Apr 012015
 

bergen_van_israelIedereen die het maar horen wil moet eraan geloven; Israël is een bezettende mogendheid. De Joden bezetten Palestijnse gebieden. De eerste de beste Palestijnse taxichauffeur die je voor een veel te hoog tarief door Jeruzalem vervoert (please, switch on the meter, sir…) zal je vertellen dat zijn familie al eeuwenlang in Palestina woont. Er is werkelijk geen spoor van vroegere Joodse bewoning in Jeruzalem te vinden. ‘Nee, er heeft nooit een Joodse tempel in Jeruzalem gestaan, hoe komt u erbij, ook David heeft hier nooit een paleis gehad en Salomo? No sir, allemaal Zionistische leugens.’ Maar hoe zit het dan met al die bijbelse verhalen over Abraham, Isaak, Jakob, Mozes, David en Jeshua? Hoe verklaar je het ontstaan van de Klaagmuur en de overdaad aan archeologische vondsten van antieke Joodse voorwerpen, dikwijls voorzien van Hebreeuwse inscriptie? ‘Allemaal Zionistische leugens, sir.’

Hoe is het mogelijk dat de voortdurende aanwezigheid van een Joodse bevolking in Israël ontkend wordt? Wat te zeggen van de Israëlische steden Hebron, Sichem, Betel, Bethlehem, Jeruzalem, Jericho, Siloh, Ariël en al die andere overbekende bijbelse plaatsen? De Bijbel verhaalt van de meest bijzondere gebeurtenissen die plaatsvonden in deze steden. Al deze bijbelse steden worden vandaag opgeeist door de Palestijnen. De westerse wereld, en zelfs veel christenen doen of hun neus bloedt. Het Joodse volk is al meer dan 3500 jaar verbonden met Israel. Hun identiteit is vergroeid met het beloofde land. Israël is het Joodse thuisland. Hoe is het mogelijk dat dit historische gegeven door weldenkende mensen wordt ontkend?

Het journaille heeft de beschikking over uitgebreide, historische archieven, maar laten deze onberoerd waar het de fundamentele rechten van de Joden aangaat. Universiteiten beschikken over gedetailleerde, wetenschappelijk onderbouwde rapporten en literatuur die de geschiedenis van het Joodse volk uitvoerig omschrijven. Deze bronnen verhalen unaniem van de gedwongen exodus van het Joodse volk.

Predikanten hebben vele jaren studie achter de rug maar niettemin kunnen velen niet over hun lippen krijgen dat Israel het Joodse beloofde land is. In alle geschiedenisboeken staat de vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 A.D. beschreven. Vele honderdduizenden Joden werden gedood, als slaaf verkocht, naar Egypte gevoerd en verder verstrooid over de aarde. In 135 A.D. maakte keizer Hadrianus een eind aan de opstand die onder leiding stond van de Joodse strijder Sjimon Bar Kochba.

Hadrianus ontzegde de Joden de toegang tot Jeruzalem en verbood hen de bijbelse feesten te vieren. Synagogen mochten niet bezocht worden, Sabbat niet gevierd, geen Torahstudie toegestaan. Joods jongetjes mochten niet langer besneden worden. Alleen op de 9e Av, de dag van de Joodse nederlaag te Bethar, mochten Joden Jeruzalem bezoeken om hun doden te betreuren. Om zijn haat tegen de Joden te accentueren vernederde Hadrianus hen door de naam ‘Israël‘ te wijzigen in Filistea (Palestina). ‘Jeruzalem‘ werd gewijzigd in Aelia Capitolina, een samenvoeging van zijn eigen naam en van de Romeinse god Jupiter Capitolinus. Op het Tempelplein bouwde hij een tempel voor Jupiter. Telkens weer werden de Joden massaal vermoord, als slaaf verkocht en uit hun eigen land verdreven. Dat verklaart waarom de Joden zich over de hele wereld verspreid hebben. Deze volksverhuizing was geen vrijwillige keuze, ze werden met geweld uit hun eigen beloofde land verjaagd. Toch bleven gedurende al die eeuwen van vreemde overheersing Joodse gemeenschappen in Jeruzalem en andere locaties in Israel bestaan.

Israël, verlaten woestenij

Het land Israel onderging een gedaanteverwisseling. Van vruchtbaar land, overvloeiend van melk en honing verpauperde het tot een onvruchtbare, kale zandwoestijn. Vreemde mogendheden voerden heerschappij over het land. Jeruzalem werd gereduceerd tot een onbetekenend woestijnstadje. De opeenvolgende buitenlandse heersers slaagden er nimmer in dit Joodse land tot leven te brengen.

Als het land Israel niet door haar eigen Joodse volk bewoond wordt, verwildert en verpaupert het onherroepelijk. De strook van Gaza is daarvan een actueel voorbeeld. De Joden hadden de Gazastrook nog niet verlaten of de terreurhelden van Hamas ploegden deze strook om tot een complete chaos. Joodse kwekers keken met lede ogen toe hoe hun jarenlange arbeid in één klap tenietgedaan werd. Een Joodse kennis van mij had een succesvolle tomatenkwekerij in de Strook van Gaza. Na zijn gedwongen vertrek werd hij door zijn voormalige Palestijnse bedrijfsleider (met wie hij een uitstekende relatie onderhield) gebeld met de mededeling dat zij er niet in slaagden om tomaten te oogsten zoals voorheen.

De geschiedenis toont aan dat de afwezigheid van Joden altijd tot verpaupering en verwildering van het land leidde. God had al voorzegd dat het beloofde land eens tot een wildernis zou worden.

‘Waarom wordt dit land te gronde gericht, verschroeit het als een woestijn, waar niemand nog doorheen trekt? De HEER zei: ‘Omdat ze de wet die Ik hun voorgehouden heb niet in acht hebben genomen. Ze hebben niet naar Mij geluisterd en niet volgens mijn wet gehandeld …’ (Jeremia 9:11-12).

‘Jeruzalem heeft, vanaf de dag dat het werd gebouwd tot op de dag van vandaag, voortdurend mijn toorn gewekt. Daarom vaag Ik het weg. (Jeremia 32:31).

Israël, een land zonder volk voor een volk zonder land

Het land Israel verviel tot een woeste leegte. Oude verslagen bevestigen dat beeld. De beroemde Amerikaanse auteur Mark Twain heeft er zelfs een reisverslag aan gewijd. In 1864 tekende hij onder meer op: ‘Een verlaten land waarvan de grond vruchtbaar is, maar nu geheel lijkt overwoekerd door onkruid … een stilzwijgende woestenij … we kwamen op de hele route geen enkel mens tegen … hier en daar een boom of een struik. Zelfs de olijfboom en de cactus, de trouwe vrienden van dit waardeloze gebied, zijn nagenoeg uit het land verdwenen.’

W.M. Thompson schreef in 1866: ‘Wat een verdriet is deze enorme verwoesting! Geen huis, geen spoor van bewoning, zelfs geen schaapherders om de saaie gelijkvormigheid te doorbreken. De profeet Jesaja zei, dat de Sharon een woestijn zou worden, dat is een droevige en indrukwekkende realiteit geworden.’

De door God voorzegde verwoesting werd een realiteit. Eeuwenlang lag het land er verlaten bij. De armoede was groot. Hier en daar trok een verdwaalde groep bedoeienen door de woestijn, op zoek naar iets eetbaars. Daarin kwam verandering toen in het begin van de 20e eeuw de eerste Russische, Joodse Zionisten terugkeerden naar hun eigen land. Zonder dat zij zich dit realiseerden vervulden zij eeuwenoude profetieen:

‘De dag zal komen – spreekt de HEER – dat er niet meer wordt gezegd: ‘Zo waar de HEER leeft, die het volk van Israel uit Egypte heeft bevrijd,’ maar: ‘Zo waar de HEER leeft, die het volk Israel uit het land van het Noorden heeft bevrijd en uit de andere landen waarheen Hij het verdreven had.’ Ik zal hen terugbrengen naar hun land, dat Ik hun voorouders gegeven heb.‘ (Jeremia 16:14-15).

‘Zoals Ik niet aarzelde om hen (Israel) uit te rukken en te verwoesten, af te breken, kwaad te doen en te vernietigen, zo zal Ik niet aarzelen om hen te planten en op te bouwen – spreekt de HEER.’ (Jeremia 31:28).

‘Dit zegt God, de HEER: Op de dag dat Ik jullie van je zonden gereinigd heb, zal Ik in de steden weer mensen laten wonen en zullen de puinhopen weer worden opgebouwd. Het verwilderde land zal weer worden bewerkt – het land dat voor iedereen die erdoorheen trok een woestenij was. Ze zullen zeggen: ‘Dit land hier, dat een woestenij was, is nu als de tuin van Eden, en de steden die in puin lagen, die verlaten waren en verwoest, zijn weer versterkt en bewoond. ‘Dan zullen de volken om je heen beseffen dat Ik de HEER ben. Ik zal weer opbouwen wat verwoest was en beplanten wat verwilderd was. Wat Ik, de HEER, gezegd heb, zal Ik doen.’ (Ezechiel 36:33-36).

De profetieen spreken duidelijke taal: God grijpt zelf in. Het verwilderde land zal weer worden bewerkt en bewoond! Het land zal opnieuw worden beplant en opgebouwd. Het Joodse volk keert weer terug naar haar eigen land. Let in dit tekstgedeelte op het woordje ‘weer’. Opnieuw bekommert God zich over zijn volk en land. Wij leven in deze ‘nieuwe’ dagen. Gods herstel  ontvouwt zich voor onze ogen.

God herstelt de tent van David  

God zelf beloofde zijn verstrooide volk terug te brengen vanuit het noorden, een verwijzing naar de landen van de voormalige Sovjet-Unie, Oekraine, de Kaukasus en andere voormalige Russische-Aziatische landen. Maar ook vanuit de overige landen keert het Joodse volk terug naar hun oorspronkelijke land van herkomst. Hij zal een keer brengen in het lot van Israel:

‘Dan zal Ik het vervallen huis van David herbouwen, Ik zal de muren herstellen en opbouwen wat is neergehaald, Ik zal het in zijn vroegere luister herstellen … Ik zal het lot van mijn volk Israel ten goede keren. Zij zullen hun verwoeste steden herbouwen en erin wonen, ze zullen wijngaarden planten en de wijn ervan drinken, ze zullen tuinen aanleggen en de vruchten ervan eten. Ik zal hen terugplanten in hun grond, en zij zullen niet meer worden weggerukt uit het land dat Ik hun heb gegeven – zegt de HEER, jullie God.’ (Amos 9:11,14-15).

God zelf komt in actie! Hij keert het lot van Israel ten goede. Hijzelf plant de Joden terug in hun eigen grond. Zij zullen niet meer worden uitgerukt uit het land dat God hen hoogstpersoonlijk heeft gegeven. Nooit meer. Deze profetie leent zich niet voor vage interpretatie. Het staat klip en klaar, zwart op wit. Psalm 105 beklemtoont ten overvloede de bijbelse waarde van deze profetie:

‘Hij is de HEER, onze God, zijn besluiten gelden over de hele aarde. Tot in eeuwigheid zal Hij gedenken zijn belofte aan duizend geslachten, het verbond dat Hij sloot met Abraham en voor Isaak bevestigde met een eed. Voor Jakob verhief Hij het tot wet, voor Israel tot een eeuwig verbond, toen Hij zei: ‘Ik zal jou Kanaan geven, dat land wordt je overvreemdbaar bezit.’ (Psalm 105:7-11).

Gods ‘juridische’ toezegging wordt in deze prachtige psalm onvoorwaardelijk bevestigd door zijn besluit, zijn belofte, zijn eeuwig verbond, zijn wet en ten overvloede bezegeld met een eed.

Politici en media schermen met VN resoluties en Internationaal Recht, maar er is geen enkel document dat overtuigend aantoont dat Samaria en Judea geen onderdeel zouden uitmaken van Israel, het beoogde Joodse land zoals dat werd omschreven in de Balfourverklaring van 1917, en later bevestigd werd tijdens de Conferentie van San Remo in 1920 en goedgekeurd door de Volkenbond. Dit alles vond plaats binnen de juridische normen en grenzen van het Internationale Recht. Alle overige besluiten zouden aan deze resolutie getoetst moeten worden. Dat is niet gebeurd. Het land Kanaan behoort maar aan één volk toe, het Joodse volk. Het is hun onvervreemdbaar bezit. Daaraan valt niet te tornen. Niet door de Verenigde Naties, niet door Mekka, niet door Rome.

Spreek tegen het Seirgebergte

In hoofdstuk 35 van het boek Ezechiel wordt over bergen geprofeteerd. Deze bergen worden specifiek genoemd: Het Seirgebergte. Dat gebergte kun je terugvinden in het huidige Jordanie. De woorden uit Ezechiel 35 zijn gericht tot de Arabische (lees: islamitsche) vijanden van Israel. Een ‘mensenkind’ wordt opgeroepen om te profeteren:

‘Zeg: ‘Dit zegt God, de HEER: Ik zal je straffen, Seirgebergte, Ik zal mijn hand tegen je opheffen en een verlaten woestenij van je maken. Je steden verander Ik in ruines, Ik maak een woestenij van je, en je zult weten dat Ik de HEER ben. Je hebt de Israëlieten altijd gehaat … ‘ (Ezechiel 35:3-5).

Dreigende woorden Gods, gesproken tegen het Seirgebergte. Woorden gericht tegen de Arabische vijanden van Israel. Gods aanklacht tegen het Seirgebergte vervolgt:

‘Je hebt gezegd: ‘Die twee volken en die twee landen (Samaria en Judea) zijn van mij, ik zal ze in bezit nemen, al heeft de HEER er gewoond.’ Daarom, zo waar Ik leef – spreekt God, de HEER: ‘Ik zal de woede, de afgunst en de haat waarmee jij hen belaagd hebt vergelden, en door jou te straffen, zal Ik Mij aan hen openbaren. Jij zult weten dat Ik de HEER ben! Al je beledigingen heb Ik gehoord, alles wat je hebt gezegd over de bergen van Israel – dat ze verwoest waren, dat jij ze kon plunderen. Ook tegen Mij heb je op hoge toon gesproken, ook Mij heb je uitgedaagd, Ik heb het gehoord.’ (Ezech. 35:10-13).

God rekent op krachtige toon af met de vijandige houding van de Arabische bewoners van het Seirgebergte. ‘Ook tegen Mij heb je op hoge toon gesproken, ook Mij heb je uitgedaagd’. Je kunt niet ongestraft Israel bekritiseren. Israel bekritiseren komt neer op God bekritiseren. Dat klinkt onwaarschijnlijk, toch kom je deze vereenzelviging van God met zijn volk verschillende keren tegen in de Bijbel. ‘Wie aan mijn volk komt, komt aan mijn oogappel.’ (Zach. 2:12). Kom je aan Israel, dan kom je aan Mij’, lijkt God te zeggen. Dat werpt een wel heel confronterend licht op de huidige kritische houding van veel gemeenteleiders en gelovigen op Israel en het Joodse volk.

Spreek tot de bergen van Israël

In het 36ste hoofdstuk van het Bijbelboek Ezechiel, wordt opnieuw een mensenkind opgeroepen om tot de bergen te profeteren. Dit keer gaat het om de ‘bergen van Israël’.

Om een helder begrip te krijgen van dit Bijbelgedeelte, is het belangrijk om te weten waar die ‘bergen van Israël’ zich precies bevinden. Met de ‘bergen van Israel’ worden Samaria en Judea bedoeld. Het hartland van Israël. Laat dat nu precies het gebied zijn dat door politiek en media ‘Westoever’ wordt genoemd. De zogenaamde ‘bezette gebieden‘.

Dit belangrijke hoofdstuk openbaart essentiele kernwaarheden met betrekking tot deze betwiste gebieden. Het zou de nieuwsgierigheid van iedere gelovige moeten prikkelen om te ontdekken wat dit hoofdstuk in Ezechiel te melden heeft over deze ‘bergen van Israel’.

De profetische woorden laten niets heel van de algemene opvatting die heerst binnen de arena der politiek, kerk en media. De toon wordt meteen gezet:

‘Dit zegt God, de HEER: Vol leedvermaak heeft de vijand geroepen: ‘Die oeroude bergen (Samaria en Judea) zijn nu van ons!’ (Ezechiel 36:2).

Het is alsof je het Palestijns Gezag hoort spreken. De Arabische Palestijnen eisen de bergen van Israel op en worden in die eis door vrijwel alle (verenigde) naties gesteund. We lezen verderop:

‘Dit zegt God, de HEER: In het vuur van mijn hartstocht klaag Ik Edom en al die andere volken aan. Hun hart was vol vreugde en hun ziel vol verachting toen ze mijn land in bezit namen en er de weidegronden buitmaakten.’ (Ezechiel 36:5).

Palestijnse wisseltruc

God is woedend op Edom. Edom staat voor de huidige Palestijnen. Hun hart was vol vreugde toen ze ‘mijn’ land in bezit namen. In tegenstelling tot de wijdverbreide opvatting dat de Joden ‘Palestijns’ land bezetten, lees je hier precies het tegenovergestelde: Palestijnen bezetten mijn (Gods) land! De Palestijnen slagen erin om de wereld te doen geloven dat het Joodse volk Palestijns land in bezit genomen heeft. Een grove misleiding en verdraaiing van de feiten. Niet de Joden bezetten Palestijns land, maar Palestijnen bezetten Gods land. De zaak wordt willens en wetens omgedraaid. Dat werpt een geheel ander licht op het Joods-Palestijns conflict.

De profetie gaat verder:

‘Daarom moet jij profeteren over het land Israël. Zeg tot de bergen en tot de heuvels, tot de rivierbeddingen en tot de dalen: ‘Dit zegt God, de HEER: Ik spreek met hartstocht en woede! Jullie zijn vernederd door andere volken, en daarom – zegt God, de HEER – zweer Ik dat de volken om je heen zelf vernederd zullen worden. Maar, bergen van Israel, jullie bomen zullen weer uitlopen en vrucht dragen voor mijn volk Israël, want dat zal spoedig terugkeren. Ik zal Mij naar jullie toewenden, en jullie zullen weer worden bewerkt en ingezaaid.’ (Ezechiel 36:7-9).

De wachter wordt opgeroepen om verder te profeteren. Hij verhaalt van Gods woede en hartstocht. Daar valt niet mee te spotten. God is woedend op de volken die Israel vernederd hebben. Je moet er niet aan denken om in handen te vallen van een ziedende God. Dan vervolgt de profetie met: ‘Want Israel zal spoedig terugkeren.’ Wij zijn ooggetuige van de vervulling van deze woorden. Het Joodse volk keert massaal terug na eeuwen van ballingschap. Op het ogenblik is de stroom immigranten die naar Israel repatrieert enigszins afgezwakt, maar dat zal niet lang duren. Ik ben ervan overtuigd dat grote massa’s Joden binnen niet al te lange tijd zullen terugkeren naar Israel. Ik doel daarbij zeker ook op de Amerikaanse en Europese Joden.

Dan lezen we in vers 9: ‘Ik zal Mij naar jullie toewenden.’ We hebben het al eerder geconstateerd: God keert opnieuw terug naar Sion. In Psalm 102:14 lezen we: ‘U zult opstaan en U over Sion ontfermen, de tijd van genade is gekomen, dit is het uur … ‘

Je ziet het voor je ogen gebeuren. Jeremia verwoordt het zo:

‘Van ver ben Ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. (Jeremia 31:2). God is in actie gekomen. Hij is opgestaan. Hij komt uit zijn heilige woning naar buiten. Van ver is Hij teruggekeerd naar Sion. Vanaf nu richt Hij zich opnieuw tot Israel. Niet de christelijke gemeente, maar Israël bevindt zich in het centrum van zijn aandacht. De profetie vervolgt:

‘Ik zal veel mensen op je laten wonen, heel het volk van Israel, en de steden zullen weer worden bewoond, de puinhopen weer worden opgebouwd. Er zullen veel mensen en dieren op je wonen, ze zullen talrijk en vruchtbaar zijn, en jullie zullen weer even dichtbevolkt zijn als in het verleden. Ik zal zorgen dat het jullie beter gaat dan vroeger, en jullie zullen beseffen dat Ik de HEER ben. Er zullen weer mensen over je paden gaan: mijn volk Israel zal jullie (bergen van Israël) weer in bezit nemen, jullie worden voorgoed hun eigendom … (Ezechiel 36:10-12).

De bergen van Israel zullen niet in handen vallen van de Palestijnen: ‘Ik zal veel mensen op je laten wonen, heel het volk van Israel.’ En even verderop: ‘Mijn volk Israel zal jullie weer in bezit nemen, jullie worden voorgoed hun eigendom.’ Duidelijker kun je het toch niet verwoorden? Het Joodse volk zal Samaria en Judea bewonen. De hele wereld verzet zich tegen deze bijbelse realiteit, maar dat maakt deze eeuwige woorden niet minder betrouwbaar en relevant. In feite is het ongelooflijk dat de kerk nagenoeg onbekend is met deze profetische woorden. Ze laat zich gedwee meedrijven op de politiek correcte mediastroom die de bijbelse waarheid geweld aandoet.

‘Wat hun grondgebied betreft: Ikzelf zal hun grondgebied zijn. Eigen grond mogen jullie hun in Israel niet geven: Ikzelf zal hun eigen grond zijn.’ (Ezechiel 44:28).

Naarmate je de profetieen intensiever bestudeert zul je ontdekken dat deze woorden uit Ezechiel niet geisoleerd staan. Een hele reeks teksten spreekt over de terugkeer van het Joodse volk naar hun eigen land. De vervulling van deze oeroude profetieen kan door niets en niemand ongedaan gemaakt worden. Geen macht op aarde, hel of in de hemel zal dit kunnen verhinderen. In dit geestelijke spanningsgebied beweegt zich de wachter.

Jeruzalem, ondeelbare hoofdstad van Israël

Geen stad doet zoveel stof opwaaien als Jeruzalem. De stad die door David veroverd werd. Hij was koning over Jeruzalem. Vandaag kun je de ruines bewonderen in ‘Ir David’, de stad van David. Archeologen komen handen tekort om deze prachtige locatie bloot te leggen. Bijna wekelijks worden nieuwe ontdekkingen gedaan, tot groot ongenoegen van de Arabieren. Krampachtig blijven ze, tegen alle feiten in, bij hun bewering dat er geen sprake is van een Joods verleden in Jeruzalem.

Jeruzalem wordt meer dan 800 maal in de Bijbel genoemd. In de Koran zul je tevergeefs zoeken naar deze stad. Waarom hechten moslims zoveel waarde aan deze stad? In Sura, Banie-Israa’iel 17:2 lees je: ‘Heilig is hij die zijn dienaar bij nacht voerde van de “heilige moskee” naar de “verre moskee” welker omgeving wij hebben gezegend … ‘

De ‘dienaar’ in deze Korantekst zou Mohammed zijn, de ‘heilige moskee’ de Ka’aba in Mekka, de ‘verre moskee’ zou dan verwijzen naar een islamitische moskee op het Tempelplein, te Jeruzalem.

Lastig in deze redenatie is dat er ten tijde van deze Korantekst helemaal geen sprake was van een ‘verre moskee’ in Jeruzalem. De bedoelde Omar moskee was domweg nog niet gebouwd. Mohammed stierf in het jaar 632 A.D. Jeruzalem was in die periode een christelijk (Byzantijns) rijk. Pas in 638 A.D., zes jaar na de dood van Mohammed, werd Jeruzalem veroverd door Kalief Omar. In 691 A.D. werd de islamitische Rotskoepel gebouwd door Abd-el-Malik. Er kan in die periode dus helemaal geen sprake geweest zijn van het bestaan van een moskee op het Tempelplein van Jeruzalem. Jeruzalem werd door Kalief Omar veroverd toen Mohammed al lang en breed was begraven, volgens eigen zeggen omringd en vertroeteld door een harem moslimmaagden.

Het ligt meer voor de hand dat deze Korantekst verwijst naar Medina. Overigens is het ook van belang te vermelden dat, toen Jeruzalem in islamitische handen viel, deze woestijnstad geen enkele betekenis had voor de islamitische bezetters, een kalifaat was er nimmer gevestigd. Jeruzalem werd een verwaarloosde stad onder islamitisch bewind. Pas na de Zesdaagse-Oorlog in 1967, toen het oude stadscentrum en Oost-Jeruzalem op de derde dag van deze oorlog op de 7e juni [met de Olijfberg en het Tempelplein] opnieuw in Joodse handen vielen, kreeg Jeruzalem plotsklaps het aureool van ‘islamitische heiligheid’ aangemeten. Gretig en begripvol trapten kerk en wereld in deze moslim val.

Voor de Joden ligt dit anders. Hun overbrekelijke band met Jeruzalem bleef zelfs gedurende eeuwen van verstrooiing ongebroken. ‘Volgend jaar in Jeruzalem‘ riepen ze elkaar jaarlijks toe. Tijdens de Babylonische ballingschap kwijnden de Joden bijna weg van verlangen:

‘Aan de rivieren van Babel, daar zaten wij treurend en dachten aan Sion. In de wilgen op de oever hingen wij onze lieren. Daar durfden onze bewakers te vragen om een lied, daar vroegen onze beulen: ‘Zing voor ons een vrolijk lied uit Sion.’ Hoe kunnen wij zingen een lied van de HEER op vreemde grond? Als ik jou vergeet, Jeruzalem, laat dan mijn hand de snaren vergeten. Laat mijn tong aan mijn gehemelte kleven als ik niet meer denk aan jou, als ik Jeruzalem niet stel boven alles wat mij verheugt. (Psalm 137:1-6).

Jeruzalem opdelen

‘Ach, hoe eenzaam zit zij neer, de eens zo levendige stad (Jeruzalem). Een weduwe is ze geworden, zij die groot was onder de volken, de vorstin van de gewesten is tot slavernij vervallen. Heel de nacht weent zij, haar wangen zijn nat van tranen. Er is niemand die haar troost, niemand van haar vele minnaars; geen vriend bleef haar trouw, allen zijn haar vijandig gezind. (Klaagliederen 1:1-2).

Westerse mogendheden, gesteund door vele kerkelijke organisaties zijn het er over eens. Om de lieve vrede te bewaren moet Jeruzalem opgedeeld worden. Een Joods, westers gedeelte en een Arabisch, oostelijk gedeelte. De heilige plaatsen zouden dan onder internationaal toezicht moeten komen. Amerika, vriend-van-Israel-door-dik-en-dun legt steeds meer druk op de regering van Israel. Ze verboden Israel zelfs om huizen te bouwen. Te gek voor woorden. Nog nooit in de geschiedenis van Israel werd door een goede vriend zo’n dwaze eis op tafel gelegd. In nood leer je je vrienden kennen. Wat te denken van de kerk. Zij presenteert zich toch als de vriend die een ‘onverbreekbaar’ verbond met Israel en Jeruzalem onderhoudt? Jeruzalem voelt zich door haar vrienden in de steek gelaten. In bovenstaande tekstregels lees je dat zij om die reden zelfs tranen huilt.

‘Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de HEER heeft ontvangen.’ (Jesaja 40:2).

In de NIV vertaling lees je: ‘Speak tenderly to Jerusalem’. Dat is de taal van een ware vriend. Als wachters op de muren van Jeruzalem verzetten we ons tegen opdeling van de stad. Onverdroten proclameren we Gods woorden aangaande Jeruzalem tot de vorsten en heersers in de hemelse gewesten. De Bijbel spreekt duidelijke taal:

‘Aanschouw dan Sion, de stad waar wij onze feesten weer vieren. Met eigen ogen zul je Jeruzalem zien, een oord waar je ongestoord kunt wonen, een tent die nooit wordt afgebroken, waarvan geen tentpin ooit wordt uitgerukt en geen touw wordt losgemaakt. Daar toont de HEER ons zijn macht … Want de HEER is onze rechter, de HEER is onze wetgever, de HEER is onze koning, Hij zal ons redden. De touwen hangen slap en ontspannen, de tentpaal hoeft niet meer recht overeind … (Jesaja 33:20-23).

Jeruzalem, ‘een tent die nooit wordt afgebroken, waarvan geen tentpin ooit wordt uitgerukt en geen touw wordt losgemaakt.’ Kan het duidelijker? Er is geen denken aan, Jeruzalem zal ongedeeld blijven bestaan. Wat heet, Jeruzalem zal zelfs uitgebreid worden:

‘Vergroot de plaats voor je tent, span het tentdoek wijder uit, zonder enige terughoudendheid. Verleng de touwen, zet de tentpinnen vast. Naar alle kanten zul je je uitbreiden … (Jesaja 54:2-3).

‘Salomo pakte de bouw van Jeruzalem destijds voortvarend aan: Hij bouwde wat hij maar wilde, in Jeruzalem … (2 Kronieken 8:6).

In het boek Zacharia wordt verslag gedaan over een man met een meetlint in zijn hand. Toen hem de vraag gesteld werd waarheen hij op weg was sprak hij: …

‘Ik ga opmeten hoe groot Jeruzalem moet worden.’ Toen verscheen de engel die met mij sprak, en een andere engel kwam hem tegemoet en zei: ‘Vlug, zeg tegen die jongeman dat Jeruzalem een open stad zal blijven, niet ommuurd, vanwege het grote aantal mensen en dieren dat er zal wonen. Ik zal zelf rondom de stad een muur van vuur zijn – spreekt de HEER – en haar met mijn luister vullen.‘ (Zacharia 2:6-9).

‘De bouwer van Jeruzalem, dat is de HEER, Hij brengt de ballingen van Israel bijeen. (Psalm 147:2).

De stad Jeruzalem zal zich alleen maar uitbreiden. Niet ommuurd, dat wil zeggen, God zal zelf rondom de stad een muur van vuur zijn, en haar met zijn luister vullen. Bij dergelijke Goddelijke woorden verbleken de loze kreten die oproepen tot opdeling van deze stad. Toch zouden deze openlijke verbale aanvallen op Jeruzalem ons niet moeten verbazen:

‘Zo spreekt de HEER … Ik zal van Jeruzalem een beker wijn maken die de omringende volken bedwelmt … Op de dag dat alle volken op aarde tegen Jeruzalem oprukken, zal Ik van de stad een zware steen maken waaraan haar belagers zich vertillen. Op die dag – spreekt de HEER – maak Ik de paarden schichtig en zaai Ik paniek onder hun berijders. Terwijl Ik de paarden van de vijand verblind, zullen mijn ogen over het volk van Juda waken. Dan zullen de stamhoofden van Juda bij zichzelf zeggen: Onze kracht ligt bij de inwoners van Jeruzalem, dankzij de HEER van de hemelse machten, hun God. Op die dag maak Ik de stamhoofden van Juda tot een fakkel in een takkenbos, tot een vonk in een korenschoof, zodat de vlammen om zich heen grijpen en de omringende volken verzengen. Jeruzalem zal blijven staan waar het staat. (Zacharia 12:1-6).

‘Ik zal van Jeruzalem een beker wijn maken die de omringende volken bedwelmt.’ Dat zie je vandaag voor je ogen gebeuren. Iedereen heeft een mening over Jeruzalem. De hele wereld bemoeit zich met deze hoofdstad van Israel. Ze zullen zich pijnlijk vertillen aan deze zware steen. God zal hoogstpersoonlijk de bewoners van Jeruzalem bijstaan: ‘De vlammen zullen om zich heen grijpen en de omringende volken verzengen.’ In vers 9 van datzelfde hoofdstuk lees je zelfs: ‘Op die dag zal Ik alles in het werk stellen om de volken uit te roeien die Jeruzalem belagen.’

Hoe je het ook wendt of keert, God staat niet toe dat vreemde mogendheden Jeruzalem beroeren. Handen af van Jeruzalem! Ik benadruk nogmaals het beslissende karakter van deze eindtijd. Vanaf het moment dat God is opgestaan om zich over Sion te ontfermen werd een nieuw tijdperk ingeluid. Hij had zich een ogenblik verborgen, maar met eeuwigdurende liefde ontfermt Hij zich opnieuw over Israel. Vanaf 1948 zie je dat God onverbiddelijk iedere vijandige handeling die gericht is tegen Israel in de kiem smoort. Zo werd Jeruzalem in 1967 herenigd (re-united) als de ondeelbare hoofstad van Israel na zoveel eeuwen vertapt te zijn geweest door vreemde mogendheden, en heeft de Jom Kippoer-oorlog in het verlengde van de Jom Kippoer in 2015 een veel diepere betekenis gekregen. Alle Arabische vernietigingsoorlogen tegen Israel werden door de islamitische vijanden eerloos verloren. Keer op keer beten zij in het hete woestijnzand en verloren steeds meer grondgebied. Maar ook (christelijke) landen die Gods herstelplan met Israel dwarsbomen zullen daarvoor de rekening gepresenteerd krijgen. De tijd dat volken ongestraft Israel de les kunnen lezen ligt voorgoed achter ons.

U hoort niet in Jeruzalem

Jeruzalem is de ondeelbare hoofdstad van Israël. Jeruzalem is bestemd voor het Joodse volk. Jeruzalem dankt haar roem en prestige aan het Joodse volk. Zelfs in het boek Nehemia wordt daar reeds op gewezen. Nehemia trok na de Babylonische ballingschap, met steun van de Perzische koning Artaxerxes naar Jeruzalem om de stad te herbouwen. Hij stuitte destijds, o, hoe actueel, op (Arabische) tegenstand:

‘Toen Sanballat uit Bet-Choron, Tobia, zijn Ammonitische dienaar, en de Arabier Gesem dit hoorden, begonnen zij ons uit te lachen en te beschimpen: ‘Wat zijn jullie hier aan het doen? Komen jullie soms tegen de koning in opstand?’ Dit was mijn antwoord: ‘Het is de God van de hemel die ons doet slagen. Wij, zijn dienaren, beginnen met de herbouw. U hoort niet in Jeruzalem, U kunt er geen rechten laten gelden, hier is niets dat aan U herinnert.(Nehemia 2:19-20).

Dezelfde eeuwenoude woorden zouden vandaag tot de Palestijnse bewoners van Jeruzalem gesproken kunnen worden: ‘U hoort niet in Jeruzalem, u kunt er geen rechten laten gelden, hier is niets dat aan u herinnert.’

In tegenstelling tot de onophoudelijke Palestijnse fabel dat er geen enkel bewijs van Joodse aanwezigheid te vinden is in Israël, is het tegenovergestelde het geval. Van een Palestijnse geschiedenis is geen sprake.

Eeuwenlang reeds wonen Joden in Jeruzalem. Zelfs ten tijde van de meest ernstige vernietiging en verwoesting van de stad, bleef er altijd een gemeenschap van Joden in Jeruzalem wonen. De tijd breekt aan dat Jeruzalem niet meer wordt betreden door de vijanden van Israel:

‘Ontwaak, ontwaak, Sion, en bekleed je met je kracht! Bekleed je met je pronkgewaad, Jeruzalem, heilige stad. Nooit meer zul je worden betreden door wie onbesneden is, of onrein. Klop het stof van je af en sta op, Jeruzalem, neem plaats op de troon. De ketenen om je hals zijn losgemaakt, gevangen vrouwe Sion.’ (Jesaja 52:1-2).

‘De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is.’ (Lukas 21:24).

We zien uit naar de dag dat Jeruzalem weer een veilige stad is. God zelf zal waken over deze stad, niet alleen dat, Hij heeft deze stad verkozen tot zijn woonplaats:

‘Zoals een vogel boven zijn nest vliegt, zo waakt de HEER van de hemelse machten over Jeruzalem, Hij waakt en Hij redt, Hij beschermt en bevrijdt.’ (Jesaja 31:5).

‘De HEER heeft Sion verkozen als een woonplaats begeerd: ‘Dit is, voor altijd, mijn rustplaats, hier verlang ik te wonen.’ (Psalm 132:13-14).

Uw wil geschiede

  • ‘Om Sions wil niet zwijgen, om Jeruzalems wil niet stil zijn.’

God zelf stelt wachters aan die deze opdracht uitvoeren. Juist nu met alle macht pogingen worden ondernomen om de ‘bergen van Israel’, Samaria en Judea, het bijbelse ‘hartland’ van Israel tot een Palestijnse staat om te vormen en Jeruzalem op te delen in een oostelijk, Arabisch, en een westelijk, Joods deel, proclameren we onvermoeibaar Gods woorden vanaf de muren hetzij thuis of in Jeruzalem! Staand tegenover de berg van ‘Boze Raad’ laten we er geen misverstand over bestaan: …

  • ‘Nee, Verenigde Naties, niet jullie wil geschiede, maar Gods wil geschiede!’

citaat uit: ‘STEEN door de RUIT – wachters maken het verschil * (Bart Repko). De tekst is hier en daar bewerkt door Gerard J.C. Plas.

Resumerend: … … … …

P r o f e t e n als – Theodor Herlz en Juda Ben Samuel

  • ‘Voorzeker, de Heere HEERE doet niets tenzij Hij zijn geheimenis heeft geopenbaard aan Zijn dienaren, de profeten.’ (Amos 3:7).

Profetische gezichten …

Na een tijdsspanne van 2000 jaar in ballingschap te zijn geweest, waarbij het antisemitisme hoogtij vierde in het z.g. Christelijk Gedoopte Europa, en waar de Verlichting tot het einde van de 19e eeuw enig relaas bood voor de Joden, het  ‘the founder of political zionism’ Theodor Herlz was die met profetische klaarheid op het eerste Zionisten Congres in 1897 te Basel het gevaar onderkende van nieuw populisme in Europa, waarbij het antisemitisme opnieuw de kop opstak in landen als Frankrijk, Algerije, Hongarije, Roemenie en Rusland.

In zijn profetische rede waarin hij het komend onheil zag opdagen en alleen maar kon appelleren om deze nieuwe ramp af te wenden door een massa exodus van Joden vanuit Europa naar Zion in het vooruitzicht te stellen, is deze waarschuwing van toen niet ter harte genomen wat geleid heeft tot een ongekende ramp voor het Europese Jodendom.

In feite was het een ‘heilig moeten’ voor de zionisten van het eerste uur, en geenszins een uit ongeloof geboren avontuurlijk ‘landje pik’ zoals ook nu nog vele christenen over het Zionisme redeneren. Juist ook nu in tijden van economische recessie zien we ondanks een Europese Unie in sommige lidstaten het nationalisme opnieuw de kop opsteken wat vervolgens het gevaar met zich meebrengt van een aan de oppervakte oplevend antisemitsme. Herlz was ook in die zin een profeet van zijn tijd die voorzag dat ‘t Ottomaanse Rijk aan het begin van die 20e eeuw begon te wankelen, met alle geopolitieke gevolgen van dien.

Israel vierde in het jaar 2010 de honderdvijftigste geboortedag van Theodor Herlz, die op 2 mei 1860 in Pest (Hongarije) het levenslicht aanschouwde, maar die in 1904 veel te vroeg aan een longontsteking is bezweken.

Profetische gezichten de eeuwen door …

Vele eeuwen daarvoor was het een zekere Juda Ben Samuel, bekend als Juda de Vrome die zich bezig hield met de ‘gematria’ [getallen symboliek op basis van het Hebreeuwse alfabet] en berekende dat vanaf het jaar dat de Osmanen (Turken) Jeruzalem bezetten, het acht jubeljaren’ zou duren tot zij weer uit Jeruzalem verdreven zouden worden (Ex. 12:40).

Dan zou Jeruzalem één ‘jubeljaar’ lang ‘niemandsland’ zijn om in het negende ‘jubeljaar’ weer in Joods Israelische handen te komen. Pas driehonderd jaar nadat Samuel dit had opgeschreven, veroverde de Turken in 1517 A.D. Jeruzalem.

Vierhonderd jaar later (8×50) in 1917 maakte de Engelse generaal Edmund Allenby op 9 december 1917 een eind aan de heerschappij van de Turken over Jeruzalem. Van 1917 tot 1967 was in die zin Jeruzalem ‘niemandsland’ (onder Britsmandaat tot 1948, daarna van 1948 tot 1967 onder Jordaansbestuur) tot op de dag van de 7e juni 1967 de derde dag van de Zesdaagse Oorlog toen Jeruzalem door het Israelische Leger (IDF = Israel Defense Forces) werd heroverd op de Jordaniers, die vanaf de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 O0st-Jeruzalem met Judea en Samaria onrechtmatig bezette!

[Het Britse mandaat was vanaf 1917-1947 verantwoordelijk voor alle regeringsbesluiten, administratieve en veiligheidskwesties, maar moest uiteindelijk bij het uitroepen van de staat Israel op 14 mei 1948 vertrekken. In de onafhankelijkheidsoorlog van 1948 (waaraan feitelijk nog een burgeroorlog aan vooraf ging startend op 29 november 1947 het moment waarop de Algemene Vergadering van de VN resolutie 181 aanneemt) is het Trans-Jordanie dat bij de gevechten om Jeruzalem, 19 jaar lang Oost-Jeruzalem met Judea en Samaria bezet hield, en deze bezette gebieden (de Westelijke Jordaanoever lees: Judea en Samaria) op 24 april 1950 formeel annexeerde en het Hasjemitische Koninkrijk zijn naam veranderde in Jordanie, deze bezetting duurde tot aan die historische dag de 7e juni 1967].

Dus vanaf die derde dag van de herovering van Oost-Jeruzalem op die 7e juni in 1967 in het negende ‘jubeljaar’ als bij een voldragen zwangerschap, en in die zin ook levend in de negende maand van de geboorteweeen van de komende Messias en het Messiaanse rijk; is Jeruzalem bevrijd van de heerschappij van vreemde mogendheden, …

  • … en Jeruzalem zal door de heidenen vertrapt worden, totdat de tijden der heidenen vervuld zijn’ (Luk. 21:24b).

Hiermede is dan ook gezegd dat vanaf het Babylonische rijk van Nebukadnezar tot aan het Ottomaanse rijk er vijf rijken over de stad Jeruzalem geheerst hebben: …

  1. Babylonische rijk
  2. Medo-Perzische rijk
  3. Griekse rijk
  4. Romeinse rijk
  5. Ottomaanse rijk … {vijf ervan zijn gevallen, één is er nog en de andere is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven} {Openb. 17:10}.

Het Ottomaanse imperium dat over Jeruzalem heerste zou vandaag de dag landen omvatten als:

  • Turkije
  • Libanon
  • Syrie
  • Verenigde Arabische Emiraten
  • Saudi-Arabie
  • Jemen
  • Koeweit
  • Jordanie
  • Irak
  • Bahrein
  • ISRAEL

Dit Ottomaanse rijk heerste de eeuwen door over deze landstreken. In elk geval spande Nebukadnezar’s droom de gehele periode vanaf zijn eigen troonsbestijging tot aan de wederkomst van Messias Jesjoea en het Messiaanse rijk.

Met andere woorden gezegd: is de heerschappij die Rome voerde over de status van Jeruzalem in lijn met de voorgaande Rijken en is in die zin ook niet de laatste geweest zoals veelal wordt verondersteld, maar werd dit rijk in 636 A.D. na haar ondergang opgevolgd door een ongenoemd -Mohammedaans Rijk- wat tevens begon te heersen over Jeruzalem!

Dus het gebeuren op 9 december 1917 is niet alleen een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de eerste Wereldoorlog geweest, het wees ook nog een belangrijke datum op de Hebreeuwse kalender aan. Het was namelijk de 24e Kislev ofwel de vooravond van het ‘Chanoeka-feest’.

We moeten Haggai 2:19-20 openslaan om de geestelijke betekenis van die 24e Kislev te ontdekken. Op die dag kwam het Woord des Heren tot de profeet Haggai: …

  • ‘Bedenkt toch wat voorafgegaan is aan deze dag, de vierentwintigste der negende maand, van de dag aan, waarop de tempel des HEREN gegrondvest werd. Bedenkt: Is er nog zaad in de schuur? Ja, ook de wijnstok, de vijgeboom, de granaatappelboom en de olijfboom hebben niet gedragen. Van deze dag aan zal Ik zegenen’ (Haggai 2:19-20).

God hield zijn belofte en zegende 2500 jaar geleden hun pogingen om de Tempel te herbouwen. Het is daarom niet zonder betekenis dat Hij ‘de Eeuwig Trouwe’ die dag van 9 december 1917 wederom uitkoos om de 400 jaren van Turkse overheersing van Palestina die in 1517 A.D. begon te beeindigen.

Hij zegende opnieuw de pogingen van de eerste ‘Joodse-zionisten’ die terugkeerden om hun vaderland op te bouwen en zich na vele eeuwen in hun land Eretz Yisrael en Yerushalaim te vestigen. Die grondslag werd toen reeds gelegd voor de stichting van de nu al zeer moderne staat Israel, toen de poorten van Jeruzalem in 1917 geopend werden voor de zonen van Sion.

Daarop volgde na (4)30 jaren de jaren 1947 en 1948 die voor de huidige staat Israel bepalend waren. Hier zien we opnieuw het ‘duality principle’ in beeld komen, … de tijd: …

  • ‘De tijd, dat de Israelieten in Egypte gewoond hadden, was vierhonderd en dertig jaar’ (Ex. 12:40).

De Metoncyclus en Jeruzalem

De mogelijkheid om de maankalender en de zonkalender op elkaar af te stemmen, is die waarbij men twaalf omlopen van de maan gelijk stelt aan een zonne-omloop en waar nodig een extra schrikkelmaand invoegt, om de twaalf benoemde maanden ongeveer te laten overeenkomen met de seizoenen volgens de zonkalender.

De Griekse astronoom Meton ondekte dat negentien tropische jaren gelijk zijn aan 235 synodische maanden. Om de negentien jaar vallen de maanfasen dus vrijwel op dezelfde data. Op grond hiervan stelde Meton een tijd-rekenkundige cyclus voor, deze bevatte 6940 dagen, verdeeld over 125 maanden van 30 dagen en 110 maanden van 29 dagen. In een cyclus van 19 jaren (3,5,8,11,13,16,19) vallen zeven schrikkelmaanden, zes van dertig dagen en één van 29 dagen; en waar een schrikkeljaar in de burgelijke zonnejaar-rekening valt, wordt de extra dag ook toegevoegd aan het bijzondere maanjaar.

Deze Metoncyclus wordt gebruikt voor de berekening van Pesach. Bovendien is een cyclus van 19 jaren ook terug te vinden in de Bijbel, met name als het gaat om de hevige strijd ten aanzien van de stad Jeruzalem, zie de feiten:

  • a. In 1004 v.Chr. wordt David koning over zowel Judea als Israel en hij verovert Jeruzalem.
  • b. In 966 (2 cycli van 19 jaar later) wordt begonnen met de bouw van de Tempel.
  • c. In 605 (19x19 jaren later) trekt Nebukadnezar tegen Jeruzalem op en voert o.a. de profeet Daniel weg.
  • d. In 586 (19 jaar later) wordt de Tempel verwoest en Jeruzalem in brand gestoken. De wederopbouw van de Tempel kon (door tegenwerking van Samaria) pas in 520 v.Chr. beginnen.
  • e. De opdracht tot wederopbouw van Jeruzalem werd in 444 (4x19 jaren later) gegeven. In A.D. 70 (27x19 jaren later) volgde de volledige verwoesting van de Tempel en de verbranding van Jeruzalem.
  • f. Jeruzalem wordt in 1077 (dus 53x19 jaar na de verwoesting in A.D. 70) door de Turken veroverd (op de Arabieren). Jeruzalem werd overigens vele malen. door verschillende volken, veroverd, maar de periode daartussen worden meestal gekenmerkt door het getal 11. Zo werd Jeruzalem in 637 door de Arabieren (Omar) en in 1077 door de Turken, dus 440 (40x11) jaar later. In 1187 (dus 10x11 jaar later) volgt dan de verovering van Jeruzalem door Saladin van Egypte. In 1244 (3x19 jaar later) valt Jeruzalem in hande van de Egyptische Mamelukken, die tot 1517 over Palestina heersten. Na 1517 kwam Jeruzalem onder bewind van de Osmaanse Turken, en dat bleef zo totdat de Britse generaal Edmund Allenby zijn intrede deed en de stad zich aan hem overgaf in 1917. Van 1518 tot 1917 is 399 jaar (21 cycli van 19 jaar).

Tegen het einde van de Eerste Wereldoorlog [1914-1918] in 1917, het jaar van de ‘Balfour Declaration’ en waar de basis gelegd werd voor een Joods “national home”, zijn het de Engelsen die in 1920 Jeruzalem tot hoofdstad van het Brits mandaatgebied Palestina maken. Na vele schendingen en incidenten van gedane beloften, is het ‘White Paper’ document van 1939 de aanleiding voor een uitbarsting wat maakt dat het geduld op is, toch pas op 14 mei 1948 is het premier Ben Geoerion die in Tel-Aviv de staat Israel uitroept wat de Engelsen doet vertrekken, het diezelfde dag is dat de jonge staat door haar Arabische buurlanden aangevallen wordt, met als negatieve uitkomst dat de Joodse wijk in de oude stad [Oost-Jeruzalem] verloren ging aan Jordanie.

Precies 19 jaar later in de Zesdaagse Oorlog van 1967, herwint Israel de oude stadswijken en sindsdien behoort geheel Jeruzalem tot Israel. Als bijzonderheid kan nog vermeld worden dat vanaf 637 A.D., toen de stad door de Arabische Omar werd ingenomen, tot 1948, toen de stad (gedeeltelijk) in handen viel van Jordanie, een periode van 1311 jaar omvat, hetgeen overeenkomt met 69 cyclussen van 19 jaar. Pas na de 70ste cyclus van 19 jaar in 1967 kwam Jeruzalem weer geheel onder Joods-Israelisch bewind.

Dan is het niet zo vreemd dat de profetische tijdsklok van God precies aansluit op een komend tiende ‘Jubeljaar’ gerekend vanaf die 7e juni 1967 (7x7x360) en uitkomend op een ‘Jom Kippoer’ die van 23 september 2015 …

  • ‘Voorts zult gij u zeven jaarsabbatten tellen, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen van de zeven jaarsabbatten negenenveertig jaren zijn. Dan zult gij bazuingeschal doen rondgaan in de zevende maand op de tiende van de maand; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen rondgaan door uw ganse land. Gij zult het vijftigste jaar heiligen en vrijheid afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren’ (Lev. 25:8-10).

Ook zij nog vermeldt dat na ‘The Battle of Actium’ in 31 B.C. het 666 jaren zou duren voordat in het jaar 637 A.D. de Romeinse Republiek moest wijken voor de belegering en de inname van Jeruzalem door Omar ibn al Khattab. Dit Islamitische Kalifaat was een rijk dat gesticht is na de teloorgang van het Byzantijnse rijk door de profeet Mohammed, de grondvester van de Islam, tussen 622 en 632, de opvolgers van Mohammed breidden het rijk daarna verder uit.

De Rotskoepel moskee in Jeruzalem is het schrijnende voorbeeld van een gruwel der verwoesting. Ieder die deze moskee wil binnengaan moet zijn schoenen uitrekken. Niet om de tapijten te sparen, maar om eerbied aan Allah te betonen. Menige christelijke toerist zou deze daad van eerbetoon misschien wel met een slecht geweten volbrengen als hij wist wat er op de fries rondom de Rotskoepel in het Arabisch geschreven staat: ‘Er is geen God buiten Allah! Geprezen zij Allah, die geen zoon heeft verwekt, noch een helper in de hemel heeft, noch een beschermer uit zwakheid. Roem zij zijn grootheid …!’ (Koran 4:169)

Moet deze inscriptie ons niet te denken geven? Is dat niet het afschuwelijke spreken van iemand die rebelleert tegen alles wat aan God behoort, en tegen de God van alle goden? (Dan. 11:37;  2 Thess. 2:4).

Maken deze verzen boven de Rots Moria God niet tot een leugenaar? En geeft de apostel Johannes hier niet een onmiskenbaar klip en klaar antwoord op de vraag …

  • ‘wie is de leugenaar dan wie loochent, dat Jesjoea de Messias is? Dit is de antichrist, die de Vader en de Zoon loochent’ (1 Joh. 2:22).

De omwenteling van normen en waarden

Een heel ander opzienbarend feit doet zich voor, als vanaf 1967 bij de hereniging (re-united) van Oost en West Jeruzalem en Jeruzalem geworden is tot Israels ondeelbare Eeuwige hoofdstad, er in het wereldwijde maatschappelijk verkeer een grootschalig ‘global reversal’ plaatsvindt als het gaat om normen en waarden tot uiting komend in daden en woorden, waarbij op scholen, universiteiten, kerkgemeenschappen en in het gezin, v.w.b. de seksualiteit alles geoorloofd is, waarbij ook nog eens het gebruik van drugs en alcohol als legitiem worden beschouwd.

Het is a.h.w. de volheid die samenhangt met de “volle maten” of de “maat die vol is”, zowel voor de ongerechtigheid als voor de gerechtigheid. Zo zal de volheid van de ongerechtigheid samenhangen met de wederkomst van de Messias Jesjoea, wanneer de godslastering haar toppunt zal bereiken in het optreden van de twee beesten en de grote hoer (Openb. 13 en 18); het is het ‘samenkomen’  in zijn totaliteit van de twee zaden, het zaad van de slang en dat van de vrouw uit Genesis 3:15, en wat zich a.h.w. door de gehele samenleving uitgekristalliseerd heeft. Daarom is er ook geen uitstel meer te verwachten, want als de tijd(en) vol zijn werkt het als communicerende vaten, d.w.z. als de maat vol is moet alles te voorschijn komen, in de eerste plaats Jesjoea Messias zelf, die de hoeksteen is in Sion gelegd (1 Petr. 2:6).

In Daniel 9 lezen we dat zeventig weken bepaald zijn over uw volk en uw heilige stad, om de overtreding te voleindigen, de zonde af te sluiten, de ongerechtigheid te verzoenen, en om een eeuwige gerechtigheid te brengen, gezicht en profeet te bezegelen en iets allerheiligst te zalven (Dan. 9:24).

Het aftellen is begonnen!

Hoeveel tijd wordt er ons nog toegemeten, als ik denk aan de Gemeente die Zijn Lichaam is, aan Israel en de volken, de goedwillenden en de onwetenden alvorens de zegels van de “lossersakte” naar Mozaische wetgeving in de Apocalyps worden losgemaakt? (Lev. 25:8-10; Ap. 6:1). Natuurlijk kun je de ogen daarvoor sluiten of schouderophalend denken, het zal mijn tijd wel duren of dat gaat mij niet aan! Toch lijkt dat niet verstandig, omdat daar in de huidige geopolitiek der grootmachten en in de heilsgeschiedenis van Israel tekenen zijn die erop wijzen dat de profetische tijden “vol” raken.

De bazuin (Schofar)

Het was de opperrabbijn Shlomo Goren die op de derde dag van de Zesdaagse Oorlog in 1967 begonnen is met het blazen op de schofar, en in het verlengde daarvan is die bazuin niet meer tot rust gekomen toen op de Sjabbat van 6 oktober 1973 op de Jom Kippoer de sirenes afgingen en Israels heiligste dag ernstig verstoord werd door voor Joodse begrippen de uitbraak van de ‘Jom Kippoer’ [Gog-Magog] oorlog begonnen was.

Ook uit de visioenen in de Apocalyps valt op te maken dat er in de hemel, als de tijd “vol” is, de voorbereidingen getroffen worden in de openbaarwording van Jesjoea Messias, die de Losser (Goel) van de kosmos is, dit gebeuren wordt aangekondigd door een luide stem als van een bazuin [grieks-salpiggos-krijgstrompet].

  • ‘Ik kwam in vervoering des geestes op de dag des Heren, en ik hoorde achter mij een luide stem als van een bazuin, zeggende: Hetgeen gij ziet, schrijf dat in een boek en zend het aan de zeven gemeenten: … … … … … … …’

Mozaische wetgeving

In de Torah met name in het boek Leviticus wordt er op een heel bijzondere wijze gesproken over het ‘Jubeljaar’, het 50e dat na de 49 jaar (7×7 sabbatsjaren) manifest wordt in een “volheid” van de tijd (Lev. 25:8-10).

Aandoenlijk en op wonderbaarlijke wijze geeft een stuk Mozaische wetgeving de gelijkenis weer in het het stramien der belofte van het verlossingsproces aangaande Israel en de volken, wat ook in het boek de Openbaring (Apocalyps) van Jesjoea Messias is opgenomen.

De wet van Mozes bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het ‘Jubeljaar’ verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenaam moest worden teruggegeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloedverwant van de man die uit armoede, of om een andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan had moeten verkopen. Deze inzetting heeft een rijke profetische strekking!

Wezenlijk is het land Israel van de Here, en dat het verkochte erfdeel weer aan de Eigenaar moet worden teruggeven. Het is de Messias Jesjoea, Die daarvoor, als de naaste bloedverwant, met Zijn Bloed betaald heeft. Daarom is Hij ook de grote “Losser” (Goel), die in de “volheid” van de tijd Israel en de wereld de kosmos weer loskoopt.

In het licht van deze losser-procedure krijgt het visioen van Openbaring 5, waarin de opening van de boekrol met de zeven zevens manifest wordt, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek bepalende betekenis in het licht van de 7×7 (sabbatsjaren) jaar weken gerekend in een volheid van tijd vanaf de hereniging (re-united) van Jeruzalem op de 7e juni 1967 tot aan de ‘Jom Kippoer’ van 23 september in 2015.

De boekrol met de zeven zegels is een “Lossersakte”. Wél heeft de Messias de losprijs reeds betaald met Zijn eigen bloed, maar zoals de Mozaische Wet luidde, pas ná een bepaalde tijd kwam het vervreemde eigendom weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfegenamen (Lev. 25:8-10).

Bij deze ‘lossing’ door Messias Jesjoea gaat het om de gehele wereld, waar tevens het lot van het gehele bestaan van de mens en wereld in de waagschaal ligt, daar er niemand waardig is de zegels van de lossersakte te openen, uitsluitend de Messias Zelf (Lev. 25:8-10; Openb. 5:1-14).  Nérgens wordt zó indringend de hopeloze positie van de mens duidelijk, als in dit gedeelte van de Apocalyps. Nérgens ook wordt duidelijker geillustreerd, dat de pogingen van de mens het verloren paradijs terug te winnen, vergeefs zijn. Het betekent de definitieve afrekening met alle illusies van vredesbesprekingen, utopieen, ideologieen én religies, om deze planeet die aarde heet te verlossen en te brengen in een paradijselijke toestand; met de intentie dat buiten Hem om te doen, … Die nu juist wel waardig is!

Zo suggestief en overtuigend treedt de onwaardigheid van alle schepselen hier aan het licht, dat Johannes bij het visioen huilt. De oorzaak van dit wenen kan ons pas duidelijk worden als we beseffen dat Johannes in dit visioen in de geest in de hemel aanwezig is, in de tegenwoordigheid van God Zelf. Daar waar God Zelf is, wordt gezegd dat niemand waardig is, deze ongeopende lossersakte, waarvan gezegd is dat niemand deze kan openen; het Johannes is die een Lam ziet staan als geslacht, die tevens de Leeuw uit de stam van Juda is, die de Spruit van David blijkt te zijn … hetgeen alles te maken heeft met de nog steeds vacante troon in de Eeuwige stad Jeruzalem … (Psalm 2:8;  72:8).

Na die adembenemende stilte kwam het Lam, en heeft de boekrol of lossersakte genomen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat, om vervolgens na de lofprijzingen te hebben ontangen … ‘het eerste van de zegels te openen’ (Openb. 6:1).

The Year of Jubilee Proclaimed?

  • ‘Ik heb wachters over u aangesteld: Sla acht op het geluid van de bazuin! Maar zij zeggen: Daar slaan wij geen acht op’ (Jeremia 6:17).
  • ‘Zijn wachters zijn allen blind, zij weten van niets. Zij allen zijn stomme honden, zij kunnen niet blaffen; slaperig liggen zin neer, zij hebben de sluimering lief’ (Jesaja 56:10).

… op de ‘Jom Kippoer’ van 2015 op 23 september kan wel eens van grote betekenis zijn in het manifest worden van dat kleine boekje, dat de toets der eeuwen heeft doorstaan; en waarom is déze Apocalyps wél in de Bijbel opgenomen? Het zijn vragen die alleen vanuit het boek “Openbaring” zelf kunnen worden beantwoord; beter vanuit de gehele Heilige Schrift en haar samenhangen, en dan in een vast geloof aan de waarheid van alle bijbelse profetie, die reeds op zoveel punten vervuld werd.

D u a l i t y (de tweevoudigheid!)

Het grondbeginsel van de duality(tweevoudigheid) verwijst naar Koning Salomo en zijn rijk, die 1000 jaar vóór Chr. in het boek Prediker de ‘kringloop’ van alle dingen in leven en natuur als volgt belicht: …

  • ‘Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, dat zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon’ (Pred. 1:4-9).

Het verleden zal onvermijdelijk terug keren in de toekomst. Ook de profeet Jesaja spreekt hierover als men hem vraagt naar de afloop van de geschiedenis met de woorden: …

  • ‘Geeft te kennen, hoe het vroeger was; opdat wij het overdenken en kennis nemen van de afloop’ (Jes. 41:22,23; 46:9-10; 1 Cor. 10:11).

Zo konden de 70 jaarweken uit Daniel 9:24-26 niet eerder hun loop aanvangen nadat Jeruzalem herbouwd, Tempel en muren ingewijd en de vloek van Babel verwijderd waren, hetgeen 7 weken van 7 jaar dus 49 jaar duurde (Ezra 4:1-6:22; Neh. 12:27-13:31). Vanaf dat moment zijn de 70 weken gaan lopen tot op Handelingen 28:26-28 waar zij abrupt werden afgebroken tot op de 67e week en er dus nog 3 weken van 7 jaar (=21 jaar) van de 70 weken zijn overgebleven.

Fascinerend was het om te constateren dat aan de vóóravond van ‘Rosh Hasjana’ (Joods Nieuwjaar-sabbatsjaar/5769) op 29 september van 2008 na het stranden van het reddingsplan van 700 biljoen dollar (het nee van het Huis van Afgevaardigden) Wall Street onderuit ging, en de ‘Dow Jones’ een duikeling maakte van –777.68 punten. Is dit een toevalligheid of mogen we hier een vingerwijzing in zien van de ‘Eeuwige God’ die trouw blijft aan Zijn Woord! Israel kent als zodanig:

  1. de zeven dagen (Lev. 23:3).
  2. de zeven weken (Lev. 23:15).
  3. de zeven maanden (Lev. 23:24).
  4. de zeven jaren (Lev. 25:4).
  5. de zevenmaal zeven jaren (Lev. 25:8-13).
  6. de zeventig maal zeven jaar (Dan. 9:24).
  7. de zevenmaal (voudig) tuchtiging (Lev. 26:28).

De verschijning van deze ‘index’ op de monitoren van Wall Street van –777.68 punten [waarvan de som 35 is en heenwijzen naar de 5 weken {5 is het getal van de genade} van 7 jaar die Israel kreeg om alsnog in de Handelingentijd hun Messias te aanvaarden] en waar alle financiele Beurzen wereldwijd getuigen van waren spreken voor zich, doch gaan de gedachten hierbij niet terug naar de koning der Chaldeeen ‘Belsazar’ die in een van zijn paleizen op een wand vingers van een mensenhand ziet verschijnen met het opschrift ‘Mene, Mene, Tekel, Ufarsin‘, hetgeen plaatsvond in 539 B.C. (7×77) het jaar waarin Juda’s ballingschap beeindigd werd (Daniel 5:1-30).

Was dit wellicht dan toch een aanduiding dat de nog 3 openstaande jaar weken van 3×7 jaar op een totaal van 70 weken uit het profetische boek Daniel (Dan. 9:24-27) in de nabije toekomst vervuld zullen worden, als het gaat om de: …

  1. de 7 zegelen uit de Apocalyps – 6:2 > 8:6 >>> 68e jaarweek
  2. de 7 bazuinen uit de Apocalyps – 8:7 > 11:15 >>> 69e jaarweek
  3. de 7 schalen uit de Apocalyps – 16:2 > 16:7 >>> 70e jaarweek
  4. 777.68 – 69 – 70!

The Comet Shoemaker-Levy 9

Pastor Mark Biltz zegt het volgende hierover in zijn boekje ‘Blood moons‘ – decoding the imminent heavenly signs (2014): … … … …

[‘Many of you may remember the comet Shoemaker-Levy 9, which broke into pieces. This historic event took place from July 16 through July 22, 1994. Twenty-one fragments had catastrophic effects as they collided with Jupiter. It just so happens that weekend was also the weekend of the ninth of Av, and it was a shemittah year! Not only that, the Torah portion for that weekend was Deuteronomium 1-6, which in Hebrew is called Devarim, which means “These are the words”. It is almost as if the Lord was saying, “Listen to Me: I am speaking to you about the coming judgment”.

Seven times three is twenty-one, so I felt that God was saying that the next three shemittahs would be times of judgment. So what happenend in the next shemittah year?

On September 17, 2001, or Elul 29, the day before Rosh Hasjana, the Dow Jones average saw its biggest drop ever, at 7 percent. Seven years later, on September 28, 2008 (which was also Elul 29), the day before Rosh Hasjana, the Dow fell 777 points, or another 7 percent! Do you see any connections here? Now, we are coming to the third and final shemittah since 1994, when Jupiter was hammered. Could the coming blood moons signal our third strike, and we will be out economically? We already see the signs of economic collapse coming, with America being so much in debt and our government in a comatose condition.

The Bible says that in the last days, knowledge will be increased (Dan. 12:4). This is not only secular knowledge but biblical insight as well. There will not be another tetrad (4 blood moons) happening on the biblical holidays in this century! This is the last warning. In the mouth of two or three witnesses let everything be established (2 Cor. 13:1). We have had the first two tetrad witnesses after Israel became a nation and then again when they re-captured Jerusalem. This is our third warning. I am not prophesying or predicting what will happen over the next two years, but if you look at the Scriptures alongside the patterns of history, we can definitely say two things. Based on what happened in 1948 and in 1967, there is a high probability of a major prophetic war that will involve Israel. At least a few major biblical wars are yet to come: the Isaiah 17 war, the Psalm 83 war, the Ezekiel 38 war, and the Zechariah 14 war. War often has a huge effect on the economy, which, based on the shemittah-year pattern, could be the other high-probability event.

To me, all these signs, coming together at one time, are potentially the culminating signals that God is closing this chapter of human history … ]  

Als de maat vol is!

Als de maat vol is, moet alles tevoorschijn komen, wordt alles openbaar, wordt alles apocalyps! Dit wordt Johannes dan ook getoond, in de Dag des HEREN.

Alles komt aan het licht. Ook het rijk der duisternis wordt ontbloot. Als de Messias komt, moet ook de tegenstander tevoorschijn komen. En zijn vreselijke instrumenten, de dood en het dodenrijk, worden daarvan niet uitgezonderd!

Het staat geschreven: de oude Draak wordt gegrepen, ook zijn twee menselijke vertegenwoordigers, het Beest en de valse profeet. Heel Babylon gaat eraan, in Harmágedon worden de geallieerden tegen God en Zijn Gezalfde weggevaagd. En dan komt het ongelofelijke: de dood en het dodenrijk moeten éérst hun prooien prijsgeven en dan worden zij zelf, de dood en het dodenrijk, in de vuurpoel geworpen als uit hun krochten gejaagd om in de vuurpoel te branden.

Apocalyps is het grote démasque, de totale ontmaskering. Deze onvoorstelbare gebeurtenissen worden werkelijkheid, want eens zal er geen tijd meer zijn, geen uitstel meer. Alles raakt vol!

De Messias triomfeert, wordt openbaar, als alle dingen vervuld, vól zijn. Er wordt straks een aanvang gemaakt met het apocalyptisch gebeuren door bazuinen voorafgegaan. De bazuin, die alle andere bazuinen omvat, klinkt daarom in het eerste visioen door, als Johannes achter hem een grote stem hoort (Openb. 1:10). Uit het bazuingeschal van deze stem blijkt de grote betekenis van wat nu volgen gaat. Waarschijnlijk wijst Johannes hier reeds heen naar het moment van de wederkomst  van de Messias, wanneer Hij als de Hogepriester de hemelse tabernakel, het Heilige der Heilige in de hemel verlaten zal op DE GROTE VERZOENDAG, om op aarde alle dingen weer op te richten als de Koning der koningen en de Heere der heren, en het eerste van de zegels wordt geopend bij de aanvang van de 68e jaar week! (Openb. 6:1).

  • The seven Sevens (weeks) from the War Day Three – 7th June 1967 – and the three Sevens (weeks) from the Yom Kippur – 23 september 2015 – is the completion of a generation of 70 years! (Psalm 90:10;Luke 21:24,32).

De Voleinding der Wereld … (sunteleias tou aioonos)

De laatste vraag van de discipelen over de voleinding der wereld beantwoordt de HEER Jesjoea ook tweevoudig in Matth. 24:32 – 25:46, net zoals de eerste twee vragen als: “Zeg ons, wanneer zal dat geschieden?” … “En wat is het teken van uw komst?”

Hij vertelt dat zij kunnen weten, wanneer de voleinding der wereld plaats zal vinden: “Wanneer zijn hout reeks week wordt en de bladeren doet uitspruiten, weet gij daaraan, dat de zomer nabij is” (vers 32), “Zo moet ook gij, wanneer gij dit alles ziet, weten, dat het nabij is, voor de deur” (vers 33).

Hoewel men kan weten, wanneer de voleinding der wereld plaats zal vinden, vertelt Jesjoea ook dat men niet exact de dag en het uur kan bepalen: “Doch van die dag en van die ure weet niemand” (vers 36), “Waakt dan, want gij weet niet, op welke dag uw Here komt” (vers 42), “Want op een uur dat gij het niet verwacht, komt de Zoon des Mensen” (vers 44), “Waakt dan, want gij weet de dag noch het uur”, (Matth. 25:13).

Velen menen op grond van Matth. 24:36 en Hand. 1:7 dat men onmogelijk kan weten, wanneer de HEER Jesjoea wederkomt. Maar dit is onjuist. De wederkomst is exact door de Jesjoea gedateerd: “Terstond na de verdrukking dier dagen”, (Matth. 24:29-30). Toch kan men niet precies de dag van de wederkomst uitrekenen, hoewel men weet, dat de grote verdrukking 1260 dagen duurt ofwel 42 maanden, 3½ jaar gerekend vanaf de oprichting van het beeld van het beest in de tempel. Dit komt doordat die dagen van de grote verdrukking ingekort worden ter wille van de uitverkorenen. Indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden, (Matth. 24:22). Behouden in die zin van “levend door die periode heen komen”.

Wat is de voleinding der wereld?

In de grondtekst staat voor “de voleinding der wereld”, letterlijk “de sunteleia van de aioon“. In “sunteleia” zit het woord “telos“, dat “einde”, “doel” betekent. Dit woord “telos” komt verschillende keren terug, o.a. in vers 6 en 13. In vers 14 zegt de HEER Jesjoea, wanneer pas het “einde”, de “telos” gekomen zal zijn, namelijk als het evangelie van het ‘Koninkrijk der Hemelen’ in de gehele oikoumene (het gebied van het Midden-Oosten) gepredikt zal zijn tot een getuigenis voor al de(ze) volken. De uitdrukking “de voleinding der wereld” komen wij in het totaal vijf maal exclusief in het Mattheus Evangelie tegen: …

  1. “De oogst is de voleinding der wereld”, (Matth. 13:39)
  2. “Zo zal het gaan bij de voleinding van de wereld”, (Matth. 13:40)
  3. “Zo zal het gaan bij de voleinding van de wereld”, (Matth. 13:49
  4. Wanneer en wat is het teken van de voleinding der wereld“, (Matth. 24:3)
  5. “Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld”, (Matth. 28:20)

De voleinding der wereld komen wij dus voor de eerste keer tegen in Mattheus 13, waar de HEER Jesjoea die uitdrukking al dus verklaart:

  • 39 “de vijand, die het gezaaid heeft, is de duivel; de oogst is de voleinding der wereld (sunteleia van de aioon); de maaiers zijn de engelen. 40 Zoals nu het onkruid verzameld wordt en met vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voleinding der wereld (sunteleia van de aioon)” – (Matth. 13:39-40).

Zo vinden we in de Apocalyps (de Openbaring van Jesjoea Messias), bij het openen van een boekrol (lossersakte) die met 7 zegels verzegeld is, in de hoofdstukken 6 tot en met 19 de engelen een prominente rol vervullen als maaiers in het binnenhalen van de oogst!

“Aioon” wordt vaak vertaald door wereld, maar betekent eigenlijk “eeuw”; eigenlijk moeten we denken aan een eeuwtijd of eeuwperiode. Zie ook in de volgenden Schriftplaatsen als het gaat om deze en de toekomende eeuwen (aioonen): Matth. 12:32; Gal. 1:4; Efz. 1:21; 2:6-7.

De voleinding der wereld is de oogst!

De discipelen dachten dus aan de oogst, toen zij deze vraag stelden. Deze oogsttijd staat o.a. vermeld in Exodus 23. Als men nagaat, waar het woord “sunteleia” voor de eerste keer voorkomt in de Septuagint, de Griekse vertaling van het (Hebreeuwse) Oude Testament, dan ontdekt men dat sunteleia voor de eerste keer voorkomt in Ex. 23:14-16: …

  • 16 “Ook het feest van de oogst, der eerstelingen van uw vruchten, die gij op de akker zaaien zult; en het feest der inzameling aan het einde des jaars, wanneer gij uw vruchten van de akker ingezameld hebt”. (zie ook: Ex. 34:22).

Het feest der inzameling is de “sunteleia“. “sunteleia” betekent “inzameling”. Het is het feest van de inzameling aan het einde des jaars. Als je kijkt op Israëls feestkalender dan zie je dat dit feest eigenlijk het Loofhuttenfeest (Sukkot) is, dat plaatsvindt in de zevende maand van Israëls religieuze jaar. Dit Loofhuttenfeest wordt ingeluid door het feest der bazuinen (Rosh Hasjana), dat op de eerste dag van de 7e maand Tishri plaatsvindt. Tien dagen achtereenvolgens wordt er teruggekeken op het leven zelf en doet men ‘tesjoeva’ wat terugkeer betekent naar God. Deze dagen worden ook wel de 10 ontzagwekkende dagen genoemd met aan het eind als hoogtepunt de grote Verzoendag (Leviticus 23).

Zo begint ook straks de feestkalender van het volk Israël. De zeven bazuinen van de Apocalyps zullen klinken en gans Israëls zal worden verzameld. Als de oogsttijd voor Israël aanbreekt, zal er voor Israël een feest zijn der inzameling, “de sunteleia van de aioon“, het feest van de oogst van de inzameling van Israël in het land aan het einde van de tegenwoordige boze eeuw (aioon) – (Gal. 1:4). Zij zullen bijeengebracht worden zoals een boer het tarwe bij de oogst bijeenbrengt in zijn schuur. En er zal een oogstfeest gevierd worden.

Vandaar ook dat die 4 bloed rode maan eclipsen (tetrad) in 2014 en 2015 van grote betekenis zijn in het einde van deze eeuw (aioon); en niet in het minst daar zij ook nog vallen op Pesach en Sukkot.

Als we nog eens nader kijken naar de feestkalender van Israël, dan valt ons het volgende op: …

  •  ‘Het feest der weken, der eerstelingen van de tarweoogst, zult gij vieren, en het feest der inzameling bij de wisseling des jaars’ (Ex. 34:22).

Israël kent meerdere oogstfeesten. De twee grote oogstfeesten worden hier in één adem genoemd, net zoals in Ex. 23:16 namelijk: …

  1. Het Feest der weken, de eerstelingen
  2. Het Feest der inzameling bij de wisseling des jaars

Het Feest der weken (Shawoe’ot) valt aan het begin van Israël’s religieuze jaar. Het Feest der inzameling (in feite het Loofhuttenfeest/Sukkot) valt aan het eind daarvan. Beide feesten zijn oogstfeesten (Deut. 16:9-10; 16:13). Allebei spreken zij dus van een oogst, een inzameling, (sunteleia)!

De eerstelingensgarve, die aan het begin van het Feest der weken van het veld werd verzameld en voor de Here op en neer werd bewogen, is een type van de Messias. Hij is de Eersteling, opgestaan uit de doden (Ex. 23:19; 1 Cor. 15:20). Daarna was er een periode van zeven weken tussen Pasen (Pesach) en Pinksteren (Sjawoe’ot). Dit was het Feest der weken, dat uitliep op het Pinksterfeest. Zeven weken van zeven dagen waarin de tarwe op het veld rijp werd en geoogst werd. Als de zeven weken voorbij waren, telde men er nog één dag bij, (49 + 1 = 50)!

Zo kreeg men de vijftigste dag, de Pinksterdag, (penta = 5). Op deze vijftigste dag vierde men dat de tarwe oogst geoogst was. Pinksteren was het hoogtepunt van het oogstfeest. Van de oogst die binnengehaald was, moest men twee Pinksterbroden bakken. Ook deze twee Pinksterbroden moest men naar de tempel brengen, waar de priester deze twee broden als een hefoffer voor de Here bewoog.

De oogst op de Pinksterdag in Handelingen 2 had eigenlijk de grote oogst van Israël moeten betekenen. Een volk dat tot geloof in zijn Messias was gekomen. Een volk dat zich massaal bekeerd had onder de prediking van het evangelie van het Koninkrijk der Hemelen. Een tarweveld geheel gerijpt. Tarwe die nu binnengehaald kon worden in de schuur. Een volk gereed om de profetie van Joel 2 geheel in vervulling te doen gaan, namelijk dat geest zou worden uitgestort op al het Israëlische vlees. Maar het Pinksterfeest van Handelingen 2 was onvolledig. Geest viel niet op hen allen (als ‘volk’) tijdens de Handelingen periode. Zo was Handelingen 2 een voor vervulling van Joel 2. De oogst van Israël was niet volledig. En dat bleef ook zo in de Handelingentijd. Het geloof onder Israël wilde maar niet rijpen en maar een handje vol Israëlieten kwam tot geloof en bekering. Het was maar een schoof: “Eerstelingen”.

De twee Pinksterbroden, die op het Pinksterfeest werden gebakken, wijzen op de 2 stammen en de 10 stammen, die bij elkaar zullen worden gebracht en de Here zullen loven. Het op en neer bewegen van de twee Pinksterbroden voor het aangezicht des Heren wees typologisch op de opstanding uit de doden van de 2 en de 10 stammen en het loven van de Here. Maar van de hereniging en de inzameling van de 2 stammen en de 10 stammen was in de Handelingentijd nog geen sprake.

De Handelingen kijken echter uit op de grote oogst die straks gaat komen en waar het Loofhuttenfeest (Sukkot) een type van is. Dan zal het Loofhuttenfeest, “het Feest der inzameling (sunteleia) bij de wisseling des jaars” met grote vreugde worden gevierd.

Tussen het Feest der weken en het Loofhuttenfeest lag een periode van vier maanden waarin geen feest werd gevierd. Het getal “vier” spreekt van de wereld, denk maar aan de vier hoeken der aarde, de vier jaargetijden, de vier elementen, etc. Wonderlijk is dat tussen het Feest der weken (typologisch gezien: “De periode van de Handelingen”) en het Loofhuttenfeest (typologisch gezien: “De periode van de Openbaring”) een periode ligt van vier maanden, waarin geen feest werd gevierd. Het spreekt van het verstrooid zijn in de wereld. Het spreekt van het Lo-Ammi (in geestelijk opzicht) zijn van Israël. Maar na de lange tijdsinterval van vier maanden, die nu in 2015 al zo’n 1953 duurt sinds Hand. 28:28 in 62/63 na Chr., zal het feest der inzameling, (“het feest van de sunteleia“), spoedig voor Israël aanbreken (Ezech. 37:8; Joel 2:28-32).

Zaaiingen uit de Evangelien ….

Er zal weer leven en vrucht zijn, de vijgenboom is aan het uitlopen waarvan de voorbije 20ste eeuw zo nadrukkelijk van getuigd. Vanaf de hereniging van de stad Jeruzalem in 1967 zijn er nu al vele Messiaanse gemeenten en bedieningen manifest in het land. En zo zien we gaande de weg gebaand worden voor de komst van de profeet Elia (Mal. 4:5-6).

Hetgeen bij de eerste 3 zaaiingen onder het volk Israël niet tot de oogst leidde (sunteleia van de aioon), zal bij de vierde zaaiing wel tot vrucht leiden (Matth. 13:1-9).

Het Evangelie van Mattheus spreekt over de volgende vier zaaiingen: …

  1. De eerste zaaiing is van Johannes de Doper (Matth. 3:1-2)
  2. De tweede zaaiing is van de Heer Jesjoea (Matth. 4:17, 23)
  3. De derde zaaiing is van de twaalven (Matth. 10:5-8) en in de Handeling der Apostelen tot aan het einde van Hand. 28:26-28)
  4. De vierde zaaiing is van de 144.000 en de 2 getuigen (Openb. 7:1-10; 11:3-13)

Zoals gezegd de eerste drie zaaiingen onder het volk Israël mislukten door allerlei oorzaken, die de Heer Jesjoea toelicht in Mattheus 13. De toekomstige vierde zaaiing valt echter in goede aarde (Matth. 13:8). Dan zal daar opnieuw in de wereld (oikoumene) van het Midden-Oosten de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk der hemelen geproclameerd worden (Matth. 24:14); maar naar verloop van tijd zal ook dan de vrucht der bekering want daar gaat het om, afnemen door verleiding hetgeen ontaard in ontrouw! (Gal. 5:22; 2 Thess. 2:1-12; Openb. 13:1-18).

  • ‘De in goede aarde gezaaide is hij, die het Woord hoort en verstaat, die dan ook vrucht draagt en oplevert, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig’ (Matth. 13:23; 8).

Straks als dit manifest wordt, zal in de 68ste jaarweek de vrucht honderdvoudig zijn, de 69ste jaarweek zestigvoudig en in de 70ste jaarweek dertigvoudig, en zo ver we de profetische geschriften mogen kennen vormt uiteindelijk een derde van het volk Israël het gelovig overblijfsel (Zach. 13:7-9). Dit deel zal aangemerkt worden als het volk des Heren. De Here zal zeggen: “Dat is mijn volk”.

Zo zien wij uit naar dit onbeschrijfelijke Godswonder, als daar straks in de “Fertile Cresent”, de vruchtbare halve maan” geheten, dit gebied (oikoumene = het gebied waar in de Bijbel altijd al Bijbelse geschiedenis geschreven is) dus het Midden-Oosten waar helaas het nageslacht van Ismaël elkaar nu de tent uitvechten, en met de als profetische brandpunten Israël en Jeruzalem, waar straks de heiden volkeren zullen opgaan naar uw licht en naar uw glans van uw dageraad als de heerlijkheid van de HEERE JESJOEA over Sion zal zijn opgegaan (Jes. 60:1-3; Joh. 8:12).

Het “Koninkrijk der hemelen” of “Rijk der hemelen” is niet een Rijk in de hemel of die hemel zelf, maar een rijk op aarde, geheel gekenmerkt door Hemelse wetten. En dat is niets minder dan het Messiaanse Rijk zelf. Vandaar de proclamatie: “De tijd is vervuld en het Rijk Gods is nabij gekomen; bekeert u en stel vertrouwen in deze nieuwstijding”!

Dit aardse koninkrijk dat God aan Abraham onvoorwaardelijk beloofde en dat zal worden opgericht voor hem en zijn nageslacht, is een onderdeel van het koninkrijk Gods dat aarde en hemelen omvat (Gen. 15:18-21; Openb. 21 en 22); dus dit rijk is niet het eind- noch het hoogtepunt van Gods heilsplan; het is wél een noodzakelijk tussenstation!

Het manifest worden straks van dit Messiaanse rijk omvat feitelijk een veel beperkter deel van de wereld als doorgaans wordt aangenomen. Het is dat gebied (oikoumene) van de wereld, dus het Midden-Oosten waar de heerlijkheid des Heren gezien zal worden en beslaat a.h.w. de volgende landstreken en landen als:

  • Irak
  • Syrie
  • Libanon
  • Jordanie (tot 1948 Palestina), tezamen de Arabische Fertile Cresent (= Vruchtbare maansikkel)
  • Arabische Schiereiland met de staten: Saoedi-Arabië, Jemen, Koeweit, Katar, de Verenigde Arabische Emiraten, Oman en de Bahreineilanden
  • Egypte
  • Soedan
  • Libie
  • Turkije
  • Iran
  • ISRAEL

Het Midden-Oosten is volgens de Bijbel de navel der aarde. Het verbindt drie werelddelen met elkaar: Europa, Azië en Afrika. Hier lag het paradijs en hier is de geschiedenis van de mens begonnen. De Bijbelse profetie en geschiedenis betreft voortdurend dit deel (oikoumene) van de aarde. Als wij de landen c.q. landstreken tellen die volgens de encyclopedie tot het Midden-Oosten horen, dan zijn het er naast Israël tien. Dit komt precies overeen met de tien landen, waar de zoon des verderfs aan het hoofd zal staan. Als leider van deze tien volken zal hij met Israël een vredesverdrag sluiten aan het begin van de 70ste jaarweek! Dit verbond van vrede is echter een vals verbond. In werkelijkheid wil men het volk Israëls ten gronde richten, zoals we vandaag reeds kunnen aanschouwen. Het is een duivels verbond tegen de God van Abraham, de God van Isaak en de God van Jakob (Ps. 83:3-8).

De buitenste duisternis

Vanaf het jaar 2008 heerst er in toenemende mate grote duisternis in dit gebied (oikoumene) van het Midden-Oosten. Buiten dit gebied van het Koninkrijk der hemelen zal er straks ‘het geween zijn en tandengeknars’.

Naast dat Mattheus exclusief de uitdrukking “Het koninkrijk der hemelen” gebruikt, gebruikt hij ook exclusief de uitdrukking “De buitenste duisternis”, (Matth. 8:12; 22:13; 25:30). Deze uitdrukking wordt in alle drie de teksten gevolgd door de zinsnede “Daar zal het geween zijn en tanden geknars”.

  • ‘Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen; maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’ (Matth. 8:11-12).
  • ‘Toen zeide de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem uit in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars’ (Matth. 22:13).
  • ‘En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars’ (Matth. 25:30).

Nu wij ontdekt hebben, dat het Koninkrijk der hemelen niet de hemel of de gemeente voorstelt, maar het aardse Koninkrijk ofwel het Messiaanse rijk dat God aan Abraham en zijn nageslacht beloofde, wordt duidelijk waar die buitenste duisternis zich bevindt, namelijk buiten de grenzen van het Koninkrijk der hemelen. In Matth. 8:11-12 worden de kinderen van het Koninkrijk uitgeworpen, Israëlieten voor wie eigenlijk het koninkrijk bestemd was.

Zo zal de slechte en luie slaaf (Matth. 25:26), die met zijn talent niet heeft gearbeid onder de tien volkeren van de oikoumene, geworpen worden in de buitenste duisternis, dat wil zeggen buiten het Koninkrijk. Ook zal hij wenen en zijn tanden knarsen, omdat hij zo’n rijke roeping en verkiezing, namelijk die van Israël verspeelde. Zij zullen gedwongen zijn te leven onder de volkeren. Daar heerst duisternis in vergelijking met het licht, dat in het Koninkrijk der hemelen schijnt!

  • ‘Sta op, wordt verlicht, want uw licht komt en de heerlijkheid van de HEERE gaat over u op. Want zie, de duisternis zal de aarde bedekken en donkere wolken de volken, maar over u zal de HEERE opgaan en Zijn heerlijkheid zal over u gezien worden. En heiden volken zullen naar u licht gaan en koningen naar de glans van uw dageraad’ (Jes. 60:1-3).

Wij zien buiten de grenzen van het Koninkrijk, “het gebied van de Nijl en de Eufraat”, dat duisternis de aarde bedekt en donkerheid de natiën. Dit is gedurende de duizend jaar het verschil tussen het Koninkrijk der hemelen ofwel het Messiaanse rijk en de koninkrijken daarbuiten. Maar in die tijd zullen velen volken opgaan naar Jeruzalem om de Koning der koningen te eren en Hem hulde te bewijzen (Jes. 60:3, 11-12, 16-22; Zach. 8:13, 20-23; 14:16-19; Ps. 95-100).

  • ‘Er zullen weer oude mannen en oude vrouwen zitten op de pleinen van Jeruzalem, ieder met zijn stok in zijn hand vanwege de hoge leeftijd (de veelheid van dagen). De pleinen van de stad zullen vol worden met jongens en meisjes die spelen op haar pleinen’ … ‘Zo zegt de HEERE van de legermachten: In die dagen zal het gebeuren dat tien mannen uit alle talen van de heiden volken, vastgrijpen, ja, de punt van de mantel van een Joodse man zullen zij vastgrijpen, en zeggen: Wij gaan met u mee, want wij hebben gehoord dat God met u is’ (Zach. 8:1-23).

***********************************************************************

DE MESSIAANSE BEWEGING en haar betekenis voor christenen (Evert van der Poll – ISBN: 90-73895-19-7)

Als het over de messiaanse beweging gaat, dan denkt men meestal aan een modern verschijnsel, dat wordt herleid tot het jaartal 1967. Dat is op zich een heel bijzonder jaartal, want toen vond de Zesdaagse Oorlog plaats en kwam de oude stad van Jeruzalem weer onder Israëlisch beheer – na eeuwenlang te zijn overheerst door diverse andere naties. De Israëlisch kregen voor het eerst na de onafhankelijkheid van Israël (1948) toegang tot de Klaagmuur.

Dat roept in herinnering de profetie van Jezus: ‘Jeruzalem zal door de heidenen (volken) worden vertrapt, totdat de tijd van de volken vervuld zal zijn’ (Lucas 21:24). In het woord ‘totdat’ ligt een verwachting opgesloten, zo van: ‘daarna er gaat iets nieuws beginnen.’ Is de messiaanse beweging dat ‘nieuwe’ begin?

Het begin: de Emancipatie

Zeker de beweging zoals wij die nu kennen, doet vooral vanaf 1967 van zich spreken. Toch moet men voorzichtig zijn met te zeggen dat zij toen ook pas begonnen is. Rond die tijd is er veeleer een opleving gekomen in een proces dat al veel langer bezig was. Wat er toen op gang kwam, was in feite ‘niets nieuws onder de zon’ maar een vervolg, een verbreding. Er zijn diverse voorlopers die de weg in de geschiedenis hebben gebaand. In het verhaal van de messiaanse beweging mag hun verhaal niet ontbreken … … … …

  • ‘Want Hij is onze vrede, die de twee één heeft gemaakt en de tussenmuur die scheiding maakte, de vijandschap, weggebroken heeft’ (Efeziers 2:14)

Zeer in het oog vallend is dat in de staat Israël en wereldwijd na 1967, de groei en verzelfstandiging van Messiasbelijdende Joodse gemeenschappen en bedieningen enorm versterkt is! Ik geef hierbij een aantal sites door die dat bevestigen.

Teken van de toekomst

In algemene zin is de messiaanse beweging een teken voor de toekomst. Zij is een voorbode van het geestelijke herstel van Israël als natie en dat is op zijn beurt weer een voorbode van de komst van Jesjoea Messias, want aan de komst Hem gaan twee dingen vooraf:

  • het getuigenis van het evangelie van genade en dat van het Koninkrijk der hemelen onder de tien volkeren van de oikoumene,  waardoor een volheid van heidenen tot geloof zal komen. ‘Dan zal het einde gekomen zijn’ (Romeinen 11:25; Mattheus 24:13).
  • het herstel van het volk Israel. ‘Heel Israël’ zal behouden worden en dan zal ‘de Verlosser’ komen (Romeinen 11:25-26). Jesjoea zal als Messias worden welkom geheten, als de Gezegende die komt in de Naam van de Heer’, door zijn eigen volk in zijn eigen stad Jeruzalem. Dan zullen de Israëlische leiders Hem weer zien (Mattheus 23:37-39). In ‘Sion’.

In die zin is de messiaanse beweging een voorbode. Hoe zal alles verlopen? De verwachting is gewekt, de grote lijnen worden steeds duidelijker zichtbaar. Een definitief tijdschema valt niet te geven. Geen wonder dat de apostel Paulus dit een ‘geheimenis’ noemt. Er blijft in het hele beeld iets onverwachts inzitten, het is niet van te voren al uit te rekenen en precies na te lopen hoe het zal gaan. Maar de tijdscyclussen zijn wel aan te geven! (zie mijn boek: ‘Year of Jubilee proclaimed’ – De Messiaanse tijd ontluikt!)

Wat de God thans onder Israël doet wekt grote verwachtingen. En de dag van Zijn komst komt daarmee duidelijker in zicht. Maar niet met een chronometer in de hand. Chronos, dat is de tijd die je meet in seconden, in tijdseenheden, de tijd die je uitrekenen en natellen kunt. In het Nieuwe Testament is dat het woord voor de tijd van de klok. Maar de apostelen gebruiken ook een ander Grieks woord voor tijd: kairos. Dat is de ‘gunstige gelegenheid’, de ‘aangename tijd’, de kans die je niet missen mag, de gebeurtenis die je niet aan je voorbij mag laten gaan (1 Thess. 5:1).

Dat is Gods tijd en die kan zomaar onze tijd binnen vallen. Voor de een onverwacht, als een dief in de nacht. De ander zit erop te wachten, is bereid, is er klaar voor. De wederkomst van de Heer Jesjoea is een kairos. Daarbij hoort niet het woord ‘spoedig’. Bij chronos hoort het woordje ‘snel’. Dat zijn twee verschillende belevingen van tijd. Wat de chronos betreft, ‘weten we niet de dag, nocht het uur’ (ofschoon wel het jaar?) (Mattheus 24:36). De komst van Jesjoea en de oprichting van het Koninkrijk der hemelen voor Israël is een gelegenheid (kairos) van tijden (‘Feesttijden des Heren’ … Leviticus 23!) waarover de Vader de beschikking aan Zichzelf heeft gehouden’ (Handelingen 1:7).

De messiaanse beweging is al twee eeuwen bezig én actief! Dit is kort en toch ook al weer een lange tijd. Het is wél een groot teken van de komst des Heren. De terugkeer van de Joden is al bijna anderhalve eeuw aan de gang en de staat Israël bestaat dit jaar 67 jaar. Ook dit is kort en duurt tegelijkertijd een lange periode. Profetische gezien wekt ook deze messiaanse beweging een grote verwachting!

Een andere vraag is die van wat moeten we verstaan onder ‘heel Israël’. De algemene aanvaarde uitleg is dat het betekent: het volk Israël, als natie.

Dat sluit niet noodzakelijkerwijs iedere individuele Israëliet in, maar het volk als geheel. In die zin komen we de uitdrukking ‘geheel Israël’ ook tegen in de Septuagint (de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel) en de Misjna. Het is een bekend taalgebruik uit de tijd waarin Paulus zijn brief aan de Romeinen schreef. Daarmee wordt dus gezegd dat niet alleen het gelovige overblijfsel maar uiteindelijk ook de overige zullen keren tot het geloof in Jesjoea. Allemaal? Een substantieel deel? In ieder geval een groot deel. Een volheid. Dat ‘heel Israël’ behouden zal worden, wil nog niet zeggen, dat dit ook op één moment zal gebeuren (R. Hvalvik, ‘A Separate Way for Israël?‘ Mishkan 16, 1992/1, p. 22.)

Er staat: ‘aldus zal heel Israël behouden worden’. Er staat niet: in één keer, in één klap’. Vaak denken we dat erbij. De gedachte van een nationale bekering op één moment, is een belangrijk onderdeel van het eindtijdsschema van het dispensationalisme oftewel de bedelingenleer. Op het dieptepunt van de komende crisis voor Israël zal Jesjoea terugkeren en dan zal de natie op een moment zien wie zij doorstoken hebben (Zach. 12:10-14). Letterlijk staat dat er niet. Dit beeld is ontleend aan een combinatie van teksten. Het behoud van ‘heel Israël’ zou inderdaad in een moment kunnen gebeuren, maar het zou ook best een hele periode in beslag kunnen nemen. Beide zijn mogelijk op grond van wat Paulus schrijft.

Nog een punt. Vaak horen we dat Israël door een bijzonder ingrijpen van God tot geloof zal komen, denk aan het Gog-Magog gebeuren (Ezech. 39:22). Het zal kunnen! In Romeinen 11 vers 25 staat het woordje ‘aldus’, op deze manier. Welke manier? Dezelfde als die we in het voorgaande vers tegenkomen: ‘Wanneer zij niet bij hun ongeloof blijven, zullen zij weer op hun eigen olijf geënt worden’ (11:24). En hoe komen zij tot geloof? Niet anders dan de manier waarop heidenen tot geloof komen: via de prediking van het evangelie. Het geloof is uit het horen (10:14-15). Er is voor de Israëlieten en heidenen geen andere weg tot de Heer Jesjoea, alleen een ander tijdstip waarop ‘heel Israël’ tot Jesjoea komt: aan het einde van de periode waarin het volle aantal gelovigen uit de volken zal zijn bereikt.

Zo zien we thans dat het evangelie uiteindelijk weer zal terugkeren naar Israël. ‘Hoe liefelijk zullen de voeten zijn van hen die de goede boodschap brengen’ (Jesaja 52:7 geciteerd in Romeinen 10:15). Alleen vanuit de liefde van de Heer Jesjoea zullen messiaanse Israëlisch, en gelovigen uit de volken met hen, in staat zijn het goede nieuws zo te vertolken dat het inderdaad weer ingang vindt onder het volk … om vervolgens uit te zien naar de verzegeling van een aantal uit Israël die het nabij zijn van het Koninkrijk der hemelen zullen verkondigen in een apocalyptische tijdschema (Openb. 7:1-8).

Cirkelgang der geschiedenis

Uit het beeld dat Paulus in Romeinen 11 schept, kan men afleiden dat de verlossing der volkeren niet alleen voorafgaat aan het behoud van heel Israël maar er ook een voorwaarde voor zal zijn. Via de volkeren zal het evangelie weer terugkomen bij Israël – het moet die gang door de volkeren maken.

We leven in een bijzonder boeiende tijd. Terwijl het Joodse volk (uit de 12 stammen) in grote getale terugkeert naar het Land, zien we ook dat het evangelie terugkeert naar het volk dat het voor het eerst heeft ontvangen en uitgedragen. Joodse apostelen hebben de boodschap uitgedragen over het hele toenmalige Romeinse Rijk. Vandaar uit is het in Europa terechtgekomen. Het overblijfsel van Israël verschrompelde tot een miniem stroompje in de kerk.

De islam heeft het evangelie uit het Midden-Oosten en Noord-Afrika verdreven. Daarna ging het evangelie vanuit Europa naar Noord-Amerika, vervolgens via de zendingsbeweging naar Zuid-Amerika, Afrika en Azië. Ook kreeg het na vele eeuwen weer langzaam maar zeker ingang onder het Joodse volk, voornamelijk in Europa.

Nu is er voor het eerst sinds het jaar 135 A.D. weer een levenskrachtige Joods-christelijke gemeente in het Land. In het hart van het grote islamitische gebied. Ligt het christelijke antwoord op de islam in de sterk groeiende messiaanse beweging? En zal in het verlengde hiervan het evangelie van het Koninkrijk vanuit Sion en omstreken de oikoumene van de Arabische wereld ingaan? Het Bijbelse antwoord is ja! Daar waar het ooit zijn eerste successen onder deze volken boekte, maar waar dit getuigenis nu de hardste grond aantreft.

Volgorde …

Een interessant punt is de relatie tussen het nationale en het geestelijke herstel. De profeten zeggen duidelijk dat deze twee met elkaar verband houden. Alleen, in welke volgorde?

Deze vraag diende zich ook al aan onder de rabbijnen in de negentiende eeuw, toen het zionisme opkwam. Ze werden geconfronteerd met een niet-religieuze beweging die ijverde voor iets wat de profeten al hadden voorspeld: de terugkeer naar het Land. Hun traditionele gedachte was dat de terugkeer pas zou plaatsvinden nadat de Messias zou zijn gekomen en nadat Hij ‘Jesjoea’ door het volk zou zijn herkend. Langzaam maar zeker won een andere gedachte veld: de terugkeer naar het Land is een voorbereiding op de komst van de Messias en de geestelijke vernieuwing van het volk. Niet alle rabbijnen gingen daarin mee trouwens.

Voor christenen die ‘acht slaan op het profetische woord’ rijst dezelfde vraag. Wat komt eerst: de bekering van het volk of de terugkeer naar het Land? Sommige profetieën stellen dat er eerst een geestelijke vernieuwing zal moeten plaatsvinden, een bekering tot God en zijn gebod, voordat het volk uit de ballingschap kan terugkeren. Dit is de lijn die we al in Deuteronomium 30 tegenkomen. Andere profetieën stellen dat de Joden eerst zullen terugkeren naar het Land en dat zij daarna, in het Land, een ‘ander hart’ en een ‘nieuwe geest’ zullen ontvangen. Deze lijn komen we vooral tegen in Ezechiel 36 en 37.

Het is interessant hoe in de loop der eeuwen de slinger telkens heen en weer gaat tussen deze twee gedachten lijnen. Als we kijken naar de puriteinen in Engeland en de piëtisten in Duitsland in de zeventiende eeuw – de voorlopers van de evangelische opwekkingsbewegingen – dan zien we een grote aandacht voor het herstel van Israël. Zij voorzagen eerst een grootschalige bekering der Joden. Deze zou volgens hen uitlopen op de terugkeer naar het Land en de oprichting van het ‘Koninkrijk der hemelen’.

In de achttiende eeuw en negentiende eeuw, hadden de evangelische stromingen in Engeland, Duitsland en Amerika eveneens grote aandacht voor het herstel van Israël. Zij richtten zich op twee dingen tegelijk. Ten eerste ontwikkelden zij de zending onder de Joden uit de stammen Israëls, met het oog op hun geestelijk herstel. Tegelijkertijd spanden zij zich in voor de terugkeer van hen de Joden naar hun Land en de vestiging van een veilig ‘nationaal tehuis’.

Eind negentiende, begin twintigste eeuw ging en kwam het accent in de profetische verwachting van christenen weer anders te liggen. Eerst zou de terugkeer en de opbouw van een veilig volksbestaan plaatsvinden. Deze zou uitlopen op een geweldige crisis van wereldwijde omvang. Daarna zou Jesjoea terugkeren en het hele volk zich tot Hem wenden. We herkennen hier de theorie van de uitgestelde bekering. Daarin is de slinger helemaal naar de andere gedachten lijn doorgeslagen.

Twee Parallelle bewegingen

Er is namelijk sprake van een belangwekkende parallel. De zionistische beweging is tegelijkertijd opgekomen met de messiaanse beweging, beide rond de Franse Revolutie. Dezelfde Napoleon die de Joden burgerrecht verschafte, riep hen ook op om terug te keren naar het land van hun vaderen – toen hij in 1792 tijdens zijn veldtocht in het Midden-Oosten door Palestina trok. In de negentiende eeuw riepen de voorlopers van het zionisme op tot vestiging in het land en het aantal dat de daad bij het woord voegde, groeide gestaag. Tegelijkertijd deden ook de voorlopers van de messiaanse beweging van zich spreken: evangelisten, Hebrew Christians, pioniers als Rabinowitz en Liechtenstein. In de twintigste eeuw kwamen diverse zionistische organisaties van de grond, alsmede het internationale netwerk van Hebreeuws-christelijke allianties. Na 1967 breekt er een tijd aan van opleving onder de huidige messiaanse beweging.

Volgens de evangelische theoloog en deskundige op het gebied van de Tenach (Oude Testament) Walter Kaiser, moeten we beide lijnen vasthouden. Voor een gedeelte van het Joodse volk zal het zo zijn dat zij eerst tot geestelijke vernieuwing komen en daarna terugkeren, voor een ander deel juist andersom. Dit is een boeiend gezichtspunt, want daarmee voorkomen we een schematisering. Eerst dit en dan dat en vervolgens dit en ten slotte dat. Het brede perspectief van de profeten van Israël is dat het volk zal terugkeren naar het Land én naar zijn God.

Wanneer we de huidige gebeurtenissen beschouwen als een onderdeel van dat profetisch perspectief, dan zien we dat beide gebeuren. De Zionistische beweging en dan denk ik nu aan het rechtse blok in Israël, dus het propageren van de terugkeer naar het Bijbelse hartland als Judea en Samaria en de messiaanse beweging die groeit en bloeit naar de volwassenheid van een geestelijk herstel, dus we zien een voortgaande gelijktijdige ontwikkeling anno 2015!

Overal komen Israëlisch tot geloof, in de diaspora (voordat ze eventueel alijah maken) en Israël (nadat zij of hun ouders alijah hebben gemaakt). De grootste stroom immigranten zijn de laatste decennia gekomen uit de voormalige Sovjet-Unie. Sommige van deze ‘Russische Joden’ hebben de Heer Jesjoea Messias al voor hun terugkeer gevonden, anderen vinden hem daarna. Weer anderen gaan niet naar Israël maar naar Duitsland en de Verenigde Staten en velen vinden daar de Messias! Zo wordt vervuld hetgeen Hij zegt! HIJ IS Degene Die niet liegen kan (Num. 23:19; Hebr. 6:8).

Slotconclusie …

Belangrijk is het visioen van Ezechiel 37. De doodsbeenderen in het dal gaan herleven. Eerst ontstaat er een fysiek herstel: beweging, samenvoeging, spieren, vlees, huid. Daarna komt er een geestelijk herstel: de Geest komt in de nog dode lichamen, ze herleven en gaan op hun voeten staan, ‘een geweldig groot leger’. Het zionisme van nu is dus slechts een onderdeel van een veelomvattender gebeuren. Wat er nu gaande is, vormt de voorbode van een reveil. Men verbindt deze verwachting met de profetie van Paulus dat eenmaal ‘gans Israël’ zal behouden worden (Romeinen 11:26).

De volgorde is van betekenis: het nationale herstel komt vóór het geestelijke reveil. Het volk zal terugkeren ‘terwijl het nog blind en doof is’ (Jesaja 43:8). Hierdoor kan men in de bepaald niet religieuze zionistische beweging toch de hand van God zien.

Men moet deze volgorde echter niet te strak doortrekken. Terwijl het nationale herstel nog niet is afgesloten, is het geestelijke herstel al gaande, want overal komen Israëlisch tot geloof in Jesjoea de Messias. We naderen nu de climax van de geschiedenis. Israëls herstel verloopt in twee fasen: eerst de fysieke terugkeer, en dan het nieuwe hart waarvan Ezechiel 36 spreekt.

Het nationale en geestelijke herstel is een voorloper van de wederkomst van Jesjoea Masjiach.

De verlossing van Israël is ‘holistisch’. Naast de terugkeer naar het Land is er een geestelijke herleving en deze twee staan weer nauw in verband met de komst van de Messias. Oftewel, zijn wederkomst. Jesjoea zal terugkomen op de Olijfberg, naar Jeruzalem 

https://vimeo.com/15210104

*****************************************************

Zie op site: www.cgi-holland.nl : ga naar Messiaanse Gemeenten en Messiaanse Bedieningen in Israel.

MESSIANIC JEWISH ORGANIZATIONS AND MINISTRIES

[www.cgi-holland.nl ; www.shalombooks.nl ; www.nemnieuws.nl ; www.carmel-assembly.org.il ; www.jewsforjesus.org ; www.jewishtestimonies.com ; www.bethmessiah.com ; www.bethmessiah.org ; www.hadavar.org ; www.theimja.org ; www.hadderech.nl ; www.ibjm.org ; www.mjaa.org ; www.iamcs.org ; www.mishkan.org ; www.umjc.org ; www.cjfm.org ; www.levitt.com ; www.israelmybeloved.com ; www.messianictimes.com ; www.maozisrael.org ; www.sidroth.org …]

Zie overige sites:

www.israelmybeloved.com

www.elshaddaiministries.us

www.joelrosenberg.com

www.timesofisrael.com 

www.israelnationalnews.com

www.jerusalempost.com

www.levitt.com

shoebat.com

wnd.com

likud.nl

Gerard J.C. Plas

 

 

 

Be Sociable, Share!
 Posted by at 00:01

  One Response to “JUDEA, SAMARIA EN JERUZALEM BEZETTE GEBIEDEN? – The Comet Shoemaker-Levy 9 / Wall Street -777.68 Drop on 29 September 2008/What Does it Mean? – Loofhuttenfeest / De oogst is de voleinding der wereld (sunteleias tou aioonos) / The Return Of Messianic Jewish Organisations And Ministries in 2015”

  1. Can this be emailed to me in english please ?. Thank you .God Bless…. Helen Foster

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »