Feb 012012
 

THE WAR OF ATTRICTION, the Yom Kippur War, the Munich Massacre and Black September, the Lebanon War, the controversy over Jewish settlements and the furture over Jerusalem, the Camp David Accords, the Oslo Accords, the Intifada – all were the result of six intense days in the Middle East in June 1967. Rarely in modern times has so short and localized a conflict had such prolonged, global consequenses. Seldom has the world’s attention been gripped, and remained seized, by a single event and its ramifications. In a very real sense, for statesmen and diplomats and soldiers, the war has never ended. For historians, it has only just begun. Many books have been written about what most of the world calls the Six-Day War, or as the Arabs prefer, the June 1967 War. The literature is broad because the subject was thrilling – the lightning pace of the action, the stellar international cast, the battle field held holy by millions. There were heroes and villains, behind-the-scences machinations and daring tactical moves. There was the danger of nuclear war. No sooner had the shooting stopped than the first accounts – eyewitness, mostly – began appearing. Hundreds more would follow. (Michael B. Oren)

De denkende mens van onze tijd wordt zich meer bewust dat hij geestelijk en zedelijk onmachtig is de verworvenheden van zijn wetenschap en technologie positief toe te passen. Anders dan in vroegere en kritieke tijden beschikken de grote machten over middelen om de wereld in één uur te vernietigen. De radeloosheid neemt toe naarmate het geloof in de almachtige God teniet gaat. Alle pogingen tot redding en sanering stuiten af op onmacht, onwil, onkunde, machtsbezetenheid, gewelddadigheid, domheid, verwildering, wetteloosheid en gezagloosheid. Ondanks alle gepraat over medemenselijkheid, inspraak, democratisering, krijgt onze wereld het aanzien van een anarchistische massa die schreeuwt om een leider, een “vader” die rechtvaardig orde op zaken stelt. De problemen overstijgen verre de democratische politieke middelen en mogelijkheden en eisen meer en meer koel wetenschappelijke, autoritaire aanpak, die gemakkelijk in dictatoriale structuren zonder geestelijke en zedelijke normen kan ontaarden. (uitspraak: H. Verweij)

Onontkoombaar

Volgens Joodse traditie wordt het oordeel over de mens verzegeld aan het einde van Jom Kippoer. Tussen Rosh Hasjana en Jom Kippoer liggen de tien dagen van tesjoeva. Rosj Hasjana loopt uit op de oproep tot het doen van tesjoeva, de gebruikelijk vertaling van dit Hebreeuwse woord tesjoeva is ‘bekering’. Wat tesjoeva inhoudt blijkt uit Jeremia 31:18-19, de laatste woorden van de profetenlezing op de tweede dag van Rosh Hasjana:

  • ‘Bekeer mij, dan zal ik bekeerd zijn, want U bent de HEERE, mijn God. Want nadat ik bekeerd was, heb ik berouw gekregen’.

De onderstreepte woorden in de tekst komen alle drie van de Hebreeuwse wortel sjoev. De grondbetekenis daarvan is ‘terugkeren’. Tesjoeva is terugkeer naar de door God gegeven levensweg om weer te gaan leven volgens Gods – in de Torah gegeven – leefregels. De mens raakt van Gods levensweg af door het doen van zijn eigen zin en het volgen van de eigen begeerte (jetser hara). Na terugkeer, tesjoeva, brengt berouw de mens tot opnieuw leven naar de Torah. Omdat belangrijk is hoe ieders toekomst verzegeld wordt, wens je elkaar voor Jom Kippoer gmar chatima tova: ‘moge voor jou het einde een goede handtekening of een goede verzegeling zijn’.

Het voltrekken van het oordeel begint na het openen van de boekrol of ‘Lossersakte’ die beschreven (was) van binnen en van buiten, wel verzegeld met zeven zegels (Openbaring 5:1).

De Lossersakte

In eerdere editorials heb ik laten zien dat in boek de ‘Openbaring van Jezus Messias’ op wonderbaarlijke wijze een stuk Mozaische wetgeving, de gelijkenis en ook het stramien van het verlossingswerk aangaande Israel, de volken en de kosmos is opgenomen (Lev. 25:8-10;Openb. 5:1-14). Dat Hij het IS, Messias Jezus, de grote Losser (Goel) die in de volheid van tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) de aarde weer loskoopt, waarvan de losprijs tweeduizend jaar geleden werd betaald op één van de toppen van de Olijfberg, ‘Golgotha’ [golgolet-head], het was vanaf deze  plaats dat de hoofdman over honderd schouwde in de Tempel, en zag bij het sterven van Jezus dat het voorhangsel van de tempel middendoor scheurde (Luk. 23:44-47).

Na een bepaalde tijd

Het buitengewoon verrassende gebeuren met de stad Jeruzalem in het licht van de 2oe en 21e eeuw, geeft alle ruimte om in te zien dat in haar lange geschiedenis de stad twee keer werd verwoest, 23 keer belegerd werd, 52 keer werd aangevallen, en 44 keer heroverd werd en dat na bijna tweeduizend jaar Jeruzalem de gouden stad op 7 juni 1967 ten tijde van de  Zesdaagse-Oorlog herenigd (re-united) werd, en de Tempelberg [met Israelische vlag voor enige uren] heroverd was, ofschoon tien dagen na de verovering door een éénmansactie van Moshe Dayan de heerschappij over het terrein om veiligheidsredenen alweer werd overgedragen aan de Waqf, … Dayan die niets om religieuze gaf! Doch ná een bepaalde tijd komt het verkwanselde eigendom weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen (Openb. 11:1-2).

Het geslacht van de 70 jaar

De 49 jaren die er liggen tussen 7 juni 1967 en de ‘Yom Kippur’ van 23 september 2015, met de nog 3 openstaande jaar weken van 7 jaren brengen de 70 jaar (49+21) wel expliciet in beeld! Het was de ‘Olijfberg’ waar Jezus Messias uitzag over Jeruzalem, en profetisch spreekt over ‘dit geslacht dat zeker niet voorbij zal gaan totdat alles geschied is’ (Luk. 21:32), doelend op het herstel van Jeruzalem als een teken van Zijn komst bij de voleinding van de eeuw (gr.- aioon).

Tempel(s)

David Flynn zegt in zijn boek ‘The Tempel at the Center of Time’ (Newton’s Bible codex deciphered and the year 2012) dat de ark met het verzoendeksel in het middelpunt van de aarde stond, in het hart van Jeruzalem en dat vanuit dat ‘epicenter’ ook de afstanden als uitgedrukt in ‘statute and nautical miles’ getalsmatig overeenkomen met bijbels historische gebeurtenissen die in een bepaald jaar in Israels geschiedenis plaatsvonden, maar die nochtans in de 20e-21e eeuw weer een een rol van betekenis zullen spelen. Steden als Babylon, Rome, Mekka-Susan-Eden die met betrekking tot de strijd om Jeruzalem apocalyptisch waren, maar ook steden als Londen, Parijs, Washington en Rome, Babylon, Mecca-Susa-Eden zullen opnieuw in het laatste der dagen in hun strijd om Jeruzalem en de Tempel een anti-messiaans karakter vertonen! Laat hij die het leest, daarop letten! (Matth. 24:15).

Natuurlijk, ligt er nog een wereld van verschil tussen een gesloten en een geopend boek. In de laatste decennia en zeker na de jaren 1948 en 1967 zijn er voor wat betreft de vervulling van ‘deze profetie’, namelijk als a. de geboorte van de staat Israel, en b. de hereniging (re-united) van de stad Jeruzalem zo uitermate belangrijk geweest, dat in figuurlijke zin na al die eeuwen het stoffige en gesloten Boek in letterlijke zin nu van zijn plaats is gelicht om straks in ‘het Hemelvisioen’ geopend te worden.

David Flynn zegt dan verder in zijn boek dat Newton met het oog op het opschrift ‘MENE MENE TEKEL UPARSIN’ (Dan. 5:5;25-28) op de muur, die volgens Newton een muntwaarde (2.520 gerahs) vertegenwoordigde en waar met het oog op Ezechiels toekomstige tempel in Jeruzalem we als een standaard van gewicht het Israelische betaalmiddel shekel tegenkomen . . .

  • ‘De sikkel zal twintig gera waard zijn …’ (Ezech. 45:12;Dan. 5:25).

Newton’s oogmerk hierbij was, dat volgens de Joodse wijzen de specifieke plaatsbepaling van Gods Tempel op aarde evenzo belangrijk was als haar inwendige afmetingen. Daar het hier niet een mens is geweest die haar ligging had vastgesteld voor haar ontwerp en bouw, maar deze gegeven was door de wet van God:

  • ‘Toen gaf David zijn zoon Salomo een ontwerp van de voorhal en zijn gebouwen, zijn schatkamers, zijn bovenvertrekken, zijn binnenste kamers, en van het vertrek voor het verzoendeksel; en een ontwerp van alles wat hem door de Geest voor ogen stond: . . .’ (1 Kron. 28:11-19).
  • ‘Dit is de wet voor het huis; op de top van de berg is heel het gebied ervan helemaal rondom allerheiligst. Zie, dit is de wet van het huis. (Ezech. 43:12).

Newton vergeleek Ezechiels toekomstige Tempel(s) met die van koning Salomo uit 1 Koningen 6 en de tweede Tempel vanuit de beschrijving van Flavius Josephus en de Talmud om hun verhoudingen in een complete ‘profetische’ symmetrie te brengen. Zo heeft David Flyn ontdekt dat historische en toekomstige gebeurtenissen aangaande het land Israel, Jeruzalem en de Tempel alles te maken hebben met het binnenste of het hart van de Tempel zelf, dus daar waar de ark stond.

Actuele machtsstrijd en de cirkel

Zo laat Flynn zien dat óók Washington [anno 2012] naar afstand en tijdsfactor een zeer aanmatigende rol zal spelen in het vredesproces van het Midden-Oosten, anticiperend in het openbaar worden van de Antichrist ‘antichristos’ 1 Joh. 2:18) [een voorloper?] en het Beest ‘therion’, als een politieke macht (Openbaring 13). Met als inzet de machtsstrijd om het Witte Huis in de nu al ontketende verkiezingsstrijd  tussen Democraten en Republikeinen die zal plaatsvinden op 6 november 2012.

Verder zegt Flynn in zijn boek dat ook de getallen 33, PI (3.14159265 = de verhouding tussen de omtrek en de middellijn van een cirkel), 360 (dagen als van een profetisch jaar) duidelijk aanwezig zijn in al de grote historische gebeurtenissen van de Eerste en Tweede Tempel en misschien is de meest betekenisvolle correlatie tussen de ‘cirkel’ en de historie (en toekomstige) van de Tempel(s) gelegen in het jaar van de inwijding van de Eerste Tempel van Salomo in 960 B.C. Dan rekent Flynn als volgt: PI keer 960 = 3,015..928947 … met de vraag of dit getal ook kan worden omgezet in ‘profetische jaren’? Als we dit getal omrekenen door het te vermenigvuldigen met 360 dagen en delen door 365.242 dagen als zonnejaren we dan uitkomen 0p 2.972.64394861. Als dit getal het totale aantal jaren betekent vanaf de inwijding van de Eerste Tempel van Salomo in 960 B.C. tot d inwijding van de Derde Tempel die zal worden gebouwd voor de Tweede komst van Messiach Jesjoea, dan wijst de uitkomst op het jaartal op 2012 A.D. (2.972 jaren – 960 B.C. = 2.012 A.D.)

Gods plan met het ‘voornemen der eeuwen (gr. aionen) zijn gestoeld op vastgestelde tijden. Alleen al dit feit stelt ons in staat om rustig te wachten op het heil (salvation) van de komende verlossing.

In het binnenste deel van de Tempel ofwel het ‘Heilige der Heiligen’ bevond zich de ark van het verbond met het verzoendeksel en de cherubim aan weerskanten. De ark bevond zich dus onder de beschermende vleugels van de cherubim. De Hogepriester sprenkelde één keer per jaar op Jom Kippoer het bloed van de stier met zijn vinger op het verzoendeksel aan de voorzijde, en vóór het verzoendeksel deed hij dat zevenmaal. Het was de plaats waar God in de wolk verscheen boven het verzoendeksel (Lev. 16:2,14).  http://www.mt.net/~watcher/

De vijand triomfeert nog

Na het recht dat Messias Jezus Zich door het bezit van de ‘Lossersakte’ verworven heeft, de wereld in bezit te nemen, is de toeeigening nog geen feit! De nu volgende gerichten over de mensheid en de wereld zijn even zoveel zuiveringsprocessen om de indringers en onrechtmatige bezitters te verdrijven. Hoe kan iemand het huis van de sterke binnengaan en zijn huisraad roven, als hij niet eerst die sterke heeft gebonden (Matth. 12:29)? Het erfdeel, en dat is hier de gehele wereld, is immers door de vijand, de satan (tegenstander) bezet. Het moet worden veroverd, zowel op de machten over de mens als op de geestelijke machten in de mens.

In deze 21e eeuw waarin de processen van de ‘wederoprichting allerdingen’ (Hand.3:21) betreffende het land Israel en de stad Jeruzalem plaatsvinden, en in het midden latende hoe de tempel zal verrijzen, moeten wij uit de oudtestamentische profetie (inzonderheid die van Ezechiel) en uit “Openbaring” afleiden dat de herstelprofetieen voor Israel van de profeet Ezechiel, die met de ballingen in Babel was, duidelijk op een te bouwen nieuwe tempel wijzen.

  • ‘Als Ik hen zal hebben weder gebracht uit de volken, en hen vergaderd zal hebben uit de lander hunner vijanden, en Ik aan hen geheiligd zal zijn voor de ogen van vele volken, dan zullen ze weten dat Ik, de HEER, hun God ben, dewijl Ik ze gevankelijk heb doen wegvoeren onder de volken, maar heb ze weder verzameld in hun land, en heb aldaar niemand van hen meer overgelaten. En ik zal Mijn aangezicht voor hen niet meer verbergen, wanneer Ik Mijn Geest over het huis Israels zal hebben uitgegoten, spreekt de HERE HERE.’ (Ezech. 39:28-29) … Ezechiel voegt hier aan toe: ‘In de gezichten Gods bracht Hij mij in het land van Israel, en Hij zette mij op een hoge berg, en aan dezelve was een gebouw ener stad tegen het zuiden. Als Hij mij daareen gebracht had, zie, zo was er een man … en in zijn hand was … een meetriet’ (Ezech. 40:1-3). (verg. Ap. 11:1)
  • ‘En mij werd een riet gegeven, een staf gelijk, met de woorden: Sta op en meet de tempel Gods en het altaar en hen, die daarin aanbidden. Maar laat de voorhof, die buiten de tempel is, erbuiten, en meet die niet; want hij is aan de heidenen gegeven; en zij zullen de heilige stad vertreden, tweeenveertig maanden lang’ (Openb. 11:1-2).

“Verkondig het huis Israels wat gij ziet”. Het verband: de terugkeer van geheel Israel, de verkondiging aan het huis Israels en het daaropvolgende meten van de nieuwe tempel tot in kleine details, laat geen twijfel aan een nog toekomstige tempel. Talrijke bijzonderheden, o.m. de verbinding die gelegd wordt tussen de tempel en de vorst en Israel, de geweldige grootte van de tempel en de wateren die uit de tempel vloeien, wijzen op een tempel die er nog niet geweest is, m.a.w. het tempelvisioen van Ezechiel kan geen betrekking hebben op de tweede tempel die onder Ezra en Nehemia is gebouwd en die door Herodus werd uitgebreid, verfraaid en vergroot en die in het jaar 70 A.D. verwoest is (Ezech. 40, 41, 42, 43).

Meermalen is er in de ‘history‘ opgemerkt dat een zinnebeeldige of mystieke verklaring van Ezechiels tempelvisioen zinloos is en geen enkel recht doet aan de talrijke details en maten die Ezechiel geeft. Overigens is het waarschijnlijk dat aan “de tempel der volken” die Ezechiel schetste en die het centrum van het messiaanse, theocratische rijk wordt, een provisorische veel kleinere tempel voorafgaat, dus onderscheiden in:

  1. De tempel die door Israel zal worden gebouwd, voorziet in de oudtestamentische tempeldienst uitsluitend voor Israel.
  2. De tempel die Ezechiel zag is voor alle volken in het messiaanse rijk en déze tempel is veel groter dan de oppervlakte van het huidige tempelplein.

Sommige ondersoekers menen dat het tempelgebied volgens Ezechiel zich ten noorden van Jeruzalem uitstrekt tot de Middellandse Zee, een afgezonderde landstrook dat heilig gebied zal zijn.

De actualiteit in 2012 geeft aan de hand van allerlei gegevens dat de herbouw van de tempel veel meer voor de hand ligt dan vroeger vermoed kon worden. In het christelijk denken is het herstel van de tempel niet meer noodzakelijk en een bijna onoverkomelijk probleem. Temeer daar Ap. 11:1-2 over ‘de tempel Gods’ spreekt en het ‘meten’ van Johannes op het afperken van een geheiligd gedeelte duidt. 

Hetgeen gemeten wordt was tot nu toe geen eigendom van de Messias Jesjoea. De taal is hier dus in de Apocalyps geheel Joods. Er wordt gesproken over een ‘heilige stad’, die gegeven is [of werd] aan de heidenen om voor een bepaalde tijd [toch weer] vertreden te worden. In de Schrift is de ‘heilige stad’ altijd Jeruzalem (verg. Neh. 11:1, 18;Jes. 52:1;Matth. 4:5;27:53).

Tempelplein blijft in Islamitsche handen

Zoals we al eerder in de editorials gezien hebben, was Moshe Dayan (Minister van Defensie tijdens de Zesdaagse Oorlog van ’67) verantwoordelijk voor de teruggave van de leiding over de tempelberg aan de door Jordanie bestuurde Waqf de hoogste moslimraad (waqf= een relgieuze stichting volgens het islamitsch recht). Er is altijd van uitgegaan dat Dayan bevelen van de overheid opvolgde. Rabbi Shlomo Goren, opperrabbijn van de IDF (Israeli Defence Forces), vertelde me in 1994 echter dat Dayan in z’n eentje heeft gehandeld, zonder de overheid van te voren zelfs maar over zijn plannen in te lichten. Nadat het kwaad eenmaal geschied was, durfde niemand van het Israelische kabinet zijn beslissing terug te draaien.

Volgens rabbi Goren was hij de enige die Dayan geconfronteerd heeft met zijn daad, door tegen hem te zeggen: “Je hebt de meest heilige plaats weggegeven aan de vijand van gisteren en morgen!”

Rabbi Goren werd bekend als de eerste rabbi die na 1330 jaar voorging in gebed bij de door de Israelisch in ‘67 beheerste Westmuur (Klaagmuur) . . . blies op de sjofar, las het gebed op en kondigde aan dat de inname van Jeruzalem het begin van het Messiaanse tijdperk had ingeluid. De Israelische legerradio heeft echter een opname van een toespraak die Goren in 1967 gehouden heeft, waarin hij het een “tragedie” noemde dat Israel de tempelberg weer had overgegeven aan de moslims. Op die opname zei Goren ook: ‘Ik zei dit tegen de minister van Defensie [Moshe Dayan] en hij zei: ‘Ik begrijp wat je bedoelt, maar denk je echt dat we de moskee hadden moeten opblazen?’ En ik zei: ‘Natuurlijk hadden we hem moeten opblazen! Het is een ‘tragedie’ voor vele generatie dat we het niet gedaan hebben …! Ik zou er zelf heengegaan zijn en het zo volledig van de aardbodem hebben weggevaagd dat er niet eens meer een bewijs te zien was dat er ooit een moskee van Omar gestaan had’.

De hedendaagse Rotskoepel in Jeruzalem is het schrijnende voorbeeld van een gruwel der verwoesting. Ieder die deze moskee wil binnengaan moet zijn schoenen uittrekken. Niet om het tapijt te sparen, maar om eerbied aan Allah te betonen.

Menige christelijke toerist zou deze daad van eerbetoon misschien wel met een slecht geweten volbrengen als hij wist wat er op de fries romdom de Rotskoepel in het Arabisch geschreven staat: ‘Er is geen God buiten Allah! Geprezen zij Allah, die geen zoon heeft verwekt, noch een helper in de hemel heeft, noch een beschermer uit zwakheid. Roem zij zijn grootheid’ (Koran 4:169).

Moet deze inscriptie niet te denken geven? Is dat niet het afschuwelijke spreken van iemand die rebelleert tegen alles wat aan God behoort, en tegen de God van alle goden?

  • ‘En hij zal niet letten op de goden van zijn vaderen, en ook niet op het verlangen van de vrouwen. Hij zal op geen enkele god letten, maar zichzelf boven alles groot maken’ (Dan. 11:37).
  • ‘de tegenstander, die zich ook verheft boven al wat God genoemd of als God vereerd wordt, zodat hij als God in de tempel van God gaat zitten en zichzelf als God voordoet’ (II Thess. 2:4).

Rabbi Shlomo Goren heeft het goed verstaan toen hij met het lezen uit de Toralrollen en het blazen op de sjofar, zei:de Messiaanse tijd is aangebroken‘!

Een volheid van tijd dient zich aan. In Genesis 6:3 vertelt God aan Noach dat zijn geduld [in het eind van een zeer boze eeuw (aioon)] op is!

  • ‘Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn’ . . .

De enige remedie in die dagen was om haar te vernietigen (de facto) daar zij reeds door de mens in die dagen vernietigd was (de jure). Zo zien we dat bij het bazuinen van de zevende engel, het wiel een gehele omwenteling heeft gemaakt, daar we in de Apocalyps lezen, . . .

  • ‘… en om hen te  vernietigen die de aarde vernietigden’ (Openb. 11:18).

Er is niet zoveel verbeeldingskracht nodig om te veronderstellen dat vanaf 1897 het jaar waarin Theodor Herlz in Basel zijn bekende profetische uitspraak doet, met de oprichting van de staat Israel in 1947/8 en de hereniging (re-united) van Jeruzalem op 7 juni 1967 in een tijdsspanne van 120 (50+70) jaar-, die 120 jaren als een ‘duality principle’ in de 20e en 21e eeuw hun voortgang hebben gekregen in een proces waarin zich een volheid van tijd aftekent als in de dagen van Noach … met als ‘t brandpunt daarin, het proclameren van een ‘Jubeljaar’ het 50e [7×7=49] wat z’n toppunt bereikt in de jaren 2015/16 . . .

  • ‘Zoals de dagen van Noach waren, zo zal ook de komst van de Zoon des Mensen zijn. Want zoals ze bezig waren in de dagen voor de zondvloed met eten en drinken, trouwen en ten huwelijk geven, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, en het niet merkten, totdat de zondvloed kwam en hen allen wegnam, zo zal ook de komst van de Zoon des mensen zijn’ (Matth.24:37-39).

De ruiter op het witte paard

Na de verbreking van het eerste zegel ziet Johannes een wit paar: de ruiter is gewapend met een boog. Hij ontvangt een kroon en dan lezen we de eigenaardige beschrijving dat hij “overwinnend uitging om te overwinnen“. Het beeld is niet gemakkelijk, omdat in de Apocalyps iedere nadere verklaring ontbreekt. Het lijkt hier noodzakelijk een alternatieve verklaring te geven, want de meestal gehoorde uitleg dat hier de overwinnende Messias Jezus in de periode der eindgerichten bedoeld kan zijn, is m.i. zeer aanvechtbaar. Ook wordt hier naar ons gevoelen geen voortgang getekend van iets wat reeds in beweging was, maar kennelijk een nieuw begin. Na de hemelvisioenen van Ap. 4 en 5 worden Johannes de gevolgen van de opening der zegels getoond op aarde (6:2-17) e.v.). Het witte paard en de ruiter en alle andere visioenen volgen uit de opening van de zegelen: voordien traden zij niet op. Natuurlijk kan men deze visioenen wel terugprojecteren op eigentijdse of historische situaties en toestanden, maar dan toch altijd ten koste van betekenisvolle details en de eigenlijke betekenis voor de toekomst.

Terugdenkend aan de lossersakte, met inachtneming van de gehele opzet van de Apocalyps, zijn ook de vier apocalyptische ruiters en paarden beelden van de toekomstige inbezitneming van de wereld en de daarmee gepaard gaande eindgerichten. Zo moet ook de eerste ruiter en het eerste paard verstaan worden als een beeld van het eindgericht. Een overwinnaar op een paard, symbool van kracht en strijd, is trouwens geen symbool voor de geweldloze evangelieverkondiging, waarbij mensen uitgenodigd en zelfs gesmeekt worden het in Jezus Messias aangeboden heil te aanvaarden. Wie nu mocht opmerken dat Messias Jezus na Zijn opstanding alle macht in hemel en op aarde is gegeven en dat Hij de koningsmacht (dus) reeds uitoefent en overwinnaar is, wordt dit met de hierna volgende restrictie en beperking gaarne toegegeven. Restrictie en beperking worden gevormd door de overweging dat de universele koningsmacht van Messias Jezus een nog niet manifeste, geopenbaarde en zichtbare macht is en bovendien nog sterke tegenmachten toelaat! Deze macht is van gelijke hoedanigheid als die van de Vader, de Almachtige, die nochtans zoveel tegenmacht ruimte bied.

Ons moet steeds weer de wezenlijkste betekenis van het gehele begrip “Apokalyps” voor ogen staan, dat immers betekent: de manifestatie, openbaar-wording, “te voorschijn komen” van wat nu nog verborgen is, zowel in het negatieve (de gestaltegeving van de satan in de figuren van Beest en Valse Profeet) als in het positieve (de zichtbare verschijning van Messias Jezus). De koningsmacht van Messias Jezus over de gehele schepping is een schriftuurlijk feit, maar dit Koningschap is nog niet openbaar in zijn specifieke betekenis voor de wereld en nog niet openlijk betrokken op de rijken van deze wereld. Dit wordt ons trouwens volkomen duidelijk in de apostolische uitspraak: ‘doch thans zien wij nog niet, dat hem alle dingen onderworpen zijn” (Hebr. 2:8).

De tijden der heidenen zijn vervuld!

De uitdrukking ‘totdat de tijden der heidenen vervuld zijn’ (Luk. 21:24). Stuart Allen zegt hierover in zijn boek, ‘The Gospel according to Luke’ in chapter 21 page 161  …: ‘The times of the Gentiles corresponds to the domination of Jerusalem by Gentile power‘. This really started with Nebuchadnezzar and Babylon as the head of gold in Daniel 2 and it goes right on to the end of this age. The characteristic which does not change all through this time is the control of Israel’s capital city by Gentile domination. Israel does not possess it at any time during this long period. Even when Israel was given nationality in 1948, the nation did not control Jerusalem, so the times of the Gentiles were still existing then. Some claim that Israel [Jerusalem, reunited in 1967] now has complete control of the city, but we cannot dogmatize on this. If it is true, then the times of the Gentiles are completed. If not, then as far as one can see, this cannot be far off. In any case, we live in momentous times as regards God’s kingdom purpose. The world’s condition today with its declension and terrible problems that are humanly insoluble, point the fact that we are near or in the end time that the Lord Jesus so graphically described in the Synoptic Gospels, though we make no attemp to fix dates for His Second Coming.’

  • SIX DAYSHow the 1967 war shaped the Middle East (Jeremy Bowen)
  • SIX DAYS OF WAR – June 1967 and the making of the modern Middle East (Michael B. Oren)

De stad Jeruzalem onder Israelisch bestuur!

Hiermede is dan ook gezegd dat vanaf het Babylonische koninkrijk van Nebukadnezar tot en met het Ottomaans-Turkse rijk, dat aan de vooravond van het ‘Chanoeka feest’ op 9 december 1917  de heerschappij over Jeruzalem verloor, er vijf rijken over Jeruzalem geheerst hebben, respectievelijk: 1. Babylonische rijk. 2. Medo-Perzische rijk. 3. Griekse rijk. 4. Romeinserijk. 5. Ottomaans-Turkse rijk.

In de 50 en 70 jaren die er liggen tussen 1897 – 1917 – 1947 – 1967 was Jeruzalem vanaf 1917 eigenlijk ‘niemandsland’ en viel de stad op 24 juli 1922 onder het Britse mandaat tot aan 14 mei 1948, waarna het vervolgens Transjordanie was dat in de Onafhankelijksheid oorlog van 1948 het Oostelijke deel van Jeruzalem tot op de 7e  juni 1967 onrechtmatig bezet hield. Vandaar ook dat de apostel Johannes kon schrijven, ‘vijf ervan zijn gevallen (gesymboliseerd in Daniel 2) één is er nog (dat is ten tijde van het visioen) en de ander is nog niet gekomen, en wanneer hij komt, moet hij een korte tijd blijven’ (Openb.17:10). Deze vijftig en zeventig jaren duiden m.i. op een volheid van tijd!

De eschatologie

We kunnen vaststellen dat vanaf het ontstaan van de staat Israel in 1948 en de herovering van de stad Jeruzalem in 1967, het Midden-Oosten ontwaakt is voor wat betreft de eschatologie (leer der laatse dingen) die terug te vinden is bij de drie belangrijkste wereldgodsdiensten van Jodendom/christendom en de islam. Deze drie eindtijdvisies zijn daarom weer spring levend geworden als het gaat om de laatste dingen, het einddoel, of het Apocalyps worden, het tevoorschijn komen van Messias Jezus, … wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe!

Tekenen in het einde der eeuw

In Zijn profetische rede als ook wel genoemd de kleine apocalyps in Matth.24-Luk.21-Mark.13 gesproken vanaf de Olijfberg wijst Jesjoea in een gelijkenis op één van de grote tekenen die zichtbaar worden in het einde van de [boze] eeuw (gr. – aioon). ‘Kijk naar de vijgeboom en naar alle bomen. Zodra ze uitlopen en u dat ziet, weet u uit uzelf dat de zomer al nabij is (Luk. 21:29-30). Israel wordt bij uitstek de vijgeboom genoemd (Spr. 27:18;Hab. 3:17;Hos. 9:10). Maar ook de andere bomen zoals Egypte, Syrie, en de Libanon; en de exponenten van de rijken die Jeruzalem in ballingschap namen, als: Irak-Babylon, Iran-Teheran, Griekenland, Rome en Turkije met de stad Pergamus namelijk daar waar de troon van satan is (Openb. 2:13), met in het finale patroon de steden Jeruzalem versus Babylon worden manifest.

Een bedriegelijk oogmerk  – ‘The Mahdi’: Islam’s awaited Messiah

Er is niet zoveel verbeeldingskracht nodig om te veronderstellen dat de staat Israel anno 2012 omsloten is in een islamitisch kalifaat! Een eventuele spoedige aanval van ‘Gog’ op de bergen van Israel waar de profeet Ezechiel in de hoofdstukken 38 en 39 van spreekt, laat zien dat Rosh [Rusland] uit het verre noorden met in zijn gevolg een radicale islamitische achterhoede als Iran; het doen verrijzen van een messias figuur uit de eschatologie van de islam tot de dan ontstane mogelijkheden behoort. De aanval van ‘Gog’ op de bergen van Israel is een van de scenario’s die denkbaar zijn als een uitvloeisel in de onvoorspelbare afloop in het proces van de ‘Arabische lente.’ Ook de Damascus profetie uit Jesaja 17:1-14 ligt op de loer, het is een scenario waarbij de President van Syrie Bashar al-Assad zijn hand overspeeld en om zijn hachje te redden de confrontatie met Israel zoekt door bijv. Tel-Aviv aan te vallen met zijn gevaarlijke Scud-raketten, hieronder vallen de moderne raketten van het soort S-300 waarmee hij een groot aantal doelen in Israel kan bereiken, en Israel keihard zal terugslaan . . .

  • ‘Zie, Damascus houdt op een stad te zijn, het zal een puinhoop worden, een ruine … Tegen de tijd van de avond, zie, verschrikking! Voor de ochtend aanbreekt, is hij er niet meer’ (Jes. 17:1-14).
  • ‘Ik zal een vuur aansteken binnen de muren van Damascus; dat zal de paleizen van Benhadad verteren’ (Jer. 49:27).

Voorts ligt daar in 2012 de Eurocrisis op de loer als grootste bedreiging voor de wereldeconomie, deze crisis zullen de wereldleiders afhankelijk maken van een islamitisch kalifaat waar de grootste olierijkdommen liggen opgeslagen, bijv. in Irak, waar ook het Babylon [versus Jeruzalem] gelegen tussen de Tigris en de Eufraat in de tijdspanne van de ‘laatste drie jaar weken’ dus medio 2016 – 2038  zal herrijzen!

The Islamic Eschatology

Joel Richardson ‘a human rights activist’ schrijft in zijn boek ‘THE ISLAMIC ANTICHRIST’ [The shocking Truth about the Real Nature of the Beast] in chapter four: THE MAHDI: ISLAM’S AWAITED MESSIAH

  • In the simplest of terms, the Mahdi is Islam’s messiah or savior. While the actual terms messiah and messianism have very clearly Judeo-Christian roots.
  • The first and most cited Islamic belief with regard to the Mahdi is the tradition which states that the Mahdi will descend from the family of Muhammad an will bear Muhammad’s name.
  • Throughout the Islamic world today there is a call for the restoration of the Islamic caliphate.
  • The Mahdi is believed to be a Muslim world leader who will not rule over the Islamic world, but the non-Muslim world as well.
  • The Mahdi’s ascendancy to power is said to be preceded by an army from the East carrying black flags or banners of war.
  • The Mahdi will lead this army to Israel and re-conquer it for Islam.
  • While there is more than one tradition regarding the nature anad timing of the Mahdi’s ascendancy to power, one particular hadith places this event at the time of a final peace agreement between Arabs and the Romans. (“Romans” refers to Christians, or more generally, the West.) Although this peace agreement is made with the “Romans”, it is presumably mediated through a Jew from the priestly lineage of Aaron. The peace agreement will be made for a period of seven years.

Al-Mahdi, the Rider on a White Horse

The Mahdi is believed to ride  on a white horse. Whether or not this is symbolic or literal is hard to say. Quite interestingly, this tradition comes from the Muslim interpretation of Christian Scriptures. Despite the fact that Muslims view the Bible as changed and corrupted by Jews and Christians, they claim to believe that some portions of the “original” inspired books remain within the “corrupted” Bible. A tradition within Islamic scholarship seeks to extract those portions of the Bible that Muslims feel may be untainted by the corrupting influence of Jews and Chrsitians. Muslims call these Judeo-Christian traditions isra’iliyyat. One such transmitter of biblical traditions is Muslim scholar Ka’b al-Ahbar, viewed among Muslims as a trustworthy transmitter of hadith as well as  isra’iliyyat. Ka’b al-Ahbar’s view, that this description of the rider on the white horse as found in the Book of Revelation is indeed the Mahdi, is supported by two wellknown Egyptian authors, Muhammad Ibz ‘Izzat and Muhammad ‘Arif. In their book, Al Mahdi and the End of Time, they quote Ka’b al Ahbar as saying:

  • I find the Mahdi recorded in the books of the Prophets . . . For instance, the book of Revelation says: “And I saw and beheld a white horse. He that sat on him . . . went forth conquering and to conquer.

‘Izzat and ‘Arif then go on to say:

  • It is clear that this man is the Mahdi who will ride the white horse and judge by the Qur’an [with justice] and with whom will be men with marks of prostration on their foreheads [marks on their foreheads from bowing in prayer with their head to the ground five times daily].

Some claim this is the reason Saddam Hussein painted numerous murals all over Baghdad portraying himself as a Muslim knight on a white horse with sword drawn doing valiant batlle against the infidels.

WHY IRAN’S LEADERS BELIEVE THAT THE END OF DAYS HAS COME

Why would Iran authorize a major terrorist operation on American soil? Skeptics say the much-discussed “foiled” Iranian plot makes no sense. We will know soon enough if the Feds have sufficient evidence related to this specific plot. But Iranian leaders may, in fact, have a motive to accelerate direct attacks on the U.S.: Shia Islamic eschatology, or “End Times” theology.

Iran’s Ayatollah Ali Khamenei and President Mahmoud Ahmadinejad are convicted that the End of Days has come. They believe the Shia messiah known as the “Twelfth Imam” or the “Mahdi” will appear soon to establish a global Islamic kingdom known as the caliphate.

What’s more, they believe the way to hasten the coming of the Twelfth Imam is to annihilate Israel (which they call the “Little Satan”), and the United States (which they call the “Great Satan”). We should not, therefore, be surprised that Iran is probing for weaknesses in American intelligence and homeland security.

Khamenei told Iranians in July 2010 that he personally met with the Twelfth Imam. He also claimed to be the personal representative of the Mahdi on earth, and said all Muslims must “obey him.” Meanwhile, Western intelligence agencies say he continues to work with Ahmadinejad and the Iranian military to develop nuclear warheads and the ballistic missiles to deliver them . . .

Begin van het einde

Het eerste paard en zijn ruiter kunnen niet losgemaakt worden van de drie andere paarden en hun ruiters, die onmiskenbaar zware gerichten voorstellen. Opvallend is dat alleen de ruiter van het eerste paard een kroon draagt. Hij is de machthebber, die overwinnend uitgaat om te overwinnen. Hij gaat de anderen vóór. De uitdrukking kan een voortdurende overwinning suggereren of duidt aan dat hij bij zijn verschijning reeds overwinnend is en nog meer overwinningen zal behalen. De boog is een oorlogswapen en past dus in dit gerichtsvisioen, óók als men er een positieve betekenis van heil aan wil geven (Hab. 3:8;Ps. 64:8).

“Wanneer uw gerichten op de aarde zijn, dan zullen de inwoners der wereld gerechtigheid leren” (Jes. 26:9) en Daniel verzekert ook van “de tijd van het einde” dat “alsdan” velen zullen gereinigd, en wit gemaakt, en gelouterd zullen worden (12:10). Het is zeer waarschijnllijk dat de eerste ruiter, evenals de anderen, een louter negatieve betekenis heeft, n.l. in de persoon van de [een voorloper van] schijnmessias, het Beest of in de traditie de “antichrist” genoemd. Deze centrale figuur in het drama van de eindgerichten wordt expliciet pas genoemd in 11:7 en uitvoeriger in 13, maar dit wil niet zeggen dat hij reeds aanwezig kan zijn als de gerichten aanvangen. Het witte paard kan wijzen op vrede, want zal de grote bekoring van de antichrist niet zijn dat hij aaanvankelijk vrede op aarde sticht? De kroon en de boog kunnen verklaard worden als symbolen van een pseudomessias, een machthebber die de schijn wekt Messias Jezus te zijn en juist daarom zo’n geweldige verleidingskracht heeft! Een detail dat hier van m.i. doorslaggevende betekenis is, is de vermelding dat hij een kroon ontvangt. Dat is niet toe te passen op Messias Jezus, die immers reeds lang gekroond is en gedurende het verschijnen van de apocalyptische ruiters en paarden en vele daarna komende gerichten ook nog in de hemel is. Als Messias Jezus later de hemel verlaat om Zich op aarde te manifesteren en de vijand te arresteren (19:11-16), draagt Hij meerdere kronen en geen boog maar een zwaard!

Geweld, honger en dood

Het is op zichzelf een juiste bewering dat verschijnselen als oorlogen, onlusten, pestilentien en hongersnoden er altijd in mindere of meerdere mate geweest zijn. Maar ook de onvrede, de onlusten, de geweldpleging, de oorlogen en de honger komen in de Apocalyps op bijzondere en extreme wijze tot gestalte, we moeten hier denken aan een geweldige schaalvergroting en afwijkende situaties. Dit is in overeenstemming met het beeld dat Jezus van de eindtijd gaf, en vergelijkt de eindgerichten o.m. met “weeen” als bij een barende vrouw, naarmate de geboorte van de nieuwe wereld (gr. – aioon), die van het Messiaanse rijk nabij komt (Matth. 24:8).

Waarschijnlijk zal de uitwerking van de vier ruiter-paardgerichten die de kleur hebben van wit, rood of rossig, zwart en vaal-groenin de tijd niet scherp zijn afgegrensd. Wellicht zullen hun werkingen ná elkaar scherp aan de dag treden, maar anderzijds zullen zij elkaar wel gedeeltelijk “overlappen”. In de periode van het vierde ruiter-paardvisioen komen tenslotte de gerichten van 2 en 3 tot een hoogtepunt. Het eerste ruiter-paardvisioen behoudt zijn werking gedurende alle gerichten. Overigens zijn de gerichten onder de ruiter-paardvisioenen nog maar een aanzet tot nog veel vreselijker oordelen, omdat een groot deel van de mensheid volharden zal in de ongerechtigheid en ook zal weigeren de wereld aan de Losser prijs te geven (9:21; 12:8; 16:21).

Anno 2012 … de koninkrijken van weleer!

‘Voor alles is er een vastgestelde tijd, en een tijd voor elk voornemen in de hemel’  (Pred. 3:1).

Aardbevingen, oorlogen, geruchten van oorlogen, revoluties, de Arabische ‘lente’, de ‘oudtestamentische’ dood van de ‘koning’ van Libie en zijn zonen, megarampen zoals in het Japannse Fukushima, de ineenstorting van solide geachte financiele systemen, chaos. Maar ook: zes miljoen Joden in een met totale vernietiging bedreigd Israel, Jeruzalem als schaal der bedwelming voor de lidstaten van de Verenigde Naties, en de roep om een wereldregering. Zeer velen, niet alleen Bijbel-getrouwe christenen, worstelen in deze turbulente tijd met de millennia-oude vraag waar staan wij in de wereldgeschiedenis. 

Onsterfelijkheid

Zij die deze vraag in het geschetste kader stellen, gaan ervan uit dat de geschiedenis een eindpunt heeft en dat er sprake is van een Regisseur van buitenaf. Het is dus per definitie een religieuze vraag en hij wordt vooral gesteld door mensen zonder macht. Politici en andere leiders met macht houden zich normaal gesproken namelijk verre van dit soort vragen. Want zij willen liever zelf de regie houden. En de groten onder hen ambieren bijna vanzelfsprekend om vanwege hun grote daden tot in lengte van dagen in de geschiedenisboekjes te worden vermeld en daarmee ‘onsterfelijk’ te worden. Sommige leiders, waaronder verschillende Franse presidenten, hebben in dat kader zelfs monumenten voor zichzelf laten oprichten die qua grandeur niet onderdoen voor de piramides. Door dit type leiders wordt een einde van de geschiedenis evident weggewenst.

Sjiieten en soennieten

Maar er zijn uitzonderingen, ook in onze tijd anno 2012. Zo zegt de president van Iran/Perzie, Mahmoud Ahmadinejad, dat wij aan de vooravond staan van de totale herordening van de wereldorde en dat de apocalyps, het einde van de ‘normale’ geschiedenis aanstaande is. Het gaat in de visie van deze Ahmadinejad dan wel om de sjiietische variant van de islamitische apocalyps, waarbij de wederkomst van Christus wordt voorafgegaan door de komst van de Mahdi, ‘de verborgen imam’. Het woord imam wordt in Nederland vaak vertaald als ‘voorganger’ in een moskee. Een imam is in de sjiietische traditie binnen de islam echter de door Allah geleide geestelijke leider van alle gelovigen en Iran/Perzie is een sjiietisch land. Het belangrijkste verschil tussen de sjiietische en de soennitische islam heeft te maken met de opvolging van de islamstichter Mohammed. De sjiietische traditie stellt dat alleen familieleden van Mohammed de gelovigen kunnen leiden. In de soennitsche traditie kan dat leiderschap aan ieder moslim toevallen.

Het schisma tussen sjiieten en soennieten begon toen de neef en tevens schoonzoon van Mohammed, Ali, in de moskee van Kufa (in het huidige Irak/Babylon) werd vermoord. De sjiieten danken hun naam aan de term ‘sji’atu Ali’: ‘volgers van Ali’. Ali werd beschouwd als de eerste rechtmatige imam na Mohammed. De drie kaliefen die door Ali optraden (Aboe Bakr, Omar en Othman) waren geen familie van de “profeet” en worden door de sjiieten niet als rechtmatige opvolgers erkend. Hetzelfde geldt voor de soennitische kaliefen die later optraden (in achtereenvolgens Damascus, Bagdad, Cairo en Constantinopel (Isranboel)), met als laatste de Turks-Ottomaanse kalief Abdulmmecit II die in 1924 moest aftreden. In dat jaar werd het kalifaat door de seculiere Turkse heerser Mustafa Kemal (‘Ataturk’) opgeheven.

ANTICHRIST

This title occurs only in the first and second epistle of John, namely in 1 John 2:18,22; 4:3 and 2 John 7. The preposition anti means primarily ‘over against’ and contains the notion of opposition as an equivalent; instead of, for:

  • Matth. 5:38     ‘An eye for an eye’.
  • Matth. 20:28  ‘A ransom for many’.
  • John 1:16         ‘Grace over against grace’ i.e. The grace of the gospel, over against the grace of type and shadow.

‘Antichristos (antichrist), opponent of Christ; that which sets itself in the place of Christ, which appears as Christ in oppostion to Christ, (as distinct from pseudochristos, which means rather, a false hypocritical representative of Christ than an opponent of Him). The many Antichrists must be regarded not only as forerunners of the actual Antichrist, but as attemps to realize it’ (Dr. Bullinger’s Lexicon).

‘Little children, it is the last time: and as ye have heard that the antichrist (ho antichristos in the Received Text) shall come, even now are there many antichrists; whereby we know that it is the last time’ (1 John 2:18).

This passage presuppose that there is to come some individual who shall be THE antichrist, but that he has many forerunners. The peculiar association of the antichrist with ‘the last time’ will be better understood when we survey such expressions.

The Beast of Revelation is connected with politics and world rule rather than with doctrine, although being opposed to the Advent and Reign of the Son of God, he too necessarily denies the Deity of Christ, and His anointing by the Father:

  • ‘Who is a liar but he that denieth that Jesus is the Christ? He is antichrist, that denieth the Father and the Son’ (1 John 2:22).

In 1 John 4:3 we read:

  • ‘Every spirit that confesseth not that Jesus Christ is come in the flesh is not of God: and this is that spirit of antichrist, whereof ye have heard that it should come; and even now already is it in the world’.

Here once again we have stress upon:

  1. The nature of Christ’s person;
  2. The parallel with the many antichrists of 1 John 2:18.

2 John 7 continues in much the same note:

  • ‘For many deceivers are entered into the world, who confess not that Jesus Chrsit is come in the flesh. This is a deceiver and an antichrist’.

Two forms of the Greek verb ‘to come’ are used in these references to the Lord’s ‘coming in the flesh’:

  1. Eleluthota is the perfect – ‘has come’ (1 John 4:2,3)
  2. Erchomenon is the present participle – ‘Is coming’ (2 John 7).

The one denies that He HAS COME in the flesh, the other denies that He WILL COME in the flesh, and both attitudes are essential characteristics of the antichrist.

Oecumenius, a bishop of the tenth century, wrote:

  • ‘He declares antichrist to be already in the world, not corporeally, but by means of those who prepare the way for his coming, of which sort are false apostles, false prophets and heretics’.

Okay, THE Antichrist is spoken of by John in his first epistle. The Beast will be the great world power at the end, the Antichrist will be the great apostate false Messiah.

THE BEAST

Before examining the Scriptures that speak of the antichristian Beast of the Apocalyps, it will be useful to observe that the two Greek words are translated ‘Beast’ in the Revelation, but that they refer to very different objects.

  1. The Beast. (1) Therion, ‘a wild beast’, as in Mark 1:13; Acts 28:4,5. Theriomacheo = ‘to fight with wild beasts’ (1 Cor. 15;32).
  2. The Cherubim. (2) Zoon, ‘a living creature’, used throughout the book of the Revelation of the Cherubim (Rev. 4:6 etc.).

While we are concerned with the beast of the book of the Revelation, we must go back to the book of Daniel for the initial prophecy of this montrous kingdom with which Gentile dominion in the earth is to end. In the first place, the humiliating sickness that fell on Nebuchadnezzar, the first of the kings of this Gentile dominion, was symbolic. As a consequence of his pride and his boasting Nebuchadnezzar was told by Daniel: . . .

  • ‘They shall drive thee from men, and thy dwelling shall be with the beasts of the field, and they shall make thee to eat grass as oxen, and they shall wet thee with the dew of heaven, and seven times shall pass over thee, till thou know that the most High ruleth in the kingdom of men, and giveth it to whomsoever He will’ (Dan. 4:25).

The fact that Daniel does not say ‘seven days’ or ‘seven weeks’ or ‘seven years’ but ‘seven times’, links this experience with the cryptic ‘time, and times, and dividing of time’ of Daniel 7:25. We are prepared to learn that, in the sight of God, Nebuchadnezzar, the head of gold, down to the final product of the feet of iron and clay (Dan. 2), indicate that the kingdoms of this world are like so many wild beast. Such is the pedigree of the beast of the time of the end. We shall find that chapter 4 corresponds with chapter 9, thus: . . .

  • Daniel 4.         The 7 times of madness, symbolical.
  • Daniel 9.         The 70 x 7, and final 7 of Gentile dominion.

[A separate study is devoted to the prophecy of Daniel 9 in former editorials, which should be consulted].

The vision of Daniel recorded in chapter 7 is written in Chaldee (Aramaic or Syriac) and so belongs to the Gentile portion of the prophecy. In the interpretation of the great image in Daniel 2 reference is made to ‘the days of these kings’ (2:44). What we are now to consider is a fuller explanation of the times and character of these kings. The setting up of the kingdom of the Lord, in Daniel 2, is symbolized by the stone becoming a great mountain and filling the earth. In Daniel 7 the prophet describes the investiture of the Son of Man with sovereignty. In Daniel 2 the stone crushes the image to powder; in Daniel 7, the same court that invest the Son of Man with dominion, consigns the beast to the burning flame. These parallels are very evident, but confusion is sometimes introduced by expositors by assuming that Daniel 7 and 2 are co-extensive. It has been taught that we have the same Gentile dominion, but from two points of view, that from man’s point of view it appears as a resplendent image, but in God’s view as a succesion of wild beasts. This, however, is true only with reference to the final phase, as we hope to show presently.

We must remember that in Daniel 7 ( which underlies the prophecy of Revelation 13), Daniel was told:

  • ‘These great beast, which are four, are four kings, which SHALL ARISE out of the earth’ (Dan. 7:17).
  • ‘Each of the first three empires of the second chapter (Babylon, Persia and Greece) was in turn DESTROYED and engulfed by its successors: but the kingdoms of the 7 the chapter all CONTINUED TOGETHER upon the scene, although “the dominion” was with the fourth power (Dan. 7:12). Verse 3 implies that the four beasts came up together, and there is nothing to suggest a series of empires, each destroying its predecessor’ (Sir Robert Anderson, K.C.B.).

The testimony of Daniel 7 is decisive. These four beasts cannot possibly represent the succession described in Daniel 2: . . .

  • ‘As concerning the rest of the beasts, they had their dominion taken away: yet their lives were prolonged for a season and time’ (Dan. 7:12).

It has been assumed by many writers, that the first beast which was ‘like a lion and had eagle’s wings’ refers back to Nebuchadnezzar, but this cannot be, for Daniel received this vision ‘in the first year of Belshazzar’ and the Medes and Persians were already on their way. This beast like a lion is one of four that SHALL ARISE, and so the first series must start with Alexander, the king of Greece. The relationship of the two lines dominion in the image of Daniel 2, and the beast of Daniel 7 can be set out thus: . . .

       Daniel 2.                                                                                               Daniel 7.

These are succesive                                                                       These are contemporary

  1. Head of Gold                                     BABYLON
  2. Breast of Silver.                      MEDO-PERSIA  
  3. Belly and thighs of Brass.                   GREECE   Lion with wings.
  4. Legs of iron.                                               ROME   Bear with three ribs in mouth.
  5. Feet of iron and clay.                           TURKEY  Leopard with wings.
  6. Toes of iron and clay.                         10 KINGS  Monster with horns.

The Prophet’s concern we discover was with the ‘truth of the fourth beast, which was diverse from all the others, exeeding dreadful, whose teeth were of iron, and his nails of brass; which devoured, brake in pieces, and stamped the residue with his feet’ (Dan. 7:19). Had Israel accepted their Messiah, the fourth kingdom (Dan. 2:40) would have been the last of the series, but Israel rejected their Messiah and the image continues to the kingdom of the iron and clay. At the coming of the Lord, He shall break in pieces like a potter’s vessel, the rebellious people at the time of the end, the same words being used in Dan. 2:44, that are employed in Dan. 2:40 and 7:7,19 and 23. We, moreover, learn that Jerusalem shall be trodden down by the Gentiles until the time of the end, and here, in Daniel 7:19 we learn that the fourth beast ‘stamped the residue with his feet’, and in vers 23 ‘he shall tread it down, and break it in pieces’. Daniel makes no attemp in chapter 7 to describe the fourth beast, except to say that is was ‘diverse from all others, exceeding dreadful’. This beast coincides with the last phase of the image of Daniel 2.

At the impact of the stone with the image, we read ‘And in the days of thes kings shall God of heaven set up a kingdom, which shall never be destroyed’ (Dan. 2:44). NoteIN the days of those kings’. There is no space here for any kingdom to be set up before the Millennia reign. ‘The beast’ of Daniel 7 is slain and its body destroyed, and given to the burning flame, and this is  immediately followed by the giving to the Son of Man a ‘dominion, and glory, and a kingdom, that all people, nations, and languages, should serve Him’ (Dan. 7 :14). Again no space for any other kingdom. When we read moreover that the saints would be attacked by the beast: . . .

  • ‘Until the Ancient of days came, and judgement was given to the saints of the most High; and the time came that the saints possessed the kingdom’ (Dan. 7:21,22).

we find ourselves facing the same sequence of the events than is outlined in Revelation 13 to 20, where the monster of Daniel 7 reappears, the war on the saints is waged, and when the Lord returns, the matyred overcomers ‘live and reign with Christ a thousand years’. In neither Daniel 2 and Daniel 7 nor Revelation 13 to 20 is there room for a pre-Millennial kingdom other than the kingdom of the Beast.

It will be remembered that in the great image of Daniel 2 the last kingdom was ‘diverse’ inasmuch as it was composed of clay, whereas the earlier kingdoms were of differing metals. So with the beast that corresponds with the clay period; it is diverse, and is not described as the others are.

There is a peculiarly involved repetition given that may help us to realize that the long, historic foreshadowing, and the brief, prophetic fulfilment are in view:

The fourth beast is said to be ‘diverse’ from the rest.

  • The little horn is said to be ‘diverse’ from the first.
  • The fourth beast destroys three kings.
  • The little horn subdues three kings.
  • The fourth beast has a mouth speaking great things.
  • The little hor n speaks great words against the most High.

The conclusion seems to be that the little horn represents a final concentration of the fourth beast. Now we shall discover from Revelation 13 that this fourth beast concentrates in itself the three that it devours. The three beasts devoured are described as a lion with eagle’s wings, a bear, and a leopard having four wings with four heads. The beast described in Revelation 13 is a composite creature, having some of the characteristics of the lion, bear and leopard: . . .

  • ‘And the beast which I saw was like a leopard, and his feet were as the feet of a bear, and his mouth as the mouth of a lion’ (Rev. 13:2).
  • ‘Having seven heads and ten horns’ (Rev. 13:1).

Even the seven heads are to be found in Daniel 7; three of the beast were single headed, while one had four heads, making a total of seven. The mouth speaking blasphemy is to be found in Revelation (see: 13:5). Moreover the length of time that the little horn continues his blasphemy in Daniel 7:25 is said to be ‘a time, times, and the dividing of time’ which is exactly the period of the beast in Revelation 13 – ‘forty and two months’.

Let us now turn to Revelation 13, and consider more carefully the record of this final antichristian beast. The Revised Version places the opening of chapter 13 at the close of chapter 12, and follows the critical Greek texts by reading ‘and he stood upon the sand of the sea’, instead of the Authorized Version reading ‘I stood’. Before attempting to analyse the intricate details of this chapter it will be necessary to look at it as a whole. It is divided into two parts closely related:

  1. Verses  1-10   speak of the beast that arises from the sea.
  2. Verses 11-18  speak of the beast that arises from the earth.

These two parts run parallel to one another in detail:

A    1-.  And I saw.

B  -1.    A beast rise up out of the sea.

C   2-.  Like unto a leopard etc.

D -2.    His authority. Satanic.

E   3.    The deadly wound healed.

F   7.     War with the saints.

G  9,10   a   ‘Let him hear’.

b   ‘Here is patience’.

A.   11-.    An I saw.

B   -11-.    Another beast rise up out of the earth.

C    -11.    Like a lamb.

D     12-.   His authority.  The first beast.

E    -12-15-.   The  deadly wound healed; the image worshipped.

F    -15,17.      Death for those who worship not.

G     18.            b    ‘Here is wisdom’.

 a    ‘Let him count’.

Those who have read Dr. Bullinger’s Apocalypse will have no difficulty in tracing the origin of this structure. We have altered it in few minor details only. It will help us to observe these several features more closely. The first beast rises out of the sea, called up by the devil who stood upon the sand of the sea. The sea out of which the Beast ascends is evidently the same as seen by Daniel in the vision recorded in chapter 7 of his book.

  • ‘I saw in my vision by night, and, behold, the four winds . . . strove upon the great sea. And four great beasts came up from the sea diverse one from another’ (Dan. 7:2,3).

In Revelation 13 one beast arises out from the sea. When the interpretation of this vision is given to Daniel we read: . . .

  • ‘These great beasts, which are four, are four kings, which shall arise out of the EARTH’ (Dan. 7:17).

The ‘great sea’ of the vision can be interpreted of the ‘earth’. This is strange if the lieral Mediterranean is intended, but if ‘peoples and nations’ are symbolized here as in other places, the difficulty vanished. Daniel next describes these beasts: the first was like a lion and had eagle’s wings; the second was like a bear; the third was like a leopard with four wings and four heads; the fourth was indescribable, it was dreadful and terrible and strong exceedingly, it devoured and broke in pieces the other three beast, it was diverse from the others and had ten horns. John in Revelation 13 sees only one beast, but immediately we begin to read its description we realize that he saw the nondescript beast which is the object of Daniel’s inquiry in Daniel 7:19-22, and is here found with all their characteristics merged into one huge combination of Satanic power: . . .

  • ‘And the beast which I saw was like unto a leopard (third beast), and his feet were as the feet of a bear (second beast), and his mouth as the mouth of a lion (first beast)’ (Rev. 13:2).

Both are said to have ten horns. Attention is drawn to the leopard having four heads, while the nondescript beast of Revelation 13 has seven. The difference is accounted for simply by seeing that the other two are added to his own and the leopard’s four. These earlier beast are kings, each having some special feature represented by the lion, bear, or leopard. The beast of Revelation 13 will be a combination of all these and more.

There is to be observed here a similarity to the final phase of the same Gentile dominion as represented by the great image of Nebuchadnezzar’s dream. While successive monarchies are positively intended by the various metals (for Daniel thus interprets the parts), nevertheless, when the stone which is Christ’s kingdom strikes the feet of the image (gold, silver, brass, iron and clay) is smashed at the same time, indicating that at the time of the end Gentile misrule will be concentrated in one awful monster energized by the devil, and Babylon will be its seat of goverment. The power, the throne and the great authority of the beast will be those received from Satan. These are given to the beast in exchange for the greatest thing that Satan covets – WORLD WORSHIP.

Think of the temptation of Christ in the wilderness. Satan there shows Christ all the kingdoms of the world and the glory of them, and says, ‘All these things will I give Thee, if Thou wilt fall down and worship me’. What a tragedy! How art thou fallen, Lucifer, son of the morning!

One of the heads of the beast was wounded, or ‘slain to death’, and the deadly wound was healed. The travesty of the resurrection of Christs causes all the world to wonder after the beast, and to worship the dragon. The inner thought of the people is expressed by the words, ‘who is like unto the beast, who is able to make war with him?’. Atomic warfare and guided missiles have already lifted world warfare into an entirely new …! If the beast come into possesion of some weapon or power that will outmode or paralyse the atomic bomb, the world will cry ‘who is able to make war with him?’ and succumb.

Satan is the prince of the power of the air. Daniel 10 lifts the veil and shows that he has his own angelic embassies at the court of kings. The beast who exalts himself above every god, will ‘honour the God OF MUNITIONS (margin Dan. 11:38), even a god whom his fathers kwew not’.

There are indications that the beast will be small and obscure in its origin, but this will matter nothing then. Daniel sees among the ten horns another little horn, which emulates the beast that carries it by plucking up three of the horns by the toots, as the beast had devoured the three beasts before it: . . .

  • ‘The fourth beast shall be the fouth kingdom upon earth … and the ten horns out of this kingdom are ten kings that shall arise: and another shall rise after them; and he shall be diverse from the first, and he shall subdue three kings. And he shall speak great words against the most High, and shall wear out the saints of the most High, and think to change times and laws: and they shall be given into his hand until a time and times and the dividing of time’ (Dan. 7:23-25).

The parallel in Revelation 13 is remarkable: . . .

  • ‘And there was given unto him a mouth speaking great things and blasphemies; and power was given unto him to continue forty and two months … to make war with the saints, and to overcome them’ (13:5-7).

In the light of Daniel 7 we realize that the interest passes from the beast as a whole to ‘the horn that shall arise’. The second beast, who is called the false prophet (19:20), leads the world to worship the first beast whose deadly wound was healed. This beast has power to perform miracles, he makes fire come down from heaven, and deceives them that dwell on the earth by means of those miracles which he had power to do in the sight of the beast. An imago to the beast is made, and life is given to it so that the image speaks, all who refuse to worship the beast are ordered to be killed. Who that reads these words does not think of the image in the plain of Dura, the dulcimers and the sackbut and all kinds of music, the command, ‘whoso falleth not down and worshippeth shall the same hour be cast into the midst of a burning fiery furnace’. We remember the noble answer of Shadrach, Mehach, and Abednego:

  • ‘O Nebuchadnezzar, we are not careful to answer thee in this matter. If it be so , our God whom we serve is able to deliver us from the burning fiery furnace, and He will deliver us out of thine hand, O king. BUT IF NOT (what a marvellous lack of wordly wisdom! What a ruthless lack of compromise! but if not), be it known unto thee, O king, that we will not serve thy gods, nor worship the golden image which thou hast set up’ (Dan. 3:16-18).

The glorious testimony of these three, together with the equally glorious witness presently of Daniel himself under a similar tria (6:1-28), while being historic fact concerned personally with the four men named, is placed in the prophecy, illustrating for us more plainly than any vision could portray the days of the beast and the false prophet, and the sterling testimony of those who:

  • overcame him by (because of) the blood of the Lamb, and by (because of) the word of their testimony; and they loved not their lives unto the death’ (Rev. 12:11).

As Nebuchadnezzar testified that one like unto the son of God walked with the faithful three in the furnace, so angelic fellowship will be granted to those who are fathful even unto death. Those who will not worship the beast will be put to death; the refusal of the mark, the name, or the number will be punished by hunger and ostracism, a living death. We must first bring together in some sort of order the references to this name, mark and number, and observe anything that will lead us on in the understanding of the problem.

The Mark

  • ‘And he causeth all, even the small and the great, and the rich and the poor, and the free and the bond, to receive a mark on their right hands, op upon their foreheads, that no man should be able to buy or sell except he who had the mark‘ (Rev. 13:16,17 author’s translation).
  • ‘If any one worshippeth the beast and his image, and receiveth his mark on his forehead, or on his hand, even he shall drink of the wine of God’s fury’ (Rev. 14:9,10 author’s translation).
  • ‘And there broke out a noisome and grievous sore upon the men who had the mark of the beast‘ (Rev. 16:2 author’s translation).
  • ‘The miracles … with which he had deceived them that had received the mark of the beast‘ (Rev. 19:20 author’s translation).
  • ‘And whosoever did not worship the beast … and did not receive the mark on their foreheads and on their hands, both lived and reigned with Christ a thousand years’ (Rev. 20:4 author’s translation).

The Mark of his Name

  • ‘They have no rest day nor night … whosoever receiveth the mark of his name’ (14:11).

The Name

  • ‘That no one should be able to buy or sell except he who has the mark, or the name of the beast‘ (13:17 author’s translation).

The number of his Name

  • ‘That no one should be able to buy or sell except he who has … the number of his name’ (13:17 author’s translation).
  • ‘Those who had gotten the victory … from the number of his name‘ (15:2 author’s translation).

It will be seen that while the mark and the name are spoken of separately, both expressions ‘the mark of his name’ and ‘the number of his name’ point to the fact that in both cases it is the NAME that is significant. Before going further into ‘the number of his name’ we shall learn a little by contrast from emphasis laid in this book upon the name of the Lord and the application  of that name to the believers of the period:

The name (the Lord Himself) 

  • ‘Hast not denied My name’ (Rev. 3:8).
  • ‘He had a name written, that no man knew’ (19:12).
  • ‘His name is called The Word of God’ (19:13).
  • ‘On His thigh a name written, KING OF KINGS, AND LORD OF LORDS‘ (19:16).

The second reference demands a moment’s consideration before proceeding. The Vatican MS. reads in 19:12, ‘many diadems having written, and a name written, which no one knows exept Himself’. This gives us our first contrast:

  1. The Beast – ‘Upon his horns ten diadems, and upon his heads the names of blasphemy’ (13:1 as GK).
  2. Christ – ‘Upon His head many diadems having a name written’ (19:12 as GK).

Surely it is patent to all that the name written on the many diadems of Christ will be the exact contrast to those blasphemous names written on the heads of the beast. If ‘blasphemy’ sums up the seven names of the beast, the words ‘holiness to the Lord’ will sum up the names on the diadems of ‘the King-Priest’ of God. Another name, written on the thigh of the coming Christ, is ‘King of kings, and Lord of lords‘. This name is in direct contrast to Gentile domination. Daniel uses the words in his interpretation  to Nebuchadnezzar of the head of gold, ‘Thou, O king, art a king of kings … ruler over them all’ (Dan. 2:37,38), and we meet it again in Revelation 17:18, ‘and the woman (supported by the beast) … is that great city, which reigneth over the KINGS of the earth’.

The Name (the believers)

  • ‘Him that overcometh will I make a pillar in the temple of my God … and I will write upon him the name of my God, and … My new name’ (3:12).
  • ‘A 144.000, having His name, and the name of His Father, written on their foreheads’ (14:1 R.V.).
  • ‘And they shall see His face; and His name shall be in (on) their foreheads’ (22:4).

Here is a most evident contrast with the devotees of the Beast. The world at that time will be divided into two classes, the huge majority, those that receive the mark of the beast; the persecuted minority, those that deny not the name of the Lord, and who receive the name of the Lamb on their forheads. Here we must examine a second contrast which is instructive.

  1. The Beast – The name of the BEAST upon the foreheads of those that dwell on the earth.
  2. Christ – The name of the LAMB upon the foreheads of the 144.000.

Christ in His twofold character in this book is the Lamb and Lion. The beast in his composite character is a combination of Leopard, Bear and Lion. The Lion in both represents kingship, and this is common to both (see quotation from Dan. 2 above). The Lamb is the Redeemer, the Leopard and the Bear the Destroyer. Some are marked with the name of the Redeemer, others are numbered among those that destroy the earth; the former in harmony with that name are ‘redeemed’ from among men (14:4), the latter in harmony with their mark are ‘destroyed’ (11:18).

We now look at the ‘number of his name’. As we have received help by placing Christ in contrast with the Beast, we will continue to do so as we examine this number. The reader is probably aware that both the Hebrew and the Greek alphabets serve for both letters and numbers. The name ‘Jesus’ in Greek characters is written IESOUS. The numerical value of each letter in order is 10, 8,  200,  70 , 400, 200, which, added together, give 888 the great contrast to the number of the Beast, which is 666. In the same way Lord (Kurios) = 800. We have already had occasion to refer to the typical chararter of Daniel and the three friends. It is highly significant that their Hebrew names give the very same number as the name Jesus!

  • Daniel 95
  • Hananiah 120
  • Mishael 381
  • Azariah 292    Total 888.

Without pursuing this feature further we feel that in this recognition of the lordship of ‘Jesus’, and the absolute refusal to bow down and worship the image of the beast, the contrast with the number and the name of the beast is manifested, and by the contrast his character is brought to light.

We have already seen that the fourth kingdom in the image of Daniel 2, could have been the last of the series and the recognition of this same principle solves the vexed question as to whether John the Baptist was or was not Elijah (Mark 9:12,13;Matt. 11:14;Luke 1:17).

John was Elias, IF … ! Rome would have been the beast of Revelation 13, IF … ! – the ‘if ‘ here envisages the repentance of Israel. Israel, however, did not repent, and the nation was set aside; so Rome was not the beast and John the Baptist was not Elijah. When the Lord Jesus commenced His ministry He could say ‘THE TIME is fulfilled, the kingdom of God is at hand, repent and believe the gospel’ (Mark 1:15). Had Israel repented (we speak after the manner of men) there must have been at hand all material ready for the final sphere of Gentile dominion. Surely the times that could produce a Herod (Acts 12, note carefully his end) could produce the Antichrist! surely the age that could see the rise of a Nero could produce the Beast!

One of the objections to Rome is that it never really held possesion of Babylon. This is not by any means a difficulty, neither is it a valid objection. Jerusalem not Babylon, is the Key. Babylon, Medo-Persia, Greece, Rome, each turn held JERUSALEM, and that fact constituted it the succesor in Gentile dominion. Rome it was that compelled the mother of Christ to travel to Bethlehem. Rome’s penny it was that was shown to the Lord, Rome it was that crucified Christ, Rome’s soldiers that guarded His tomb, Rome itself was the final place of appeal of the apostle Paul. Upon the failure of Israel the prophetic Image of Daniel, together with the kingdom of heaven (Matt. 13), enter into mystery. The first three dynasties are named, Babylon, Persia, Greece, the rest remained unnamed. Rome succeeded to the domination of Jerusalem, and after Rome came the Turk. This lasted until the taking of Jerusalem by General Allenby on the eve of Hanukah 9 December 1917.

The decision of U.N.O. in 1949 to place Jerusalem under international control is a continuance of this essential feature and links the present grouping of the nations of the world with the subdivision of the Image into the two feet and the ten toes at the time of the end. This attempt to dominate Jerusalem will, as Zechariah 12:2,3 indicates, precipitate the great conflict at the end.

Jerusalem is the index, and whichever Gentile power rules is placed in the Image of Daniel 2 (Luke 21:24).

[Even when Israel was given nationality in 1948, the nation did not control Jerusalem, so the times of the Gentiles were still existing then. Some claim that Israel now has complete control of the city, but we cannot dogmatize on this. If it is true, then the times of the Gentiles are completed, and the time is running out to the final highly patterned activity, the three Sevens (weeks).

Apart from the computation of the number of the name, we can learn something more concerning the character of this final phase by the occurrence of the number elsewhere and its significance. Take for example the revenue of Solomon in one year (1 Kings 10:14), viz. 666 talents of gold. Surely we can see something more than a hint in this that one of the gods of Gentile dominion will be Mammon:

  • ‘The merchandise of gold, and silver, and precious stones, and of pearls, and fine linen, and purple, and silk, and scarlet, and all thyine wood, etc.’ (Rev. 18:12,13).

From the battle of Actium (31 B.C.) to the Saracen conquest (A.D. 636) the period of Rome’s domination of Jerusalem is 666 years. Again, we still speak of 360 degrees of the circle, of 60 minutes, and of 60 seconds. This is a survival of the Assyrian system of reckoning, which has 6 as its main factor. Stangely enough Rome’s numerals, which we still use on our clocks dials, inscriptions, etc., are 6 in number, I. V. X. L. C. D. and their numerical value is 666. 6 is the number of man. Man was created on the sixth day: for 6 years Athaliah usurped the throne of David (2 Kings 11; 2 Cron. 23), and 6 words are used for man in the Bible. Goliath, one of the many foreshadowings of the Beast, was 6 cubits high, had 6 pieces of armour, his spear’s head weighed 600 shekels. Nebuchadnezzar’s image which he set up was 60 cubits high and 6 cubits broad, introduced by 6 instruments of music. Dr. Bullinger tells us that the Gematria of the Hebrew words of Daniel 3:1, which describe the setting up of the image, is 4.662, the factors of which are 7 x 666. [see also: ‘TEMPLE at the CENTER OF TIME page 271 – David Flynn].

Further, we should not use the word ‘antichrist’ when speaking of the Beast of Revelation 13. The word does not occur in the Revelation. The Antichrist is spoken of by John in his first epistle. The Beast will be the great world power at the end, the Antichrist will be the great apostate false Messiah. The Beast of Revelation 13 is not a false Messiah, it is a political power; Nero well foreshadows the Beast, Herod the Antichrist. The Antichrist will sell the people of Israel and help on the time of trouble, he will be a renegade Jew; both Judas the betrayer and the man of Sin are called ‘the son of perdition’. By confusing these two titles (Antichrist and Beast) we are apt to mystify ourselves and misunderstand the Scriptures.

The number of man, the number of the name of the beast, apart from the cryptic reference to the individual himself, tell us that he will be the climax MAN, deified, worshipped, and destroyed with the brightness of the appearing of the Son of God. The first reference to the Beast in the Apocalypse is found in Revelation 11:7 , ‘the beast that ascendeth out of the bottomless pit’. The time periods, ‘forty and two months’ and 1.260 days of Revelation 11:2,3, together with the reading of the court of the temple by the Gentiles, link this opening reference with Revelation 13. The blasphemous activities of the beast pervade Revelation 13 to 17. In chapter 19 he is cast into the lake of fire, and this is followed without interval with the COMING OF CHRIST, and the MILLENIUM, even as the same sequence is found in Daniel 2 and Daniel 7. The only pre-Millennial kingdom spoken of in the Scriptures is the Antichristian kingdom of the Beast!

The Berean Publishing Trust: ‘Prophetic Truth’ – Charles H. Welch

Verreweg de meeste Iraanse moslims behoren tot de stroming van de ‘Twaalvers’ (‘Jafari’ in het Farsi/Perzisch). Zij geloven dat er na Mohammed twaalf ‘rechtmatige’ imams zijn opgetreden (met Ali als de eerste) en dat de laatste imam in de eindtijd zal terugkeren. Die laatste wordt imam Mohammed al-Mahdi (‘de Gids’) genoemd. Deze Mohammed, volgens de overlevering een rechtstreekse afstammeling van zijn beroemde naamgenoot de islamstichter, verdween in 874 in het Iraanse plaatsje Jamkaram op mysterieuze wijze in een waterput. De beoogde moslimleider was toen pas vijf jaar oud en werd niet teruggevonden.

De soennieten denken dat de Mahdi in de toekomst op aarde zal verschijnen. De Twaalvers beweren dat hij niet dood is maar sinds zijn verdwijning in het verborgene, in ‘occulte staat’, op aarde heeft doorgeleefd. Op een zekere dag, als de wereld in een staat van volstrekte chaos verkeert, zal hij als volwassen man terugkeren om samen met Jezus Christus (in de islam een erkend profeet, maar met een lagere status dan islamstichter Mohammed) de wereld van alle kwaad te zuiveren. Samen zullen zij oorlog voeren tegen de Dajjal, de antichrist, die over een Joods leger van zeventigduizend man zal beschikken. In die dagen zal een derde van de wereldbevolking door de Mahdi worden omgebracht en een derde door ziekte en ontberingen omkomen. De overige mensen zijn mohammedanen of zullen zich tot de islam bekeren. Een islamitische bron daarover:

“Als de mensen zouden weten wat de Mahdi gaat doen, zal het merendeel van hen hem zeer zeker niet willen zien. Want hij zal tallozen doden. En velen zullen zeggen dat hij niet van de familie van (islamstichter) Mohammed kan zijn. Als dat namelijk wel het geval was, zou hij mededogen met mensen hebben.” 

Tekenen van de Mahdi

Mahmoud Ahmadinejad denkt dat hij en zijn land in de islamitische apocalyps een hoofdrol kunnen vervullen. Dat blijkt onder andere uit zijn toespraken, ook die in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waarin hij naar de komst van de Mahdi verwijst:

“Binnenkort zal de wereldgemeenschap worden vervuld met gerechtigheid, vriendschap, broederschap en welvaart. Die gemeenschap zal het pad van schoonheid en liefde betreden onder leiding van het rechtvaardige en perfecte menselijk wezen: de Ene, die door alle goddelijke profeten werd aangekondigd, de Ene, die de waarachtige liefhebber van de mensheid is. Dat is een gemeenschap die vrij is van iedere angst, wanhoop en ontbering. Dat is een gemeenschap die binnenkort de onze zal zijn. Die gemeenschap, die beloofd werd door de grote goddelijke profeten Noach, Abraham, Mozes, Jezus Christus en Mohammed (vrede zij met hem), staat op het punt zich te materialiseren. Laat ons land in hand de geestelijke strijd aanbinden met het kwaad en met de minderheid van hen die het slechte wensen. Laat ons gezamelijk steun verlenen aan het goede en aan de meerderheid van de mensen die goed zijn, en aan de verpersoonlijking van het goede: dat is de Tijdloze Imam. Dat is de aangekondigde uitverkorene, die samen met Jezus Christus zal verschijnen, die de rechtvaardige en humanistische mechanismes zal implemeteren voor constructieve relaties tussen naties en regeringen.”

Wat dat betreft ziet de Iraanse leider dus wel degelijk een vorm van regie voor hemzelf weggelegd en ziet hij zichzelf kennelijk in een soort Johannes de Doper-rol, als wegbereider.

Maar hij heeft op het ‘Mahdi-dossier’ ook praktisch gehandeld. Toen Ahmadinejad nog burgemeerster van Teheran was, heeft hij een speciale weg laten aanleggen tussen Jamkaram en de Iraanse hoofdstad, zodat de Mahdi op passende wijze door het Iraanse volk zou kunnen worden ingehaald. Eenmaal president van Iran (2004) gaf Ahmadinejad opdracht de moskee van Jamkaram, gebouwd op de plaats van de waterput van de verdwenen imam, te restaureren.

Het jaar daarop verklaarde de president het bevorderen van de terugkeer van de verdwenen imam als de belangrijkste missie van de Islamitische Republiek. In dat verband is de veronderstelling gerechtvaardigd dat Ahmadinejad er niet voor zal terugdeinzen de voor de messiaanse terugkeer benodigde chaos te veroorzaken, zelfs als dat Iran in een totale oorlog stort.

Om te voorkomen dat de rationeel ingestelde lezer hier afhaakt: de tot doctor gepromoveerde ingenieur Ahmadinejad is geen idioot. Hij is zeker gevaarlijk, maar geen gevaarlijke gek, zoals veel ontkenners van onplezierige realiteiten ons willen laten denken. Een gek kan men behandelen, een gevaarlijke gedrevene niet. Een gek is niet rationeel, een gevaarlijke gedrevene wel. Hitler werd in de jaren dertig als een gevaarlijke gek afgedaan, waarmee hij ernstig werd onderschat. Het is daarom zaak deze Ahmadinejad niet te onderschatten. Want nogmaals: hij is geen idioot, hij volgt vasthoudend en intelligent een idiologische en religieuze agenda die aansluit op de actuele ontwikkelingen in de wereld. Bovendien is hij lid van een ideologische en theologische school die al vele eeuwen vol verwachting naar dit moment heeft toegeleeft. Ahmadinejads religieuze opvattingen sluiten, zoals gezegd, aan op de turbulente ontwikkelingen van nu in de wereld. Daarin is sprake van chaos. En chaos is de voorloper van de Apocalyps – in die van de moslims, maar ook in die van de Joden en de christenen. De mohammedaanse apocalyptische verwachtingen sluiten trouwens ook in andere opzichten aan op de Joodse en christelijke eschatologie (leer der laatste dingen).

Vernietiging Israel noodzakelijk

Dat de Joodse staat van de kaart moet en ook zal worden geveegd, werd dertig jaar geleden al door ayatollah Khomeini verkondigd. Maar pas sinds het aantreden van Ahmadinejad, in 2004, wordt de ondergang van Israel officieel en expliciet door Teheran in een apocalyptische context geplaatst. De venietiging van Israel is daarin een essentiele voorwaarde voor de islamitische verlossing van de wereld.

Het Israelische leiderschap gelooft dat het Iraanse leiderschap serieus is als het gaat om de vernietiging van Israel. Om die reden zal Israel tegen elke prijs willen voorkomen dat Iran over kernwapens zal kunnen beschikken. De veel gehoorde redenen dat Iran Israel ‘heus’ niet zal aanvallen, omdat dat land al over kernwapens beschikt en dus kan terug slaan, gaat niet op. De klassieke afschrikkingsmechanismes werken immers niet in het geval van Iran. Tijdens de Koude Oorlog vond geen rechtstreekse confrontatie plaats tussen de NAVO en het Warschaupact omdat beide partijen in staat waren een aanvaal van de ander vernietigend te beantwoorden. Nationale zelfmoord was in Moskou en Washington geen optie. Maar in Iran heerst de opvatting dat sterven voor Allah de weg naar het paradijs opent. En wie tienduizenden van zijn eigen kinderen tijdens de oorlog tussen Irak en Iran (1980-1988) met een plastic sleuteltje de mijnenvelden instuurt is ook in staat enkele steden op te offeren. Iraanse leiders hebben trouwens al laten weten dat slecht één kernbom op Israel dat land zal kunnen vernietigen, terwijl Iran naar hun inschatting groot genoeg is om een Israelische nucleaire tegenaanval te kunnen overleven. Bij dat alles moet men in het Avondland van het Westen [reeds verloren aan de islam] in ogenschouw nemen dat de Iraanse dreiging niet alleen tegen de Joodse staat gericht is. Het begint slechts met Israel. Maar Ahmadinejads ‘Mahdi’ heeft het op de gehele westerse beschaving voorzien.

THE EVE OF THE MILLENNIUM . . .

The intense desire for peace on earth and good will toward menwhich is one of the deepest yearnings of the individual, but which is so regularly frustrated by the clash of national interests, leads the mind of the believer to dwell on such a passage as Isaiah 2:4 with great joy, but seems to have made turn a blind eye to such a passage as Joel 3:9,10. let us place them together and consider their import: . . .

  • ‘They shall beat their swords into plowshares, and their spears into pruninghooks: nation shall not lift up sword against nation, neither shall they learn war any more’ (Isa. 2:4).
  • ‘Proclaim ye this among the Gentiles; Prepare war, wake up the mighty men, let all the men of war draw near; let them com up: Beat your plowshares into swords, and your pruninghooks into spears’ (Joel 3:9,10).

The passing from Isaiah speaks of the Millennial day, when the mountain of the Lord’s house shall be established in the top of the mountains, but the passage in Joel deals with days that precede ‘the great and terrible day of the Lord’ (Joel 2:31). In both Joel 2:30,31 and 3:15 the sun shall be turned into darkness, showing that both chapters deal with the same period, namely the very eve of the Millenium. The special feature that calls for fuller considerations is this. The call to beat plowshares into swords, suggest that before this there had been a mock millennium, where the nations of the earth either by intimidation or deception, or both, had beaten their swords into plowshares, and concluded that war had ceased in the earth for ever. Many of those who read these lines have lived through the periods of war that were to ‘end wars’. They have heard of conferences for disarmament and hoped that they would succeed. Such yearnings are natural and right, but they may be ill-timed and, if so, doomed to failure.

Two words sum up the conditions aimed at, ‘Peace an Safety‘. Yet we read that at the very time that the day of the Lord comes as a thief in the night, sudden destruction overtakes those whose slogan will be these very words, ‘Peace and Safety‘, and they shall not escape (1 Thess. 5:2,3). This ‘Peace and Safety’ is therefore spurious, it is not of God, therefore it must be the false travesty of the Devil, there is no alternative. A false peace can destroy: . . .

  • ‘And through his policy also he shall cause craft to prosper in his hand; and he shall magnify himself in his heart, and by peace shall destroy many: he shall also stand up against the Prince of princes; but he shall be broken without hand (Dan. 8:25).

At the rise of the world’s last dictator (Rev. 13) war will temporarily cease, not because of the conversion of all mankind by grace, but the paralysis of all nations by fear: . . .

  • ‘Who is like the beast? who is able to make war with him?’ (Rev. 13:4).

The figure ‘beating swords into plowshares‘ indicates a turn over to more peaceful employment of labour and resources, which, for a time at least, will bring prosperity, ‘Peace and Safety‘. It should be remembered that the chief aim of Satan is to dethrone the Son of God. He, Satan, must deplore that crime and degradation ever follow his efforts to rule this world. If he could have a Millennium without Christ it would suit his aim completely.

After six thousand years of blood and misery, Satan will appear to have attained his goal, but the record reveals its utter failure, it lasts ‘one hour’ (Rev. 17:12;18:10;17,19). Some light upon the extraordinary prosperity that shall characterize this pre-millennial travesty of Satan, is found in the description of Babylon’s merchandise: . . .

  • ‘The merchandise of gold, and silver, and precious stones, and of pearls, and fine linen, and purple, and silk, and scarlet, and all thyine wood, and all manner vessels of ivory, and all manner vessels of most precious wood, and of brass, and iron, and marble, and cinnamon, and odours, and ointments, and frankincense, and wine, and oil, and fine flour, and wheat, and beast, and sheep, and horses, and chariots, and slaves (Gk. bodies), and souls of men (Rev. 18:12,13).

Here is a luxury trade, mingled with provisions for idolatrous practices giving prominence to ‘costliness’ (Rev. 18:19), and including not only costly goods but ‘the bodies and souls of men’. A Pre-Millennial Kingdom in the absence of Christ is the dream and the goal of the Enemy of Truth. For a brief period he will obtain a superficial semblance to that goal, and then will himself be brought to an ignominious end ‘and never be any more’ (Ezek. 28:19).

Satan did not hesitate to attempt a bargain with the Son of God (Matth. 4:9) and what He, the Blessed One, refused, will prove the bait to cath the Man of Sin (John 5:43). As a travesty of the mystery of godliness wherein ‘God was manifest in the flesh’ this Son if Perdition will oppose and exalt himself above all that is called God, or that is worshipped; ‘o that he as God sitteth in the temple of God, showing himself that he is God’ (2 Thess. 2:4). To the end his activities are in the realm of religion and worship, but he, Satan, cannot prevent the crimes that are concomitant.

Worship, not wickedness, is ever in the mind of Satan. Preposterous as it sounds, ‘all the kingdoms of the world and the glory of them’ were offered to the Son of God for ONE ACT OF WORSHIP (Matth. 4:9), so much does Satan seek it. The immediate effect of the rise of the Beast of Revelation 13 is the temporary attainment of this very same end: . . .

  • ‘And they worshipped the dragon which gave power unto the beast: and they worshipped the Beast … and causeth the earth and them which dwell therein to worship the first beast, whose deadly wound was healed … as many as would not worship the image of the beast should be killed’ (Rev. 13:4,12,15).

Here is the kingdom and worship which is universal, ‘all that dwell on the earth’. It will bring ‘Peace and Safety‘ and a standard of living that can only be described as luxurious. War will have ceased. Swords will have been beaten into plowshares, so that at the end war is again ‘prepared’ or as the word is literally ‘sanctified’ (Joel 3:9 margin), the nations of the earth who have lived in this Pre-Millennial travesty of the Truth, will have to start all over again to ‘beat’ their ‘plowshares into swords’.

  • ‘Let the heathen be wakened, and come up to the valley of Jehoshaphat: for there will I sit to judge all the heathen round about.’ (Joel 3:12).

The reference in Joel 3 to the valley of Jehooshaphat (3:12) turns us back to a typical incident in Israel’s history as recorded in 2 Chronicles 20. Moab, Ammon and others came against Jehoshaphat to battle. Jehoshaphat, all Judah with their little ones, their wives and their children stood before the Lord in prayer. In answer to their petition a message was sent to them: . . .

  • ‘Be not afraid nor dismayed by reason of this great multitude; for the battle is not yours but God’s’ (2 Chron. 20:15).

There was no need to fight that battle, all that the people had to do was to set themselves or take their stations, stand still and see the salvation of the Lord:

  • ‘So the realm of Jehoshaphat was quited: for his God gave him rest round about’ (2 Chron. 20:30).

Jehoshaphat, like David, Solomon and the best men, was in himself a failure (see: 2 Chron. 20:31-37) but the type still holds. Just as Edom said concerning Jerusalem …

  • ‘Rase it, rase it, even to the foundation thereof’ (Psa. 137:7) . . .

so will the nations at the time of the end. The presence of Israel in the Devil’s millennium will prove a great disturbance to the false peace that for the time obtains  and so all nations will gathered against Jerusalem to battle, as in the day of Jehoshaphat, so they will gather again: . . .

  • ‘Then shall the LORD go forth, and fight against those nations, as when He fought in the day of battle. And His feet shall stand in that day upon the mount of Olives’ (Zech. 14:3,4).

It is this war upon Jerusalem and Israel, that necessitates beating plowshares back again to swords, and which ends with the judgment of all the heathen in the ‘valley of decision‘. In that day ‘Egypt shall be a desolation, and Edom shall be a desolate wildernis, for the violence against the children of Judah … but Judah shall DWELL FOR EVER, and Jerusalem from generation to generation. For I will cleans their blood that I have not cleansed: even I the LORD that dwelleth in Zion’ (Joel 3:18-21). Here is proof that at  the selfsame time that Israel are restored (Joel 3:1) the nations will be gathered unto this valley of Jehoshaphat (Joel 3:2), that at the selfsame time when Judah and Jerusalem are safe for ever, Egypt shall be a desolation. Yet after all this, Isaiah declares that: . . .

  • ‘In that day shall Israel be the third with Egypt and with Assyria, even a blessing in the midst of the land: whom the LORD of Hosts shall bless, saying, Blessed be Egypt My people, and Assyria the work My hands, and Israel Mine inheritance (Isa. 19:24,25).

It is an axiom of all rational thought that ‘a thing cannot BE, and NOT BE at the same time’. ‘In that day‘ includes too many oppsite events to allow us to think of the Millennium as a period of unsullied glory and perfect peace from the beginning of the thousand years to the end. What does fit all that is said, is that Israel will be a nation ‘born at once’ (Isa. 66:8), whereas gross darkness will still envelop most of the nations. Nevertheless, light and truth shall radiate from Zion as a blessed centre, until at last the knowledge of the Lord shall cover the earth as the waters cover the sea. God’s ordination at the beginning was that ‘the evening and the morning’ should constitute a day. A thousand years in His sight are like a day that is past, and the Millennial day may conform to the same pattern.

The Millennial reign begins with an evening‘. When the Lord comes the second time to inaugurate that reign, He comes to MAKE WAR at the first: . . .

  • ‘And I saw heaven opened, and behold a white horse; and he that sat upon him was called Faithful and True, and in righteousness he doth judge and make war’ (Rev. 19:11).

There is not a word to warrant the idea that at the stroke of the clock, the moment the thousand years commence, all will be peace. The Lord will reign in Zion in the midst of enemies. The nations will learn slowly the law of the Lord from Jerusalem, and only as the thousand years (the day of the Lord) come to their close, and the Day of God succeeds (II Peter 3:5-12), when all delegated authority shall be under the feet of the Son of God, will that kingdom be at lenght perfected and ready for the day of the Age, the goal of all purpose and prophecy, that God may be all in all (I Cor.15:28).

It is right for us to look eagerly for that blessed consummation, but it is also right to be on guard, lest overeagerness should lay us open to the deception of the Devil, and we be found pointing the Lord’s people to a travesty of truth, with all its accompanying misery and disillusionment. We make no claim to a complete understanding of the teaching of prophecy, but wat we do claim to have done is to insist that all that is written, and not selected passages, is the only safe foundation upon which to build, whether for our individual salvation, or for a true appreciation of the Milllennial reign or of the ultimate goal of the ages. 

The Berean Publishing Trust: ‘Prophetic Truth’ – Charles H. Welch – www.bereanonline.org

Resumerend

De twee heilshistorische begrippen, Israel en Jeruzalem, die na bijna tweeduizend jaar naar de woorden van de profetie weer duidelijk blijkend in het Midden-Oosten aanwezig zijn, staan ook garant voor de wederkomst van Jezus Messias en het door de profeten aangekondigde Messiaanse rijk. Een aantal mathematische feiten zijn opgesomd en staan  onomstotelijk vast. Een travestie van ‘vrede en geen gevaar’ in een pre-millennium is in de maak, geregisseerd door de Vorst der duisternis, Satan! Alle nodige bestanddelen daarvoor zijn reeds aanwezig in de strijd om Jeruzalem en het bijbelse hartland van Judea en Samaria in geopolitiek van de grootmachten in het Midden-Oosten.

  • ‘En ik zag en zie, een wit paard, en hij die erop zat, had een boog. En hem was een kroon gegeven en hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen’ (Openb. 6:2).
  • ‘Want wanneer zij zullen zeggen: Er is vrede en veiligheid, dan zal een onverwacht verderf hun overkomen, zoals de barensweeen een zwangere vrouw, en zij zullen het beslist niet ontvluchten’ (I Thess. 5:3)

Heeft Jezus Messias al niet gewaarschuwd voor degene die in zijn eigen naam komt? (Joh. 5:43). In die zin wordt het rekenen ook weer actueel en spreekt het Apocalyptische boek ‘de Openbaring van Jezus Messias’ zelfs van een mogelijkheid om ‘het getal van het beest te berekenen’, want het is een getal van een mens, en zijn getal is zeshonderd zesenzestig (Openb. 13:18).

De gedachte dat volgens de Joodse traditie het oordeel over de mens verzegeld wordt aan het eind van Jom Kippoer, geeft alle reden om de najaars Feesten van Israel de komende jaren in het vizier te houden, met het oog op een passage uit het profeten boek Joel . . .

  • ‘Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende’ (Joel 2:30,31).
  • ‘Zon en maan worden in het zwart gehuld en de sterren hebben hun schijnsel ingetrokken’ (Joel 3:15).

In het licht hiervan is een komende ‘tetrad’, een viertal bloed rode manen en zonsverduisteringen in 2014 en 2015 op Pesach en Soekot veelzeggend; als ook de Jom Kippoer van 2015, waar gerekent vanaf de hereniging van Oost en West Jeruzalem op 7 juni 1967, dus  na de 7x 7 [49×360 dagen] (sabbatsjaren) weken op 23 september 2015 op Jom Kippoer een ‘Jubeljaar’ aanbreekt, en  die bepaalde tijd de ‘Losserakte’ ontzegeld wordt, en de nog 3 openstaande jaar weken hun loop zullen krijgen met de aanvang van de 68e jaar week, waarbij de 3×7 jaren op een totaal van 70 weken (Dan.  9:24) ook de 21 jaar + de 49 jaar naar een geslacht van 70 jaren vol worden gemaakt . . .

  • ‘Voorwaar, Ik zeg u dat dit geslacht zeker niet voorbij zal gaan, totdat alles geschied is’ (Luk. 21:32).
  • ‘De dagen van onze jaren: daarin zijn zeventig jaren, of, als wij sterk zijn, tachtig jaren’ (Ps. 90:10).

De ruiters op het witte, rode, zwarte en vale paard zijn in de tijd niet scherp afgegrensd. Het zijn de rampen die de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen. De eerste vier zegels worden geopend, waarbij alleen mensen omkomen. De ‘schijnvrede‘ houdt geen stand, maar resulteert in oorlog, hongersnood en ziekte; mensen komen om door het zwaard [van de islam], honger, zwarte dood en door wilde dieren. Bij het vijfde zegel vragen de martelaren aan God om hun dood te wreken (Openb. 6:11).

  • ‘En toen het Lam het vijfde zegel geopend had, zag ik onder het altaar de zielen van hen die geslacht waren omwille van het Woord van God, en omwille van het getuigenis dat zij hadden’ (Openb. 6:9).
  • ‘En ik zag tronen, en zij gingen daarop zitten, en het oordeel werd hun gegeven. En ik zag de zielen van hen die onthoofd waren om het getuigenis van Jezus en om het Woord van God, die het beest en zijn beeld niet hadden aangebeden, die het merkteken niet ontvangen hadden op hun voorhoofd en op hun hand’ (Openb. 20:4).

Bij het zesde zegel ontrolt zich voor het oog een ecologische en kosmische drama aan zon, maan, sterren, en gewassen.

  • ‘En ik zag toen het Lam het zesde zegel geopend had, en zie, er kwam een grote aardbeving, en de zon werd zwart als een haren zak, en de maan werd als bloed, en de sterren van de hemel vielen op de aarde, zoals een vijgeboom zijn onrijpe vijgen afwerpt als hij door een harde wind wordt geschud’ (Openb. 6:12-14).

Op een schijnbaar willekeurig gekozen moment krijgt een engel opdracht in te grijpen. Hij roept het proces van oordeel een halt toe: . . .

  • ‘En ik zag een andere engel opkomen van waar de zon opgaat, met het zegel van de levende God. En hij riep met luide stem tegen de vier engelen aan wie het gegeven was de aarde en de zee schade toe te brengen, en zei: Breng geen schade toe aan de aarde, en ook niet aan de zee en de bomen, totdat wij de dienaren van onze God aan hun voorhoofden verzegeld hebben’ (Openb. 7:2-3).

Tijdens de nu volgende adempauze wordt met de knechten van God Soekkot gevierd (Openb. 7:9-17). Pas na afloop van dit hemelse Soekkot krijgen de in Openbaring 8:7-12 de engelen toestemming om de ramshoorn van rampspoed te blazen. Tot aan Soekkot mag alleen sprake zijn van een oordeel dat de mensen individueel treft. Op soekkot wordt beoordeeld in hoeverre de schepping mede de prijs zal betalen voor het wangedrag van de mens. Als de mens onvoldoende heeft gekozen voor een weg van herstel is de schade aan de natuur onvermijdelijk geworden. Vanaf Openbaring 8 wordt beschreven wat de gevolgen zijn als de mensheid zich (in meerderheid) niet door Gods waarschuwingen tot de orde heeft laten roepen.

Door tesjoeva kan zelfs de Apocalyps worden stopgezet! Als de goede voornemens niet gepaard gaan aan daden van tesjoeva, dus van terugkeer en bekering, dan blijven het slagen in de lucht . . .

  • ‘En de overige mensen, die niet door deze plagen werden gedood, bekeerden zich niet van de werken van hun handen; zij bleven demonen aanbidden en de gouden, zilveren, koperen, stenen, en houten afgoden, die niet kunnen zien, horen of lopen. Ook bekeerden zij zich niet van hun moorden, hun tovenarij, hun ontucht en het plegen van diefstal’ (Openb. 9:20-21).
  • ‘En de mensen werden verzengd door grote hitte. Maar zij lasterden de Naam van God, Die macht heeft over deze plagen, en zij bekeerden zich niet om Hem eer te geven. En de vijfde engel goot zijn schaal uit over de troon van het beest, en zijn koninkrijk werd verduisterd. En zij beten op hun tong van pijn. En zij lasterden de God van de hemel vanwege hun pijn en vanwege hun zweren, maar zij bekeerden zich niet van hun werken’ (Openb. 16:9-11).

Gerard J.C. Plas

 

 

Be Sociable, Share!
 Posted by at 00:15

  One Response to “Eerste offensief tegen de wereld – de ruiter op het witte paard … ‘they believe the Shia messiah known as the “Twelfth Imam” or the “Mahdi” will appear soon to establish a global Islamic kingdom known as the caliphate – The Eve of the Millennium’ – editorial”

  1. […] Bible Study Archive1WHY I BELIEVE THE ANTICHRIST WILL COME FROM ISLAMIC WORLD | maranatha70001Eerste offensief tegen de wereld – de ruiter op het witte paard … ‘they believe […]

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »