunnen worden. Er komt een eerlijker bereidheid de grondtonen van het chiliasme te beluisteren zonder deze mét de extreme uitingen onder de tafel te praten.

De demonische uitroeiing van een groot deel van het Joodse volk en het schouwspel van een uit alle delen van de wereld naar Palestina/Israel toestromend en onweerstaanbaar oprijzend overblijfsel van Israel, heeft veler ogen weer geopend voor de wonderlijke invloed van de oudtestamentische profetie.

Een moderne staat als Israel belet velen nog verband te leggen tussen de oude profeten en dit 20e-21e eeuwse verschijnsel, maar wie de profetie kent en weet, dat Israel in ongeloof en geloof (Messiaanse gelovigen) terug zal keren om later als volk zijn God (Jesjoea Messias) te ontdekken, wordt machtig aangeraakt door het ‘spreken’ van een doodgewaande God in de recente geschiedenis! De terugkeer van Juda uit de verstrooiing is – afgezien van de nu in vervulling gaande [latere] terugkeer van de [nog onbekende] 10 stammen – vanouds door alle insiders als de ouverture tot de eindtijd der menselijke geschiedenis beschouwd!

Hoe dit ook zij, het ‘vergeestelijken’ van de oudtestamentische profetie over de toekomst van Israel en de volken tot een beeld van de wederwaardigheden der kerk, wordt langzamerhand toch als een onhoudbare kramphouding ontmaskerd. Deze ‘vergeestelijking’ of verzinnebeelding van concrete profetie over Israel en de heidenvolken, heeft tot een eindeloze reeks absurde ‘interpretaties’ geleid. [Zo werd bijv. de profetie over de antichrist ‘toegepast’ op Napoleon, Hitler en Stalin].

Toch is het voor velen nog een onmogelijke stap deze profetieen te betrekken op datgene wat zij expliciet en categorisch stellen: het messiaanse rijk voor Israel en de volken! Men is doordrenkt van de onbijbelse gedachte, dat het Koninkrijk Gods één ongedeeld, eeuwig en uitsluitend ‘christelijk’ rijk zou zijn. Men kan zich ook geen andere Christus dan een ‘christelijke Christus’ denken, alsof de messias uitsluitend in een ‘christelijke’ relatie tot alle mensen zou staan! De openbaring laat evenwel geen twijfel aan niet-christelijke ‘lagen’ in het Koninkrijk Gods. Het theocratisch interim-rijk op aarde, ofwel het messiaanse rijk, is geen christelijk rijk, maar een Christus-rijk, waarin Messias Jesoea mét zijn aan hem verbonden Lichaam (de gemeente -ekklesia = uitgeroepenen), als Koning en Rechter over de dan levende mensheid regeert. Ten onrechte wordt wel beweerd, dat men deze voorstelling ophangt aan één pericoop uit de Apocalyps, n.l. Ap. 20, 1-6. dit Bijbelgedeelte en het verband waarin het is geplaatst wordt wel altijd in de strijd om het chiliasme gehanteerd, maar in verhouding tot de zeer uitgebreide profetie in het Oude Testament (Tenach) over het messiaanse rijk is de tekst uit Ap. 20, 1-6 zelfs van betrekkelijk ondergeschikte betekenis. Ook zonder dit visioen spreekt de profetie van het messiaanse rijk in het Oude Testament voor zichzelf.

Het apocalyptische visioen van een tijdelijk Godsrijk, waarin de luciferische machten zijn uitgeschakeld en een bepaalde orde in de hemel opgenomen gelovigen met Christus over de volken regeert, plaatst de oudtestamentische profetie over een messiaans rijk in een bepaald nieuwtestamentisch kader en het verklaart vooral de tijdelijke en nog zondige elementen in dit rijk. De profetie over een messiaans rijk profeteert ook wel weer over de grenzen van het tijdelijke naar het eeuwige rijk heen, maar bevat toch elementen van onvolkomenheid, die onmogelijk toepasselijk kunnen zijn op het eeuwige rijk. De mensen zijn er nog sterfelijk, hoewel zij zeer oud worden en een 100-jarige nog een jongeling genoemd wordt (Jes. 65, 20a), er zijn vijanden die zich geveinsd onderwerpen (Zach. 14, 17-19; Ap. 20, 7-10), en mensen kunnen gedood worden om hun zonden (Jes. 65, 20b).

Andere profetieen spreken over de tempeldienst te Jeruzalem en een ‘hoeden der heidenen’ met een ‘ijzeren scepter’ (Jes. 66, 21-23; Ps. 2, 9; Ap. 2, 26, 27), kenmerken die niet gelden voor de christelijke aioon, noch voor het eeuwige Rijk. ‘Leiders van wetenschap en verstand’ zullen de volken in Godskennis onderrichten (Jer. 3, 15; Jes. 30, 20-21; 11, 9; Hab. 2, 14), en Israel zal het religieus-culturele centrum van dit wereldrijk zijn (Jes. 60, 2, 10-22; 61, 5; 62, 1-2; Zach. 8, 13, 22-23; 14, 16). Christus is hier niet het hoofd van een geloofsgemeenschap die organisch met hem verbonden is, maar de theoctatische Koning over de wereld, die hem niet vrijblijvend volgen of verwerpen kan, maar die volledig aan hem onderworpen is (Ps. 95, 10; Jes. 2, 4; 3, 13; 51, 5; Ap. 2, 26-27; 12, 5; 19, 15). Zijn gezag is bemiddeld aan de davidische messias (Jes. 16, 5; 55, 3-4; Jer. 30, 9; Ez. 34, 23-24; 37, 25), en de mensheid leeft onder een wettisch regiem (Ps. 9, 9; 67, 5; 95, 10; 96, 10; 98, 9; Jes. 2, 1-5; 42, 1, 15-17; Zach. 14, 16-21).

Men behoeft slechts met enkele trekken het beeld uit deze profetie te schetsen om het onderscheid met de tegenwoordige gemeente van gelovigen en het eeuwige Godsrijk te onderkennen. Het kan alleen ‘geplaatst’ worden in de tijd die volgt op de verschijning van de antichrist (Ap. 20, 1-3 verg. Ap. 12, 9; 13, 1-5, 11-18; verg. Dan. 7, 19-27), en de wederkomst van Christus (2 Thess. 2, 1-4), een historisch tijdperk dat voorafgaat aan het eeuwig Koninkrijk Gods (1 Kor. 15, 23-28). De eindigheid van dit messiaans rijk waartegen zoveel bezwaren geopperd worden, is overigens maar zeer betrekkelijk.

Zoals de gemeente van Messias Jesjoea een ‘progressie’ is in het eeuwig Koninkrijk Gods in de hemel, is het messiaanse rijk een ‘progressie’ in het eeuwig Godsrijk op aarde. Het gaat – na een laatste poging van de luciferische machten Gods heilswerk te vernietigen – ongebroken in het eeuwig Rijk over ( Ap. 20, 7-10; Ap. 21 en 22), en wordt dan natuurlijk ook kwalitatief het Volkomen Koninkrijk.

De korte tijd van de luciferische uitbarsting toont in de eerste plaats de consequente volharding van het kwaad na een langdurige periode van passiviteit (Ap. 20, 1-2, 3, 5, 7), en dienst vervolgens als een laatste selectie onder de dan levende mensheid. Want ondanks de paradijselijke staat waarin de mensheid gedurende het messiaanse rijk op aarde in de twijfelloze zekerheid van Messias Jesjoea’s tegenwoordigheid leeft, zal blijken dat velen zich geveinsd aan deze theocratische wereldorde hebben onderworpen (Ap. 20, 7-8).

De ‘plasregens’ van zegen en kennis van Jahweh (Ik ben die Ik ben – Ex. 3:14) die de wereld zal ‘bedekken’ hebben het volkomen Godsrijk op aarde zeer nabij gebracht, maar desondanks zullen bepaalde volken zich toch laten verleiden om dit alles ongedaan te maken. Wanneer deze opzet neergeslagen is en de luciferische machten met hun ontmenselijkte volgelingen voor eeuwig buiten het Koninkrijk Gods gestoten worden, volgt het laatste oordeel over de doden en wordt het heilsplan voleindigd in de dubbele gestalte van het Koninkrijk Gods: een hemels rijk en een aards rijk. Deze rijken zijn echter niet gescheiden. Ofschoon zij moeten worden onderscheiden en het hemels Godsrijk de gehele kosmos omvat, wordt de hemel met de aarde verbonden door de ‘schakel’ van het Nieuwe Jeruzalem, een voor beide rijken gemeenschappelijk ‘centrum’, waar de communicatie plaats vindt ( Ap. 21, 1-5, 10-27; 22, 1-5).

De categorieen als: transcendentie en immanentie, eeuwigheid en tijd, heden en toekomst, hemel en aarde, gemeente en wereld, gemeente en Israel, zijn in de structuur van het Koninkrijk Gods dus geen tegenstellingen die elkaar uitsluiten, maar elkander inhoudende, insluitende en aanvullende elementen!

Samenvattend kunnen wij het Koninkrijk Gods in zijn wijdste betekenis omschrijven als dat deel der schepping, dat hij zich eeuwig toeeigent, dat hem ‘eigen’ is omdat het door God toe-geeigend wil zijn. Een deel van de schepping staat ‘tegenover God’, zowel in de mensenwereld als in de wereld van kosmische machten. Ook dit deel is ‘eigendom’ van de schepper, maar het wordt – naar eigen willen en handelen – niet geeigend. Het kan uitsluitend door de scheppingskracht van God bestaan, maar na de afsluiting van het heilproces is het gedoemd voor eeuwig ‘buiten’ God en zijn Rijk te bestaan. Het is het ‘niets’ buiten God, zoals een schaduw ook ‘niets’ is maar toch ‘bestaat’.

Datgene wat in de schepping beantwoordt aan de liefde Gods is het Koninkrijk Gods en als het voltooid is, is ook aan de zin van de schepping voldaan.

Afgezien van de voortgang van dit proces bij andere wezens in het heelal dan mensen, is van de mens geopenaard, dat hij gesteld is over de ganse schepping. Dit gezag valt hem toe als hij de volkomen mens is geworden, het beeld en de gelijkenis van de Volkomen Mens in God. De kern van het Koninkrijk Gods ligt in dat deel der mensheid, dat het beeldschap bereikt; evenals in de engelenwereld scheidt zich een deel af om uiteindelijk in eeuwige Godsvijandigheid buiten het Koninkrijk Gods te verteren. Het deel dat door God in liefde toe-geeigend wil worden en dit ook wordt, is evenwel niet eenvormig en van gelijke hoedanigheid. Er zijn ‘niveaus’ en ‘geledingen’ in de volkomen mensheid, zoals er niveaus en geledingen zijn in de Godsgetrouwe kosmische machten. De potentiele mensen die positief reageren op de openbaring Gods worden wel allen volkomen mens, maar niet alle in gelijke ‘rang’ of hoedanigheid.

De positief reagerende beeld-dragende mensheid, moest het Koninkrijk Gods ‘hemels’ en ‘aards’ representeren. De lijn van hen die het aardse Koninkrijk zullen vormen, loopt van Adam via Noach en Sem naar Israel, met enkele uitzonderingen, waarvan Henoch, Mozes en Elia bekend zijn (Gen. 5, 24; Mt. 17, 1-3; Mk. 9, 2-4; Lk. 9, 28-31; 2 Kon. 3-18; Ap. 7, 1-8; 14, 1-5). Voor het aardse rijk zijn alle heidenen bestemd die niet tot de gemeente ofwel het Lichaam van Jesjoea behoren, maar wél in het Boek des Levens bij het Laatste Oordeel worden gevonden (Ap. 20, 11-15).

Het Koninkrijk der hemelen ofwel het Messiaanse rijk is de erfenis van allen die tot het Lichaam van Jesjoea behoren en allen die in het anti-christelijke tijdperk uit de grote verdrukking de Messias alsnog hebben aangenomen (Ap. 7, 9-17), waaronder ook de ‘verzegelden’ uit het overblijfsel van Israel in die dagen (Ap. 14, 1-5 verg. Ap. 7, 1-8).

  • ‘Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:30-31; Hand. 2:16-21).

(uit: Ik Ben Die Ik Ben – eigentijdse en futuristische begrippen verbonden aan de profetie van de Bijbel / H. Verweij … bewerkt door GJCP)

Gerard J.C. Plas

 

Be Sociable, Share!
 Posted by at 01:00

  4 Responses to “HET HEMELS GETAL 12 – en de 12 bloed rode manen (lunar eclipses) tussen 1948 en 2018 – editorial”

  1. Een totale maansverduistering dus ook een rode maan kan alleen als de maan, aarde en zon op 1 lijn met elkaar staan. Bijbels gezien kan dat alleen op de 15de van de maand en niet op de 14de.

    • Dus alleen op 15 ABIB (Nisan voor Joods denkenden) en 15 Etanim (Tishri voor Joods denkenden)

  2. Op deze site kan je zien dat de rode maan van 15 april helemaal niet te zien is in Israel….
    http://www.hermit.org/Eclipse/2014-04-15/

  3. Great delivery. Sound arguments. Keep up the great spirit.

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »