Jun 012015
 

Wat mij betreft kunnen de zeven jaren als de uiterste concentratie van het apocalyptische gebeuren worden beschouwd, maar ongetwijfeld zal er een “aanloopperiode” verwacht moeten worden en moet ook de duizendjarige periode na de komst van Christus Jezus nog tot de eigenlijke Apocalyps gerekend worden!

De dag des Heren

De “Dag des Heren” is de periode van de eindoordelen, de “oogst” tijd, waarin de “tarwe” van het “onkruid” wordt gescheiden en waarin de voorwaarden worden geschapen die tot een nieuwe, door Christus bestuurde samenleving moeten voeren. Het hoogtepunt van deze periode is de wederkomst van Christus, want Hij alleen is gerechtigd en in staat het rijk van de tegenstander te overwinnen, de wereld(en) te zuiveren en alle dingen weer te herstellen overeenkomstig de wil van God (Openb.5). Zo zien we dat het voorwerp van het boek “Apocalyps” Jezus Christus is en het onderwerp “De Dag des Heren”, d.w.z. het gehele samenspel van gebeurtenissen dat aan de komst van Christus voorafgaat, dat gepaard gaat met die komst en de onmiddellijke gevolgen daarvan!

Hieruit mag worden afgeleid dat Johannes’ visioenen vergezichten zijn van de gebeurtenissen die in de Dag des Heren zullen plaatsvinden. Dit is het antwoord op het: wanneer. De inhoud van de Apocalyps bevestigd dit ook: het boek is één grootste schildering van het “te voorschijn komen” van de Messias als wereldrechter, de baring van een nieuwe wereld, die ook naar Jezus’ woorden met grote baringsweeen, rampen, oordelen en gerichten gepaard zal gaan (Matth.24).

A trumpet call for Israel and the ChurchDe schofar

Het eerste visioen in de Apocalyps is niet alleen een zien, maar ook een horen, zoals horen en zien wel meer samen gaan in de visioenen van Johannes. Van bijzondere betekenis is “de grote stem als van een bazuin”. “Hoe gelukkig is het volk dat het geklank kent” (Ps.89:16).

De bazuin neemt een grote plaats in de Apocalyps in. De eindgerichten van het zevende zegel worden alle ingeleid door een bazuin en onder de zevende bazuin voltrekken zich de belangrijkste oordelen en ook de wederkomst, de oprichting van het nieuwe rijk en de opstanding. De stem als van een bazuin leidt a.h.w. het bazuinkarakter van de Apocalyps in. Dit zegt de christen over het algemeen weinig of niets meer. Om de betekenis van de bazuin te kunnen peilen, in het bijzonder voor de Apocalyps, moeten we iets weten over het bazuingeklank in Israel. In de hoge dagen van Israel neemt de bazuin (schofar) immers een bijzondere plaats in. Wij weten dat de bazuin samenhangt met Godsopenbaring. Toen God Zich voor het volk Israel openbaarde op de Sinai, schalde daar een zeer sterke bazuin (Ex.19:16). Deze openbaring was niet alleen een bekendmaking over God, maar op de berg Sinai toonde de HEER Zich aan het volk, daar werd Hij openbaar, zoals ook eens Christus Jezus openbaar zal worden. De profeet Zefanja, profeterende over de dag des Heren en grote gerichten, noemt deze “een dag van de bazuin” (Zef.1:16). Ook hier verband tussen de schofar en het komen van God als Rechter der wereld. Toen Israel het beloofde land in bezit moest nemen, scheen Jericho een onneembaar bastion. Zeven dagen lang moesten zeven priesters hun zeven bazuinen blazen om de muren van de vijand, en onder de zevende bazuin vielen de muren.

Een typologische profetie van het eindgericht, waarin onder de zevende bazuin het oordeel over de God-vijandige wereld voltrokken zal zijn en Gods volk de nieuwe wereld van het Messiaanse Rijk zal kunnen binnengaan. De schofar luidt de overwinning van God op de antimachten in en ook dáárom worden de zwaarste eindgerichten uit de Apocalyps telkens geopend met het blazen van bazuinen en zal onder de zevende bazuin Christus Jezus komen om de overwinning te bekronen en de nieuwe wereld die van het Messiaanse Rijk te scheppen.

De bazuin opende ook het Israelitische Jubeljaar, het jaar van de vrijheid en de teruggave (Lev.25:8-10) en de schofar zal ook het eeuwige Jubeljaar voor de gehele wereld openen (Kol.3:4 & 1 Thess.4:16-17). Het is de schofar, de ramshoorn die de overwinning van Christus aankondigt. In Zijn rede over de laatste dingen spreekt ook Jezus over het bijeenverzamelen van de uitverkorenen met een bazuin (Matth.24:31).

“Blaast de bazuin te Sion … want de dag des Heren komt”, roept Joel (2:1). Het is ook met de bazuin dat de doden zullen worden opgewekt (1Kor.15:52). De bazuinen leiden dus niet alleen de gezette hoogtijdagen onder Israel in; parallel aan deze feesten worden ook de hoogtijden van het apocalyptisch gebeuren door bazuinen voorafgegaan!

De bazuin, die alle andere bazuinen omvat, klinkt daarom in het eerste visioen door, als Johannes achter hem een grote stem hoort. Uit het bazuingeluid van deze stem blijkt de grote betekenis van wat nu volgen gaat. Waarschijnlijk wijst Johannes hier reeds heen naar het moment van Christus’ wederkomst, wanneer Hij als de Hogepriester de hemelse tabernakel, het Heilige der Heilige in de hemel zal verlaten op DE GROTE VERZOENDAG, om op aarde alle dingen weer op te richten.

(uit: De Terugkeer van Jezus Christus … bewerkt door G.J.C. Plas)

Jeruzalem anno 2011

De actualiteit van vandaag gebied te zeggen dat naar de woorden van de profeten van Israel, we het moment genaderd zijn van het Apocalyptische bazuingeschal van de schofar, en wat zich zowel in de zichtbare als bovennatuurlijke wereld gaat manifesteren!

Een recent voorbeeld hiervan was de op 15 en 16 mei jl. gehouden ‘Epicenter Conferentie’ in Jeruzalem onder leiding van Joel C. Rosenberg. Deze Conferentie had ten doel om te profeteren en te proclameren naar aanleiding van een tekst uit Joel 2:1

‘Blow ye the trumpet in Zion, and sound an alarm in my holy mountain: let all the inhabitants of the land tremble: for the day of the LORD cometh, for it is nigh at hand’

Het thema was onderverdeeld in: Four Messages:

  1. ‘A Wake Up Call for Israel and the Church’ (Joel 1:1-20).
  2. ‘A Trumpet Call for Israel and the Church’ (Joel 2:1-17).
  3. ‘A Message of Hope for Israel and the Church’ (Joel 2:18-32).
  4. ‘A Message of Warning for the Nations’ (Joel 3:1-21).

De Conferentie die gehouden werd in de ‘Congress Hall van het International Conventie Center’ werd geopend door Joel C. Rosenberg met het lezen uit Joel 2:11

‘And the LORD shall utter his voice before his army: for his camp is very great: for he is strong that executeth his word: for the day of the LORD is great and very terrible; and who can abide it?

Het boek Joel

De naam Joel betekent ‘Jehovah is God’. Er is niet zoveel bekent over deze profeet, dan dat hij de zoon van Pethuel is. Het boek is geschreven tussen 500-600 B.C.?

Het boek is gefocusseerd op Israel en de volken en ‘t ziet uit op de Dag des Heren met brandpunten als: Jeruzalem (4x), Juda (6x), Sion (7x). Er wordt tot drie maal toe verwezen naar de vijgen en vijgebomen van Israel, die in de Bijbel vaak gebruikt worden als symbolen van de natie of de staat Israel. Zo is het Jezus zelf die in Mattheus 24:32-33 verwijst naar de gelijkenis van de vijgeboom met de verklaring dat in het laatste der dagen de staat Israel na eeuwen van ballingschap herboren zal zijn met de terugkeer in het Land der Belofte dat uitziet naar het Messiaanse Rijk, waar Juda en Israel in gerustheid wonen, een ieder onder zijn vijgeboom, van Dan tot Beer-Seba (1Kon.4:21-26;Jer.24:1-10;Hab.3:16-17).

De intentie

Het boek Joel is geschreven om verschillende redenen:

  1. To serve as a ‘wake up call’ to the people of Israel, Judah and Jerusalem to prepare for and repent ahead of the coming “Day of the Lord”, judgments that would be similar to but far worse than the devastating plague of locusts Israel once experienced.
  2. To serve as a ‘trumpet call’ to all those who love the Lord and His Word and profess to be the Lord’s followers to prepare for and repent ahaed of the coming “Day of the Lord”.
  3. To serve as a ‘warning to the nations’ that in the “Day of the Lord” they will face judgment for sins they have committed against Israel and the Jewish people.
  4. To highlight the ‘importance of the Day of the Lord’. Joel mentions the “Day of the Lord” in each chapter and five times in total (1:15,2:1,2:11,2:30,3:14).

Het boek handelt expliciet over het tussenbeide komen van de HERE in de “Dag des Heren’, met in het verlengde daarvan het manifest worden van het ‘Messiaanse Rijk’, met onderscheidingen als:

  • The hope of preservation (bewaring)
  • The hope of restoration (herstel)
  • The hope of salvation (verlossing)

Vervolgens ziet het boek Joel uit op een volheid van tijd (Jubeljaar) daar het een verwantschap heeft met de Feesten van Israel (Joel 2:1,15); tot uitdrukking komend op het Wekenfeest (Sjawoe’ot) de 50e dag na Pesach waar de apostel Petrus citeert … ‘maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joel’ (Lev.23:9-22;Hand.2:16;Joel 2:28-32). Nog andere citaten zijn te vinden in het Nieuwe Testament, waaronder die van Jezus als Hij spreekt, over ‘de zon die verduisterd zal worden en de maan die zijn schijnsel niet geven zal … voordat de grote en geduchte “Dag des Heren” komt’ (Matth.24:29;Joel 2:31). Ook de apostel Paulus citeert uit de profeet Joel, dat ‘ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, zalig zal worden (Rom.10:13). Tenslotte is het Johannes op Patmos die de gebeurtenissen beschrijft uit de Grote Verdrukking aangaande de zon, de maan en de sterren als ook de sprinkhanen die op aarde manifest zullen worden (Openb.8:12;9:3;Joel 2:10).

Het besef

Als we eenmaal beseffen dat het wekenfeest (Sjawoe’ot) niets van doen heeft met het ontstaan van (de) kerk als instituut, maar expliciet behoort tot de ‘Feesten van Israel’ (Leviticus 23:1-44), dan begrijpen we ook dat vers 17 uit Leviticus 23 symbolisch over de eeuwen heen ziet naar een herstelt Israel respectievelijk de 10 en de 2 stammen, die opnieuw tesamen zullen komen voor de HERE, wat ook tot uitdrukking komt in het manifest worden van de 144.000 verzegelden uit de 12 stammen Israels in de Apocalyps! (Ezech.37:15-28;Openb.7:1-8).

Wekenfeest

Het is de apostel Petrus die na enig tumult onder het volk, -daar er ‘kracht van boven’ werd uitgestort- als een gave van de Heilige Geest, opstaat en opheldert met de woorden, … ‘gij Joden en allen, die te Jeruzalem woonachtig zijt’, … ‘maar dit is het, waarvan gesproken is door de profeet Joel. Vervolgens richt hij zich opnieuw tot ‘de mannen van Israel’, … ‘en tot hen voor wie de belofte is, en voor uw kinderen en voor allen’, daar het naar de Tora een verplicht samenkomen is, dus op (Sjawoe’ot) ‘t Wekenfeest waar in Jeruzalem ‘heilige geest’ werd uitgestord, zodat zij elkander konden verstaan en liefhebben (Luk.24:49;Hand.2:14,22,36 en 39;Deut.16:16).

Dus met andere woorden wist de HERE dat het Koninkrijk van Israel zou worden verdeeld (Lev.23:17), en dat bij het beloofde herstel -in de laatste dagen- de 10 en 2 stammen weer tezamen zouden komen! (Ezech.37:15-28).

‘Ik zal hen tot één volk maken in het land, op de bergen van Israel. Zij zullen allen één Koning hebben. Zij zullen niet langer als twee volken zijn, en niet langer nog in twee konijkrijken verdeeld zijn’ (vers 22).

Daarbij zou op dit wekenfeest (Sjawoe’ot) de aanwezigheid van heidenen (goyim) ‘onverdraaglijk’ zijn geweest! (Hand.21:26-36;11:18-19;10:28). Wel is het zo dat er in de stad Jeruzalem een belofte ligt, die in het Messiaanse Rijk voor de volken manifest zal worden, als daar op een dag de volken die zijn overgebleven in hun strijd tegen Jeruzalem, van jaar tot jaar heen zullen trekken om zich te buigen voor de Koning, de HERE der heerscharen, om aldaar het Loofhuttenfeest (Sukkot) te vieren! (Zach.14:16;Hand.1:11).

Zo was daar vlak voor Zijn Hemelvaart op de 40e dag nadat Hij hen veertig dagen lang verschijnende was en sprekende over het Koninkrijk der Hemelen, de vraag: ‘Heere, zult U in deze tijd voor Israel het Koninkrijk weer herstellen? … de vraag die identiek is aan de profetie uit het boek Joel … ‘And I will restore to you the years’ … ‘Ik zal u de jaren vergoeden die de veldsprinkhaan, de jonge sprinkhaan, de zwermsprinkhaan en de treksprinkhaan hebben opgegeten, Mijn groot leger, dat Ik op u had afgestuurd (Hand.1:6;Joel 1:4;2:25).

Vergelijk daarbij ook die indringende boodschap van de apostel Petrus als hij oproept tot bekering en berouw, -en er tijden van verkwikking zullen komen van het aangezicht van de HEERE, en Hij Jezus Messias zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is-, met hetgeen we lezen in Joel: ‘En scheur uw hart en niet uw kleden. Bekeer u tot de HEERE, uw God,’ (Hand.3:19-20;Joel 2:13a).

Op de hieruit volgende smeekbede volgt dan ook het ‘Keerpunt’ in de heilsgeschiedenis van Israel, want als er in de uiterste nood gesmeekt wordt:

‘Ontzie Uw volk, HEERE, geef Uw erfelijk bezit niet over aan smaad, zodat de heidenvolken over hen zouden heersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God? Onmiddellijk het antwoordt volgt: ”Toen nam de HEERE het op voor Zijn land en Hij spaarde zijn volk’ (Joel 2:17b-18).

Hoop

Het boek Joel onderscheidt: zoals we hebben benoemd drie uitingen van hoop …

  1. Ik zal u de jaren vergoeden, toen de sprinkhanen opvraten … (1:4,2:25).
  2. Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees, … (2:28-29).
  3. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk … (3:2).
  • Preservation – Bewaring!

Heilshistorisch gezien kunnen we hier denken aan: 1. de 400 jaren van verdrukking in Egypte; 2. de 70 jaar van ballingschap in Babylon; de verwoestingen van Jeruzalem met haar 2 Tempels; 3. de 2000 jaar van ballingschap onder de volken met de gettovorming; 4. de verschrikkingen van dood en verderf ten tijde van de Holocaust! (Ps.121:4;Jes.49:14-15;Zach.1:14-17).

Op 10 mei jl. vierde Israel zijn 63e Onafhankelijkheidsdag! Al zo’n 2.700 jaar geleden profeteerde de profeet Jesaja hier het volgende over:

‘Wie heeft ooit zoiets gehoord? Wie heeft iets dergelijks gezien? op een enige dag? Zou een land geboren kunnen worden in één dag? Zou een volk geboren kunnen worden in één keer? Maar Sion heeft nauwelijks weeen gekregen, of zij heeft haar zonen al gebaard (Jes.66:8).

Was deze historische gebeurtenis niet het grootste wonder uit de vorige 20e eeuw. De vraag aan de profeet Ezechiel of deze beenderen levend kunnen worden, kon hij enkel beantwoorden met, ‘Heere HEERE, Ú weet het!’ (Ezech.37:3). Met alle eerbied gesproken lijkt het er veel op dat God de profeet Ezechiel heeft meegenomen naar het vernietigingskamp “Auschwitz-Birkenau’ en de gruwel getoond heeft hoe daar honderd duizenden mannen, vrouwen en kinderen op de rand van een mensen graf na vergassing werden gedumpt, doodgeschoten of verbrand. (Ezech.37:1-14).

[In 1896 schreef Theodor Herlz zijn boek: ‘Der Judenstaat’ waarin hij uiteenzet waarom er voor het Joodse volk een eigen land nodig was. Alleen in een eigen staat zouden de Joden niet langer slachtoffer zijn van het ‘antisemitisme’. Als gevolg hiervan werd één jaar later in 1897 het eerste Zionistencongres in Bazel door Herlz bijeengeroepen waar de Zionistische wereldorganisatie werd opgericht, en waar hij in zijn bekende profetische rede de volgende uitspraak deed, … ‘dat er over 5 en zeker over 50 jaar er een Joodse staat zal zijn.’]

  • Restoration – Opbouw en Herstel!

Er is historisch gezien geen enkel land en volk geweest dat zich na een verblijf van 2000 jaar in ballingschap zo snel en spectaculair hersteld heeft van ‘de plagen der knagers, sprinkhanen, verslinders en kaalvreters’, dan de staat Israel anno 2011. In het midden van de 19e eeuw verkeerde het Land in een staat van woestenij, bezaaid met stenen en moerassen, zonder bossen en irrigatie. Niettegenstaande was daar in 1948 het fysieke herstel voor wat betreft de proclamatie van de staat Israel, en de hereniging (re-united) van Oost en West Jeruzalem in 1967 als de nu ondeelbare hoofdstad van Israel. Dan is daar de ontluikende Hebreeuwse taal, en de immigratie die onverminderd voortgaat; en de uitvoer van wijnen en agrarische producten, de innovatie op medisch en high-tech gebied, en de vondsten van petroleum en gasvoorraad die reeds gevonden zijn voor de Israelische kunst bij Haifa en in Rosh HaAyin een stad ten oosten van Tel Aviv als het om de olie gaat. Allemaal zaken die verband houden met een profetie uit Ezechiel 36 en 37 en uit Joel 2:19-21, …

‘Zie, Ik zend u het koren, de nieuwe wijn en de olie, zodat u ermee verzadigd wordt. Ik zal u niet meer overgeven als voorwerp van smaad onder de heidenvolken. Ik zal die uit het noorden ver van u wegdoen. Ik verdrijf hem naar een dor en woest land, zijn voorhoede naar de zee in het oosten, zijn achterhoede naar de zee in het westen. Zijn stank stijgt op, zijn walm stijgt op, want hij heeft grote dingen gedaan.

De Noordelijke vijand wordt verdreven, denk hierbij aan de rijken van weleer als het Babylonische en Assyrische Rijk, zij kwamen via het noorden het land binnen! Zo loert in de actualiteit van vandaag de Russische/Arabische-alliantie die straks ook uit het uiterste noorden komt om grote buit te maken; om roof te plegen, om zilver en goud weg te slepen, om have en goed te bemachtigen, in het sieraad land, (Ezech.38-39!).

Deze onverwachtse invasie van de ‘Gog en Magog’ – legers op de bergen van Israel zullen op een even zo spectaculaire wijze vernietigd worden door de machtige rechterhand van God en zal dit gebeuren tevens de sleutel zijn tot grote geestelijke veranderingen in het Midden-Oosten … ‘Dan zullen zij die van het huis van Israel zijn, weten dat Ik, de HEERE, hun God ben, vanaf die dag en daarna’ … ‘Immers, de Joden vragen om een teken en de Grieken zoeken wijsheid’ (Ezech.39:22;Zach.12:10; 1Cor.1:22).

De profeet Joel beschijft vervolgens, nadat de vijandelijke macht uit het Noorden vernietigd zal zijn, de HEERE zal uitstorten van Zijn Geest op al wat leeft, … ‘uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouderen zullen dromen dromen; uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten’ (Joel 2:28-29).

  • Salvation – Verlossing!

Ten slotte wordt er gesproken over een derde uiting van hoop als de ‘verlossing’, als de profeet Joel spreekt van een gerich over Israels vijanden wat dan ook nog een mondiaal gebeuren zal zijn in de zin dat alle volken zullen aantreden en zullen oprukken naar het dal van Josafat waar de Here zal zitten om alle volken van rondom te richten, de oogst is rijp, de perskuipen zijn vol, en de wijnbakken stromen over, want hun boosheid is groot (Openb.14:14-20)! Het zal zijn in de laatste dagen met brandpunten als Juda en Jeruzalem , en Israel weer een natie zal zijn met een sterke krijgsmmacht en een florerende economie; waarvan Jeruzalem de ondeelbare hoofdstad zal zijn!

‘Want zie, in die dagen en in die tijd, als Ik een omkeer zal brengen in de gevangenschap van Juda en Jeruzalem, zal Ik alle heidenvolken bijeenbrengen en hen doen afdalen naar het dal van Josafat. Daar zal Ik met hen een rechtszaak voeren, vanwege Mijn volk en Mijn eigendom Israel, dat zij onder de heidenvolken verstrooid hebben. Mijn land hebben zij verdeeld. Zij hebben het lot geworpen over Mijn volk. Zij gaven een jongen voor een hoer; zij verkochten een meisje voor wijn, zodat zij konden drinken’ (Joel 3:1-3).

Er worden hier dus zes redenen opgesomd die het oordeel onvermijdelijk maken!

  1. het verstrooien van Joden onder de volken …
  2. het verdelen van het land …
  3. het verkopen van Joden voor handel en slavernij …
  4. het bedrijven van losbandigheid, w.o. hoererij en dronkenschap …
  5. het weghalen van goud en zilver, als mijn kostbare schatten …
  6. het vermoorden van Joden op grote schaal …

In de tekst wordt er gesproken over alle heidenvolken in ‘the final days’, [de laatste dagen]. We denken hier aan landen buiten de regio van het Midden-Oosten. En waar Israels aartsvijanden heden ten dagen een ongekende crisis doormaken die zich nog niet laat voorspellen v.w.b. de afloop daarvan, is een waarschuwingn op z’n plaats in het verlengde hiervan aan het kwartet als de VN. – EU. – VS. – Rusland, met de terroristische splinter groeperingen als Hamas, Fatah en Hezbollah, om ergens in september 2011 een onafhankelijke Palestijnse staat uit te roepen: to divided Jeruzalem, Judea and Samaria, …‘t Bijbelse hartland, als Mijn Land zegt de Here (Lev.25:23,24;Joel 3:2). In de actualiteit daarvan anno 2011-2012 zien we een onzichtbaar raamwerk ontstaan, wat ten diepste een onvermijdelijk wapengekletter ten gevolge zal hebben, met een oprukken van de heidenvolken naar het dal van Josafat, waar nu juist de profeet Joel zo voor gewaarschuwd heeft om met je handen af te blijven van het Beloofde Land dat de Here in een ‘onvoorwaardelijk verbond’ aan Abraham, Izaak en Jakob heeft toegezegd (Gen.12:6,7;13:14,15;26:2,3,24;28:13,14), en zullen als noodzakelijk gevolg daarvan alle heidenvolken gericht worden (Joel 3:9-17).

Niettegenstaande heeft Israel in de laatste decennia, dus na de ‘Zesdaagse Oorlog’ van 1967 en de ‘Yom Kippoer Oorlog’ van 1973 grote concessies gedaan aan de Arabieren in een door Amerika opgedrongen strategie van ‘land voor vrede’, denk hierbij aan de teruggave van de Sinaiwoestijn in 1982 en de desastreuze gesloten Oslo-akkoorden in ’93, die tientallen onschuldige Israeli’s het leven hebben gekost, en de niet te vergeten terugtrekking uit de Gaza-strook (Gush Katif) in 2005, wat feitelijk een gigantische wapensmokkel heeft teweeggebracht, met raketbeschietingen richting Haifa en het zuiden Israel.

Zo heeft onlangs de Amerikaanse President Obama in zijn rede van 19 mei jl. opgeroepen om over de grenzen en veiligheidskwesties te onderhandelen. Obama wil de grenzen, op die van vóór 4 juni 1967 baseren, met wederzijdse goedgekeurde landruil om gehandhaafde nederzettingenblokken te compenseren. Dit is natuurlijk een waanzinnig voorstel om uiteindelijk van Judea en Samaria een Palestinaatje te maken alleen al vanwege het feit dat als men bedenkt dat de huidige instabiliteit in die Arabische wereld allerlei onzekerheden bieden als het gaat om democratische besluiten en rechten in deze zo mensonterende wereld van het Midden-Oosten, waarbij Israel als enig democratisch land zich dan zal moeten verdisconteren met oorlog en terreur aan haar (open) – grenzen die nu juist die gebieden als Judea en Samaria én de Golanhoogvlakte daar inherent aan maken.

Resoluties

Juist de gebieden Judea en Samaria hebben sinds de beeindiging van de Turkse overheersing in 1917, nooit officieel een soevereine staat gehad. Het verdelingsplan 181 van de VN zou in 1947 een eind hebben moeten maken aan het Israelisch-Arabisch conflict uit de tijd van het Britse Mandaat. Het plan voorzag in de verdeling van het gebied tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan in een Joodse en Arabische staat. Jeruzalem zou dan onder internationale controle komen. Israel ging akkoord, maar de Arabieren niet. Een paar maanden later, toen Israel in mei 1948 uitgeroepen werd tot een onafhankelijke staat, vielen de Arabische landen de pasgeboren staat aan. Als gevolg van de Onafhankelijkheidsoorlog zijn de grenzen van 1947 verschoven en tijdens de Wapenstilstand van Rhodos in 1949 officieel vastgesteld. Dit gebeurde met de groene pen, en daarom noemt men deze grens de ‘groene lijn’. Een grens die Judea en Samaria en de Gazastrook onsloot. Volgens internationale regels hield Egypte de Gazastrook illegaal bezet. Ook de bezetting van Judea en Samaria door Jordanie was illegaal. Omdat deze Arabische landen geen legale aanspraak op deze gebieden konden doen gelden, kan Israel niet van bezetting worden beschuldigd. Gedurende de negentien jaar dat Egypte en Jordanie de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever bezet hielden, heeft de VN nooit geprotesteerd tegen deze illegale bezetting! Overigens geldt de ‘Geneefse Conventie’ pas als het over twee staten gaat. In dit geval maakt de staat Israel aanspraak op het land dat volgens het volkerenrecht niet aan een andere natie toebehoort. Dus eigenlijk valt er niets te onderhandelen. Dit is de reden waarom destijds de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft besloten (resoluties 242 in 1967 en 338 in 1973) dat Israel zich niet uit Judea, Samaria hoefde terug te trekken!

Het was daarom ook dat premier Benjamin Netanyahu onlangs in zijn rede voor het Congres in de V.S., op 24 mei jl. eigenlijk ‘nee’ zei tegen Obama’s raamwerk voor het initieren van nieuwe vredesbesprekingen.

Vacante troon in Sion

Niet de geopolitiek in Washington, Moskou, Parijs of Peking beslissen over de nog ‘vacante troon’ in Jeruzalem; en dat naar aanleiding van de vraag die ook heden ten dage nog springlevend is: ‘HEERE, zult U in deze tijd voor Israel het Koninkrijk weer herstellen?

Juist vandaag als daar tekenen en wonderen van materieel en geestelijk herstel zich aandienen aangaande het beloofde theocratische ‘Koningschap voor Israel’, … het tegelijkertijd zo is, dat dit universeel veel verzet oproept, wat zich voortreffelijk laat uitdrukken in de volgende woorden:

‘Waarom woelen de heidenvolken en bedenken de volken wat zonder inhoud is? De koningen van de aarde stellen zich op en de vorsten spannen samen tegen de HEERE en tegen Zijn Gezalfde: Laten wij Hun banden verscheuren en Hun touwen van ons werpen!

Die in de hemel woont, zal lachen, de Heere zal hen bespotten. Dan zal Hij tot hen spreken in Zijn toorn, in Zijn brandende toorn hun schrik aanjagen. Ik heb Mijn Koning toch gezalfd over Sion, Mijn heilige berg.

Ik zal het besluit bekendmaken: De HEERE heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Zoon, Ík heb u heden verwekt. Eis van Mij en Ik zal U de heidenvolken als Uw eigendom geven, de einden deraarde als Uw bezit. U zult hen verpletteren met een ijzeren scepter, U zult hen in stukken slaan als aardewerk.

Nu dan, koningen, handel verstandig. Laat u onderwijzen, rechters van de aarde. Dien de HEERE met vreze, verheug u met huiver. Kus de Zoon, opdat Hij niet toornig wordt en u onderweg omkomt, wanneer Zijn toorn slechts even ontbrandt. Welzalig allen die tot Hem de toevlucht nemen! (Psalm 2:1-12).

De aloude eeuwen door gaat het de volkeren nu juist, om de verovering van dit Bijbelse hartland, de gebieden als Judea en Samaria met de stad Jeruzalem. Oorspronkelijk is ‘Sion’ het alleroudste deel van de stad Jeruzalem, waarop de vestingwerken van de oorspronkelijke bewoners, de Jebusietenis waren gebouwd. Toen Jeruzalem in de loop van de tijd uitgebreid werd, hield dit oude gedeelte de naam ‘Stad Davids’. Later werd de naam ‘Sion’ geldig voor de gehele stad en nog later zelfs voor geheel Israel (Matth.21:5;Rom.9:33;Jes.46:13;Zef.3:14-15;Ps.149:2). De naam wordt echter voornamelijk met de tempelberg als Huis Gods in verband gebracht. Naar Sion gaan betekent tot God in de tempel gaan en God dáár dienen (Ps.84:8;Jes.8:18;Micha 4:7). God woont in Sion en daarom wonen de mensen die óók in Sion wonen, zéker. Sion is de goddelijke ‘regio’, de heilge en veilige ‘zône’. Sion wordt dan ook bij de profeten het brandpunt van het messiaanse heil (Jes.2:2-3,35:10,25:6-7;Obadja 17; Joel 2:32,3:5;Luk.1:32) en het is de wereldwijde haat van de islam die de zegen daaraan verbonden opeist voor Ismael. (Gen.12:3,14:18-19;Hand.1:8).

Zo zegt de Heere HEERE: Dit is Jeruzalem: Ik heb het te midden van de heidenvolken gezet met landen eromheen’ (Ezech.5:5).

In het -Epicenter- van de kosmos zullen Israel en de volkeren de Vredevorst zien, te midden van de Messiaanse Vrede, ‘en de naam van de stad zal vanaf die dag zijn: DE HEERE IS DAAR’ (Ezech.48:35).

Waakt op, blaast de bazuin op Sion!

Deze profetie uit Joel 1:5 & 2:1 heeft heden ten dage alles van doen met de eigen verantwoordelijkheid in Kerk en Maatschappij over een toekomst die naar deze profetie alle verstand te boven gaat! Maar zij handelt expliciet over Israel, Jeruzalem, Jud(e)a en Sion. Maar juist dit is voor velen in kerkelijk of maatschappelijk verband een onverteerbare kluif, hetzij gevoed door het stelselmatige indoctrinatie proces via een media cultuur wat op een zeer bepaalde manier de actualiteiten inzake Israel en het Midden-Oosten belicht en becommentariseerd, of het latent aanwezige antisemitsme wat door de eeuwen heen en onuitroeibare ziekte blijkt te zijn!

Vandaar de oproep door de profeet: ‘Bekeert u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en met rouwklacht. En scheurt uw hart en niet uw klederen. Bekeer u tot de HEERE, uw God, want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad, … en uitzicht gevent op een groot Heil voor Israel en de volken! (Joel 2:12).

De aanhaling van de tekst uit Handelingen 2 door de apostel Petrus uit Joel en de specifieke verwijzing naar de laatste dagen en het daarna in Joel spreken over het zelfde gebeuren (Hand.2:17;Joel 2:28). De aangehaalde tekst uit Joel is eigenlijk verdeeld in twee delen. Het eerste deel werd feitelijk vervuld op de dag van het wekenfeest (Sjawoe’ot) dus met Pinksteren; daar er op die dag werd uitgestort van ‘heilige geest’ – kracht van boven), zoals was beloofd door Jezus, dat de belofte Zijns Vaders op hen zou neerkomen, d.w.z. de bekleding met ‘kracht uit den hoge’ (Luk.24:49;Hand.1:4). Ook het tweede deel van deze profetie zou zich hebben vervuld als Israel als natie zich zou hebben bekeerd na de oproep van Petrus. Maar de (heils)geschiedenis leert dat Israel zich als volk niet bekeerde in die zo fascinerende Handelingentijd (Hand.28:26-28). Met als uiterste consequentie dat het Messiaanse Rijk met haar Koning niet konden doorbreken in die dagen wat vergezeld zou gaan met wonderen in de hemel en op de aarde, bloed en vuur en rookzuilen, waarbij de zon veranderd zal worden in duisternis en de maan in bloed, voordat die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende! (Hand.2:17-21;Joel 2:28-32).

Hetgeen behoorde tot die lange tussengeschoven tussentijd aangaande de 2 delen van deze profetie uit Joel, was niet aan de apostel Petrus toegezegd om dit te verklaren! (Gal.2:7-8). Hij belijdt later, als schrijvende aan de Joden in de verstrooiing, dat zij daarbij hulp zouden vinden m.b.t. deze interval in de geschriften van de apostel Paulus met de woorden: ‘zoals ook onze geliefde broeder Paulus, naar de wijsheid die hem gegeven is, u geschreven heeft, zoals ook in alle brieven, wanneer hij deze dingen ter sprake brengt. Daaronder zijn sommige zaken die moeilijk te begrijpen zijn, die de onkundige en onstandvastige mensen verdraaien, tot hun eigen verderf, net als de andere Schriften’ (2Petr.3:15-16).

De relatie waarin de twee delen der profetie van Joel tot elkaar staan, was voor Petrus nog niet openbaar want, … het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft’ (Hand.1:7). We weten inmiddels wel dat het een nieuwe ‘dispensatie’ (bedeling) is die deze tussengeschoven tussentijd opvult en dat het aan de apostel Paulus gegeven is de ‘onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen’ (Efz.3:1-10).

Dit uitstel is geen afstel, maar het wacht op een volheid van tijd [als zijnde een Jubeljaar], het werkt als communicerende vaten, waarbij het ‘Lichaam van Christus’ volgroeid raakt …, de bekering van Israel manifest wordt …, en de ongerechtigheid opklimt tot het getalvan de mens der zonde die 666 is! (Opb.13:18).

Na deze lange tussentijd en het stilzwijgen van de ‘Eeuwige’, hebben zich in de 19e eeuw met de essentie vanaf het jaar 1897 vele profetieen in een periode (Gen.6:3) van 120 jaar (1897 – 1947 ((120)) 1967 – 2017) vervuld in Eretz Israel. Een periode van fysiek en mentaal herstel, ofschoon door de profeten voorspelt doch in de druk der tijden (Dan.9:25)! Het wachten is nu op een volheid van tijd, die de inleiding zal zijn naar een Apokalyptische tijd die in de “dag des Heren” zal plaatsvinden. De profeet Joel profeteert vrijwel uitsluitend over deze “Dag des HEREN”, de dag waarin de apostel Johannes als het ware verplaatst is om te kunnen zien wat de HERE hem toont over die dag. (Openb.1:1, 10-11).

Dit is immers de inhoud van het boek van Openbaring, de openbaar-wording, de zichtbaar-wording van Jezus Christus en alle verschijnselen en ontwikkelingen die daarmee samenhangen. Wanneer de profeet Joel in hoofdstuk 2:1 van zijn profetie uitroept: ‘Blaast de bazuin in Sion, sla alarm op Mijn heilige berg’, dan kunnen wij dat verbinden aan de zevende bazuin waarin alles tot vervullen komt (Opb.11:15-18) …

‘En de zevende engel blies op de bazuin, en er klonken luide stemmen in de hemel, die zeiden: De Koninkrijken van de wereld zijn van onze HEERE en van Zijn Christus geworden, en Hij zal Koning zijn in alle eeuwigheid. En de vierentwintig ouderlingen, die voor God op hun troon zitten, wierpen zich met hun aangezicht ter aarde en aanbaden God, en zeiden: Wij danken U, HEERE, God de Almachtige, Die is en Die was en Die komt, omdat U Uw grote kracht ter hand hebt genomen en Koning geworden bent’.

Bloed rode manen

Nadat op 14 mei 1948 de staat Israel wordt uitgeroepen, duurt het precies nog 19 jaar voordat Israel in de Zesdaagse Oorlog van 1967 de oude stadswijk met het Tempelplein hetgeen gelegen is in Oost-Jeruzalem herwint. Bij deze hereniging (re-united) van Oost en West Jeruzalem waarbij de stad sinds eeuwen weer in Israelische handen en onder haar bestuur valt, en sinds 1982 door wet bekrachtigt de ondeelbare hoofdstad van Israel is, kwam deze hereniging tot stand na de 70 cyclus van 19 jaar (1948-1967) gerekend vanaf het jaar 637 A.D. toen Jeruzalem door de Arabische Omar werd ingenomen. (zie artikel: de bestemming der eeuwen aangekondigd).

Naar de woorden van Jezus in zijn laatste profetische rede in Mattheus 24, ook wel de kleine apocalyps genoemd, spreekt hij over tekenen aan zon, maan en sterren die Zijn komst zullen aankondigen. Vergelijkbare teksten vinden we onder andere bij de profeten in Jesaja 13:10 – Ezechiel 32:7 – Joel 2:31 – Mattheus 24:29 – Makus 13:24 – Lukas 21: 25‘En er zullen tekenen zijn in zon, maan en sterren, en op de aarde benauwdheid onder de volken, in radeloosheid vanwege het bulderen van zee en golven’ … ‘De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende’ … Joel 2:31.

Aanzetten hiervan vonden plaats in 1949 en 1950 op Pesach en Sukkot de jaren nadat Israel in 1948 een onafhankelijke staat was geworden. Evenzo was dit in 1967, het jaar van de hereniging van Jeruzalem tijdens de Zesdaagse Oorlog en in 1968 het geval, waarbij moet worden aangetekend dat een dergelijk ‘tetrad’ (viertal) in de 16e – 17e -18e – 19e eeuw zich niet voordeed!

Opzienbarend is het gegeven dat er zich in 2014 en 2015 opnieuw een ‘tetrad’ (viertal)eclipsen aan het hemelgewelf zullen vertonen bewijst nogmaals dat de schriftenplaatsen in Genesis en in de Psalmen essentieel zijn, daar zij verkondigen dat de zon en de maan gesteld zijn tot TEKENEN en tot GEZETTE TIJDEN, en tot DAGEN en JAREN op Mijn gezette hoogtijden, de Feesten van Israel (Gen.1:14-16;Ps.104:19;Lev.23:2).

[Pesach en Sukkot beginnen dan in 2014 en 2015 respectievelijk op 15 april en 8 oktober met een totale maansverduistering, die vervolgens op 28 september en 4 april in 2015 op Sukkot en Pesach eveneens een totale maansverduistering te zien zullen geven]

Messiaanse tijd aangebroken

Het was de opperrabbijn Shlomo Goren van het Israelische leger die op de 7e juni 1967 bij het lezen uit de Torahrollen en het blazen op de Schofar bij de Westelijke Klaagmuur een opzienbarende uitspraak deed met de woorden … de Messiaanse tijd is aangebroken! Hij kon op dat moment nog niet weten dat vanaf die dag de 7e juni 1967 de (7×7) 49 jaren van herstel aan de stad, muren en tempel uit de Ezra-Nehemia tijd a.h.w. weer terug zouden keren, waarbij het 50e jaar, het Jubeljaar (7×7=49×360=17.640 dagen) dan exact ook valt op een ‘Yom Kippur’, de tiende dag in de zevende maand Tishri van het jaar 5776 of wel op 23 september 2015 (Lev.25:8-10).

Deze ‘Yom Kippur’ of Grote Verzoendag op 23 september van het jaar 2015 kan wel eens van grote invloed zijn op het verdere gebeuren van wat er beschreven staat in de Apocalyps de openbaring van Jezus Christus, daar er in het hemelse visioen sprake is van een Lam dat staande als geslacht, en waardig is de verzegelde boekrol te nemen uit de rechterhand van Hem Die op de troon zat en als de Leeuw uit de stam van Juda naar de Mozaische wetgeving aangaande het Jubeljaar zijn zegels daarvan los te maken daar Hij de Losprijs heeft betaald met Zijn eigen Offerbloed (Openb.5:1-14).

Met dit gegeven ligt het alleszins voor de hand dat de aanloopperiode naar de uiterste concentratie van de 70e [jaar] week dus de laatste zeven jaren van het Apocalyptische gebeuren [waarbij ook de duizend jarige periode die van het Messiaanse Rijk tot de eigenlijke Apocalyps gerekend moet worden] hun loop moeten krijgen, deze dan ook zal aanvangen bij de 68e [jaar] week, overeenkomend met de 7 zegels, de 7 bazuinen, die dan tevens met de zevende en laatste bazuin, de slotakte en alles omvat wat er nog geschieden zal bij de volkomen vervulling van de verborgenheid Gods, waaronder dan ook de zeven toornschallen vallen (Openb.11:15-19).

Het is de tijd waarbij de tijdruimte van die der Handelingen der apostelen a.h.w. weer wordt voortgezet bij het punt waar zij naar de jaarweken van Daniel 9 op de 67e [jaar] week in het jaar 62-63 A.D. zo abrupt werd afgebroken en waar in het jaar 70 A.D. de Tempel en de stad Jeruzalem verwoest werden (Hand.28:26-28).

‘Blaast de bazuin in Sion, heilig een vastentijd af, roept een bijzondere samenkomst bijeen’ … ontwaak, want de dag van de HEERE is nabij’; het was opnieuw vanuit Jeruzalem waar het Epicenter van de wereld gelegen is dat deze overtuigende boodschap duizenden in het geopolitieke wereldje van 2011 heeft bereikt.

Ook de apostel Paulus schijnt in zijn geschriften te zinspelen op een bazuingeschal op één der Feesten van Israel, als het gaat om ‘Rosh Hasjana’ en ‘Yom Kippur’ respectievelijk de 1e en de 10e dag van de zevende maand Tishri, toen hij schreef in Efz.5:14 … ‘Ontwaak, u die slaapt, en sta op uit de doden; en Christus zal over u lichten’. Zo ja, dan zien we mogelijk een zinspeling op de verschijning van de nieuwe maan ten tijde van ‘Sukkot’ op de 15e Tishri, en wel in deze woorden van één der voorafgaande verzen: ‘Want u was voorheen duisternis, maar nu bent u licht in de HEERE; wandel als kinderen van het licht (Efz.5:8).

De zinspeling in Joel 2:15 op, ‘heilig een vasten, roep een bijzondere samenkomst bijeen’, kan mogelijk wijzen op de dag van ‘Yom Kippur’ en misschien wel met het oog op een Jubeljaar het 50e, zoals ook op de 50e dag van het wekenfeest (Sjawoe’ot) het de apostel Petrus was die oproept tot bekering, met de uiterste consequentie de roep: ‘Ontzie Uw volk, HEERE, geef Uw erfelijk bezit niet over aan de smaad, zodat de heidenenvolken over hen zouden heersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God? (Joel 2:17b;Hand.2:38;3:19).

De geopolitiek der grootmachten betreffende het Midden-Oosten, [in het onderdruk zetten van Israel] in de strategie van ‘land voor vrede’, geeft alle reden tot inkeer en gebed. Bovendien kampt Israel aan haar grenzen met: 1. De voortdurende dreiging van terreur en raketbeschietingen van de zijde van Hamas en Hezbollah. 2. Het gevaar van een overrrompeling op de Golanhoogten door Syrie. 3. De atoomdreiging van Iran. 4. De Moslimbroederschap in Egypte die het gesloten vredesverdrag met Israel wil vernietigen! (Jes.17:1-3)!

De Mozaische wetgeving

Tot slot geeft daar op wonderbaarlijke wijze een stuk Mozaische wetgeving in Leviticus 25:8-12 , de gelijkenis weer en ook het stramien van het verlossingsproces aangaande Israel en de volkeren, wat ook in het boek de ‘Openbaring van Jezus Christus’ is opgenomen. In die zin is het zo dat de wet van Mozes bepaalde dat iedere vijftig jaar, in het Jubeljaar, verkocht land aan de oorspronkelijke eigenaar of diens erfgenaam moest worden teruggeven. De losprijs werd betaald door de Losser, een naaste bloedverwant van de man die uit armoede, of om andere redenen, zijn grond, of een deel daarvan had moeten verkopen. Deze inzetting heeft een rijke en opzienbarende profetische strekking. Wezenlijk is dat land Israel, van de Here en dat het verkochte erfdeel weer aan de eigenaar moet worden teruggeven. Het is in de volheid van de tijd geweest dat Messias Jezus, Die daarvoor, als de naaste bloedverwant, met Zijn bloed betaald heeft. Daarom is Hij ook de grote ‘Losser’ (Goel), die in de volheid van tijd (na zeven maal zeven sabbatsjaren) Israel en de wereld weer loskoopt. In het licht van deze losser-procedure krijgt het visioen van Openbaring 5, de opening van de boekrol met de zeven zegels, een buitengewoon verrassende en voor de uitleg van het laatste Bijbelboek aangaande de Dag des Heren een bepalende betekenis in het licht van de 7 x 7 (sabbatsjaren) weken gerekend vanaf de hereniging op 7 juni 1967 (re-united) van Jeruzalem of te wel Sion (Luk.21:24), tot aan de Yom Kippur van 23 september in 2015. Het boek met de zeven zegels is een Lossersakte. Wél heeft Christus de losprijs reeds betaald met Zijn eigen bloed, maar zoals de wet ook luidde, pas ná een bepaalde tijd kwam het vervreemde eigendom weer in handen van de oorspronkelijke eigenaar en diens erfgenamen. Bij de ‘lossing’ door Christus gaat het om de gehele wereld. In Openbaring hoofdstuk 5 staat dat niemand waardig is de zegels van de boekrol te openen; uitsluitend Christus, Die immers de losprijs betaald heeft, mág en kán dit volbrengen. Nérgens wordt zó indringend de hopeloze positie van de mensheid duidelijk, als in dit gedeelte van de ‘Openbaring’. Nérgens ook wordt duidelijker geillustreerd, dat pogingen van de mens het verloren paradijs terug te winnen, vergeefs zijn. Het betekent de definitieve afrekening met alle illusies van vredesbesprekingen, utopieeen, idiologieen en religies, om de aarde te verlossen en te brengen in een paradijselijke toestand; met de intentie dat alles buiten Hem om te doen, maar Die nu juist wel waardig is het te doen! Na dit recht dat Christus Jezus Zich door het bezit van de losserakte verworven heeft, de wereld in bezit te nemen, is de toeeigening nog geen feit! De nu volgende gerichten over de mensheid en wereld zijn evenwel zoveel zuiveringsprocessen om de indringers en onrechtmatige bezitters te verdrijven. Het erfdeel, en dat is hier de gehele wereld, is immers door de vijand(en), de satan (tegenstander) bezet, en moet worden veroverd, zowel op machten over de mens als op de geestelijke machten in de mens. We zien in de eindgerichten dan ook een drievoudige bedoeling:

  • In de eerste plaats de positieve opzet de mensheid onder de druk van ongekende rampen en verschrikkingen tot gehoorzaamheid aan God te brengen.
  • Ten tweede de definitieve afrekening met allen die in de ongerechtigheid volharden.
  • Ten derde de noodzakelijke vernietiging van alles wat de toeeigening van de wereld door Christus in de weg staat … hetgeen zal aanvangen bij het openen van het eerste zegel der zeven zegels door het Lam, … (Opb. 6:1 – 19:21).

Tekenen van hoop

Voor Israel en het gehele Midden-Oosten is het een verademing als zij vernemen dat de profeet Joel aan het eind van zijn betoog afsluit met dat geweldige ‘profetisch perspectief’ en hij bijna jubelend spreekt over het Koninkrijk der Hemelen dat de HEERE door alle oordelen heen zal oprichten aan Israel en de volkeren, benoemt als het Messiaanse Rijk, als hij andermaal spreekt over Jeruzalem, Juda en Sion, met het oog gericht op het toekomstige geestelijk en materieel herstel, waarover de volgende verzen spreken …

  1. Jeruzalem zal een heiligdom zijn (3:17).
  2. De bergen zullen druipen van jonge wijn (3:18).
  3. De heuvels zullen stromen van melk (3:18).
  4. Alle waterstromen van Juda zullen overlopen van water (3:18).
  5. Een bron zal uit het huis van de HEERE ontsrpingen (3:18 verg. Ezech.47).
  6. Juda en Jeruzalem zullen in eeuwigheid blijven (3:20).
  7. En de HEERE zal wonen op Sion! (3:21) … … … …

Het is de bron van levend water die ontspringt uit het Huis des Heren waarover de profeet Ezechiel het volgende zegt:

‘Daarna bracht Hij mij terug naar de ingang van het huis. En zie, er stroomde water uit, van onder de drempel van het huis naar het oosten, want de voorkant van het huis lag naar het oosten. Het water stroomde naar beneden van onder de rechterzijde van het huis, ten zuiden van het altaar. Vervolgens bracht Hij mij naar buiten via de noorderpoort en leidde mij buitenom rond naar de buitenpoort, in de richting die naar het oosten gekeerd is. En zie, uit de rechterzijde borrelde water. Toen de Man naar het oosten naar buiten ging, was er een meetlint in zijn hand. Hij mat duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de enkels. Hij mat weer duizend el en liet mij door het water gaan: het water kwam tot de knieen. Toen mat Hij weer duizend en liet mij erdoor gaan: het water kwam tot de heupen. Nog eens mat Hij duizend el: het was een beek waar ik niet door kon gaan, want het water was heel hoog – water waar men alleen zwemmend door kon, een beek waar men anders niet door kon gaan. Hij zei tegen mij: Hebt u het gezien, mensenkind? Toen leidde Hij mij en bracht mij terug naar de oever van de beek. Toen ik teruggekeerd was, zie, bij de oever van de beek stonden zeer veel bomen, aan deze kant en aan de andere kant. Hij zeide tegen mij: Dit water stroomt weg naar het oostelijke gebied en stroomt in de Vlakte naar beneden en komt in de zee. In de zee uitgestort, wordt het water gezond. Het zal gebeuren dat alle levende wezens die er wemelen, overal waar een van beide beken naartoe komt, zullen leven. Daar zal zeer veel vis zijn, omdat dit water daarheen komt, en alles waarheen deze beek komt, zal gezond worden en leven. Verder zal het gebeuren dat er vissers langs zullen staan vanaf Engedi tot En-Eglaim. Er zullen droogplaatsen voor sleepnetten zijn. Hun vis zal van elke soort zijn, zeer talrijk, zoals de vis in de Grote Zee. Maar de moerassen ervan en de poelen ervan zullen niet gezond worden: ze zijn aan het zout prijsgegeven. En langs de beek, langs de oever ervan, zullen aan deze kant en aan de andere kant allerlei vruchtbomen opkomen, waarvan het blad niet zal verwelken en waarvan de vrucht niet zal opraken. Elke maand zullen ze nieuwe vruchten voortbrengen, want het water ervoor stroomt uit het heiligdom. De vrucht ervan zal tot voedsel dienen en het blad ervan tot genezing (Ezech.47:1-12).

‘En op de laatste, de grote dag van het (Loofhutten) feest, stond Jezus daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken. Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. (En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was.) (Joh. 7:37-39).

‘Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal’ (Joel 2:28-32).

…………………………………….

Middle East: websites …

www.elshaddaiministries.us

www.jerusalemonline.com

www.joelstrumpet.com

www.hallindsey.com

www.joelrosenberg.com

www.barrychamish.com

www.shoebat.com

www.lancelambert.org

likud.nl

www.christenenvoorisrael.nl 

www.isreality.nl

…………………………………….

Zie voor Bijbelstudie boekjes de volgende sites:

www.morgenrood.nl

www.levendwater.org

…………………………………….

Gerard J.C. Plas

Be Sociable, Share!
 Posted by at 00:05

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »