May 172017
 

Nu in internationale discussies de grenzen van ’67 weer actueel zijn, een korte geschiedenisles. Hoe zat het ook al weer?

Noem het woord ‘geschiedenis’ en je ziet mensen soms met hun ogen rollen. Zeg vervolgens ‘Midden-Oosten’ en mensen sluiten zich geestelijk af, omdat ze geen zin hebben in die schijnbaar bodemloze slangenkuil vol ingewikkelde details en oude ruzies. Maar toch is het zonder kennis van wat er vóór juni 1967 gebeurde onmogelijk om het heden te begrijpen, van wat de voortdurende diepe implicaties zijn voor de regio van die wereld.

Het is dit jaar alweer ruim 50 jaar geleden dat de Zesdaagse Oorlog uitbrak. En terwijl sommige oorlogen vergeten worden, is deze nog even relevant als in 1967. Veel van de kernkwesties van toen zijn nog niet opgelost en regelmatig in het nieuws. Politici, diplomaten en journalisten hebben te maken met de consequenties van die oorlog, maar ze leveren de context er doorgaans niet bij. En zonder die context blijven belangrijke aspecten van de erfenis van 1967 onbegrijpelijk.

Om te beginnen was er in 1967 nog geen Palestijnse staat. Die bestond niet en had ook nooit bestaan. De schepping ervan, in 1947 voorgesteld door de VN als onderdeel van het beroemde Verdelingsplan, werd verworpen door de Arabische wereld, omdat daarmee ook de vestiging van een Joodse staat daarnaast onvermijdelijk zou worden.

Ten tweede waren de West Bank en Oost Jeruzalem in Jordaanse handen. Allerlei plechtige afspraken negerend ontzegde Jordanië Joden de toegang tot hun heilige plaatsen in Oost-Jeruzalem. Om het allemaal nog erger te maken hebben ze veel van die locaties bovendien verwoest. Ondertussen stond de Gazastrook onder Egyptisch beheer, waarbij de bewoners zuchtten onder een streng militair bestuur. En vanaf de Golanhoogten bestookten de Syriërs regelmatig de Israëlische dorpen.

Ten derde, de Arabische wereld had op ieder gewenst moment een Palestijnse staat op de West Bank, in Oost-Jeruzalem of in de Gazastrook kunnen scheppen. Maar dat gebeurde niet,  en er was zelfs geen discussie over. Arabische leiders, die nu spreken over hun grote gehechtheid aan Oost-Jeruzalem, kwamen er bijna nooit. Het werd als een Arabisch achteraf gebiedje behandeld.

Ten vierde waren de grenzen van 1967, die nu weer in het nieuws zijn, niet meer dan een wapenstilstandslijn uit 1949, in de wandeling bekend als ‘Groene Lijn’, die ontstond na de mislukte poging van vijf Arabische legers om de embryonale Joodse staat te vernietigen. Begin 1949 werden er bestandslijnen getrokken, maar dat waren geen formele grenzen. Dat kon ook niet, want de Arabische wereld wilde, ook na de nederlaag, Israëls bestaansrecht niet erkennen.

Ten vijfde werd in 1964 de PLO gesticht, die de oorlogsinspanningen steunde, drie jaar voordat de Zesdaagse Oorlog losbrak. Dat is een belangrijk detail, want de PLO had als doel het vernietigen van de staat Israël. In die jaren waren de enige ‘nederzettingen’ nog die in Israël zelf.

Van de kaart …

Ten zesde riepen Egyptische en Syrische leiders in de weken voor de Zesdaagse Oorlog herhaaldelijk dat er een oorlog aankwam en dat hun doel was om Israël van de kaart te vegen. Er was geen sprake van dubbelzinnige uitspraken, 22 jaar na de Shoa spraken nieuwe vijanden over het uitroeien van Joden. En dat is allemaal goed gedocumenteerd.

Ook goed gedocumenteerd is het feit dat Israel in die laatste dagen vóór juni 1967 Jordanië inlichtte over wat er vermoedelijk ging gebeuren. Israël spoorde het land aan om buiten een eventueel conflict te blijven, maar koning Hoessein negeerde dit pleidooi en verbond zijn lot aan dat van Syrië en Egypte. Zijn strijdkrachten werden door Israel verslagen, en hij verloor daarmee de controle over de West Bank en Oost-Jeruzalem.

Ten zevende eiste de Egyptische president Nasser tijdens die laatste dagen dat VN-troepen uit de regio zouden worden teruggetrokken, die daar de laatste tien jaar als buffer tussen de partijen hadden gefuctioneerd. Tot zijn grote schande willigden de Verenigde Naties deze eis in, en daarmee stond er geen macht meer tussen de mobiliserende Arabische legers en de Israëlische troepen die een land moesten verdedigen dat slechts één vijfde van de omvang van Egypte had, en op het smalste punt maar net veertien kilometer breed was.

Ten achtste blokkeerde Egypte de straat van Tiran, waardoor Israëls handelsroutes naar Azië en Afrika werden afgesneden. Jeruzalem zag die stap terecht als een oorlogshandeling. De Verenigde Staten beloofden internationale hulp te zoeken voor het doorbreken van die blokkade, maar dat leidde tot niets.

Ten negende kondigde Frankrijk, tot dan Israëls belangrijkste wapenleverancier, aan de vooravond van de vijandelijkheden een embargo op de wapenexport naar Israel aan. Israel zou daarmee bij een wat langere oorlog in de problemen komen, en pas het jaar daarop stapten de Verenigde Staten in dat gat en begonnen ze Israel vitale wapensystemen te leveren.

En ten slotte, na het winnen van zijn zelfverdedigingsoorlog, hoopte Israël dat de na zes dagen strijd op Egypte, Jordanië en Syrië verworven gebieden de  basis voor een land-voor-vrede-ruil zouden kunnen vormen, en stak daartoe zijn diplomatieke voelhorens uit. Het formele antwoord kwam enkele maanden later in Khartoem, waar na een Arabische top op 1 september 1967 de verklaring werd afgegeven dat men met Israel ‘geen vrede, geen erkenning, geen onderhandelingen’ wilde – de fameuze ‘drie nees’.

Geschiedenis herschrijven

Maar tegenwoordig trachten sommigen de geschiedenis te herschrijven. Zij willen de wereld doen geloven dat er ooit een Palestijnse staat was. Die was er niet. Ze willen doen geloven dat er duidelijke grenzen tussen die staat en Israel bestonden. Die waren er niet – slechts wapenstilstandslijnen tussen Israel en de tot 1967 door Jordanië beheerde West Bank, die geen definitieve status had en niet tot een soevereine staat behoorde [in 1950 werden de gebieden door Jordanië wederrechtelijk geannexeerd, red.].

De herschrijvers willen ook dat we geloven dat de oorlog van ’67 een Israëlische aanvalsoorlog was. Maar die was een daad van zelfverdediging als reactie op bloedstollende bedreigingen tegen de Joodse staat. En dan was er nog die maritieme blokkade van de Straat van Tiran, de terugtrekking van de VN-troepen en de mobilisatie van Egyptenaren en Syriërs. Alle oorlogen hebben gevolgen, en deze was geen uitzondering. Maar de Arabische agressors hebben niet de verantwoordelijkheid voor de oorlog genomen die zij zelf begonnen.

De herschrijvers van de geschiedenis willen ons verder doen geloven dat de nederzettingen die Israel na 1967 bouwde de kern van het Arabisch-Israëlische conflict zijn. Maar de Zesdaagse Oorlog bewijst dat de kernvraag is – en dat al sinds 1948 – of de Arabische wereld het recht van het Joodse volk op een eigen staat accepteert. Als dat zo zou zijn, waren alle andere problemen in beginsel oplosbaar. De herschrijvers willen doen geloven dat de Arabische wereld niets tegen Joden op zich heeft, maar alleen tegen Israël, terwijl ondertussen diverse locaties die voor Joden grote betekenis hebben worden bedreigd.

Als het over dit conflict gaat kunnen we het verleden niet terzijde schuiven als een irritante kleinigheid, die op zijn slechts irrelevant is.

Kan de geschiedenis vooruitgang boeken? Zeker. Israëls vredesverdragen met Egypte in 1979 en Jordanië in 1994 bewijzen dat. Maar de lessen van 1967 leren ons hoe moeilijk begaanbaar dat pad kan zijn.

David Harris is uitvoerend directeur van het American Jewish Committee. Dit artikel verscheen eerder op de website ‘The Huffington Post’.

uit: NIW 24 juni 2011 * 22 siewan 5771

www.cidi.nl

K A N T E K E N I N G 1

Volgens een Joodse traditie houdt God sinds de verovering van Jeruzalem door Titus Flavius Vespasianus in het jaar 70 A.D. de rechterhand op de rug. Zolang de rechterhand Gods passief blijft en Hij deze niet uitstrekt gaan de dingen hun gang. Als de rechterhand des Heren “werkloos” is vermenigvuldigd zich het kwaad. Zo is op 7 juni 1967 de stad Jeruzalem heroverd (re-united) en onder Israëlisch bestuur gekomen, en is naar de woorden van Rabbijn Shlomo Goren daarmee de “Messiaanse tijd” aangebroken. Hij was immers degene die het bazuingeschal deed galmen over de bergen van Jeruzalem.

K A N T E K E N I N G 2

De allesoverheersende betekenis van Openbaring 5 vers 1 is dat Degene Die op de troon zetelt, de rechterhand heeft uitgestrekt. Dat is het bewijs dat de Here niet langer Zijn rechterhand “op de rug” houdt. De Here zal nu handelend gaan optreden. De hoop wordt nu levend. Eindelijk gaat alles vervuld worden. De rechterhand geeft overwinning (Psalm 118:16).

Mozaïsche wetgeving (Leviticus 25:8-10)

Op wonderbaarlijke wijze is namelijk een stuk Mozaïsche wetgeving, de gelijkenis en ook het stramien van het verlossingsproces aangaande mens, Israel en wereld, in het boek “Openbaring van Jezus Messias” opgenomen.

De Wet van Mozes immers bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het Jubeljaar, verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenamen moest worden teruggeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloed-verwant van de man die uit armoede, of om andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan, had moeten verkopen.

Deze inzettingen hebben een rijke profetische strekking. Wezenlijk is dat het land (de wereld) van de HERE is en dat het verkochte erfdeel weer aan de Eigenaar moet worden teruggeven. Het is Christus (de Messias), Die daarvoor, als de naaste Bloedverwant, met Zijn bloed betaald heeft. Daarom is Hij de grote “Losser” (Goel), die in de volheid van de tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) de aarde weer loskoopt.

In het licht van deze losser-procedure krijgt het visioen van Openbaring 5, de opening van de boekrol met de zeven zegels, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek bepalende betekenis in het licht van de 7×7 weken (na zeven maal zeven sabbatsjaren) gerekend vanaf de hereniging (re-united) van Jeruzalem op 7 juni 1967 tot aan de Yom Kippur van 2015 0p 23 september 2015! Het is de 10e dag van de zevende maand Tishri!

[Juda en Jeruzalem zijn hersteld onder Kores, Ezra en Nehemia na afloop van de ballingschap in Babel. Over de puinhopen van Jeruzalem zouden 70 jaar verlopen. Ná de 7 x 7 (jaar) weken of 49 jaren van herstel, vangt een jubeljaar aan met de start van de 70 (jaar) weken, waarvan er 62 verlopen tot op de uitroeiing van een Gezalfde. Daar de man (engel) Gabriel uitdrukkelijk onderscheidt maakt aangaande de weken, is het niet geoorloofd deze weken bij elkaar op te tellen tot 69 weken. Handelingen laat zien dat nog eens 5 x 7 (jaar) weken lopen tot aan het jaar 62-63 A.D gerekend vanaf het jaar 27 A.D., op een totaal van 67 (jaar) weken. In 70 A.D. wordt Jeruzalem verwoest en houdt de natie zelfs op te bestaan. Alles in de oudtestamentische profetie wijst  op een herstelt Jeruzalem. Na een ballingschap van bijna 2000 jaar treedt het ‘duality principle’ in werking. Vanaf 1897 tot aan 1967 verlopen er 70 jaren van uiterste nood die uitmonden in een herstelt Jeruzalem, 49 profetische jaren zien uit op een ‘Year of Jubilee proclaimed’].

‘Voorts zult gij u zeven jaarsabbatten tellen, zevenmaal zeven jaren; zodat de dagen van de zeven jaarsabbatten negenenveertig jaren zijn. Dan zult gij bazuingeschal doen rondgaan in de zevende maand op de tiende van de maand; op de Verzoendag zult gij de bazuin doen rondgaan door uw ganse land. Gij zult het vijtigste jaar heiligen en vrijheid afkondigen voor al zijn bewoners, een jubeljaar zal het voor u zijn, dan zal ieder van u tot zijn bezitting en tot zijn geslacht terugkeren’ (Leviticus 25:8-10)

Het boek met de zeven zegels is een Lossersakte. Wél heeft Christus de losprijs reeds betaald met Zijn bloed, maar, zoals de wet ook luidde, pas ná een bepaalde tijd kwam het vervreemde eigendom weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen. Bij de “lossing” door Christus gaat het om de gehele wereld.

In hoofdstuk 5 staat dat niemand waardig is de zegels van de boekrol te openen; uitsluitend Christus, Die immers de losprijs heeft betaald, mág en kán dit volbrengen.

Nérgens wordt zó indringend de hopeloze positie van de mensheid duidelijk, als in dit gedeelte van “Openbaring”. Nérgens ook wordt duidelijker geïllustreerd, dat álle pogingen van de mens het verloren paradijs terug te winnen, vergeefs zijn. Ten diepste wordt de mens in dit fragment van “Openbaring” voor het “blok” gezet. Niemand is immers waardig de zegels van de Lossersakte te verbreken (óók de hemelse wezens niet), dan Hij, Die de losprijs betaald heeft. Het betekent, de definitieve afrekening met alle illusies, utopieën, ideologieën én religies, om de mens en de aarde te verlossen!

In dit adembenemend moment, waarin zelfs God zwijgt, blijkt plotseling de alles overtreffende betekenis van Christus’ offer!

Na het recht en de waardigheid die Christus Zich verworven heeft, de zegels van de Lossersakte te verbreken en dáármee de wereld in bezit te nemen, is de toe-eigening nog geen werkelijkheid. Willen wij de zware gerichten en rampen die over de mensen en de wereld komen in de Dag des HEREN nóg wat dieper peilen dan als strafgerichten, dan moet óók de noodzaak in het oog worden gevat, dat de eindgerichten zuiveringsprocessen zijn, om de indringers en onrechtmatige bezitters te verdrijven. Want satan en zijn trawanten én zijn collaborateurs uit de mensenwereld, hebben de losprijs van Christus nooit aanvaard en weigeren het losgekochte eigendom, d.i. letterlijk álles, prijs te geven.

Het losgekochte eigendom moet worden veroverd, zowel op de machten buiten de mens als op de machten in de mens (Leviticus 25:8-10; 23-25; Jeremia 32:6-12, 14-15; Openbaring 5:1-14).

Onmiddellijk hiermede samenhangend is het laatste Bijbelboek de profetie over de eindstrijd tussen de Messias enerzijds en de satan en zijn rijk anderzijds.

Het gaat om het conflict: Wie is God, de Baals (Allah), de goden, de heren of de HERE? Het grote geding in “de openbaring van Jezus Messias” is wie tenslotte, openbaar voor alle schepselen, overwinnaar is: Christus, Zoon van God en Zoon des mensen, of de satan, de tegenstander die als God wil zijn en die met deze waanzinnige aanspraak ook de mens verleidde!

Herauten van Jahweh’s Dag (Openbaring 11:4)

Deze twee getuigen worden ook genoemd: “de twee olijfbomen en de kandelaren die staan voor het aangezicht van de HEER der aarde (11:4). De overeenkomst en de samenhang  met Zacharia 4 is duidelijk. Zacharia zag een geheel gouden kandelaar met een oliekruikje op de top, en zeven lampen daarop. Daarnaast links en rechts twee olijfbomen. Op de vragen van de profeet antwoordde de engel dat de olijfbomen twee gezalfden (Stat.Vert: olietakken) zijn, die voor “de Heer van de ganse aarde” staan. En de betekenis van het visioen? “Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden”. Dat wil zeggen: het was een stoffelijk beeld van het organisme, waardoor de hemelse machten voorspoed zouden geven aan het werk waarmee Zerubbabel bezig was: het herstel van de stad en tempel, eredienst en ceremonieën. Type dus van de gemeente die de geestelijke tempel van God is. Maar toch ook profetie van de laatste herbouw van de stad en tempel, als de tijden der heidenen vervuld zullen zijn.

De twee olijfbomen uit de Apocalyps zijn de Zerubbabel en Jozua van de uiteindelijke herstelling. Treffend wordt echter ook het grote verschil getekend tussen de gezalfden uit Zacharia’s visioen en de twee getuigen uit de Apocalyps. In het laatste visioen géén gouden kandelaar tussen de gezalfden.

Uit 11:4 blijkt veeleer dat de getuigen worden vereenzelvigd met de twee kandelaren. Zij zijn zelf de lichtdragers, wat ook weer duidt op een andere bedeling. Zowel Henoch als Elia waren eenzame lichten in hun tijd. Van Elia getuigt Elisa zelfs: wagen Israëls en zijn ruiters (2 Kon.2:12). De getuigen staan voor de Heer der aarde. Deze titel voor God is typisch verbonden aan de God van Israel, en dan op momenten dat het volk tot een nieuwe bestemming komt.

Toen Israel gereed was om de Jordaan over te trekken en het beloofde land als volk Gods te bezitten, werd God “de Heer der ganse aarde” genoemd (Jozua 3:11-13).

Toen Jeruzalem was ingenomen en zijn inwoners in ballingschap naar Babel werden gevoerd, nam de Allerhoogste de naam aan van “God des hemels” (Dan. 2:18, 28 e.v.). Toen zij terugkeerden om de tempel te herbouwen en hun heilige staat weer te herstellen, werd God weer “de Heer der ganse aarde” genoemd (Zach. 4:14). Als God de Heer der ganse aarde genoemd wordt, dan staat in het Hebreeuws “Adon” (d.i. “Heer”) en niet “Jahweh”. Die titel schijnt in theocratische zin te moeten worden opgevat en betrekking te hebben op een specifieke Godsregering op aarde.

Het is bezwaarlijk tot een andere conclusie te komen dan dat deze twee getuigen te plaatsen zijn in het einde van de bedeling van het Evangelie der genade, en aan het begin van de theocratie. Hun gehele optreden is theocratisch, richtend, oordelend en wrekend. Er zijn wel zinspelingen op volk, stad en tempel, maar geen spoor van de tegenwoordige kerk.

Vanzelfsprekend mogen wij ook niet in een omgekeerde eenzijdigheid vervallen en uitsluitend aan Israel denken. Ook in de gemeente van de eindfase mogen wij een krachtige getuigenis in de geest van Elia verwachten. De geest en de kracht van Elia, van wie we eigenlijk alleen maar weten dat hij een Tisbiet was (wederkomende!) en wiens naam  “de HEER is God” betekent, werkt in de laatste tijden in een voorhoede van de gemeente van Christus, die Zijn komst en Zijn gerichten moet aankondigen.

Dat is het deel der gemeente dat in de woestijn gebracht wordt, dat terwijl de hemel van koper is en het volk in de grofste afgoderij vervalt, in de uiterste beproeving van eenzaamheid en vervolging wordt toegerust. De Elia-christenen, die door de onreine raven van voedsel worden voorzien (lijkeneters en roofvogels die nooit genoeg hebben (Luk. 12:24). en die door God gevoerd worden) leren daardoor ook nederigheid. De Elia-christenen die thans reeds, in deze boze tijden, uitgestoten worden om in de droogtetijd net genoeg te ontvangen van God voor één dag. Zij moeten zich verbergen bij de beek Krith (rotsengte of inkeping), die in de doodsrivier de Jordaan uitmondt. Het armzalige volkje dat uitsluitend uit de Bron van Christus kan drinken en dáárom naar de doodsrivier moet, om met Hem begraven te worden in Zijn dood. En dóór die dood naar het waarachtige leven.

De kleine, profetische voorhoede, die zelfs het water van de beek Krith ziet opdrogen vanwege de droogte. Maar kán deze Bron ooit opdrogen? Nee, dat kan niet, maar het gaat nu om de manier waarop het water tot de profeten komt. De bedding wordt verlegd, het water moet nu op een andere plaats gedronken worden. Daarom droogt de beek zóver op tot waar de profeten nu eindelijk nét leven kunnen. Als dát gebeurt komt het Woord van de HEER wederom tot Elia. Het is nog niet genoeg, want er moet nog meer gelouterd worden en daarom moet het Eliaanse profetenvolkje nu naar de weduwe van Sarfath, naar de heidense; Sarfath betekent “oord van loutering”, de “werkplaats waar metalen gelouterd worden”. Het Eliaanse profetenvolkje moet naar de weduwe en de wees, als vreemdeling en bijwoner.

En dat allemaal, omdat de Here in deze laatste tijden een volk wil toerusten voor het grote getuigenis te midden van een Baal-christendom. Hoe zouden de “Elia’s” van onze tijd ooit vuur van de hemel kunnen roepen als zij niet eerst zelf door vuur gelouterd zouden zijn? Hoe zouden zij een rest kunnen behouden als zij niet eerst zelf tot het uiterste beproefd waren?

Dat is de bijzondere, harde les die in geestelijke zin voor onze tijd aan het optreden der gerichtsgetuigen uit Apocalyps 11 moet worden ontleend. Want nu zijn de wachters blind en hebben zij geen kennis. Zij zijn alle stomme honden, die niet kunnen blaffen; dromend liggen zij neer, zij hebben de sluimering lief (Jes. 56:10). Zij weten niet in welke tijd zij leven! De “honden” moeten waakhonden worden en “blaffen” wanneer de vijand nadert. 

Om de actualiteit van het visioen der getuigen moeten we nog wat meer aandacht besteden aan deze profetie.

Ik wil n.l. ook nog wijzen op een ander, zeer belangrijk aspect van het Elia-getuigenis: De rechtvaardige komt om! Dat was in Elia’s tijd zo en dat is in de eindtijd in nog verhevigde mate het lot der gelovigen. De ware kerk zal teruggaan in de catacomben, in holen en spelonken, terwijl de Baal-kerk zich groot maakt en zich, als in Laodicea, rijk acht.

In de islamitische wereld en achter het Bamboegordijn is dit reeds gaande, maar ook in het westen zal de ware gemeente Gods, de “zevenduizend” die hun knie niet voor Baal buigen, ondergronds gaan. En dit getrouwe overblijfsel zal niet alleen in negatieve zin omkomen; het zal in positieve zin ook “weggerukt” worden, zoals Jes. 57:1 zegt, dat de vrome zal worden weggerukt vanwege de boosheid en hij gaat in vrede.

Het Elia-getuigenis gaat vooraf aan en gepaard met het grote gericht. De ten hemel opneming van Elia, zijn “weggerukt worden van de aarde” in eerste en in tweede instantie, duidt ook op Paulus’ woord over het wegrukken der gemeente van deze aarde (Kol. 3:4;1Thess. 4:13-18). Is het ook dáárom dat, als Elia-in-persoon komt, als één der twee getuigen, van de gemeente niet meer gehoord wordt?

De typen “Zerubbabel” en “Jozua”, die Israëls terugkeer uit de ballingschap bevorderden en het volk opwekten tot herbouw van de stad en tempel, wijzen op de wederoprichting van het oude volk als de tijden der heidenen vervuld zullen zijn (Luk. 21:24).

God is de kinderen Israëls uit het midden der volken aan het terugbrengen, waarheen zij getogen zijn, en zal hen vergaderen van rondom en hen brengen in hun land, en hen maken tot een enig volk in het land op de bergen Israëls. En zullen daarin wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid; en Hij zal Zijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid (Ezechiel 37)!

De tijd die daarvoor bepaald is, wordt overal aangegeven als een tijd van gericht. De getuigen zullen de restauratie leiden. Zij zullen het werk beginnen van een terug voering van Gods lang verworpen en vertrapte volk tot de Koning Messias, die Israel eens als de niet gewenste Knecht-Messias heeft verworpen. Maleachi profeteerde dat Elia zal komen, vóórdat de komst van de grote vreselijke Dag des Heren aanbreekt en Jezus herhaalt deze profetie, eraan toevoegend dat Elia eerst komen zal om alle dingen weer op te richten.

Elia wordt gezonden “opdat Ik niet kome en de aarde met de ban sla” (Mal. 4:6). Dat is wellicht in de voor-vervulling toepasselijk op Johannes de Doper, die in de geest en de kracht van Elia optrad, maar dat zal stellig ook nog in vervulling gaan met de komst van de getuigen. De algehele verwoesting (een uitdrukking die schuilt in het woord “ban”) der aarde wordt door het optreden der getuigen voorkomen. Ter wille van het overblijfsel zullen de verwoestingen en alle verterende verschrikkingen van de Dag des Heren verminderd en verzacht worden. Zoals bij de verwoesting van Jeruzalem de dagen verkort worden, opdat er nog overlevenden zouden zijn (Matth. 24:21,22), zal een soortgelijke matiging in de hevigheid der verdrukkingen gezien worden door het getuigenis bij de laatste catastrofe die de wereld tegemoet snelt.

In dit tekstgedeelte van de Apocalyps wordt vooruit gegrepen op de periode van de twee Beesten. De uiterste ongerechtigheid en bewust kwaadaardige rebellie tegen God manifesteert zich het scherpst in de houding van de mensen na de gewelddadige dood der getuigen. Men weigert hun lijken te begraven en deze worden zelfs triomfantelijk in de stad waar de profeten gedood worden tentoongesteld, in de stad waar hun HEER gedood werd (Luk. 13:33). De toevoeging “waar ook hun HEER is gekruisigd” mag er  geen twijfel over doen bestaan dat hier Jeruzalem bedoeld is, onder het regiem van het Beest, dan bij uitstek in geestelijke zin “Sodom” en “Egypte”.

De getuigen worden door de personificatie van het kwaad in de stad Gods gedood, opdat zij ook in de stad Gods zullen opstaan en ten hemel varen. De diepste val van Jeruzalem onder het Beest is nodig om die volkomen overwinning van Christus te tonen, als Hij deze getuigen opwekt en tot Zich neemt. Waar de getuigen de grootste smaad leden, zal ook hun grootste overwinning blijken. Waar Christus Zijn grootste smaad leed, daar zal Hij ook triomferend wederkomen. Alle haat en ressentiment tegen de getuigen, die drie en een half jaar onaantastbaar tegen de uiterste ongerechtigheid getuigden en Gods kracht toonden, wordt openbaar in duivelse vreugde over hun tentoongestelde lijken. Maar deze kwalijke vreugde wordt dan plotseling weggevaagd en in ontzetting omgezet, als de dode getuigen voor de ogen van de lasteraars weer tot leven komen en in de hemel worden opgenomen. De duidelijke, voor het Beest en zijn rijk onheilspellende overwinning van de getuigen van God, wordt onderstreept door een aardbeving, waardoor zevenduizend namen van mensen gedood worden.

Het merkwaardige bijvoegsel “namen” kan duiden op bekende mensen, mensen van “naam”, autoriteiten en beroemdheden. Het is om nader te noemen redenen waarschijnlijk dat het Beest, de valse messias, zo niet zijn hoofdzetel, dan toch in elk geval een belangrijke centrale positie in Jeruzalem zal hebben, en dat ook velen van zijn “rijksgenoten” zich ten tijde van de dood der getuigen daar zullen bevinden. De dood van deze mensen verschrikt de “overigen” zodanig dat zij daarin de hand van de Almachtige herkennen en Hem de heerlijkheid geven.

Of dit werkelijke bekering zal zijn moet worden betwijfeld. De ongerechtigheid onder het Beest gaat immers onverminderd voort en de oordelen worden niet uitgesteld of verminderd. Het derde wee komt haastig en de leidt de voltooiing van alle weeën in. Ook de Farao, de Filistijnen en de Romeinse hoofdman gaven onder de indruk van Gods oordelen en macht een ogenblik Hem de eer, maar in geen van deze gevallen hebben wij enig bewijs van een waarachtige bekering tot God.

Een religie van vrees en schrik is niet geloofwaardig. Als de roede is weggenomen keren de mensen gewoonlijk weer tot hun oude leven terug! Ook demonen erkennen Christus’ macht, maar er is geen sprake van dat hun aard verandert.

Als ik hier geloof met betrekking tot Israel, stad, tempel en getuigen “de rechte mening” der Schrift verkondigd te hebben, bevind ik mij in het gezelschap van de helderste lichten uit de eeuwen na die der apostelen: Justinus, Hippolitus, Chrysotomus, Hieronymus en Augustinus.

D e  S j o f a r (Openbaringen 1:10)

Het eerste visioen uit de Apocalyps is niet alleen een zien, maar ook een horen, zoals horen en zien wel meer samen gaan in de visioenen van Johannes.

Van bijzondere betekenis is “de grote stem als van een bazuin”. “Hoe gelukkig is het volk dat het geklank kent” (Ps. 89:16).

De bazuin neemt een grote plaats in de Apocalyps in. De eindgerichten van het zevende zegel worden alle ingeleid door een bazuin en onder de zevende bazuin voltrekken zich de belangrijkste oordelen en ook de wederkomst, de oprichting van het nieuwe rijk en de opstanding. De stem als van een bazuin leidt a.h.w. het bazuinkarakter van de Apocalyps in. Dit zegt de christen over het algemeen weinig of niets meer. Om de betekenis van de bazuin te kunnen peilen, in het bijzonder voor de Apocalyps, moeten we iets weten over het bazuin geklank in Israel. In de hoge dagen van Israel neemt de bazuin (sjofar) immers een bijzondere plaats in. Wij weten dat de bazuin samenhangt met Godsopenbaring. Toen God Zich voor het volk Israel openbaarde op de Sinaï, schalde daar een zeer sterke bazuin (Ex. 19:16). Deze openbaring was niet alleen een bekendmaking over God, maar op de berg Sinaï toonde de HEER Zich aan het volk, daar werd Hij openbaar, zoals ook eens Christus openbaar zal worden. De profeet Zefanja, profeterende over de dag des Heren en grote gerichten, noemt deze “een dag van de bazuin” (Zef. 1:16). Ook hier verband tussen de sjofar en het komen van God als Rechter der wereld. Toen Israel het beloofde land in bezit moest nemen, scheen Jericho een onneembaar bastion. Zeven dagen lang moesten zeven priesters hun zeven bazuinen blazen om de muren van de vijand en onder de zevende bazuin vielen de muren.

Een typologische profetie van het eindgericht, waarin onder de zevende bazuin het oordeel over de God-vijandige wereld voltrokken zal zijn en Gods volk de nieuwe wereld zal kunnen binnengaan. De sjofar luidt de overwinning van God op de antimachten in en ook dáárom worden de zwaarste eindgerichten uit de Apocalyps telkens geopend met het blazen van bazuinen en zal onder de zevende bazuin Christus komen om de overwinning te bekronen en de nieuwe wereld te scheppen.

De bazuin opende ook het Israëlitische Jubeljaar, het jaar van de vrijheid en de teruggave (Lev. 25:9-10) en de sjofar zal ook het eeuwige Jubeljaar voor de gehele wereld openen (1 Thess. 4:16-17). Het is de sjofar, de ramshoorn die de overwinning van Christus aankondigt. In Zijn rede over de laatste dingen spreekt ook Jezus over het bijeen verzamelen van de uitverkorenen met een bazuin (Matth. 24:31). “Blaast de bazuin te Sion … want de dag des Heren komt” roept Joel (2:1). Het is ook met de bazuin dat de doden zullen worden opgewekt.

De bazuinen leiden dus niet alleen de gezette hoogtijdagen onder Israel in (Lev. 23:1,2); parallel aan deze feesten worden de hoogtijden van het Apocalyptische gebeuren door de bazuinen voorafgegaan.

De bazuin, die alle andere bazuinen omvat, klinkt daarom in het eerste visioen door, als Johannes achter hem een grote stem hoort (Ap. 1:10). Uit het bazuingeluid van deze stem blijkt de grote betekenis van wat nu volgen gaat.

Waarschijnlijk wijst Johannes hier reeds naar het moment van Christus’ wederkomst, wanneer Hij als de Hogepriester de hemelse tabernakel, het Heilige der Heilige in de hemel zal verlaten op DE GROTE VERZOENDAG, om op aarde alle dingen weer op te richten; … hoe dichtbij is die DAG!

uit: De komst van Jezus Christus (Ds.W. Glashouwer sr. en dhr. H.Verweij bewerkt door Gerard J.C. Plas)

J u b e l j a ar!

Met de lessen uit 1967 richting het jaar 2015 waarin de Mozaïsche wetgeving verscholen ligt is het de sjofar geweest die een jubeljaar aankondigt, dus toch op ‘Yom Kippur!  

Het woord ‘Jubeljaar’ komen we tegen in Leviticus 25:1-55. Een groot gedeelte van dit hoofdstuk is gewijd aan wetten die elk 50ste jaar in Israel operationeel werden.

In Psalm 89:16 horen we over de vreugde van het geklank der bazuin. Het was niet zomaar een geklank, maar één met een bijzondere klank met verstrekkende gevolgen. ‘Welzalig is het volk dat het geklank kent’, het bazuingeschal van het ‘Jubeljaar’! Aan het eind van de zeven jaarsabbatten dus zevenmaal zeven jaren (7×7=49) werden in het 50ste jaar de beperkte vrijheden opgeheven en het verspeelde eigendom teruggegeven, zodat iedere man weer in vrijheid naar familie of bezit kon terugkeren (Leviticus 25:8-10).

Een type hiervan komen we tegen in het Nieuwe Testament waar de apostel Petrus spreekt over de terugkomst van de Messias Jezus als hij zegt: ‘Hem moest de hemel opnemen tot de tijden der wederoprichting aller dingen’ (Hand. 3:19-21). Het is belangrijk om in te zien dat hetgeen door Petrus hier gezegd wordt verwijst naar het ‘Jubeljaar’,  -herstel van vrijheid en bezit-  aangaande het land, volk met de stad Jeruzalem, bij het wederkomen van hun Messias.

De terugkerende woorden in Leviticus 25:28, 31, 33, 54  ‘en zij zullen in het het jubeljaar uitgaan’, vond dus telkens plaats in het 50ste jaar. Het Hebreeuwse woord is ‘yobel’ afgeleid van ‘yabal’, met de betekenis die we vinden in Jesaja 55:12 ‘Want in blijdschap zult gijlieden uittrekken, en met vrede voort geleid worden’. Dit woord komen we het eerst tegen in Exodus 19:13 waar het vertaald is met ‘hoorn’, en vervolgens in Jozua 6:4, 5, 6, 8, 13 met ‘ramshoorn’. Ook zijn daar verbanden tussen het ‘Jubeljaar’, … ‘het jaar van het welbehagen des Heren’, en … ‘het jaar van Mijn verlossing is gekomen’ (Jesaja 61:1,2, 63:4).

In Leviticus 23 spreekt de Here over de Feesten van Israel, als ‘deze zijn Mijn gezette hoogtijden’. We onderscheiden daar: het Pascha, feest der ongezuurde broden, feest der eerstelingen, feest der weken, feest der bazuinen, Grote Verzoendag, en het Loofhuttenfeest, dus 7 in totaal.

Dit ‘zevenvoudige’ karakter der feesten heeft betrekking op het ‘voornemen der eeuwen – aionen’ (Efeze 1:10), zoals Petrus verwoord, dat ‘één dag bij de Here is als duizend jaar en duizend jaar als één dag’ (2 Petrus 3:8). De feesten vullen a.h.w. de ruimte op tussen de schepping (herschepping) en het ‘Duizenjarigrijk’. Op de zesduizend jaren van heilsgeschiedenis zal een 7e duizend jaar volgen namelijk ‘de dag des Heren’ van tenminste 1000 jaar (Openbaring 20:1-6). Ook de apostel Paulus verhaalt in de Hebreeënbrief dat Israëls sjalom zal intreden met de komst van de Messias, dat na een werkweek van 6 dagen van 1000 jaar die 7e dag zal aanbreken! (Hebreeën 4:1-11).

In het boek Leviticus en Daniel is een ‘zeventallig stelsel’ van het grondgetal te vinden. 1. zeven dagen – 2. zeven weken – 3. zeven maanden – 4. zeven jaren – 5. zevenmaal  zeven jaren – 6. zeventig maal zeven jaar – 7. zevenmaal (voudig) tuchtiging.

Hierbij een paar opmerkingen die passen in de lijn van de voortgaande profetie aangaande Israel en de volken. De ‘zevenvoudige’ strafmaat v.w.b. Israëls zonden lopen in 1967 ten einde. Het het jaar waarin de hereniging (re-united) van Oost en West Jeruzalem op 7 juni plaatsvond. Het was het jaar van Shlomo Goren de opperrabbijn van het leger die met Thora rollen te midden van juichende soldaten de sjofar blies terwijl ze voor de klaagmuur stonden, begevende het Tempelplein!

Bovendien is die 7e juni in 1967 zo interessant geworden omdat blijkt dat vanaf die dag aangaande de jaarweken uit Daniel 9 er a.h.w. een herhaling plaatsvindt als in de dagen van Ezra en Nehemia. Het opzienbarende hierbij is dat gerekend vanaf die dag naar de zeven jaarsabbatten (7 x 7=49 x [360]=17.640 dagen -als dagen in een profetisch jaar geteld-) exact in 2015 op 23 september er een Grote Verzoendag aanbreekt, dus een Jubeljaar op de tiende dag van de zevende maand Tishri, waarbij dit bazuingeschal ook tevens de laatste was in Israels feestmaand (Daniel 9:24-26; Leviticus 25:8-10).

Daar komt nog bij dat op de Grote Verzoendag in 2015 er precies 42 jaar tussen deze en de Grote Verzoendag uit 1973 liggen, het jaar toen de ‘Yom Kippur Oorlog’ uitbrak. Het zijn de (6 x 7) of 42 jaren die doen denken aan de 42 pleisterplaatsen die Israel aandeed voordat het beloofde land door Jozua werd ingenomen! (Numeri 33:1-49).

Een nog groter mirakel deed zich voor aan de vooravond van Rosh Hasjana [Shemittah Year] op 29 september van 2008, dus 7 jaar verwijderd van het jaar 2015, waar plots klaps ‘Wall Street’ op een verlies van –777.68 punten stond! Een goddelijke aanwijzing(?) op de nog 3 openstaande jaar weken van 7 jaar, die op een totaal van 70 weken bij de 67e (jaar) week aan het einde van Handelingen 28:25-28 zo abrupt werd afgebroken doch weer zal aanvangen bij de 68e (jaar) week! Immers het ging in de Handelingentijd uitdrukkelijk om de ‘hoop van Israel‘ (Handelingen 26:6-7; 28:20).

Zo lijkt het er vandaag veel op dat waar de heilsgeschiedenis met Israel in Handelingen 28:26-28 zo abrupt eindigt, na 2000 jaar het volk terug is in het land …,  Jeruzalem als onverdeelde hoofdstad …, messiaanse gemeenten’ her en der verspreid in het land …, we hier de draad opnieuw kunnen oppakken!

We horen vandaag voortdurend spreken over Judea en Samaria (de Westbank) en over Oost en West Jeruzalem, gebieden die zoveel mogelijk ‘Judenrein’ moeten worden. Toch blijft daar de belofte overeind uit Handelingen 1:11 dat ‘deze Jezus [Yeshua] op dezelfde wijze zal wederkomen op de Olijfberg die ten Oosten van Jeruzalem ligt!

Daar zijn vele tekenen die erop wijzen dat vanaf de verwoesting van Jeruzalem in het jaar 70 A.D. en de terugkeer van de ‘Israeli Paratroop Brigades’ op de Tempelberg in 1967 en waar dan ook nog eens 1897 jaar tussenliggen dit verwachtingspatroon onder de ‘religieuzen’ en ‘christen Zionisten’ sterk is toegenomen!

Dit geslacht zal geenszins voorbijgaan, voordat dit alles is geschied. Is een geslacht dan 40, 50, 70, 100, 120 jaar. De tijdsduur van een jubeljaar naar een jubeljaar omvat 50 jaren. Het opmerkelijke is nu dat vanaf Israels terugkeer naar het land er een aantal volheden van tijden zijn terug te vinden in een aantal gebeurtenissen die voor Israel in de 20e eeuw van historisch belang waren zoals: het eerste Zionistencongres in 1897, de Balfour declaration van 1917, het VN besluit in 1947, de oprichting van de staat Israel in 1948, en de re-united van Jeruzalem in 1967.

Het zijn de getallen 50 en 70 die hier direct opvallen, zeker als we weten dat Mozes 120 jaar was toen hij stierf, en het Noach was die 120 jaar predikte voordat de zondvloed kwam.

Het waren deze slotwoorden van premier Netanyahu op de AIPAC conferentie van 2011 in Washington D.C. ‘Proclaim liberty throughout the land’ (Leviticus 25:10). Maar deze zal niet komen van de zijde van de V.N., Rusland, E.U., en de V.S.!

Het zijn ook hier de ‘Feesten van Israel’, als ‘Mijn gezette hoogtijden’ die doorslaggevend zullen zijn (Leviticus 23:2). In Genesis 1:14 lezen we, ‘dat er lichten zijn in het uitspansel des hemels, om scheiding te maken tussen dag en nacht; en dat zij zijn tot tekenen en tot gezette tijden, en tot dagen en jaren’. Het Hebreeuwse woord is hier <moed> dat gebruikt wordt in beide teksten met de betekenis van ‘vaste tijden’, dus niet als ‘jaargetijden’, maar dat hier de zon en de maan aanwijzingen zijn v.w.b. de ‘Feesten des Heren’!

Het was de apostel Petrus die na (7 x 7=49) op de 50e dag op het wekenfeest uitriep: ‘maar dit is het’ waarvan door de profeet Joel gesproken is (Handelingen 2:16). Het gehele boek Joel heeft betrekking op Israel en de volken en het ziet uit op de dag des Heren’. Ook hier vinden we het Jubeljaar terug: ‘Blaast de bazuin te Sion, heiligt een vasten, roept een verbondsdag uit’,  als zijnde een ‘Grote Verzoendag’ (Joel 2:15).

Hier wordt gesproken over ‘de zon die veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat de grote en geduchte dag des Heren komt’ (Joel 2:31; Handelingen 2:20). Het wekenfeest (Sjawoe’ot) en het Jubeljaar hebben beide het getal 50 als gemeenschappelijk voor dagen en jaren, ‘Ik heb u gegeven elke dag voor elk jaar’ (Ezechiel 4:4-6).

Als naar de woorden van Shlomo Goren de messiaanse tijd vanaf die 7e juni 1967 voor Israël is aangebroken; proclameert de Here: ‘Ik ben voor Jeruzalem en voor Sion in grote ijver ontbrand, maar Ik ben zeer toornig op de overmoedige volken, die, terwijl Ik maar een weinig vertoornd was, mee hielpen ten kwade’, zo ook de woorden ‘en de bepaalde tijd is gekomen’ (Zacharia 1:15-17; Psalm 102:14), zullen de 6 eclipsen die zich voordoen aan zon en maan op ‘Mijn gezette hoogtijden’, beginnende in 2014 op de 14e Nisan ‘het Pascha’ en eindigend in 2015 op de 15e Tishri ‘het Loofhuttenfeest’, geen toevalligheden zijn!

In de Handelingentijd waren de apostelen ervan overtuigd dat een spoedige terugkeer van Jezus Messias in hun generatie zou plaatsvinden! (1 Petrus 4:7; Jacobus 5:7-9; Hebreeën 10:37; 1 Johannes 2:18; 1 Korinthe 1:7; 7:29, 10:11, 16:22; Romeinen 13:12, 16:20; 1 Thessalonicenzen 4:13-18).

Het was een uitzien naar de ‘openbaarwording’ (Apokalyps) en ‘komst’ (parousia) van Jezus Messias! Meer dan ooit is er vandaag in Israel bewust of onbewust een uitzien naar die Messias te midden van de ‘wederoprichting alle dingen’. Dit heilsteken past helemaal bij het Jubeljaar, het geklank van de sjofar!

De ‘geopolitiek’ van de V.N., Rusland, E.U. en de V.S. hebben het Bijbelse hartland als Judea en Samaria met Oost Jeruzalem als bezet gebied verklaart. Het geklank van de bazuin de sjofar betekent nu in diepste zin ook … ‘om uit te roepen een dag der wrake van onze God’, om het ‘erfdeel’ berustend buiten de macht van alle schepselen weer eigendom te maken van de oorspronkelijke Eigenaar (Openbaring 5:1-14). Deze Apocalyptische gebeurtenissen zullen in die zin de 70 weken volmaken als daar de 7 zegelen, de 7 bazuinen en de 7 schalen hun loop gaan krijgen; die Israëls hoop zal vervullen, de komst van Jezus Messias! (Daniel 9:24-27; Openbaring 19:11-16).

Nederzettingen in Judea en Samaria …

De nederzettingen zijn niet te begrijpen als men de Zesdaagse Oorlog niet begrijpt. In mei 1967 trok het Egyptische leger de Sinaï woestijn binnen en blokkeerde het de Straat van Tiran, waarmee het de staat Israël direct bedreigde. De internationale gemeenschap liet het afweten en veel mensen in de Joodse staat raakten in paniek. Ze vreesden een pan-Arabische invasie die Israël zou verpletteren. Maar toen Israël op 5 juni 1967 een preventieve aanval uitvoerde, trok het aan het langste eind. In drie uur tijd vernietigden de Israëlische strijdkrachten de luchtmacht van vier Arabische staten. In zes dagen tijd veroverden ze de Sinaï woestijn, de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogten. De Arabische legers werden overweldigd doordat het nietige Israël in oppervlakte driemaal zo groot werd en een dominante machtspositie in de regio verwierf. Negentien jaar na de stichting was de Israëlische republiek nu een heus ‘rijk’ geworden. Negentienhonderd jaar na de vernietiging van de Tweede Tempel waren de Israëlisch weer heer en meester op Jeruzalems Tempelberg, waar ooit de tempels hadden gestaan.

De nederzettingen vallen ook niet te begrijpen als men de Jom Kippoer oorlog niet begrijpt. Op 6 oktober 1973, toen het land een vrije dag had en vastte om de Grote Verzoendag (Jom Kippoer) te vieren, voerde het Egyptische leger een verrassingsaanval uit op Israël. Het stak het Suezkanaal over en nam de Bar-Lev-verdedigingslinie in, die was aangelegd om Israëls zuidflank te verdedigen. Tegelijkertijd stak het Syrische leger de noordgrens over, schakelde de Israëlische afweer aldaar uit en bezette de Golanhoogten bijna volledig. In enkele dagen tijd werden duizenden soldaten gedood, verwond of gevangen genomen. De luchtmacht raakte een derde van zijn straaljagers kwijt. Op sommige momenten leek Israël op instorten te staan. Defensieminister Moshe Dayan, geheel ontredderd, sprak in apocalyptische bewoordingen over de dreigende vernietiging van de Derde Tempel. Pas na tien dagen van bloedige gevechten wist Israël het initiatief naar zich toe te trekken. Het haalde uit naar de binnenvallende pantserdivisies, stak het Suezkanaal over en bedreigde de Egyptische hoofdstad Caïro, terwijl het tegelijkertijd oprukte naar de Syrische hoofdstad Damascus, die werd ingesloten.

Maar die verlaat uitgevoerde militaire manoeuvres maakten de traumatische ervaringen van de bijna-nederlaag niet ongedaan. De Jom Kippoer oorlog van oktober 1973 werd gevoeld als een jammerlijk falen. Het vertrouwen in Israëls leiders en leger was geschokt. Hetzelfde gold voor het Israëlische zelfvertrouwen. Voor de eerste keer in zijn geschiedenis was er voor het zionisme niet langer sprake van groei, maar van krimp.

De nederzettingen zijn te zien als een directe reactie op die twee oorlogen. De snelle ommekeer van het fortuin van 1967 – van de angst voor vernietiging naar het zoet der overwinning – maakte korte metten met de strenge zelfdiscipline die de zionisten zeventig jaar lang bijeen had gehouden. De Israëlische natie verkeerde in de roes van de overwinning en was vervuld van gevoelens van euforie en enige overmoed. Zes jaar later kwam de omslag van onoverwinnelijke gevoelens naar angstige moedeloosheid, die zich vrijwel van het ene naar het andere moment had voorgedaan, gevolgd door een diepe crisis in leiderschap, normen en waarden en nationale identiteit.

In het land heersten wanhoop, gebrek aan zelfvertrouwen en bestaanszekerheid. Nu men zich in de steek gelaten voelde door Israël, zochten velen hun heil bij de Joodse leer. De Israëlisch waren psychisch uit het lood geslagen door twee oorlogservaringen die als dag en nacht verschilden, maar waar maar zes jaren tussen lag. Dat onvoorstelbare contrast gaf de aanzet tot de nederzettingenbeweging die later een politiek religieus zionisme teweeg bracht in het Bijbelse hartland van Judea en Samaria.

Zacharia 2 – De vijanden worden verslagen en de HEER zal Koning zijn in Jeruzalem.

  • 10 (…) Ik kom in uw midden wonen, (…)
  • 11 en vele volken zullen te dien dage gemeenschap zoeken met de HERE en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal in uw midden wonen. (…)

Zacharia 8 – Al zal het wonderlijk schijnen in de ogen van Israel, toch zal het volk geheel en al verlost worden.

  • (…) Ik woon binnen Jeruzalem; (…) de berg van de HERE der heerscharen zal de berg der heiligheid genoemd worden.
  • 20 (…) Wederom zullen er volken komen en inwoners van vele steden,
  • 21 (…) om de gunst des HEREN af te smeken en om de HERE der heerscharen te zoeken. (…)
  • 22 Ja, vele natiën en machtige volken zullen komen om de HERE der heerscharen te zoeken en de gunst des HEREN af te smeken.

Zacharia 9 – De omwonende volken worden verslagen en de HERE zal strijden voor Jeruzalem.

  • 10 (…) Hij zal de volken vrede verkondigen, en zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde.

****************************************************

The 10th Tevet of the Biblical calendar 5775-2015!by Mark Biltz

In case you are not aware, this year, New Years begins on the 10th of Tevet of the Biblical calendar! What you may ask is the big deal about the 10th of Tevet and New Years?

Well, Tevet is the 10th month and something very significant happened on the 10th day of the 10th month. So much so that Good told Ezekiel to write the name of this day down that no one would ever forget! Well let’s look at what the Lord thinks of this day:

Ezekiel 24:1,2 Again in the ninth year, in the tenth month, in the tenth day of the month, the word of the LORD came unto me, saying Son of man, write thee name of the day, even of this same day: the king of Babylon set himself against Jerusalem this same day.

Here is another verse talking about the importance of this day: 2Kings 25:1 And it came to pass in the ninth year of his reign, in the tenth month, in the tenth day of the month, that Nebchadnezzar king of Babylon came, he, and all his host, against Jerusalem, and pitched against it; and they built forts against it round about.

Wow, this year starts on the very day Nebuchadnezzar surrounded Jerusalem. Look at a very special Biblical prophecy that has not been fulfilled yet: …

Zechariah 8:18,19 And the word of the LORD of hosts came unto me, saying, Thus saith the LORD of hosts; The fast of the fouth month, and the fast of the fifth, and the fast of the seventh, and the fast of the tenth, shall be to the house of Judah joy and gladness, and cheerful feasts; therefore love the truth and peace.

First off, all these fast days mentioned have to do with the destruction of the temple around 586 BC by Nebuchadnezzar:

It was the 10th of Tevet that the walls were surrounded. The fast of the 4th month is the 17th of Tammuz. This was the time when the walls were broken through. The fast of the 5th month is 9th of Av the day the Temple destroyed. The fast of the 7th month is the 3rd of Tishri which recognizes when Gedaliah, the governor Nebuchadnezzar put in charge, was killed.

So, some year, prophetically something will happen that will turn these days from being fast days now for over 2,500 years to days of great joy to Israel. What could possibly happen to have such phenomenal historical significance? So every year when we see these days coming we watch what might happen.

My point is we need to be on God’s calendar! To begin this year on one of these days is a great reminder to be aware and watching of God’s prophetical calendar!! 

*****************************************************

Bijzondere planeten constellatie op 23 september 2017

https://www.youtube.com/watch?v=6hiWHY4Sbwg

Het geboorte teken  van Openbaring 12 … By Scott Clarke

https://www.youtube.com/watch?v=1-HbfhH1VBY

*****************************************************

New post on Joel C. Rosenberg’s Blog / www.joelrosenberg.com / 16 mei 2017

How close did Russia come to intervening in the Six Day War against Israel? My interview with CBN News by joelrosenberg

*****************************************************

THE LAND OF ISRAEL NETWORK / Celebrating Judea 50 Years of Liberation

Event & Live Stream Begin 7:30 PM Israel Time 21st of May 2017, 25th of Iyar 5777 / www.TheLandofIsrael.com

******************************************************

Signs of the End / A Discovery of Biblical Timelines

www.watchfortheday.org

*****************************************************

Het Mysterie van het verloren Jubeljaar!! [19 delen]

site: http://www.wimjongman.nl / ga naar zoek balkje …

*****************************************************

Timeline Project:

www.askelm.com / Ernest L. Martin

*****************************************************

www.elshaddaiministries.us/Handouts/handouts.html

  1. Shemittah year pattern
  2. Shemittah year chart
  3. Overview of the seven feasts

*****************************************************

www.astronomyisrael.com

*****************************************************

What is the Mystery of the Smemittah?

https://www.youtube.com/watch?v=WOH4uecu24M

*****************************************************

KEHILAT HaCARMEL in HAIFA

carmel-assembly.org.il

*****************************************************   

Met veel nieuws uit het Midden-Oosten!!

De dagelijkse Nieuwsbrief, gezien vanuit het standpunt

van Israël. Daarbij wordt de rest van de wereld niet uit het

oog verloren, met name de dreiging die vanuit de

controlerende overheden naar voren komt!

www.wimjongman.nl 

*****************************************************

Nieuws achter het nieuws! www.israpundit.org

*****************************************************

www.elshaddaiministries.us / Live Stream Sjabbat-viering met Pastor Mark Biltz op een nieuwe locatie!

******************************************************

Gerard J.C. Plas

 

 

Be Sociable, Share!
 Posted by at 16:24

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »