Oct 312010
 

(Prof. Dr. Erwin Cotler)

Irwin Cotler, parlementslid voor de Liberale Partij van Canada (LPC), voormalig minister van Justitie en Procureur-generaal van Canada en directeur van het mensenrechtenprogramma aan de McGill Universitereit, hield 26 januari 2009, de dag van de United Nations International Holocaust Remenbrance Day, een bijzondere toespraak, getiteld The Holocaust did not begin in the gas chambers – it began with words, waarvan hieronder een samenvatting en bewerking volgt.

Hij vroeg zich af welke lessen wij moeten leren van de genocide op zes miljoen Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarin ‘niet alle slachtoffers joden waren maar wél alle Joden slachtoffers’, zoals Elie Wiesel eens schreef. Fragmenten van deze toespraak keerden terug in een referaat dat hij 10 maart 2010 in het Vredespaleis te Den Haag hield, waar het Centrum Informatie en Documentatie Israel een Internationaal Symposium had georganiseerd over ‘Een veilig Israel in een vreedzaam Midden-Oosten.’ Irwin Cotler participeert in diverse toenaderingsgroepen voor Israeli’s en Palestijnen en pleit internationaal tegen ‘een nucleair, genocidaal, mensenrechtendschendend Iran’. Hij bezit wereldwijd maar liefst negen eredoctoraten.

Les 1. Het belang van de herdenking van de Holocaust

Auschwitz

Auschwitz

De eerste les is het belang van de herdenking zelf. Als wij de genocide op zes miljoen Joden herdenken, die door Hitler en de zijnen vogelvrij werden verklaard, dan gaat het niet om een zaak van abstracte getallen, want ieder van hen heeft een naam en een eigen identiteit. Abel Herzberg schreef eens: ‘Er zijn geen zes miljoen joden uitgeroeid, maar er is één Jood vermoord en dat zes miljoen keer’. De Talmoed leert ons dat elk mens een heel universum is: ‘Als iemand één individu van de ondergang redt, dan is het alsof hij een heel universum redt. Als iemand daarentegen één persoon aan de ondergang prijsgeeft, dan is het alsof hij een universum vernietigd’. Sinds Auschwitz klinkt onophoudelijk de imperatief dat wij waar dan ook in de wereld de hoeder moeten zijn van het leven en de toekomst van de ander.

Les 2. Het gevaar van het aanzetten tot haat en genocide door staat gesanctioneerd

De genocide op zes miljoen Joden kon plaatsvinden, omdat een ideologie van haat, gesanctioneerd door de staat, er aan vooraf was gegaan. Het is allemaal begonnen in het onderwijs, waarin men leerde de Joden te verachten en te demoniseren. Het is een telkens terugkerend refrein in het magistrale werk van de Israelische historicus Saul Friedlander, Nazi-Duitsland en de Joden, deel 1. 1998 en deel 2. 2007, dat de Holocaust mogelijk werd omdat in Duitsland en Oosterijk vanaf het begin van de twintiger jaren van de vorige eeuw tot aan het einde van de oorlog de Joden in dag-, week- en maandbladen, in toespraken van Hitler en de zijnen, in films en in de catechese van de verguizing als onmensen, ongedierte en duivels werden getypeerd in woord en cartoon. Hoe heeft Hitler het Duitse volk, een volk met zulke grote cultuurdragers, ooit zover kunnen krijgen, dat miljoenen (onder wie talrijke wetenschappers) heel bewust hun medewerking hebben gegeven om de Joden te vernietigen? Het zou hem in ieder geval nooit zijn gelukt zonder zijn minister voor propaganda, Goebbels, en zonder de uitgave van het blad Der Sturmer van Julius Streicher, waarin de eeuwenoude vooroordelen met betrekking tot de Joden opnieuw werden geformuleerd en geactualiseerd. De antisemitische taal die werd gebezigd, zorgde ervoor dat de mensen rijp werden gemaakt voor de meest extreme dingen. De weerzinwekkende geschiedenis van de Joden vervolgingen in de afgelopen eeuwen, die na tweeduizend jaar christelijke beschaving in Europa in de 20ste eeuw escaleerde, werd mede gevormd door de anti-Joodse taal van zoveel geestelijke leiders en meesterdenkers. De Holocaust is niet begonnen in de gaskamers van Auschwitz en andere concentratiekampen in Polen, maar het begon in het onderwijs met de catechese van de verguizing van de Joden. Elke genocide is begonnen in een of andere vorm van onderwijs en prediking, waarin de ander stelselmatig wordt verduiveld. Opmerkelijk is dat dit niet alleen de overtuiging van historici is maar ook van rechters. In de afgelopen decennia hebben rechters van het Canadian Supreme Court, het Joegoslavie- en Rwanda-tribunaal er telkens weer op gewezen dat de geschiedenis van genocides onmiskenbaar leert dat het allemaal begint met het uiten van woorden van afkeer en verachting, vijandschap en haat aan het adres van de ander. Erwin Cotler trekt de hele wereld rond om zijn toehoorders uit te leggen dat wij deze les niet alleen niet hebben geleerd, maar dat tragedies zich hebben herhaald. Op dit ogenblik zijn wij er getuige van dat de Iraanse regering en regeringen in de Arabische landen van het Midden-Oosten hun burgers dagelijks aanmoedigen om Israel van de kaart te vegen. Wat Iraanse en Palestijnse kinderen in de ‘Catechese der verguizing’ over Joden leren, is weerzinwekkend en nauwelijks te bevatten. Erwin Cotler spreekt de vurige wens uit, dat politieke en geestelijke leiders eindelijk(!) eens een vlammend protest zullen laten horen tegen deze catechese van haat en verguizing van Israel (tijdens zijn pelgrimsreis naar het Heilige Land in mei 2009 heeft paus Benedictus XVI, toen hij nota bene in Jeruzalem een toespraak hield in Yad Vashem, hier oorverdovend gezwegen!), dat journalisten wereldwijd hieraan aandacht besteden in de media, en dat de Kerken in Europa in samenwerking met de Kerken in het Midden-Oosten multi-disciplinaire programma’s zullen ontwikkelen om deze weerzinwekkende haatcampagne te bestrijden. De Kerken in het Midden-Oosten hebben echter in december 2009 een zeer uitvoering rapport over het Israelisch-Palestijnse conflict naar hun zusterkerken wereldwijd gestuurd, maar over deze hartverscheurende catechese der verguizing van Israel door de Palestijnse Autoriteit wordt met geen woord gerept.

Hilary Clinton herdenkt in Yad Vashem

Hilary Clinton herdenkt in Yad Vashem

Met uitzondering van Hillary Clinton zijn het alleen Israelische politici die hiertegen een krachtig protest lieten horen. Toen Hillary Clinton nog Senator was, heeft zij er verscheidene keren op gewezen, dat er geen duurzame vrede in het Midden-Oosten mogelijk is, zonder dat deze catechese van de verguizing van Israel verdwijnt. Hillary Clinton zei op 8 Februari 2007, toen ze nog senator was, over de nieuwste Palestijnse schoolboeken: ‘Vandaag herhaal ik nog eens, dat wij een onverbiddelijk halt moeten toeroepen aan de haatcampagne, waaraan Palestijnse kinderen worden blootgesteld. Voor alle mensen die zorg dragen voor de toekomst van hun kinderen en die werken aan de vrede, de stabiliteit en de veiligheid van de staat Israel moet dit de hoogste prioriteit hebben. Hetzelfde geldt voor allen die zich inzettten voor de toekomst van het Palestijnse volk. Ik heb in 2001, toen de eerste schoolboeken door de Palestijnse Autoriteit werden  gepubliceerd, al geprotesteerd tegen het aanzetten tot haat en geweld in de schoolboeken. Ik heb me toen in New York aangesloten bij Nobel prijswinnaar Elie Wiesel,  overlevende van Auschwitz, om de lessen van haat en geweld die in de Palestijnse scholen worden gegeven, krachtig te veroordelen. Het is voor mij zeer schokkend dat de nieuwste Palestijnse schoolboeken, die onder verantwoordelijkheid van Mammoud Abbas werden samengesteld, het bestaan van de staat Israel klip en klaar wordt ontkend en zelfs wordt beweerd, dat er in de Tweede Wereldoorlog geen Holocaust heeft plaatsgevonden’. De lezer zal tot de conclusie komen, dat Arieh Stav enkele jaren voordat de tweede intifada uitbrak: schreef:  ‘Als wij denken in termen van tijd en ruimte, dan moeten we zeggen dat de Catechese van de verguizing en de karikatuur van de Jood in de Arabische pers in het Midden-Oosten werkelijk alles overtreft wat ons bekend is uit de annalen van de afgelopen eeuwen, waarin de haat tegen het Joodse volk werd gevisualiseerd. Nooit eerder in de geschiedenis van de mensheid heeft een hele beschaving, verspreid over 22 landen, de Jood en zijn land in karikaturen in honderden kranten dag in dag uit zo zwart gemaakt. Als wij denken in termen van kwaadaardigheid en vernijnigheid, dan moeten wij concluderen dat de karikatuur van de Jood in de Arabische pers werkelijk alles overtreft wat wij in de geschiedenis hebben gezien, inclusief de karikaturen die de nazi’s van de jood maakten.’  Dit is een regelrechte schending van het internationale recht: als een staat direct en in het openbaar burgers aanmoedigt tot genocide, is de internationale gemeenschap volgens de Conventie van Genéve verplicht tussen beide te komen om de vernietiging van een volk te voorkomen. Niet alleen Iran, maar ook Hezbollah, Hamas én de Palestijnse Autoriteit schenden voortdurend de conventie van Genéve door hun volgelingen op te roepen Israel te vernietigen. Maar de vraag is of geestelijke en politieke leiders in Europa al zo diep zijn ingedut, dat zij niet meer beseffen waartoe een dergelijke catechese van haat tegen het Joodse volk in Europa heeft geleid. De genocide op zes miljoen Joden in Europa begon niet, zoals ook Jules Isaac het decennia geleden op briljante wijze heeft aangetoond, met het bouwen van gasinstallaties, maar met het onderwijs in de Catechese van virulente haat tegen de Joden, die tweeduizend jaar wereldwijd door de Kerken werd onderwezen.

Les 3. Het gevaar van het zwijgen, de consequenties van onverschilligheid

Inderdaad, de genocide op zes miljoen Joden kon niet alleen gebeuren als gevolg van een ideologie van haat en vijandschap, zoals we hebben gezien, maar ook vanwege een vergaande onverschilligheid. Irwin Cotler deelt de opvatting van Elie Wiesel die zijn leven lang heeft gewaarschuwd voor het grote gevaar van onverschilligheid. Elie Wiesel, overlevende van Auschwitz, schrijver van romans en verhalen, hoogleraar literatuur en filosofie, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede, zei in mei 1988 in het Anna Frank Huis te Amsterdam, waar hij de internationale tentoonstelling Antisemitisme: een geschiedenis in een beeld, opende, in zijn toespraak onder meer: ‘Antisemitisme is slecht, niet alleen voor het slachtoffer, maar ook voor de toeschouwer. Er waren drie rollen in de tragedie van de Tweede Wereldoorlog: de moordenaar, het slachtoffer en de toeschouwer. En zonder de toeschouwer zou de moordenaar nooit zoveel slachtoffers hebben gemaakt. Heel mijn leven heb ik geprobeerd de onverschilligheid van de toeschouwer te bestrijden. Want de Joden zijn in de Tweede Wereldoorlog in eerste instantie het slachtoffer geworden van de onverschilligheid. Ik heb altijd geloofd dat het tegengestelde van liefde niet haat is, maar het is onverschilligheid. En dat betekent dat het tegengestelde  van kennis niet onwetendheid is, maar onverschilligheid. Het tegengestelde van hoop is niet zonder hoop leven, maar onverschillig in het leven staan. Het tegengestelde van leven is niet dood, maar onverschilligheid voor leven en dood. En daarom geloof ik, dat literatuur of kunst of schrijven, of onderwijzen of werken voor de menslievendheid, maar één doel heeft: de strijd aangaan tegen onverschilligheid (………) Onverschilligheid tast alles aan, het sust in slaap en doodt nog voordat het doodt. De onverschilligheid is het meest verradelijke van alle gevaren. Het thema van de onverschilligheid is een telkens terugkerend motief in de toespraken, interviews en werken van Elie Wiesel, zoals in zijn toespraak die hij te Oslo op 11 december 1986 hield bij gelegenheid van de overhandiging van de Nobelpprijs voor de Vrede. Hij zei toen: ‘Israel is het enige land ter wereld waarvan het bestaan zelf wordt bedreigd (…..) Doen is het enige middel tegen de onverschilligheid; de onverschilligheid is het meest verraderlijk van alle gevaren die ons bedreigen (…..) Veel moet er gedaan worden, veel kan er gedaan worden. Eén persoon, een Albert Schweitzer, een Raoul Wallenberg, een Martin Luther King, een Gandhi, één persoon die in staat is tot integriteit en moed kan het verschil uitmaken, het verschil tussen dood en leven’.

In zijn boek Erasmus and the Jews (Chicago 1986) komt Shimon Markish tot de conclusie  dat Desiderius Erasmus geen antisemiet was, ook geen filosemiet, maar een a-semiet, die in zijn leven telkens weer opnieuw liet blijken dat hij volkomen onverschillig stond tegenover het lot van de joden, die met de dood werden bedreigd. Erwin Cotler benadrukte in zijn toespraak dat geestelijke leiders niet onverschillig kunnen blijven staan tegenover de Islamitische catechese van de verguizing van Israel. Het is onze verantwoordelijkheid om de muren van onverschilligheid af te breken, de samenzweringen in het zwijgen een haalt toe te roepen, op te staan en verantwoordelijkheid te nemen. Niet rondkijken of er iemand anders is die opstaat voordat wij een beslissing nemen. Want in onze wereld zijn er weinigen die geen toeschouwers willen zijn…De onverschilligheid moet worden doorbroken. Laat er geen misverstand over bestaan: onverschilligheid in het aangezicht van het kwaad betekent berusting in het kwaad zelf, medeplichtigheid aan het kwaad!

Les 4. De verantwoordelijkheid om oorlogsmisdadigers te berechten

Siemon Wiesenthal

Siemon Wiesenthal

De twintigste eeuw was de eeuw van de uiterste wreedheid van de mens, gesymboliseerd door de Holocaust, de genocide op zes miljoen Joden. Maar tegelijkertijd was het ook de eeuw van de straffeloosheid, omdat slechts zeer weinig oorlogsmisdadigers werden berecht, zoals Simon Wiesenthal mij dikwijls vertelde. Het was voor Wiesenthal niet te verteren dat Westerse mogenheden de grootste oorlogsmisdadiger, Amin al-Hussayni, de groot-moefti van Jeruzalem, na de oorlog lieten ontsnappen! Daarom is het voor Erwin Cotler een teken van hoop dat enkele jaren geleden het Internationaal Strafhof werd opgericht. Het internationaal Strafhof (International Criminal Court/Cour Pénale Internationale, afkorting ICC/CPI) is een permanent hof voor het vervolgen van personen die verdacht worden van genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden zoals deze zijn erkend in diverse internationale verdragen. Het Strafhof is opgericht in 2002 en in Den Haag gevestigd. Op 17 juli 1998 werd op voordracht van de Verenigde Naties het Statuut van Rome ondertekend, dat de basis legde voor de oprichting van het Internationaal Strafhof. Het Statuut van Rome  is van kracht geworden op 1 juli 2002. Artikel 11 van dit statuut bepaalt dat het Hof uitsluitend jurisdictie (rechtsmacht) heeft over misdrijven gepleegd na deze datum. Artikel 5 bepaalt welke misdaden binnen de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof vallen. Thans zijn dat bovengenoemde genocide, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden, maar vanaf 2017 zal het ook agressie kunnen zijn. De artikelen 6 t/m 8 omschrijven welke daden vallen binnen de definitie van de eerste drie te begrippen.

Les 5. Het gevaar dat elites in samenleving en kerk de joden opnieuw verraden

Erwin Cotler benadrukte in zijn toespraak tenslotte dat het nationaal-socialisme in het Derde Rijk ook zoveel aanhangers kreeg vanwege het verraad van de elites: kerkelijke leiders, professoren van universiteiten, leraren, rechters, juristen, ingenieurs, architecten, en opvoeders: de wijze waarop zij tussen 1925-1945 over Joden spraken en schreven, maakte het mogelijk dat Hitler en de zijnen op de visie van de Joden gemakkelijker door het gewone volk kon worden aanvaard. Ook in het eeuwen lang vervolgen van de Joden door de kerk heeft de taal van elitaire kringen een belangrijke rol gespeeld. Er is altijd een complex van factoren aan te wijzen die samen uitbarstingen van Jodenhaat opriepen, maar binnen dat hele complex van theologische, filosofische, kerkelijke, psychologische en sociologische, economische en politieke factoren heeft de taal van de anti-Joodse leer en praxis, waarvoor de Griekse en Latijnse Kerkvaders het fundament hebben gelegd, een levensgevaarlijke rol gespeeld. We worden hier herinnerd aan de anti-Joodse taal van de geestelijke leiders van Rome (pausen, bisschoppen en priesters), de Reformatie (Luther, Calvijn), de humanisten van de Renaissance (Reuchlin en Erasmus) en de Verlichting (Voltaire, Kant), de meesterdenkers van de Duitse filosofie (Hegel, Fichte, Feuerbach, Schopenhauer, en Nietsche), het socialisme (Marx, Fourier, Toussenel, Proudhon). Deze meesterdenkers uit de afgelopen eeuwen die de Europese cultuur diepgaand hebben beinvloed, dragen een grote verantwoordelijkheid voor het onstaan van het beeld van de Jood als Gegen-Mensch, Anti-Mensch en Unter-Mensch in het Derde Rijk. Daarom mag mens volgens Erwin Cotler met name van de elites in onze tijd verwachten dat zij deze 5de les van de genocide op zes miljoen joden leren door voor de Joden in de bres te springen als zij voor de zoveelste keer met de dood worden bedreigd (in Israel en de diaspora!).

respons: Na ‘Auschwitz’, dat wil zeggen na het bekend worden van de omvang van de massamoord op de Europese Joden in 1940-1945, is het antisemitisme in West-Europa lange tijd taboe gebleven en wordt het tot vandaag toe nergens door de autoriteiten getolereerd of aangemoedigd. Wat vóór 1940 nog vaak als salonfahig werd beschouwd, was ‘oneerbaar geworden’, zoals de Oostenrijkse-Joodse auteur Jean Améry het in 1968 formuleerde. Ik laat hierbij de Oost-Europese landen buiten beschouwing want daar werd het antisemitisme vanaf 1948 in het Sovjetblok tot in de hoogste politieke regionen onderdeel van de staatspropaganda. En na de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1989 ontstond in een aantal landen van het vroegere Warschaupact, zoals Hongarije en Roemenie, een nieuwe vorm van antisemitisme vanuit herboren nationalistische ideologieen. Het leidmotief was dat ‘de Joden’ van de communisten zouden hebben gecollaboreerd, waarmee vaak de participatie aan de massamoord op de Joden in Oost-Europa door een deel van de plaatselijke bevolking wordt goedgepraat. Sinds de eeuwwisseling zijn echter opnieuw veel West-Europese, ook Nederlandse Joden in hun gemoedsrust geschokt door meestal verbale, maar soms ook gewelddadige uitingen van antisemitisme. Een van de karakteristieken van dit ‘nieuwe’ antisemitisme, zoals men het vaak noemt, is dat de autoriteiten het wel veroordelen maar vaak onmachtig zijn er tegen op te treden, en dat het door zowel Joden als niet-Joden vaak wordt ontkend of gebagatelliseerd. Een klein, tekenend voorbeeld is wat mijzelf in 2006 overkwam toen ik samen met een vriend een Israelisch restaurant op het Waterlooplein in Amsterdam uit kwam en een auto voor ons stopte met opgewonden jongens, op het eerste gezicht uit een Noord-Afrikaans immigrantenmilieu, die ons voor vuile Joden uitscholden en meteen daarna wegspurtten. Mijn vriend constateerde nuchter dat hem zoiets sinds 1945 niet was overkomen. Dat gold ook voor mij. Deel van de generatie die de oorlog nog heeft meegemaakt, hij als Joods kind in de onderduik, ik als kind uit een ‘gemengd huwelijk’ met een Joodse vader en een niet-Joodse moeder, waren we allebei geschokt. Toch hadden we de typerende reactie om het incident schouderophalend als hooliganisme af te doen en we dienden geen klacht in.

Meer dan tien jaar geleden publiceerde ik een verslag van het na-oorlogse antisemitisme in Nederland. Het was een periode waarin het antisemitisme in West-Europa langzamerhand tot de geschiedenis leek te gaan behoren. Na het uitroepen van de staat Israel in 1948 was het in de Arabische wereld weliswaar sterk opgeleefd, maar dat verschijnsel kreeg hier tot voor kort weinig aandacht. Toen ik mijn artikel schreef, was het de tijd van de Oslo-akkoorden tussen Israel en de Palestijnen, met een algemene hoop op vrede in het Midden-Oosten, waarmee de belangrijkste motor leek weg te vallen voor wat Alain Finkielkraut al in 1982 formuleerde als de ‘veroordeling van Israel’, waarin hij een nieuwe vorm van antisemitisme zag. Na de mislukte besprekingen van Camp David in 2000 volgde de ‘tweede intifade’ in 2001, met Palestijnse zelfmoordaanslagen die overigens al in 1994 waren begonnen, en de Israelische repressie daarop in de bezette gebieden. Als reactie hierop kwam de onderdrukte, kennelijk goed geconserveerde geest van het antisemitisme weer uit de fles, vooral in West-Europa, en ook in Nederland. (tot zover een inleidend citaat uit ‘Antisemitisme in zijn hedendaagse variaties’ – Philo Bregstein).

Hetgeen we uit bovengenoemd citaat vernemen, ‘Antisemitisme in zijn hedendaagse variaties’, blijkt niet alleen verontrustend te zijn,… maar daar zijn reeds vele incidenten in het toch al niet zo ‘brandschone’ Nederland waargenomen. Aangewakkerd door de veelal linkse media, waar het NOS-Journaal met Sander van Hoorn en de onlangs overleden Conny Mus van het doorgaans wat rechtse RTL-4 nieuws, beide personen werkend als correspondenten in Israel, doch gemanipuleerd door de Palestijnse chantage en propaganda politiek, erin geslaagd zijn met andere aktualiteitenrubrieken een groot deel van de Nederlandse bevolking te beinvloeden door hun subjectieve zienswijze en -als derde partij in het conflict-, het ‘Zionisme’ doorgaans in een negatief daglicht te plaatsen. Daaruit voortvloeiend is er een tendens ontstaan van wat ook wel genoemd wordt, ‘het antizionisme, een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van het antisemitisme’. -Al vanaf de eerste emigratie naar het ‘beloofde land’, begin 20ste eeuw, waarbij de zionisten land kochten en er nederzettingen vestigden, was er bij de Palestijnen en in de gehele Arabische wereld hiertegen een grote afweer, in de vorm van antizionisme dat vanaf het creeren van de staat Israel zowel in Oost- als in West-Europa een toenemende aanhang kreeg. Op het eerste gezicht was het antizionisme niet op religieuze of racistische motieven gebaseerd, het ging om tegenstand tegen de Joodse aanwezigheid in Palestina. Maar in Arabische en andere islamitische landen zijn de religieuze en racistische aspecten  er telkens meer in geintregeerd, vooral sinds de opkomst van het moslimfundamentalisme-. Het ijselijke van deze ontwikkeling is, dat het zich nu ook genesteld heeft in de Vrije Evangelische wereld van Pinkster tot Reformatorisch. Je vraagt je dan af hoe dit in ‘Godsnaam’ mogelijk is. Heeft men dan niets van de recente geschiedenis geleerd. Erger is het nog als daar het gevaar van de ‘onverschilligheid’ om de hoek komt kijken van ‘het raakt mij niet en het treft mij niet’! Dus m.a.w. ‘de ver van mijn bed-show’! Laat men toch is ophouden met al die mooie onderwijzingen en preken met typologische verhandelingen en wordt eens wakker uit de droom… ‘van het gaat mij of ons niet aan meneer, wij behoren niet tot die ‘bedeling’ van Israel! Het gaat Mij wel aan zegt de Eeuwige, en Ik zal je erop afrekenen! Juist het ‘Zionisme’ wat in z’n volheid een volstrekt legitieme politieke zaak is, dat straks ook in z’n volheid vanuit Jeruzalem in de aanwezigheid van de Messias Jezus een heil brengende factor zal zijn voor al de volken der aarde, waarbij het Loofhuttenfeest een jaarlijks feest zal zijn in het uitnodigen der volken om op te trekken naar de berg Zion en een zegen te ontvangen (Ps.2:1-12;Jes.2:2-5;Zach.14:16-21). Mensenwerk zegt men dan als men het heeft over het huidige ‘Zionisme’. Maar was dat ten tijde van Mozes en Jozua dan anders? Of waren dat onfeilbare heiligen? De Schrift leert en spreekt daar wel anders over! De actualiteit van vandaag in Israel leert ons dat het overgrote deel van links (Israel) en de brede vredesbewegingen zoals ‘Vrede Nu’ grotendeels verlamd zijn geraakt, daar ook zij niet bereid zijn om hun ‘zionistische’ principes in te leveren, want Israel moet een Joodse staat blijven met een Joodse meerderheid!

‘Maar Gij, o HERE, troont voor eeuwig, uw naam blijft van geslacht tot geslacht. Gij zult opstaan, U over Sion erbarmen, want het is tijd haar genadig te zijn, want de bepaalde tijd is gekomen;’ (Ps.102:13-14).

Gerard J.C. Plas

Be Sociable, Share!

  3 Responses to “‘De Holocaust begon niet in gaskamers, maar begon met woorden’”

  1. Het is echt een Orwelliaanse samenleving geworden, waar begrippen het tegenovergestelde gaan betekenen. Twee voorbeelden:

    – ‘vredesactivisten’ stellen zich achter geweld, door te beweren dat het legitiem zou zijn om ‘kolonisten’ te vermoorden.
    – een schip met terroristen aan boord, die er op uit zijn om in gevecht met Joden te sterven, wordt ‘vredeskonvooi’ genoemd.

    • We leven vandaag in een tijd die veelal doet denken als aan de dagen van weleer. Enkel in het Mattheus evangelie komen we de uitdrukking tegen en daarbij doelend op de komst van de Messias…’want zoals het was in de dagen van Noach, zo zal de komst van de Zoon des Mensen zijn’, (Matth.24:37).
      Het geweld nam bij de generaties die op Lamech volgde zo toe dat er in Gen.6:13 staat dat de aarde vol geweld was (zie ook vers 4). De toestand was zo hopeloos dat God de mensen – behalve Noach en zijn gezin – deed ondergaan in de zondvloed. Sindsdien is de toestand niet verbetert. De term ‘zinloos geweld’ spreekt boekdelen en het geweld op de TV behoort tot de dagelijkse kost die men de kijker voorschotelt.
      Het is een tijd waarin de ‘Godvrezenden’ leven temidden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder zij schijnen als lichtende sterren in de wereld, het woord des levens vasthoudende, (Filip.2:15).
      Dat geldt zeker voor de ‘kolonisten’, zij geven gehoor aan de woorden Gods om te wonen en te leven in ‘Judea en Samaria’ het Bijbelse hartland, dit is het land wat God hun onvoorwaardelijk heeft toegezegd! De tegenstander is er op uit om dat te verhinderen, en ook in die zin is er niets nieuws onder de zon, (Pred.1:9). De terroristen gebruiken alle mogelijke middelen, om zoveel mogelijk Joden te vermoorden. De ‘kolonisten’ kunnen en mogen vertrouwen op de IDF (Israel Defence Force). Dit leger waarin veel jonge mensen dienen verdient veel respect! Het oordeel wacht, het is nog een kwestie van tijd in de zin van een ‘volheid van tijd’; in mijn ‘editorials’ heb ik geprobeerd daarover het e.a. toe te lichten.
      Likoed Nederland dank voor jullie comment, en mag de aandachtige lezer er zijn winst mee doen!

  2. Beste lezer, kijk eens op de grondoorzaken van de huidige crisis op:

    EJBRON diep gezonken nederland en daar de kommentaren van Harry2.

    Groets, Arnold.

 Leave a Reply

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

(required)

(required)

Translate »